Wijziging Beleidsregel geschiktheid 2012 | Wft, Wtt 2018

Op 14 januari jl. is het besluit tot wijziging van de Beleidsregel geschiktheid 2012 [*] in de Staatscourant verschenen. In het wijzigingsbesluit is onder meer de beleidsbepaler opgenomen op een bijzondere manier:

Onderdeel 1.1, sub a komt te luiden:

a) beleidsbepaler: een persoon die bij of krachtens de Wet op het financieel toezicht, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen, het Besluit prudentiële regels Wft, de Pensioenwet of de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet toezicht trustkantoren 2018, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de CSDR of de EMIR moet of kan worden getoetst op geschiktheid.

 

Uit de toelichting blijkt dat onder meer de inwerkingtreding van de Wet toezicht trustkantoren 2018 aanleiding was voor de wijzigingen. Er staat een verwijzing in naar de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) zodat de beleidsregel ook gaat gelden voor aanbieders van cryptovaluta.

De actuele tekst van het besluit is in voormelde tekst na het wijzigingsbesluit vermeld en kan ook hier [**] worden geraadpleegd.

 

Noten

[*] Besluit van De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) en de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) van 12 december 2019 tot wijziging van de Beleidsregel geschiktheid 2012.

[**] Was toen ik er bij het afsluiten van deze tekst op 16 januari naar keek nog niet geactualiseerd.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

FATCA-slachtoffers spreken leden Tweede Kamer | Accidental Americans

Vanmiddag hebben enige slachtoffers van FATCA, de maatschappelijk onbetamelijke Amerikaanse wet, de zgn. ‘Accidental Americans’ een gesprek met enige leden van de Tweede Kamer, aldus het bericht “De leden Omtzigt, Lodders en Van Weyenberg ontvangen in het kader van een bijzondere procedure een aantal genodigden inzake FATCA“.

Stand van zaken FATCA 13 december 2019
Op 13 december jl. werd door de Minister van Financiën de beantwoording van vragen (van leden van de Tweede Kamer) inzake FATCA bekend gemaakt. De gestelde vragen:

De leden van de D66-fractie vragen om een actualisatie van de ontwikkelingen ten aanzien van FATCA en de AVG. Deze leden vragen of de Nederlandse en Franse belastingdiensten informatie en kennis uitwisselen over deze problematiek. De leden van de D66-fractie vragen of het bericht van de Accidental Americans klopt dat FATCA bij de eerstvolgende Ecofinraad wordt besproken en zo ja, wat de Nederlandse inzet hierbij is.

Het antwoord:

In antwoord op de vraag van de leden van de fractie van D66 om een actualisatie van de ontwikkelingen ten aanzien van FATCA en de AVG kan ik aangeven dat ik geen informatie heb over de casus waaraan in het artikel gerefereerd wordt en waarin de vraag voorligt of het legitiem is dat bankgegevens verstrekt worden aan andere landen, in casu de VS.
Bij de totstandkoming van het Verdrag tussen Nederland en de VS tot verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht en de tenuitvoerlegging van FATCA (NL IGA) in 2013 is veel aandacht besteed aan gegevensbescherming. Ook de andere EU-lidstaten hebben zorgvuldig gehandeld en hebben gezamenlijk advies gevraagd aan «article 29 working party on Data Protection» (WP29) van de Europese Commissie. WP29 heeft aangegeven dat een wettelijke basis noodzakelijk is om de gegevens uit te wisselen en heeft aanbevolen de af te sluiten IGA ter toetsing voor te leggen aan de nationale autoriteit gegevensbescherming. De NL IGA is dan ook voorgelegd aan het College bescherming persoonsgegevens (nu de Autoriteit persoonsgegevens). Het college heeft geoordeeld dat met de NL IGA de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) werd nageleefd. Inmiddels is de AVG van kracht maar die verschilt inhoudelijk niet van de (ingetrokken) Wbp.
Op de informatie-uitwisseling is in Nederland de Wet internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) van toepassing. In de WIB zijn de richtlijnen van de Europese Unie geïmplementeerd, evenals andere regelingen van internationaal recht op het gebied van de wederzijdse bijstand. Er is dan ook geen verschil tussen het uitwisselen van FATCA-gegevens en gegevens op basis van richtlijnen en verdragen. De informatie-uitwisseling zoals afgesproken in de NL IGA is gebaseerd op de inlichtingenbepalingen in het bilaterale belastingverdrag tussen Nederland en de VS. Zowel het belastingverdrag met de VS en het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken (WABB-verdrag) als de WIB bieden waarborgen voor internationale (automatisch) informatie-uitwisseling. In de memorie van toelichting bij de goedkeuringswet van de NL IGA is uitgebreid op deze materie ingegaan.
Alle inlichtingenuitwisselingen (die onder de bilaterale verdragen, MoU’s, TIEA’s, multilaterale afspraken zoals competente autoriteiten overeenkomsten CRS en CbC) vinden plaats met landen die ook zijn aangesloten bij het Verdrag Wederzijdse Bijstand in belastingzaken (WABB). Voordat een land kan toetreden tot het WABB-verdrag wordt door de OESO en het Global Forum gescreend of zij voldoen aan alle internationale afspraken, zoals dataprotectie. Een groep van experts vanuit verschillende Global Forum lidstaten toetst de landen op dat laatste.
Nederland zoekt regelmatig contact met de andere EU-lidstaten om tot een gezamenlijke aanpak te komen van de FATCA-problematiek. Dat heeft mede tot gevolg dat FATCA op voorspraak van Frankrijk en Nederland op de agenda stond van de High Level Working Party (HLWP) van 28 oktober en van 22 november jl. In deze vergaderingen heeft Nederland de huidige problemen rondom FATCA aangekaart en een oproep gedaan om gezamenlijk actie te ondernemen richting de VS. Dit heeft geresulteerd in de verzending van een gezamenlijke brief van de EU-lidstaten aan de VS. De hoge kosten van de procedure om afstand te doen van de Amerikaanse nationaliteit en de complexiteit van het Amerikaanse aangifteproces staan hierin centraal. Van belang is daarbij ook dat (meer) duidelijkheid wordt verschaft over de omstandigheden waaronder aan banken mogelijke sancties kunnen worden opgelegd. Dit in antwoord op de vraag van de leden van de fractie van D66. De Nederlandse inzet om tot een oplossing te komen voor «accidental Americans» blijft onverminderd groot. Ik verwijs hier graag naar de antwoorden op de Kamervragen die ik deze zomer aan uw Kamer heb gestuurd.

 

Meer informatie:
Meer informatie op dit blog over FATCA en de Accidental Americans op deze pagina. Een meer uitvoerige juridische toelichting staat in het artikel over Wwft en FATCA en in het artikel over de onderbouwing van de TIN-eis van de banken.


Aanvulling 23 januari 2020
Lees over de ontmoeting met leden van de Tweede Kamer ook het artikel van Helen Burggraf op American Expat Finance van 16 januari jl., Dutch Parliament to meet ‘accidental Americans’ next week, as banks continue freezing accounts. Overigens zijn Accidental Americans geen ‘expats’, het zijn echte Nederlanders.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Openbaarmaking gegevens donateurs, hoe staat het er mee? | not-for-profit

Eerder schreef ik op dit blog over de consultatie waarin werd voorgesteld dat donateurs van goede doelen openbaar gemaakt werden en over de brief van 18 oktober 2019 met de reactie van de Minister van Rechtsbescherming op de consultatie.

De laatste informatie dateert uit november 2019. Uit een verslag van 28 november 2019 blijkt dat het Ministerie van Justitie en Veiligheid zich beraadde op de ontvangen consultatiereacties en dat de planning was dat een wetsvoorstel nog in 2019 naar de Raad van State voor advies zou worden gestuurd. Over de inhoud van dit wetsvoorstel is op het moment van afsluiten van dit bericht nog niets bekend.

Citaat uit het verslag:

De leden van de fractie van het CDA verwijzen naar het consultatievoorstel Transparantie maatschappelijke organisaties van Minister Dekker, in het bijzonder naar de daarin opgenomen verplichte publicatie van gegevens van grote donateurs. Zij wijzen op de kritiek op dat voorstel in het Fiscaal Tijdschrift Vermogen (FTV 2019/4).21 Zij vragen of ik het eens ben met de mening van de auteurs van dat artikel dat het voorstel van tafel moet en of het niet van belang is dat de verschillende maatregelen die moeten bijdragen aan meer transparantie van maatschappelijke organisaties/ANBI’s, met elkaar in verbinding worden gebracht door goed onderzoek te doen naar nut en noodzaak ten einde onder meer een stapeling van publicatieverplichtingen te voorkomen.
Het maatschappelijk belang van (particuliere) initiatieven zoals goede doelen, staat buiten twijfel. Het kabinet hecht dan ook aan het continueren van de giftenaftrek en de ANBI-regeling en heeft daarom in het regeerakkoord vastgelegd dat de Geefwet blijft. In het regeerakkoord is echter ook opgenomen dat moet worden voorkomen dat vanuit het buitenland via geldstromen naar politieke, maatschappelijke en religieuze organisaties onwenselijke invloed wordt gekocht en dat deze geldstromen daartoe meer transparant moeten worden gemaakt. Het conceptwetsvoorstel Transparantie maatschappelijke organisaties geeft op dit punt een uitwerking van het regeerakkoord. De internetconsultatie van dat conceptwetsvoorstel is inmiddels afgerond. De reacties vanuit de sector en ook in bijvoorbeeld het aangehaalde artikel in het FTV waren kritisch. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid beraadt zich op de ontvangen reacties. De planning is dat het wetsvoorstel nog dit jaar naar de Raad van State voor advies zal worden gestuurd. Over dat wetsvoorstel vindt ook overleg plaats met het Ministerie van Financiën, mede om een stapeling van publicatieverplichtingen te voorkomen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Jaarverslaggeving, not-for-profit | Tags: , | Een reactie plaatsen

Mogen banken Amerikaanse grondrechten-schendend regels aan Nederlanders opleggen?

De Verenigde Staten legt via banken haar regels op aan de hele wereld. Dat gebeurt niet alleen bij de ‘accidental Americans’ die te lijden hebben onder FATCA.
Ook de sanctieregelgeving van de Amerikanen is een groot probleem voor banken, aangezien die sanctieregels tegen ‘criminele regimes’ soms veel verder gaan dan grondrechtelijk acceptabel is. Een voorbeeld daarvan werd op 15 januari jl. via een artikel van Camil Driessen in het NRC bekend.

Volgens dit artikel zegt ING de bankrekening van een ondernemer op omdat hij begin 2016 is mee geweest met een handelsmissie naar Cuba en omdat zijn consultancy betalingen ontvangt van bedrijven die „gelieerd zijn aan partijen die handel doen met Cuba”. Dit zou in strijd zijn met de Amerikaanse sanctieregels (en is niet in strijd met Europees recht).

De handelswijze van ING geeft aan hoe ver de arm van Uncle Sam reikt, via extraterritoriaal werkende onbetamelijke regelgeving [*]. Banken zijn zo bang door de VS van het financiële stelsel te worden afgesloten, dat zij bereid zijn om grondrechten van burgers en ondernemers te schenden.

Lees over de angst van banken voor de VS ook mijn artikel Banken zijn doodsbang voor de VS | FATCA en de nieuwe discriminatie. Dat artikel gaat over FATCA, maar bij de sanctieregelgeving werkt het precies hetzelfde.

 

[*] De onbetamelijkheid zit onder in de veel te ruime reikwijdte.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Sanctieregels | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Newest scandal UK-EU | UK not alerting the EU and stealing data

It looks as if the UK is an unreliable partner of the EU. This is already the case before Brexit, so what wil happen after…
The most recent scandal was revealed on 14 January by The Guardian: Revealed: UK concealed failure to alert EU over 75,000 criminal convictions. Dutch MEP Sophie in ’t Veld is angry about the UK behaviour.

Failure to alert:

 

Schengen database:

 

 

 

 

Data protection worries:

 

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Strafrecht | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Het juridische beroep in de toekomst | vergadering NJV 2020

De Nederlandse Juristenvereniging (NJV) vergadert op 12 juni a.s. over “De toekomst van de jurist, de jurist van de toekomst”. De onderwerpen zijn:

• Betekenis/aanzien/gezag van juristen
Auteurs: prof. mr. dr. Elaine Mak (hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschappen en Rechtstheorie aan de Universiteit Utrecht) en prof. dr. mr. Mark Bovens (hoogleraar bestuurskunde Universiteit Utrecht, en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid)

• Integriteit/ethiek van juristen
Auteurs: prof. mr. dr. Anne Ruth Mackor (hoogleraar professie-ethiek aan de Rijksuniversiteit Groningen) en mr. Jos Silvis (procureur-generaal bij de Hoge Raad)

• Digitalisering en disruptie in het recht en de gevolgen voor de juridische professies
Auteurs: mr. dr. Anna Berlee (universitair docent privacy & data protection aan de Universiteit Utrecht) en prof. mr. dr. Eric Tjong Tjin Tai (hoogleraar privaatrecht Universiteit Tilburg).

Het valt te hopen dat ethiek en integriteit van de juristen die bij de overheid de regels maken en ons overspoelen met snel veranderende en ingewikkelde regels, op allerlei gebied, ook aan de orde komt, evenals de uitvoeringspraktijk van overheidsinstanties (zoals de Belastingdienst met de toeslagenaffaire). De Nederlandse overheid lijdt aan controlitis, lees recent weer Pauline Meurs over de zorgsector (FD, betaalmuur).

Meer informatie en aanmelding: site van de NJV, aanmeldingspagina bij CPO.

Geplaatst in Belastingrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Nieuwe wetgevende plannen voor de trustkantoren-sector

Op 14 januari jl. maakten de ministers van Financiën en van Veiligheid een brief bekend over de voortgang van de maatregelen op het gebied van bestrijding van financieel-economische criminaliteit, in het kort als ‘witwassen’ aangeduid. Zoals bekend heeft de overheid taken op het gebied van opsporing (‘monitoring van transacties‘) van vermoedelijke strafbare feiten (‘ongebruikelijke transacties‘) naar het bedrijfsleven geprivatiseerd. Belangrijke spelers in dat verband zijn onder meer trustkantoren, waar ik in dit artikel op focus.

Bij de brief van de ministers horen een aantal  bijlagen, onder meer een door DNB opgesteld ‘Toezichtbeeld DNB Trustkantoren 2019‘.

Kernrol trustkantoren: optreden als statutair bestuurders
De trustkantoren krijgen in de brief van de ministers en in het door DNB vervaardigde toezichtbeeld flinke vegen uit de pan, waarbij de suggestie wordt gewekt dat het financiële instellingen zijn. Het opmerkelijke daarbij is dat de belangrijkste dienst die trustkantoren verlenen het optreden als statutair directeur van rechtspersonen is, met name bij besloten vennootschappen en stichtingen naar Nederlands recht. In verband met die bestuursrol verlenen ze domicilie en verrichten ze administratieve werkzaamheden. Trustkantoren verlenen geen financiële diensten en zijn ook geen financiële instellingen.

Voorlopig gaan de ministeries van Financiën en van Veiligheid door met verhullen dat het hier om gewone statutair bestuurders gaat.

Beleidsvoornemens
De ministers schrijven in de brief van 14 januari dat trustkantoren de nieuwe regelgeving nog niet voldoende geïncorporeerd zou hebben. Uit de brief van de ministers blijkt niet wat er dan onvoldoende geïmplementeerd zou zijn en welk verband die zogenaamde onvolkomenheden hebben met de aangekondigde maatregel van het verbieden van de ‘doorstroomvennootschap‘ als bedoeld in de Wtt 2018 (goed te onderscheiden van de fiscale doorstroomvennootschap). Ik hoor nl. zelden van de trustkantoren die ik spreek, dat zij er Wtt-doorstroomvennootschappen op na houden.

Voorts bestaat het voornemen om trustkantoren te verbieden om “diensten verlenen waarbij landen betrokken zijn die a) op de lijst van derde-hoogrisicolanden staan of b) op de lijst van de Europese Commissie van non-coöperatieve derde landen op belastinggebied staan“. Uiteraard wordt dit gevolgd door een bekend poortwachtersmantra:

In die gevallen is sprake van een cumulatie van risico’s die wij onbeheersbaar achten in een sector waarbij de diensten op zichzelf al inherent hoge integriteitrisico’s met zich brengen.

Hoe de ministers er bij komen dat het zijn van statutair bestuurder een inherent hoog integriteitsrisico met zich meebrengt, is mij een raadsel, zeker nu trustkantoren – anders dan andere statutair bestuurders – onder toezicht van DNB staan.

De ministers starten een onderzoek naar illegale trustdienstverlening, iets waarover al vele malen is gesproken, namelijk het splitsen tussen het zijn van statutair bestuurder en het verlenen van domicilie. DNB spreekt er alleen in vage termen over, zodat niet duidelijk is wat er speelt.

Verslag DNB
Opvallend is dat de ministers spreken over door DNB opgelegde formele handhavingsmaatregelen, waarbij de suggestie wordt gewekt dat dit verband houdt met de hiervoor bedoelde beleidsvoornemens. Dat verband kan niet worden gevonden in het document van DNB, nu DNB spreekt over onderzoeken naar 21 trustkantoren en oplegging aan een deel van die trustkantoren van tien handhavingsmaatregelen. Dat geeft dus geen beeld van de sector van de trustkantoren in het algemeen.

Het beeld waar DNB over spreekt heeft betrekking op de bureaucratische eisen die aan trustkantoren worden gesteld, op het gebied van het bewijzen van hun inspanningen (vastlegging in het dossier). Lees bijvoorbeeld:

Belangrijke gemene deler bij de uitkomst van onderzoeken is dat er nog regelmatig tekortkomingen worden aangetroffen in de uitvoering van het verplichte cliëntenonderzoek en de vastlegging ervan in het dienstverleningsdossier (dvd), in een dvd komt het door het trustkantoor uitgevoerde cliëntenonderzoek met betrekking tot een specifieke cliënt tot uiting. Uit een dvd is op te maken of het trustkantoor het cliëntenonderzoek adequaat heeft uitgevoerd. Dit houdt in dat in het dvd de integriteitsrisico’s zijn benoemd, hoe deze worden ondervangen en of de integriteitsrisico’s na mitigerende maatregelen acceptabel zijn voor het trustkantoor, oftewel of die risico’s (na mitigatie) passen binnen de zogenaamde risk appetite van het trustkantoor. DNB ziet dat de vereiste ‘due diligence’ niet altijd aanwezig is waardoor in sommige gevallen integriteitsrisico’s niet in beeld zijn, of lager worden ingeschat dan ze zijn, of de effectiviteit van mitigerende maatregelen hoger wordt ingeschat dan die is. Ook ziet DNB dat het cliëntenonderzoek niet compleet is.

Weg met de trust?
Het is niet verrassend dat lid van de Tweede Kamer Nijboer tijdens de behandeling van de Wwft-voorstellen op 3 december 2019 in de Tweede Kamer zei:

Bij trustkantoren vind ik dat anders. Dan vind ik het heel gek om zo’n trustkantoor dat vertrouwen te geven. Dat weet de minister ook. Ik wil gewoon van die trustkantoren af. Dan moet wel de wetgeving worden aangescherpt, maar het is vragen om ellende om die te laten voortbestaan. 

Het lijkt er op dat dit de kern is van waar de ministeries en DNB mee bezig zijn. Nu trustkantoren huis-tuin-en-keuken activiteiten hebben op het gebied van rechtspersonen (besturen, domicilie verlenen en administreren), is de wens van Nijboer niet reëel.

Machine-denken
Uit de brief van de ministers rijst het bij trustkantoren bekende beeld op van het stellen van onhaalbare eisen, waaraan geen mens kan voldoen.

Het is een voorbeeld van het machine-denken van de overheid waarover ik op mijn algemene blog schreef. Lees over dat onderwerp ook Dehumanisation of the large corporation door Jaap Winter. Juist bestrijding van criminaliteit leidt tot het doorslaan van de overheid, heeft de toeslagenaffaire ons geleerd. Ondernemers hebben daar niet zoveel aan.

Ik ben heel benieuwd of het toezichtregime voor trustkantoren straks voor alle statutair bestuurders in Nederland zal gaan gelden. Als dat gebeurt dan is er werkgelegenheid voor iedere burger tot in de lengte van dagen. Met behulp van IT kan iedereen zich tot het oneindige bezighouden met vastleggen, risico’s analyseren, mitigerende maatregelen nemen, risk appetite bepalen en gesprekken voeren met compliance- en audit-functionarissen en met de toezichthouder.

 

Meer informatie:

Brief van 14 januari 2020, rijksoverheid.nl (pdf)

  • Bijlage – Reactie beleidsmonitor terrorismefinanciering, rijksoverheid.nl (pdf)
  • Bijlage – Bijlage bij Kamerbrief Beleidsmonitor Terrorismefinanciering, rijksoverheid.nl (pdf)
  • Bijlage – Toezichtbeeld DNB Trustkantoren 2019, rijksoverheid.nl (pdf), opgesteld door DNB
  • Bijlage – Advies toegang tot gegevens voor poortwachters in de aanpak van witwassen, rijksoverheid.nl (pdf). Advies Autoriteit Persoonsgegevens.

Lees ook mijn artikel De bureaucratische dwaalweg van het toezicht op trustkantoren.

 

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Trustkantoren | 2 reacties

Ubo’s komen op ieder uittreksel van de Kamer van Koophandel | Wwft

Vandaag nog iets interessants ontdekt.

Op grond van de gewijzigde Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) zullen alle Wwft-plichtigen bij aanvang van de diensten over een bewijs van inschrijving van de uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s) moeten beschikken.

Dat is geen apart uittreksel.

In de parlementaire geschiedenis van de ubo-register wet werd gesproken over een “bewijs van inschrijving in het ubo-register“. Lees bijvoorbeeld de memorie van toelichting inzake de wet tot wijziging van de Wwft [1]. Daarin wordt onder het kopje “7.6. Bewijs van inschrijving in het UBO-register” gesproken over dat bewijs:

In verschillende consultatiereacties zijn vragen gesteld over de verplichting in artikel I, onderdeel G, waarin is opgenomen dat een instelling die een nieuwe zakelijke relatie aangaat met een vennootschap of andere juridische entiteit, over een bewijs van inschrijving van de uiteindelijk belanghebbenden van die juridische entiteiten in het handelsregister beschikt. Naar aanleiding van deze reacties is de artikelsgewijze toelichting bij dit onderdeel aangevuld. Allereerst is nader toegelicht dat een bewijs van inschrijving in het handelsregister de instelling niet ontslaat van de verplichting om zelfstandig onderzoek te doen om de uiteindelijk belanghebbende te identificeren. De verplichting om zelfstandig de uiteindelijk belanghebbende vast te stellen en een discrepantie te melden tussen de resultaten van deze identificatie en de informatie die is opgenomen in het UBO-register, volgen rechtstreeks uit artikel 30, vierde en achtste lid, van de richtlijn. Daarnaast wordt gevraagd welke verplichtingen een instelling heeft als er een zakelijke relatie wordt aangegaan met een rechtspersoon die is gevestigd in een andere lidstaat of in een derde land. Toegelicht is dat ook in deze gevallen een instelling zelfstandig de uiteindelijk belanghebbende dient te identificeren, zoals dat nu ook al het geval is. De verplichtingen om, indien van toepassing, het buitenlandse UBO-register te raadplegen en eventuele discrepanties te melden, gelden dan in beginsel niet.

Hoewel het kopje spreekt over een bewijs van inschrijving in het ubo-register, volgt uit de tekst dat het bewijs waarover de Wwft-plichtigen moeten beschikken geen apart uittreksel uit het ubo-register is, maar gewoon een uittreksel uit het handelsregister.

Anders gezegd: in de toekomst staan de uiteindelijk belanghebbenden op ieder uittreksel.

Dat volgt ook uit de systematiek, want in artikel 4 van de Wwft [2] staat straks dat de Wwft-plichtige bij het aangaan van een nieuwe zakelijke relatie met een cliënt beschikt over een bewijs van inschrijving in het handelsregister en stelt de Wwft-plichtige vast of de de uiteindelijk belanghebbenden van de cliënt zijn opgenomen (in dat uittreksel) als bedoeld in het nieuwe artikel 15a van de Handelsregisterwet 2007.

Ik ben benieuwd wat er in het uittreksel komt te staan over het economisch belang van onder meer de pseudo-ubo’s en of de pseudo-ubo’s twee keer in het uittreksel worden opgenomen. Waarschijnlijk wel. De Kamer van Koophandel zwijgt op de website nog over dit thema [3].

Het zal zorgen voor een pijlsnelle verspreiding van de ubo-gegevens van de aardbol. Want uiteindelijk belanghebbenden hebben geen recht op privacy en trekken altijd aan alle touwtjes.

 

Noten
[1] Memorie van toelichting wijzigingswet Wwft.
[2] Wetsvoorstel Eerste Kamer.
[3] De pagina over privacy van de Kamer van Koophandel zegt niets over uiteindelijk belanghebbenden en ook de vraag & antwoord ubo-register zwijgt.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gedoe rondom de toegang tot het ubo-register terwijl concepten privatisering misdaadbestrijding niet worden onderzocht | Wwft

Wwft-plichtigen, zoals banken, accountants en notarissen, rollen over elkaar heen om te laten zien hoe serieus zij hun misdaadbestrijdingstaak nemen. Reflectie op de vraag of de door FATF en criminologen bedachte systemen tot privatisering van de misdaadbestrijding wel zinvol zijn, ontbreekt volledig.

Een van de vele groepen ondernemingen die een dergelijke bestrijdingstaak hebben, is het notariaat. Dat lijkt een logische keus, nu de notaris een belangrijke rol in het kader van de rechtszekerheid speelt en belangrijk is bij transacties inzake vastgoed en aandelen. Maar of hun Wwft-rol wel uitvoerbaar is, blijf ik me afvragen.

Het notariaat vraagt om toegang tot het complete ubo-register, zo lees ik bij de KNB. Naar mijn mening bevat dat register onzinnige informatie, onder meer staan er statutair bestuurders van rechtspersonen in die als ‘pseudo-ubo’ ook daar moeten worden opgenomen als er geen ‘echte’ ubo is. De informatie in het register is beperkt, ook in het besloten deel.

Als de overheid serieus denkt dat notarissen misdaad kunnen bestrijden, zou het beter zijn als de notarissen via een ja-nee systeem toegang zouden hebben tot het strafregister en tot opsporingsgegevens, bijvoorbeeld de gegevens over de 200 vermoedelijke topcriminelen, die doelwit zijn van de Serious Crime Taskforce. Het zou goed zijn als de Nederlandse en Europese overheid zouden stoppen met de ubo-register bureaucratie en zouden zorgen dat de handelsregisters in de hele EU up-to-date en eenvoudig toegankelijk zijn.

(Ik weet dat ik een roepende in de woestijn ben.)

Het KNB-bericht van 14 januari 2020:

Notarissen willen ruimere toegang tot het UBO-register
14-01-2020

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) vindt dat de notaris toegang moet krijgen tot alle informatie in het UBO-register en heeft dit de Eerste Kamer per brief laten weten. Notarissen krijgen nu beperkt toegang tot het UBO-register. Zij zijn wel een van de poortwachters van het financiële stelsel en hebben een belangrijke rol bij het signaleren en voorkomen van financieel-economische criminaliteit, zoals witwassen.

Het voorstel voor het UBO-register ligt nu bij de Eerste Kamer. Het register gaat naar verwachting in het voorjaar van 2020 van start. De gegevens naam, geboortemaand, geboortejaar, woonstaat, nationaliteit en aard en omvang van het economische belang zijn door iedereen in te zien. Voor notarissen zijn alleen deze openbare gegevens beschikbaar. Om aan hun Wwft-verplichtingen te voldoen, moeten zij zelf aanvullende informatie verzamelen, aldus de KNB in de brief (pdf, 140 kB). De ministers van Financiën en Justitie en Veiligheid hebben toegezegd de toegang van Wwft-instellingen tot de aanvullende gegevens in het UBO-register voor een formeel advies voor te leggen aan de Autoriteit Persoonsgegevens.

Centraal aandeelhoudersregister
De beroepsorganisatie meent dat naast een UBO-register ook een centraal aandeelhoudersregister (CAHR) moet worden ingevoerd als middel voor de aanpak van witwassen, terrorismefinanciering en andere vormen van financieel-economische criminaliteit. De toegevoegde waarde van het CAHR ten opzichte van het UBO-register zit onder meer in de vulling: het UBO-register wordt gevuld met gegevens die zijn aangeleverd door de registratieplichtige vennootschappen en andere juridische entiteiten en hun uiteindelijk belanghebbenden zelf. Het CAHR berust op wettelijk verplichte opgaven door notarissen op basis van notariële akten.

Dit bericht verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Vergunningplicht voor cryptocurrencybedrijven | Wwft

Het Ministerie van Financiën heeft bedacht om een vergunningplicht aan bepaalde cryptocurrencybedrijven op te leggen, onder de verhullende naam ‘registratieplicht’. Dit merkwaardige fenomeen zal worden ondergebracht in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), die verder geen vergunningplichten of gelijksoortige systemen kent.

De cryptosector is er niet blij mee, lees wat hun juridisch adviseur Simon Lelieveldt er over schrijft op twitter in een enorme draad met allerlei verwijzingen:

 

 

Wetsvoorstel
Het wetsvoorstel is nog in behandeling. Daarin worden twee nieuwe categorie Wwft-plichtigen toegevoegd:

l. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta aanbieden;
m. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig bewaarportemonnees aanbieden;

Virtuele valuta worden gedefinieerd als:

een digitale weergave van waarde die niet door een centrale bank of een overheid wordt uitgegeven of gegarandeerd, die niet noodzakelijk aan een wettelijk vastgestelde valuta is gekoppeld en die niet de juridische status van valuta of geld heeft, maar die door natuurlijke personen of rechtspersonen als ruilmiddel wordt aanvaard en die elektronisch kan worden overgedragen, opgeslagen en verhandeld;

en de aanbieder van een bewaarportemonee als:

entiteit die diensten aanbiedt om namens haar cliënten cryptografische privésleutels te beveiligen om virtuele valuta aan te houden, op te slaan en over te dragen

Deze nieuwe Wwft-plichtigen moeten volgens een nieuw hoofdstuk 3A een vergunning aanvragen. In het hoofdstuk wordt over ‘registratie’ gesproken, maar in werkelijkheid is het een vergunningplicht, nu de aanvrager aan allerlei eisen moet voldoen, die in een algemene maatregel van bestuur zullen staan (aldus artikel 23c). Artikelen 23d en verder vertonen een grote gelijkheid met de regels voor trustkantoren en banken.

Volwassen
Een en ander geeft aan dat de sector volwassen is geworden, al blijf ik het ongewenst vinden dat deze vergunningplicht in de Wwft wordt opgenomen.

 

Meer informatie:


Aanvulling 20 januari 2020
Op verzoek van Simon Lelieveldt heb ik verduidelijkt dat hij adviseur is op het gebied van witwasbestrijding en cryptovaluta.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Virtuele valuta | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen