EHRM uitspraak over afpakken | Petrignani e.a. tegen Italië

Afpakken van crimineel vermogen is een Nederlandse en Europese overheidshobby. Er kan geen vergadering van misdaadbestrijdingscommissies van de Tweede Kamer voorbij gaan, zonder dat de Tweede Kamer leden stoer doen over afpakken en roepen dat dit meer moet gebeuren. Nu is dat makkelijker gezegd dan gedaan, ook al probeert de wetgever dat makkelijker te maken door de bewijslast om te keren.

In mei jl. deed het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) uitspraak in een afpakzaak [1]. Kern van de zaak is dat personen die medeplichtig waren aan criminaliteit door de Italiaanse rechter veroordeeld werden tot betaling van het totale bedrag van het criminele voordeel van derden; zij waren hoofdelijk aansprakelijk. De lol van hoofdelijke aansprakelijkheid is dat het geld gehaald wordt bij rijkere daders (hier onder meer een accountant en een belastingadviseur die aan fiscale fraude hadden mee gewerkt [2]) en dat deze het dan maar moeten uitzoeken met degenen bij die het voordeel is terecht gekomen.

Dat betekent dat er eigenlijk geen sprake is van ‘afpakken’ (confisqueren), want in de gewone definitie haal je het vermogen bij degene die het onder zich heeft (ook als degene bij wie het vermogen aanwezig is zelf niet crimineel actief is geweest). De vorm van afpakken waarin meer wordt gevorderd dan het criminele voordeel van de desbetreffende mede-dader of medeplichtige is gebaseerd op de afpakregels van het Italiaanse recht [3]. Het EHRM bespreekt de relevante nationale regels en het internationale recht en EU-recht, onder meer:

43.Article49 § 3 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union provides that the severity of penalties must not be disproportionate to the relevant criminal offence.

Als zodanig is afpakken legitiem, zo oordeelt het EHRM [4]. Echter, artikel 1 van het Eerste Protocol eist dat de inbreuk op eigendom proportioneel moet zijn:

132. Article 1 of Protocol No. 1 also requires that any interference be reasonably proportionate to the aim it pursued. In other words, a “fair balance” must be struck between the demands of the general interest of the community and the requirements of the protection of the individual’s fundamental rights. (…)

134. Furthermore, the Court has, on many occasions, noted that although Article 1 of Protocol No. 1 contains no explicit procedural requirements, domestic proceedings must afford the aggrieved individual a reasonable opportunity of putting his or her case to the responsible authorities for the purpose of effectively challenging measures interfering with the rights guaranteed by this provision (…)

137. As regards punitive confiscation orders, (…) In order to be proportionate, the interference should correspond to the severity of the infringement, and the sanction to the gravity of the offence it is designed to punish

In de onderhavige zaken voldoet het Italiaanse recht niet aan deze eisen, onder meer om deze reden:

140. As to the first, the Court notes that the confiscation of amounts exceeding the applicants’ shares of the proceeds was unrelated to their role in the commission of the crimes or to the gravity of their conduct. The domestic courts did not examine whether the applicants’ particular contributions to the commission of the offences justified finding them jointly liable: they simply applied joint liability automatically. The Court has already found that there are no clear criteria for deciding the extent of a confiscation order and that, even assuming that in practice the criterion is that of the co-offenders’ financial position, it would not be related to their criminal conduct (see paragraphs 105-106 above). The Court finds that the order was not proportionate to the punitive purposes it pursued (see paragraph 137 above).

Het EHRM vindt ook de verschuiving van het verhaal naar mede-daders niet rechtmatig [5], zodat artikel 1 van het Eerste Protocol wordt overtreden:

150. Given the nature and purposes of the confiscation orders in question, the Court finds that shifting the responsibility of recovering the co-offenders’ shares of the proceeds from the domestic authorities to the applicants was not justifiable and imposed an excessive burden on the applicants. It therefore finds that making the confiscation orders on the basis of joint liability was not proportionate to the aims pursued.

Het EHRM komt tot de conclusie dat de Italiaanse staat heeft gehandeld  in strijd met artikel 7 van het EHRM voor zover het eiser Curci betreft (bij de twee anderen is dat niet het geval), omdat er geen juridische basis was voor aansprakelijkstelling voor het gehele criminele voordeel [6] en voorts dat de handelswijze in strijd  is met artikel 1 van het Eerste Protocol (alle eisers). De staat wordt tot betaling van vergoedingen veroordeeld.

 

Noten:

[1] EHRM-uitspraak 28 mei 2026, nrs. 26187/14, 24511/21, en 31161/22, Petrignani e.a. tegen Italië, ECLI:CE:ECHR:2026:0528JUD002618714.

[2] “Petrignani … provided support and assistance to the co-defendants and their companies in the commission of a number of tax-related crimes. He was charged with the offences of membership of a criminal organisation under Article 416 of the Italian Criminal Code (CC) and of tax-related crimes under Articles 2 and 8 of Legislative Decree no. 74 of 2000“; “Curci … a tax consultant, was accused of having provided support and assistance to a large number of companies in the context of a widespread tax evasion scheme“.

[3] Dit wordt in randnummer 19. beschreven, “Article 240 of the CC, which forms part of a chapter dedicated to “preventive orders against property” (misure di sicurezza patrimoniali), provides for a direct form of confiscation. The provision reads as follows: “1. In the event of conviction, the judge may order the confiscation of things that were used or were intended to be used in the commission of the offence [in question], and of the things that constitute the product or proceeds of the offence. (…)“. Dus ook “the things that constitute the product or proceeds of the offence“, oftewel het crimineel behaalde voordeel.

[4] Randnummers 129-131.

[5] Randnummers 142-150.

[6] Aldus randnummers 126-128.

 

 

Lees de berichten op deze site over afpakken.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Hubert | Do not invite big-tech to join your digital autonomy discussion

Bert Hubert published this autonomy article: Do not invite big-tech to join your digital autonomy discussion.

His opinion:

If you invite US big tech to your event, you’ll spend some of your time listening to fairy tales. And if you are lucky someone is present to debunk these stories. But still, if Amazon just got 10 minutes of speaking time to talk about their supposedly sovereign cloud, and then someone else says it is not true, the meeting is still left with the impression that it could be true. The issue has successfully been “both-sidesed”. Also, you lost 15 minutes of your day.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

Weg met de AI-eenheidsworst, onze menselijkheid staat op het spel (podcast)

Beluister bij De Correspondent de podcast van Bregje Hofstede:

‘Weg met de AI-eenheidsworst, onze menselijkheid staat op het spel’.

Dit is een podcast, onder meer te beluisteren via deze url voor abonnees, of deze openbare url met ook het artikel, en via diverse podcast kanalen, onder meer spotify en Apple.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Mislukt concept privatisering criminaliteitsbestrijding geïllustreerd door accountants

Het artikel ‘Poortwachters aller beroepen: verenigt u’ op de site van de beroepsorganisatie van accountants maakt helder dat het internationale FATF-concept tot privatisering van de misdaadbestrijding (‘witwasbestrijding’ en bestrijding terrorismefinanciering) een grote en dure mislukking is.

Dat komt onder meer door:

  • het dubbele werk dat iedereen moet doen, wat leidt tot een behoefte aan ‘samenwerking’ en ‘gegevens delen’, waarvoor in het artikel wordt gepleit;
  • de one-size-fits-all regels die van de boekhouder en accountant hetzelfde verwachten als van de bank;
  • de complete desinteresse voor de verschillende posities waarin witwasbestrijdingsplichtigen zitten, zo kennen banken hun klanten niet (ze zien alleen transacties [1]) en zien safeloketaanbieders geen transacties;
  • groot geloof in ‘tone at the top‘ [2] en  volledige desinteresse in vaardigheden en doenvermogen;
  • de ongebreidelde behoefte van overheden aan bewijs van onschuld (“enorme dossiervorming“), wat leidt tot zeer riskante, omvangrijke gegevensverzamelingen, vol met persoonsgegevens en honeypots voor criminelen;
  • bewuste medewerking (medeplichtigheid e.d.) [3] wordt op één hoop gegooid met onkunde op het gebied van misdaadbestrijding;
  • het concept witwassen dat is uitgevonden omdat daarmee op een makkelijke wijze iemand als crimineel kan worden bestempeld (dus: luie wetgeving van Amerikaanse snit) [4].

Opvallend is dat BFT-bestuurder Pheijffer (toezichthouder voor de accountants!) in het artikel wordt opgevoerd als hoogleraar. Dat is weinig transparant van de accountantssite en maakt duidelijk dat tegenstrijdig belang een moeilijk onderwerp voor accountants is.

Tot slot
Anders dan in het artikel wordt verondersteld, is niet de oplossing om door te gaan met het vreemde systeem om accountants en andere witwasbestrijdingsplichtigen taken te geven waar ze niet geschikt voor zijn. De oplossing is om het systeem nieuw op te zetten en alleen relevante partijen in te schakelen voor taken die ze aan kunnen. Dus banken voor transactiemonitoring, accountants voor beoordeling van de financiële gegevens, enzovoorts. De rol van mkb-ondernemingen moet worden beperkt tot eenvoudig behapbare taken. Het is onzinnig om van een makelaar of safeloketaanbieder te verwachten de structuur van een ondernemingscliënt te doorgronden; de compliance industrie gaat daar geen oplossing voor bieden.

Als dat niet gebeurt, gaat de mateloze geldverspilling door en zullen uitsluiting en discriminatie blijven bestaan

 

Noten:

[1] In het artikel staat “banken bouwden slechts beperkt kennis op over hun cliënten“, wat een vreemde opmerking is want banken zijn digitale dienstverleners die hun klanten in het algemeen niet kennen.

[2] “Met de juiste tone at the top, met leiderschap dat vertrouwen uitstraalt en de uitdagingen met de nodige lef durft aan te pakken, bereik je als organisatie het meest.” Kan waar zijn, maar dan moet wel rekening gehouden met de positie van de witwasbestrijdingsplichtige.

[3] De voorbeelden van BFT bestuurder Pheijffer gaan over criminele accountants, niet over naleving van de antiwitwasregels, dat hoort in het strafrecht thuis. De witwasbestrijdingsregels zijn niet gericht op criminelen maar op niet-criminelen die criminelen moeten opsporen.

[4] Zie de passage onder het kopje ‘Ondermijning’.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Europese monitoring van geldstromen en het ProtectEU Package

Een punt van aandacht is of in het ProtectEU Package (waar ik vandaag over schreef) al het door de Europese Commissie dit voorjaar aangekondigde financiële sleepnet zit.
In februari jl. werd door de Commissie een antiterrorisme agenda aangekondigd [1]. In die agenda staat onder meer:

In order to close existing gaps in tracking terrorist financing, the Commission will launch a study in early 2026 to assess and identify the measures necessary to establish a future new EU-wide system to enable the retrieval of financial data for the purpose of tracking terrorist financing and organised crime proceeds. This system should be established by 2030 and aim to cover intra-EU and Single European Payment Area (SEPA) transactions, crypto asset transfers, online and wire payments or transfers.

Dit klinkt als een grootschalig sleepnet en lijkt te betekenen dat alle transacties in het EU-gebied door een Europese instantie worden geanalyseerd.

In een fiche voor de Tweede Kamer uit mei 2025 over ProtectEU [2] werd gesproken over “een versterkte aanpak van criminele geldstromen“, waarbij

een rol [is] voorzien voor de nieuwe anti-witwas autoriteit, … er aandacht [is] voor ondergronds bankieren en de mogelijke link tussen crimineel verkregen vermogen en terrorismefinanciering

Voorts wordt in de fiche gesproken over de nieuwe EU-agenda voor het voorkomen en tegengaan van terrorisme en gewelddadig extremisme, met onder meer:

Ook kondigt de Commissie aan een nieuw EU-systeem te onderzoeken om criminele geldstromen en terrorismefinanciering te kunnen volgen (‘tracken’).

Het zal interessant zijn om te zien of dit monitoringsysteem in het ProtectEU Package zit en zo ja, of de EU bereid is om de grondrechten van burgers te respecteren en te zorgen voor adequate waarborgen.

 

Noten:

[1] Zie mijn artikel New counterterrorism agenda of the Commission van 15 maart jl.
[2] De Fiche: Mededeling EU-Interne Veiligheidsstrategie van 9 mei 2025.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Na het succes van het AML Package komt nu het ProtectEU Package er aan

In de EU viert men het succes van het antiwitwaspakket (AML Package), waarmee de misdaadbestrijding verder wordt geprivatiseerd naar bedrijven. Dat pakket zal vanaf medio volgend jaar kunnen gaan zorgen voor intensieve surveillance van de handel en wandel van iedere burger en organisatie in de EU. In deze Europese regels, met als hoofdelement de antiwitwasverordening (AMLR), spelen banken een centrale rol, die niet alleen transacties moeten monitoren maar ook activiteiten van hun klanten in de gaten moeten houden en alle vermoedens van criminaliteit moeten melden. Naar verwachting zullen de banken gebruik maken van de mogelijkheden van het antiwitwaspakket om gezamenlijk te monitoren en meer gegevens uit te wisselen. Het systeem wordt in alle stilte voorbereid, waarbij ook wetenschappers zijn betrokken (artikel).

De Europese wetgever zit niet stil als het om criminaliteitsbestrijding gaat.

ProtectEU Package bekend gemaakt
In april 2025 werd de ‘ProtectEU’ strategie bekend gemaakt. Onderdeel van die strategie is toegang voor de autoriteiten tot vertrouwelijke communicatie van iedere burger (bijvoorbeeld messaging via whatsapp of signal), ook bekend onder de aanduiding ‘lawful access to data for law enforcement‘. Daarmee wordt het digitale briefgeheim ondergraven, wat volgens security experts grote risico’s voor iedere burger oplevert.
Iets meer dan een week geleden is het ProtectEU wetgevingspakket door de Commissie bekend gemaakt, lees het persbericht van de Commissie met de lijst van wetgevende voorstellen. In die voorstellen wordt het antiwitwaspakket geïntegreerd en speelt de nieuwe antiwitwasautoriteit AMLA een belangrijke rol.

Kritiek
De coalitie van burgerrechtenorganisaties Protect Not Surveil, met onder meer EDRi,  heeft hun eerste reactie bekend gemaakt: De voorgestelde hervorming holt de privacy op gevaarlijke wijze uit, zorgt voor geautomatiseerde surveillance en zet het toezicht op een zijspoor [*].

In het artikel wordt onder meer opgemerkt dat nieuwe mandaat voorziet in een automatische en systematische upload naar de databases van Europol van informatie die door nationale politiediensten wordt uitgewisseld en beheerd. De coalitie vreest dat dit zal leiden tot een toename van het aantal personen van wie de persoonsgegevens op onrechtmatige wijze door Europol worden geraadpleegd. De al bestaande IT-systemen „Europol Analytical Environment“ en de „Europol-cloudinfrastructuur“ zullen worden gelegaliseerd, alsmede het hosten van een „Police Shared Data Space“, aldus de coalitie. De gegevensbeschermingswaarborgen zullen worden afgezwakt, onder meer door het gebruik van biometrische gegevens te vergemakkelijken en door de rol van de Europese gegevensbeschermingstoezichthouder EDPS te beperken.

Tot slot
Zou er naar de burgerrechtenorganisaties worden geluisterd? Is er belangstelling bij de Europese wetgever voor grondrechten? We gaan het zien.

 

 

Noot:

[*] Vertaling van ‘Proposed reform dangerously erodes privacy, automates surveillance, and sidelines oversight‘.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Consultatie over wijzigingen rechtspersonenrecht | het Engels rukt op

Het ministerie van Veiligheid is een internetconsultatie gestart over wijzigingen van boeken 2, 6 en 8 Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten (tot en met 10 juli a.s.). Algemene informatie is in de aankondiging te vinden. De wijzigingen betreffen onder meer de informatie die wordt verstrekt bij derdenbeslag aan de derde en voorlopige voorzieningen in het echtscheidingsrecht.

Wijzigingen regels bv’s en nv’s

Voor het rechtspersonenrecht zijn de in artikel I van het consultatievoorstel genoemde wijzigingen relevant. Die betreffen onder meer het gebruik van de Engelse taal in statuten van naamloze vennootschappen en de raadgevende stem van de directieleden.

Engelse taal
Over het gebruik van de Engelse taal staat in de consultatietoelichting:

Sinds 1 januari 2024 is het al mogelijk dat de akte van oprichting van een BV die wordt opgericht bij elektronische notariële akte, kan worden verleden in de Engelse taal. Een dergelijke Engelse akte kan thans worden gewijzigd via een in het Engels verleden akte van statutenwijziging.

Met voorliggende wijziging wordt het, ten eerste, mogelijk om ook de akte van oprichting van de NV te verlijden in de Engelse taal. Ten tweede wordt geregeld dat een akte van statutenwijziging van de NV in het Engels kan worden verleden. Daarvoor is vereist dat de vennootschap, waarvan de statuten worden gewijzigd, is opgericht bij notariële akte die is verleden in de Engelse taal en dat de taal van de statuten nadien niet is gewijzigd. Deze mogelijkheid is met name van toegevoegde waarde voor NV’s waarvan de aandelen aan een beurs zijn genoteerd. Vanwege de aanwezigheid van niet-Nederlandse aandeelhouders is Engels vaak de voertaal bij deze vennootschappen.

Ten derde wordt het mogelijk om, ook indien een BV niet is opgericht bij elektronische notariële akte, de akte van oprichting van een BV en een statutenwijziging in het Engels te verlijden. De genoemde drie wijzigingen dragen bij aan de flexibiliteit van het NV-recht.

Het maakt duidelijk dat de Engelse taal oprukt in het Nederlandse recht.

Raadgevende stem
De tekst in boek 2 Burgerlijk Wetboek over de ‘raadgevende stem’ van de directie wordt verduidelijkt, aangezien dit een adviesrecht (en geen stemrecht) is. In de voorgestelde tekst worden de leden van de directie in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen aan de algemene vergadering.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Kapitaalvennootschappen, Oprichting, Procesrecht, rechtspraak, Rechtspersonenrecht | Plaats een reactie

AMLA disregards the framework of the AML Package and neglects fundamental rights

It is concerning to see that, in its draft implementing rules regarding groups of companies with anti-money laundering obligations [1], the new European authority, the Authority for Countering Money Laundering and Financing of Terrorism (AMLA), is not remaining within the framework of the Anti-Money Laundering Regulation (AMLR) [2] and is disregarding data protection principles.

This is show by the consultation response of the European Banking Federation (EBF) [3].

Examples in the EBF response:

No basis in AMLR (‘Level 1 framework’)

page 2:
Moreover, the draft RTS appears to extend the scope of information sharing beyond what is foreseen in the AML Regulation (Level 1 text). (…) As a Level 2 instrument, the RTS should remain strictly aligned with the mandate set by the Level 1 framework to ensure legal certainty and avoid an unintended broadening of information-sharing obligations.“.

page 2:
The RTS imposes a number of specific requirements beyond AMLR Art. 16, including the obligation to establish a dedicated group-level organisation and coordination body with sufficient decision-making powers and a group AML/CFT officer“.

page 5:
The Level 1 basis for this duplication is not clear, and it may create unnecessary administrative burden without commensurate supervisory benefit.“.

page 6:
The reliance prohibition in Art. 15(b) appears broader than Art. 49 AMLR, as it may apply even where the underlying impediment does not directly affect the reliability of CDD, and should therefore be narrowed to ensure proportionality.“.

Data protection issues

page 4:
However, the use of “shall” and “at least” in Art. 4(1) is overly prescriptive and may be read as requiring systematic sharing of all listed categories, regardless of customer risk, purpose or information availability. (…) Intra-group sharing should be limited to information directly relevant or necessary in light of the ML/TF risks identified for that customer; the RTS should not authorise routine transfers of verification data or complete customer files. Sharing identifying data requires a clear legal basis.“.

page 4:
the inclusion of counterparty transaction data appears to extend beyond L1 (Arts. 16/17 AMLR): no extension of scope to TFS should be introduced via L2 measures). Art. 4(2): the extension of info sharing to customers linked through BO or group/structure affiliation goes beyond Art.16(3)AMLR.“.

page 5:
Broad data sharing under art.4 conflicts with GDPR data minimisation. The list shouldn’t be treated as a minimum that must always be shared, and the words “at least” should be deleted. Art. 4(1)(a) requires sharing identification and verification documents, which may include national identification numbers. Art. 4(2) requires OEs to identify common customers across the group portfolio, requiring processing of the entire customer database before any specific ML/TF risk is identified. This may not be lawful under GDPR absent an explicit legal basis/proportionality justification. AMLA should clarify the GDPR legal basis and necessity test for each data category covered by the RTS. Arts. 4/7/10 suggest that customer or beneficial owner consent may overcome legal restrictions on info sharing. While consistent with Del. Reg. (EU) 2019/758, consent under GDPR must be freely given and may be withdrawn at any time, limiting its reliability as a legal basis for AML/CFT obligations. AMLA should clarify that consent cannot be relied on where invalid under data protection law and that, where consent is refused/withdrawn, the consequences should be addressed under the AML framework.“.

page 5:
Art.10(1)(c), Arts. 11(1)(b) and 14(1)(b) refer to beneficial owner consent as a mechanism for overcoming third-country legal restrictions. (…) While obliged entities are required to assess whether customer or beneficial owner consent can be used to legally overcome restrictions, this should not be interpreted as a general or standalone solution. In particular, under GDPR, consent must be freely given and may be withdrawn at any time, which limits its reliability as a basis for AML/CFT compliance.“.

page 6:
Art. 15(1)(e) envisages as an additional measure the documentation of source of funds, source of wealth and destination of funds. Applying such a measure to all customer types appears disproportionate and should instead cover higher-risk business relationships, similarly to point (d). We also note that the documentation of source of wealth goes beyond the scope of the corresponding provision of Commission Delegated Regulation 2019/758. Art. 15(1)(f) should not be interpreted as imposing blanket enhanced monitoring at onboarding, as this would assume a uniform high-risk classification for all third-country clients and would not be consistent with a risk-based approach.“.

page 7:
Limitations of the consent-based approach
Arts. 10–14 rely on customer or beneficial owner consent as the primary mechanism for addressing legal impediments to information sharing (Arts. 10(1)(b) and (c), 11(1)(b) and (c), and 14(1)(b) and (c)). Where consent cannot be obtained or is ineffective, obliged entities are required to apply the additional measures set out in Art. 15 and, ultimately, to consider termination of the business relationship or account closure.
In practice, this approach may be difficult to implement in certain jurisdictions, including the PRC and Hong Kong. Consent is often not a comprehensive solution where the restriction on information sharing arises from regulatory or legal requirements rather than from the data subject’s rights. In particular, consent may not be legally effective in relation to sanctions-related disclosures, and certain restrictions, such as blocking statutes, may apply irrespective of whether the customer or beneficial owner has provided consent.“.

page 10:
Potential application to non-obliged entities
Art. 21(3) appears to imply that non-obliged entities within a structure may be required to share information. If this is the intended scope, the provision would have a disproportionate and far-reaching impact, extending AML information-sharing obligations to entities that are not subject to AMLR and that have no established AML compliance framework. AMLA should clarify the intended scope of Art. 21(3) and, where appropriate, limit its application to entities subject to the AMLR. If non-obliged entities are intended to fall within scope, there should be an explicit legal basis in the AMLR for this extension. In the absence of a clear legal basis, Art. 21(3) should be amended to limit its scope to obliged entities within the structure.“.

 

It shows that the AMLA lacks sufficient legal expertise and that there is a lack of attention to data protection and data minimisation. That does not inspire confidence in what is to come under the AMLR.

 

Notes:

[1] The draft RTS on group-wide minimum requirements and additional measures for subsidiaries and branches in third countries as consulted until 15 June 2026.

[2] AMLR comes into effect 10 July 2027.

[3] Announcement: EBF feedback on AMLA Draft RTS on group-wide minimum requirements, document with the response (pdf).

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Leeftijdsverificatie is in de mode | maar geef je je gegevens aan een datagraaier? [2]

De titel van mijn eerdere artikel is onverminderd actueel, nu de berichten over verplichte leeftijdsverificatie en identificatie overal verschijnen en overheden allerlei private bedrijven willen verplichten tot leeftijdsverificatie en identificatie, zonder te regelen dat dit alleen mag bij een nationale onafhankelijke gecertificeerde aanbieder, die niet meer persoonsgegevens dan nodig aan het private bedrijf verstrekt.

Onderstaand een greep uit de vele identificatie artikelen die ik de afgelopen tijd tegen kwam:

Geplaatst in Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Initiatiefnota leden Tweede Kamer over beperking giftenaftrek

Enkele leden van de Tweede Kamer hebben een initiatiefnota ingediend [1] waarin zij voorstellen de giftenaftrek te beperken tot maatschappelijke organisaties die “waarde creëren voor de samenleving” [2]. Het komt er op neer dat alleen organisaties die overheidstaken overnemen voor giftenaftrek in aanmerking komen. Dat kan betekenen dat giften aan overheidskritische nonprofitorganisaties zoals Amnesty International en Urgenda niet langer aftrekbaar zijn. Daar staat dan tegenover dat die ‘nuttige’ maatschappelijke organisaties volgens het voorstel sneller voor giftenaftrek in aanmerking komen.

Als dit plan lukt, is het een mooie manier om maatschappelijke tegenspraak uit te schakelen.

 

Noten:

[1] De initiatiefnota van Inge van Dijk, Grinwis en Struijs staat op de agenda van de commissie Financiën van de Tweede Kamer van 2 juli a.s.

[2] Zie ook andere passages in de initiatiefnota, zoals “De giftenaftrek sluit aan bij het idee dat maatschappelijke vraagstukken niet alleen door de overheid worden aangepakt, maar ook door burgers en maatschappelijke organisaties. Door giften aan initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld zorg, armoedebestrijding, cultuur en levensbeschouwing te ondersteunen, draagt de giftenaftrek bij aan een diverse en betrokken samenleving.” en “Het doel is om te komen tot een eenvoudiger, transparanter en effectiever systeem, waarin maatschappelijke waardecreatie leidend is.“.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, Not-for-profit | Tags: , | Plaats een reactie