Online oprichting bv in Nederland verwacht per 1 augustus 2021

Uit berichten van notarissenorganisatie KNB blijkt dat de verwachting is dat met ingang van 1 augustus 2021 bv’s digitaal kunnen worden opgericht. Op 17 juli jl. verscheen onderstaand bericht op de KNB-site:

Online oprichting bv mogelijk per 1 augustus 2021
17-07-2019

Vanaf 1 augustus 2021 moet het mogelijk zijn online een bv op te richten. Dit blijkt uit de Europese Richtlijn digitalisering oprichting en inschrijving van kapitaalvennootschappen. Die is op 11 juli geplaatst in het Publicatieblad van de Europese Unie. De digitale oprichting van een bv gaat mogelijk via een digitale notariële akte.

Op grond van de richtlijn (pdf) moeten lidstaten het mogelijk maken dat bepaalde kapitaalvennootschappen langs digitale weg kunnen worden opgericht. In Nederland gaat het in ieder geval om bv’s. Volgens minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming zal bij de implementatie van de richtlijn zoveel mogelijk worden aangesloten bij het al bestaande systeem, dus inclusief een rol van de notaris bij de oprichting van een bv. Dit heeft Dekker onlangs laten weten in antwoord op Kamervragen. ‘Mede in het kader van de implementatie van de richtlijn, wordt daarom de mogelijkheid om de digitale oprichting van bv’s in Nederland te laten plaatsvinden via een digitale notariële akte uitgewerkt’, aldus de minister.

Digitale identificatie en ondertekening
Op grond van de richtlijn moeten bv’s volledig online kunnen worden opgericht zonder dat de oprichters voor de notaris moeten verschijnen. Naast een digitale akte zullen daarom ook digitale identificatie en digitale ondertekening mogelijk moeten worden gemaakt. Daarbij zijn een betrouwbaar digitaal identificatiemiddel en een betrouwbare digitale handtekening van groot belang. Mede om digitale oprichting van bv’s mogelijk te maken, werkt de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) aan de ontwikkeling van deze digitale instrumenten onder de (werk)naam NotarisID.

Voorkoming van fraude en misbruik
Digitalisering staat bij de KNB hoog op de agenda. Om tot (verdere) digitalisering van (registratie)processen en innovatie in de vastgoed- en vennootschapsketen te komen, pleit de KNB al langer voor introductie van een digitale notariële akte. Dat wil zeggen: een akte die in plaats van op papier als digitaal document wordt ondertekend. Hiermee en met inzet van videoconferentie, digitale identificatie en digitale ondertekening kan het notariaat goed voldoen aan volledige online oprichting van bv’s, met de maatschappelijk relevante notariële waarborgen van rechtszekerheid en rechtsbescherming en voorkoming van fraude en misbruik.

 

NotarisID
De voorzitter van de KNB, Nick van Buitenen, heeft op 19 juli jl. in een bericht aan het notariaat laten weten dat in Nederland ook bij digitale oprichting de notaris een essentiële poortwachtersfunctie zal behouden. Bij de totstandkoming van een digitale notariële akte (‘DNA’) is essentieel dat digitale identificatie en digitale ondertekening op zekere wijze plaats vinden. Daarbij speelt authenticatie door middel van een veilig digitaal instrument een grote rol. Het notariaat is zelf met zo’n instrument bezig, het ‘NotarisID’.

 

Meer informatie over het NotarisID:

 

Dit artikel verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Good Practices fiscale integriteitsrisico’s door DNB overbodig geworden

Onlangs is het DAC6-wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend, op grond waarvan trustkantoren als ‘hulpintermediair’ agressieve fiscale constructies moeten melden. Lees over de positie van die hulpintermediair ook het artikel op mijn algemene blog.

In de memorie van toelichting bij het DAC6-voorstel is aangekondigd dat een leidraad zal worden uitgebracht, die intermediairs zal ondersteunen bij beoordeling van fiscale structuren.

Het zou DNB sieren, als de Good practices fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van banken worden ingetrokken bij de inwerkingtreding van het Nederlandse DAC6 wetsvoorstel en dat de Good practices fiscale integriteitsrisico’s trustkantoren (dit voorjaar geconsulteerd) niet definitief worden gemaakt.

 

Meer informatie:

 

Dit bericht verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Voorstel Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen

Het Ministerie van LNV consulteert tot 19 augustus a.s. een voorstel voor een ‘Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen‘. Het voorstel gaat over grote afnemers die hun kleine(re) leveranciers onrechtmatige handelsvoorwaarden opleggen.

Onrechtmatige handelspraktijken grootbedrijf
In artikel 2 van het voorstel worden een aantal handelswijzen door de afnemer van producten jegens een leverancier onrechtmatig verklaard. Het betreft onder meer:

  • Niet tijdige betaling van de leverancier.
  • Annuleren door de afnemer op te korte termijn van een bestelling.
  • Door de afnemer eenzijdig wijzigen van leveringsvoorwaarden.
  • Afdwingen van betalingen door de leverancier die geen verband houden met de verkoop van diens producten.
  • Betaling door de leverancier van een vergoeding voor bederf e.d., zonder dat de leverancier in verzuim is.
  • Schending door de afnemer van bedrijfsgeheimen van de leverancier.
  • Dreigen door de afnemer met commerciële vergeldingsmaatregelen tegen de leverancier als deze zijn wettelijke of contractuele rechten uitoefent.

In artikel 3 worden nog een aantal andere handelspraktijken als onrechtmatig bestempeld. De regels uit artikel 2 en 3 van het voorstel zijn alleen van toepassing op specifiek aangewezen leveranciers en afnemers, de criteria zijn gebaseerd op de omzet (artikel 5).

Door middel van het voorstel wordt een Europese richtlijn geïmplementeerd.

Waarom alleen agrarische MKB-leveranciers?
Het probleem van onrechtmatige handelspraktijken door grote afnemers, waarmee MKB-leveranciers onder druk worden gezet, speelt niet alleen in de agrarische sector. Ik ken diverse voorbeelden uit andere sectoren. Het was aanleiding om er over te schrijven.

Het is wat mij betreft onbegrijpelijk waarom dit wetsvoorstel niet wordt verbreed naar alle MKB-leveranciers.

 

Meer informatie:

Consultatie

Europese richtlijn

Artikelen op dit blog over benadeling van MKB-leveranciers door grootbedrijven, onder meer:

Zie de tag oneerlijke handelspraktijken grootbedrijf.

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Europa, Handelsrecht | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Internetconsultatie Wijziging Wwft BES met incompleet consultatievoorstel

Vandaag is de wetgevingsconsultatie Wijziging Wwft BES van start gegaan. Die consultatie gaat van start terwijl belangrijke onderwerpen ontbreken, zo blijkt uit de introductie:

Voor een aantal onderwerpen was ten tijde van de consultatie aanvullend onderzoek nodig van de verantwoordelijke departementen. Het gaat over:
– Toezicht verbeteren op advocaten en notarissen
– Reguleren van cryptocurrencies
– Regelgeving aangaande geldtransporten

Na de consultatie zullen mogelijk voor deze onderwerpen regels in het wetsvoorstel worden opgenomen.

Een onjuiste keuze van het verantwoordelijke ministerie.

Algemene gedragslijnen, procedures e.d.
Uit het consultatievoorstel blijkt de algemene regels voor Wwft-plichtigen (die in de Wwft BES ‘dienstverleners‘ worden genoemd, een betere uitdrukking dan ‘instelling in de Nederlandse Wwft) in de sfeer van algemene gedragslijnen en procedures alleen gelden voor financiële instellingen, aangezien deze niet praktisch uitvoerbaar zijn voor de overige Wwft-plichtigen. Een verstandige keuze die ook in de Nederlandse Wwft zou moeten worden doorgevoerd.

Vindplaatsen: algemene regels, artikelen 1.9 tot en met 1.12 van het voorstel. Uitzondering: artikel 1.13 van het voorstel.

Toezicht op advocaten/notarissen en artikel 6 EVRM
Opvallend is dat op de BES-eilanden geen onafhankelijk toezicht op naleving van de witwasbestrijdingsverplichtingen door advocaten en notarissen. De belastingdienst is kennelijk in de huidige Wwft BES als toezichthouder van deze juridische beroepsgroepen aangewezen, iets wat door de notarissen en advocaten in strijd met artikel 6 EVRM wordt geacht. Er wordt gezocht naar een passende oplossing, zo volgt uit paragraaf 2.5 van de concepttoelichting:

In overleg met de betrokken partijen wordt thans bezien hoe het Wwft toezicht voor deze beroepsgroepen kan worden verbeterd, daarbij rekening houdend met de vereisten op grond van artikel 6 EVRM. Het wetsvoorstel zal op een later moment met de verbeteringen worden aangevuld.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Implementeren in de Wwft

Het is opletten geblazen met de implementatiewetten die het Ministerie van Financiën indient inzake de Wwft, want de namen lijken erg op elkaar:

  • Het eerste wetsvoorstel Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn is behandeld onder dossiernummer 34 808. Dit voorstel heeft geleid tot de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn, die op 24 juli 2018 in het Staatsblad is verschenen.
  • Het tweede wetsvoorstel, de “Implementatiewet wijziging vierde anti-witwasrichtlijn” heeft dossiernummer 35 245. De behandeling loopt nog.
Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , | Een reactie plaatsen

Veel ubo’s weten nog nog niets van het register | Wwft, ubo-register

Op 11 juli jl. werden uitkomsten van een onderzoek naar bekendheid bij ondernemingen van het in aantocht zijnde ubo-register bekend gemaakt. Niet verrassend is dat de meerderheid van de toekomstig geregistreerden niet weet dat hij of zij in een register komt.

Dat komt omdat door het ministerie van financiën in de publiciteit wordt gesuggereerd dat alleen uiteindelijk belanghebbenden bij ‘brievenbusmaatschappijen’ in het register komen. Verder wordt door het ministerie de indruk gewekt dat alle geregistreerden een economisch belang bij hun entiteit hebben, terwijl ook dat onjuist is.

Zo komen alle statutair bestuurders van de not-for-profit organisaties Privacy First en Bits of Freedom in het ubo-register.

 

Meer informatie:

 

Dit bericht verscheen eerder op het ubo-registerblog.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Hoe poortwachters elkaar bij de les houden | NBA en de trustkantoren

In december jl. plaatste ik hier een bericht over de discussie die accountantsorganisatie NBA aan wilde gaan met de trustkantorensector.

In juni jl. verscheen op de site van de NBA een afrondend memo over dit poortwachtersproject, “Open brief Trustkantoren ‘Poortwachters’ – afronding project” dat belangstellenden hier (pdf) kunnen vinden. Bij het memo zit als bijlage een reactie van Holland Quaestor.

Overigens vraag ik me af hoe de NBA bij de drie ‘observaties’ (zie pagina 3 van het rapport) komt. Die observaties zijn (met daarna mijn korte reactie):

  • Maatschappelijke verantwoording is nog onderbelicht” > gezien alle aandacht voor trustkantoren en de nieuwe regels lijkt me dit onjuist.
  • Integere bedrijfsvoering is meer dan een handboek” > dat is een open deur.
  • Ook de accountant past een poortwachtersrol” > weten accountants niet dat zij poortwachter zijn?

 

Dit bericht verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Een reactie plaatsen

Inloggen met Facebook bij de Nederlandse overheid?

De Nederlandse overheid is nog steeds met IT aan het tobben. In dat verband is het opmerkelijk dat ik een bericht op security.nl van 8 juli jl. lees dat de overheid het makkelijker wil maken voor private ondernemingen om de zgn. ‘inlogmiddelen’ aan te bieden. Voorstel voor de Wet digitale overheid zal daarom worden aangepast, zo lees ik in een kamerbrief.

In het licht van de waarschuwingen door Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) dat Nederland grote digitale risico’s loopt, maakt dit een merkwaardige indruk.

Is dit een bezuiniging van de rijksoverheid waardoor de burger extra cybersecurity risico zal gaan lopen? Om daar achter te komen zal ik de plannen beter moeten bestuderen.

Onlangs heb ik mee gedaan aan een internetconsultatie over het ontwerp voor een Besluit bedrijfs- en organisatiemiddel Wdo, waarin ik heb geklaagd dat enige vorm van integriteitstoetsing ontbreekt rondom de private partijen die  een rol spelen bij het inloggen bij de overheid en het digitaal verrichten van handelingen in het publieke domein.

 

Een ander overheidsplan wat onlangs bekend werd gemaakt, nl. dat mensen gemakkelijker gegevens aanwezig bij de overheid aan private partijen mogen geven, klinkt uit oogpunt van cybersecurity ook niet verstandig.

We gaan zien wat er van komt.

 

Meer informatie:

Inlogmiddelen; cybersecurity:

Digitale kluis en gegevens delen:

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De hulpintermediair moet zijn onschuld bewijzen | MDR, DAC6

De positie van belastingadviseurs wordt aanzienlijk verbeterd door de Europese regels, die wel bekend staan onder “Mandatory Disclosure Rules” (MDR), een verplichting voortvloeiend uit een Europese richtlijn die vaak als DAC6 wordt aangeduid. Op grond van MDR zijn belastingadviseurs verplicht om agressieve fiscale constructies te melden. De MDR-regels zijn zeer ingewikkeld en eigenlijk alleen door internationaal actieve belastingadviseurs te doorgronden.

MDR vergt veel fiscale kennis, zodat het is te hopen dat er voldoende fiscalisten zijn om aan de regels uitvoering te geven.

Nederlands wetsvoorstel
Op 12 juli jl. heeft het Nederlandse kabinet het Nederlandse wetsvoorstel bekend gemaakt. Het wetsvoorstel draait rondom het begrip ‘constructie’, waarover in de memorie van toelichting staat vermeld:

De begrippen ‘constructie’ en ‘meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie’ zijn bewust niet gedefinieerd. Het werd niet nodig geacht noch wenselijk bevonden om een definitie van die begrippen, of van ‘agressieve fiscale planning’, op te nemen. Dit hangt mede samen met het feit dat agressieve fiscale planningsconstructies in de loop der jaren steeds complexer zijn geworden en constant worden gewijzigd en aangepast in reactie op defensieve tegenmaatregelen van de belastingautoriteiten.

Dat is opmerkelijk, zeker nu de reikwijdte van de regelgeving zo groot is en niet-naleving grote consequenties heeft.

Intermediair
De regelgeving richt zich primair tot degenen die de constructies bedenken, de ‘intermediairs’ zijn primair degenen:

die doorgaans betrokken zijn bij het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of het beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie

Dat zijn mensen met kennis van belastingrecht, want alleen zij overzien of een constructie de kenmerken van een “meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie” heeft.

Hulpintermediair
Daarnaast kent de Europese regeling ook een fenomeen, dat in de memorie van toelichting als ‘hulpintermediair‘ wordt aangeduid en wordt omschreven als degene die bij een “meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie” hulp, bijstand of advies verstrekt. Over de hulpintermediair staat in de memorie van toelichting onder meer:

Ten aanzien van laatstbedoeld type intermediair, hierna ook wel aangeduid met de term hulpintermediair, geldt dat enkel sprake is van een intermediair als die persoon, gelet op de betrokken feiten en omstandigheden en op basis van de beschikbare informatie en de deskundigheid die en het begrip dat nodig is om die diensten te verstrekken, weet of redelijkerwijs kon weten dat hij heeft toegezegd rechtstreeks of via andere personen hulp, bijstand of advies te verstrekken met betrekking tot de hiervoor bedoelde werkzaamheden. Elke persoon heeft hierbij het recht bewijs te leveren van de ‘onwetendheid’ van de potentiële hulpintermediair van diens betrokkenheid bij de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, waarbij die persoon alle relevante feiten en omstandigheden, beschikbare informatie en zijn relevante deskundigheid en begrip ervan kan vermelden. [23] Indien de bewijsvoering slaagt, kan een dergelijke persoon dus niet worden aangemerkt als (hulp)intermediair.

In beginsel zijn alle betrokken intermediairs, waaronder begrepen de hulpintermediairs, verplicht een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie te melden.

[23] Zie artikel 3, eenentwintigste lid, derde zin, Richtlijn 2011/16/EU. 

Op een latere pagina staat over de hulpintermediair:

Zoals aangegeven kan een persoon alleen als hulpintermediair worden gekwalificeerd als die persoon, kort gezegd, wist of redelijkerwijs kon weten dat hij heeft toegezegd hulp, bijstand of advies te verstrekken met betrekking tot het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie. Hierbij heeft elke persoon het recht bewijs te leveren van het feit dat de (potentiële) hulpintermediair niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat deze op een dergelijke wijze bij de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is betrokken. Daartoe kan die persoon alle relevante feiten en omstandigheden, beschikbare informatie en zijn relevante deskundigheid en begrip ervan vermelden. Als het bewijs slaagt, kwalificeert de betreffende persoon niet als hulpintermediair en heeft hij logischerwijs ook geen meldingsplicht. Of een persoon hulpintermediair is, is dus afhankelijk van het antwoord op de vraag of die persoon, gelet op de betrokken feiten en omstandigheden en op basis van de beschikbare informatie en de deskundigheid die en het begrip dat nodig is om die diensten te verstrekken, weet of redelijkerwijs kon weten dat hij heeft toegezegd om rechtstreeks of via andere personen de betreffende hulp of bijstand of het advies te verstrekken. [132] Hieruit volgt dat de potentiële hulpintermediair geen onderzoeksplicht heeft, inhoudende dat een persoon niet is gehouden om extra informatie te verzamelen om te kunnen beoordelen of hij kwalificeert als hulpintermediair, als dat niet nodig is om de betreffende dienst – rekening houdend met de deskundigheid die en het begrip dat daarvoor nodig is – te kunnen verstrekken. De bepaling aangaande de hulpintermediair is in zekere mate geobjectiveerd door het gebruik van de woorden ‘redelijkerwijs kon weten’. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat niet doorslaggevend is of een individuele medewerker feitelijk weet dat sprake is van (het verstrekken van hulp bij) een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie. Van belang is of diegene gelet op ‘de deskundigheid die en het begrip dat nodig is om de diensten (die diegene uit hoofde van zijn functie verstrekt) te verstrekken’, redelijkerwijs kan weten dat daarmee de hier bedoelde hulp of bijstand of het advies wordt verstrekt.

Voor de intermediair geldt het element “weet of redelijkerwijs kon weten” niet. Een persoon die een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bedenkt, aanbiedt, opzet of beschikbaar maakt voor implementatie of de implementatie ervan beheert, is per definitie intermediair.

Mijn interesse gaat uit naar de hulpintermediairs, aangezien dat betrokkenen kunnen zijn met een beperkte fiscale kennis, zoals trustkantoren (= bestuurders), banken, accountants en notarissen.

Het lijkt er op dat als een meldingsplichtige constructie wordt ontdekt, die niet is gemeld, de hulpintermediair zijn onschuld moet bewijzen. Boeiend is dat hij daarbij onder meer moet bewijzen dat hij geen relevante deskundigheid heeft. Ik ben benieuwd hoe dat moet.

Kunnen hulpintermediairs voorkomen dat zij gestraft worden voor niet door hen bedachte structuren? Mogelijke oplossingen:

  • Alle structuren standaard melden.
  • Niet meer mee werken aan handelingen met een internationaal karakter.
  • Verzoeken om een MDR-opinie van de belastingadviseur die de structuur heeft bedacht.
  • Verzoeken om een MDR-opinie door een andere belastingadviseur dan degene die de structuur heeft bedacht.

Aan al deze oplossingen zitten haken en ogen. Zo  is niet altijd te overzien of een handeling een internationaal karakter heeft. Aan MDR-opinies kunnen hoge kosten verbonden zijn en de vraag is of op de opinies kan worden afgegaan.

Lex certa?
Interessant is dat een paragraaf over de AVG in de memorie van toelichting in wordt opgemerkt dat de uitwisseling van persoonsgegevens op grond van MDR gerechtvaardigd is omdat de regels kenbaar en voorzienbaar zouden zijn:

voor het voor burgers kenbaar en voorzienbaar is dat een inmenging kan plaatsvinden en onder welke omstandigheden dat het geval is.

terwijl uit de memorie van toelichting blijkt dat het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) kritiek heeft op de onduidelijkheid van de begrippen, nu (aldus de memorie van toelichting):

intermediairs in de praktijk moeite kunnen hebben met het vaststellen van het al dan niet meldingsplichtig zijn van concrete constructies. De ATR adviseert om in dat kader kenmerken van niet-meldingsplichtige constructies te expliciteren.

Volgens de memorie van toelichting wordt dit opgelost door middel van een leidraad:

Met betrekking tot dit adviespunt is het relevant om op te merken dat een leidraad zal worden opgesteld waarin nadere inkleding wordt gegeven aan de verplichtingen die volgen uit Richtlijn (EU) 2018/822. In de leidraad zal onder andere – ter illustratie – ten aanzien van een aantal concrete constructies worden aangegeven of zij wel of juist niet aan (een van) de wezenskenmerken voldoen, teneinde intermediairs en relevante belastingplichtigen, waar mogelijk, te ontlasten

Die leidraad is vast nuttig voor de primaire intermediair, de belastingadviseur, maar gaat het de hulpintermediair wel helpen? Die hulpintermediair heeft veelal een te beperkte kennis om de leidraad überhaupt te kunnen lezen.

De Afdeling advisering van de Raad van State schrijft in paragraaf 2 over de open normen, die niet duidelijk zullen zijn voor belastingadviseurs. De Afdeling constateert dat – ondanks de nog op te stellen leidraad – ook bij inwerkingtreding de begrippen nog niet (volledig) duidelijk zullen zijn. In de kabinetsreactie wordt naar aanleiding daarvan alleen gesproken over de strafmaat en niet over het principe dat een verplichting kenbaar moet zijn voor de betrokken burger.

 

Onmogelijke positie hulpintermediairs
Mijn voorlopige conclusie is dat hulpintermediairs door de MDR in een onmogelijke positie komen te verkeren, nu zij over één kam worden geschoren met belastingadviseurs.

Naar verwachting zullen de kosten van notarissen, accountants, niet-fiscale advocaten en banken verder toenemen om aan MDR te kunnen voldoen, bijvoorbeeld door fiscalisten in dienst te nemen of vaker fiscaal advies in te winnen. Een oplossing zou zijn om gereguleerde dienstenaanbieders zonder fiscale adviespraktijk uit te sluiten, maar dat is iets wat er gezien de algemene politieke stemming niet in lijkt te zitten.

Op de positie van hulpintermediairs is van toepassing wat iemand schreef die reageerde op een artikel over de Wwft:

Ik word hier wel verdrietig van. Want de regels zijn inderdaad dermate vaag dat, om aan de zekere kant te blijven, alles waar ook maar iets op aan te merken zou kunnen zijn, dient te worden onderzocht. Ik, als dienstverlenend boekhouder, kom daarmee in een moeilijk parket. Mij ontbreekt tijd, kennis en geld om de wet dusdanig na te leven dat ik geen risicoos loop.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Belastingrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

For U.S. Persons there is more than FATCA

In an earlier blogpost I explained the way the United States is ruling over people who do not live in the US nor have the US nationality. These persons in US legislation are called ‘U.S. Persons‘. Recently I discovered that being a U.S. Person entails more than filing tax returns with IRS or being ‘protected’ by the Dod Frank Act.

According to this article reporting obligations under US sanctions law are or will be extended to all U.S. Persons.

 

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Sanctieregels | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen