Vanaf 2018 loopt de behandeling van het wetsontwerp dat alle nonprofitorganisatie in het verdachtenbankje plaatst wegens vermeende ongewenste ‘geldstromen’, lees mijn allereerste bericht over het voorstel op deze site.
Verwerping door de Eerste Kamer
Het goede nieuws is dat de Eerste Kamer vandaag het voorstel voor de ‘Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties‘ (Wtmo) heeft verworpen, zo valt in dit nieuwsbericht te lezen. Over de bezwaren tegen het voorstel staat in het bericht:
Tijdens het debat met minister Van Weel van Justitie en Veiligheid op 17 maart bleek dat de Eerste Kamer het eens was met de regering dat ondermijning van de rechtsstaat moet worden tegengegaan. Een deel van de Kamerleden betwijfelde of dit wetsvoorstel daarvoor het juiste middel is. Zij stelden vooral vragen bij de proportionaliteit en uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Er waren zorgen of dit middel in redelijke verhouding staat tot het doel.
Zowel burgemeesters als het Openbaar Ministerie (OM) hadden aangegeven dat zij de wet niet goed kunnen uitvoeren en handhaven. Ook vonden de Kamerleden het begrip ‘ondermijning’ onvoldoende onderbouwd.
De fracties van SGP, VVD, PVV en JA21 stemden voor het wetsvoorstel in de veronderstelling dat het voorstel nut zou hebben, in het nieuwsbericht als volgt samengevat:
Voorstanders van het wetsvoorstel waren van mening dat de overheid met dit wetsvoorstel een instrument in handen zou hebben om tegen te gaan dat geldstromen uit onvrije en antiwesterse landen worden ingezet om de Nederlandse samenleving te ondermijnen.
Ook wordt het standpunt van de minister vermeld dat aansluit bij de VVD-wensen. De verwerping komt niet helemaal als een verrassing, want tijdens het debat in de Eerste Kamer was er veel kritiek, lees het bericht op de Eerste Kamer site, waarin van het debat van 17 maart verslag wordt gedaan.
Reactie
De Stichting Donateursbelangen reageerde verheugd op de verwerping, lees hun artikel.
Het is vast nog niet afgelopen
Op 19 maart jl. werd een brief aan de Tweede Kamer van de minister van Veiligheid bekend gemaakt, waarin de minister zegt dat hij gaat optreden tegen de vermeende geldstromen naar nonprofit organisaties. Toen was de stemming nog niet geweest, maar het maakt wel duidelijk dat de minister zich waarschijnlijk niet bij de verwerping gaat neerleggen. De minister schrijft onder meer:
Voor organisaties die onze democratische rechtsorde ondermijnen door extremisme en terrorisme te bevorderen en geweld te verheerlijken is geen plaats in Nederland. Het kabinet is er alles aan gelegen om tegen dergelijke organisaties op te treden. Ook dient te worden voorkomen dat er financieringsstromen ons land binnenkomen die leiden tot ongewenste inmenging, zoals de financiering van terrorisme of politieke beïnvloedingsactiviteiten.
Op 15 mei 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de resultaten van de internationale verkenningen naar de mogelijkheden om dergelijke organisaties te verbieden en ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan. Deze resultaten gaven aanleiding tot nader onderzoek. (…)
uist bij organisaties die een bedreiging vormen voor onze democratische rechtsorde door banden te hebben met terroristische organisaties, door extremisme en terrorisme te bevorderen en door geweld te verheerlijken, vindt het kabinet het van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium vanuit de Rijksoverheid normstellend en effectief op te kunnen treden. Uit het nadere onderzoek volgt dat Frankrijk en Duitsland met een bestuursrechtelijk model effectief lijken in het vroegtijdig optreden tegen dergelijke organisaties. Daarom wil het kabinet concreet onderzoeken of – naast de civielrechtelijke procedure van 2:20 BW – een dergelijk bestuursrechtelijk model ook in het Nederlandse rechtssysteem vorm zou kunnen krijgen en toegevoegde waarde zou kunnen hebben.
Daarbij acht het kabinet het van groot belang om, mede naar aanleiding van hetgeen met uw Kamer en de Eerste Kamer is gewisseld ten aanzien van de initiatiefwet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties, zorgvuldig te kijken naar heldere, specifieke en duidelijk afgebakende gronden op basis waarvan een organisatie bestuursrechtelijk verboden kan worden. Dit om te zorgen dat alleen díe organisaties worden geraakt die onze democratische rechtsorde ondermijnen door extremisme en terrorisme te bevorderen. (…)
Ongewenste buitenlandse financiering
Nader onderzoek naar instrumenten om ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan heeft laten zien dat andere landen een verscheidenheid aan maatregelen kennen die zich afzonderlijk richten op specifieke vormen van ongewenste buitenlandse financiering. Hierbij is er niet één concrete maatregel die doeltreffend alle vormen van ongewenste buitenlandse financiering kan aanpakken. Omdat andere landen, net als Nederland, maatregelen kennen op het gebied van terrorismefinanciering en witwassen, is in het nadere onderzoek gekeken naar de inrichting van (transparantie)registers en wat Nederland hiervan zou kunnen leren. Denemarken hanteert een register waarin personen of organisaties zijn opgenomen van wie Deense instellingen geen financiële middelen boven de drempelwaarde mogen ontvangen. België kent verschillende registers om ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan, waarvan één gericht op maatschappelijke organisaties en een specifiek register voor religieuze organisaties. Het Verenigd Koninkrijk hanteert een register om politieke beïnvloedingsactiviteiten tegen te gaan.
Naar aanleiding van de uitkomsten van dit nadere onderzoek acht het kabinet het van belang om, net als andere landen, verschillende instrumenten in plaats te hebben om ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan. Om effectief op te kunnen treden dienen deze instrumenten zich op specifieke vormen van financiering te richten. Immers, uit eerdere onderzoeken en adviesaanvragen volgt dat een generieke benadering om ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan op bezwaren stuit en onvoldoende effectief is.
Wie meer over de gedachten van de minister wil weten, doet er goed aan de complete brief te lezen. Bij die brief hoort ook het verslag van het onderzoek.