Lighter record-keeping obligations for data protection purposes for ‘small mid-cap companies’

In this press release the ECON, ENVI and LIBE committees of the European Parliament announce lighter GDPR rules for small mid-cap companies:

Lighter record-keeping obligations for data protection purposes
Under the new law, current SME exemptions from record-keeping obligations under the General Data Protection Regulation (GDPR) would be extended to SMCs when processing data that is not considered high-risk for the subject’s rights. The exemption will not apply to processing sensitive data including biometrics and data on ethnic origin, political opinions, religion, health, or criminal convictions. (…)

The two acts voted today form part of the fourth Omnibus package on simplification proposed by the European Commission in May 2025.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Waarom moet een deurbel altijd alles zien en bewaren?

Daar schrijft Jaap-Henk Hoepman over in dit artikel. Hij bespreekt het onnodig filmen en het illegale gebruik van de camerabeelden door de politie en schrijft onder meer:

De politie vind het wel best en verschuilt zich achter de verantwoordelijkheid van de individuele bewoner – die echt niet weet wat de regels zijn. En de Autoriteit Persoonsgegevens handhaaft (zoals zo vaak) niet. Dat is zeer problematisch omdat camerabeelden die niet volgens de privacyregels zijn verkregen wel in strafzaken kunnen worden gebruikt, zolang politie en justitie niet betrokken waren bij het onrechtmatig verkrijgen van de beelden. Zo ontstaat sluipenderwijs een sluitend videosurveillancenetwerk, dat er helemaal niet zou mogen zijn! (Amazon adverteerde er recent zelfs al mee.)

Terwijl de oplossing simpel is. Verplicht dat op iedere videodeurbel een klepje voor de camera zit, dat allen wegschuift als er daadwerkelijk iemand op de bel drukt. En verbiedt het opslaan van de beelden. Dan zie je wie er aanbelt (daar was de videodeurbel immers voor bedoeld), maar maak je videosurveillance onmogelijk.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Identificatie, telefoonnummer en e-mail in het wetsvoorstel consumentenkrediet

Ook in het consumentenkrediet speelt verificatie van de identiteit van de klant een essentiële rol. Dat is allereerst van belang vanwege de bijzondere regels die voor minderjarigen gaan gelden, zoals ik in mijn eerdere artikel al meldde.

Verder gelden de regels van de geprivatiseerde criminaliteitsbestrijding (bestrijding van ‘witwassen’ en terrorismefinanciering) ook voor de aanbieders van consumentenkrediet. In de memorie van toelichting van het wetsvoorstel wordt daar over het volgende opgemerkt bij artikel 4:34b Wft:

Voor aanbieders geldt reeds op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) dat zij de identiteit van klanten dienen vast te stellen en te verifiëren of de door de klant verstrekte identiteit overeenkomt met zijn werkelijke identiteit. Leeftijdsverificatie kan onderdeel zijn van het “ken uw klant”-proces. Bij die verificatie dient aandacht te worden besteed aan de bescherming van de consument bij de verwerking van persoonsgegevens, in het bijzonder waar het gaat om identificatie van minderjarigen.

Veilige identificatie alleen met betrekking tot de leeftijd?
In de voorgestelde tekst voor artikel 4:34b Wft staat het volgende over identificatie:

2. De aanbieder beschikt over adequate processen om, voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst, de door de consument opgegeven geboortedatum te verifiëren aan de hand van een betrouwbare bron, teneinde de werkelijke geboortedatum vast te stellen.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van alsmede de veiligheids- en betrouwbaarheidsnormen ten aanzien van de verificatie van de geboortedatum van de consument.

Daarbij valt op dat de veiligheids- en betrouwbaarheidsnormen alleen relevant worden geacht voor de verificatie van de leeftijd en niet voor andere persoonsgegevens. Dat is vreemd.

De veiligheidsrisico’s van telefonie en e-mail worden genegeerd
In een wijziging van artikel 61 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt opgenomen dat inzake de contractspartijen niet alleen de identiteit en het geografische adres worden vermeld. Toegevoegd wordt dat ook de telefoonnummers en e-mailadressen worden geregistreerd. Als het om de kredietaanbieder gaat is dat nuttig, nu veel bedrijven die met consumenten zaken doen niet meer telefonisch of of per e-mail bereikbaar zijn.

Problematisch is dat de wetgever lijkt te denken dat e-mail een betrouwbaar communicatiemiddel is, terwijl dat niet het geval is. E-mail kan onderweg worden gelezen en dat zal vanwege de digitale ontwikkelingen in toenemende mate gebeuren. Ook aan het gebruik van telefonie zijn toenemende risico’s verbonden, waar nog bij komt dat het telefoonnummer een persoonsgegeven is dat wereldwijd gebruikt wordt door datahandelaren en adtech bedrijven om mensen te profileren.

In de memorie van toelichting is over het gebruik van e-mail opgenomen:

Aan het eerste lid wordt een onderdeel toegevoegd dat bepaalt dat een adviseur gelijktijdig met het verstrekken van een advies ten aanzien van consumptief krediet een afschrift van het advies aan een consument verstrekt op een door de consument gekozen duurzame drager. Dat betekent in de praktijk dat bijvoorbeeld tijdens een adviesgesprek de consument het advies ook schriftelijk ontvangt, bijvoorbeeld op papier of per e-mail.

en elders:

Artikel 7:61 BW implementeert artikel 20 en 21 van de richtlijn. Het artikel is ten opzichte van de CCDI slechts beperkt gewijzigd. Het eerste lid wordt ingevolge artikel 20 van de richtlijn uitgebreid met de zinsnede dat ook eventuele wijzigingen in de overeenkomst op papier of duurzame drager worden opgesteld. Een duurzame drager is bijvoorbeeld een e-mail.

Het is bijzonder dat e-mail als een ‘duurzame drager’ wordt aangemerkt en dat kredietaanbieders in de memorie van toelichting worden opgeroepen om een onveilige communicatievorm te gebruiken. Dat is niet in het belang van de consument, die nu eindelijk zal moeten gaan wennen aan de noodzaak van beveiligde communicatie.
Een groot gemis aan het wetsvoorstel is dat veilige communicatie en verificatie van de ontvangst van mededelingen door de consument niet zijn voorgeschreven.

Tot slot

Hoewel het wetsvoorstel beoogt het consumentenkredietrecht aan te passen aan het digitale tijdperk, lijkt dat nog lang niet het geval.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Wetsvoorstel tot wijziging regels consumentenkrediet ingediend bij de Tweede Kamer

Op 2 april jl. is het wetsvoorstel Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet ingediend. Doel van de wijzigingen is meer rekening te houden met de digitale ontwikkelingen rondom het consumentenkrediet.

Elementen:

  • Een grotere groep kredietverstrekkers wordt onder de regels gebracht. Ook uitstel van betaling, creditkaarten met uitgestelde debitering en huur- of leasingsovereenkomsten met een optie tot koop vallen onder de regels (behoudens enkele uitzonderingen).
  • Alle kredieten moeten bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) worden geregistreerd.
  • Er gelden extra regels voor kredietverstrekking (zoals Buy Now Pay Later) aan minderjarigen.
  • Personen die geld lenen moeten geïdentificeerd worden, zodat kan worden vastgesteld  of ze meerderjarig zijn [1].
  • Het wordt verboden dat kredietverstrekker bij de kredietwaardigheidsbeoordeling gebruik maakt van bijzondere categorieën van persoonsgegevens of persoonsgegevens die via digitale sociale netwerken zijn verkregen. Onder ‘strikte voorwaarden’ kunnen wel bijzondere categorieën van persoonsgegevens worden verwerkt.
  • Het lijkt toegestaan dat kredietverstrekkers in het kader van de kredietwaardigheidsbeoordeling mogen vragen om complete bankafschriften van de aanvragers, ook al staan daar persoonsgegevens van derden en bijzondere categorieën van persoonsgegevens in. De kredietverstrekker moet de ontvangen gegevens dan wel ‘schonen’ van niet-relevante gegevens. Hoewel daar niet over wordt gerept, zal waarschijnlijk in de toekomst toegang tot de bankrekeningen van de aanvragers worden gevraagd via de open finance regels (FIDA), waar de EU mee bezig is [2].

Geautomatiseerde besluitvorming bij beoordeling kredietwaardigheid
Hoe wordt omgegaan met geautomatiseerde besluitvorming in het kader van de kredietwaardigheidsbeoordeling werd mij uit de memorie van toelichting niet duidelijk. Er wordt wel gezegd dat dit geautomatiseerd kan gebeuren, maar niet waar de grondslag te vinden is en wat de waarborgen voor de consument zijn [3]. In het wetsvoorstel kom ik er niets over tegen. Eerder meldde ik hier de kritiek van het NJCM.

Regulering financiële datahandel nodig
Het is jammer dat er niets wordt gedaan aan het Wilde Westen van de datahandel in de financiële sector, met partijen als Experian, Schufa en dergelijke, die achter de rug van burgers om persoonsgegevens oogsten zonder aan de AVG te voldoen, die vervolgens voor kredietwaardigheidsbeoordeling worden gebruikt. Het is hoog tijd dat deze sector wordt gereguleerd door middel van een vergunningensysteem, met integriteitstoetsing en controle op de gegevensverwerking.

 

Meer informatie:

 

Noten:

[1] Artikel 4:34b leden 2 en 3: “2. De aanbieder beschikt over adequate processen om, voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst, de door de consument opgegeven geboortedatum te verifiëren aan de hand van een betrouwbare bron, teneinde de werkelijke geboortedatum vast te stellen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van alsmede de veiligheids- en betrouwbaarheidsnormen ten aanzien van de verificatie van de geboortedatum van de consument.“. Zie in de memorie van toelichting de passage met de kop ‘Voorschriften inhoudende een minimumleeftijd en leeftijdsverificatie‘.

[2] Die toegang wordt nu al gevraagd door onder meer verhuurders en gokdienstenaanbieders via de huidige rekeninginformatiediensten (PSD2).
Zie in de memorie van toelichting ook de passage over het commentaar van de Autoriteit Persoonsgegevens: “De AP merkt op dat in de memorie van toelichting echter ervan wordt uitgegaan dat kredietgevers in het kader van een kredietwaardigheidsbeoordeling de daarbij behorende evenredigheidsafwegingen zelf kunnen en mogen maken. Dit zou ten onrechte zijn, aangezien het integraal opvragen van rekeningafschriften bij consumenten onder de huidige wetgeving al praktijk is en evident niet evenredig is. De AP wijst daarom op de mogelijkheid om kredietgevers aan te sporen een gedragscode op te stellen in de zin van artikel 40 AVG die door de AP wordt getoetst en waar een door de AP geaccrediteerd orgaan in de zin van artikel 41 AVG toezicht op houdt. In de gedragscode kan dan worden ingegaan op de soort persoonsgegevens die in zijn algemeenheid altijd of juist nooit nodig zullen zijn voor bepaalde categorieën kredietwaardigheidsbeoordelingen. Daar zou ook in moeten worden gewaarborgd dat persoonsgegevens die uit externe bronnen worden geraadpleegd juist zijn en zijn verkregen op een manier die rechtmatig en integer is.
Deze aanbeveling wordt opgevolgd. Artikel 4:34 Wft was en blijft ook na het implementeren van de richtlijn een open norm. Deze norm is met de implementatie ingekleed door evenredigheid naar ‘aard, duur, waarde en risico’s van het krediet’ toe te voegen aan, eerste lid, van de hiervoor genoemde bepaling. Ondanks dat de richtlijn verder geen nadere invulling geeft van de evenredigheid die vereist wordt, neemt dit niet weg dat de gegevens die kredietgevers in het kader van de kredietwaardigheidsbeoordeling kunnen opvragen breed, maar ook privacygevoelig kunnen zijn. Het opstellen van een gedragscode kan helpen. Dit initiatief zal in een separaat traject van dit wetsvoorstel worden onderzocht.“.
De passage over verkrijging van gegevens uit externe bronnen die “juist zijn en zijn verkregen op een manier die rechtmatig en integer is“, is ook relevant voor het betrekken van gegevens van datahandelaren.
In de memorie van toelichting wordt na bovenstaande passage besproken hoe moet worden omgegaan met banktransactiegegevens, onder het kopje ‘Beperking persoonsgegevens uit banktransacties‘.

[3] In de memorie van toelichting zie ik er summier iets over naar aanleiding van opmerkingen van de Consumentenbond en VFN: “De Consumentenbond wenst scherpere grenzen aan het gebruik van persoonsgegevens voor profilering en geautomatiseerde besluitvorming bij kredietverlening. De VFN geeft aan dat het niet helder is of er al sprake is van geautomatiseerde verwerking wanneer informatie elektronisch wordt opgevraagd in plaats van via papieren communicatie, of dat het begrip verder strekt. De regels inzake geautomatiseerde verwerking volgen voornamelijk uit artikel 13 van de richtlijn (dat geïmplementeerd is in artikel 7:60, vierde lid, BW) en uit artikel 18, achtste lid, van de richtlijn, dat zal landen in lagere regelgeving. Voor de bewoordingen van artikel 7:60, vierde lid, BW, wordt de richtlijntekst overgenomen van artikel 13 van de richtlijn. Er is geen ruimte voor lidstaten om striktere regels op te leggen aan partijen. Bij het opstellen van de lagere regelgeving zal gekeken worden naar de ruimte die artikel 18, achtste lid, van de richtlijn, biedt. Wat betreft de opmerking van de VFN moeten de regels inzake geautomatiseerde verwerking worden gelezen in het licht van de overwegingen in de preambule van de richtlijn. Zo volgt onder andere uit overweging 46 en 56 dat het vooral gaat om geautomatiseerde verwerking met artificiële-intelligentiesystemen en lijkt het onderscheid ‘elektronisch of op papier’ minder relevant.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Rapport WODC laat antiwitwasvooroordelen zien | Evaluatie FEC-projecten 2020-2023

Het onderzoekscentrum van het ministerie van Veiligheid (het WODC [1]) kondigde een rapport aan over de evaluatie van projecten van het samenwerkingsverband tussen overheidsinstanties en de grootbanken inzake misdaadbestrijding, het Financieel Expertise Centrum (FEC).

Uit de verslagen van de projecten in hoofdstuk 6 is op te maken dat er bij de actoren van het FEC een gemis is aan kennis, zowel over elkaar en hun informatiepositie, als over specifieke onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het juridische kader en de organisatorische positie van betaaldienstverleners. Bij alle projecten wordt gemeld dat de actoren veel kennis hebben opgedaan, wat de vraag doet rijzen of wel goed is nagedacht over de expertise van de verschillende actoren.

Hoewel de gedachte was dat het mogelijk zou zijn nieuwe rode vlaggen, indicatoren en typologieën te formuleren, bleek dat meestal niet mogelijk te zijn.

Verder valt op dat in het kader van diverse projecten onjuiste veronderstellingen van de misdaadbestrijders aan het licht kwamen. Zo dachten de misdaadbestrijders dat er in de autobranche veel contant geld zou omgaan, maar bleek dat niet het geval te zijn [2] en konden er geen illegale trustkantoren worden gevonden [3]. Bij beleggingsinstellingen kon men geen crimineel geld vinden, terwijl werd verondersteld dat dit daar op grote schaal aanwezig zou zijn [4]. Het doet denken aan het fabeltje dat kapperszaken een grote rol zouden spelen in het witwassen [5].

Het maakt duidelijk dat vooroordelen bij deze domeinexperts een grote rol spelen, vooroordelen die mogelijk gebaseerd zijn op incidenten en op onvoldoende sectorkennis.

Dat verklaart waarom de Nederlandse ‘Nationale Risk Assessments’ en de aanwijzingen van organisaties als AMLC en FIU-Nederland zo’n wereldvreemde indruk maken. Het is hoog tijd dat de kwaliteit van dergelijke uitingen aanzienlijk omhoog gaat of dat de verwachtingen (als de kwaliteit en de menskracht er niet is) wordt bijgesteld.

 

Noten:

[1] Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum.
[2] Zie het verslag van project 5, Trade-based money laundering automotive, paragraaf 6.6.
[3] Zie het verslag van project 1, Illegale trustdienstverleners. Het probleem is hier dat trustdienstverlening hoofdzakelijk het ‘beroepsmatig’ bieden van statutair bestuurders en domicilie omvat, wat niet is te onderscheiden van de reguliere bestuurderschappen en vestiging van rechtspersonen.
[4] Zie het verslag van project 3, Verkenning witwassen via beleggingsinstellingen en -ondernemingen.
[5] Lees het rapport Schone zaken, waarin in de samenvatting wordt opgemerkt: “De beautysector kan als kwetsbaar worden gezien voor ondermijnende criminaliteit vanwege de volgende kenmerken: sociaal (anonimiteit), financieel-economisch (relatief veel gebruik van contant geld), logistiek (chemicaliën voor drugsproductie) en institutioneel (eenvoudige toegang tot beroep, ook voor kwaadwillenden). In dit onderzoek zijn we ondanks deze kenmerken echter weinig empirisch bewijs tegengekomen dat erop wijst dat de beautysector daadwerkelijk wordt misbruikt voor ondermijnende criminaliteit. (…)
er lijkt sprake van een mismatch tussen de publieke perceptie en datgene wat we zien op basis van daadwerkelijk empirisch bewijs.

Dit kan mogelijk worden verklaard door het feit dat er geen diensten worden aangeboden die noodzakelijk zijn voor het criminele proces. Zoals dat wel geldt voor de transportsector (denk aan expeditiebedrijven, maar ook autoverhuurbedrijven) of de sector van bedrijfsopslagruimtes. Bovendien is de omzet van beautybedrijven vermoedelijk in de regel niet interessant genoeg voor het op grote schaal witwassen van crimineel geld. Verder lijkt het gebruik van aceton binnen nagelstudio’s niet zodanig te zijn dat deze branche interessant is om als vehikel te worden gebruikt voor de aanschaf hiervan voor de productie van harddrugs.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Naar een beter digitaal Nederland | Rathenau Instituut

Het Rathenau Instituut publiceerde aanbevelingen aan het nieuwe kabinet, lees de aankondiging en hun notitie.

In de aankondiging schrijft het instituut:

We richten ons in de notitie (pdf) op zes digitaliseringsambities uit het regeerakkoord. Veel ambities ontstijgen het mandaat van de staatssecretaris voor digitale economie en soevereiniteit. Ambitie 4 en 5 hangen bijvoorbeeld samen met het energiebeleid, het onderwijs en de gezondheidszorg.

De ambities in het kort:
1. Afbouwen van digitale afhankelijkheid (zie hoofdstuk 1)
2. Een veilige en gezonde digitale omgeving (hoofdstuk 2)
3. Een inclusief, weerbaar en respectvol democratisch proces (hoofdstuk 3)
4. De digitale en duurzaamheidstransitie gaan samen op (hoofdstuk 4)
5. Technologische innovatie voor maatschappelijke doelen (hoofdstuk 5)
6. Anticipatie op nieuwe technologie (hoofdstuk 6)

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

When National Security Becomes a Shield for Evading AI Accountability

In the article When National Security Becomes a Shield for Evading AI Accountability Ashwin Prabu and Marlena Wisniak explain:

As artificial intelligence (AI) becomes embedded in state security and surveillance across Europe, the legal safeguards meant to constrain its use are increasingly being left behind. EU member states are turning to AI to automate decision-making, expand surveillance, and consolidate state power. Yet many of these applications, particularly biometric surveillance and algorithmic risk assessments, remain largely unregulated when it comes to national security

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie

Hoepman: “Online age assurance raises thorny questions. (And privacy is not really one of them.”)

In his newest article Jaap-Henk Hoepman discusses the major problems caused by age verification:

Roughly speaking there are four problems. First of all, bad approaches to age verification or age estimation, that heavily intrude in our private lives, are already in use today. These are putting age assurance in a bad light. Truly privacy friendly forms of age verification do exist though, and are in fact used in practice as well.

Second, even for privacy friendly technologies for age verification there are restrictions that limit their usefulness in practice. I’ll explain those in some detail below.

Third, current proposals for using age verification are overly broad, aiming to place age restrictions on social media in general, and on ‘controversial’ content. In fact, all technologies for age assurance, including even the most privacy friendly ones, carry the risk of function creep: once the infrastructure to reliably enforce age restrictions is in force, it can be imposed on increasingly larger sets of websites and services.

Finally, age assurance raises important questions about control and digital autonomy, as the global infrastructural needed to implement it is already dominated by large platforms.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Minister van Financiën veegt kritiek Algemene Rekenkamer op het antiwitwassysteem van tafel

In maart werd het rapport van de Algemene Rekenkamer, ‘Gevolgen groot, opbrengsten onbekend; Onderzoek naar de anti-witwasaanpak in de bankensector‘, bekend gemaakt (mijn artikel, aankondiging Algemene Rekenkamer). Het rapport zou het ministerie van Financiën aan het denken moeten zetten.

Uit de recent door de minister van Financiën beantwoorde vragen van een lid van de Tweede Kamer blijkt daar niets van. Hij zegt dat het rapport achterhaald zou zijn door de ‘nieuwe antiwitwasaanpak’, terwijl alle door de Rekenkamer gesignaleerde problemen er in de praktijk nog steeds zijn. Het is teleurstellend dat er bij de minister en zijn ministerie zo weinig lerend vermogen aanwezig is.

Systemische fouten in het concept
Het huidige systeem van geprivatiseerde criminaliteitsbestrijding (bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering) is gebaseerd op een inherent onjuist concept afkomstig van FATF [*].
Dat concept gaat er ten onrechte van uit dat de aangewezen bedrijven (van boekhouder tot en met bank) geschikt zijn voor de aan hen toebedeelde overheidstaken (die voor allen hetzelfde zijn). Het concept is gebaseerd op een ongelofelijke hoeveelheid dubbel werk, grootschalige verzameling van vertrouwelijke gegevens (honeypots voor criminelen), discriminatie en uitsluiting van burgers en zeer hoge kosten, zonder dat is gebleken dat de opbrengst (preventie en het detecteren van criminelen) daarmee in verhouding staat.

Het is hoog tijd dat de verantwoordelijke beleidsmakers eerlijk toegeven dat het concept is mislukt.

 

[*] Met de oorsprong in de VS (zie onder meer dit), al is het concept daar niet op de Europese wijze geïmplementeerd.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Toename van nationaliteitsdiscriminatie | EU en VS

Nationaliteitsdiscriminatie wordt geïnstitutionaliseerd, dat is overal zichtbaar, onder meer aan de nieuwe Europese criminaliteitsbestrijdingsregels [*] (‘witwasbestrijding’ en bestrijding van terrorismefinanciering), die aan ondernemingen met misdaadbestrijdingstaken zoals banken voorschrijven dat alle nationaliteiten moeten worden geregistreerd. De Europese wetgever legt nergens uit welk verband er is tussen nationaliteit en het zijn van crimineel.

Misschien heeft het te maken met het door de banken opsporen van mensen met de Amerikaanse nationaliteit, zodat die mensen door banken en de Amerikaanse overheid besprongen kunnen worden met fiscale verplichtingen, ook al zijn ze fiscaal inwoner van de EU en hebben geen financiële relatie met de VS (achtergrondinformatie). Maar als dat het doel is, hoeft dat niet in de Europese criminaliteitsbestrijdingsregels te worden opgenomen en hoeft dat niet voor alle nationaliteiten te gelden.

Het registreren van de nationaliteit biedt natuurlijk volop mogelijkheden om mensen op basis van de nationaliteit te discrimineren.

Niet alleen in de EU is nationaliteitsdiscriminatie in de mode. Ook de VS wil dat gaan doen, zo blijkt uit een bericht in WSJ, Trump Administration Considers Requiring Banks to Collect Citizenship Information (betaalmuur), met als ondertitel ‘Potential executive order would enlist banks in the White House’s illegal-immigration crackdown‘.

 

 

[*] Het AML Package, waarvan de kern de nieuwe antiwitwasverordening (‘AMLR’) is. In artikel 22 AMLR staat dat witwasplichtigen de geboorteplaats en alle nationaliteiten moeten registreren en verifiëren. Het is de vraag of dit wel in overeenstemming met AVG en Handvest is.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie