Erkend bedreigd – de uitzondering op inzage ubo-register | Wwft

In Nederland moeten alle ‘uiteindelijk belanghebbenden‘ (ubo’s) zich binnenkort in het register van uiteindelijk belanghebbenden (ubo-register) laten inschrijven. Anders dan je zou denken, zitten daar veel mensen onder die niet aan touwtjes trekken dan wel geen aandelenbelang hebben. Een belangrijk deel van de ubo’s is statutair bestuurder (‘pseudo-ubo’) en staat al in het handelsregister ingeschreven. Het is raadselachtig waarom zij ook in het ubo-register moeten staan. Maar daar gaat dit bericht niet over.

Het ubo-register is openbaar, wat wil zeggen dat iedereen – nette mensen, criminelen, datagraaiers en vele anderen – de gegevens van de ubo’s mogen raadplegen. In de toekomst zullen de gegevens van de ubo’s in heel Europa geraadpleegd kunnen worden.

Uitzondering voor bedreigde ubo’s
De Europese wetgever heeft een beperkte uitzondering voor bedreigde ubo’s tot stand gebracht, waarbij men van de veronderstelling uitgaat dat bedreiging door ubo’s als uitvlucht zal worden gebruikt om onder de ubo-registratie uit te komen. Dat geeft te denken over gedrag en cultuur van deze wetgever.

Eerder meldde ik al het artikel over dit onderwerp door Marrit Verveld-Suijkerbuijk, dat hier kan worden gedownload.

In de WPNR van 23 mei jl. verscheen een artikel van Wessel Bosse, ‘Het UBO-register; hoe openbaarmaking van de UBO kan worden uitgesteld of afgeschermd“, waarin hij recapituleert wie in het ubo-register wordt ingeschreven en de afscherming van persoonsgegevens bespreekt.

In dit artikel ga ik kort op dit onderwerp in naar aanleiding van een recente officiële publicatie.

Artikel 30 lid 9 AMLD4
Artikel 30 lid 9 van de vierde Europese antwitwasrichtlijn (AMLD4), spreekt in de Engelstalige versie als volgt over de bedreigde ubo:

9. In exceptional circumstances to be laid down in national law, where the access referred to in points (b) and (c) of the first subparagraph of paragraph 5 would expose the beneficial owner to disproportionate risk, risk of fraud, kidnapping, blackmail, extortion, harassment, violence or intimidation, or where the beneficial owner is a minor or otherwise legally incapable, Member States may provide for an exemption from such access to all or part of the information on the beneficial ownership on a case-by-case basis. Member States shall ensure that these exemptions are granted upon a detailed evaluation of the exceptional nature of the circumstances. Rights to an administrative review of the exemption decision and to an effective judicial remedy shall be guaranteed. A Member State that has granted exemptions shall publish annual statistical data on the number of exemptions granted and reasons stated and report the data to the Commission.

Het gaat dus om een “disproportionate risk, risk of fraud, kidnapping, blackmail, extortion, harassment, violence or intimidation“.

De Nederlandse wetgever is van mening dat dit alleen het geval is als iemand op grond van de Politiewet bescherming krijgt, oftewel op de politiebeschermingslijsten staat, zo blijkt uit het conceptbesluit dat in consultatie is geweest (zie aankondiging consultatie met de consultatiedocumenten en pagina 8 e.v. van mijn consultatiereactie). De interessante vraag is dan of al degenen die genoemd worden in artikel 30 lid 9 AMLD4 op de politiebeschermingslijsten kunnen worden geplaatst. Het zou nl. kunnen zijn dat de criteria voor die politiebeschermingslijsten afwijken van de criteria van artikel 30 lid 9.

In de recent bekend gemaakte nadere memorie in het wetgevingsdossier van het ubo-register komt de bedreigde ubo opnieuw aan de orde, naar aanleiding van de toevoeging van kerkgenootschappen aan het ubo-register. Bij hen zullen de kerkelijk bestuurders als ‘pseudo-ubo’ worden ingeschreven.

Uit de memorie blijkt dat alle bedreigde ubo’s zich alsnog bij de overheid zullen moeten melden om politiebeveiliging te krijgen, alleen dan zullen hun gegevens in de ubo-register worden afgeschermd.

UBO’s die verwachten dat de openbaarheid van het register een onevenredig risico met zich brengt, kunnen zich op voorhand bij de politie of het Openbaar Ministerie melden, die per geval zullen beoordelen of sprake is van een dusdanige dreiging, of voorstelbare dreiging, dat beveiliging vanuit de overheid noodzakelijk is. De uitvoering van de beveiliging kan per geval verschillen. De instanties beoordelen bij een verzoek tot beveiliging alle relevante feiten. Bij de beoordeling wordt bijzondere aandacht geschonken aan het kunnen uitoefenen van de grondrechten, waaronder de vrijheid van godsdienst of levensbeschouwelijke overtuiging.

Dit kan dus betekenen dat het aantal beschermde personen flink zal toenemen, bijvoorbeeld met alle bestuurders van kerkgenootschappen die risico lopen (zoals joodse kerkgenootschappen).

De Duitsers doen het anders, want in § 23 (2) van hun antiwitwaswet staat een opsomming van relevante gebeurtenissen en is afscherming niet afhankelijk van politiebescherming.

Het ubo-register is om veel redenen opmerkelijk. De beperkte afscherming voor bedreigde personen is er een van.

 

Berichten op dit blog waarin afscherming van ubo-gegevens aan de orde komt zijn hier te vinden.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Handelsregister, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Ontwikkelingenlanden op Europese zwarte landen-lijsten | Wwft, fiscale ontwijkingsbestrijding

In de integriteitssector zijn zwarte lijsten in de mode, waartoe ook zwarte lijsten van landen behoren. De landen op die lijsten (‘hoog-risico landen’) noem ik ook wel ‘schurkenstaten‘. Mij interesseert of die zwarte lijsten integer zijn. Het fenomeen volg ik al een tijdje, waarbij me is opgevallen dat er ontwikkelingslanden op de schurkenstaten-lijsten staan.

In een recente notitie van de staatssecretaris van Financiën [1] schrijft de staatssecretaris dat Nederland voor de definitie van ‘ontwikkelingsland’ aansluit bij de eerste drie kolommen van de lijst van het Development Assistance Committee (DAC) van de OESO [2].

Lijst hoog risico op witwassen
Als die DAC-lijst naast de Europese schurkenstatenlijsten wordt gelegd, wordt duidelijk dat meer dan de helft van de hoog-risicolanden op de Europese antiwitwaslijst behoort tot de ontwikkelingslanden. In de op 7 mei jl. door de Europese Commissie voorgestelde lijst van hoog-risico landen voor witwassen [3] zijn van de 21 schurkenstaten op de lijst van de Europese Commissie, er 13 ontwikkelingsland, dat is bijna 62%.

Lijst fiscaal niet-coöperatieve landen
Je zou het niet verwachten, maar ook op de Europese lijst van fiscale hoog-risico staten [4] staat een ontwikkelingsland (Vanuatu, behorend tot de armste categorie).

Op die fiscale lijst staan verder vier landen die behoren tot de ‘Upper Middle Income Countries‘, de vierde kolom van de DAC-lijst. Dat zijn landen die net geen ontwikkelingsland meer zijn.

Het schurkenstatenoverzicht dat ik eerder maakte, heb ik aangepast:

pdf-versie met noten

Ongerijmd
Het is opmerkelijk dat ontwikkelingslanden op Europese zwarte lijsten worden gezet, terwijl aan de andere kant van alles wordt gedaan om de toestand in de landen te verbeteren. De plaatsing op de hoog-risico lijst kan tot gevolg hebben dat ontwikkelingswerk en reguliere economische activiteit in die landen wordt bemoeilijkt [5]. Het zou zo maar kunnen dat het goede wat met ontwikkelingswerk en reguliere economische activiteiten wordt bereikt, onderuit wordt gehaald door de consequenties van de witwasbestrijding.

Ik ben benieuwd of dit onder ogen is gezien door de bedenkers van de zwarte lijsten en de daarbij behorende maatregelen. Of zou dankzij Europese verkokering de linkerhand niet weten wat de rechterhand doet?

 

Noten
[1] Notitie fiscaal verdragsbeleid 2020, 29 mei 2020, pagina, notitie. Noot 45: “Voor wat onder ontwikkelingslanden wordt verstaan wordt aangesloten bij (de eerste drie kolommen van) de lijst van het Development Assistance Committee (DAC) van de OESO. Hieronder vallen de LDCs (minst ontwikkelde landen), OLICs (andere lage inkomens-landen; Bruto Nationaal Inkomen (BNI) per hoofd <$1.005 in 2016) en LMICs (lage middeninkomenslanden; BNI per hoofd tussen de $ 1.006 en $ 3.955 in 2016).“. In noot 52 staat een opsomming van ontwikkelingslanden in de jaren 2018-2019.
[2] Editie 2020 staat hier.
[3] Te vinden op deze pagina en zie ook mijn artikel.
[4] Deze is hier te vinden.
[5] Lees over de Nederlandse variant van de witwasbestrijdingsregels die gelden voor hoog-risicolanden dit artikel. Mogelijk ondervinden ontwikkelingslanden nu al ernstige hinder van de witwasbestrijdingsregels.

 


Aanvulling 22 juli 2020 | faq februari 2020
Inmiddels zag ik dat ontwikkelingslanden worden genoemd in een FAQ van de Europese Commissie van 18 februari 2020 over fiscale schurkenstaten. Het is een obligate en vage tekst waar niemand iets mee opschiet:

Why are developing countries not excluded from the EU listing process?
The specific situation of developing countries has been taken fully into account in the EU listing process. The 48 Least Developed Countries were excluded from the very start of the process. In addition, developing countries without financial centres have been given considerable flexibility within the process, in recognition of the particular constraints they face.
The EU listing process has delivered real results in encouraging these countries to abide by international tax good governance standards. It has also encouraged many developing countries to join the international standard setting bodies, such as the Global Forum for Transparency and Information Exchange and the OECD’s Inclusive Framework for Base Erosion and Profit Shifting. By raising the global level of tax good governance, the EU list offers important benefits to developing countries too, as they are disproportionately impacted by international tax abuse and illicit financial flows.
The EU is very sensitive to the challenges that developing countries face in the area of taxation, in particular in terms of tax abuse and low revenue collection capacity. It is a high priority in the EU agenda to support these countries to enhance their tax administration. This builds on the Commission’s “Collect More, Spend Better” strategy to deliver on the EU’s commitments under the Addis Tax Initiative.

 

Aanvulling 22 juli 2020 | aanbeveling Europese Commissie
In juli 2020 werd door de Europese Commissie het volgende bekend gemaakt: State Aid: Commission recommends not granting financial support to companies with links to tax havens, onder verwijzing naar deze aanbeveling. Wat zou “links to tax havens” betekenen? Mag je geen goederen leveren aan een belastingparadijs en mag je moeder er niet wonen? Verder op wordt een voorbeeld genoemd: “In particular, companies with links to jurisdictions on the EU’s list of non-cooperative tax jurisdictions (e.g. if a company is resident for tax purposes in such a jurisdiction) should not be granted public support“.

Er mag een uitzondering worden gemaakt voor “honest taxpayers”, wat als volgt wordt toegelicht: “This could be the case, as an example, if it can prove that it has paid adequate tax in the Member State for a given period of time (e.g. the last three years) or if it has a genuine economic presence in the listed country“.

De Commissie maakt het bont door te eisen dat ondernemingen moeten bewijzen dat er geen “there is no link with a jurisdiction on the EU list of non-cooperative tax jurisdictions“. Zo’n bewijs kan toch niet worden geleverd?

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Unger report for ECON | blacklisting of countries, data analytics against crime (letterboxes) and AMLR | AML, CFT

On request of a committee of the European Parliament, the committee on Economic and Monetary Affairs (ECON), professor Unger has written a study ‘Improving Anti-Money Laundering Policy‘.

Ms. Unger is professor of Public Sector Economics at Utrecht School of Economics (Utrecht University) and an important provider of services to the Dutch government, having a strong relationship with FIU Netherlands. Though she is a economics professor Ms. Unger is also commenting on legal subjects, like the necessity of certain legislation. As far as I have seen she does not publish legal articles on anti-money laundering (AML)-matters in Dutch legal magazines.

The themes of the study
Subjects of the Unger study are themes discussed by the European Parliament, the European Commission and others to improve anti-money laundering policy:

  • identification of high-risk countries through blacklisting (‘schurkenstaten‘), chapter 1;
  • reducing laundering through letterbox or shell companies – in reality the chapter discusses the registers of beneficial owners and propagates analyzing all legal entities, their beneficial owners and employees, chapter 2;
  • harmonising European AML policies through regulations, chapter 3;
  • strengthening the European executive and covid-19, chapters 4 and 5.

It looks as if the study does not look at the practical implications of AML-legislation for the obliged entities, especially those obliged entities that are SMEs.

Country blacklists
According to the author the system of blacklisting is inadequate and politically influenced. Blacklisting may have unwanted economic, political and social side effects. Unger believes that identification of high-risk countries should be left to “financially and diplomatically independent NGOs that have transparent sponsoring“. Hopefully these service providers also deliver high quality assessments. I have my worries.

Register of beneficial owners and data analytics on all legal entities and their people (‘letterboxes’ are not needed)
Ms. Unger does not have a definition of ‘letterbox company‘ and seems not to need the concept [1].

She thinks that ownership registration of all legal entities is the solution of the problem of tax evasion and avoidance and all other types of crime [2]. She promotes worldwide registering of owners, without looking at the definition of ‘beneficial owner‘ at all [3]. As a good servant of her principals, the governmental agencies looking for criminals, Ms. Unger is only paying attention to possible loopholes and repeating the mantra on the registers you can read everywhere. She is not interested in the practical consequences for all those decent citizens whose information is made public in the open registers of beneficial owners or the human rights implications of the registrations in this digital age.

The author seems to be unawere of new European AML-legislation in regard of trusts [4].

Interestingly Ms. Unger propagates not only analyzing personal data of ‘beneficial owners‘. She also wants to analyze the personal data of the employees of all legal entities and the online activities of the entity and all persons related to it [5]:

More sophisticated analytic methods then allow for “pattern-finding and red-flagging” if background data on the owners, employees, the company structure, its presence online and in social media or financial transactions are analysed to detect irregularities or similarities to known previous schemes. Several ratios, similar to the profitability ratios in Table 5, could also point to illegitimate activities. This would rather bring suspicious activities to the attention of authorities for further investigation than being a reliable and unambiguous verdict

This shows that the surveillance society is coming and that human rights aspects are neglected.

There is more to be said on this chapter of the report [6].

Harmonisation, EPPO, European supervision
In chapter 3 the differences between the countries are noted by the author and also the implementation problems. The predictable conclusion is that more harmonisation is necessary.

In the fourth chapter the author discusses the European Public Prosecutor’s Office (EPPO) and the need of a European AML-supervisor. The last chapter is on covid-19 and crime, the latest hobby of crime-combatting agencies.

Our future
AML-legislation will contribute to the digital framework that in future will control every person on earth. Hopefully there is someone who thinks of human rights and data protection, before it is too late.

 

Footnotes

[1] In paragraph 2.1 she discusses the unclarity of the definition but does not make a choice; it looks as if a letterbox is an unwanted corporate entity. Paragraph 2.2 is about the statistics on companies, e.g. on foreign-owned firms (FOF) and Foreign Direct Investment (FDI) data and reallocation of profits to low-tax countries. At the end of 2.2.2 she writes “To sum up the literature survey, it seems very difficult to empirically grasp what a shell company or letterbox company is“. In paragraph 2.3 she is unclear on the need of the concept of a letterbox company. I have the impression that tax avoidance and evasion can also be done by non-empty companies, so why use this concept?

[2] Final text of paragraph 2.2.2., “Seen that there are serious complications to measure the size of letterbox companies and to identify empty shells, we opt for the alternative approach of good ownership registration. If one knows who the ultimate beneficial owner of a company is, criminals cannot hide in companies anymore and tax avoidance scheme with empty shells are being discovered“.

[3] Like the strange notion that a Dutch foundation (stichting), financed by the Dutch government and providing primary or secondary schools to the public, should have beneficial owners. According to European legislation (AMLD4) the managing directors (statutair bestuurders) of the school-foundation are the beneficial owners. No-one has explained the rationale of this idea; it is offensive to the directors that are placed in a unsuitable position.

[4] Ms. Unger thinks the Netherlands has domestic trusts (page 36 above table 7). In the Netherlands the legal form of trust does not exist… Has she missed that AMLD5 requires foreign trusts to be registered in EU-countries?

[5] Paragraph 2.3.1, last bullet of b.

[6] Like that the ‘best practices’ of paragraph 2.3.1 under d. (quotations from a FATF document) are peculiar, the author seems to have missed AMDL5, that still has to be implemented in many European countries. Interestingly the “automated information system TRACK” system of the Dutch Dienst Justis is mentioned as a ‘best practice’. It looks as if this is the RADAR IT-system, that was much criticized, read the letter of 27 August 2015 by the Dutch Justice Minister. Later documents on RADAR were requested, read this letter. In the Netherlands it is kept secret that RADAR/TRACK is a success.

 

 

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Overdracht van onroerende zaken zal duurder worden | notaris en Wwft

Naar verwachting zullen de kosten van overdracht van onroerende zaken hoger worden, nu de notaris al heel snel extra onderzoek moet instellen naar de partijen bij de transactie en – als de hypotheek niet door een bank wordt verstrekt – naar de hypotheekverstrekker. Dat betekent dat notarissen meer tijd kwijt zijn en meer gaan rekenen.
Mogelijk gaan notarissen ook sneller vragen om extra taxatierapporten en om inkomens- en vermogensgegevens van partijen. Dit is niet alleen bij miljoenentransacties aan de orde, waar het bij Panama Papers over gaat, maar ook bij huis-tuin-en-keuken transacties.

Dit volgt uit een uitspraak van de rechter.

Uitspraak Rechtbank Rotterdam
In een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam werd geoordeeld dat een notaris op juiste gronden van de toezichthouder van het notariaat, Bureau Financieel Toezicht (BFT) een boete van € 36.000 had gekregen wegens het niet uitvoeren van verscherpt cliëntenonderzoek vanwege de aanwezigheid van hoog risico. Dat hoge risico werd vanwege de volgende feiten aanwezig geacht:

  • De koopsom bedroeg € 200.000, terwijl de WOZ-waarde € 248.000 was.
  • Er werd hypotheek verstrekt door een een “niet-financiële instelling”, met een ongebruikelijk hoog rentepercentage en een bijzondere winstdelingsregeling bij doorverkoop van het pand voor een bepaalde datum.

Beide feiten waren volgens de toezichthouder van het notariaat, Bureau Financieel Toezicht (BFT) reden om criminaliteit (‘witwassen’) te vermoeden en hadden moeten leiden tot nader onderzoek door de notaris (‘verscherpt cliëntenonderzoek’) op grond van de Nederlandse witwasbestrijdingswet, de Wwft.

De notaris had moeten nagaan of het verschil tussen WOZ-waarde en koopprijs wel klopte, mogelijk was dan een nog hogere werkelijke waarde aan het licht gekomen (er bleek een taxatierapport van drie maanden voor het sluiten van de koopovereenkomst te zijn waarin een waarde van € 360.000 was vermeld).

NB: FIU Nederland geeft een samenvatting op de site waarin wordt gezegd dat BFT het pand zeventien maanden na de verkoopdatum, ten behoeve van de rechtszaak had laten taxeren waarbij een waarde van 360.000 euro was vastgesteld. Dat is vreemd. Het klopt niet met de tekst van de uitspraak en doet de vraag rijzen of de waarde zeventien maanden later nog wel hetzelfde is.

Voorts had de notaris onderzoek naar de bron van de middelen dan wel de herkomst van de gelden moeten uitvoeren. Ook de hypotheekakte had aanleiding moeten zijn voor verscherpt onderzoek, waarbij onderzoek naar de bron van de middelen dan wel de herkomst van de gelden was aangewezen.

Dat er mogelijk geen criminaliteit in het spel was, speelt geen rol, aldus de Rechtbank:

Anders dan [eiser] kennelijk meent, betekent het feit dat uiteindelijk geen witwaspraktijken hebben plaatsgevonden, voor zover juist, niet dat geen sprake was van een ongebruikelijk transactie waarvan hij op grond van artikel 16, eerste lid, van de Wwft onverwijld melding had moeten maken bij de Financiële inlichtingen eenheid. Van een ongebruikelijke transactie is immers reeds sprake als er aanleiding is te veronderstellen dat de transactie verband kan (gaan) houden met witwassen. Dat was hier het geval.

Consequentie voor de vastgoedpraktijk
Dit betekent dat notarissen altijd de WOZ-waarde moeten nagaan en als de prijs lager is dan de WOZ-waarde om een taxatierapport zullen gaan vragen. Interessant is of een koopprijs die aanzienlijk hoger is dan de WOZ-waarde eveneens een hoog-risico kwalificatie oplevert.
Mogelijk dat als hypotheek wordt verstrekt door particulieren of ondernemers die niet in de financiële sector actief zijn, notarissen dit altijd als een verhoogd risico zullen gaan aanmerken en extra informatie aan de geldgever zullen gaan vragen.

 

Meer informatie:
uitspraak rechtbank.

 


Aanvulling 5 juni 2020
Bureau Financieel Toezicht (BFT), de Wwft-toezichthouder voor het notariaat, maakte melding van deze uitspraak, zonder aan te geven welke praktische consequenties de uitspraak heeft.

Voor notarissen is het bericht van BFT over notariële onderzoeks- en meldplicht geldverkeer (Wna en Wwft) van van oktober 2019 van belang, waarbij opvalt dat volgens BFT betaling via de notaris minder risico oplevert dan een betaling buiten de notaris om. Er hoort een fraai schema bij:

Betaling in contanten via een notaris is natuurlijk sowieso bijzonder. Opvallend is dat er altijd onderzoek gedaan moet worden naar “de bron van het geld“, waarbij het verschil maakt of betaling via de notaris plaats vindt (linker kolom) dan wel via andere (niet-contante) weg (rechter kolom). In de linker kolom is sprake van “een aannemelijke verklaring van … de  bron van het geld“, in de rechter kolom van “een op risico gebaseerd onderzoek … naar de bron van het vermogen dat bij de transactie wordt gebruikt“. De vraag is of ‘de bron van het geld‘ iets anders betekent dan ‘de bron van het vermogen‘, de toelichting is daar niet duidelijk over, het lijkt er op dat geld en vermogen door elkaar gebruikt worden. Uit de toelichting is het verschil tussen de linker en rechter kolom in het plaatje niet af te leiden, zodat ik me afvraag of er wel verschil bestaat tussen het onderzoek bij betaling buiten de notaris om en via de notaris.

Overigens zijn er landen waar de notaris geen betalingsverkeer verzorgt, zo hoorde ik dat in Duitsland het een uitzondering (en kostbaar) is als de notaris  betalingsverkeer verzorgt. Iets anders: van een bankier hoorde ik een tijdje geleden dat banken denken dat het betalingsverkeer van notarissen een hoog risico oplevert.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , | 4 reacties

Nieuwe regels hoog-risicolanden maken het de Wwft-plichtigen moeilijk | artikel 9 Wwft

Op 21 mei jl. zijn wijzigingen in de Wwft in werking getreden die onder meer gaan over het cliëntenonderzoek als de zgn. hoog-risico landen (door mij als ‘schurkenstaten‘ afgekort) in het spel zijn. Het gaat om artikel 9 Wwft, waarvan de nieuwe tekst hier is te vinden.

Als de Europese Commissie zijn zin krijgt, is dat de lijst met landen in dit bericht. De huidige lijst staat hier.

De regels zijn flink veranderd, kijk maar eens naar de automatische vergelijking tussen artikel 9 Wwft per 21 mei 2020 en 1 januari 2020:

Praktisch betekent de nieuwe tekst van artikel 9 dat alle Wwft-plichtigen veel extra werk moeten verrichten als sprake is van:

  • transacties
  • zakelijke relaties
  • correspondentbankrelaties

die zijn “gerelateerd aan schurkenstaten”.

In de oude tekst van artikel 9 golden de speciale schurkenstaten-verplichtingen alleen voor bij ministeriële regeling aangewezen Wwft-plichtigen en kon in de regeling gedifferentieerd worden naar type Wwft-plichtige. Nu is het voor alle Wwft-plichtigen hetzelfde (artikel 9 lid 1) en kunnen daarboven nog extra eisen worden gesteld (artikel 9 leden 2 en 3).

Als ik me goed herinner is er in de parlementaire geschiedenis niet toegelicht wat “gerelateerd aan” betekent, wat zorgt voor onzekerheid bij Wwft-plichtigen (en de toezichthouders vrij baan geeft om hun eigen interpretaties te bedenken).

Geboren in Iran
Ik ben benieuwd of de persoon waar ik in februari jl. over schreef, die langdurig in Nederland woont en in Iran (een schurkenstaat) is geboren, is “gerelateerd aan” een schurkenstaat in de zin van artikel Wwft, zodat de hypotheekbank hem als hoog risico moet behandelen. Als dat zo zou zijn, zet artikel 9 Wwft de deur open naar ernstige vormen van discriminatie.

Uitvoerbaarheid
Tevens speelt de vraag of artikel 9 Wwft wel uitvoerbaar is. Zoals zo vaak in de witwasbestrijding worden allerlei soorten ondernemingen, met totaal verschillende informatiepositie en kennisniveau, opgezadeld met one-size-fits-all regels bedacht voor banken. Banken hebben naar mijn verwachting al moeite met het artikel 9 Wwft. Ik betwijfel of andere Wwft-plichtigen in staat zijn om dat artikel na te leven.

Praktisch betekent dit dat middelgrote en kleinere Wwft-plichtigen er goed aan doen te proberen af te zien van klanten met transacties en zakelijke relaties met schurkenstaten, voor zover ze er achter kunnen komen wat ‘gerelateerd aan‘ betekent (correspondentbankrelaties spelen alleen bij banken).

Welke agenda zit hier achter?
Dit is een voorbeeld van maatschappelijk onbetamelijke regelgeving, waarmee aan de grote groep Wwft-plichtige ondernemingen onmogelijke eisen worden gesteld. Wat zou achter deze onmenselijke criminaliteitsbestrijdingsregelsmachine kunnen zitten:

  • Is dit de manier waarop straks de grote landen samen met de internetgiganten de hele wereld gaan beheersen?
  • Is het de bedoeling dat het midden- en kleinbedrijf het werken onmogelijk wordt gemaakt? Is straks iedere burger een slaafje geworden?
  • Is dit bevordering van de werkgelegenheid van compliance-adviseurs en datahandelaren die in persoonsgegevens handelen, waar de investeerders van profiteren?
  • Zouden overheden hiermee de basis willen leggen voor een samenleving waarin iedereen elkaar permanent in de gaten houdt op basis van discriminerende risicoprofielen?

Ik begrijp het niet. En ik vind het niet-integer.

 


Aanvulling 5 juni 2020
Het rapport van Unger, waar ik gisteren over schreef, bevat een interessant hoofdstuk over het fenomeen schurkenstaten.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Internationale handel | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Bescherm Nederlanders met een ongewenste tweede natonaliteit | denk ook aan de Accidental Americans

Het lid van de Tweede Kamer Jan Paternotte diende onlangs een initiatiefnota in bij de Tweede Kamer onder de titel “Bescherm Nederlanders met een ongewenste tweede nationaliteit“. De indiener bespreekt de problemen van mensen met een tweede nationaliteit waar ze niet of moeilijk af kunnen komen, onder meer Marokanen, Grieken, Iraniërs en vele anderen. Bovendien hebben de kinderen van mensen van sommige nationaliteiten – ook al worden ze buiten dat buitenland geboren – ook automatisch die nationaliteit.

Paternotte geeft een interessante beschrijving van de problemen waartegen deze mensen aanlopen. Zo beschrijft hij de moeilijkheden van mensen van Iraanse afkomst, waarbij hij overigens vergeet dat Iraniërs in Nederland vanwege de Amerikaanse sancties tegen Iran door financiële instellingen worden geschuwd, daar schreef ik eerder over.

De nota wordt afgesloten met het voorstel om een aantal verzoeken aan de regering te doen.

Accidental Americans ontbreken
In de nota ontbreken de problemen van de ‘Accidental Americans‘, mensen die de pech hebben in de VS te zijn geboren of in Europa zijn geboren met een Amerikaanse ouder en die geen band met de VS hebben. Sinds 2014 wordt het hen door de VS met hulp van de Europese banken moeilijk gemaakt (lees deze inleiding). De manier waarop de VS misbruik maakt van zijn machtspositie is illustratief voor de gevaren van internationale samenwerking rondom belastingheffing en andere praktische zaken.

Het zou goed zijn als in het kader van deze nota wordt nagedacht over de Amerikaanse nationaliteitswetgeving en over de problemen waarmee de Accidental Americans te kampen hebben.

 

Meer informatie:

Nota Bescherm Nederlanders met een ongewenste tweede nationaliteit:

Lees op dit blog: berichten over FATCA en de Accidental Americans.

Geplaatst in Belastingrecht, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Lijst van soortgelijke juridische constructies als trusts | artikel 31 lid 10 AMLD4 | Wwft

In de wondere wereld van de misdaadbestrijding is besloten om Angelsaksische trust en alles wat er op lijkt met wortel en tak uit te roeien. Ik vermoed dat de Fransen daar achter zitten, omstreeks 2016 hadden ze al een openbaar trustregister gecreëerd, maar daar stak de rechter een stokje voor. Door middel van de vierde anti-witwasrichtlijn (AMLD4) hebben ze alsnog hun zin gekregen.

In het kader van “hoe ingewikkelder hoe leuker” heeft de Europese wetgever bedacht dat alle witwasbestrijdingsplichtigen in Europa acht moeten slaan op een door de Europese Commissie vastgestelde “geconsolideerde lijst van … trusts en soortgelijke juridische constructies“, die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt geplaatst. Aldus artikel 31, lid 10 AMLD4.

Fonds
Natuurlijk moet je veel moeite doen om deze juridische-constructies-lijst te vinden. De op 24 oktober 2019 bekend gemaakte lijst is niet de juiste lijst.
Op die lijst staat dat Nederland als trust- of soortgelijke juridische constructie het “fonds” heeft gemeld. Ik was verrast, want zouden pensioenfondsen, boekenfondsen en begrafenisfondsen nu ineens een ‘soortgelijke juridische constructie’ zijn geworden?
Nu zijn pensioengerechtigden nog maar net er aan ontkomen dat hun gegevens als uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s) in het ubo-register worden opgenomen (in februari 2018 leek dat te gaan gebeuren, dat is later veranderd) dus alles lijkt mogelijk te zijn.

Fonds voor gemene rekening
Gelukkig bleek de opname van het fonds op de lijst van soortgelijke juridische constructies een vergissing te zijn, want er is een gecorrigeerde versie van 27 december 2019. Op die lijst is bij Nederland het ‘Fonds voor gemene rekening‘ opgenomen.

Overigens is het fonds voor gemene rekening geen rechtsvorm, maar een fiscale structuur, die bij de Nederlandse belastingdienst bekend wordt gemaakt. Welk belang er is bij openbaarmaking van de deelnemers, is voor mij een raadsel.

Lijst van trusts en soortgelijke juridische constructies
Voor de liefhebbers volgt hierna het overzicht van 27 december 2019 als plaatje:

Lijst van gelijksoortige juridische constructies

 

Drie landen hebben nog geen opgave gedaan (Duitsland, Oostenrijk, Portugal). Een deel van de landen zegt dat er geen soortgelijke juridische constructies zijn.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Witwasbestrijdingsmarketing | Wwft, surveillance

De marketing van de witwasbestrijding is verbluffend goed. Een mooi voorbeeld is te vinden in het artikel The world’s dirty money by the numbers door Arnau Busquets Guàrdia dat in Politico verscheen, met het leuke onderkopje “Regulations are in place – but 99 percent of criminal proceeds still escape controle in the EU“. In het artikel wordt op basis van bij elkaar geraapte cijfers de suggestie gewekt dat misdaadbestrijding gemeten kan worden.

Met natuurlijk die ongecontroleerde cijfers over de omvang van het witwassen. Het aantal ‘suspicious transactions‘ (in ieder land anders gedefinieerd) neemt volgens de auteurs toe, maar een beperkt deel leidt tot strafrechtelijk onderzoek (omdat het systeem niet goed werkt?).

Lachwekkend is dat twee derde van alle ‘suspicious activity reports‘ gezonden aan de autoriteiten tussen 2006 en 2014 uit twee landen kwam, nl. Nederland en het Verenigd Koninkrijk…

Zou dat iets zeggen over de kwaliteit van de meldingen en van de witwasbestrijdingsregelgeving?

Nog mooier wordt het als de auteur signaleert dat Spanje het meest effectieve land zou zijn in de implementatie van de witwasbestrijdings- en terrorismefinancieringsregels (aldus FATF). Er wordt een fraai schema met landen getoond waarin de ‘effectiveness of measures‘ en de ‘implementation of technical requirements‘ is verwerkt. Er zijn nog meer pakkende plaatjes, zoals ‘What triggers the alarm…‘ en ‘Most common predicate offenses‘, waarin verrassend genoeg de drugshandel en corruptie laag scoren en belastingfraude hoog. Ik ben benieuwd naar het wetenschappelijk gehalte van dit soort bevindingen.

Gelukkig is witwassen voorspelbaar, zo lees ik in het artikel, onder het kopje ‘Cash is king‘, want criminelen stappen helemaal niet over naar nieuwe digitale methoden. Ze slepen nog steeds met contanten, waarin Zwitserland (dat was toch door de VS gedwongen tot naleving van de witwasbestrijdingsregels?) volgens Europol een grote rol zou spelen (“But Europol points out that Switzerland is the top country in terms of both inbound and outbound movements“). Logisch dat de overheden nu bezig zijn met een campagne om van contant geld af te komen; dat gewone burgers daarmee hun laatste privacy kwijt raken interesseert hen niet.

Volgens het artikel scoort het Verenigd Koninkrijk nog steeds hoog op het gebied van verhullende structuren en is de City van London een hoog-risico gebied. Dat is wel een heel ander beeld dan je elders ziet, waar mensen dwepen met hoe goed de VK het wel zou doen.

Zoals gebruikelijk eindigt het artikel met hoge verwachtingen op het gebied van financiële surveillance, die uit een onduidelijk toegelicht onderzoek zouden blijken. Het zijn de grote bedrijven die zich kunnen veroorloven om digitale middelen in te zetten bij criminaliteitsbestrijding. Volgens het artikel wordt “Cloud-based data and technology” ingezet, wat zou dat zijn?. Een digitaal dossier per klant? Verder wordt gesproken over “API technology“, “Natural language processing“, “Artificial intelligence and machine-learning tools” en “Blockchain“. Geen idee wat men daar mee doet. Zoals bijvoorbeeld dat “Natural language processing“, heeft dat betrekking op een integrale analyse van alle gesprekken die met klanten en hun vertegenwoordigers worden gevoerd? Stelt de computer dan vast wie er onbetrouwbaar spreekt en komen deze personen dan hoger in de risicoladder?

Tot slot
Het artikel geeft goed de algemene politieke stemming aan en deze auteur bewijst de antiwitwaspolitiek een goede dienst. In de digitaal gereguleerde wereld waarin alle door de Busquets Guàrdia voorgestane maatregelen compleet zijn geïmplementeerd leven jammer genoeg geen mensen meer.

 

PS Er wordt onder meer melding gemaakt van een rapport door een Italiaans onderzoeksinstituut, Transcrime-UCSC, maar een vindplaats wordt niet genoemd.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Cybersecurity is ondergeschoven kindje bij de rijksoverheid | Algemene Rekenkamer over BuZa

De Nederlandse overheid heeft grote verwachtingen van digitale hulpmiddelen, wat onder meer blijkt uit de plannen voor digitale samenwerking bij bestrijding van misdaad. Intussen is door de Algemene Rekenkamer meerdere malen aangedrongen op verbetering van digitalisering en inzet van IT, zie onder meer dit bericht.

Recent bracht de Algemene Rekenkamer de cybersecurity bij de rijksoverheid opnieuw onder de aandacht, in het bericht Beveiliging informatie geen prioriteit bij Ministerie van Buitenlandse Zaken (meer informatie hier). Er worden harde woorden gesproken:

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken doet te weinig om de beveiliging op orde te brengen van de informatiesystemen die onder meer gebruikt worden voor diplomatenpost en documentenverkeer met de Europese Unie en de NAVO. Voor de Algemene Rekenkamer is de ernst en de hardnekkigheid van dit probleem reden om dit als een ernstige onvolkomenheid aan te merken.

In mei 2019 rapporteerde de Algemene Rekenkamer al dat de informatiebeveiliging van Buitenlandse Zaken onvoldoende was. Op 20 mei 2020 blijkt bij de publicatie van het verantwoordingsonderzoek dat dit ministerie de vorig jaar gedane aanbevelingen nog niet heeft afgerond. Bovendien voldoet het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het derde jaar op rij niet aan de regelgeving die voor alle ministeries voor informatiebeveiliging geldt. Verder stelt de Algemene Rekenkamer vast dat de minister de Tweede Kamer een erg positief beeld geeft van deze problematiek.

De risico’s zijn groot:

Digitale verstoring, diefstal en lekken van staatsgeheime, bedrijfsvertrouwelijke en privacygevoelige informatie kunnen de rijksoverheid ernstig treffen, en ook burgers en bedrijven raken. Dat is vorig jaar onder meer gebleken toen criminele hackers aanvallen uitvoerden op de door de overheid veelgebruikte Citrix-systemen en gijzelsoftware plaatsten bij de Universiteit Maastricht. Van de rijksbreed werkende overheidsorganisaties heeft de helft de informatiebeveiliging niet op orde, zo stelt de Algemene Rekenkamer vast. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft op het gebied van informatiebeveiliging risico’s in de governance, de inrichting van de organisatie en op het terrein van risicomanagement. Accreditaties vallen onder risicomanagement. Het beleid voor informatiebeveiliging is bij dit ministerie niet op tijd geëvalueerd. Het is niet duidelijk wie op het gebied van informatiebeveiliging waarvoor verantwoordelijk is. Verder ontbreekt het aan een jaarplan waarin budget, bemensing en benodigdheden zijn vastgelegd.

De Minister van Buitenlandse Zaken heeft beterschap beloofd.

 

Meer over digitale overheid op dit blog.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Corona-hulp of crowd control? | Tijdelijke wet informatieverstrekking RIVM in verband met COVID-19

Zo langzamerhand beginnen veel mensen genoeg te krijgen van de anderhalve meter. In verband daarmee is de vraag wat de bedoeling is van het wetsvoorstel Tijdelijke wet informatieverstrekking RIVM in verband met COVID-19 dat vandaag door de Staatssecretaris van EZ en Klimaat bij de Tweede Kamer is ingediend [1], op grond waarvan telecomproviders mobiele telefoongegevens van alle in Nederland aanwezige mensen aan de overheid moeten afgeven.

Ik had er een kleine twitterdiscussie over, volgens Menno Weij gaat het gewoon over crowd control:

 

Onbegrijpelijk nieuwsbericht
Uit het nieuwsbericht [2] van de regering is niet op te maken welk nut de telecomgegevens voor de coronabestrijding hebben. Er worden vriendelijke dingen geroepen over goede bedoelingen, coronabestrijding en privacy. Daartussen staan onbegrijpelijke teksten als:

onherleidbare tellingen per gemeente waarmee de verspreiding van corona nauwkeuriger kan worden gevolgd en voorspeld

en

De zendmastdata die naar het RIVM gaan, bestaan uit nu al bekende gegevens bij telecomaanbieders. De gegevens worden door de aanbieders ontdaan van alle persoonlijke informatie (zoals bijvoorbeeld telefoonnummer) en daarna opgeteld. Op deze wijze ontstaat sneller een indicatie van hoe het virus zich tussen gemeenten verspreidt. De data zijn ongeschikt om individuele personen te identificeren.

Het gaat om een telling, per uur, per gemeente, van het totaalaantal mobiele telefoons dat daar aanwezig is vanuit welke gemeente.

Daar begrijp ik helemaal niets van.

Aan de telecomgegevens is toch helemaal niet te zien we er wel of niet ziek is? Over verspreiding van het virus tussen gemeenten is daar toch helemaal niets uit de telecomgegevens af te leiden? Verder op staat:

heeft het RIVM aangegeven aanvullende informatie nodig te hebben, die sneller de drukte en verplaatsingen in beeld brengt

Er wordt afgesloten met een schattig voorbeeld waarin ik helemaal niet geloof:

Stel dat uit de zendmastgegevens blijkt dat op een zaterdagmiddag bijzonder veel mensen uit bijvoorbeeld Rijswijk in Delft zijn geweest. Als er in één van de twee gemeenten (nieuwe) besmettingen worden gevonden, kan het RIVM de lokale GGD informeren dat dat ook zo zou kunnen zijn in de andere. Dit maakt het mogelijk om regionaal maatwerk te leveren. Ook als die zaterdagmiddag vooral mensen uit Rijswijk een bezoek aan Delft hebben gebracht, is dit een aandachtspunt voor alleen die gemeenten en de GGD in de Haagse regio. In bijvoorbeeld Friesland, Groningen of Limburg hoeft dan niet direct actie ondernomen te worden.

Autoriteit Persoonsgegevens moet nog adviseren
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft advies uitgebracht over een voorontwerp van het vandaag ingediende voorstel en schrijft op de website [3] dat het huidige voorstel nog beoordeeld moet worden. Essentieel is, zo schrijft de Autoriteit, dat de effectiviteit van de inzet van telecomdata in redelijke verhouding moet staan tot de inbreuk op de privacy.

Wetsvoorstel: de gegevens die de telco’s moeten verstrekken
In het wetsvoorstel wordt een nieuw artikel 14.7 Telecommunicatiewet voorgesteld, met de verplichting voor telco’s [4] om de volgende informatie aan het CBS te verstrekken:

de totaalaantallen per Nederlandse gemeente en per uur van de mobiele eindapparaten die op enig moment in dat uur in die gemeente verbonden waren met het openbare mobiele telecommunicatienetwerk van de betreffende aanbieder, uitgesplitst naar afgeleide herkomst van de houder van het mobiele eindapparaat, waarbij:

a. de afgeleide herkomst gelijk staat aan:

1°. de gemeente waar het eindapparaat gemiddeld over de afgelopen 30 dagen het grootste deel van de tijd verbinding heeft gemaakt met het openbare mobiele telecommunicatienetwerk van de betreffende aanbieder, of
2°. in geval van een buitenlands nummer, het land dat is af te leiden uit de mobiele landencode als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Nummerplan voor identiteitsnummers ten behoeve van internationale mobiliteit (IMSI-nummers), ingedeeld in negen categorieën, te weten:
– Duitsland;
– België;
– het Verenigd Koninkrijk;
– overige landen binnen Europa;
– landen in Noord-Amerika;
– landen in Zuid-Amerika;
– landen in Azië;
– landen in Afrika;
– landen in Oceanië,

b. geen informatie wordt verstrekt over een totaalaantal met eenzelfde afgeleide herkomst dat kleiner is dan 15, en

c. de informatie die betrekking heeft op een datum na inwerkingtreding van dit artikel telkens eenmaal per 24 uur wordt verstrekt.

Uit de eerste alinea volgt dat de telco’s totaalaantallen per gemeente en per uur verschaffen van de verbonden mobiele telefoons, uitgesplitst naar “afgeleide herkomst“. Die afgeleide herkomst is de ‘thuisgemeente’ (a.1°.) of het land van de mobiele telefoon (a.2°.), waarbij groepen kleiner dan 15 niet worden gemeld (b.).

Wat heeft de overheid aan deze telecomgegevens?
In de memorie van toelichting zou moeten staan welk corona-nut de door de telco’s verschafte gegevens hebben. Ik kon het niet vinden. In de memorie van toelichting hult de regering zich in nevelen. Zo staat er bijvoorbeeld:

Bij het versoepelen van geldende maatregelen en het inzetten van andere maatregelen hoort ook dat er andere middelen moeten kunnen worden ingezet om het effect daarvan te meten.

Maar met de telecomgegevens meet je toch niet het effect van de corona-maatregelen?

Verder op wordt gesproken over bezoekers uit het buitenland en dat de aantallen buitenlandse bezoekers iets over het besmettingsrisico zouden zeggen. Het aantal buitenlandse bezoekers kan toch ook uit de kentekens worden afgeleid, waarom wordt niet van die informatie gebruik gemaakt? Apart is dat gesproken wordt over risico’s van landen buiten Europa (zoals Azië, Noord- en Zuid-Amerika). Europa sluit zich toch momenteel af voor personenverkeer uit die landen? Vooralsnog lijkt het er op dat alleen het reizen naar buurlanden versoepeld gaat worden. De verkregen informatie over buitenlanders lijkt me weinig interessant.

Dan wordt opgemerkt:

Het “mengen” van groepen personen tussen gemeenten kan worden vastgesteld.

en elders:

Verplaatsingsgegevens geven het meest direct inzicht in hoeveel bewegingen er plaatsvinden tussen gemeenten.

Dat klinkt vreemd, want bewegingen tussen gemeenten herkennen lijkt me alleen maar mogelijk als je precies weet welke personen zich wanneer en waar bevinden en is dan in strijd met de zgn. anonimisering waarvan sprake zou zijn.

Het navolgende is voor mij al helemaal abacadabra:

Uit de tellingen die eenmaal per 24 uur aan het CBS worden verstrekt, wordt door het CBS dagelijks een matrix gedestilleerd, die door het RIVM gebruikt kan worden om een schatting te maken in welke gemeenten besmettingen zouden plaatsvinden. Die schattingen kunnen door het RIVM worden gebruikt om lokale signalen af te geven aan de GGD’en om transmissie te stoppen.

Hopelijk komt er iemand die mij in gewone mensentaal kan uitleggen waarom het RIVM aan deze gegevens iets kan hebben. Anders gezegd: ik zie niet in wat doel, nut en noodzaak zijn van het verschaffen van de telecomgegevens via CBS aan het RIVM.

Crowd control kan ook anders
Of de telecomgegevens bij crowd control gaan helpen, moet eveneens worden betwijfeld. Ook zonder de telecomgegevens is wel aan informatie te komen over waar het druk is vanwege mensen die een luchtje willen gaan scheppen.

Het overtuigt niet
Het wetsvoorstel en de memorie van toelichting overtuigen mij niet van de noodzaak om telco’s de genoemde telecomgegevens via het CBS aan het RIVM te laten verstrekken. Een dergelijke ingrijpende maatregel hoort een goede onderbouwing te hebben [5].

Ik ben benieuwd wat maatschappelijke organisaties en privacy- en gezondheidsspecialisten er van gaan vinden.

 

 

Lotte Houwing van Bits of Freedom publiceerde het bericht Haastige spoed is zelden goed [6] en schrijft:

Maar opnieuw blijven fundamentele vragen onbeantwoord: Welk probleem moet precies met deze gegevens worden opgelost? Zijn deze gegevens daar wel geschikt voor? Is het verzamelen ervan proportioneel? En zijn er geen minder ingrijpende alternatieven? Naast het beantwoorden van deze vragen moet er bij het gebruik van locatiegegevens rekening gehouden worden met een aantal aandachtspunten.

Lees hun brief aan de leden van de Tweede Kamer.

Privacy First liet weten niet enthousiast te zijn, zie hierna:

 

 

Noten
[1] Wetsvoorstel op de site van de Tweede Kamer, op rijksoverheid.nl (pdf).
[2] Noodwet: RIVM kan voor coronabestrijding tijdelijk anonieme zendmastdata inzetten, rijksoverheid.nl, 29 mei 2020.
[3] AP beoordeelt tijdelijke wet telecomdata op waarborgen privacy, 29 mei 2020. Het advies over het voorontwerp is hier te vinden.
[4] Aanbieders van openbare mobiele telecommunicatienetwerken die openbare mobiele telefoniediensten aanbieden.
[5] Ook andere corona-maatregelen liggen onder vuur, zoals de beperking van de bewegingsvrijheid. Daarover is hoogleraar Jan Brouwer aan het woord in Hoogleraar rechten: ‘Betaal coronaboete niet’, NPO 24 mei 2020. Groeiend verzet tegen coronaboetes: al ruim 10 duizend bekeuringen uitgedeeld, Volkskrant 14 mei 2020. De Raad van State heeft op 25 mei jl. voorlichting over de grond­rech­te­lij­ke as­pec­ten van (voor)ge­no­men cri­sis­maat­re­ge­len gepubliceerd, zie de samenvatting. Mark Lievisse Adriaanse schreef er over in Raad van State dringt bij kabinet aan op haast om corona-noodwet, NRC 25 mei 2020.
[6] Lotte Houwing, Haastige spoed is zelden goed, Bits of Freedom, 29 mei 2020.


Aanvulling 15 juni 2020
Lees over dit voorstel ook Jaap-Henk Hoepman, Anonieme telecomdata in de strijd tegen Corona?, 15 juni 2020.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , , , , , | 1 reactie