Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren uitgebracht

DNB heeft een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht, waarin de consultatie inzake de beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid en de consultatie inzake de beleidsregel geschiktheid worden gemeld. Verder wordt de sector herinnerd aan het vereiste van twee dagelijks beleidsbepalers en meldt de Bank dat de risico’s ten aanzien van financiële stabiliteit toenemen.

 

Dit bericht verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Trustkantoren | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

GCV adviseert over concept Implementatiebesluit registratie UBO’s

KNB liet weten dat de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) van KNB en NOvA heeft geadviseerd over het concept Implementatiebesluit registratie UBO’s:

GCV adviseert over concept Implementatiebesluit registratie UBO’s
04-07-2019

Rechtspersonen en ondernemingen zelf laten beoordelen welke documenten zij aan het Handelsregister geven om het economisch belang van een UBO te onderbouwen. De Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) stelt voor deze beoordelingsvrijheid in de tekst van het voorstel zelf naar voren te laten komen. Verder stelt de GCV voor om de nodeloos strenge eis voor UBO’s om onder het afschermingsregime van het UBO-register te kunnen vallen, te verruimen.

Met deze aanbevelingen reageert (pdf) de GCV op het voorstel voor het Implementatiebesluit registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten. In het voorstel wordt een verdere invulling gegeven aan het wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten dat op 3 april bij de Tweede Kamer is ingediend.

Documentatie
Rechtspersonen en ondernemingen zijn op grond van de Implementatiewet verplicht hun UBO’s in het Handelsregister te registreren. In het voorstel wordt uitgewerkt welke documentatie overgelegd moet worden ter onderbouwing van de aard en omvang van het economisch belang van een UBO. Uit de toelichting blijkt dat het aan de inschrijvingsplichtige rechtspersoon of onderneming zelf is te beoordelen welke documenten moeten worden gedeponeerd. Hierbij is ruimte voor een zekere beoordelingsvrijheid zolang daaruit de aard en omvang van het economisch belang maar blijkt.

Hanteren van bandbreedtes
De GCV is het eens met het vermelden van bandbreedtes in plaats van het exacte economische belang van de UBO. Exacte economische belangen kunnen regelmatig wijzigen en het steeds moeten opgeven en bijhouden van deze wijzigingen leidt tot hogere lasten en administratieve druk.

Afschermingsregime
Volgens het voorstel is alleen in bepaalde uitzonderlijke situaties afscherming van de gegevens van de UBO in het UBO-register mogelijk. De hiervoor geldende eis in het voorstel gaat verder dan de eis voor afscherming die in de richtlijn wordt genoemd. De GCV vindt de aanwezigheid van een UBO op specifieke lijsten – zoals personen voor wie de politie persoonsbeveiliging verzorgt en personen die op lijsten staan vermeld bij de minister van Justitie en Veiligheid of hoofdofficieren van justitie – een nodeloos strenge eis en stelt voor om de tekst in het artikel beter aan te laten sluiten bij de norm die volgt uit de vierde anti-witwasrichtlijn, namelijk blootstelling aan een onevenredig risico, een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidaties.

Curatele
De GCV vraagt zich af of ook gegevens van UBO’s van wie het vermogen onder bewind is gesteld, moeten worden afgeschermd. De gegevens van UBO’s die onder curatele zijn gesteld, worden namelijk wel afgeschermd in het voorstel.

Bewaartermijn
De GCV ziet graag een verduidelijking van de keuze voor de tienjarige bewaartermijn van gegevens van UBO’s van uitgeschreven vennootschappen of juridische entiteiten. Het is de vraag of de bewaartermijn van tien jaar niet te lang is, gelet ook op de normale bewaartermijn van vijf jaar in de WWFT. Daarnaast raadt de GCV aan om duidelijk in het voorstel op te nemen wat het proces is rondom de vernietiging van de persoonsgegevens van de UBO.

 

Dit bericht verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Pas op: wantrouwen brengt de samenleving ernstige schade toe!

Onder de titel “Pas op: wantrouwen brengt de samenleving ernstige schade toe!” schreef Rob Wijnberg op de De Correspondent een mooi artikel over de wantrouwende overheid.

Net als ik, verbaast hij zich over de merkwaardige ‘dreigingsniveau’ meldingen die periodiek door de overheid aan de burgers bekend worden gemaakt, op pseudo-wetenschappelijke wijze en zonder dat iemand kan duidelijk maken waar die meldingen goed voor zijn.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , | Een reactie plaatsen

Dienstweigering | opzegging door de bank vanwege de Wwft

Al eerder signaleerde ik dat de privatisering van de criminaliteitsbestrijding via de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) er toe leidt dat ondernemingen die criminaliteit moeten opsporen (‘Wwft-plichtigen’) cliënten sneller afwijzen respectievelijk wegsturen.
Dat is gebaseerd op het cliëntenonderzoek dat Wwft-plichtigen, zoals banken en accountantskantoren, moeten uitvoeren.

Steeds vaker zeggen banken de relatie op omdat ze vinden dat de informatie die ze van hun klant ontvangen onvoldoende is. Soms wordt er opgezegd omdat de bank geen zin meer heeft in een bepaald type ondernemingen.

Op de zwarte lijst van de bank
De banken zeggen soms niet alleen de relatie op maar delen hun klant ook mee dat zij gedurende lange periode in een interne zwarte lijst (het ‘Intern Verwijzingsregister’, IVR) worden opgenomen. Nog schadelijker is het als de bank betrokkenen in het Extern Verwijzings Register (EVR) opneemt, een zwarte lijst van de banken gezamenlijk.

Rabobank zegt ten onrechte op
Die opzegging is soms onterecht, zoals in deze uitspraak. Daarin werd de Rabobank veroordeeld om de relatie met de klant voort te zetten. In de uitspraak laat de rechter blijken dat banken de relatie niet zo maar mogen opzeggen:

4.3. De vraag is aan de orde of voorshands voldoende aannemelijk is geworden dat, gelet op alle omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht dat Rabobank van haar contractuele opzeggingsbevoegdheid gebruikt heeft gemaakt (artikel 6:248 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW)). Daarbij komt gewicht toe aan de zorgplicht op grond waarvan Rabobank bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht dient te nemen, waarin ook het belang van betalingsverkeer voor de rekeninghouder(s) wordt meegewogen. Evenzeer komt gewicht toe aan de verplichting van [eisers bij dagvaarding] om ingevolge artikel 2 lid 2 ABV eraan mee te werken dat Rabobank aan haar verplichtingen jegens (onder meer) toezichthouders kan voldoen en om geen misbruik van haar diensten te (laten) maken, bijvoorbeeld door middel van activiteiten die schadelijk zijn voor de reputatie van Rabobank en die de werking van de betrouwbaarheid van het financiële stelsel kunnen schaden. [eisers bij dagvaarding] dienen mee te werken aan het klantenonderzoek van Rabobank. Dit brengt een zekere inspanningsverplichting mee voor [eisers bij dagvaarding] om bij Rabobank bestaande onduidelijkheden weg te nemen.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het voor rechtspersonen van groot belang is dat zij toegang hebben tot het bancaire systeem. Bij opzegging van een bancaire relatie brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid, in verband met de zorgplicht van de bank zoals is neergelegd in artikel 2 lid 1 ABV, dan ook mee dat opzegging enkel mogelijk is op een daarvoor in de gegeven omstandigheden voldoende zwaarwegende grond.

 

Vervolgens beoordeelt de rechter de door de bank aangedragen feiten, die volgens de Rabobank ‘concrete indicaties van betrokkenheid bij witwassen’ zouden opleveren en is van oordeel dat de bank het standpunt onvoldoende heeft onderbouwd. De rechter overweegt onder meer (‘instelling’ = Wwft-plichtige):

Artikel 3 Wwft bevat bepalingen over het door instellingen te verrichten cliëntenonderzoek. De centrale gedachte in de antiwitwaswetgeving is dat risico’s op het meewerken aan witwaspraktijken door instellingen worden teruggedrongen doordat de instelling zijn cliënt identificeert, ondersteund met documenten. Het gaat erom dat duidelijk is wie er achter de klant zit (in dit geval: [eiser bij dagvaarding sub 2] achter [eiser bij dagvaarding sub1] ), niet wie er achter de klanten van de klant zit. Bovengenoemde eis van Rabobank is dus niet op de wet gebaseerd en is, zonder concrete aanwijzingen dat er met ook maar één leverancier, één afnemer of één transactie van [eiser bij dagvaarding sub1] daadwerkelijk iets mis is, buitenproportioneel. Een algemene notie dat deze branche een hoog risicoprofiel heeft is niet voldoende om deze eisen te stellen. Overigens is niet gebleken dat bij [eiser bij dagvaarding sub1] sprake is van intercontinentale geldstromen met transacties die worden gesloten via platforms waarbij partijen elkaar niet kennen – volgens Rabobank een van de indicatoren voor witwassen – integendeel, in haar brief van 28 februari 2019 schrijft Rabobank immers dat de grootste afnemers en leveranciers in Nederland gevestigd lijken te zijn.

 

De rechter komt tot de conclusie dat voldoende aannemelijk is geworden dat op grond van hetgeen Rabobank heeft aangevoerd de opzegging van de bankrelatie en dus ook het opnemen van de cliënten in interne of externe incidentenregisters als het IVR of het EVR in een eventuele bodemprocedure geen stand zal houden.

Know Your Bank
Over het cliëntenonderzoek door banken anno 2019 schreef Michiel van Eersel het artikel Klantonderzoek na de ING boete: Know Your Bank (KYB).

Dienstweigering door Wwft-plichtigen
Naar verwachting zal het aantal Wwft-plichtigen dat cliënten weigert gaan toenemen, alleen al omdat het cliëntenonderzoek bewerkelijk is. Zie over dat onderwerp eerdere berichten op dit blog, onder meer:

Lees over de zwarte lijsten van de banken, ook wel incidentenregisters genoemd, dit bericht uit 2013 (dat mogelijk niet meer geheel up to date is) met de aanvullingen.

Over weigering van diensten vanwege de compliance verplichtingen van organisaties en ondernemingen zijn op dit blog berichten te vinden via de tag compliance-uitsluiting.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Einde aan anoniem bellen door bedrijven en organisaties

In een nieuwsbericht van 4 juli jl. maakt de staatssecretaris van EZ bekend dat maatregelen worden genomen tegen telemarketing overlast: “Concept wetsvoorstel voor einde aan telemarketing-irritatie“. Onderdeel daarvan is dat bedrijven niet meer anoniem mogen bellen.

De overlast die mensen ondervinden, wiens persoonsgegevens via het handelsregister te vinden zijn (zoals zzp’ers) zal niet alleen via deze maatregelen maar ook via de handelsregisterregels moeten worden aangepakt.

Nieuwsbericht:

Concept wetsvoorstel voor einde aan telemarketing-irritatie
Nieuwsbericht | 04-07-2019 | 08:00

Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) heeft haar wetsvoorstel gepubliceerd om voor consumenten en ondernemers zonder rechtspersoonlijkheid (zoals een eenmanszaak) een einde te maken aan telemarketing-irritatie. Bedrijven of organisaties mogen Nederlanders straks alleen nog benaderen via de telefoon als zij daar zelf expliciet toestemming voor hebben gegeven. Telemarketeers mogen bovendien niet meer anoniem bellen: het telefoonnummer van de afzender moet zichtbaar zijn.

De conceptwijziging van de Telecommunicatiewet gaat vandaag voor een periode van zes weken in internetconsultatie en is één van de belangrijke thema’s in de afgelopen najaar door staatssecretaris Keijzer gepubliceerde Consumentenagenda.

Staatssecretaris Mona Keijzer (EZK): “Ook uit nieuw onderzoek blijkt dat Nederlanders zich in overgrote meerderheid ergeren aan ongevraagde, telefonische verkoop: ongeacht de organisatie die er achter zit. Daarom ga ik dit wettelijk verbieden. Alleen als je zelf expliciet toestemming geeft (opt-in), kun je nog gebeld worden. Dat geldt straks voor álle natuurlijke personen, niet alleen consumenten.”

Nederlanders stellen geen prijs op ongevraagde telemarketing
Uit een nieuw onderzoek (Kantar, april 2019) in opdracht van het ministerie van EZK onder meer dan 1.100 Nederlanders blijkt opnieuw dat zij in overgrote meerderheid ongevraagde telefonische verkoop niet op prijs stellen. Dit varieert van 89% die zich stoort aan commerciële telefoontjes van uitgevers tot 96% als het gaat om loterijen. Consumenten stellen ook telefonische verkoop door goede doelen (88%) niet op prijs.

Ook beperking termijn waarin bestaande klanten gebeld mogen worden
Het kabinet wil ook telemarketing richting bestaande klanten beperken, door een maximale termijn vast te stellen waarbinnen nog contact mag worden opgenomen voor een nieuw aanbod. Bedrijven die telemarketing inzetten, willen deze beperking van de termijn met zelfregulering organiseren. Wanneer dit onvoldoende werkt, kan staatssecretaris Keijzer alsnog een wettelijke termijn instellen via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).

Bescherming natuurlijke personen ‘achter’ een telefoonnummer
Niet alleen degene op wiens naam het telefoonabonnement staat, krijgt bescherming. Ook natuurlijke personen die hiervan gebruik maken vallen hier onder. Voorbeelden zijn huisgenoten van een abonnee, bewoners die een centraal nummer van een zorginstelling met rechtspersoonlijkheid gebruiken en werknemers die hun zakelijk abonnement tevens voor privédoeleinden gebruiken. Doordat er bijvoorbeeld niet anoniem gebeld mag worden, kan toezichthouder ACM de voorgenomen wettelijke regels straks ook beter handhaven.

De internetconsultatie voor de wijziging van de Telecommunicatiewet is vandaag gestart. Belanghebbenden kunnen zes weken reageren op het ontwerp. Aan het einde van dit jaar dient staatssecretaris Keijzer de voorgestelde wetswijziging in bij de Raad van State en vervolgens bij de Tweede Kamer.

Documenten
Rapport Kantar Public Telemarketing 2019
Rapport | 04-07-2019

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Binnenkort: de digitale notaris

Als het aan de notariaat ligt, speelt de notaris straks een hoofdrol bij het digitaal oprichten van besloten vennootschappen. Op grond van Europese regelgeving moet dit ook in Nederland mogelijk worden. Notarissenorganisatie KNB schreef hier op 2 juli jl. het volgende over:

Dekker koerst op rol notaris bij digitale oprichting bv
02-07-2019

De betrokkenheid van de notaris bij het oprichten van bv’s levert een nuttige bijdrage aan het voorkomen en bestrijden van misbruik van rechtspersonen. Digitale oprichting van een bv gaat in de toekomst mogelijk via een digitale notariële akte. Dit laat minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming weten. Hiermee reageert hij op Kamervragen van Tweede Kamerleden Michiel van Nispen en Mahir Alkaya (beiden SP) over middelen van het notariaat voor fraudebestrijding.

Op grond van de Europese richtlijn Gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht moeten lidstaten het mogelijk maken dat bepaalde kapitaalvennootschappen langs digitale weg kunnen worden opgericht. In Nederland gaat het in ieder geval om bv’s. Volgens Dekker zal bij de implementatie van de richtlijn zoveel mogelijk worden aangesloten bij het al bestaande systeem, dus inclusief een rol van de notaris bij de oprichting van een bv. ‘Mede in het kader van de implementatie van de richtlijn, wordt daarom de mogelijkheid om de digitale oprichting van bv’s in Nederland te laten plaatsvinden via een digitale notariële akte uitgewerkt’, aldus de minister.

Noodplan
Nick van Buitenen, notaris en voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), zei eerder in Het Financieele Dagblad (FD) dat minister Dekker frustratie veroorzaakt bij notarissen en ze in verwarring laat over hoe ze hun rol als poortwachter moeten vervullen zonder voldoende middelen. ‘Als de overheid fraude en ondermijning echt zo ernstig vindt als politici steeds zeggen – elke burgemeester heeft het wel genoemd in zijn nieuwjaarsspeech – waar blijft dan het noodplan?’, vroeg Van Buitenen zich af. De SP’ers wilden daarom weten wat de minister van de kritiek vindt.

Toegevoegde waarde CAHR
De minister onderschrijft het belang van beschikbare, actuele informatie over aandeelhouders voor controle, toezicht en opsporing. In het kader hiervan noemt hij ook het centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Een initiatiefwetsvoorstel hiervoor ligt op dit moment bij de Tweede Kamer. ‘Het kabinet zal ingaan op de toegevoegde waarde van een centraal aandeelhoudersregister in samenhang met het UBO-register voor de bestrijding van financieel-economische fraude en witwassen.’ Verder laat Dekker weten in gesprek te zijn met de KNB over het instrumentarium dat voor het notariaat nodig en wenselijk is. ‘De specifieke expertise van de notaris acht ik onontbeerlijk bij een goede vervulling van de poortwachtersrol. Gelet op de ontwikkeling van verschillende fraudeverschijningsvormen en de digitale en internationale mogelijkheden voor fraudeurs, acht ik het van belang om het notariaat en het bedrijfsleven te betrekken als belangrijke partners voor fraudedetectie en de bestrijding van witwassen.’

Waardering
In een brief aan de Tweede Kamer spreekt Dekker zijn waardering uit voor de ambitie van de KNB en de rol van de notaris in ons rechtsbestel. ‘Ik ben verheugd dat de voorzitter van de KNB zich sterk maakt voor de rol die de notaris vervult bij fraudebestrijding.’ De notaris vervult volgens de minister een essentiële vertrouwensrol in het rechts- en handelsverkeer. Hij schrijft begrip te hebben voor de visie van de KNB dat een centraal aandeelhoudersregister, in samenhang met het instellen van een UBO-register, een belangrijk hulpmiddel kan zijn voor fraudebestrijding en de onderzoekwerkzaamheden van de notaris. Dekker beschouwt nieuwe (technologische) mogelijkheden als kans om opnieuw te definiëren en zichtbaar te maken dat de rol van de notaris maatschappelijk van toegevoegde waarde is. Hij vertrouwt erop dat in dialoog met de KNB een effectieve aanpak van fraude en witwassen de invulling van de notariële poortwachtersrol verder ondersteunt.

 

Dit artikel verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Oprichting | Tags: , | Een reactie plaatsen

EU High Level Expert Group on AI

De digitalisering gaat verder. De vraag is of er nog ruimte blijft voor de mens. Een van de deelonderwerpen in dat verband is kunstmatige intelligentie, oftewel ‘artificial intelligence‘, ‘AI’.

Europa heeft een EU High Level Expert Group on AI ingesteld. De groep heeft in april jl. ethische richtlijnen uitgebracht. In het bericht over de richtlijnen staat dat betrouwbare AI het volgende moet zijn:

(1) lawful – respecting all applicable laws and regulations
(2) ethical – respecting ethical principles and values
(3) robust – both from a technical perspective while taking into account its social environment

 

Vervolgens wordt in het bericht over de richtlijnen gesproken over ‘key requirements’ waarin AI systemen moeten voldoen:

Human agency and oversight: AI systems should empower human beings, allowing them to make informed decisions and fostering their fundamental rights. At the same time, proper oversight mechanisms need to be ensured, which can be achieved through human-in-the-loop, human-on-the-loop, and human-in-command approaches
Technical Robustness and safety: AI systems need to be resilient and secure. They need to be safe, ensuring a fall back plan in case something goes wrong, as well as being accurate, reliable and reproducible. That is the only way to ensure that also unintentional harm can be minimized and prevented.
Privacy and data governance: besides ensuring full respect for privacy and data protection, adequate data governance mechanisms must also be ensured, taking into account the quality and integrity of the data, and ensuring legitimised access to data.
Transparency: the data, system and AI business models should be transparent. Traceability mechanisms can help achieving this. Moreover, AI systems and their decisions should be explained in a manner adapted to the stakeholder concerned. Humans need to be aware that they are interacting with an AI system, and must be informed of the system’s capabilities and limitations.
Diversity, non-discrimination and fairness: Unfair bias must be avoided, as it could could have multiple negative implications, from the marginalization of vulnerable groups, to the exacerbation of prejudice and discrimination. Fostering diversity, AI systems should be accessible to all, regardless of any disability, and involve relevant stakeholders throughout their entire life circle.
Societal and environmental well-being: AI systems should benefit all human beings, including future generations. It must hence be ensured that they are sustainable and environmentally friendly. Moreover, they should take into account the environment, including other living beings, and their social and societal impact should be carefully considered.
Accountability: Mechanisms should be put in place to ensure responsibility and accountability for AI systems and their outcomes. Auditability, which enables the assessment of algorithms, data and design processes plays a key role therein, especially in critical applications. Moreover, adequate an accessible redress should be ensured.

 

Op 26 juni jl. werd door de groep het rapport Policy and investment recommendations for trustworthy Artificial Intelligence uitgebracht.

 

Meer informatie:

 

Geplaatst in Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Een reactie plaatsen

Corruptiebestrijding met FIU Nederland

In het huisblaadje van de belangrijkste ‘poortwachters’ [*], Het Financieele Dagblad (FD), meldt FIU Nederland dat banken en accountants een checklist tegen corruptie krijgen. Kenmerkend: op de site van FIU Nederland is dit nieuws niet te vinden, laat staan de checklist zelf.

Of de in het FD genoemde checklist de “Set of Indicators for Corruption Related Cases from the FIUs’ Perspective“ is, waar ik in december jl. over schreef onder de titel “Ondermaatse Egmont Groep publicatie de wereld in geslingerd“, weet ik niet.

Hopelijk is de kwaliteit van de checklist beter dan van de Set of Indicators waar ik eerder over berichtte.

Zoals ik al eerder opmerkte: de kwaliteit van de publieksvoorlichting van FIU Nederland en de Egmont Group zal aanzienlijk omhoog moeten, om te zorgen dat Wwft-plichtigen er wijs uit kunnen. De misdaadbestrijding heeft sterk te lijden aan het ontbreken van deskundige tegenspraak.

Hopelijk is niet de oorzaak van het ontbreken van tegenspraak, dat iedereen die kritiek heeft in het kamp van de maffiamaatjes wordt ondergebracht. Als dat zo zou zijn, is dat een zeer ongezonde situatie.

 

[*] Een poortwachter is een bedrijf dat op grond van Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) criminaliteit moet opsporen en melden aan FIU Nederland.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Consultatie beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid voor trustkantoren

Op 25 juni jl. heeft DNB de internetconsultatie inzake de beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid voor trustkantoren bekend gemaakt. Het consultatiedocument is hier (MS Word) te vinden.

De omschrijving van “maatschappelijke betamelijkheid” in de titel van het consultatiedocument heeft veel weg van de norm die in het privaatrecht ten grondslag ligt aan onrechtmatige daad:

betrokkenheid van het trustkantoor of zijn medewerkers bij handelingen die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad

 

DNB denkt deze zorgvuldigheidsnorm te kunnen bevorderen door schriftelijke vastlegging in het beleidsdocument. Het beleidsdocument moet een beschrijving bevatten “van hoe, wanneer en bij welke handelingen een evenwichtige belangenafweging gemaakt wordt ten aanzien van maatschappelijke betamelijkheid“.

Vervolgens moet uit dat beleid voortvloeiende procedures, processen en maatregelen en aantal in het consultatiedocument beschreven elementen bevatten:

a. een overzicht van de (potentiële) besluiten, activiteiten, soorten transacties en overige handelingen waarbij het risico, bedoeld in het eerste lid, zich met name kan voordoen; en de hierbij noodzakelijke mitigerende maatregelen;
b. criteria op basis waarvan het trustkantoor op risicogebaseerde wijze beoordeelt of bij het eigen handelen of dat van haar werknemers sprake kan zijn van zodanige strijdigheid met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad.
c. een beschrijving welke functionaris of afdeling binnen het trustkantoor verantwoordelijk is voor het creëren, agenderen en bestendigen van bewustwording bij de meest relevante organisatieonderdelen ten aanzien van handelingen die mogelijk dusdanig strijdig zijn met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad;
d. voorschriften voor een periodieke evaluatie en beoordeling van de effectiviteit van bedoeld beleid en de procedures, processen en maatregelen waarin dit zijn weerslag vindt. Deze analyse en beoordeling vinden tenminste jaarlijks plaats of zo vaak als hiervoor aanleiding is. Het trustkantoor draagt aantoonbaar zorg voor een tijdige implementatie van geconstateerde verbeterpunten;
e. voorschriften waaruit blijkt welke onderdelen en of functionarissen binnen het trustkantoor betrokken dienen te worden bij het maken van de evenwichtige belangenafweging, bedoeld in het tweede lid en een overzicht van de beslissingsbevoegdheid per onderdeel en/ of functionaris;
f. voorschriften waaruit blijkt hoe de evenwichtige belangenafweging, bedoeld in het tweede lid, en de belangrijkste afwegingen die door het trustkantoor zijn gemaakt, worden vastgelegd;
g. voorschriften waaruit blijkt hoe onderwerpen die maatschappelijke betamelijkheid aangaan extern worden gecommuniceerd;
h. procedures en maatregelen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen inzake de omgang met incidenten inzake maatschappelijk betamelijkheid, waaronder het onverwijld informeren van DNB over het incident. Naast de wettelijk verplichte melding van incidenten, conform reeds bestaande procedures, verwacht DNB dat het trustkantoor onderzoek doet naar de oorzaken en gevolgen van een incident en dat de (voorlopige) onderzoeksresultaten zo spoedig mogelijk aan DNB worden verstrekt.

 

Wat daarna volgt is eveneens uitdagend:

4. Bij het identificeren en mitigeren van de risico’s, bedoeld in het eerste lid, weegt DNB mee in hoeverre door het trustkantoor ook gegevens worden betrokken over de activiteiten die door de cliënten van het trustkantoor worden uitgevoerd en de bij die activiteiten betrokken derden, beide voor zover van het trustkantoor redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij hiervan op de hoogte is of had moeten zijn.
5. DNB weegt mee hoe het trustkantoor er zorg voor draagt dat als onderdeel van de processen, procedures en maatregelen, bedoeld in het derde lid, in ieder geval een analyse wordt gemaakt van hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer en bij de voor het trustkantoor belangrijkste stakeholders als onbetamelijk wordt gezien op de voor het trustkantoor relevante gebieden. DNB verwacht dat deze analyse jaarlijks wordt uitgevoerd of vaker wanneer daar aanleiding voor is. DNB verwacht tevens dat het trustkantoor zorg draagt voor de noodzakelijke aanpassingen van het beleid en de daaruit voortvloeiende procedures, processen en maatregelen op basis van de uitkomsten van deze analyse.
6. DNB verwacht dat het trustkantoor aantoonbaar stimuleert dat op een voor haar passende wijze een actieve discussie binnen het eigen trustkantoor wordt gevoerd over hetgeen al dan niet als maatschappelijk betamelijk kan worden gezien.

 

De trustkantoren en hun medewerkers moeten over wonderbaarlijke krachten bezitten, om hier aan te kunnen voldoen.

Het is jammer dat DNB de focus legt op procedures, in plaats van de invulling van de door hen gewenste norm, waarover DNB zich niet wenst uit te laten.

Andere gereguleerde beroepsbeoefenaren doen er goed aan de ontwikkelingen goed te volgen, want ook bij accountants, belastingadviseurs en andere juridische beroepsbeoefenaars wordt over “maatschappelijke betamelijkheid” gesproken.

 

Dit artikel verscheen eerder op de site Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: | Een reactie plaatsen

Europese instant payments

In een bericht van 28 juni jl. laat de Europese Commissie weten dat het gewenst is een Europees systeem van instant payments op te zetten. Bij PSD2 is niet gedacht aan de mogelijkheden die door PSD2 worden geboden aan internetgiganten uit de VS en Azië. In het kader van instant payments blijkt men er nu wel over na te denken. In het bericht staat onder meer:

As part of this, the European Commission is looking at the development of EU-wide instant payments, which will help increase the autonomy of payment solutions in Europe and challenge the dominance of American and Asian apps and cards that Europeans use for their cross-border payments.

Over de persoonsgegevens die deel uitmaken van de betalingsgegevens wordt het volgende gezegd:

Furthermore, payments contain a great deal of data, much of which can reveal a lot about people’s lives and buying habits. This data is extremely attractive to giant international platforms that thrive on processing and selling data. Right now, European card payment transactions – and the data that goes with them – are increasingly settled outside the EU. With a European instant-payment system, these settlements could be kept within the EU, and would be subject to the higher-standard EU data protection and privacy laws.

We gaan zien wat er van komt.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Een reactie plaatsen