Europees Hof oordeelt over leeftijdsverificatie en verkeerscontroles

Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde op 16 juni [1] dat lidstaten leeftijdsverificatie voor gebruikers van pornografische websites mogen eisen en de doorgifte van informatie over bepaalde verkeerscontroles op hun grondgebied mogen verbieden. Het Hof gaf dat oordeel naar aanleiding van vragen van de Franse hoogste bestuursrechter in een zaak van Tsjechische vennootschappen (over porno websites) en van een Franse vennootschap (over verkeerscontroles).

Uit het persbericht:

Vervolgens stelt het Hof vast dat de toepassing door Frankrijk van de betwiste maatregelen op dienstverleners die in andere lidstaten zijn gevestigd, een beperking vormt op het vrij verrichten van de betrokken diensten. De richtlijn staat echter onder bepaalde voorwaarden toe dat de lidstaten dergelijke maatregelen ook richten tot dienstverleners die niet op hun grondgebied zijn gevestigd. In casu streven de betrokken maatregelen doelstellingen na die door de richtlijn worden erkend, zoals de openbare orde, waar de bescherming van minderjarigen onder valt, en de openbare veiligheid, waar het verbod op de verspreiding van informatie over bepaalde verkeerscontroles bij aansluit. Bovendien blijken zij evenredig te zijn aan die doelstellingen. Verder lijken zij gericht te zijn op specifieke diensten van de informatiemaatschappij die daadwerkelijk afbreuk doen aan die doelstellingen, en vorm te krijgen in individuele aanmanings- of verbodsbesluiten die op basis van de nationale wetgeving worden vastgesteld.

Voordat dergelijke maatregelen worden genomen moet evenwel, behalve in spoedeisende gevallen, de lidstaat van vestiging van de betrokken dienstverlener worden verzocht zelf passende maatregelen te nemen en moeten de voorgenomen maatregelen aan de Europese Commissie en die lidstaat worden meegedeeld.

Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, kan een lidstaat aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die in andere lidstaten zijn gevestigd, verplichten een systeem voor leeftijdsverificatie in te voeren om te voorkomen dat minderjarigen toegang krijgen tot hun pornografische websites, of dergelijke aanbieders verbieden om in het kader van rijhulpsystemen met geolokalisatie informatie over bepaalde verkeerscontroles door te geven . De verwijzende rechter moet nagaan of de betwiste maatregelen aan deze voorwaarden voldoen.

Voor zover ik kon zien, is de wijze waarop de leeftijd wordt geverifieerd geen onderwerp van de procedure geweest. Juist dat levert risico’s op voor mensen [2].

Voorts laat het Hof zich uit over de vraag wanneer sprake is van hostingdiensten:

In dit verband herinnert het Hof eraan dat een dienstverlener enkel kan worden aangemerkt als een aanbieder van „hostingdiensten” – die in beginsel in aanmerking kan komen voor een vrijstelling van aansprakelijkheid voor informatie die is opgeslagen op verzoek van een gebruiker – wanneer hij geen kennis heeft van die informatie en daarover geen controle heeft. Een dienstverlener die door middel van een algoritme bepaalt onder welke voorwaarden, op welke wijze en in welke volgorde dergelijke informatie al dan niet wordt doorgegeven, oefent daar evenwel controle over uit, en kan zich dus niet op een aansprakelijkheidsvrijstelling beroepen.

 

Noten:

[1] C-188/24 | WebGroup Czech Republic en NKL Associates en C-190/24 | Coyote System, Nederlandstalig persbericht, uitspraak op EUR-Lex. Kijk hier voor de uitspraak en de eerder openbaar gemaakte conclusie.

[2] Op de site eerlijkdigitaalonderwijs.nl verscheen het uitstekende artikel Leeftijdsverificatie, een gevaarlijke schijnoplossing. Daarin legt een expert uit hoe onverstandig de huidige leeftijdsverificatie voorstellen zijn, dat ik al eerder meldde. Ik schreef daar al eerder over, onder meer Leeftijdsverificatie is in de mode | maar geef je je gegevens aan een datagraaier?.

Geplaatst in Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Mag een Nederlands bedrijf discrimineren vanwege Amerikaanse sanctieregels?

Dit voorjaar oordeelde het College voor de Rechten voor de Mens over nationaliteitsdiscriminatie op grond van Amerikaans sanctierecht. Blijkens de aankondiging [1] mocht het Nederlandse bedrijf op basis van de Cubaanse nationaliteit discrimineren, omdat hier een uitzondering zou gelden.

In de aankondiging staat:

Nationaliteit
Een werkgever mag geen onderscheid maken op grond van nationaliteit bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst. Het College stelt vast dat Prodrive dat onderscheid wel maakt op grond van nationaliteit. Sollicitanten die de nationaliteit hebben van een land waarop de EAR-beperkingen van toepassing zijn, zoals in dit geval de Cubaanse nationaliteit, zonder dat zij ook beschikken over de Nederlandse nationaliteit of een permanente verblijfsvergunning, neemt Prodrive namelijk niet aan voor functies waarbij zij toegang hebben tot Amerikaanse dual-use technologie.

Wettelijke uitzondering van toepassing?
Direct onderscheid op grond van nationaliteit is niet verboden als het is gebaseerd op algemeen verbindende voorschriften (onder meer wetten en besluiten) of geschreven of ongeschreven regels van internationaal recht. Prodrive doet een beroep op deze uitzondering. Volgens het College kan deze uitzondering niet worden toegepast in dit geval, omdat de regels in de EAR Amerikaans nationaal recht betreft en niet onder het bereik van deze uitzondering valt. Als de Awgb strikt wordt toegepast, betekent dit dat het door Prodrive gemaakte onderscheid op grond van nationaliteit dus verboden is.
Daarnaast heeft Prodrive nog aangevoerd dat het verbod tot onderscheid in dit geval alsnog buiten toepassing moet blijven vanwege de EAR-beperkingen, omdat zij en de bij haar werkzame werknemers het risico lopen om strafrechtelijk te worden vervolgd bij overtreding daarvan. Het College beoordeelt daarom of het in dit geval toch onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid om de Awgb strikt toe te passen. Het College concludeert dat Prodrive voldoende aannemelijk maakt dat dit risico reëel is en dat dit gevolgen kan hebben voor haar internationale bedrijfsvoering en de vrijheid van de bij haar werkzame personen.

Zorgwekkend is dat op deze manier grondrechten schendende Amerikaanse praktijken kunnen doorgaan [2].

De VS heeft een zeer grote hoeveelheid extraterritoriaal werkende regelgeving, zoals exportrestricties, sanctieregelgeving en de financiële uitwisselingswet FATCA [3], met een zeer brede reikwijdte. Gevolg daarvan is dat onschuldige burgers worden benadeeld zonder dat sprake is van een Amerikaans veiligheidsbelang of ander belang [4].
Dat lijkt hier aan de orde, omdat het hebben van de Cubaanse nationaliteit niet betekent dat betrokkene een risico vormt voor de veiligheid van de VS.

Ik vraag me af of het wel in overeenstemming is met de in Nederland geldende grondrechten (zoals EVRM, Handvest) dat grondrechten schendende regels van een ander land worden nageleefd.

Toename nationaliteitsdiscriminatie
Nationaliteitsdiscriminatie neemt de afgelopen tijd sterk toe. Zo moeten witwasbestrijdingsplichtigen op grond van de nieuwe antiwitwasverordening alle nationaliteiten van hun klanten registreren, terwijl van algemene bekendheid is dat nationaliteit niets met criminaliteit te maken heeft. Die registratie acht de Europese wetgever kennelijk nodig om discriminerende maatregelen te kunnen toepassen.

 

Noten:

[1] Aankondiging: Geen discriminatie door Prodrive Technologies B.V. vanwege het niet opnieuw in dienst nemen van een zwangere sollicitant met de Cubaanse nationaliteit voor de functie van technician.

[2] Het College schrijft: “Gevolg hiervan is dat verweerder en de bij haar werkzame personen zich blootstellen aan strafrechtelijke sancties in een democratische rechtsorde van een ander land als zij de Awgb naleven.“. Heeft de VS wel een democratische rechtsorde? En als het een democratische rechtsorde zou hebben dan kunnen er nog steeds grondrechten schendende regels worden gemaakt.

[3] Lees mijn inleiding over de slachtoffers van FATCA.

[4] Dit is ook aan de orde in de Citibank zaak die het College voor de Rechten van de Mens behandelde, lees mijn artikel. Daar mocht de Citibank van het College een betaling blokkeren aan een gewoon Nederlands bedrijf, alleen omdat het de naam draagt van een plaats in Syrië. Met misdaadbestrijding of naleving van sanctieregels heeft dat natuurlijk helemaal niets te maken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Evaluatierapport trustkantorenregels openbaar gemaakt

De Wet toezicht trustkantoren 2018 is geëvalueerd, zo blijkt uit de brief, via deze pagina te vinden, die de minister van Financiën aan de Tweede Kamer zond. Bij deze brief hoort het SEO-rapport.

Ik blijf het humor vinden dat de minister verhult dat het bij trustdiensten eigenlijk gaat om vergunningplicht van het zijn van statutair bestuurder, iets wat op gespannen voet staat met het Europese recht. Daarom blijft de minister volhouden dat verlening van trustdiensten een financiële dienst zou zijn.

De uitkomsten van de evaluatie zijn weinig verrassend, de vermeende ‘illegale trustkantoren’ blijven een belangrijke hobby van de minister, al begrijpen de overheidsinstanties die er ook iets mee moeten doen er weinig van. Het advies van SEO is om de detectie en handhaving beter te organiseren. Wijziging van de wet achten zij weinig zinvol.

Opvallend is dat de verbreding van de groep ondernemingen die onder de antiwitwasverordening net als trustkantoren geacht wordt alleen hoog risico klanten te hebben (lees mijn artikel), in de brief van de minister niet aan de orde komt.

Het maakt duidelijk dat de minister van Financiën een meester is in het verhullen.

 

 

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht, Trustkantoren | Tags: | Plaats een reactie

EHRM uitspraak over afpakken | Petrignani e.a. tegen Italië

Afpakken van crimineel vermogen is een Nederlandse en Europese overheidshobby. Er kan geen vergadering van misdaadbestrijdingscommissies van de Tweede Kamer voorbij gaan, zonder dat de Tweede Kamer leden stoer doen over afpakken en roepen dat dit meer moet gebeuren. Nu is dat makkelijker gezegd dan gedaan, ook al probeert de wetgever dat makkelijker te maken door de bewijslast om te keren.

In mei jl. deed het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) uitspraak in een afpakzaak [1]. Kern van de zaak is dat personen die medeplichtig waren aan criminaliteit door de Italiaanse rechter veroordeeld werden tot betaling van het totale bedrag van het criminele voordeel van derden; zij waren hoofdelijk aansprakelijk. De lol van hoofdelijke aansprakelijkheid is dat het geld gehaald wordt bij rijkere daders (hier onder meer een accountant en een belastingadviseur die aan fiscale fraude hadden mee gewerkt [2]) en dat deze het dan maar moeten uitzoeken met degenen bij die het voordeel is terecht gekomen.

Dat betekent dat er eigenlijk geen sprake is van ‘afpakken’ (confisqueren), want in de gewone definitie haal je het vermogen bij degene die het onder zich heeft (ook als degene bij wie het vermogen aanwezig is zelf niet crimineel actief is geweest). De vorm van afpakken waarin meer wordt gevorderd dan het criminele voordeel van de desbetreffende mede-dader of medeplichtige is gebaseerd op de afpakregels van het Italiaanse recht [3]. Het EHRM bespreekt de relevante nationale regels en het internationale recht en EU-recht, onder meer:

43.Article49 § 3 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union provides that the severity of penalties must not be disproportionate to the relevant criminal offence.

Als zodanig is afpakken legitiem, zo oordeelt het EHRM [4]. Echter, artikel 1 van het Eerste Protocol eist dat de inbreuk op eigendom proportioneel moet zijn:

132. Article 1 of Protocol No. 1 also requires that any interference be reasonably proportionate to the aim it pursued. In other words, a “fair balance” must be struck between the demands of the general interest of the community and the requirements of the protection of the individual’s fundamental rights. (…)

134. Furthermore, the Court has, on many occasions, noted that although Article 1 of Protocol No. 1 contains no explicit procedural requirements, domestic proceedings must afford the aggrieved individual a reasonable opportunity of putting his or her case to the responsible authorities for the purpose of effectively challenging measures interfering with the rights guaranteed by this provision (…)

137. As regards punitive confiscation orders, (…) In order to be proportionate, the interference should correspond to the severity of the infringement, and the sanction to the gravity of the offence it is designed to punish

In de onderhavige zaken voldoet het Italiaanse recht niet aan deze eisen, onder meer om deze reden:

140. As to the first, the Court notes that the confiscation of amounts exceeding the applicants’ shares of the proceeds was unrelated to their role in the commission of the crimes or to the gravity of their conduct. The domestic courts did not examine whether the applicants’ particular contributions to the commission of the offences justified finding them jointly liable: they simply applied joint liability automatically. The Court has already found that there are no clear criteria for deciding the extent of a confiscation order and that, even assuming that in practice the criterion is that of the co-offenders’ financial position, it would not be related to their criminal conduct (see paragraphs 105-106 above). The Court finds that the order was not proportionate to the punitive purposes it pursued (see paragraph 137 above).

Het EHRM vindt ook de verschuiving van het verhaal naar mede-daders niet rechtmatig [5], zodat artikel 1 van het Eerste Protocol wordt overtreden:

150. Given the nature and purposes of the confiscation orders in question, the Court finds that shifting the responsibility of recovering the co-offenders’ shares of the proceeds from the domestic authorities to the applicants was not justifiable and imposed an excessive burden on the applicants. It therefore finds that making the confiscation orders on the basis of joint liability was not proportionate to the aims pursued.

Het EHRM komt tot de conclusie dat de Italiaanse staat heeft gehandeld  in strijd met artikel 7 van het EHRM voor zover het eiser Curci betreft (bij de twee anderen is dat niet het geval), omdat er geen juridische basis was voor aansprakelijkstelling voor het gehele criminele voordeel [6] en voorts dat de handelswijze in strijd  is met artikel 1 van het Eerste Protocol (alle eisers). De staat wordt tot betaling van vergoedingen veroordeeld.

 

Noten:

[1] EHRM-uitspraak 28 mei 2026, nrs. 26187/14, 24511/21, en 31161/22, Petrignani e.a. tegen Italië, ECLI:CE:ECHR:2026:0528JUD002618714.

[2] “Petrignani … provided support and assistance to the co-defendants and their companies in the commission of a number of tax-related crimes. He was charged with the offences of membership of a criminal organisation under Article 416 of the Italian Criminal Code (CC) and of tax-related crimes under Articles 2 and 8 of Legislative Decree no. 74 of 2000“; “Curci … a tax consultant, was accused of having provided support and assistance to a large number of companies in the context of a widespread tax evasion scheme“.

[3] Dit wordt in randnummer 19. beschreven, “Article 240 of the CC, which forms part of a chapter dedicated to “preventive orders against property” (misure di sicurezza patrimoniali), provides for a direct form of confiscation. The provision reads as follows: “1. In the event of conviction, the judge may order the confiscation of things that were used or were intended to be used in the commission of the offence [in question], and of the things that constitute the product or proceeds of the offence. (…)“. Dus ook “the things that constitute the product or proceeds of the offence“, oftewel het crimineel behaalde voordeel.

[4] Randnummers 129-131.

[5] Randnummers 142-150.

[6] Aldus randnummers 126-128.

 

 

Lees de berichten op deze site over afpakken.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Hubert | Do not invite big-tech to join your digital autonomy discussion

Bert Hubert published this autonomy article: Do not invite big-tech to join your digital autonomy discussion.

His opinion:

If you invite US big tech to your event, you’ll spend some of your time listening to fairy tales. And if you are lucky someone is present to debunk these stories. But still, if Amazon just got 10 minutes of speaking time to talk about their supposedly sovereign cloud, and then someone else says it is not true, the meeting is still left with the impression that it could be true. The issue has successfully been “both-sidesed”. Also, you lost 15 minutes of your day.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

Weg met de AI-eenheidsworst, onze menselijkheid staat op het spel (podcast)

Beluister bij De Correspondent de podcast van Bregje Hofstede:

‘Weg met de AI-eenheidsworst, onze menselijkheid staat op het spel’.

Dit is een podcast, onder meer te beluisteren via deze url voor abonnees, of deze openbare url met ook het artikel, en via diverse podcast kanalen, onder meer spotify en Apple.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Mislukt concept privatisering criminaliteitsbestrijding geïllustreerd door accountants

Het artikel ‘Poortwachters aller beroepen: verenigt u’ op de site van de beroepsorganisatie van accountants maakt helder dat het internationale FATF-concept tot privatisering van de misdaadbestrijding (‘witwasbestrijding’ en bestrijding terrorismefinanciering) een grote en dure mislukking is.

Dat komt onder meer door:

  • het dubbele werk dat iedereen moet doen, wat leidt tot een behoefte aan ‘samenwerking’ en ‘gegevens delen’, waarvoor in het artikel wordt gepleit;
  • de one-size-fits-all regels die van de boekhouder en accountant hetzelfde verwachten als van de bank;
  • de complete desinteresse voor de verschillende posities waarin witwasbestrijdingsplichtigen zitten, zo kennen banken hun klanten niet (ze zien alleen transacties [1]) en zien safeloketaanbieders geen transacties;
  • groot geloof in ‘tone at the top‘ [2] en  volledige desinteresse in vaardigheden en doenvermogen;
  • de ongebreidelde behoefte van overheden aan bewijs van onschuld (“enorme dossiervorming“), wat leidt tot zeer riskante, omvangrijke gegevensverzamelingen, vol met persoonsgegevens en honeypots voor criminelen;
  • bewuste medewerking (medeplichtigheid e.d.) [3] wordt op één hoop gegooid met onkunde op het gebied van misdaadbestrijding;
  • het concept witwassen dat is uitgevonden omdat daarmee op een makkelijke wijze iemand als crimineel kan worden bestempeld (dus: luie wetgeving van Amerikaanse snit) [4].

Opvallend is dat BFT-bestuurder Pheijffer (toezichthouder voor de accountants!) in het artikel wordt opgevoerd als hoogleraar. Dat is weinig transparant van de accountantssite en maakt duidelijk dat tegenstrijdig belang een moeilijk onderwerp voor accountants is.

Tot slot
Anders dan in het artikel wordt verondersteld, is niet de oplossing om door te gaan met het vreemde systeem om accountants en andere witwasbestrijdingsplichtigen taken te geven waar ze niet geschikt voor zijn. De oplossing is om het systeem nieuw op te zetten en alleen relevante partijen in te schakelen voor taken die ze aan kunnen. Dus banken voor transactiemonitoring, accountants voor beoordeling van de financiële gegevens, enzovoorts. De rol van mkb-ondernemingen moet worden beperkt tot eenvoudig behapbare taken. Het is onzinnig om van een makelaar of safeloketaanbieder te verwachten de structuur van een ondernemingscliënt te doorgronden; de compliance industrie gaat daar geen oplossing voor bieden.

Als dat niet gebeurt, gaat de mateloze geldverspilling door en zullen uitsluiting en discriminatie blijven bestaan

 

Noten:

[1] In het artikel staat “banken bouwden slechts beperkt kennis op over hun cliënten“, wat een vreemde opmerking is want banken zijn digitale dienstverleners die hun klanten in het algemeen niet kennen.

[2] “Met de juiste tone at the top, met leiderschap dat vertrouwen uitstraalt en de uitdagingen met de nodige lef durft aan te pakken, bereik je als organisatie het meest.” Kan waar zijn, maar dan moet wel rekening gehouden met de positie van de witwasbestrijdingsplichtige.

[3] De voorbeelden van BFT bestuurder Pheijffer gaan over criminele accountants, niet over naleving van de antiwitwasregels, dat hoort in het strafrecht thuis. De witwasbestrijdingsregels zijn niet gericht op criminelen maar op niet-criminelen die criminelen moeten opsporen.

[4] Zie de passage onder het kopje ‘Ondermijning’.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Europese monitoring van geldstromen en het ProtectEU Package

Een punt van aandacht is of in het ProtectEU Package (waar ik vandaag over schreef) al het door de Europese Commissie dit voorjaar aangekondigde financiële sleepnet zit.
In februari jl. werd door de Commissie een antiterrorisme agenda aangekondigd [1]. In die agenda staat onder meer:

In order to close existing gaps in tracking terrorist financing, the Commission will launch a study in early 2026 to assess and identify the measures necessary to establish a future new EU-wide system to enable the retrieval of financial data for the purpose of tracking terrorist financing and organised crime proceeds. This system should be established by 2030 and aim to cover intra-EU and Single European Payment Area (SEPA) transactions, crypto asset transfers, online and wire payments or transfers.

Dit klinkt als een grootschalig sleepnet en lijkt te betekenen dat alle transacties in het EU-gebied door een Europese instantie worden geanalyseerd.

In een fiche voor de Tweede Kamer uit mei 2025 over ProtectEU [2] werd gesproken over “een versterkte aanpak van criminele geldstromen“, waarbij

een rol [is] voorzien voor de nieuwe anti-witwas autoriteit, … er aandacht [is] voor ondergronds bankieren en de mogelijke link tussen crimineel verkregen vermogen en terrorismefinanciering

Voorts wordt in de fiche gesproken over de nieuwe EU-agenda voor het voorkomen en tegengaan van terrorisme en gewelddadig extremisme, met onder meer:

Ook kondigt de Commissie aan een nieuw EU-systeem te onderzoeken om criminele geldstromen en terrorismefinanciering te kunnen volgen (‘tracken’).

Het zal interessant zijn om te zien of dit monitoringsysteem in het ProtectEU Package zit en zo ja, of de EU bereid is om de grondrechten van burgers te respecteren en te zorgen voor adequate waarborgen.

 

Noten:

[1] Zie mijn artikel New counterterrorism agenda of the Commission van 15 maart jl.
[2] De Fiche: Mededeling EU-Interne Veiligheidsstrategie van 9 mei 2025.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Na het succes van het AML Package komt nu het ProtectEU Package er aan

In de EU viert men het succes van het antiwitwaspakket (AML Package), waarmee de misdaadbestrijding verder wordt geprivatiseerd naar bedrijven. Dat pakket zal vanaf medio volgend jaar kunnen gaan zorgen voor intensieve surveillance van de handel en wandel van iedere burger en organisatie in de EU. In deze Europese regels, met als hoofdelement de antiwitwasverordening (AMLR), spelen banken een centrale rol, die niet alleen transacties moeten monitoren maar ook activiteiten van hun klanten in de gaten moeten houden en alle vermoedens van criminaliteit moeten melden. Naar verwachting zullen de banken gebruik maken van de mogelijkheden van het antiwitwaspakket om gezamenlijk te monitoren en meer gegevens uit te wisselen. Het systeem wordt in alle stilte voorbereid, waarbij ook wetenschappers zijn betrokken (artikel).

De Europese wetgever zit niet stil als het om criminaliteitsbestrijding gaat.

ProtectEU Package bekend gemaakt
In april 2025 werd de ‘ProtectEU’ strategie bekend gemaakt. Onderdeel van die strategie is toegang voor de autoriteiten tot vertrouwelijke communicatie van iedere burger (bijvoorbeeld messaging via whatsapp of signal), ook bekend onder de aanduiding ‘lawful access to data for law enforcement‘. Daarmee wordt het digitale briefgeheim ondergraven, wat volgens security experts grote risico’s voor iedere burger oplevert.
Iets meer dan een week geleden is het ProtectEU wetgevingspakket door de Commissie bekend gemaakt, lees het persbericht van de Commissie met de lijst van wetgevende voorstellen. In die voorstellen wordt het antiwitwaspakket geïntegreerd en speelt de nieuwe antiwitwasautoriteit AMLA een belangrijke rol.

Kritiek
De coalitie van burgerrechtenorganisaties Protect Not Surveil, met onder meer EDRi,  heeft hun eerste reactie bekend gemaakt: De voorgestelde hervorming holt de privacy op gevaarlijke wijze uit, zorgt voor geautomatiseerde surveillance en zet het toezicht op een zijspoor [*].

In het artikel wordt onder meer opgemerkt dat nieuwe mandaat voorziet in een automatische en systematische upload naar de databases van Europol van informatie die door nationale politiediensten wordt uitgewisseld en beheerd. De coalitie vreest dat dit zal leiden tot een toename van het aantal personen van wie de persoonsgegevens op onrechtmatige wijze door Europol worden geraadpleegd. De al bestaande IT-systemen „Europol Analytical Environment“ en de „Europol-cloudinfrastructuur“ zullen worden gelegaliseerd, alsmede het hosten van een „Police Shared Data Space“, aldus de coalitie. De gegevensbeschermingswaarborgen zullen worden afgezwakt, onder meer door het gebruik van biometrische gegevens te vergemakkelijken en door de rol van de Europese gegevensbeschermingstoezichthouder EDPS te beperken.

Tot slot
Zou er naar de burgerrechtenorganisaties worden geluisterd? Is er belangstelling bij de Europese wetgever voor grondrechten? We gaan het zien.

 

 

Noot:

[*] Vertaling van ‘Proposed reform dangerously erodes privacy, automates surveillance, and sidelines oversight‘.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Consultatie over wijzigingen rechtspersonenrecht | het Engels rukt op

Het ministerie van Veiligheid is een internetconsultatie gestart over wijzigingen van boeken 2, 6 en 8 Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten (tot en met 10 juli a.s.). Algemene informatie is in de aankondiging te vinden. De wijzigingen betreffen onder meer de informatie die wordt verstrekt bij derdenbeslag aan de derde en voorlopige voorzieningen in het echtscheidingsrecht.

Wijzigingen regels bv’s en nv’s

Voor het rechtspersonenrecht zijn de in artikel I van het consultatievoorstel genoemde wijzigingen relevant. Die betreffen onder meer het gebruik van de Engelse taal in statuten van naamloze vennootschappen en de raadgevende stem van de directieleden.

Engelse taal
Over het gebruik van de Engelse taal staat in de consultatietoelichting:

Sinds 1 januari 2024 is het al mogelijk dat de akte van oprichting van een BV die wordt opgericht bij elektronische notariële akte, kan worden verleden in de Engelse taal. Een dergelijke Engelse akte kan thans worden gewijzigd via een in het Engels verleden akte van statutenwijziging.

Met voorliggende wijziging wordt het, ten eerste, mogelijk om ook de akte van oprichting van de NV te verlijden in de Engelse taal. Ten tweede wordt geregeld dat een akte van statutenwijziging van de NV in het Engels kan worden verleden. Daarvoor is vereist dat de vennootschap, waarvan de statuten worden gewijzigd, is opgericht bij notariële akte die is verleden in de Engelse taal en dat de taal van de statuten nadien niet is gewijzigd. Deze mogelijkheid is met name van toegevoegde waarde voor NV’s waarvan de aandelen aan een beurs zijn genoteerd. Vanwege de aanwezigheid van niet-Nederlandse aandeelhouders is Engels vaak de voertaal bij deze vennootschappen.

Ten derde wordt het mogelijk om, ook indien een BV niet is opgericht bij elektronische notariële akte, de akte van oprichting van een BV en een statutenwijziging in het Engels te verlijden. De genoemde drie wijzigingen dragen bij aan de flexibiliteit van het NV-recht.

Het maakt duidelijk dat de Engelse taal oprukt in het Nederlandse recht.

Raadgevende stem
De tekst in boek 2 Burgerlijk Wetboek over de ‘raadgevende stem’ van de directie wordt verduidelijkt, aangezien dit een adviesrecht (en geen stemrecht) is. In de voorgestelde tekst worden de leden van de directie in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen aan de algemene vergadering.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Kapitaalvennootschappen, Oprichting, Procesrecht, rechtspraak, Rechtspersonenrecht | Plaats een reactie