Ontluisterend beeld van de houding minister van Financiën ten opzichte van slachtoffers van FATCA / Woo-verzoek deel 1

Onlangs zijn via een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten inzake de voorgeschiedenis van FATCA bekend geworden. Die documenten laten een ontluisterend beeld zien van hoe de Nederlandse overheid om gaat met de eigen (fiscale) inwoners.

Geen aandacht voor grondslag verstrekking persoonsgegevens aan de VS
Zo wordt er geen aandacht besteed aan het feit dat zowel de destijds geldende privacywetgeving als artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM (bescherming eigendomsrecht) voorschrijven dat het nodig is dat getoetst wordt of er een juiste wettelijke grondslag is voor verschaffing van persoonsgegevens aan een buitenlandse mogendheid, zeker als dat een mogendheid van buiten de EU is. De minister van Financiën volstaat met de opmerking dat het ‘nu eenmaal zo is’:

(Bron: factsheet drempel en weigeren cliënten, document nummer 3.
De nummers van de openbaar gemaakte documenten, via deze pagina te vinden, staan rechts onder in.)

Zie ook het antwoord op een vraag (document 78):

en deze tekst uit een parlementair document (nummer 82):

Zowel op grond van de destijds geldende databeschermingsregelgeving als op grond van de AVG geldt de eis dat er voor gegevensuitwisseling met overheden een een wettelijke grondslag is (Nederlandse wet of Europese wet) dan wel sprake is van een taak van algemeen belang, waarbij ook getoetst moet worden of de verplichting tot het doen van aangifte respectievelijk de heffing wel proportioneel is en geen buitensporige last oplegt aan betrokkene. Deze eis wordt ook door artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM gesteld. Deze vereisten zijn destijds door de Nederlandse rijksoverheid volledig genegeerd en dit gebeurt nog steeds.

Men gaat niet in op het feit dat Citizenship Based Taxation (‘CBT’) een afwijkend belastingsysteem is dat de VS als enige ter wereld hanteert; de rest van de wereld gaat uit van Residence Based Taxation (‘RBT’). Verder ontbreekt dat er geen wettelijke grondslag in een Nederlandse wet is, want in de de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) staat niets over de persoonsgegevens die de VS wenst te ontvangen. Voor zover er al iets in de WIB is te vinden (wat ik betwist) is het alleen een doorgeefluik. De wettelijke grondslag voor verschaffing van persoonsgegevens aan de VS is in de Amerikaanse regelgeving te vinden en dat kwalificeert niet automatisch op grond van Europees en Nederlands recht. Alleen na een grondige toetsing van het belastingsysteem kan worden besloten of verschaffing van gegevens gewenst is; die grondige toetsing heeft niet plaats gevonden (logisch zou zijn om CBT niet en RBT wel te accepteren).

Ook was men destijds al op de hoogte van andere discriminatoire elementen in de Amerikaanse wetgeving, die er toe leiden dat mensen met Amerikaanse nationaliteit (ook al zijn ze fiscaal inwoner van de EU) door financiële instellingen worden geweigerd en weigert men daar maatregelen tegen te nemen:

(Bron: factsheet drempel en weigeren cliënten, document nummer 3)

Ook deze discriminatoire praktijken worden klakkeloos geaccepteerd. De minister geeft toe dat Nederland zich laat afpersen door de VS:

(Bron: factsheet Amerikaanse personen en aangifteplicht, document nummer 13)

Er wordt gemakkelijk gepraat over het afstand doen van de nationaliteit, terwijl dat moeilijk en kostbaar is.

Ook destijds werd al gesignaleerd dat het systeem het ongewenste gevolg heeft dat wijzigingen in Amerikaanse regelgeving rechtstreeks doorwerken:

Hier is niets mee gedaan. Het heeft tot gevolg dat geen enkele toetsing plaats vindt van nieuwe Amerikaanse regelgeving, die tot gevolg kan hebben dat er nog meer persoonsgegevens van fiscale inwoners van de EU moeten worden verschaft in strijd met fundamentele Europese rechtsbeginselen.

Resumerend: allereerst dient de worden voldaan aan de eis dat er een wettelijke grondslag dan wel gelijkwaardige grondslag is voor het verschaffen van persoonsgegevens aan de VS en dat getoetst wordt wat de VS verlangt van fiscale inwoners van Nederland en wat de VS met die persoonsgegevens gaat doen redelijk en proportioneel is. Ik ben van mening dat destijds niet aan deze eis werd voldaan en dat dit nog steeds niet het geval is.

Databescherming is meer dan doorgifte
De minister van Financiën doet alsof het bij databescherming alleen gaat om doorgifte aan de VS, lees bijvoorbeeld de bewering dat de VS aan de vereisten van de Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes zou voldoen (overigens ken ik ook geluiden dat die toetsing niet veel voorstelt):

(Bron: factsheet gegevensbescherming, document nummer 15)

Dat Forum heeft kennelijk niet op databescherming c.a. getoetst, gelet op de Schrems II uitspraak van het Europese hof. Dus de conclusie dat in de VS sprake is van adequate gegevensbescherming, is onjuist.

Verkoopargument: het achtervolgen van rijke Amerikanen
Het verkoopargument dat de minister van Financiën hanteerde is dat met het FATCA-verdrag belastingontduiking zou worden bestreden. In de werkelijkheid levert FATCA de Amerikanen vrijwel niets op en worden rechten van Europese burgers beschadigd. De Europese organisatie van banken constateert terecht in hun commentaar dat de verplichtingen niet proportioneel zijn (document 18):

Het ministerie van Financiën schrijft dat de verwachting was dat FATCA de tien jaar na invoering tussen de 8-10 miljard dollar aan extra belastinginkomsten zou opleveren (document 30).

De werkelijkheid is anders.

Afgang Weekers
Het is stuitend dat staatssecretaris Weekers in zijn speech van 18 december 2013 (document 65) de samenwerking met de VS ‘viert’. Hij zei: “Today we are celebrating cooperation” en beweerde dat het verdrag een “boost (is) for tax transparency” en “It wil help combat fraud“, terwijl hij wist dat een grote groep fiscale inwoners van Nederland ernstig zal worden benadeeld en dit verdrag via afpersing door de VS tot stand was gekomen.

Het valt te hopen dat de toetsing aan Europese fundamentele rechtsbeginselen eindelijk gaat plaats vinden.

 

Meer op dit blog over FATCA en Citizenship Based Taxation:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Datalek van banken | ING Bank, Banco Bilbao Vizcaya Argentaria | AVG, UAVG

Een grote groep financiële ondernemingen hoeft geen datalekken aan betrokkenen te melden, lees dit bericht. Waarom deze enorme groep ondernemingen is uitgezonderd, is voor mij nog steeds een raadsel want een melding van een datalek hoeft niet per definitie een bankrun te veroorzaken.
Het staat me bij dat de Autoriteit Persoonsgegevens geen AVG-toezichthouder is voor financiële instellingen.

Boete voor Banco Bilbao Vizcaya Argentaria SA
In andere landen vallen financiële instellingen gewoon onder toezicht van de nationale autoriteit persoonsgegevens. Een voorbeeld is Spanje, waar de Spaanse toezichthouder AEPD een bank (Banco Bilbao Vizcaya Argentaria SA) een boete van €48.000 oplegde omdat er onvoldoende technische en organisatorische maatregelen waren genomen om datalekken te voorkomen (uitspraak in het Spaans).

Gegevens ING-rekeninghouders op het dark web
Vorig jaar werd bekend dat er bij ING een datalek was bij de creditcardoverzichten (RTL, AGConnect).
Onlangs verscheen op Computable het artikel ING-gegevens goudmijn voor cybercriminelen, waarin Pim van der Beek schrijft dat op het dark web bankgegevens van ING-klanten worden aangeboden voor prijzen van rond de 3500 euro per set. In het artikel staat onder meer:

NordVPN heeft de reden van de hoge vraagprijs voor de ING-bankgegevens niet onderzocht. De directeur van de Nederlandse tak, Jonathan Beresford, legt desgevraagd uit dat ING gelet op de gemiddelde hoogte van het saldo per rekening, één van de grootste banken is. Beresford: ‘Mogelijk investeert ING ook flink in de beveiliging en dan is het dus moeilijker voor criminelen om bankgegevens te krijgen of om de rekening te gebruiken voor illegale betalingen.’ Volgens de beveiliger kan het ook zo zijn dat ING hoog scoort omdat het aantal klanten groot is en daardoor de pakkans lager wordt. Bij grote banken blijven criminelen soms langer onopgemerkt.

De vraag die mij dan rijst is of de klanten van ING hierover worden geïnformeerd. Een zoekactie op het internet leverde  niets op. De bank heeft wel een pagina waarin wordt uitgelegd wat er kan gebeuren na een datalek.

Ik vraag me af hoe juist de ruime uitzondering voor financiële ondernemingen is. Er lijkt me alle aanleiding om na te gaan of dit niet anders moet.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Advies Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s)

Op 21 juni jl. maakte het ministerie van Financiën bekend dat een rapport over Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) is uitgebracht door een commissie bestaande uit R.H.F.P. Bekkers (hoogleraar Filantropie), G.J. van Leijenhorst (onder meer rechter-plaatsvervanger) en A.E.M. Leijten (hoogleraar Nederlands en Europees Constitutioneel Recht).

‘Algemeen gangbare waarden en normen’
In het nieuwsbericht over het rapport schrijft het ministerie dat het rapport is uitgebracht op verzoek van het vorige kabinet en dat de commissie is nagegaan “welke veranderingen in de regels voor ANBI’s en het toezicht hierop ervoor kunnen zorgen dat deze instellingen gedrag vertonen dat past bij algemeen gangbare waarden en normen“, wat suggereert dat ANBI’s grootschalig wangedrag vertonen.

Opmerkelijk is dat het ministerie in het nieuwsbericht spreekt over ‘algemeen gangbare waarden en normen‘: wie stelt die vast? [*] De commissie is daar in het rapport terecht kritisch over in het navolgende (2.5.2):

Daarbij komt dat wat als algemeen nut geldt geen natuurconstante is. Maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor bepaalde groepen of belangen komen daarbij soms in conflict met overheden en bedrijven. Maatschappelijke organisaties komen op voor belangen die niet altijd overeenkomen met overheidsbeleid of met wat – op dat moment – maatschappelijk geaccepteerd is. Zij kunnen zelfs strijdig zijn met overheidsbeleid.

Lees daarover ook de rest van paragraaf 2.5.2.

Nieuwsbericht
In het nieuwsbericht schrijft het ministerie onder meer:

Vanuit de waarde van een pluriforme samenleving ligt het inhoudelijk inperken van wat we tot ‘algemeen nut’ rekenen volgens de commissie niet voor de hand. Daarnaast vindt de commissie dat het stellen van aparte eisen op basis van grondrechten niet de juiste weg is om het gedrag van ANBI’s te normeren. Een grondrechtentoets verlangt doorgaans een lastige afweging op basis van alle relevante omstandigheden. Het uitvoeren daarvan is geen taak die past bij de Belastingdienst en binnen het systeem van toekenning van en controle op de ANBI-status. De commissie adviseert daarom andere straf- en civielrechtelijke middelen dan wel maatregelen aan, die gericht tegen 1 organisatie of een bepaalde gedraging kunnen worden ingezet. Zo kan onwenselijk gedrag worden voorkomen of bestreden.

De commissie constateert ook dat de Belastingdienst geen goed administratief systeem heeft om alle gegevens van ANBI’s juist te verwerken. Daarnaast wordt er volgens de commissie onvoldoende capaciteit ingezet voor toezicht. De commissie heeft 7 aanbevelingen opgenomen in het rapport, waarvan de belangrijkste zijn het toezicht op ANBI’s te intensiveren en te verbeteren, zelfregulering te versterken en om ANBI’s die geen activiteiten ondernemen uit te sluiten van de ANBI-status. Het kabinet zal de conclusies en aanbevelingen nader bestuderen en staatssecretaris Van Rij komt in het najaar met een inhoudelijke reactie op dit rapport. Het kabinet gaat hier ook relevante stakeholders, zoals de sectororganisaties en onafhankelijke toezichthouders bij betrekken.

Rapport
In de Tweede Kamer wordt vaak over ANBI’s gesproken als het fraude en criminaliteit betreft, wat een onjuist beeld creëert, nu de meeste ANBI’s zich net gedragen. Dat neemt niet weg dat misbruik moet worden tegengegaan, zoals de commissie terecht constateert (2.3.1).

De commissie constateert dat de kosten van toezicht in redelijke verhouding dient te staan tot de opbrengsten er van en dat dit ook geldt voor veranderingen in het toezicht (2.5.3). Dat geldt niet alleen voor de overheid maar ook voor de ANBI’s. De commissie signaleert dat ANBI’s die met vrijwilligers werken rapporteren over de toename van de regeldruk en daarover een petitie hebben aangeboden. Er wordt onder meer geklaagd over het voorstel Wet transparantie maatschappelijke organisaties en het ubo-register (2.5.3).

Interessant is dat de commissie niet mee gaat in de Angelsaksisch mode (van de Nederlandse rijksoverheid) en schrijft niet overtuigd te zijn van de doelmatigheid van de verzwaringen van de rapportageverplichtingen voor goededoelenorganisaties in het VK, Nieuw-Zeeland en de VS, die voor kleine organisaties tot disproportioneel veel werk hebben geleid; de regels in het VK bezorgden goededoelenorganisaties en juristen veel werk, terwijl niet duidelijk is dat het werk van goededoelenorganisaties er ook beter van is geworden en er minder geld aan goede doelen kan worden besteed (3.2) [**].

In de conclusie-paragraaf (4.1) schrijft de commissie:

Nederland telt een groot aantal organisaties die bijdragen aan het algemeen nut, waarvan er zo’n 45.000 bij de Belastingdienst geregistreerd zijn als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). We constateren dat het toezicht op het grootste deel van de ANBI’s in Nederland gebrekkig is door beperkte capaciteit en gebrek aan gegevens bij de Belastingdienst.

Ten eerste heeft de Belastingdienst onvoldoende gegevens over het grootste deel van de ANBI’s. We constateren ook dat de Belastingdienst geen goed administratief systeem heeft voor het verzamelen, verwerken, analyseren, en publiceren van gegevens over ANBI’s dat geschikt is voor de controle op de ANBI-status. De aanvraag voor de ANBI-status gaat nog op papier. Ten tweede heeft het ANBI- team onvoldoende capaciteit voor effectief toezicht.

Het is onbekend hoeveel fraude ANBI’s plegen omdat het ANBI-team nauwelijks toekomt aan opsporing van fraude. Het team heeft de handen vol aan beoordelingen van aanvragen voor de ANBI- status, aan advies over aanvragen en bezwaren tegen beslissingen. De kans op fraude is aanzienlijk omdat er nadat de ANBI-status is toegekend geen effectief toezicht is op de naleving van de voorwaarden ervan. Gezien de omvang van de fiscale faciliteiten voor ANBI’s acht de commissie deze situatie onwenselijk.

Voor de maatschappelijk meest zichtbare ANBI’s die het grootste deel van de economische activiteiten voor hun rekening nemen is de kans op fraude klein. Dit betreft ongeveer 1000 grote filantropische instellingen die actief fondsenwerven of uitkeringen doen aan goede doelen uit opgebouwd vermogen. Zij beschikken over een Erkenning van CBF of zijn lid van een van de brancheverenigingen in de filantropische sector, zoals Fondsen in Nederland (FIN) voor vermogensfondsen. Het toezicht op deze instellingen functioneert goed en efficiënt via de vrijwillige Erkenning van CBF en via gedragscodes van brancheorganisaties. Het toezicht door zelfregulering dekt echter maar een fractie van alle ANBI’s.

We constateren dat Kamervragen over spanningen met grondrechten vrijwel uitsluitend gaan over ANBI’s die geen Erkenning hebben en geen lid zijn van brancheorganisaties. Zulke spanningen komen zelden in beeld bij het ANBI-team. Het team heeft geen expertise in huis voor een toets op grondrechten bij de beoordeling van aanvragen voor de ANBI-status.

De commissie doet de volgende aanbevelingen (4.2):

1. Digitaliseer de registratie van ANBI’s, het verzamelen van gegevens over ANBI’s en de communicatie met ANBI’s door het ANBI-team van de Belastingdienst.
2. Versterk de capaciteit van het ANBI-team.
3. Verhoog de intensiteit van toezicht door de informatieplicht en publicatieplicht af te dwingen.
4. Scherp het algemeen-nut vereiste aan met een bestedingscriterium.
5. Neem geen toets op grondrechten op in de voorwaarden voor de ANBI-status.
6. Verhoog de dekkingsgraad van zelfregulering.
7. Centrale publicatie van gegevens over ANBI’s.

Gemiste kansen
Er wordt door de Commissie niet voorgesteld het toezicht bij de Belastingdienst weg te halen.
Jammer is verder dat niet wordt gesproken over de relatie met de instanties die een rol krijgen op grond van het voorstel voor de Wet transparantie maatschappelijke organisaties (burgemeester, OM).

 

Noten
[*] De Nederlandse overheid gebruikt steeds vaker begrippen als de hierboven genoemde ‘algemeen gangbare normen‘. Zie mijn artikel van begin deze maand waarin in een regeling voor incassobureaus als eis wordt gesteld dat de medewerkers “de nodige kennis hebben over hetgeen naar maatschappelijke normen betamelijk is“.
[**] Ook de witwasbestrijding is een Angelsaksisch concept (afkomstig uit de VS) met dezelfde nadelen.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Not-for-profit | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Blinde vlek NJCM voor schaduwkant witwasbestrijding | rapport Verdrag van Warschau | Wwft

Het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) heeft een blinde vlek voor de uitwassen van de geprivatiseerde misdaadbestrijding (ook bekend als witwasbestrijding), zo is me al eerder opgevallen. De schade door FATCA is bij NJCM niet bekend en ook van de de-risking praktijken van financiële instellingen lijkt men niet op de hoogte te zijn. Het onderwerp financiële mensenrechten kom ik in hun Nederlands Tijdschrift voor de Mensenrechten (NTM) niet tegen.

Verdrag van Warschau
In dat tijdschrift [*] stond wel het bericht “Bedrijfsaansprakelijkheid bij witwassen moet beter“. Volgens dat bericht zou Nederland volgens een internationaal rapport [**] niet behoren tot de landen die de verplichtingen uit het Verdrag van Warschau volledig zou hebben geïmplementeerd. Ik ken dat verdrag niet, maar in ieder geval kunnen in Nederland rechtspersonen en hun leidinggevenden strafrechtelijk worden aangesproken op witwassen en zijn de Europese witwasbestrijdingsregels geïmplementeerd. Ik heb geen idee wat er in Nederland ontbreekt.

De passage over Nederland in het rapport heb ik er uit gelicht (pdf). Ik ben benieuwd of strafrechtspecialisten het met de beoordeling eens zijn.

 

[*] NTM|NJCM-Bull. jrg. 47 [2022], nr. 2.
[**] Er wordt verwezen naar: Conference of the Parties (19 november 2021), Council of Europe Convention on Laundering, Search, Seizure and Confiscation of the Proceeds from Crime and on the Financing of Terrorism. Thematic Monitoring Review of the Conference of the Parties to CETS No.198 on Article 10 (1 and 2), (“Corporate Liability”), C198-COP(2021)6_HR, het lijkt dit document te zijn.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Een reactie plaatsen

Bericht DNB over hoogrisicosectoren | Wwft

Op 14 juni publiceerde DNB het bericht ‘Nadere duiding hoogrisicosectoren in de integriteitsrisico-uitvraag’. Dit bericht richt zich op cryptoaanbieders, banken, beleggingsinstellingen, pensioenfondsen, verzekeraars en trustkantoren. Het gaat over de informatie die DNB vraagt over de klanten van de betreffende vergunninghouders. DNB schrijft:

Voor DNB is deze informatie een van de variabelen om het inherente risicoprofiel van een financiële instelling te kunnen bepalen.

Overigens richt het bericht zich ook op andere vergunninghouders dan financiële instellingen, want trustkantoren en cryptoaanbieders zijn geen financiële instellingen. Dus wat DNB in het citaat schrijft is onvolledig.

Spagaat
Hoewel de informatie die DNB vraagt voor intern DNB-gebruik is, zou dit niet beteken dat alle klanten in de desbetreffende sectoren hoog risico zouden zijn, zo schrijft DNB:

DNB ontvangt signalen dat marktpartijen het lastig vinden om de uitvraag naar deze lijst sectoren te duiden. Het feit dat een sector in de uitvraag wordt genoemd betekent niet dat DNB verwacht dat aan alle klanten in de betreffende sector per definitie een hoog risicoprofiel toegekend moet worden. Ook betekent het niet dat klanten die actief zijn in andere dan de genoemde sectoren per definitie geen hoger integriteitsrisico kunnen hebben. De sector waarin een klant opereert is slechts een van de factoren die de instelling mee dient te wegen in de bepaling van de klantrisicoclassificatie (Als onderdeel van het cliëntenonderzoek als bedoeld in art 3 lid 2 van de Wet ter Voorkoming van Witwassen en Terrorismefinanciering (Wwft)). Deze risicoclassificatie is klantspecifiek en derhalve niet generiek van toepassing op alle klanten in de betreffende sector.

DNB gebruikt de informatie om op de vergunninghouder een risico-etiket te plakken maar de risicoclassificatie is voor de vergunninghouder zelf van beperkte betekenis. Bizar.

Schimmenwereld
Het is een illustratie van de schimmenwereld waarin de financiële sector zich beweegt.

 

Lees over de merkwaardige werkwijze van DNB die zonder onderbouwing en zonder discussie met betrokkenen hele branches als hoog risico aanmerkt:
Hoe DNB complete branches verdacht maakt in haar zwarte lijsten | Wwft, zwarte lijsten.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Besluit Woo-verzoek FATCA en FATCA-IGA

Op 21 juni is het Besluit Wob-verzoek FATCA en FATCA-IGA bekend gemaakt. Het gaat om een besluit op een verzoek om documenten over FATCA, FATCA-IGA, Accidental Americans en Toeval Amerikanen uit de periode 2010 tot en met 21 juni 2022.
 

Meer op dit blog over FATCA en Citizenship Based Taxation:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Herziening van advocatenregels dankzij malafide notaris en crimineel advocatenneefje

De affaires van de malafide notaris en de strafrechtadvocaat zijn een mooie gelegenheid om het toezicht op de advocatuur ingrijpend te wijzigen, zo vinden de ministers van Financiën, Veiligheid en Rechtsbescherming. Het geeft de povere kwaliteit van de Nederlandse overheid aan, die op basis van incidenten met een notaris en een strafadvocaat een hele beroepsgroep belast met dure maatregelen.

De minister voor Rechtsbescherming schreef over dit onderwerp in een brief van 13 juni jl. aan de Tweede Kamer onder de titel ‘Voortgang aanpak georganiseerde criminaliteit tijdens detentie en berechting‘. Die brief gaat niet alleen over strafrechtadvocaten die zware strafzaken doen (wat logisch zou zijn geweest) maar omvat de hele advocatuur.

In de brief staan de bekende financiële sector-mantra’s over toezicht dat “onafhankelijk, transparant, uniform, preventief en effectief is” en uiteraard spelen de kosten en de praktische uitvoerbaarheid geen enkele rol.

Toezicht op alle advocaten
Over het algemene toezicht op de advocatuur schrijft de minister:

Advocatuur
Ook advocaten kunnen betrokken raken bij georganiseerde criminaliteit. Als dat gebeurt moet dat worden aangepakt. Het toezicht op de advocatuur zal onder meer daarom worden versterkt. Bij de aanpak van georganiseerde criminaliteit in relatie tot de advocatuur heeft ook het OM een belangrijke verantwoordelijkheid voor zover het opsporing en vervolging betreft. Tegelijkertijd is het van groot belang om te voorkomen dat advocaten bewust of onbewust in de verleiding komen om mee te werken aan ondermijnende activiteiten. In de vorige brief zijn daarom in preventieve sfeer enkele maatregelen aangekondigd om de weerbaarheid te vergroten en daarmee de integriteit van de advocatuur verder te beschermen. Gelet op de onafhankelijke positie van de advocaat tegenover de Staat is het van belang rekening te houden met het precaire evenwicht tussen de waarborgen van onze rechtsstaat en de aanpak van georganiseerde criminaliteit. (…)

Versterking toezicht
Zoals reeds eerder gemeld wordt het toezicht op de advocatuur versterkt.[13] Er komt één landelijk toezichthouder op de advocatuur die eindverantwoordelijk wordt voor het toezicht op de advocatuur. De aanhouding van Youssef T. in de EBI laat zien dat er een reëel risico is dat advocaten betrokken kunnen raken bij georganiseerde criminaliteit. De bestrijding van georganiseerde criminaliteit vraagt om een stevige integrale aanpak, ook binnen de advocatuur. Die integrale aanpak binnen de advocatuur kan mijns inziens alleen worden bereikt met de komst van landelijke toezichthouder die daadkrachtig en slagvaardig is, die kennis en expertise heeft en die met relevante partijen informatie kan uitwisselen.

Onder meer de ontwikkelingen op het gebied van georganiseerde criminaliteit en de impact van incidenten maken het noodzakelijk het toezicht op de advocatuur opnieuw en in dat licht te bezien. Uitgangspunt voor mij is dat het toezicht op de advocatuur onafhankelijk, transparant, uniform, preventief en effectief is. [14] De komst van de landelijk toezichthouder op de advocatuur (hierna: “LTA”) draagt hier in grote mate aan bij. Over de inrichting van de LTA hebben zoals eerder aangekondigd de afgelopen periode gesprekken plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de algemene raad, de dekens en het college van toezicht.

De lokaal deken heeft nu veel verschillende taken en rollen. De deken is advocaat en voorzitter van de raad van de orde in het eigen arrondissement. Samen met die raad van de orde komt de deken op voor de rechten en belangen van advocaten in dat arrondissement. Daarnaast is de raad van de orde verantwoordelijk voor de toetreding tot de advocatuur en voor de stage. Verder heeft de deken de taak om voorlichting te geven over de praktijkuitoefening, te bemiddelen bij geschillen tussen advocaten, klachten tegen advocaten te behandelen en toezicht uit te oefenen. Ook fungeert de deken vaak nog als vertrouwenspersoon. Deze verschillende taken en rollen kunnen elkaar versterken, maar kunnen ook tegenstrijdig zijn met elkaar. Het combineren van die verschillende taken en rollen kan in toenemende mate steeds lastiger worden en in antwoord op vragen van uw Kamer over het functioneren van het toezicht op Pels Rijcken heb ik aangeven de zorgen van uw Kamer over de schijn van belangenverstrengeling te delen. [15]

Mede gelet op die zorg en er van uitgaande dat alle betrokkenen in het toezicht moeten opereren met duidelijk afgebakende taken, rollen en bevoegdheden en gegeven de veranderingen in de maatschappij, het belang van een onafhankelijke advocatuur, het vertrouwen binnen en in de advocatuur kies ik ervoor de toezichthoudende taak (zie artikel 45a van de Advocatenwet) primair te beleggen bij de LTA. Ik beraad me nog op de vraag of bij de toekomstige inrichting van het toezicht onder verantwoordelijkheid van de LTA er bij de uitvoering van dat toezicht nog een rol is weggelegd voor de lokaal deken. Overigens zal de lokaal deken hoe dan ook een belangrijke rol blijven vervullen bij het behandelen van klachten tegen advocaten en in het tuchtrecht (zie onder meer artikel 46c en 46f van de Advocatenwet).

Het toezicht op de advocatuur blijft, gelet op de onafhankelijke rol en positie van advocaten ten opzichte van de Staat, binnen de beroepsgroep zelf georganiseerd. De LTA wordt verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving door advocaten van het bepaalde bij of krachtens de Advocatenwet, de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft), de Sanctieregelgeving, toekomstige wetgeving zoals bijvoorbeeld de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening[16] en speelt een belangrijke rol bij de aanpak van ondermijning in relatie tot de advocatuur.

De LTA zal worden bestuurd door ten minste drie advocaten, niet zijnde de lokaal deken. Deze advocaten hebben geen andere taken en houden zich uitsluitend met het toezicht bezig. Zij zullen om die reden ook worden vrijgesteld van de verplichting om duurzaam en stelselmatig kantoor te houden. De LTA krijgt voldoende instrumenten in handen om het toezicht uit te kunnen oefenen, zoals de bevoegdheid om bij overtreding van bepaalde voorschriften bestuurlijke maatregelen als de boete of last onder dwangsom op te leggen en hebben de toezichthouders de bevoegdheden van titel 5.2 Awb. Daarnaast krijgt de LTA de bevoegdheid om zelfstandig een tuchtklacht in te dienen bij de raad van discipline. Ook krijgt de LTA de bevoegdheid om verzoeken tot een ordemaatregel, zoals een spoedshalve schorsing of voorlopige voorziening, bij de raad van discipline in te dienen. De LTA krijgt de bevoegdheid om extra toezichthouders aan te wijzen. Net als nu wordt geregeld dat advocaten zich ten opzichte van de toezichthouders niet kunnen beroepen op hun wettelijke geheimhoudingsplicht en dat deze toezichthouders vervolgens beschikken over een van de advocaat afgeleide geheimhoudingsplicht (vergelijk artikel 45a, tweede lid van de Advocatenwet). Op die manier blijft de vertrouwelijkheid van cliëntinformatie gewaarborgd.

De LTA werk ik op dit moment nader uit. Over enkele verschillende onderdelen ben ik nog in gesprek met de NOvA. Over de verdere inrichting en het vervolgproces informeer ik uw Kamer na de zomer.

[13] Zie onder meer: Kamerstukken II, 2021-2022, 29279 nr. 683 en Aanhangsel handelingen 2021-2022, nr. 2291.
[14] Kamerstukken II, 2009-2010, 32123 VI, nr. 87.
[15] Aanhangsel handelingen 2021-2022, nr. 2291.
[16] De Wwft bepaalt nu dat de deken zowel toezichthoudende autoriteit is (art. 1d, eerste lid, onderdeel d) als toezichthouder (art. 24, tweede lid). Daarnaast regelt het wetsvoorstel Kwaliteit incassodienstverlening (Stb 2022, 186) dat de lokaal deken de toezichthouder wordt op de naleving van die wet door advocaten. Dit zal de LTA moeten worden.

Ik vind het verhaal over de ‘rollen’ onverstandig en onnodig en de keuze onjuist. Als de LTA door zou gaan is men hopelijk zo verstandig het College van Toezicht af te schaffen.

Taskforce NOvA

De brief bevat verder een tekst over de Taskforce NOvA Bescherming tegen ondermijning. De beschrijving suggereert dat de maatregelen primair betrekking hebben op strafrechtadvocaten. Ook de teksten over screening en kwaliteitseisen en over het bijstaan van familieleden lijken zich met name tot strafrechtadvocaten te richten.

Contante betaling
Uiteraard wordt het thema contante betaling weer van stal gehaald. Ik ben benieuwd hoe vaak dat nog voorkomt, voor zover ik weet is dat maar weinig (maar misschien is het bij strafrechtadvocaten anders, dat weet ik niet).

Wwft en strafrechtkantoren
Opmerkelijk is dat in de brief staat dat strafrechtkantoren de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) zouden moeten naleven, terwijl zij geen Wwft-plichtige diensten verrichten en zij hun derdengeldenrekening alleen horen te gebruiken voor toegestane activiteiten (voor strafadvocaten lijkt me bij het bijstaan van verdachten het gebruik van de derdengeldenrekening niet aan de orde). Strafrechtadvocaten moeten zich aan de Advocatenwet en de verordening houden, dat geeft voldoende kader.
Het is te hopen dat men bij de ministeries de Wwft niet door elkaar haalt met strafrechtelijk witwassen en het naleven van de regels inzake bankieren in de Wft.

Bereikbaarheid van rechtshulp voor consument en midden- en kleinbedrijf
Het is te hopen dat de mensen aan de Haagse tekentafels verstandige keuzes maken en voorkomen dat rechtshulp nog minder bereikbaar wordt voor consument en midden- en kleinbedrijf. Het lijkt me een goede gelegenheid om de gefinancierde rechtshulp te versterken en fondsen te creëren ten behoeve van juridisch onderzoek naar onderwerpen die relevant zijn voor consument en midden- en kleinbedrijf en waaraan nu te weinig aandacht wordt besteed.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Financiële privacy op de agenda van Privacy First

Privacy First heeft via het artikel Onderbelicht: financiële privacy bekend gemaakt, dat zij meer aandacht aan financiële privacy gaan besteden.

Al eerder waren zij met deelonderwerpen bezig zoals PSD2, het ubo-register en het verdwijnen van contante betaling.

Financiële privacy is een veel breder terrein, dat onder meer gaat over:

  • de gedetailleerde financiële gegevens die betaalinstellingen over burgers en organisaties hebben, wat ze daarmee doen en hoe veilig het is;
  • de misdaadbestrijdingstaken van banken en andere financiële instellingen (klantenonderzoek, ‘heridentificatie’, zwarte lijsten);
  • renseignering (gegevenslevering aan de overheid, inclusief CRS en FATCA);
  • de datahandelaren die ondernemingen bedienen met witwasbestrijdings- en kredietinformatie (onder meer BKR).

Oproep
Privacy First schrijft dat financiële privacy een breed en ingewikkeld terrein is, wat het lastig maakt om er iets mee te doen. Zij schrijven dat zij meer willen gaan doen. Ook roepen zij iedereen op: “wilt u meedoen of heeft u ideeën, laat het ons weten“!

Steun Privacy First
Privacy First is een onafhankelijke not-for-profit organisatie die uw steun nodig heeft. Dus geef ze een donatie.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Ubo-register | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Schaffen de banken contant geld af? | Antwoord op Kamervragen over verre reizen naar pinautomaten

Onlangs werd antwoord gegeven op vragen uit de Tweede Kamer over verre reizen naar pinautomaten. In de beantwoording wordt gezegd dat contant geld in gebruik zal mogen blijven en dat het de bedoeling is dat er voldoende geldopname-automaten en afstortautomaten zullen zijn. Lees voor meer informatie de beantwoording.

Ik vrees dat de praktijk anders is.

 

Lees de berichten over contante betaling op dit blog.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , | Een reactie plaatsen

Raad van State stelt concepten witwasbestrijding niet ter discussie | Wet plan van aan­pak wit­was­sen, Wwft

Gisteren meldde ik al dat de Afdeling advisering van de Raad van State het voorstel inzake gezamenlijke transactiemonitoring door de Nederlandse banken kraakt. Jammer genoeg gaat de Afdeling in het advies Wet plan van aan­pak wit­was­sen niet zo ver om alle concepten van FATF en Europa inzake privatisering van de criminaliteitsbestrijding (bekend als ‘witwasbestrijding’) ter discussie te stellen, terwijl daar alle aanleiding voor is.

Dat is jammer, want het is al zichtbaar dat Europa – bijvoorbeeld de Europese Commissie – grondrechten opzij zet als het om criminaliteitsbestrijding gaat en afstevent op een surveillance-samenleving, lees dit artikel over het AML package.

De Afdeling maakt wel kritische opmerkingen bij het wetsvoorstel, onder meer:

Hoe belangrijk de bestrijding van witwassen en van financiering van terrorisme ook is, bij deze maatregelen is de vraag of het doel de middelen die worden voorgesteld, wel heiligt. Deze middelen gaan in de huidige opzet van het wetsvoorstel te ver. (…)

De Afdeling stelt voorop dat het doel van het wetsvoorstel onomstreden is, namelijk de bestrijding van witwassen en van financiering van terrorisme te verbeteren. Dit doel is niet alleen van belang voor de integriteit van het financiële stelsel, maar ook om allerlei vormen van criminaliteit tegen te gaan. De vraag is echter of de voorgestelde middelen proportioneel zijn in het licht van de doelstellingen van het voorstel.

Meer algemeen beschouwd ziet de Afdeling een risico dat maatregelen ter bescherming van de maatschappelijke orde afbreuk doen aan diezelfde orde door te vergaande beperking van de fundamentele rechten en vrijheden die in het geding zijn. In het geval van de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme is de vraag gerechtvaardigd of hierin de juiste balans is getroffen.

In het wetsvoorstel valt op dat veel aan marktpartijen wordt overgelaten. Niet alleen de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme zelf, maar ook de noodzakelijke waarborgen ter bescherming van de grondrechten waarop de bestrijding inbreuk maakt. De overheidsinspanning lijkt zich te beperken tot het creëren van wettelijke grondslagen. Ter waarborging van de inbreuken die op grondrechten worden gemaakt en in het licht van een adequate rechtsbescherming heeft ook de overheid een eigen verantwoordelijkheid om de rechten van burgers en bedrijven te beschermen. (…)

Bij de vormgeving van de regelgeving ter bestrijding van witwassen en van financiering van terrorisme dient de proportionaliteit van de voor te stellen middelen uitgangspunt te zijn. Het doel heiligt niet alle middelen, zeker niet als die middelen vergaande inbreuken op grondrechten impliceren. De uitwisseling en verwerking van vertrouwelijke gegevens van cliënten waarmee de voorgestelde uitbreiding van de onderzoeksplicht en de gezamenlijke transactiemonitoring gepaard gaan, betekenen een inbreuk op het recht op respect voor het privéleven en op het recht op gegevensbescherming. (zie noot 3) Een dergelijke inbreuk dient te worden gerechtvaardigd: de inbreuk moet voorzien zijn bij wet, noodzakelijk zijn in een democratische samenleving, en een legitiem doel dienen. (zie noot 4) De gegevensverwerking dient verder te voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). (zie noot 5)

In dit verband merkt de Afdeling op dat de gevolgen van cliëntenonderzoek en transactiemonitoring voor de cliënt zeer groot zijn als deze wordt uitgesloten van financiële dienstverlening. (zie noot 6) Adequate rechtsbescherming is daarom van groot belang. Ook kan de meer principiële vraag gesteld worden of het wel aan private partijen overgelaten moet worden om op deze manier cliëntinformatie te gaan delen en onderzoeken. (…)

(3) Artikel 8 EVRM, artikel 7 en 8 Handvest EU.
(4) Artikel 8, tweede lid, EVRM; artikel 7, 8 en 52, eerste lid, Handvest EU en artikel 6, eerste lid onder c, en derde lid, AVG. Zie ook memorie van toelichting, paragraaf 3.1, A.
(5) De AVG is onverkort van toepassing op maatregelen ter bestrijding van witwassen en van financiering van terrorisme (zie overweging 42, artikel 41 en 43 Richtlijn 2015/849/EU) en bijvoorbeeld ook op betalingsdiensten (zie artikel 94 Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, PbEU 2015, L 337 (PSD 2).

 

Het is jammer dat de Afdeling geen aandacht geeft aan de vraag of de witwasbestrijdingstaken überhaupt wel uitvoerbaar zijn voor de vele ondernemingen die onder deze regelgeving vallen en of niet veel meer differentiatie tussen de verschillende witwasbestrijdingsplichtigen nodig is.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , | Een reactie plaatsen