Zoeken op personen in handelsregisterinformatie

Het blijft apart: dat de overheid doet alsof je niet op persoon in handelsregisterinformatie kunt zoeken. Dat is beweerd tijdens de behandeling van het uboregisterwetsvoorstel en werd onlangs weer gezegd bij de aankondiging van een wijziging van het handelsregisterbesluit.

Iedereen die zich met handelsregisterinformatie bezig houdt, weet dat de hele dataset van de Kamer van Koophandel wordt overgepompt naar handelsgegevensaanbieders en datahandelaren, zoals Company Info en Dun & Bradstreet. Daar kan iedereen die een abonnement heeft naar hartelust zoeken op personen.

Wijziging Handelsregisterbesluit 2008
Onlangs schreef de staatssecretaris van EZ een brief aan het parlement waarin een aantal wijzigingen in het het Handelsregisterbesluit 2008 worden aangekondigd. Er is een aparte paragraaf gewijd aan het opvragen van gegevens gerangschikt naar natuurlijke personen:

e. Autorisatie om gegevens uit handelsregister te ontvangen, gerangschikt naar natuurlijke personen
De wetswijziging verplaatst de lijst van de instanties die geautoriseerd zijn om te zoeken op natuurlijke personen, van het wetsniveau naar het niveau van het Handelsregisterbesluit 2008. In het ontwerpbesluit neem ik de bestaande lijst uit artikel 28, derde lid, van de Handelsregisterwet 2008 op, aangevuld met een aantal nieuwe toezichthouders.

Tevens maak ik van de gelegenheid gebruik om de bepalingen op te nemen ter uitvoering van de motie van de leden Amhaouch (CDA) en Wörsdörfer (VVD) over het standaard afschermen van het woonadres bij ondernemers van ondernemingen ondergebracht in rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid. [4] Woonadressen van bestuurders van rechtspersonen zijn nu al afgeschermd op basis van artikel 51 van het Handelsregisterbesluit 2008. Om ook de privacy van andere natuurlijke personen te beschermen trek ik de lijn van de motie door naar alle natuurlijke personen die in het handelsregister zijn ingeschreven. [5] (…)

Zoals eerder aangegeven, zal ik in het ontwerpbesluit een lijst opnemen van de instanties die de KvK mogen vragen om gegevens over de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen, gerangschikt naar natuurlijke personen (ook wel aangeduid als ‘zoeken op naam’). In het ontwerpbesluit zal ik in ieder geval de bestuursorganen en rechtspersonen met een wettelijke taak opnemen die thans in lijst van artikel 28, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007 staan. Ook zal ik de Kansspelautoriteit, de Nederlandse Zorgautoriteit en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd opnemen, omdat daarvoor al wetsvoorstellen tot wijziging van artikel 28, derde lid, behandeld zijn in het parlement. [6]

In de praktijk bestaat echter de behoefte om de lijst uit te breiden. Instanties worden opgenomen, indien het gebruik van deze gegevens de instanties zodanig kan helpen bij het uitoefenen van hun wettelijke taken, dat dit de inbreuk op de bescherming van de persoonsgegevens rechtvaardigt. Tijdens de internetconsultatie op de wetswijziging heeft de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie bijvoorbeeld gevraagd om de notarissen toe te voegen. Het kabinet onderschrijft dit belang voor het uitvoeren van werkzaamheden die voortvloeien uit de Wet op het notarisambt. [7] Vergelijkbare verzoeken zijn ontvangen van andere organisaties die bijvoorbeeld taken hebben op grond van de Wet witwassen en financieren van terrorisme. Per verzoek maak ik een afweging. Ik heb daarover overleg met verschillende stakeholders.

[4] Kamerstuk 32637, nr. 333.
[5] Zie hierover ook Kamerstuk 32761, nr. 158.
[6] Zie artikel VII van de Wet van 20 februari 2019 tot wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand (Stb 2019, 127), respectievelijk artikel XVB van het voorstel voor de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Kamerstukken I 2019-2020, 34 767, nr. A).
[7] Zie ook de Brief “Uitwerking breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit” van 18 juni 2020 van de minister van Justitie en Veiligheid.

Het is bijzonder dat men blijft doen of zoeken op personen niet kan.

AVG-aspecten
Positief is dat men zich eindelijk realiseert dat de systemen van vroeger, zoals handelsregister en kadaster, niet op dezelfde manier kunnen worden voortgezet en dat er maatregelen nodig zijn om de ingeschreven burgers te beschermen. Dat is ook nodig omdat de Algemene Verordening Gegevensbescherming daartoe verplicht.

Zo schrijft de staatssecretaris dat woonadressen van alle natuurlijke personen die in het handelsregister zijn ingeschreven, zullen worden afgeschermd. Nu is dat alleen het geval bij bestuurders van rechtspersonen.

Hoe het gaat met het leveren van gegevens aan datahandelaren, wordt in de brief niets gezegd. Over de nieuwe uboregisterregelgeving is in de brief evenmin iets te vinden.

Planning
De consultatie inzake het ontwerpbesluit en de toelichting is op 24 juli van start gegaan. Het ontwerp zal ook worden voorgelegd aan adviserende instanties zoals de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad voor de Rechtspraak.

 

Meer informatie:

 

Dit artikel verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Handelsrecht, Handelsregister, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , , , | Plaats een reactie

De bekwaamheid van de ubo van het trustkantoor, de crypto-aanbieder en de wisselinstelling | Wwft

Op 15 juli jl. werden de antwoorden van de de Minister van Financiën gepubliceerd inzake het nieuwste Wwft-wijzigingsvoorstel, dat voor trustkantoren, crypto-aanbieders en wisselinstellingen relevant is omdat voorgesteld wordt de ubo’s van die ondernemingen te toetsen.

Paragraaf 1 van de nota naar aanleiding van het verslag geeft een mooi beeld van de juridische puinhoop die het financiële ministerie van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) heeft gemaakt, waarbij men zich achter Europa probeert te verschuilen.

In paragraaf 3 van de nota wordt op de administratieve lasten, nalevingskosten en toezichtlasten ingegaan, die zoals bij alle witwasbestrijdingsregelgeving aanzienlijk en niet-proportioneel zullen zijn.

De bekwaamheid van de ubo
Het hoogtepunt is in paragraaf 2 van de nota te vinden.

In die paragraaf wordt het fascinerende thema van de de toetsing van de uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s) van trustkantoren, crypto-aanbieders en wisselinstellingen besproken. Interessant is dat niet alleen wordt getoetst op betrouwbaarheid, maar ook op ‘bekwaamheid‘, wat vreemd is voor iemand die geen beleidsbepaler of statutair bestuurder is. In de tekst over die bekwaamheid worden er omstandigheden bij gehaald die irrelevant zijn voor het zijn van ubo:

De beoordeling of een uiteindelijk belanghebbende voldoende bekwaam is, vindt grotendeels plaats aan de hand van de eerdere ervaringen die de uiteindelijk belanghebbende heeft met het zijn van uiteindelijk belanghebbende van andere entiteiten, het investeringsverleden van de uiteindelijk belanghebbende, zijn of haar curriculum vitae, en zijn of haar ervaring met trustkantoren, wisselinstellingen of aanbieders. Ook eventuele berichtgeving in de media over de uiteindelijk belanghebbende wordt meegenomen in de beoordeling.

Bij de beoordeling van de bekwaamheid wordt voorts rekening gehouden met de invloed die de uiteindelijk belanghebbende kan uitoefenen op het trustkantoor, wisselinstelling of aanbieder. Dit betekent dat de eisen voor een uiteindelijk belanghebbende met een kleine mate van invloed op de instelling lager kunnen zijn dan voor een uiteindelijk belanghebbende met meer invloed. Ook wordt door de toezichthouder naar de aard van de (beoogde) activiteiten van het trustkantoor, wisselinstelling of aanbieder gekeken.

Bij de bekwaamheidstoets wordt dus gekeken naar een samenstel van verschillende aspecten die beoordeeld worden. Indien hieruit een positief beeld ontstaat en de toezichthouder heeft vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de uiteindelijk belanghebbende buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en gedragingen, dan wordt betrokkene geacht een goede reputatie te bezitten.

 

Dit is klinkklare nonsens.

Ervaring met het type onderneming is alleen relevant voor (mede)beleidsbepalers, zoals bestuurders. In deze tekst wordt  een gewone geschiktheidstoetsing naar binnen gehaald, ondanks de tekst voorafgaand over (mede)beleidsbepalers.

Het is simpel: als de ubo beleidsbepaler is, dan wordt op hem/haar de beleidsbepalerstoetsing toegepast. Als de ubo geen beleidsbepaler is, is alleen relevant of hij betrouwbaar is (geen negatieve antecedenten heeft) en of hij geen persoonlijke eigenschappen heeft die een negatieve rol hebben bij het uitoefenen van de bevoegdheden als ubo (oftewel het optreden in een aandeelhoudersvergadering).

Voorbeeld: stel dat alle aandelen van het trustkantoor worden gehouden door een stichting administratiekantoor, bestuurd door vader X, die ook statutair bestuurder is van het trustkantoor en in die hoedanigheid getoetst door DNB. De stichting administratiekantoor heeft certificaten van aandelen uitgegeven aan de tien-jarige zoon van X. Als certificaathouder heeft hij geen enkele bevoegdheid maar hij is wel de ubo van het trustkantoor. De jongeman heeft nog geen antecedenten. Als ubo-certificaathouder lijkt hij mij zeer bekwaam om ubo te zijn.

Tot slot

Het is indrukwekkend, maar dat zijn we niet anders gewend als het om witwasbestrijding gaat.

 

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

 


Aanvulling 6 mei 2022
Op de site van DNB zijn berichten over de personentoetsing van ubo’s te vinden:

Op 15 oktober 2020 is de Herstelwet financiële markten 2020 in werking getreden. In deze wet is onder meer bepaald dat de ‘ultimate beneficial owner’ (UBO of uiteindelijk belanghebbende) van aanbieders cryptodiensten, wisselinstellingen en trustkantoren “gelet op zijn reputatie, geschikt dient te zijn en dat zijn betrouwbaarheid buiten twijfel dient te staan”

Dit bericht bevat ook een uitleg wat de toetsing inhoudt:

1. betrouwbaarheid: De beoordeling van de betrouwbaarheid van een UBO sluit aan bij de huidige betrouwbaarheidseisen zoals die gelden voor (mede)beleidsbepalers.
2. geschiktheid: Voor de beoordeling van de geschiktheid, gelet op zijn reputatie, geldt dat de UBO voldoende bekwaam dient te zijn als UBO en dat hij/zij bekwaam dient te zijn op het gebied van de beoogde activiteiten van de betreffende instelling. De mate van invloed die de UBO kan uitoefenen, is bepalend: hoe groter de invloed, hoe strenger de eisen van bekwaamheid. Bij het beoordelen van de bekwaamheid wordt gekeken naar eerdere ervaringen als UBO van andere instellingen, het investeringsverleden van de kandidaat en het CV. Ook eventuele mediaberichtgeving over de UBO wordt meegenomen in de beoordeling. Indien een houder van een gekwalificeerd belang tevens UBO is dan wordt de betrouwbaarheidstoets voor de gekwalificeerde houder meegenomen in de UBO-reputatietoets.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren, Virtuele valuta | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Witwasbestrijding met cadeaukaarten | Wwft

Nu strafrechtdeskundigen zeggen dat prepaid kaarten door criminelen zouden worden gebruikt, gaan op grond van Europese regels ook boekenbonnen en andere elektronische cadeaukaarten in de ban. Volgens de Minister van Financiën kan niet van de Europese regels worden afgeweken.

In oktober 2019 legde de Minister van Financiën naar aanleiding van vragen uit  de Tweede Kamer uit dat cadeaukaarten weliswaar kunnen vallen onder een vrijstelling in de Wet op het financiële toezicht (Wft) maar dat witwasbestrijdingswet Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) daar volledig los van staat. Aanbieders van cadeaukaarten vallen in de categorie ‘prepaid’-aanbieders die verplicht zijn tot identificatie bij transacties vanaf 50 euro. Dat is anders bij handelaren in goederen, die hun klanten moeten onderzoeken bij contante transacties van EUR 10.000 of meer. Waarom de drempel bij prepaid zo laag is en zo ongedifferentieerd (zonder te kijken naar het type product) wordt nergens toegelicht.

Hoe de identificatie praktisch moet, is mij niet duidelijk geworden. Degene die een cadeaukaart koopt is een ander dan degene die de cadeaukaart uitgeeft. Betekent dit dat de online handelaar bij wie de cadeaukaart wordt ingewisseld, de koper van het boek moet identificeren en diens persoonsgegevens aan de uitgever van de cadeaukaarten moet verstrekken? Is dat veilig?

Gevolg van de nieuwe regels is dat bij boekenbonnen en andere cadeaukaarten cliëntenonderzoek moet plaats vinden bij zeer lage bedragen. Merkwaardig, want zo’n onderzoek (al omvat het alleen identificatie) is kostbaar, onder meer vanwege de veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden.

Lees over dit vreemde fenomeen ook het artikel van Hester Bais, Witwassen met een dagje welness?, die betwijfelt of er massaal wordt witgewassen met cadeaukaarten. Zij signaleert ongerechtvaardigde verschillen tussen verschillende soorten uitgevers en schrijft dat de nieuwe regels grote problemen zullen gaan opleveren en mogelijk er toe leiden dat er alleen nog cadeaukaarten zullen worden uitgegeven voor betalingstransacties op afstand met een waarde van minder dan 50 euro, waardoor ondernemers omzet kunnen gaan missen.

Betalingen boven 50 euro kunnen niet meer
Inmiddels is duidelijk geworden wat er met de cadeaubonnen is gebeurd, lees bij de NOS het artikel “Iets online kopen met een cadeaubon van meer dan 50 euro? Dat kan niet meer“. Logisch, want het uitvoeren van het Wwft-cliëntenonderzoek is veel te duur.

Het is een voorspelbaar gevolg van deze maatschappelijk onbetamelijke Europese regelgeving.

One-size-fits-all en kosten spelen geen rol
Kenmerkend voor de witwasbestrijdingsregels uit Brussel is dat de regelgever geen enkele interesse heeft voor de praktische uitvoerbaarheid of de kosten van de naleving, laat staan dat de Europese regelgever enige interesse heeft voor de vraag of het type ondernemingen wel is toegerust voor de naleving.

 

Meer informatie:

[1] Vraag en antwoord in de Tweede Kamer

Uit het antwoord Minister van Financiën 16 oktober 2019 op vragen uit de Tweede Kamer:

74 De leden van de D66-fractie begrijpen dat onder prepaidkaarten met een beperkte bestedingsmogelijkheid ook onder meer boekenbonnen vallen. Acht de regering het noodzakelijk om boekenbonnen aan nadere regelgeving te onderwerpen, gezien het doel van deze implementatiewet om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan? Zijn er gevallen uit het verleden bekend waarbij boekenbonnen zijn gebruikt voor de financiering van terrorisme of voor witwassen? Welke mogelijkheden ziet de regering om boekenbonnen, maar ook andere cadeaukaarten en bonnen waarvan te verwachten valt dat deze niet gebruikt zullen worden voor witwassen en financiering van terrorisme te ontzien in deze implementatiewet? Waarom heeft de regering niet gekozen voor een minder verstrekkend regime waarbij een beperkt aantal prepaidkaarten met een hoger risico worden gedefinieerd? Had de regering al in een eerder stadium scherp dat onder deze bepaling ook cadeaukaarten zoals een boekenbon konden vallen en heeft de regering dit opgemerkt in het eerdere Europese wetgevingsproces?

Het antwoord van de minister:

Partijen die prepaidkaarten (met elektronisch geld) aanbieden worden gekwalificeerd als elektronischgeldinstelling. In beginsel is voor de uitgifte van elektronisch geld een vergunning vereist. De Wft maakt het echter mogelijk om elektronischgeldinstellingen vrij te stellen van de vergunningplicht. Vrijstelling is onder andere mogelijk indien de onderneming die het elektronisch geld uitgeeft een beperkte omzet heeft, het gaat om elektronisch geld dat in Nederland wordt uitgegeven en het gaat om een betaalinstrument (zoals een prepaidkaart) waar maximaal een bedrag van 150 euro op kan worden opgeslagen. Partijen die voor deze vrijstelling in aanmerking komen dienen zich te melden bij DNB. Vrijgestelde elektronischgeldinstellingen zijn ook opgenomen in het openbaar register van DNB. Voorbeelden van vrijgestelde elektronischgeldinstelling zijn Fashion Giftcard B.V. en Stichting Nationale Platenbon. De verplichtingen uit de Wwft gelden echter voor alle elektronischgeldinstellingen, ook als zij zijn vrijgesteld. Deze verplichting volgt rechtstreeks uit de anti-witwasrichtlijn. Lidstaten kunnen hier niet vanaf wijken. Vrijgestelde elektronischgeldinstellingen die cadeaubonnen uitgeven, zijn daarom vanaf bepaalde bedragen gebonden aan de verplichtingen van de richtlijn, zoals het uitvoeren van het cliëntenonderzoek.

Nederland was zich bewust van de gevolgen van de verscherpte regels voor elektronisch geld voor cadeaukaarten. Tijdens de onderhandelingen is er geen discussie geweest over de drempelwaarden voor het uitvoeren van cliëntenonderzoek bij elektronisch geld. Directe aanleiding voor de aangescherpte regels was het gebruik van anoniem elektronisch geld bij de terroristische aanslagen in Parijs in 2015, waardoor geen enkele lidstaat vraagtekens had bij de noodzaak hiervan.

[2] Artikelen

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Ondermijningssamenwerking en criminele bestuurders van stichtingen

Terwijl ondernemingen op grond van de Wwft worden opgejaagd om criminaliteit op te sporen door middel van data-analyse en (risico)profilering, is de overheid op 1001 manieren met hetzelfde bezig. Een van die projecten zag ik onlangs voor het eerst door middel van de site zichtopondermijning.nl. Op de site wordt vermeld dat ‘City Deal Zicht op Ondermijning‘ een samenwerkingsverband is tussen een aantal grote gemeenten, plus enige ministeries (natuurlijk zijn Financiën en Veiligheid er bij) en Belastingdienst, OM, politie en CBS.

De activiteiten van het samenwerkingsverband worden op de site als volgt beschreven:

Het doel van deze City Deal is om bij te dragen aan de preventieve aanpak van ondermijnende criminaliteit. De ambities daarbij zijn als volgt:

  • Inzichten verkrijgen in lokale en regionale patronen binnen georganiseerde ondermijnende criminaliteit;
  • Gelegenheidsstructuren en kwetsbare sectoren en branches herkennen;
  • Een (gebrek aan) maatschappelijke weerbaarheid onderkennen.

Middels deze patronen wordt het mogelijk om een effectieve(re) strategie te formuleren die gericht is op handhaving en preventie.

Er verschijnt een disclaimer inzake de naleving van de AVG:

Het doel van de City Deal Zicht op Ondermijning en van dit dashboard is het zichtbaar maken van patronen en opdoen van inzichten die bijdragen aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit. De analyses zijn nadrukkelijk niet gericht op opsporing. Er is niet ingezoomd op individuele personen of bedrijven.

Om, conform de CBS-wet, het risico op onthulling van individuele gevallen zo beperkt mogelijk te maken, zijn aantallen steeds afgerond op tientallen. Uitkomsten op basis van minder dan tien waarnemingen zijn bovendien onderdrukt of, in het geval van tellingen, naar tien afgerond. Als combinaties van inzichten uit verschillende onderdelen van dit dashboard tot kleine groepen leiden, zijn die groepen weer zo klein in omvang dat geen harde conclusies aan de cijfers verbonden kunnen worden.

Op dit moment kent de site twee hoofdstukken: vastgoed en drugs.

Ondermijnend vastgoed
Ik heb gekeken bij de rubriek vastgoed onder ‘omvang per profiel‘ en zie daar opmerkelijke zaken. Deze rubriek gaat alleen over woningen, want onder ‘omvang per profiel’ staat dat het gaat om “Aantal woningen en WOZ-waarde waarvan de eigenaar voldoet aan het profiel, per gemeente“.

Men heeft bijzondere profielen gedefinieerd:

  1. Alleenbestuurder van stichting”, beschreven als: “Eigenaar is de enige bestuurder van een stichting. Dit kan een woningstichting zijn, maar ook iedere andere type stichting“. Dus als ik het goed begrijp gaat het niet om stichtingen die eigenaar van woningen zijn, maar wordt van iedereen die enig statutair bestuurder van ‘een stichting’ is zijn privé-eigendom apart geregistreerd? Vreemd. Zijn alle enig bestuurders van stichtingen criminelen? Waarom zijn enig bestuurders van bv’s geen criminelen?
  2. Beroepsbestuurder van stichtingen“, hier luidt de toelichting: “Eigenaar is een bestuurder van 5 of meer stichtingen. Dit kunnen woningstichtingen zijn, maar ook iedere andere type stichting“. Zelfde opmerking als bij 1: waarom wordt privé-eigendom van een bestuurder geregistreerd? Hier is niet als vereiste vermeld dat de persoon enig bestuurder is van vijf of meer stichtingen.
  3. Doorsluishuizen“: dit zijn particuliere koopwoningen die in de periode van 21 jaar (1995-2016) meer dan vijf keer zijn geleverd. Dit is kennelijk er op gebaseerd dat mensen meestal meer dan vier jaar op 1 adres wonen. Ik ben benieuwd welk gedeelte van deze groep woningen bij criminelen in gebruik is. Waarom is hier geen criterium dat een woning binnen relatief korte tijd (bijvoorbeeld twee tot vier jaar) van eigenaar wisselt?
  4. Eigenaar met buitenlands adres“: betreft Nederlandse ingezetenen die na januari 1995 naar het buitenland zijn geëmigreerd en eigenaren die na 1 januari 1995 een relatie met de Nederlandse staat hebben (gehad), bijvoorbeeld omdat hij of zij (tijdelijk) in Nederland hebben gewerkt. Deze rubriek omvat dus niet alle eigenaren met buitenlands adres, wat volgens de toelichting wordt veroorzaakt doordat zij niet voorkomen “in de bestanden“, terwijl ze natuurlijk wel in het kadaster zijn geregistreerd.
  5. Onbekende eigenaar“: dit zijn [a] eigenaren-natuurlijke personen waarvan geen bsn in het BRP staat, het bsn onbekend is dan wel er een bsn is maar de persoon niet in het inkomensregister voorkomt; [b] verder zijn het eigenaren-rechtspersonen, die onbekend zijn dan wel waarvan geen fiscaal nummer bekend is in het ABR van het CBS. Het lijkt er op dat de deze rubriek te maken heeft met incomplete registraties bij onder meer het CBS, want in het kadaster zal ongetwijfeld een eigenaar zijn vastgelegd.

In een toelichting elders [*] staat dat men onder stichtingen ook verenigingen verstaat, hoewel onder ‘begrippen’ bij de alleenbestuurder weer alleen de stichting wordt genoemd. Ik ga er van uit dat de vermelding van verenigingen op een vergissing berust.

Verdachte bestuurders van stichtingen en buitenlandse eigenaren
De profielen geven aan dat alle bestuurders van stichtingen en alle buitenlandse eigenaren die uit Nederland komen, dan wel een relatie met Nederland hebben gehad, per definitie verdacht worden gevonden op het gebied van transacties met woningen. In het hoofdstuk drugs kom ik deze profielen niet tegen.

De toelichting vertelt niet hoe de bedenkers bij deze merkwaardige profielen zijn gekomen en waarom alleen bestuurders van stichtingen en buitenlandse eigenaren relevant zijn.

Apart is deze opmerking in de toelichting [*] “Een deel van de stichtingen heeft een onbekende bestuurder“. Rechtspersonen zonder bestuurder worden door de Kamer van Koophandel ontbonden, dus zouden er niet moeten zijn.

 

Uitkomsten gegevens ondermijnend vastgoed en de alleenbestuurder
Als ik kies voor de ‘alleenbestuurder van stichting‘ blijken er in het jaar 2018 welgeteld 48.630 woningen te zijn die een dergelijke natuurlijke persoon als eigenaar hebben:

In de toelichting staat: “Voor de profielen geldt dat deze gaan over de koopwoningen van particuliere eigenaren. Woningen in eigendom van bedrijven, stichtingen en woningbouwverenigingen worden buiten beschouwing gelaten“.

 

Wat kan je uit het resultaat afleiden? Niets, lijkt me. In de toelichting staat het volgende:

De resultaten van de analyses geven inzicht in trends en patronen en lenen zich niet voor opsporingsdoeleinden. Wel kunnen de resultaten kansrijke zoekgebieden identificeren en zo richting geven aan bestaande interventies en beleidskeuzes van alle veiligheidspartners.

Het is wel heel optimistisch dat ‘kansrijke zoekgebieden‘ kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van ‘alleenbestuurders van stichtingen‘. Waar is dat op gebaseerd?

Onverklaarbare woningaankopen
In deze rubriek meent men te kunnen signaleren of een woning door een natuurlijke persoon wordt gekocht, terwijl deze daar de financiële middelen niet voor zou moeten hebben. In de toelichting wordt uitgelegd waarop de onverklaarbaarheid is gebaseerd:

Berekening onverklaarbare som geld
Om tot de onverklaarbare som geld te komen wordt eerst het maximaal te besteden bedrag per huishouden berekend (zie formule hieronder), daarna wordt dit bedrag afgetrokken van de aankoopprijs van de woning. Het maximaal besteedbaar bedrag is een bedrag dat een huishouden maximaal te besteden heeft volgens de financiële gegevens van de belastingdienst en de transactiegegevens van het kadaster.

Maximaal besteedbaar bedrag* bestaat uit:

  • Huishoudinkomen
  • Geschatte inkomsten uit onroerend goed
  • Geschatte waardestijging effecten en aanmerkelijk belang
  • Verkrijgingen (erfenissen)
  • Schenkingen (netto schenkbedrag)
  • Verkochte woningen
  • Verkocht overig onroerend goed (niet woningen)
  • Mogelijk gebruikt ondernemingsvermogen
  • Ingelegde bank- en spaartegoeden
  • Mogelijk verkocht aanmerkelijk belang
  • Mogelijk verkochte overige bezittingen
  • Mogelijk verkochte effecten
  • Toegenomen schulden

* Het maximaal besteedbaar bedrag kan ook negatief zijn. De schulden kunnen bijvoorbeeld zijn afgenomen in plaats van toegenomen en het spaargeld kan juist zijn toegenomen in plaats van afgenomen. Een negatief maximaal besteedbaar bedrag betekent dat er per definitie sprake is van een onverklaarbare som geld, omdat er niet genoeg geld is geweest om te besteden aan de woning(en).

Er wordt iets gezegd over de beperkingen in het inzicht in inkomsten en vermogen. Dat neemt niet weg dat men kennelijk veronderstelt over voldoende gegevens te beschikken om te kunnen vaststellen of iemand de middelen had voor de aankoop. Ik ben benieuwd naar de foutmarge in dit systeem, daar vertelt de toelichting niets over.

Drugs
Het deel over drugscriminaliteit lijkt veel concreter te zijn dan het vastgoed-hoofdstuk. Waarschijnlijk komt dat omdat er veel gegevens over daders, verdachten en hun familieleden beschikbaar zijn. Een beperking lijkt me dat de gegevens verdachten betreffen en uit de politiebestanden komen, waarvan bekend is dat er veel fouten in zitten.

Verdachte familieleden
Boeiend is dat familieleden (biologische verwanten, te weten ouders, kinderen, grootouders, broers en zussen, ooms en tantes en neven en nichten) van drugsverdachten zelf ook verdacht zijn. Dat blijkt uit de statistiek inzake het aandeel woningen in een gemeente dat in bezit is van familieleden van drugsverdachten, exclusief de eigen woning van die familieleden (drugs > vastgoed van familie) en uit de uitvoerige toelichting. Uit een andere statistiek (drugs > persoonskenmerken) blijkt overigens dat de meerderheid van de drugsverdachten in een huurwoning woont.

Migratie als ondermijningsrisico
Onder de begrippen staan begrippen die aangeven dat de samenstellers van het systeem migratie (kan ook binnen de EU zijn) als een ondermijningsfactor beschouwen:

  • Eerste generatie migratieachtergrond.
  • Generatie migratieachtergrond, dit omvat personen met een eerste generatie migratieachtergrond en personen met een tweede generatie migratieachtergrond.
  • Migratieachtergrond.
  • Niet-westerse migratieachtergrond.
  • Tweede generatie migratieachtergrond.
  • Westerse migratieachtergrond.

Ik ben benieuwd of de Autoriteit Persoonsgegevens en het College voor de Rechten van de Mens hier al eens naar gekeken hebben. Want dit lijkt wel heel erg op SyRI-praktijken.

Tot slot
Het lijkt er op dat zichtopondermijning.nl weinig zicht op ondermijning bij woningen geeft. Of de informatie inzake drugsverdachten zinvol is, kan ik niet beoordelen. Jammer is dat een algemene wetenschappelijke toelichting op de aanpak, de gekozen profielen en andere elementen van het systeem ontbreekt. Zo had ik graag gezien wat de basis is van de vastgoedprofielen en hoe het zit met de foutmarges.

Hopelijk is het niet een product van het onderbuikgevoel van de opsporing.

 

[*] Technische toelichting.

 

LinkedIn commentaar
Op LinkedIn kondigde het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) de ondermijningssite aan, waarop de volgende reactie door een deskundige kwam:

IQ is wat een IQ test meet. Is ondermijning wat een ondermijningstest meet?

V.w.b. de categorie Vastgoed, ik hoop echt dat gemeenten hun beleid niet uitsluitend bepalen op basis van dergelijke statistische exercities.

Een ieder die bekend is met de wijze waarop diverse bronbestanden gevuld worden weet dat daar een hele vette disclaimer bij hoort. Of je op basis daarvan met enige mate van zekerheid patronen zichtbaar kunt maken of inzichten kunt opdoen is nog maar zeer de vraag.

Als ik naar de diverse begrippen kijk dan schrik ik. Een onbekende eigenaar van onroerend goed? Is dat mogelijk? Art. 5:24 BW? Uit de technische toelichting blijkt dat dat ook kan komen doordat de woning niet voorkomt in CBS microdata. Kortom de eigenaar is niet onbekend, de CBS data is incompleet.

Waarom wordt bij het begrip onroerend goed niet beter aangesloten bij art. 5:20 BW? Moeten we een starterswoning of een studentenappartement voortaan officieel een doorsluishuis noemen?

Onverklaarbare som geld? Box 3 is een zwart gat en door de wijze waarop het Kadaster de koopprijs registreert is bijvoorbeeld niet met zekerheid te zeggen of de koopprijs ook daadwerkelijk betaald is. Onvolledig+onbekend=onverklaarbaar?

Draagt dit bij aan meer inzicht?

Ik ben benieuwd naar de reacties van de lezers van dit blog.

Lees over misdaadbestrijding door gemeenten ook: Gemeenten mogen persoonsgegevens actievoerders gaan uitwisselen in verband met misdaadbestrijding | consultatie, AVG, waarin ik schrijf over het onzalige plan om actievoeren met onschuldige wetsovertredingen op één hoop te vegen met dreiging met geweld. Over het wetsvoorstel schreef de NOvA een verstandig advies. Raadpleeg de berichten op dit blog over ondermijning, gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, risicoprofilering en SyRI.

 


Aanvulling 30 juli 2020, 15:50 uur
Lees over risicoprofielen ook Verraderlijke risicoprofielen, Armine Stepanyan op iBestuur, die besluit met “In de Rotterdamse Veiligheidsindex wordt een wijk bijvoorbeeld automatisch ‘minder veilig’ wanneer er meer ‘niet-Westerse allochtonen’ wonen. Dit soort indicatoren zijn niet objectief, maar juist bevooroordeeld. En daarom moeten we stoppen met dit soort kwalificaties en afstappen van de schijnzekerheid die we nastreven. Verandering is de enige zekerheid in het leven“.

Bekijk op dit blog de berichten met de tag risicoprofilering.

Aanvulling 21 mei 2021
Karel Berkhout schreef voor het NRC een artikel over ambtenaren die in privégegevens zitten te neuzen zonder dat daar een wettelijke grondslag voor is: Ambtenaren willen meer dan mag, 16 mei 2021. Hij beschrijft de affaires van wifitrackende gemeenten (recent Enschede), de nepaccounts van Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de datagedreven militairen van het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC).
Een tussenkopje luidt: “Goede bedoelingen als risico”. Dat is kenmerkend voor misdaadbestrijders en andere ambtenaren die zich niet aan regels houden, die bedacht zijn om de almachtige overheid in te tomen en misbruik te voorkomen.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 6 reacties

Nieuwe vragen over Accidental Americans | FATCA

Op 27 juli heeft lid van de Tweede Kamer mevrouw Lodders nieuwe vragen aan de minister van Financiën gesteld over de manier waarop banken en de Nederlandse staat omgaan met Accidental Americans. Deze gewone Nederlanders zijn slachtoffers van het mensenrechten schendende systeem van belastingheffing van de Verenigde Staten. De problemen van de Accidental Americans illustreren de grote gevaren van de internationale uitwisseling van belastinggegevens; door middel van die uitwisseling kunnen ook onrechtmatige praktijken van derdenlanden worden geëxporteerd.

Banken sluiten de bankrekeningen
Lodders signaleert dat banken bankrekeningen van Accidental Americans hebben bevroren, geblokkeerd of zelfs opgezegd, omdat zij geen klanten willen die in de Verenigde Staten belastingplichtig zijn. Dit gebeurt zowel met mensen die een Amerikaans bsn (het SSN/TIN) hebben, als degenen die daar niet over beschikken.

Afstand doen is kostbaar
Ook de hoge kosten gemoeid met het afstand doen van de Amerikaanse nationaliteit passeren de revue. De VS vraagt daar 2350 dollar voor en betrokkenen moeten nog jarenlang belastingadviseurs betalen vanwege de verplichte belastingaangiften in de VS, plus natuurlijk de dubbele belasting die door de VS wordt geheven. Lodders vraagt of de minister de mening deelt dat het ministerie van Financiën Nederlandse Accidental Americans, die óf afstand willen doen van hun Amerikaanse nationaliteit óf een TIN willen aanvragen en aanlopen tegen de hoge kosten en/of complexe regelgeving, hulp en expertise zal bieden.

 

Meer informatie:

De complete tekst van de kamervragen (vindplaats):

1. Herinnert u zich de beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden Omtzigt, Van Weyenberg en Lodders over banken die op grond van de FATCA-wetgeving financiële dienstverlening weigeren aan Nederlanders met (ook) de Amerikaanse nationaliteit? 1)

2. Deelt u de mening dat de banken zich rond de situatie van de Accidental Americans enigszins in een spagaat moeten begeven met aan de ene kant de angst voor Amerikaanse sancties en aan de andere kant de verplichting tot het verstrekken van een rekeningnummer en/of het openhouden van een rekening volgens de Nederlandse richtlijn betaalrekeningen, Europese regelgeving en de opstelling van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB)? Deelt u de mening dat deze spagaat voor banken, maar ook voor de Accidental Americans een onwerkbare situatie is? Wat zijn de vorderingen en op welke manier blijft u zich in internationaal verband inzetten voor een oplossing die voor zowel de banken als voor de Accidental Americans met en zonder een US Taxpayers Identification Number (TIN) uitvoerbaar is?

3. Herinnert u zich dat u in uw antwoord van 19 maart 2020 op bovengenoemde Kamervragen van de leden Omtzigt, van Weyenberg en Lodders schreef dat ‘nog in geen van deze gevallen daadwerkelijk is overgegaan tot sluiting, blokkering of bevriezing van de rekening. De Nederlandse banken dringen daarbij al geruime tijd aan op het aanleveren van een TIN en wijzen op de eventuele consequenties bij uitblijven’ en dat ‘Het enkel ontbreken van een TIN in combinatie met de nationaliteit van een persoon op zichzelf niet kan leiden tot het oordeel van een bank om het openen van een bankrekening te weigeren dan wel een bestaande rekening te beëindigen wegens het niet voldoen aan de eisen van de Wet op het financieel toezicht (Wft) ten aanzien van integere bedrijfsvoering of wegens het niet voldoen aan de eisen van de Wwft’?

4. Hoe verklaart u de geciteerde beantwoording en de tegenstrijdige berichtgeving van de Nederlandse Accidental Americans Groep en de Americans Overseas dat verschillende banken rekeningen van Nederlanders met ook een Amerikaanse nationaliteit reeds hebben bevroren of zelfs hebben geblokkeerd? 2)

5. Is bij u bekend dat verschillende banken reeds tegenrekeningen van Accidental Americans hebben opgezegd vanwege het ontbreken van een Social Security Number (SSN) of een TIN? Bent u bekend met het feit dat banken in brieven naar klanten letterlijk schrijven dat ‘wij geen Amerikaanse belastingplichtige klanten kunnen behouden’ en ‘Dat betekent dat we de relatie gaan beëindigen en uw rekening gaan stopzetten’ Kunt u een uitgebreide reactie geven, en daarbij toelichten of banken hiertoe bevoegd zijn?

6. Is bij u bekend dat banken in officiële brieven tevens dreigen met het opzeggen van bankrekeningen van individuen alleen op basis van het niet invullen van een formulier met hun persoonlijke Amerikaanse belastingstatus? Bent u bekend met het feit dat banken in brieven naar klanten letterlijk schrijven dat zij ‘zich het recht voorbehouden om uw bankrekeningen alsnog te beëindigen, wanneer u drie maanden na dagtekening van deze brief uw klacht niet heeft aangebracht bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KIFID)’? Kunt u een uitgebreide reactie geven?

7. Is bij u bekend dat er zelfs bankrekeningen van Accidental Americans met een SSN/TIN wordt opgezegd, omdat de bank niet kan voldoen aan ‘speciale eisen van de IRS’ en ‘daardoor helaas geen Amerikaanse belastingplichtige klanten kunnen behouden’? Kunt u toelichten wat deze ‘speciale eisen’ zijn? Welke Nederlandse banken kunnen niet aan deze speciale eisen voldoen, wat zijn de gevolgen voor Accidental Americans die een bankrekeningnummer hebben bij deze bank?

8. Deelt u de mening dat het stopzetten van rekeningen, het weigeren om een betaalrekening te openen of het dreigen van banken tot het stopzetten van de bankrekening alleen op basis van het niet kunnen overleggen van een SSN moreel onjuist is, gezien het tegenwoordige belang van een werkzame bankrekening? Hoe rijmt u de actie en de dreigementen tot stopzetten bankrekening met uw antwoorden geciteerd onder vraag 3? Wat kunt u doen om de rechten van deze belastingbetalers beter te beschermen?

9. Welke rol ziet u in deze casus weggelegd voor de DNB en de AFM, zeker gezien de reactie van beide dat banken niet kunnen weigeren om een betaalrekening te openen, dan wel geopend te houden, vanwege alleen het feit dat een Accidental American geen SSN of TIN verstrekt? Zijn de DNB en/of AFM al overgegaan tot maatregelen? Zo ja, welke? Zo nee, kunt u dat verklaren in het licht van voorgaande vragen?

10. Bent u bekend met het antwoord van de Europese Commissie dat ‘The bilateral agreements between EU Member States and the United States (US) implementing the Foreign Accounts Tax Compliance Act (FATCA) are not within the remit of the commission unless they breach EU-law. To date, there is no evidence of any such breach’. Rijmt het blokkeren van bankrekeningen vanwege het ontbreken van een TIN/SSN met de Europese richtlijnen over bankrekeningen? Zo ja, graag een toelichting. Zo nee, hoe verklaart u het citaat van de Europese Commissie? 3)

11. Hoeveel zaken van Accidental Americans tegen banken lopen er nu bij het Kifid? Hoeveel zaken heeft het Kifid inmiddels afgerond en wat waren de uitkomsten in deze zaken?

12. Zijn er heldere afspraken en kaders tussen de Nederlandse overheid, de IRS en de banken over de vraag wanneer banken voldoende inspanning hebben geleverd om aan de vereisten te voldoen op basis waarvan zij niet op de zwarte lijst terecht komen? Zo ja, welke afspraken en kaders? Zo nee, waarom niet? Hoe wordt gewaarborgd dat het besluit tot opzegging of blokkering van de bankrekening en de vereisten toetsbaar en verifieerbaar zijn? Wanneer heeft de bank volgens de IRS voldaan aan de complianceplicht?

13. Is u bekend hoeveel Nederlanders met een Amerikaanse nationaliteit en een saldo boven het drempelbedrag van 50.000 dollar inmiddels nog geen TIN hebben aangeleverd, waarom deze mensen dat nog niet hebben gedaan, en of zij voornemens zijn dit alsnog te doen?

14. Waarom is in de IGA een drempelbedrag afgesproken van 50.000 dollar? Op welke manier of op welk moment in het jaar wordt getoetst of een Accidental American boven of onder het bedrag van 50.000 euro zit? Hoe ziet de rapportageverplichting eruit? Met welke reden hebben verschillende banken aangegeven het gebruik van het drempelbedrag het komende jaar te heroverwegen, zoals u meldde in de antwoorden op de eerdere Kamervragen?

15. Op welke situaties doelde u toen u in de eerdere antwoorden schreef dat ‘Het Verdrag echter niet alle mogelijke situaties die als dubbele belasting kunnen worden ervaren afdekt’? Hoe wordt voorkomen dat mensen dubbel belasting moeten betalen?

16. Herinnert u zich dat u schreef dat het afstand doen van de Amerikaanse nationaliteit 2350 dollar kost exclusief mogelijke fiscale hulp van experts in Amerikaanse belastingen en dat het aanvragen van een TIN een complexe en soms tijdrovende zaak is waarbij de Accidental American jaarlijks belastingaangifte in de VS moet doen? 4)

17. Deelt u de mening dat het ministerie van Financiën Nederlandse Accidental Americans, die óf afstand willen doen van hun Amerikaanse nationaliteit óf een TIN willen aanvragen en aanlopen tegen de in vraag 16 genoemde kosten of complexe regelgeving, hulp en expertise moet bieden? Zo ja, wanneer en op welke wijze gaat u met deze mensen in gesprek? Zo nee, waarom niet?

18. Klopt het dat het bewijs waarmee afstand wordt gedaan van de Amerikaanse nationaliteit vóór 2010 gratis was, in 2010 op 450 dollar is gezet en in 2015 naar 2350 dollar is verhoogd? Klopt het dat de kostprijs rond de 21 dollar ligt?

19. Deelt u de mening dat 2350 dollar voor het bewijs waarmee afstand wordt gedaan van de Amerikaanse nationaliteit een hoog bedrag is? Bent u bekend met de brief van het Departement of the Treasury aan de DG van het EU-Tax Departement van 12 maart 2020 over de FATCA-regelgeving en de alinea over de kosten van het bewijs tot afstand van de Amerikaanse Nationaliteit? Welke stappen heeft u in internationaal verband gezet om te komen tot een verlaging van deze kosten? Wat is de huidige stand van zaken? Is voor u duidelijk hoe het bedrag van 2350 dollar tot stand komt en wat adviseert u Accidental Americans die geen TIN/SSN willen aanvragen en geen 2350 dollar hebben om de aanvraag tot opzeggen Amerikaanse nationaliteit te bekostigen? 5)

20. Wat zijn de gevolgen voor Accidental Americans, als blijkt dat zij niet tijdig aan de vereiste administratieve verplichtingen tot opzegging kunnen voldoen, nadat zij een tijdelijk bewijs hebben verkregen om de bank te laten zien dat de opzegging van de Amerikaanse nationaliteit in gang is gezet?

21. Heeft een gesprek met andere EU-lidstaten en de vertegenwoordigers van banken, waarnaar u verwees in de antwoorden op de eerdere schriftelijke vragen van de leden Omtzigt, Van Weyenberg en Lodders al plaatsgevonden? Zo ja, kunt u een uitgebreide toelichting op het gesprek geven? Zo nee, wanneer gaat dit plaatsvinden, met welke andere Europese landen heeft u hierover contact en wat is de Nederlandse inzet?

22. In hoeverre heeft u overleg met andere (EU-lid)staten, die ook (in steeds grotere mate) met deze problematiek te maken hebben, zoals Frankrijk en Duitsland en een niet EU-lid als het Verenigd Koninkrijk? Wat is de inzet van deze landen in de bilaterale overleggen met de VS?

[Noten]

1) Tweede Kamer 2019/2020, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 2158
2) Zie de reactie van de Nederlandse Accidental Americans Groep op beantwoording schriftelijke vragen Omtzigt, Van Weyenberg en Lodders over banken die op grond van de FATCA-wetgeving financiële dienstverlening weigeren aan Nederlanders met (ook) de Amerikaanse nationaliteit d.d. 19 maart 2020; Kamerstuk 2020D11693, Brief onderhands toegestuurd
3) https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/E-9-2020-000816-ASW_EN.html
4) Kamerstuk 35 300-IX, nr.-4
5) https://americansoverseas.org/nl/antwoord-amerikaanse-overheid/, Brief onderhands toegestuurd

 

Berichten op dit blog over FATCA, financiële mensenrechten.

 


Aanvulling 2 september 2020
Op 12 augustus jl. werd meegedeeld door de minister dat beantwoording is uitgesteld:

Mededeling

Hierbij bericht ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, dat de door het lid Lodders (VVD) gestelde schriftelijke vragen over FATCA en de Accidental Americans (ingezonden op 27 juli 2020) niet binnen de door u gestelde termijn kunnen worden beantwoord, omdat voor de beantwoording nadere afstemming vereist is.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Wijzigingen Wet Bibob per 1 augustus 2020

Op 1 augustus a.s. treden wijzigingen in werking in de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur). Op grond van de Wet Bibob kunnen antecedenten worden onderzocht van:

  • aanvragers van vergunningen en subsidies;
  • wederpartijen van de overheid (vastgoedtransacties en overheidsopdrachten).

Ruime groep personen en relaties
Nieuw is dat niet alleen de directe aanvrager of wederpartij kan worden onderzocht, maar ook personen ‘achter’ aanvrager/wederpartij. Het nieuwsbericht over de wijzigingen noemt die personen “de personen die achter de schermen feitelijke zeggenschap hebben over degene die de vergunning heeft aangevraagd” en de “zakelijke relaties” van aanvragers/wederpartijen. Het onderzoek kan personen omvatten die in heden of verleden direct of indirect:

  • leiding hebben gegeven aan de aanvrager/wederpartij; of
  • zeggenschap hebben gehad over de aanvrager/wederpartij; of
  • vermogen hebben verschaft aan de aanvrager/wederpartij.

Voorts kan het onderzoek de actuele onderaannemers van de aanvrager/wederpartij omvatten, alsmede de personen tot wie de aanvrager/wederpartij “in een zakelijk samenwerkingsverband staat“.

Praktisch betekent dit voor ondernemers en organisaties dat rekening moet worden gehouden met het leveren van veel meer gegevens dan voorheen.

Reikwijdte wet
Voorheen gold de Wet Bibob alleen voor bepaalde typen overheidsopdrachten, per 1 augustus a.s. geldt de wet voor alle soorten overheidsopdrachten. Nieuw is voorts dat het begrip ‘vastgoedtransacties’ is verruimd.

Een en ander betekent dat ondernemers en organisaties vaker dan voorheen met een Bibob-onderzoek geconfronteerd kunnen worden.

Gegevensuitwisseling
In de gewijzigde wet zijn de mogelijkheden voor gegevensuitwisseling verruimd. Een verdere verruiming is voorzien, door middel van een wetsvoorstel dat het kabinet in het derde kwartaal aan de Raad van State wil voorleggen.

 

Meer informatie:

Vernieuwde Wet Bibob treedt in werking
Nieuwsbericht | 22-07-2020 | 10:30

De wijziging van de Wet Bibob die op 1 augustus 2020 in werking treedt, versterkt de aanpak van ondermijning. De ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Dekker (voor Rechtsbescherming) willen ermee voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. Op dezelfde datum treedt ook een wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke (Bjsg) gegevens in werking.

Beide regelingen zorgen ervoor dat gemeenten, provincies en het Rijk nog beter hun eigen Bibob-onderzoek kunnen doen. Zij kunnen voortaan de justitiële antecedenten nagaan van de personen die achter de schermen feitelijke zeggenschap hebben over degene die de vergunning heeft aangevraagd. Zo kan makkelijker worden voorkomen dat naast criminelen, hun stromannen misbruik maken van dienstverlening door de overheid. De maatregel geldt ook voor de zakelijke relaties van de wederpartij van de overheid bij een vastgoedtransactie of overheidsopdracht. Tot nu toe konden alleen justitiële gegevens worden verstrekt over de wederpartij van de overheid – meestal de aanvrager van een vergunning – maar niet over zijn zakelijke relaties.

Overheidsopdrachten met een aanzienlijke maatschappelijke of economische waarde zijn kwetsbaar voor criminele activiteiten. Daarom wordt het Bibob-onderzoek uitgebreid naar alle overheidsopdrachten en beperkt het zich niet langer tot de sectoren bouw, ICT en milieu.

Verder wordt Bibob-onderzoek uitgebreid naar vastgoedtransacties in het geval van overdracht van erfpacht, mits de gemeente een toestemmingsvereiste voor die overdracht heeft bedongen. Daarnaast regelt de wetswijziging diverse andere bevoegdheden om de Wet Bibob effectiever te kunnen toepassen. Zo kan het Landelijk Bureau Bibob overheidsinstanties tippen de Wet Bibob toe te passen als het relevante informatie heeft over strafbare feiten.

Momenteel wordt gewerkt aan een volgende wijziging van de Wet Bibob die uitwisseling van informatie verruimt tussen het Landelijk Bureau Bibob en bestuursorganen, en tussen bestuursorganen onderling. Het kabinet streeft ernaar dat wetsvoorstel in het derde kwartaal aan de Raad van State voor te leggen. De Wet Bibob (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) is sinds 2003 van kracht en heeft als doel de integriteit van de overheid te beschermen.

  • De wijzigingswet, officieel: “Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in verband met diverse uitbreidingen van de toepassingsmogelijkheden daarvan alsmede enkele overige wijzigingen“.
  • Het wijzigingsbesluit.
  • Actuele tekst Wet Bibob, de wijzigingen zullen pas op of na 1 augustus a.s. worden verwerkt.
  • Alle berichten op dit blog over de Wet Bibob, over fraude, witwasbestrijding en Wwft.
Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

De heridentificatie-toneelstukjes van de Nederlandse banken

Banken hebben  het druk met ‘heridentificeren‘, iets waartoe de witwasbestrijdingswet Wwft ze niet verplicht. Maar banken gebruiken de Wwft wel als alibi.

Het fenomeen signaleerde ik in mei voor het eerst (Aegon). In juli hoorde ik over ICS en schreef ik een artikel over identificatie onder de Wwft. Daarna kreeg ik een phishing mail met een namaak-heridentificatieverzoek van de Rabobank. Vervolgens ging Knab ‘heridentificeren’. Dit zijn blogjes geworden, over de wondere wereld van de Wwft, waar consumenten nu ook mee worden geconfronteerd en waarmee banken zich populair maken.

Het wachten is op de overige Nederlandse banken.

 

De artikelen over heridentificatie op dit blog zijn via deze tag te vinden.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Nieuwe algemene leidraad Wwft vol met gebreken

Het Ministerie van Financiën heeft de nieuwe versie van de Wwft-leidraad gepubliceerd. Over sanctieregelgeving wordt een aparte leidraad gepubliceerd, zo vermeldt men.

Helaas staat de nieuwe leidraad vol met gebreken, een greep:

Algemeen

  • De wijzigingen als gevolg van de vijfde Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD5) zijn niet meegenomen.
  • Er is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten Wwft-plichtigen en hun informatiepositie, terwijl de vierde Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) zoals gewijzigd door AMLD5 dat wel voorschrijft.
  • De FATF-standaarden en AMLD4/AMLD5 worden als ‘wettelijk kader‘ gepresenteerd, wat zij niet zijn.
  • Vanaf pagina 58 zijn hyperlinks naar externe bronnen te vinden. Ik heb ze niet allemaal gecontroleerd, maar wel viel op dat alle links naar wet- en regelgeving verouderd zijn (paragraaf 11.9). Om die reden zou ik de actualiteit van alle verwijzingen controleren.

Enkele details:

  • In afwijking van de wet wordt gesproken over het monitoren van ‘kanalen‘ (paragraaf 3.1 eerste alinea).
  • Er bestaan geen objectieve en kenbare indicatoren om klanten, producten, diensten enzovoorts in risicocategorieën in te delen (paragraaf 3.1 tweede alinea). Dus dit kan van Wwft-plichtigen niet worden gevraagd.
  • Het aantonen van ‘laag risico’ is feitelijk onuitvoerbaar, zodat een vereenvoudigd cliëntenonderzoek de facto niet meer mogelijk is (paragraaf 5.1 tweede alinea), transparantie van de kant van het Ministerie zou verstandig zijn geweest. Dat geldt ook voor veel andere vermeldingen inzake ‘aantoonbaar’ zijn.
  • Ten onrechte staat in paragraaf 5.2.2. dat een personenvennootschap geen cliënt op grond van de Wwft zou kunnen zijn, wat ook tot onjuiste gevolgen leidt in de verdere tekst van de leidraad.
  • Er wordt gesproken over resultaatsverplichtingen, onder meer in paragrafen 5.2.5 en 5.26, terwijl daarvan bij veel van de genoemde verplichtingen geen sprake kan zijn. Zo kan nooit met zekerheid worden vastgesteld dat er (voldoende) inzicht is in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt.
  • Nieuw is dat er natuurlijke personen zijn, die over andere natuurlijke personen feitelijke zeggenschap hebben (paragraaf 5.2.8). Ik ben heel benieuwd wat het Ministerie van Financiën hier mee bedoelt.
  • Het verhaal van de terugvaloptie wordt hardnekkig volgehouden, zie paragrafen 5.2.8.1 en 5.2.8.2 Lieve financiële ambtenaren, hou eens op met deze onzin!
  • Ten onrechte wordt gezegd dat het ubo-register een hulpmiddel voor Wwft-plichtigen zou zijn (paragraaf 5.2.9). De enige reden voor Wwft-plichtigen om het ubo-register te raadplegen, is in verband met de verplichting tot controle en melden van onjuistheden. Eerlijkheid en transparantie zou het Ministerie van Financiën sieren.
  • Men heeft de kans gemist om een toelichting te geven op bijlagen I-III bij AMLD4, zoals door AMLD5 gewijzigd (onder meer paragraaf 5.4.1). In die bijlagen staan cryptische en onbegrijpelijke teksten die toelichting behoeven.
  • Er bestaan geen passende risicobeheerssystemen om te bepalen of iemand (cliënt of ubo) een PEP is (paragraaf 5.4.5.3). Dus dit kan van Wwft-plichtigen niet worden gevraagd.
  • In artikel 35 Wwft staat dat Wwft-plichtigen hun werknemers/beleidsbepalers opleiding moeten laten volgen, het spreekt voor zich dat dit alleen op Wwft-plichtigen betrekking heeft die geen natuurlijke persoon zijn. Dat betekent dat dit artikel niet van toepassing is op Wwft-plichtigen die wel natuurlijk persoon zijn (zoals advocaten en notarissen per definitie zijn). Uit de verplichtingen die zij hebben op grond van de Wwft volgt al dat zij moeten zorgen voldoende op de hoogte te zijn.  De passage in hoofdstuk 7 over “advocaten, notarissen en overige gelijksoortige juridisch beroepen” tot en met “de naleving van de Wwft” is daarom overbodig en niet zinvol voor advocaten en notarissen. Vanzelfsprekend doen grote advocaten- en notariskantoren er goed aan in hun organisatie met de Wwft rekening te houden, maar daar hebben ze geen Wwft-leidraad voor nodig.
  • In de AVG paragraaf (8.3) ontbreekt nog steeds dat ten aanzien van betrokkenen de AVG moet worden nageleefd met onder meer informatieplicht van de Wwft-plichtige en correctierecht. Ook over de AVG-verplichtingen in het kader van risicoprofilering wordt niets gezegd.

NB Een deel van de bovengenoemde gebreken vindt zijn oorzaak in de fouten die in AMLD4/5 staan, wat echter de Nederlandse overheid niet ontslaat van de verplichting die fouten te verbeteren.

 

Eerder is over de leidraad een consultatie gehouden, waar ik aan heb meegedaan.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Personenvennootschap | Tags: , , , , | 2 reacties

Wwft-phishing mails op naam van banken | Knab

Eerder schreef ik dat e-mail als communicatiemiddel niet meer door banken gebruikt zou moeten worden. Naar aanleiding daarvan ontving ik van een relatie een mooi phishing staaltje op naam van Knab:

 

 

In mijn vorige bericht staan tips over hoe te handelen als een dergelijke phishing mail wordt ontvangen.

 


Aanvulling 29 juli 2020
Lees de reacties onder dit bericht. Mogelijk was de e-mail die ik voor vals versleet echt.

Aanvulling 18 augustus 2020
Lees Valse mail ICS dreigt met termijn van twee dagen.

Aanvulling 29 oktober 2020
Knab haalde security.nl met onaangekondigde nieuwe veiligheidsmaatregelen. Lees Knab verplicht gebruik van app voor bevestigen betaalopdrachten. Opvallend dat een nieuwe bank security-problemen heeft.

Eerder werd Knab op security.nl genoemd in Consumentenbond: nieuwe banken vaak slordiger met online privacy.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

WODC rapport over algoritmen die besluiten nemen

WODC heeft een rapport laten schrijven over “beslissingen die worden genomen door of met behulp van algoritmen“, aldus dit bericht. De onderzoekers hebben zich bezig gehouden met de volgende onderwerpen:

  • contentmoderatie,
  • zelfrijdende auto’s,
  • rechtspraak,
  • overheidsincasso bij verkeersboetes.

Zoals bekend kunnen algoritmen heel goed discrimineren; volgens de onderzoekers zouden er ook kansen voor het recht op non-discriminatie zijn.

Het doet merkwaardig aan dat in de samenvatting wordt gezegd “dat interpretaties van de bestaande ruim geformuleerde normen worden toegesneden op de specifieke inzet van het algoritme en de daarbij geldende waarden en belangen“, wat er op wijst dat de mens zich moet aanpassen bij de IT, in plaats van omgekeerd.

Niet verrassend is dat rechters niet door een computer kunnen worden vervangen:

Veel van het rechterlijke werk, en in het bijzonder het inhoudelijk beslissen van een zaak, kan niet door een algoritme worden vervangen, eenvoudigweg omdat algoritmen daartoe technisch (nog) niet in staat zijn.

De auteurs zijn naar mijn idee wat te optimistisch over de mogelijkheden om de besluitvorming te automatiseren als gewerkt wordt met vooraf vastgestelde richtlijnen, zoals in het strafrecht.

Zo te zien lijken algoritmen (of beter: IT) meer een hulpmiddel dan een besluitvormingsmethode, onder meer omdat de genomen besluiten moeten kunnen worden uitgelegd.

Voorlopig mag van mij de huis-tuin-en-keuken IT wat slimmer worden. Als dat het geval is, kan aan algoritmische besluitvorming worden gedacht.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie