Op 4 februari jl. is in de Tweede Kamer gestemd over het voorstel voor de Wet chartaal betalingsverkeer [1] en is het voorstel tot wijziging van met name de Wet op het financieel toezicht aangenomen [2].
Contante betaling
In de tekst is geen acceptatieplicht contanten opgenomen, alleen een bepaling over contant geld voor kwetsbare groepen:
Artikel 3:267ja
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de beschikbaarheid en toegankelijkheid van contant geld voor bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen kwetsbare groepen wordt gewaarborgd.
Banken mogen altijd “cliëntspecifieke maatregelen … nemen om de risico’s van contant geld te mitigeren” (risico’s op witwassen en financieren van terrorisme) [3]. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de tarieven die banken mogen rekenen, waarbij rekening gehouden met het publieke belang van contant geld, aan bepaalde groepen mag voor het opnemen en storten niets in rekening worden gebracht [4].
Voorts zijn er bepalingen over bereikbaarheid van pinautomaten e.d.
Basisbankrekening voor rechtspersonen
Een nieuw element is dat banken verplicht zijn om ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie, die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven, in de gelegenheid een basisbetaalrekening in euro’s aan te vragen en te gebruiken [5]. Daarmee wordt ongerechtvaardigd de-risken door banken tegen gegaan.
Behandeling Eerste Kamer
De leden van de Eerste Kamercommissie voor Financiën (FIN) kunnen op 24 februari 2026 vragen stellen (‘inbreng voor het verslag’) [6].
Noten:
[1] De officiële naam is nu: Wet chartaal betalingsverkeer en aanpassing van het toepassingsbereik van het bonusplafond.
Zie de pagina met het dossier van de Tweede Kamer. De uiteindelijke tekst is hier te vinden.
[2] Zie in dit verslag:
Stemming Wet chartaal betalingsverkeer
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer) (36711).
(Zie vergadering van 14 januari 2026.)De voorzitter:
Op 27 januari heeft de Kamer reeds over de ingediende amendementen en de artikelen gestemd.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Van Eijk c.s. (stuk nrs. 19, I tot en met IV), het amendement-Ergin (stuk nr. 34), het gewijzigde amendement-Ergin (stuk nr. 22), het amendement-Flach c.s. (stuk nr. 25), het amendement-Van Berkel c.s. (stuk nr. 20), het amendement-Van Berkel c.s. (stuk nr. 21), het gewijzigde amendement-Flach (stuk nr. 14), het nader gewijzigde amendement-Flach c.s. (stuk nr. 26), de amendementen-Flach c.s. (stuk nrs. 27, I en II) en het amendement-Inge van Dijk c.s. (stuk nr. 17).De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
[3] Aldus voorgestelde tekst voor artikel 3:267l lid 4 Wet op het financieel toezicht. Er is een motie aangenomen, inhoudend dat de eisen uit het Convenant Contant Geld de ondergrens zijn bij de uitwerking in de algemene maatregel van bestuur.
[4] De voorgestelde tekst voor artikel 3:267m Wet op het financieel toezicht.
[5] De bepaling luidt:
Artikel 4:71k
1. Een bank die in Nederland betaalrekeningen aan ondernemingen aanbiedt, stelt ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven in de gelegenheid een basisbetaalrekening in euro’s aan te vragen en te gebruiken.
2. Op basisbetaalrekeningen als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 4:71f, eerste en derde tot en met zesde lid, 4:71g, 4:71h, met uitzondering van het derde lid, onderdeel b, en 4:71i van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor artikel 4:71i, eerste lid, onderdeel c, wordt gelezen: niet langer in het Nederlandse handelsregister is ingeschreven.
De toelichting, te vinden in het dossier van de Eerste Kamer:
Dit amendement introduceert een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten, namelijk voor ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven. Voor consumenten bestaat er reeds een dergelijk recht (op basis van artikel 4:71f Wft en Richtlijn 2014/92/EU). Ondernemingen, stichtingen en verenigingen kunnen soms om uiteenlopende redenen geen bankrekening openen of behouden. De oorzaken hiervan lopen uiteen, maar de indruk ontstaat dat dit niet altijd op basis van objectieve, wettelijke gronden gebeurt. Toegang tot het betalingsverkeer is essentieel om mee te kunnen doen aan de samenleving. Dat geldt niet alleen voor consumenten maar ook voor zakelijke klanten van financiële instellingen. Daartoe introduceert dit amendement een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten.
Al enkele jaren speelt de discussie rond het recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke klanten. Tot op heden is dit echter nog niet wettelijk geregeld. Zowel vanuit de overheid als vanuit de sector zelf is onderzocht of en hoe een dergelijk recht ingevoerd kan worden. In de ‘Visie op de Financiële sector’ van dit jaar (2025) is aangegeven dat het kabinet nog dit jaar voorstellen vanuit de sector verwacht en daarnaast inzet op Europese regelgeving. Kortom, alles wijst erop dat er in de toekomst een wettelijk recht op een basisbetaalrekening komt. Concrete voorstellen liggen er echter nog niet. Indieners zijn van mening dat het aan de wetgever zelf is om dit wettelijk te regelen.
Indieners begrijpen dat er soms gronden zijn om een betaalrekening te weigeren. Dat mag volgens indieners echter alleen op grond van een concrete, wettelijke basis. Denk aan de relevante witwaswetgeving. Uit een onderzoek van De Nederlandsche Bank (Van herstel naar balans) blijkt echter dat aan slechts 18% van de weigeringen van de zakelijke klanten Wwft-redenen ten grondslag liggen.
Dit amendement bouwt voort op de unaniem aangenomen motie Flach/Idsinga (Kamerstuk 32 545, nr. 217). Hierin wordt verzocht om bij banken aan te dringen op het principe van ‘ja, tenzij’ als het gaat om het accepteren van zakelijke klanten, waarbij klanten alleen op concrete, wettelijke gronden geweigerd mogen worden. Dit amendement legt deze unaniem aangenomen motie feitelijk wettelijk vast.
Om ongewenst gebruik van dit amendement te voorkomen, is de doelgroep beperkt tot entiteiten uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven. Anders wordt het mogelijk dat partijen die in hun eigen lidstaat geen bankrekening kunnen krijgen bij een Nederlandse bank een basisbetaalrekening kunnen openen. Dit brengt extra nadelen met zich mee, ook omdat banken gehouden zijn aan de Wwft, wat voor partijen met geen enkele band met Nederland lastig zal uitvoerbaar is. Enige inkadering is dus noodzakelijk, omdat banken anders bijvoorbeeld hun toezichthoudende rol niet goed kunnen vervullen. De gekozen formulering past volgens indieners binnen de beginselen van het Unierecht, waaronder het vrije verkeer. Ook buitenlandse entiteiten kunnen namelijk nog steeds een vestiging openen in Nederland, waarmee voldaan wordt aan de voorwaarden. Deze gekozen afbakening sluit ook in grote lijnen aan bij de keuzes die in België en Frankrijk zijn gemaakt, waar ook een vestiging is vereist. Volgens indieners is de gekozen formulering de beste om het gewenste resultaat te bereiken en daarbij de beginselen van het Unierecht niet te schenden.
Aangenomen. Voor: SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, PvdD, DENK, SGP, ChristenUnie, JA21, BBB, PVV, FVD en Groep Markuszower.
[6] Het dossier van de Eerste Kamer staat op deze plaats.
Op deze site: artikelen over contante betaling, acceptatieplicht contanten, de zakelijke bankrekening en de Wet chartaal betalingsverkeer.


