AFM waarschuwt tegen datagraaien in de financiële sector

Zelfs de Autoriteit Financiële Markten waarschuwt voor datagraaiende financiële instellingen. Lees het interview met innovatiestrateeg Danny Mekić: Effecten van datagebruik op de financiële marktstructuur, met onder meer:

De keerzijde van de digitale medaille

Digitalisering kan er alleen ook toe leiden dat financiële dienstverleners inzicht krijgen in de gegevens van consumenten die al kwetsbaar zijn. In het uiterste geval kan het inschatten van risico’s bij bepaalde consumenten ertoe leiden dat deze onverzekerbaar worden. En hoewel digitalisering kan helpen bij het meer toegankelijk en transparant maken van de dienstverlening, kan het ook helpen bij het verhullen van bepaalde negatieve aspecten van een product.

Ook kunnen nieuwe manieren worden gevonden om via technologie misbruik te maken van menselijke zwaktes, zoals de beperkte aandachtspanne. Partijen kunnen hier bijvoorbeeld op inspelen bij de verkoop van een consumentenkrediet. En ook het gericht aanpassen van een prijs gaat gepaard met perverse prikkels. Denk aan het bepalen van de maximale betalingsbereidheid van consumenten, wat leidt tot een buitenproportionele prijs ten aanzien van het aangekochte product.

 

Lees de berichten op dit blog over PSD2 (PSD2 gaat deels over ‘open banking’), onder meer Open banking als alibi voor datagraaien | PSD2.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Minister van Financiën reageert op zwartboek Accidental Americans

Eerder meldde ik dat morgen een algemeen overleg inzake de toeval-Amerikanen (Accidental Americans) zal plaats vinden. Op de aankondigingspagina is vandaag de reactie van de minister van Financiën op het zwartboek van de Accidental Americans te vinden.

Uit de reactie blijkt dat de minister van Financiën niet van plan is maatregelen ten gunste van de Accidental Americans te nemen. Het is interessant om te zien wat morgen de reactie van de aanwezige leden van de Tweede Kamer zal zijn.

In het artikel van Eva Smal dat gisteren in het NRC verscheen [*] valt te lezen dat leden van meerdere partijen van mening zijn dat de minister tot nu toe te weinig heeft gedaan. Slootweg van het CDA wordt geciteerd: “De oplossing is ons inziens dat een land niet langer belasting mag heffen op grond van iemands nationaliteit, maar alleen wanneer iemand inwoner is of in dat land werkt“.

[*] Ministerie moet onbedoelde Amerikanen nú helpen, vindt de Tweede Kamer, NRC 22 november 2020.

 

Op dit blog: algemene informatie over FATCA en de Accidental Americans, berichten over FATCA.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Nieuwe financiële regelgeving not-for-profit aangekondigd | bestrijding van buitenlandse beïnvloeding

Vandaag kondigde het kabinet aan dat wetgeving wordt voorbereid onder de noemer ‘bestrijding van buitenlandse beïnvloeding’. De Wet transparantie maatschappelijke organisaties die in voorbereiding is moet burgemeesters en het Openbaar Ministerie de bevoegdheid geven om inzage te verkrijgen in alle donaties van buiten de Europese Unie (EU) of de Europese Economische Ruimte (EER).

Verder wil men financiële middelen bevriezen van organisaties die oproepen tot haat, discriminatie of antidemocratische gedachten die niet thuishoren in Nederland. Waarschijnlijk betekent dat de Nederlandse personensanctielijst wordt uitgebreid, waarschijnlijk niet via dit besluit, waarin ook dergelijke organisaties staan.

 

Meer informatie:

Twee nieuwsberichten van heden.

1e nieuwsbericht

Transparantie geëist in bestrijding van buitenlandse beïnvloeding
Nieuwsbericht | 23-11-2020 | 10:00

Financiering van maatschappelijke organisaties mag niet gepaard gaan met onwenselijke (buitenlandse) beïnvloeding en misbruik van de vrijheden die hier in Nederland gelden. Daarom dient minister Dekker voor Rechtsbescherming een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer dat burgemeesters en OM de bevoegdheid geeft om inzage te verkrijgen in alle donaties van buiten de Europese Unie (EU) of de Europese Economische Ruimte (EER).

Minister Dekker:
“Onze rechtsstaat berust op vrijheid en gelijkheid. Buitenlands geld dat is bedoeld om organisaties te faciliteren of onder druk te zetten om hier aan te zetten tot haat, discriminatie of antidemocratische gedachten, hoort hier niet thuis. Organisaties die open staan voor dit soort donaties mogen daar niet zomaar mee wegkomen.”

De parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (Pocob) van de Tweede Kamer concludeerde eerder dit jaar dat er sprake is van ongewenste beïnvloeding als gevolg van buitenlandse geldstromen naar instellingen in Nederland. De brede kabinetsreactie hierop is vandaag verzonden naar de Kamer. Ook de Raad van State merkte in haar advies bij dit wetsvoorstel op dat uit het buitenland afkomstige financiering van maatschappelijke organisaties in Nederland een risico kan vormen voor de democratische rechtsstaat. Minister Dekker heeft eerder een wetsvoorstel, wat vorige maand is aangenomen door de Tweede Kamer, ingediend dat het makkelijker maakt om antidemocratische organisaties te verbieden die onze samenleving ernstig bedreigen of de rechtsorde omver willen werpen. Het wetsvoorstel Transparantie Maatschappelijke organisaties dat wordt ingediend ziet op het tegengaan van beïnvloeding van onze vrijheden via donaties. Minister Dekker geeft hiermee uitvoering aan het regeerakkoord.

Burgemeesters, het Openbaar Ministerie en eventueel andere specifiek aangewezen overheidsinstanties krijgen de bevoegdheid om bij een maatschappelijke organisatie navraag te doen naar buitenlandse giften en, als deze substantieel blijken, verdere navraag te doen naar de persoon die de donatie heeft verricht. Dat kan bijvoorbeeld als er sprake is van bedreiging van de openbare orde door problematisch gedrag van een maatschappelijke organisatie. Een organisatie die niet meewerkt, maakt zich schuldig aan een economisch delict, terwijl dwarsliggende bestuurders de oplegging van een bestuursverbod riskeren van maximaal 5 jaar. Bovendien kunnen de burgemeester en het OM een dwangsom (laten) opleggen.

2e nieuwsbericht

Kabinet pakt ongewenste buitenlandse beïnvloeding integraal aan
Nieuwsbericht | 23-11-2020 | 10:35

Met een aanpak van actoren en inzicht in de doelen en geldstromen van buitenlandse organisaties wil het kabinet problematisch gedrag door ongewenste buitenlandse beïnvloeding tegengaan. Daarnaast zet het kabinet zich in om de doelgroepen in Nederland beter tegen die beïnvloeding bestand te maken en de ongewenste maatschappelijke effecten af te zwakken. Het kabinet kiest daarbij voor een aanpak gericht op preventie en repressie.

Dat staat in de kabinetsreactie op het eindverslag van de Parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) die het kabinet vandaag naar de Tweede Kamer stuurt.

De POCOB onderzocht welke beïnvloeding er is van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, zoals moskeeën, uit een aantal (deels) onvrije landen, en hoe deze beïnvloeding kan worden doorbroken. De POCOB stelt dat deze beïnvloeding grote gevolgen kan hebben voor de islamitische gemeenschappen in Nederland en voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het kabinet deelt deze zorg. Volgens het kabinet is buitenlandse beïnvloeding ongewenst als zij leidt tot problematisch gedrag, radicalisering of in het uiterste geval (gewelddadig) extremisme.

Bij problematisch gedrag gaat het om gedrag dat vaak binnen de grenzen van de wet valt, maar kan leiden tot aantasting en ondermijning van de democratische rechtsorde. Dit gedrag kan betrekking hebben op de verhouding tussen burgers en overheid, bijvoorbeeld als de democratie wordt ondermijnd of als overheidsorganisaties worden tegengewerkt. Het kan ook betrekking hebben op de verhoudingen tussen burgers onderling, bijvoorbeeld wanneer vijandbeelden worden verspreid of mensen actief worden ontmoedigd aan de samenleving mee te doen.

Het kabinet zet in op een brede aanpak die gericht is op preventie en repressie. In deze aanpak staan vijf pijlers centraal.
• Aanpak van actoren: door informatiedeling via diplomatieke kanalen met bijvoorbeeld de Golfstaten over financieringsaanvragen vanuit Nederland, een open en constructieve dialoog met Turkije en een hechtere Europese samenwerking. Daarnaast heeft de Tweede Kamer recent ingestemd met een wetsvoorstel waardoor antidemocratische organisaties makkelijker zijn te verbieden.
• Vergroten van inzicht in intenties en doelen: door onderzoek van bijvoorbeeld de AIVD wil Nederland meer inzicht krijgen in de doelstellingen achter de beïnvloeding die andere landen proberen uit te oefenen op gemeenschappen die in Nederland wonen.
• Zicht op en aanpak van middelen: het kabinet liet onderzoek doen naar buitenlandse financiering in Nederland; de AIVD en het Financieel Expertise Centrum doen nog verder onderzoek. Met de Wet transparantie maatschappelijke organisaties die bij de Tweede Kamer wordt ingediend, kunnen onder anderen burgemeesters en OM inzage krijgen in alle donaties van buiten de EU/EER. Organisaties en bestuurders die niet meewerken maken zich schuldig aan een strafbaar feit en dwarsliggende bestuurders riskeren een bestuursverbod. Bovendien komt het kabinet dit voorjaar met plannen om bepaalde geldstromen stil te leggen die tot ongewenst gedrag leiden, bijvoorbeeld door het bevriezen van financiële middelen van een organisatie die oproept tot haat, discriminatie of antidemocratische gedachten die niet thuishoren in Nederland.
• Weerbaar maken van doelgroepen: door bijvoorbeeld moskeebesturen te versterken, de kwaliteit van informele scholing te verbeteren en een Nederlandse imamopleiding te starten, wil het kabinet de Nederlandse organisaties en burgers minder vatbaar maken voor onwenselijke beïnvloeding vanuit het buitenland. Wanneer organisaties beter verankerd zijn in Nederland, kunnen ze zelfstandig en zonder buitenlandse beïnvloeding functioneren.
• Ongewenste maatschappelijke effecten afzwakken: de Taskforce Problematisch Gedrag en Ongewenste Buitenlandse Financiering is een samenwerkingsverband tussen verschillende ministeries dat nauw samenwerkt met gemeenten en gemeenschappen. De Taskforce geeft handvatten en advies om in concrete gevallen handelingsperspectief te bieden.

Met deze pijlers zet het kabinet in op een organisatiegerichte aanpak, om daarmee ongewenste buitenlandse beïnvloeding en ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan.

 


Aanvulling 23 november om 17:40 uur
Tekst inzake het besluit aangepast, omdat het niet op de sanctieregelgeving betrekking heeft.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , | Een reactie plaatsen

Meer DOR en DOL | Digitaal Opkopersregister wordt landelijk

Eerder schreef ik over DOR, het Digitaal Opkopersregister, en over DOL, het Digitaal Opkopers Loket. Daar komt een vervolg op, want in een nieuwsbericht kondigt de rijksoverheid een wetgevingsconsultatie aan:

Verplicht landelijk inkoopregister tegen heling
Nieuwsbericht | 16-11-2020 | 08:30

Heling (het kopen, bezitten of verkopen van gestolen goederen) kan alleen plaatsvinden door misdrijven te plegen. Spullen worden gestolen door bijvoorbeeld het plegen van inbraken, overvallen of straatroven. Dit heeft een enorme impact op de slachtoffers en moet stevig aangepakt worden. Daarom wordt het nu voor alle opkopers en handelaren onder meer verplicht om tweedehands goederen en de personen die deze goederen aanbieden, in te voeren in het Digitaal Opkopersregister. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid brengt hiervoor vandaag een wetsvoorstel in internetconsultatie.

Opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen zijn sinds 1886 verplicht een inkoopregister bij te houden. In 2011 is het Digitaal Opkopersregister (DOR) ontwikkeld. Een deel van de gemeenten verplicht nu opkopers en handelaren om de door hen verworven goederen hierin in te voeren. Het andere deel van de gemeenten kent die verplichting niet. Daar registreren opkopers en handelaren hun goederen nog in een papieren register. Hetzelfde geldt voor het Digitaal Opkopersloket (DOL); opkopers en handelaren moeten zich bij de gemeente melden waar zij hun bedrijf of beroep uitoefenen. In sommige gemeenten kan dat bij dit digitale loket, in andere gemeenten moet dat bij een fysiek loket. Het wetsvoorstel van minister Grapperhaus maakt het gebruik van het DOL en DOR tot een landelijke verplichting voor alle gemeenten en alle opkopers en handelaren.

Door goede, digitale registers wordt het makkelijker voor de politie om criminelen op te sporen en gestolen goederen terug te geven aan de slachtoffers. Het DOR is namelijk gekoppeld aan de database van Stop Heling. In deze database worden de gestolen goederen geregistreerd waarvan aangifte is gedaan bij de politie of de Koninklijke marechaussee. Zodra een gestolen product wordt opgekocht en ingeschreven in het DOR, ontstaat een match met Stop Heling en ontvangt de politie hiervan automatisch een melding. Via de website en app van Stop Heling kan iedereen ook vooraf controleren of een bijvoorbeeld via internet, social media of opkoper aangeboden tweedehands goed als gestolen geregistreerd staat. Papieren registers waarmee sommige gemeenten nog werken, zijn natuurlijk niet gekoppeld aan Stop Heling. Hierdoor kan de politie de geregistreerde goederen in Stop Heling niet geautomatiseerd vergelijken met de goederen die opkopers en handelaren in het papieren registeren hebben gezet, waardoor het ook geen hit oplevert wanneer een goed gestolen is en kan de politie ook niet in actie komen. Die lokale verschillen leiden er ook toe dat helers en stelers die gestolen goederen willen aanbieden, uitwijken naar gemeenten waar het DOR niet verplicht is gesteld.

Met dit wetsvoorstel neemt niet alleen de pakkans van de heler en pleger van vermogensdelicten toe en wordt de afzetmarkt voor gestolen spullen beperkt. Het is ook een belangrijk instrument in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Via het DOR krijgt de politie namelijk bijvoorbeeld ook zicht op mobiele bendes die bij opkopers verspreid over het land hun gestolen goederen aanbieden. In de dagelijkse praktijk van controles ter plaatse op naleving van de registratieplicht komen bovendien situaties aan het licht waarin opkopers en handelaren zich niet alleen schuldig maken aan het inkopen van gestolen spullen, maar ook blijken op te treden als faciliteerder voor de georganiseerde criminaliteit zoals drugshandel, wapenbezit en mensenhandel. De helingbestrijding wordt daarom door een aantal gemeenten meegenomen in de aanpak van ondermijning.

Zo te zien gaat het hier om een in het Wetboek van Strafrecht geregeld register, wat ik een rare plaats vindt voor een registerplicht.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Het ministerie van Veiligheid gaat nu echt afpakken | non conviction based confiscation in Nederland

Afpakken is in de mode. Het is naar mijn indruk uitgevonden door de Angelsaksen, die het ‘Unexplained Wealth Order‘ (UWO) noemen. Aangezien Nederland de Angelsaksen na-aapt, krijgen we het hier eveneens, al is het met een andere Engelse term: non conviction based confiscation (NCBC voor de intimi).

Zoals gebruikelijk roept de minister dat boeven worden moeten gepakt (daar is niemand het mee oneens) en impliciet dat de overheid nooit fouten maakt zodat al te veel rechtsbescherming flauwekul is. Dat blijkt uit passages als “De kracht van de nieuwe methode schuilt in het omdraaien van de huidige werkwijze: niet de persoon, maar het object staat centraal in het afpakken“. Uiteraard schrijft de minister vroom dat het afpakken via de rechter gaat, dat de overheid aannemelijk moet maken dat het voorwerp in verband staat met strafbare feiten en dat de persoon een advocaat mag inschakelen.

De minister introduceert een nieuwe rechtsregel: als de overheid aannemelijk maakt dat het voorwerp ‘in verband staat’ met strafbare feiten, moet de burger kunnen ‘verklaren’ dat het voorwerp een legale herkomst heeft. Dat zal niet altijd makkelijk zijn. En ook al krijgt die burger schadevergoeding als sprake is van onrechtmatige confiscatie, het leed is dan al geleden, want onterecht geconfronteerd worden met strafrechtelijke beschuldigingen is niet fijn.

Het is een gevaarlijke bevoegdheid, die past in de luie systemen die worden gehanteerd door de ‘moderne’ overheid, zoals het kleurloos opzet en het concept achter ‘witwassen’ (waarvoor geen gronddelict hoeft te worden bewezen).

 

 

Mijn indruk is dat er een obsessie met afpakken is, die afleidt van wat er werkelijk moet veranderen.

 

Meer informatie:

  • Nieuwsbericht ministerie van Veiligheid: Meer mogelijkheden voor afpakken crimineel vermogen.
  • Brief van de minister van Veiligheid: Aanpak ondermijnende criminaliteit; wettelijke regeling procedure non conviction based confiscationpagina: > brief. Uit de brief blijkt dat Ierland, het VK en Nieuw-Zeeland voorbeeld waren. Er worden een aantal voor de hand liggende voorbeelden gegeven (extreem groot  bedrag aan contant geld, iemand met een uitkering die eigenaar is van een duur pand). Het is de vraag of we straks niet allerlei door de opsporing slecht begrepen situaties krijgen.
  • Het lukt het OM niet altijd met het financiële onderwerpen, lees Financieel huiswerk voor het Openbaar Ministerie | witwassen, 26 april 2020.
  • In 2018 schreef ik over de Unexplained Wealth Order. Dat bericht en andere berichten over ‘afpakken’ zijn hier te vinden.
Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Strafrecht | Tags: , , | 2 reacties

Tijdelijke wet maatregelen covid-19 en andere corona-wetten

Liefhebbers van wetten lezen kunnen hun hart ophalen aan de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 die op 13 november jl. in het Staatsblad is verschenen. Door middel van deze wet wordt de Wet publieke gezondheid gewijzigd. In die wet wordt een nieuw hoofdstuk VA opgenomen, met corona-regels. Het betreft bijzondere maatregelen, die gelukkig instemming van het parlement behoeven.

Besloten en publieke plaatsen
Het definitie-artikel bevat fascinerende omschrijvingen, zoals:

besloten plaats: een andere dan openbare of publieke plaats en een daarbij behorend erf, met inbegrip van gebouwen en plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet

Kennelijk is voor beslotenheid niet relevant of de plaats in de open lucht is of niet. Daar tegenover staat:

publieke plaats: een voor het publiek openstaand gebouw als bedoeld in artikel 174, eerste lid, van de Gemeentewet (…) en een daarbij behorend erf, of een voor het publiek openstaand lokaal, voertuig of vaartuig, met uitzondering van gebouwen en plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet

Groepsvorming
Dit speelt een centrale rol, lees deze definitie:

groepsverband: een aantal min of meer bijeen horende personen, waarbij kennelijk sprake is van een zekere samenhang of omstandigheid waardoor die personen bij elkaar zijn

In verband daarmee is het begrip ‘ophouden‘ van belang, dat wordt omschreven als:

gedurende enige tijd ergens verkeren, terwijl er feitelijk gelegenheid is om te gaan

Aan groepsvorming is een apart artikel 58g gewijd. Bij ministeriële regeling kunnen plaatsen, niet zijnde woningen, worden aangewezen, waar het niet is toegestaan zich in groepsverband op te houden met meer dan een bij die regeling vast te stellen aantal personen. Het artikel bevat een aantal uitzonderingen, onder meer voor politie en brandweer en voor kerkdiensten. Wel jammer is dat er geen uitzondering is gemaakt voor spel, sport en beweging in de buitenlucht, wat juist bevorderd zou moeten worden.

De corona-nikaab
Het begrip ‘hygiënemaatregelen‘ krijgt eveneens een definitie. Daar ben ik blij mee want ik heb nooit begrepen welke maatregelen dat zijn (lang geleden heb ik geleerd dat teveel hygiëne ongezond is, daar lijk ik van af te moeten). Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het buiten de woning gebruiken van hygiënemaatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, met inbegrip van de verplichting tot toepassing of gebruik hiervan (artikel 58j lid 1 sub a).

Het begrip ‘veilige afstand‘ staat in de wet en wordt vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur, gehoord RIVM (artikel 58f lid 2). Het blijft bijzonder dat mensen mogen worden beperkt in basale menselijke handelingen.

Superieur mooi is de bepaling dat het nikaab-verbod buiten werking wordt gesteld (artikel 58j lid 2):

Artikel 1, eerste lid, van de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding vindt geen toepassing voor zover de bij dat artikellid verboden gezichtsbedekking geheel of gedeeltelijk het gevolg is van het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Alcohol
Alcohol is één van de grootste risico’s voor verspreiding van corona, zo volgt uit de bepaling dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld over het gebruik of voor consumptie gereed hebben van alcoholhoudende drank op openbare plaatsen, met inbegrip van een verbod daarop (artikel 58j lid 1 sub e).

Werkgevers
Aan private werkgevers kunnen verplichtingen worden opgelegd via de artikelen over besloten plaatsen (artikelen 58l en 58n). Ook de sectorspecifieke bepalingen (artikel 58o en verder) zijn voor hen van belang, deze handelen over zorg, personenvervoer, onderwijs en kinderopvang.

Verstandige maatregelen?
We moeten hopen dat de nieuwe wet voor verstandige maatregelen wordt gebruikt, dus maatregelen die daadwerkelijk zin hebben.

Andere coronawetten

Inmiddels kent Nederland al een hele serie corona-wetten, naast de hierboven genoemde wet. Veel van die wetten zijn te vinden via het zoekwoord ‘covid-19’:

Een snel tot stand gekomen wet waarover ik eerder schreef is de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: | 1 reactie

Neglecting the dark side of AML/CFT | Anti-Money Laundering Regulation is on its way

The process in the direction of harmonization of European anti-money laundering (AML) legislation is continuing. Read the article on the main results of the Video conference of economics and finance ministers, 4 November 2020. On AML the following:

Anti-money laundering and terrorism financing
Ministers discussed the Council conclusions on anti-money laundering and terrorism financing, which aim to provide the Commission with guidance in advance of its legislative proposals in 2021 on a single rule book, EU-level supervision and a coordination and support mechanism for member states’ financial intelligence units.

During the discussion, ministers expressed broad support for the draft Council conclusions as prepared by Coreper and at expert level.

In the draft conclusions, the Council outlines various areas in which the Commission should consider harmonising the EU rules via a directly applicable regulation. The Council also supports setting up an EU-level supervisor with direct supervisory powers over a selected number of high-risk obliged entities, as well as the authority to take over supervision from a national supervisor in clearly defined and exceptional situations.

Olaf Scholz, Germany’s Federal Minister of Finance and Vice Chancellor

The fight against money laundering and terrorism financing is a top priority for the German presidency. Recent alleged money laundering cases, including in the EU, underline the urgency to act. More harmonised rules and EU-level supervision will allow us to be more effective and to strengthen the EU’s anti-money laundering framework. It is an important sign that we all stand united for tough anti-money laundering measures.
— Olaf Scholz, Germany’s Federal Minister of Finance and Vice Chancellor

Following the video conference, the Council approved the conclusions by written procedure on 5 November 2020.

> Council conclusions on anti-money laundering and countering the financing of terrorism, 5 November 2020
> Commission’s action plan

 

According to the Council conclusions the following areas should be included in the Anti-Money Laundering Regulation:

  • types of obliged entities, including virtual asset service providers;
  • customer due diligence requirements – including adequate remote due diligence solutions as well as electronic identification and verification –;
  • provisions on due diligence for domestic and foreign politically exposed persons;
  • record keeping;
  • internal controls;
  • group-wide compliance;
  • third party reliance and outsourcing provisions consistent with sectorial legislation;
  • reporting obligations, including suspicious transactions reports;
  • provisions on determining beneficial ownership;
  • provisions on cooperation and exchange of information;
  • supervisory measures and sanctions, while respecting the specificities of national systems and enforcement set-ups;
  • the respective responsibilities, general tasks and supervisory powers of supervisory authorities at European and national level.

The Council proposes a EU AML/CFT supervisor that will start with supervision of the financial sector and will in future also include the non-financial sector, even when that the non-financial sector is composed of a wide range of professions, whose scope, professional legal requirements and licensing criteria are not harmonized [27, 28].

Types of obliged entities
The Council calls on the Commission to review the types of obliged entities paying specific attention to ML/TF risk deriving from entities providing de facto financial services or parts thereof, or services directly related, integrated or built on top of financial services, such as technical financial services and solutions but not having been classified as financial institutions under current legislation [17].

European data hunger 
The Council invites the Commission to ‘widen the scope for the use of data‘. It wants an expansion of information-sharing possibilities within groups of companies as well as between other obliged entities not belonging to the same group or the same sector [20, 40-42].

It shows the dangerous general trend of too high expectations of information-sharing and it reminds of the inaugural lecture on 16 November of Jan-Jaap Oerlemans, “Limiting data hunger” (Grenzen stellen aan datahonger).

The dark side of AML/CFT legislation
The Council does not pay any attention to the negative effects of current AML/CFT-legislation, caused e.g. by de-risking and by improper sanctions (example). Organisations and individuals are harmed by exclusion by AML/CFT-obliged entities and by the bureaucracy the legislation is causing.

The European Commission and the Council neglect the dark side of AML/CFT legislation and the danger of violation of civil rights, like data protection rights. EDPS reminded the European institutions recently: Data Protection requirements must go hand in hand with the prevention of money laundering and terrorism financing.

Is still a disaster necessary before Europe starts to look at the dark site of AML/CFT legislation?

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Update sanctieregelgevingspagina

Er was aanleiding om mijn sanctieregelgevingspagina te actualiseren. Op die pagina is basisinformatie opgenomen. Berichten over sanctieregelgeving zijn te vinden via de categorie die over sanctieregels gaat.

Let op dat dit inleidende informatie is, niet bedoeld als advies.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Sanctieregels | Een reactie plaatsen

Digitale platformen gaan net als werkgevers gegevens aan de Belastingdienst leveren

Op dit moment zijn werkgevers en banken belangrijke leveranciers van persoonsgegevens aan de Belastingdienst. Daar zullen straks digitale platformen bij komen, zo kan uit een beschrijving van Europese voornemens in een BNC-fiche worden afgeleid.

Renseigneringsplicht
Uit het BNC-fiche blijkt dat wijziging wordt beoogd van de Administratieve samenwerkingsrichtlijn op het gebied van belastingen (ook wel bekend onder de afkorting «DAC»), die tot doel heeft fiscale informatie tussen EU-lidstaten uit te wisselen. Volgens het voorstel zullen digitale platformen verplicht worden om fiscale informatie over hun gebruikers te verstrekken en zullen de gegevens worden uitgewisseld tussen de belastingautoriteiten van de EU-lidstaten. De aanleiding wordt als volgt beschreven:

De verwachte groei van de platformeconomie betekent dat een steeds grotere groep belastingplichtigen inkomen verkrijgt via digitale platformen. De kans bestaat dat een deel van de gebruikers van deze digitale platformen de verworven inkomsten niet, onjuist en/of onvolledig aangeeft. Handhaving door belastingdiensten is ingewikkeld, omdat deze niet over contra-informatie beschikken waaruit blijkt dat inkomen via een platform is verworven. Dit levert een risico op van uitholling van het bestaande systeem van inkomensheffing. De platformeconomie is een internationaal fenomeen. Internationale samenwerking is daarom van groot belang om tot een effectieve aanpak te komen. Daarbij komt dat sommige internationaal opererende platformen geen vestiging hebben in Nederland en soms zelfs niet in de Europese Unie, wat tot vragen leidt over op welke wijze wettelijke verplichtingen kunnen worden opgelegd en hoe naleving van wettelijke verplichtingen kan worden afgedwongen.

Zowel op OESO-niveau, als op het niveau van de Unie wordt gewerkt aan voorstellen met betrekking tot een renseigneringsplicht met een bijbehorende geharmoniseerde set van gegevens die door alle deelnemende landen kan worden gebruikt. Door op internationaal niveau minimum informatie-eisen vast te stellen die gelden voor alle digitale platformen, zowel nationaal als internationaal opererend, kan vermeden worden dat platformen in elk land aan andere informatieverplichtingen moeten voldoen. Dit vermindert de administratieve lasten voor platformen en stelt zeker dat elke deelnemende belastingdienst de noodzakelijke en voor de uitvoering ter zake dienende informatie ontvangt. Verder biedt een internationaal initiatief ook meer (rechts)zekerheid aan zowel de platformen, als de platformgebruikers aan welke belastingverplichtingen zij dienen te voldoen.

Opvallend is dat de digitale platformen, om aan de verplichtingen te kunnen voldoen, een groot aantal persoonsgegevens van de gebruikers zullen moeten verkrijgen. Ook het fiscale identificatienummer (Tax Identification Number, ‘TIN’) zal moeten worden meegestuurd. Het kabinet is daar kritisch over:

Het kabinet staat minder positief tegenover het voorstel om lidstaten te verplichten om ook het buitenlandse TIN bij de verstrekking van informatie op te nemen. De toegevoegde waarde is niet zo groot, maar de invoeringskosten zijn dat wel. Nederland registreert het buitenlandse TIN niet. Een verplichting daartoe zou een ingrijpende omschakeling van de Nederlandse systemen betekenen, en staat in geen verhouding tot het eventuele voordeel. Aangezien het buitenlandse TIN ingevolge het richtlijnvoorstel moet worden meegeleverd bij o.a. de uitwisseling over arbeidsinkomsten, pensioenen, eigendom van en inkomen uit onroerend goed, dienen niet alleen de Belastingdienst, maar ook de verstrekkers van de gegevens (zoals gemeenten, werkgevers en uitkeringsinstanties) hun systemen aan te passen. Bovendien is een wettelijke basis nodig voor het uitvragen van dit nummer. Om de buitenlandse TIN-verplichting te verwerken, zal Nederlandse wet- en regelgeving aangepast moeten worden.

Voor de digitale platformen zit aan de nieuwe verplichtingen het nodige vast:

De digitale platformen zullen moeten investeren in een ICT-programma dat alle benodigde informatie moet verzamelen en vervolgens moet verzenden naar de lidstaat waar het digitale platform gevestigd of geregistreerd is.

Uit het voorstel blijkt dat er een hele serie gegevens moet worden geleverd aan de Belastingdienst: naam, adres, woonplaats, TIN, rekeningnummer, bij de verhuur van onroerend goed om de adresgegevens, het totaal aan honoraria dat is ontvangen en dergelijke

Reikwijdte
De vraag is hoe ruim het begrip ‘digitaal platform’ is. Valt hier bijvoorbeeld het Nederlandse Marktplaats onder en betekent dit dat particulieren die hun tweedehands spullen verkopen hun NAW, geboortedatum, bsn en dergelijke aan de exploitant moeten leveren?

Zo te zien hoeft de activiteit op het platform niet winstgevend te zijn, voldoende is dat tegenover de activiteit een tegenprestatie staat. Relevante activiteiten zijn: verhuur van onroerend zaken, verrichten van persoonlijke diensten, verkoop van zaken, verhuur van transportmiddelen en investeringen en leningen in de context van crowdfunding. De tekst over te rapporteren inlichtingen suggereert dat het gaat om digitale platformen die ook het betalingsverkeer verzorgen.

Cybersecurity
Ik ben heel benieuwd hoe veilig dit allemaal is en welke veiligheidsrisico’s burgers lopen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is weliswaar van toepassing op de digitale platformen, maar de vraag is hoe goed zij zich er aan houden. Met nationale AVG-toezichthouders met te kleine budgetten, is het de vraag of burgers wel voldoende worden beschermd.

Lees over de risico’s van het verstrekken van persoonsgegevens aan platformbedrijven het artikel bij Radar: Online om kopie ID-bewijs vragen: ‘Als daar misbruik van wordt gemaakt ben je echt de sjaak’. Het artikel werd geschreven naar aanleiding van een vraag op het Radar-forum.

Mij lijkt dat dit soort wetgeving alleen hoort plaats te vinden als de Autoriteit Persoonsgegevens meer budget en meer bevoegdheden krijgt.

 

Meer informatie:

  • Tijdens het schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Financiën van 19 oktober is het BNC fiche inzake de Zesde wijziging administratieve samenwerkingsrichtlijn op het gebied van belastingen (Kamerstuk 22112-2929) besproken, lees het verslag van het overleg.
  • Het voorstel staat op de agenda van het algemeen overleg Eurogroep/Ecofinraad van 25 november a.s.
  • Het voorstel van de Europese Commissie is hier (COM(2020) 314) te vinden. Het platform moet de volgende gegevens over verkopers registreren:

natuurlijke persoon:

(a) voor- en achternaam;
(b) het hoofdadres;
(c) alle TIN die de verkoper zijn toegekend, en de lidstaten waar die zijn toegekend;
(d) het btw-identificatienummer van de verkoper, indien van toepassing;
(e) de geboortedatum.

entiteit:

(a) de wettelijke benaming;
(b) het hoofdadres;
(c) alle TIN die de verkoper zijn toegekend, en de lidstaten waar die zijn toegekend;
(d) het btw-identificatienummer van de verkoper, indien van toepassing;
(e) het bedrijfsregistratienummer;
(f) het bestaan van een vaste inrichting in de Unie, voor zover van toepassing, met aanduiding van elke respectieve lidstaat waar een dergelijke vaste inrichting is gelegen.

Als vastgoed wordt verhuurd,

verzamelt de rapporterende platformexploitant de adresgegevens van elke eigendomslijst en, voor zover toegekend, het respectieve kadasternummer

Met betrekking tot de activiteiten op het platform moeten een hele serie gegevens gerapporteerd worden, die in het Commissie-voorstel worden beschreven, onder meer de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd en de honoraria, commissielonen of heffingen die door het rapporterende platform zijn ingehouden of geheven.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | 2 reacties

Datagraaiende autofabrikanten

Onder de titel “De auto, een datavergaarbak” verscheen op de Investico site het artikel van Parcival Weijnen en Saskia Naafs over hoe de moderne autofabrikanten gegevens over de bestuurders, passagiers en omgeving van auto’s verzamelen en verkopen aan de hoogste bieder. Lees over de datahandelaren die de gegevens kopen en commercieel benutten, met bij mensen onbekende namen als Otonomo, Caruso, Smartcar en High Mobility. Het artikel verscheen ook bij De Groene.

 

 

Lees de tips van de Autoriteit Persoonsgegevens over connected cars.

Op dit blog schreef ik over de ‘slimme’ auto, die niet alleen slim is vanwege de datahonger van fabrikanten, maar ook omdat overheden dat fijn vinden, zogenaamd om het verkeer veiliger te maken (Emergency Call, oftewel eCall). De gegevens kunnen vast ook gebruikt worden voor de bestrijding van terrorisme, ondermijning en witwassen.

 


Aanvulling 21 november 2020
Lees ook ‘Binnen enkele jaren betaalt de auto de tankbeurt zelf’, De Tijd, 18 november 2020.

Geplaatst in Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen