Nieuwe witwasbestrijdingsbrief van de Ministers van Financiën en Veiligheid | Wwft

De Ministers van Financiën en Veiligheid stelden in een brief van 3 juli 2020 de leden van de Tweede Kamer op de hoogte van de voortgang van de criminaliteitsbestrijding via private ondernemingen, zoals plaats vindt door middel van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Thema’s die de revue passeren:

  • Gegevensuitwisseling binnen de overheid en tussen overheid en bedrijfsleven (met name banken).
  • Het Action Plan van de Europese Commissie, waarin de onvolkomenheden van de witwasbestrijding verder vermenigvuldigd zullen worden.
  • Voortgang van de vele Nederlandse wetsvoorstellen, wat er voor zorgt dat een gewone witwasbestrijdingsplichtige de weg volledig kwijt raakt.
  • Over het ubo-register wordt gezegd dat de “livegang … gelet op de coronapandemie en een zorgvuldige IT-voorbereiding“, is voorzien op 27 september 2020.
  • De publiek-private projecten (met vnl. banken).
  • Doorontwikkeling van het verwijzingsportaal bankgegevens.
  • De NRA Witwassen, waarover ik al schreef.

Uiteraard komen mooie woorden als barrières opwerpen, oprollen, afbreken, afpakken en voorkomen langs.

Aan de gevolgen voor gewone burgers en witwasbestrijdingsplichtigen wordt niet gedacht.

 

Meer informatie:

Pagina Tweede Kamer website “Voortgang plan van aanpak witwassen“, met:

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Draft resolution | AML and CFT in the European Parliament

On 8 July the European Parliament (EP) is to discuss the draft for an Action Plan. Giegold and other members of the EP have proposed a draft for a resolution, that is to be found here. The draft-resolution shows a complete disregard for the practical en legal problems the current anti-money laundering legislation is causing for the EU member states.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Tweede Kamer-vragen over Europees actieplan witwasbestrijding | AVG, Wwft

Verwacht mag worden dat de Europese databeschermings- en privacyregels volledig onderuit zullen gaan ten behoeve van de criminaliteitsbestrijding. Dat is hoogst riskant maar schijnt de politiek weinig te interesseren. Lees in dat verband in het verslag de vragen die de vaste commissie van Financiën van de Tweede Kamer op 3 juli jl. aan de Minister van Financiën heeft gesteld. Daarin staat onder meer:

De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat de samenwerking tussen verschillende organisaties van cruciaal belang is bij het effectief tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering. Deze leden vragen de regering bij de behandeling dan ook bijzondere aandacht te schenken aan de gegevensuitwisseling met en tussen banken. Deze component is in het voorliggende plan niet benoemd, terwijl samenwerking tussen banken essentieel is voor een effectieve tracering van ongebruikelijke geldstromen. Omdat de belangrijkste hobbel, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), ook op Europees niveau ligt, verdient het de aanbeveling dat de EC zich hierover buigt.

One-size-fits-all
Wederom is te zien dat de one-size-fits all benadering domineert, wat banken kunnen kan een notaris en een garagebedrijf ook.
Er wordt aangedrongen op harmonisatie van de criminaliteitsbestrijdingsregels, terwijl de witwasbestrijdingsplichtigen heel divers zijn en ook de nationale rechtssystemen grote verschillen vertonen. De problemen voor  burgers en bedrijven zullen nog groter worden als er voor alle soorten witwasbestrijdingsplichtigen Europees toezicht komt.

Dat Europese toezicht komt voor rekening van de witwasbestrijdingsplichtigen, zodat terecht de vraag wordt gesteld wat de extra kosten voor hen zullen zijn.

Grondrechten
Andere leden van de commissie vragen naar de rechtsstatelijkheid van de Europese regels en het Europese toezicht.

Het wachten is nu op het antwoord van de Minister van Financiën.

 

Berichten over het Europese actieplan en de te verwachten antiwitwasverordening zijn de vinden via deze tag.

 


Aanvulling 9 juli 2020
Vergeten te melden dat het Nederlandse notariaat voorstander is van Europese harmonisatie van de regels en van Europees witwastoezicht, lees het KNB artikel van 14 mei jl.:

Europese regeling en toezichthouder antiwitwasregels
14-05-2020

De Europese Commissie wil witwaspraktijken en terrorismefinanciering strenger aanpakken. Een antiwitwasregeling die voor alle Europese landen van toepassing is, moet hiervoor zorgen. Ook komt er een Europese toezichthouder.
Deze plannen maken deel uit van een pakket antiwitwasmaatregelen dat de commissie heeft voorgesteld. In het actieplan staan concrete maatregelen voor de komende 12 maanden. Hiermee kan de commissie de EU-regelgeving voor de bestrijding van witwaspraktijken en terrorismefinanciering beter handhaven, controleren en coördineren. De bedoeling is lacunes en zwakke plekken in EU-regelgeving wegwerken.

EU-regels
Voor het notariaat zijn vooral 2 punten in het actieplan relevant. Ten eerste het creëren van 1 boek met EU-regels. De huidige regels zijn verstrekkend en doeltreffend, maar de toepassing ervan in de lidstaten kan verschillen. Omdat de regels op uiteenlopende manieren worden geïnterpreteerd, ontstaan lacunes in het systeem. Criminelen kunnen die misbruiken. Het tweede punt is toezicht op EU-niveau. Momenteel zorgt elke lidstaat apart voor het toezicht. Daardoor kunnen tekortkomingen ontstaan in de manier waarop op de regels wordt toegezien. De commissie doet een voorstel voor de oprichting van een toezichthoudende instantie op EU-niveau.

Roadmap
De Europese Commissie heeft de plannen voorbereid via een zogenoemde roadmap. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft eerder dit jaar via de Raad van Notarissen in Europa, de CNUE, laten weten het eens te zijn met de voorgestelde aanpak. Voor dit actieplan heeft de Europese Commissie een consultatiemoment ingebouwd. Als het aan de KNB ligt zal de CNUE hieraan weer meedoen.

De steun van de brancheorganisaties van banken en notariaat, geeft aan dat een en ander er wel zal komen.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Nederlands witwas-perceptie rapport bekend gemaakt | Wwft, NRA

De ondernemingen die zich aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten houden (banken, accountants en vele anderen) zijn op grond van die wet verplicht acht te slaan op iets wat als een ‘National Risk Assessment‘, oftewel Nationale Risico Analyse (NRA) wordt aangeduid.

Het begrip ‘analyse‘ is een term die niet overeenkomt met de werkelijkheid van de NRA, zo blijkt uit de nieuwste NRA Witwassen, die net is bekend gemaakt. De NRA Witwassen is in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid opgesteld door H.C.J. van der Veen en L.F. Heuts, met medewerking van E.C. Leertouwer.

De NRA Witwassen is geen wetenschappelijk rapport maar een perceptie-document dat is tot stand gebracht door middel van gesprekken en interviews met de incrowd van de Nederlandse witwasbestrijding.

De onderzoekers gaan in het rapport uit van verouderde concepten, zoals die van het witwasproces (plaatsing, verhulling en integratie). Zij hanteren een terminologie en aanpak die er toe leidt dat de NRA Witwassen onleesbaar is voor witwasbestrijdingsplichtigen, waarvan het grootste deel geen hoogleraar witwasbestrijdingskunde is. Het is teleurstellend dat de witwasplichtigen met dit onvolkomen rapport worden afgescheept.

Verheugend is dat eerlijk wordt erkend dat de data-analyses van de Dienst Justis niets opleveren. In de samenvatting staat het er als volgt:

is via Justis een kwantitatieve data-analyse uitgevoerd voor het risico ‘witwassen via rechtsvormen’ op basis van data uit het Handelsregister van de Kamer van Koop- handel, waarvan op voorhand werd verondersteld dat deze konden bijdragen aan een nadere duiding van het risico. De uitgevoerde analyse liet zien dat er op basis van een dergelijke data-analyse zonder koppeling aan andere databronnen, zoals de gegevens die door de Financial Intelligence Unit (FIU) Nederland verdacht zijn verklaard en andere strafrechtelijke of fiscale informatie, geen directe relatie te leggen is met witwassen. De analyses geven slechts beperkt inzicht in een aantal ‘ongebruikelijke situaties’.

Wanneer het in een volgende NRA mogelijk zou worden aanvullende databronnen bij het onderzoek te betrekken, blijft het onwaarschijnlijk dat deze analyse inzicht oplevert in de prevalentie van het betreffende witwasrisico. Een harde relatie met witwassen is immers niet vast te stellen zonder nader opsporingsonderzoek. Een andere complicerende factor bij het uitvoeren van een meer datagebaseerde NRA is de grote verscheidenheid in de aard van de witwasrisico’s en de benodigde databronnen. De NRA betreft een analyse over alle risico’s heen. De verschillende databronnen dienen dus met elkaar in relatie te worden geanalyseerd. Dit vereist het voldoen aan kwaliteitseisen qua volledigheid, betrouwbaarheid, validiteit en onderlinge compatibiliteit van databronnen. Op dit moment is er onvoldoende kennis in welke mate hieraan tegemoetgekomen kan worden.

Hiermee wordt tevens erkend dat de Wet controle op rechtspersonen is mislukt.

Tip voor de overheid is om de NRA geheel anders aan te pakken, bijvoorbeeld:

  • Constateer dat financieel-economische criminaliteit inherent aanwezig is in alle rijke landen, dus ook in Nederland. (Vervanging van ‘Wat maakt Nederland kwetsbaar voor witwassen?‘)
  • Spreek niet over ‘witwasdreigingen‘, aangezien dat als concept geen toegevoegde waarde heeft. Witwassen is niet meer dan het financieel behaalde voordeel met criminaliteit, waarbij de witwasser het voordeel zelf onder zich heeft (gehouden) dan wel een ander (zoals de bank) het voordeel onder zich houdt als financieel dienstverlener. Dat voordeel kan aanwezig zijn: [a] als een bankrekeningtegoed of andere financiële rechtsverhouding met een bank of een andere partij (zoals  virtuele valuta aanbieders); [b] als vermogen in een rechtspersoon of samenwerkingsverband; [c] als vermogen officieel op naam van andere personen dan onder [b]. Het onder [b] of [c] genoemde vermogen kan alles omvatten. Deze aanpak maakt het spreken over constructies, vennootschappen en rechtsvormen e.d. overbodig. Maak een onderscheid tussen de vorm waarin het criminele voordeel aanwezig is en de wijze waarop crimineel voordeel wordt verkregen en een schijn van rechtmatigheid krijgt.
  • Spreek niet over ‘beleidsinstrumentarium‘ en over ‘weerbaarheid‘ omdat daarmee wordt verhuld dat niets bekend is over effectiviteit. Voorts negeert de NRA de vraag naar de kosten en de overlast, alsmede de proportionaliteit van de de regels voor de verschillende groepen witwasbestrijdingsplichtigen.
  • Maak een serieuze analyse van de huidige antiwitwasmaatregelen, de geschiktheid van de witwasbestrijdingsplichtigen om die maatregelen uit te voeren. Kijk ook naar verbetering van de regelgeving waarbinnen de criminaliteit plaats vindt; anders gezegd: het is beter om door middel van regelgeving criminaliteit moeilijk te maken, dan om achteraf foute regelgeving te corrigeren door middel van privaat toezicht door witwasbestrijdingsplichtigen en de overheid.

Het is te hopen dat de witwasbestrijdingsincrowd tot inkeer komt. Wellicht daar een SyRI- / FSV-achtige ramp voor nodig.

Tot slot
Bovenstaande kritiek laat onverlet dat dat alle witwasbestrijdingsplichtigen verplicht zijn om bij hun risicoanalyses rekening te houden met de NRA Witwassen. Ik wens iedereen sterkte.

 

PS Er is nog meer op de NRA Witwassen aan te merken, wat teveel is voor het bestek van dit bericht.

 

Meer informatie:

  • NRA Witwassen 2020 (pdf), bekend gemaakt op 3 juli 2020, als bijlage bij de Wwft-brief van de Ministers van Financiën en Veiligheid van die datum.
  • Wwft-brief van de Ministers van Financiën en Veiligheid van 3 juli 2020: document site Tweede Kamer.
  • De vorige NRA dateert uit 2017, kijk hier.
Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Is het toegestaan om online te identificeren | Wwft

Eerder besprak ik dat er banken zijn die zeggen dat zij hun cliënten moeten heridentificeren op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). In verband daarmee is de vraag of banken hun cliënten online mogen identificeren. In Nederland wordt controle van de identiteit ‘verificatie van de identiteit’ genoemd.

Tot 26 juni 2017 stond in de Wwft dat een verscherpt cliëntenonderzoek moet worden uitgevoerd als de cliënt niet fysiek aanwezig is voor de verificatie van de identiteit. Die fysieke aanwezigheid is vanaf 26 juni 2017 niet meer verplicht voor Wwft-plichtigen, maar dan is wel een andere zekere vorm van verificatie van de identiteit vereist.

Wat in ieder geval niet mag: een kopie van paspoort of identiteitsbewijs per e-mail. Ten eerste is dat onveilig. Ten tweede is dan voor de Wwft-plichtige niet zeker of de verificatie juist heeft plaats gevonden.

Online identificatie
Online identificatie is dus in principe toegestaan, onder voorwaarden, want ook met online identificatie kan gefraudeerd worden. Dat betekent dat aan een systeem van online identificatie zeer hoge eisen moeten worden gesteld, om identiteitsfraude te voorkomen. In de praktijk zullen waarschijnlijk alleen grote ondernemingen, zoals banken, aan die hoge eisen kunnen voldoen.

Tip: werk alleen mee aan online identificatie als je er zeker van bent dat de aanbieder betrouwbaar is en zijn IT op orde heeft.

 

Meer informatie:

Bankentoezichthouder DNB schrijft over dit onderwerp het volgende in de leidraad Wwft/Sw:

4.9.1 Niet fysieke aanwezigheid cliënt

Tot 25 juli 2018 werd in artikel 8 Wwft verscherpt cliëntenonderzoek vereist in het geval van niet fysieke aanwezigheid van de cliënt bij de identificatie en verificatie van diens identiteit. Het risico van niet fysieke aanwezigheid is nu opgenomen in bijlage III bij de richtlijn als een van de hoog-risicofactoren. Artikel 8 Wwft verwijst naar deze bijlage. Het resultaat van deze wijziging is dat instellingen op basis van een risicogebaseerde benadering bepalen welke maatregelen worden genomen die het hogere risico van niet fysieke aanwezigheid compenseren. Hierbij staat voorop dat instellingen géén zakelijke relatie aangaan of transacties uitvoeren indien het cliëntenonderzoek niet is afgerond ingevolge artikel 3, 5 en 8 Wwft. Benadrukt wordt dat de maatregelen die worden genomen indien de cliënt niet fysiek aanwezig is op grond van artikel 8 komen bovenop de maatregelen die op grond van artikel 3 worden genomen. Niet fysieke-aanwezigheid van de cliënt en het toepassen van innovatieve technieken worden in bijlage III als hoog-risicofactoren genoemd. Dat cliënten op afstand geaccepteerd zijn door het toepassen innovatieve technieken betekent niet dat deze cliënten per definitie een hoge risicoclassificatie meekrijgen na de acceptatie (zie onderdeel 3.4).

Een instelling moet vaststellen of de opgegeven identiteit daadwerkelijk overeenkomt met de identiteit van de persoon die zich heeft aangediend. Instellingen zullen dus moeten kunnen vaststellen dat het identiteitsdocument hoort bij de persoon die zich niet fysiek heeft aangediend. Immers, instellingen moeten weten met wie zij zaken doen. Het zal daarom ook niet voldoende zijn te beschikken over twee identiteitsbewijzen waarvan niet vaststaan dat deze daadwerkelijk horen bij de potentiële cliënt. Er zullen meerdere onafhankelijke en betrouwbare bronnen dienen te worden geraadpleegd. Een instelling zal een inschatting maken welke bronnen daadwerkelijk onafhankelijk en betrouwbaar zijn. De wijze van totstandkoming van de bronnen is daarbij belangrijk. Ook is belangrijk in hoeverre de gegevens van de betreffende bron geverifieerd zijn. Tot slot beoordeelt de instelling de overgelegde documenten en andere bronnen op echtheid en houdt rekening met het risico op vervalsingen en pogingen tot misleiding.

Een instelling kan ook innovatieve technologieën toepassen om het (verscherpte) cliëntenonderzoek in te richten, zolang het hogere risico van de niet fysieke aanwezigheid van de cliënt gemitigeerd wordt. De instelling kan hiertoe nieuwe processen bedenken voor het inrichten van de identificatie en verificatie van de cliënt. Denk hier bijvoorbeeld aan (een combinatie van) video-identificatie en verificatie, het uitlezen van de chip op het identiteitsdocument, het toepassen van een liveness-check en het gebruik van een eID-middel met een adequaat betrouwbaarheidsniveau. Hoe dit proces er precies uitziet, bepaalt de instelling zelf op een risico gebaseerde wijze met in achtneming van de verplichtingen opgenomen in artikel 3, 5 en 8 Wwft – de vastlegging en regelmatige herziening is hierbij van belang. Hierbij wordt opgemerkt dat het toepassen van nieuwe technologieën wordt genoemd als hoog-risicofactor in bijlage III van de vierde anti-witwasrichtlijn. Op 23 januari 2018 heeft de European Banking Authority in samenwerking met de andere European Supervisory Authorities (ESMA, EIOPA) een opinie over het toepassen van innovatie t.a.v. het cliëntenonderzoek gegeven.48 Deze opinie biedt kaders voor het toepassen van innovatie in het ‘Customer Due Diligence proces’ door instellingen.

Bij het toepassen van innovatieve technologieën houden instellingen in ieder geval rekening met de volgende aspecten:

* whether or not firms have appropriate technical skills to oversee the development and proper implementation of innovative solutions, particularly where these solution are developed or used by a third party (where reliance is placed on such third party in line with Article 25 of Directive (EU) 2015/849) or an external provider;

* whether or not the senior management and the compliance officer have appropriate understanding of the innovative solution; and

* whether or not firms have proper contingency plans in place.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Europe discusses money laundering and forgets about human rights

On Wednesday 8 July the European Parliament will discuss the Commission’s Action Plan on how to “fight effectively against money laundering and terrorist financing” and will vote on a resolution on Friday 10 July.

It is very worrying that on one hand Europe promotes data protection and privacy and that on the other hand they bring about a surveillance society by the anti money laundering (AML) and anti terrorist financing (CFT) legislation, read this and other posts on this blog.

 

More information:

[a] Newsitem European Parliament of 2 July 2020

[b] Commission Action Plan for a comprehensive Union policy on preventing money laundering and terrorist financing

Read my article Is a disaster necessary to stop the European AML-CFT tanker? | Action Plan AML-CFT

[c] EP Study: Improving anti-money laundering policy (14/05/2020) by Ms. Unger

Read my article Unger report for ECON | blacklisting of countries, data analytics against crime (letterboxes) and AMLR | AML, CFT; it’s not a good report.

[d] Procedure file Action Plan

[e] Draft 1 and draft 2 for a resolation on AML/CFT

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Ubo-register | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Heridentificatie van bestaande cliënten | Wwft-misverstanden

Een veel gestelde vraag is of een Wwft-plichtige onderneming, zoals een bank, verplicht is om een nieuw identiteitsbewijs van een cliënt op te vragen als het oude identiteitsbewijs is verlopen.

Antwoord
De Nederlandse antiwitwaswet, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), verplicht ondernemingen die zich aan die wet moeten houden, zoals banken en accountants, om hun cliënten te identificeren. Die identificatie moet plaats vinden vóór aanvang van de dienstverlening. Tijdens de dienstverlening is verversing van het identiteitsbewijs niet meer nodig.

Dit betekent dat financiële ondernemingen, zoals Aegon, hun cliënten niet kunnen verplichten om een nieuw identiteitsbewijs te tonen. Ook ICS beroept zich bij het verzoek om identificatie ten onrechte op de Wwft. Het is merkwaardig dat ICS geen open kaart speelt. Het is gissen wat de achtergrond van het verzoek is, misschien PSD2.

Overigens omvat de verplichting tot cliëntenonderzoek van banken wel, dat andere gegevens van hun cliënten up-to-date moeten worden gehouden. Zo moeten banken nagaan of hun cliënten politiek prominent zijn geworden of hoog-risico activiteiten ontplooien. De belangrijkste verplichting is die tot: “een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de cliënt en diens risicoprofiel, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden“.

Dat geldt niet alleen bij ondernemingen en organisaties, maar ook  bij consumenten.

Mag online identificatie?
In verband hiermee is de vraag of banken en andere Wwft-plichtigen hun cliënten wel online mogen identificeren, in Nederland wordt dat ‘verificatie van de identiteit’ genoemd. Daarop ga ik in een later bericht in deze serie in.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het aanwijzen van de ubo | Wwft-misverstanden

De witwaswetgeving is moeilijk, ook voor juristen. Zo zag ik bij een groot advocatenkantoor een model-verklaring waarin namens een cliënt wordt verklaard wie de uiteindelijk belanghebbende (ubo) is.

De ondertekenaar kan kiezen tussen:

  • that the Client has one or more ultimate beneficial owners (please list their names and date and sign this form);
  • that the Client has no ultimate beneficial owner(s) and that the persons below are appointed as pseudo-ultimate beneficial owners (date and sign this form).

Van aanwijzen is geen sprake
In de tweede bullet zit een hardnekkig misverstand dat in Nederland al een tijdje bestaat. Namelijk dat als er geen ‘gewone’ ubo is (bijvoorbeeld een houder van meer dan 25% van de aandelen van een bv), de ‘pseudo-ubo’ kan worden aangewezen. Van aanwijzen is geen sprake al werd dat door sommigen in het verleden verondersteld. Als er bij een bv geen ‘echte’ ubo is, is zijn alle statutair bestuurders op grond van wet- en regelgeving ubo.

Grondslag
In de 4e Europese antiwitwasrichtlijn staat dat als er geen gewone ubo bij een kapitaalvennootschap (bv, nv en dergelijke) kan worden aangewezen, de volgende personen ubo zijn (de blauwe tekst heeft betrekking op het vaststellen van een ‘gewone’ ubo):

de natuurlijke persoon of personen die beho(o)rt(en) tot het hoger leidinggevend personeel, indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen als bedoeld onder i) is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of de achterhaalde persoon of personen de uiteindelijk begunstigde(n) is, respectievelijk zijn, de meldingsplichtige entiteiten documenteren welke acties er zijn ondernomen om de uiteindelijk begunstigden als bedoeld onder i) en onder dit punt, te identificeren;

Het is een cryptische tekst, die de Nederlandse wetgever heeft laten terugkeren in het uitvoeringsbesluit, als volgt:

indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen, bedoeld in subonderdeel 1°, is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of een persoon als bedoeld in subonderdeel 1° de uiteindelijke eigenaar is of zeggenschap heeft, dan wel de natuurlijke persoon is voor wiens rekening een transactie wordt verricht, de natuurlijke persoon of personen die behoort of behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de vennootschap;

en vervolgens wordt over het begrip persoon/personen ‘behorend tot het hoger leidinggevend personeel‘ gezegd:

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder hoger leidinggevend personeel uitsluitend verstaan: een of meer bestuurders in de zin van artikel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of, in het geval van een personenvennootschap, een of meer vennoten, met uitzondering van een vennoot bij wijze van geldschieting als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel.

Overigens is dit ook al eens vermeld in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer.

Onbegrijpelijk waar pseudo-ubo toe dient
Overigens is onbegrijpelijk wat het nut is van het tot ubo’s bestempelen van statutair bestuurders van rechtspersonen. Ik ben nergens in Europese documenten of Nederlandse officiële publicatie een behoorlijke toelichting tegen gekomen.

Naar mijn mening is dit een onbehoorlijk element van de witwasbestrijdingsregelgeving.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Cross-border exchange of information between governments

Today an opinion by the Advocate General of the Court of Justice of the European Union was published, having the cross-border exchange of tax information as a subject. In times that governments are increasingly exchanging information regarding citizens, this opinion might be relevant for the exchange of other types of information between governments.

Case:
The Spanish tax authority requested information from the Luxembourg tax authority in regard of an artist residing in Spain. The Luxembourg tax authority did not have the requested information and required a Luxembourg company to provide it with copies of the contracts concluded between that company and other companies concerning the artist’s rights and with other documents. According to Luxembourg law this requirement could not be challenged.

From the press release:

In today’s Opinion, Advocate General Juliane Kokott proposes that the Court rule in answer to the first question that the decision by which an authority requested for support pursuant to Directive 2011/16 requires a person to provide information on a taxpayer or third parties can be challenged by that person, the taxpayer and concerned third parties before the courts of the requested Member State.

According to the Advocate General, the addressee of the order to provide information is automatically entitled, under Article 47 of the Charter, to judicial review of the legality of that decision, because that order constitutes a legal measure adversely affecting the addressee. There is accordingly no need to decide whether or which (other) fundamental rights of the addressee guaranteed by the Charter may have been infringed.

Since the obligation of a third party to transmit a taxpayer’s personal data interferes in any event with the latter’s fundamental right to the protection of such data, the taxpayer concerned can also have the legality of such an order to provide information reviewed by a court under Article 47 of the Charter. The possibility of challenging any subsequent tax assessment does not provide sufficient protection of the taxpayer’s fundamental right to data protection.

As regards concerned third parties (here, several companies), the Advocate General points out that under the case-law the fundamental right to the protection of personal data (Article 8 of the Charter) relates in principle to natural persons. Legal persons may, however, in any event rely on the fundamental right to respect for private and family life (Article 7 of the Charter) where, as here, information concerning bank accounts and assets is demanded. Such third parties too can therefore obtain judicial review of the order to provide information, under Article 47 of the Charter. Consequently, the exclusion of legal protection for the addressee of the order to provide information, for the taxpayer concerned and for concerned third parties infringes Article 47 of the Charter.

With regard to the second question, Advocate General Kokott proposes that the Court answer that the requesting authority must justify the request for information so that the requested authority can examine whether the information sought does not clearly lack foreseeable relevance for the requesting authority’s tax assessment. The request must contain specific indications of the facts and transactions that are relevant for tax purposes, so that impermissible fishing expeditions are precluded.

Thus, the requesting authority must normally include in the request for information the facts that it would like to investigate or at least specific grounds for suspecting those facts and their relevance for tax purposes. This must enable the requested State to justify before its courts interference with the fundamental rights of the addressee, the taxpayer or concerned third parties that is attributable to the administrative cooperation. The requirements imposed by the duty to state reasons increase with the extent and sensitivity of the information sought.

More information: the press release in English, French, German. Opinion in French, German.

Geplaatst in Belastingrecht, English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Trucks & Trailers Nederland: ‘WWFT-controle banken disproportioneel’ | Wwft

In Transport Online verscheen het artikel Trucks & Trailers Nederland: ‘WWFT-controle banken disproportioneel’, waarin wordt gemeld dat brancheorganisatie Trucks & Trailers Nederland veel signalen ontvangt van haar achterban dat de eisen die banken aan de bedrijven stellen op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) excessief zijn en schade toebrengen.

Uit het bericht blijkt dat de bank controles instellen waarbij er zeer veel vragen aan ondernemingen worden gesteld, die zowel zakelijk als privé betreffen, de ondernemingen veel tijd kosten, waarbij banken ook nog dreigen met opzegging van de relatie.

Het geeft aan hoe de witwasbestrijding uit de bocht schiet. Herbezinning op de concepten achter deze regelgeving is dringend nodig.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Handelsrecht | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen