Weer een lijstje van witwaskenmerken | AMLC, Wwft

Het overheidssamenwerkingsverband Anti Money Laundering Centre (AMLC) heeft bekend gemaakt dat een nieuw overzicht van kenmerken van witwassen is samengesteld dat hier (pdf) is te vinden.

Hoewel AMLC het overzicht algemeen bekend maakt, lijkt het er op dat ondernemingen die betrokken zijn bij de misdaadbestrijding op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) er niet veel aan hebben. Dat is teleurstellend, nu er volgens de site van AMLC [*] wordt samengewerkt met Wwft-plichtige ondernemingen zoals banken, accountantskantoren en notarissen.

Jammer genoeg spreekt AMLC in afwijking van de Wwft-terminologie over ‘witwasindicatoren‘, zie de toelichting aan het slot van dit artikel. AMLC deelt de kenmerken in drie categorieën in:

  1. Witwastypologieën, deze worden volgens AMLC internationaal vastgesteld door FATF en nationaal door FIU-Nederland.
  2. Feiten van algemene bekendheid.
  3. Overige kenmerken.

Ten aanzien van de eerste categorie vraag ik me af welke status dergelijke ‘typologieën’  hebben nu FATF een niet-democratische organisatie is waarop geen onafhankelijke controle wordt uitgeoefend, laat staan dat hun bevindingen wetenschappelijk worden getoetst. FIU-Nederland speelt als meldpunt een belangrijke rol in de Nederlandse witwasbestrijding, maar of dat betekent dat zij goede typologieën kunnen opstellen, is de vraag.

Het zijn geen ‘typologieën’ 
Het woord ‘typologieën’ is een te mooi woord voor het lijstje van voorbeelden dat op pagina 2 en 3 van de AMLC-publicatie is te vinden. Vaak betreft het conclusies die zijn getrokken op basis van feiten die niet worden vermeld. Een en ander maakt een willekeurige indruk. Enkele aantekeningen bij wat ik las:

  • Het onderhouden van contacten met personen met criminele antecedenten wordt als witwaskenmerk aangeduid (pagina 2, eerste kolom, twee na laatste bullet). Dus dat betekent dat alle familieleden van criminelen zelf ook vermoed worden crimineel te zijn? En is dit iets wat een Wwft-plichtige kan zien? Ik begrijp dat de opsporing zo denkt, maar dit is geen witwaskenmerk en het is ook nog gevaarlijk voor onschuldige mensen.
  • Een kenmerk is dat het kennelijk de bedoeling was de meldgrens te ontduiken (pagina 2, tweede kolom, tweede bullet). Wordt daarmee de Wwft-meldgrens bedoeld? En zo ja, uit welke feiten kan dit worden afgeleid? Wat hier staat is een conclusie.
  • Bij het voorbeeld van wisselen van Britse en Schotse ponden buiten de VK (pagina 2, tweede kolom, zevende bullet) kan de vraag worden gesteld waarom dat alleen voor Britse en Schotse ponden zou gelden en niet voor ander valuta.
  • Ontbreken van een bedrijfseconomisch doel wordt vaak als witwaskenmerk genoemd, zelfs zonder enige feitelijke toelichting (pagina 2, tweede kolom, laatste bullet). Welke zin heeft het om dit apart te noemen?
  • Een taalbarrière wordt als aanwijzing voor criminele geldstromen genoemd (pagina 3, tweede kolom, tweede bullet). Merkwaardig, zeker als in de vierde bullet wordt gesproken over ‘versluierd taalgebruik’.

Het valt op dat de auteurs geen enkele moeite hebben gedaan om de voorbeelden systematisch te ordenen en dat de uitleg veel te summier is.

Wwft-plichtigen hebben er niets aan, onder meer omdat een en ander niet vanuit de optiek van de Wwft-plichtige onderneming wordt benaderd, en omdat niet wordt aangegeven wat een bepaalde Wwft-plichtige zou kunnen waarnemen.

Kenmerken
Op pagina’s 4 tot en met 7 worden feiten van algemene bekendheid en overige indicatoren opgesomd. Hier is wel sprake van een vorm van rubricering, waarbij contanten de hoofdrol spelen. Opmerkelijk is dat als feit van algemene bekendheid wordt genoemd:

Het is een feit van algemene bekendheid dat mensen die leven van een uitkering hiervan vaak net rond kunnen komen.

Hopelijk betekent dat niet dat alle uitkeringstrekkers potentiële witwassers zijn. Apart is dat de mogelijkheid van misbruik van derdengeldenrekeningen van notarissen en advocaten genoemd wordt als ‘feit van algemene bekendheid’ [**]. Betekent dit dat dit zeer vaak voorkomt en alle advocaten en notarissen met argwaan moeten worden bekeken?

Humoristisch is deze:

Het is een feit van algemene bekendheid dat grote bedragen aan genoten contanten moeten worden verantwoord in de belastingaangifte, ook als het gaat om inkomsten uit criminele activiteiten.

Dit is natuurlijk geen feit van algemene bekendheid, maar een wettelijke verplichting. Foutje van de rechter?

Wat mij betreft kunnen deze zogenaamde ‘feiten van algemene bekendheid’ worden vervangen door één ‘feit’: het is van algemene bekendheid dat criminelen overal misbruik van kunnen maken.

Tip voor het AMLC: het is niet verstandig om teksten uit individuele uitspraken over te nemen in opsommingen als deze.

Onder de overige kenmerken staat het nodige dat vragen oproept, zoals bij ‘leningen’ (pagina 6, tweede kolom):

  • Kan je zeggen dat iedere lening verstrekt door een niet bij de AFM geregistreerde verstrekker, respectievelijk een niet-financiële instelling verdacht is?
  • Hoe komt AMLC er bij dat het ontbreken van een schriftelijke leningovereenkomst en ontbreken van een (reële) zekerheid per definitie aanwijzingen zijn voor criminaliteit? Hier hoort bij (net als bij sommige andere genoemde voorbeelden) dat een en ander gelet op de omstandigheden niet voor de hand ligt. Zo worden kleine leningen binnen familieverband vaak zonder schriftelijk contract of zekerheid verschaft.

Kwaliteitsverbetering hoog nodig
Al met al blijf ik het document een rommelig en onoverzichtelijk geheel vinden, waarvan ik me afvraag wie bij de ‘echte’ opsporing er iets aan heeft. Het document is in ieder geval ongeschikt voor algemene verspreiding.

Wwft-plichtigen kunnen er vanwege de onsystematische opbouw en het ontbreken van een behoorlijke toelichting niets mee. Behalve natuurlijk in het kader van symbolische ‘ik doe mijn best‘ activiteiten richting toezichthouder. De private criminaliteitsbestrijding wordt niet gediend door dit soort documenten.

Hinderlijk is dat de publicatie van AMLC een van de vele is,  daar schreef ik al eerder over. In de witwasbestrijding regent het lijstjes en overzichten van allerlei overheidsachtige instanties die kennelijk hun bestaansrecht proberen te bewijzen met ad hoc op basis van strafzaken geproduceerde willekeurige voorbeelden van financieel-economische criminaliteit.

Het is hoog tijd dat de witwasbestrijdingspublicaties naar een aanzienlijk hoger plan worden getild.

Wettelijke betekenis van witwasindicatoren
In een eerder artikel schreef ik al dat in de wet het begrip ‘indicator‘ een specifieke betekenis heeft.

In de huidige Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is volgens artikel 1 lid 1 een “ongebruikelijke transactie” een transactie die op grond van de indicatoren bedoeld in artikel 15, eerste lid Wwft, als ongebruikelijk is aan te merken. Vervolgens verwijst artikel 15 Wwft naar ‘indicatoren’ die bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld. Die indicatoren kunnen in de bijlage bij het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 worden gevonden. Deze indicatoren verschillen per type Wwft-plichtige. Een voorbeeld is dat voor notarissen op dit moment de volgende ‘indicatoren’ gelden:

* Een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme.
* Een transactie voor een bedrag van €10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de instelling in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen.

 

Noten
[*] AMLC schrijft op de site dat het een kennis- en expertisecentrum is waar publieke en private partijen nationaal en internationaal samenwerken om witwassen te bestrijden. De publieke partners zijn onder andere de politie, het Openbaar Ministerie, de Financial Intelligence Unit (FIU), toezichthouders, de FIOD en overige bijzondere opsporingsdiensten. De private samenwerkingspartners zijn onder andere banken, accountantskantoren en notarissen.
[**] Overigens wordt mij uit de betreffende uitspraak niet duidelijk welke betekenis dat ‘feit van algemene bekendheid’ had in de strafzaak. Uit de overwegingen blijkt dat de betreffende (ex-)notaris welbewust aan betalingsverkeer heeft meegewerkt zonder dat er een goede juridische grondslag is. Het hof concludeert “Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte willens en wetens hieraan medewerking heeft verleend. Hij heeft slechts gefungeerd als ‘bankier’ voor de [medeverdachte 1]“.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Strafrecht en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Weer een lijstje van witwaskenmerken | AMLC, Wwft

  1. Jeroen van der Weele zegt:

    Wat naar mijn mening vooral misgaat bij dit soort berichtgevingen, is dat een Wwft-dienst/-transactie moet worden bezien in de hele context waarin deze plaatsvindt. Context is everything! Zoals het nu geofrmuleerd is, is het – inderdaad – niet goed bruikbaar voor de Wwft-instelling. Op bepaalde onderdelen is het nogal suggestief van karakter (zo is bijvoorbeeld het aangehaalde voorbeeld van de bijstandsuitkering tekenend).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s