Daar schrijft Jaap-Henk Hoepman over in dit artikel. Hij bespreekt het onnodig filmen en het illegale gebruik van de camerabeelden door de politie en schrijft onder meer:
De politie vind het wel best en verschuilt zich achter de verantwoordelijkheid van de individuele bewoner – die echt niet weet wat de regels zijn. En de Autoriteit Persoonsgegevens handhaaft (zoals zo vaak) niet. Dat is zeer problematisch omdat camerabeelden die niet volgens de privacyregels zijn verkregen wel in strafzaken kunnen worden gebruikt, zolang politie en justitie niet betrokken waren bij het onrechtmatig verkrijgen van de beelden. Zo ontstaat sluipenderwijs een sluitend videosurveillancenetwerk, dat er helemaal niet zou mogen zijn! (Amazon adverteerde er recent zelfs al mee.)
Terwijl de oplossing simpel is. Verplicht dat op iedere videodeurbel een klepje voor de camera zit, dat allen wegschuift als er daadwerkelijk iemand op de bel drukt. En verbiedt het opslaan van de beelden. Dan zie je wie er aanbelt (daar was de videodeurbel immers voor bedoeld), maar maak je videosurveillance onmogelijk.


De grote onderliggende waarde van het strafrecht, in het bijzonder het vooronderzoek, is waarheidsvinding. Dat er strijd ontstaat met een norm uit het privacyrecht is – wat mij betreft – niet direct “zeer problematisch”. Dat veronderstelt dat deze norm en die waarde op gelijke voet staan, hetgeen natuurlijk niet zo is. Men dient hoofd- en bijzaken wel te onderscheiden. Het blijkt vaak dat ‘privacy’-juristen daar niet sterk in zijn, omdat zij onvoldoende ingevoerd zijn in de primaire taakstelling van hun organisaties.
Er is overigens wat dat betreft nauwelijks verschil tussen de deurbelcamera en het zien van het feit in persoon (als getuige dus), behalve dat een camera betrouwbaarder is.
U heeft niet goed in de gaten dat een deurbelcamera (en andersoortige grootschalige gezichtsherkenning) iets heel anders is dan iemand in persoon zien. Ik adviseer u zich beter te verdiepen in de grote risico’s die gezichtsherkenning en andere vormen van biometrie voor burgers opleveren, aangezien die gegevens op grote schaal door datahandelaren zoals Google en Meta worden geoogst en aan iedereen die genoeg betaalt (dus ook criminelen en vijandige overheden) worden verkocht.
Biometrische risico’s zijn een onderdeel van de grote gevaren die door digitalisering voor gewone mensen (ook u en ik) ontstaan en waartegen wij ons niet kunnen beschermen. De overheid laat na om adequate maatregelen te nemen, ondanks al de privacy rampen die nu al plaats vinden (zoals het laboratoriumlek en het Odidolek).