Identificatie, telefoonnummer en e-mail in het wetsvoorstel consumentenkrediet

Ook in het consumentenkrediet speelt verificatie van de identiteit van de klant een essentiële rol. Dat is allereerst van belang vanwege de bijzondere regels die voor minderjarigen gaan gelden, zoals ik in mijn eerdere artikel al meldde.

Verder gelden de regels van de geprivatiseerde criminaliteitsbestrijding (bestrijding van ‘witwassen’ en terrorismefinanciering) ook voor de aanbieders van consumentenkrediet. In de memorie van toelichting van het wetsvoorstel wordt daar over het volgende opgemerkt bij artikel 4:34b Wft:

Voor aanbieders geldt reeds op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) dat zij de identiteit van klanten dienen vast te stellen en te verifiëren of de door de klant verstrekte identiteit overeenkomt met zijn werkelijke identiteit. Leeftijdsverificatie kan onderdeel zijn van het “ken uw klant”-proces. Bij die verificatie dient aandacht te worden besteed aan de bescherming van de consument bij de verwerking van persoonsgegevens, in het bijzonder waar het gaat om identificatie van minderjarigen.

Veilige identificatie alleen met betrekking tot de leeftijd?
In de voorgestelde tekst voor artikel 4:34b Wft staat het volgende over identificatie:

2. De aanbieder beschikt over adequate processen om, voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst, de door de consument opgegeven geboortedatum te verifiëren aan de hand van een betrouwbare bron, teneinde de werkelijke geboortedatum vast te stellen.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van alsmede de veiligheids- en betrouwbaarheidsnormen ten aanzien van de verificatie van de geboortedatum van de consument.

Daarbij valt op dat de veiligheids- en betrouwbaarheidsnormen alleen relevant worden geacht voor de verificatie van de leeftijd en niet voor andere persoonsgegevens. Dat is vreemd.

De veiligheidsrisico’s van telefonie en e-mail worden genegeerd
In een wijziging van artikel 61 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt opgenomen dat inzake de contractspartijen niet alleen de identiteit en het geografische adres worden vermeld. Toegevoegd wordt dat ook de telefoonnummers en e-mailadressen worden geregistreerd. Als het om de kredietaanbieder gaat is dat nuttig, nu veel bedrijven die met consumenten zaken doen niet meer telefonisch of of per e-mail bereikbaar zijn.

Problematisch is dat de wetgever lijkt te denken dat e-mail een betrouwbaar communicatiemiddel is, terwijl dat niet het geval is. E-mail kan onderweg worden gelezen en dat zal vanwege de digitale ontwikkelingen in toenemende mate gebeuren. Ook aan het gebruik van telefonie zijn toenemende risico’s verbonden, waar nog bij komt dat het telefoonnummer een persoonsgegeven is dat wereldwijd gebruikt wordt door datahandelaren en adtech bedrijven om mensen te profileren.

In de memorie van toelichting is over het gebruik van e-mail opgenomen:

Aan het eerste lid wordt een onderdeel toegevoegd dat bepaalt dat een adviseur gelijktijdig met het verstrekken van een advies ten aanzien van consumptief krediet een afschrift van het advies aan een consument verstrekt op een door de consument gekozen duurzame drager. Dat betekent in de praktijk dat bijvoorbeeld tijdens een adviesgesprek de consument het advies ook schriftelijk ontvangt, bijvoorbeeld op papier of per e-mail.

en elders:

Artikel 7:61 BW implementeert artikel 20 en 21 van de richtlijn. Het artikel is ten opzichte van de CCDI slechts beperkt gewijzigd. Het eerste lid wordt ingevolge artikel 20 van de richtlijn uitgebreid met de zinsnede dat ook eventuele wijzigingen in de overeenkomst op papier of duurzame drager worden opgesteld. Een duurzame drager is bijvoorbeeld een e-mail.

Het is bijzonder dat e-mail als een ‘duurzame drager’ wordt aangemerkt en dat kredietaanbieders in de memorie van toelichting worden opgeroepen om een onveilige communicatievorm te gebruiken. Dat is niet in het belang van de consument, die nu eindelijk zal moeten gaan wennen aan de noodzaak van beveiligde communicatie.
Een groot gemis aan het wetsvoorstel is dat veilige communicatie en verificatie van de ontvangst van mededelingen door de consument niet zijn voorgeschreven.

Tot slot

Hoewel het wetsvoorstel beoogt het consumentenkredietrecht aan te passen aan het digitale tijdperk, lijkt dat nog lang niet het geval.

Onbekend's avatar

About Ellen Timmer

Weblog: https://ellentimmer.com/ ||| Microblog: https://mastodon.nl/@ellent ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce en getagd met , , , , , , , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie