Verruiming reikwijdte Wet toezicht trustkantoren 2018

Een internetconsultatie is gestart, waarin de reikwijdte van de Wet toezicht trustkantoren 2018 flink wordt verruimd door het begrip ‘trustdienst’ (bestuurder zijn, domicilie verlenen) te verbreden.
Uiteraard negeert het Ministerie van Financiën dat het illegaal is om het zijn van bestuurder en verlenen van domicilie vergunningplichtig te maken.

Nieuwe definitie trustdiensten:

ARTIKEL II
De Wet toezicht trustkantoren 2018 wordt als volgt gewijzigd:

A
In artikel 1, eerste lid, wordt de begripsomschrijving van “trustdienst” als volgt  gewijzigd:
1. Onderdeel a komt te luiden:

a. het optreden als bestuurder van een rechtspersoon of vennoot van een  vennootschap ten behoeve van een cliënt;

2. De aanhef van onderdeel b komt te luiden:

b. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die een adres of  postadres ter beschikking stellen, als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid,  onderdeel c, en 14, eerste lid, onderdeel c, van de Handelsregisterwet 2007,  aan een rechtspersoon of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als  het trustkantoor, indien ten minste één van de volgende aanvullende  werkzaamheden wordt verricht ten behoeve van die rechtspersoon of  vennootschap of ten behoeve van een tot dezelfde groep als die rechtspersoon  of vennootschap behorende natuurlijke persoon, rechtspersoon of  vennootschap: (…)

 

Uit de concept toelichting:

§ 3. Wijzigingen Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018)
Artikel II van dit wetsvoorstel regelt een aantal wijzigingen van de Wtt 2018.  Het betreft aanscherpingen van de definities van trustdiensten om omzeiling  van de wet te voorkomen, het vervallen van de eis van voorafgaande  toestemming bij bepaalde wijzigingen door vergunninghoudende trustkantoren  en een aanscherping in relatie tot het uitvoering geven aan belastingadvies  door trustkantoren in verband met het verbod voor trustkantoren om aan  dezelfde cliënt zowel belastingadvies te geven als trustdiensten te verlenen.

3.1. Optreden als bestuurder
De trustdienst “optreden als bestuurder” (onderdeel a van de definitie van  trustdienst) wordt aangescherpt om onduidelijkheid en omzeiling van de wet  aan te pakken. Deze problematiek is onder meer aan de orde gekomen in het  onderzoek van SEO Economisch Onderzoek naar illegale trustkantoren.8 Het  probleem is gelegen in de formulering “in opdracht van” in de huidige definitie.  In de praktijk wordt deze bepaling door sommige partijen aldus uitgelegd dat  het om een opdrachtovereenkomst moet gaan. Het aangaan van een arbeidsovereenkomst zou er volgens deze lezing voor zorgen dat geen sprake  is van het aanbieden van deze dienst. Dit zou ertoe kunnen leiden (en leidt er  al toe) dat aanbieders met een veelvoud van vennootschappen arbeidsovereenkomsten aangaan om deze vennootschappen te beheren en  buiten het bereik van de Wtt 2018 te blijven. Materieel treedt een aanbieder  echter op als bestuurder ten behoeve van een derde. De wet heeft altijd beoogd om personen onder de Wtt 2018 te vatten die worden ingeschakeld om  het bestuur te voeren waarbij sprake is van een grote mate van administratieve taken ten behoeve van een cliënt. Het doet er daarbij niet toe of het optreden plaatsvindt op basis van een opdrachtovereenkomst of een  andere overeenkomst zoals een arbeidsovereenkomst – de kern is dat een  persoon of rechtspersoon diensten aanbiedt om rechtspersonen of  vennootschappen (vooral) administratief te besturen. Of hier sprake van is, kan onder meer blijken uit het karakter van de werkzaamheden die als  bestuurder verricht moeten worden, het type rechtspersonen of  vennootschappen waarvoor de bestuursactiviteiten worden verricht of het aantal rechtspersonen of vennootschappen waarvoor, al dan niet middels een  arbeidsovereenkomst, de bestuurlijke activiteiten worden verricht.
Daarnaast wordt de definitie van de dienst domicilieverlening plus aanvullende  werkzaamheden (onderdeel b van de definitie van trustdienst) aangescherpt.  Deze wordt in lijn gebracht met de definitie van domicilieverlening in de Wet  ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

 

Meer informatie: consultatie Wijzigingswet financiële markten 2024.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Plaats een reactie

Witwasbestrijdingskosten banken rijzen de pan uit en hetzelfde is voor andere Wwft-plichtigen te verwachten | AML package, AMLR, AMLA,Wwft

De witwasbestrijdingskosten van banken rijzen de pan uit, zo blijkt uit een bericht op iBestuur over de bankensectordoorlichting van KPMG:

De kosten die gepaard gaan met de strijd tegen witwassen stijgen relatief gezien echter het hardst. Van banken wordt anno 2022 verwacht dat ze hun poortwachtersrol zeer serieus nemen. De onderzoekers van KPMG hebben berekend dat 15% van het totale bankenpersoneel inmiddels actief is betrokken bij fraudebestrijding. Deze opschaling en de daarmee gepaarde investeringen in technologie kost de banken veel geld.

Europese plannen zullen tot nog meer kosten leiden
Zorgelijk is dat die kosten nog verder zullen toenemen door de Europese plannen op het gebied van witwasbestrijding (het zgn. AML package). De Europese plannen gelden voor banken, die er naast ECB een extra Europese toezichthouder, de Europese Authority for Countering Money Laundering and Financing of Terrorism (‘AMLA’), bij krijgen, met rechtstreekse bevoegdheden voor systeembanken, die DNB en de banken met ‘uitvragen’ zal bestoken om daar het beleid op te baseren.

Top-down systeem waarin kwaliteit niet is geborgd
Niet alleen banken zullen met AMLA te maken krijgen. Zorgwekkend is dat deze autoriteit bevoegdheden krijgt inzake alle witwasbestrijdingsplichtigen, ook als zij tot het midden- en kleinbedrijf behoren (zoals boekhouders en belastingadviseurs).

Opvallend is dat gereguleerde beroepsgroepen, zoals accountants en notarissen, geen invloed kunnen uitoefenen op de activiteiten van AMLA, bijvoorbeeld door kritiek uit te oefenen op de kwaliteit van richtlijnen / opinies en de kosten die het gevolg zijn van de standpunten van AMLA. Alleen via informele weg (‘met de pet in de hand’) of via deelname aan een consultatie, als AMLA bereid is om die te houden, kan invloed op de AMLA-directieven worden uitgeoefend. Door middel van het AML package wordt door Europa een autoritair top-down systeem gecreëerd. Te vrezen valt dat de kwaliteit van wat daar uitkomt even matig is als de kwaliteit van de ‘Supranational Risk Assessment‘ door de Europese Commissie (eerder bekeek ik het onderdeel over de not-for-profit dat zwaar onder de maat was).

 

Informatie over het AML package (Engelstalig):

  • Inleidend Europese Commissie: persbericht ‘Beating financial crime’; Q&A.
  • Pagina Europese Commissie over de voorstellen.
  • Draft AMLAR: Proposal for a Regulation establishing the European Authority for Countering Money Laundering and Financing of Terrorism
  • Draft AMLR: Proposal for a Regulation on the prevention of the use of the financial system for the purposes of money laundering or terrorist financing (Anti-Money Laundering Regulation)
  • Draft AMLD6: Proposal for a Directive on the mechanism for the prevention of the use of the financial system for the purposes of money laundering or terrorist financing and repealing Directive (EU)2015/849
  • Draft revision of the TF regulation: Proposal for a Regulation on information accompanying transfers of funds and certain crypto-assets (recast)

 


Aanvulling 11 augustus 2022
Lees ook: ABN Amro ziet kosten witwasonderzoek opnieuw oplopen, Rutger Betlem, FD 10 augustus 2022,

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Banken als vaststellers van Amerikaanse nationaliteit | ongewenst gevolg van FATCA/CBT

Een bijzonder fenomeen in het kader van FATCA is dat banken moeten vaststellen of hun klanten de Amerikaanse nationaliteit hebben. Een Nederlander (‘de verzoeker’) diende een handhavingsverzoek in bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), omdat hij van mening was dat zijn bank hem ten onrechte als Amerikaans staatsburger aanmerkte en verzocht om corrigerende maatregelen tegen deze bank.

Zijn verzoek werd door de AP als volgt samengevat:

De [bank] heeft in haar dossier opgenomen dat u een Amerikaans staatsburger bent, doordat u in [jaar] in de Verenigde Staten geboren bent. U stelt dat u sinds 1981 het Amerikaanse staatsburgerschap verloren bent. omdat u officier bent geworden in het Nederlandse leger. Hierdoor bent u geen Amerikaans staatsburger meer, echter wil de [bank] deze indicatie in uw dossier niet corrigeren. U meent dat de [bank] daarmee de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: ‘AVG’) heeft overtreden.

De bank is het niet eens met het standpunt van de verzoeker. Vervolgens beslist de AP geen prioriteit aan dit verzoek te kunnen geven omdat onderzoek naar Amerikaans recht nodig is:

Om vast te kunnen stellen of de [bank] uw verzoek tot rectificatie onterecht niet faciliteert, zal nader onderzoek nodig zijn. Onder andere zal onderzoek gedaan moeten warden naar de internationale wet- en regelgeving omtrent het Amerikaanse staatsburgerschap. Tevens zal de AP nader onderzoek moeten doen naar de gronden waarop de [bank] zich baseert om u aan te merken als Amerikaans staatsburger en de AP zal deze belangenafweging van de [bank] in uw specifieke casus moeten beoordelen. Hierna wordt verder toegelicht waarom uw klacht niet in aanmerking komt voor nader onderzoek door de AP.

De AP licht de prioriteitstoetsing toe aan de hand van de Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek en overweegt onder meer:

dat de vermeende overtreding slechts u raakt en in dit specifieke geval geen sprake is van een bredere maatschappelijke betekenis. Evenmin is het aannemelijk dat de vermeende overtreding leidt of heeft geleid tot maatschappelijke onrust in dit verband.

De AP meldt wel dat de bank nog een keer nadrukkelijk door de AP is gewezen op de AVG en dat het verzoek als signaal is geregistreerd:

5. Wat doet de AP met uw klacht?
Zoals hiervoor aangegeven zal de AP uw klacht, gelet de prioriteringscriteria, niet nader onderzoeken.
Uw klacht heeft er echter wel toe geleid dat de AP de [bank] een brief heeft gestuurd. In deze brief wordt de [bank] door de AP uitdrukkelijk gewezen op de rechten en plichten die uit de AVG voortvloeien voor wat betreft het recht op rectificatie. In de praktijk blijkt dat veel organisaties hun gedrag of beleid aanpassen als zij een brief van de AP ontvangen.
De AP merkt uw klacht daarnaast aan als een signaal. Signalen geven de AP belangrijke informatie over in hoeverre personen en organisaties zich in de praktijk aan de wettelijke regels houden voor de bescherming van persoonsgegevens. Ontvangt de AP meerdere signalen over hetzelfde onderwerp of dezelfde persoon of verwerkingsverantwoordelijke, dan kan dit (alsnog) aanleiding zijn om een onderzoek te starten. Uw signaal is dus altijd waardevol. U kunt de website van de AP in de gaten houden voor informatie over afgeronde onderzoeken.

Het is een teleurstellende uitkomst voor verzoeker en een hoogst discutabel gevolg van de keuze van de Nederlandse wetgever om de beslissing over de vraag of iemand de Amerikaanse nationaliteit heeft bij de bank neer te leggen.

Het geeft wederom aan welke schade wordt veroorzaakt door het meewerken aan Amerikaanse extraterritoriaal werkende regels (Citizenship Based Taxation / FATCA).

 

Meer op dit blog over FATCA en Citizenship Based Taxation:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Privacy First blijft ontwikkelingen ubo-register volgen | witwasbestrijding, Wwft

In de laatste nieuwsbrief laat Privacy First weten de ontwikkelingen rond het ubo-register te blijven volgen:

Rechtszaak Privacy First tegen UBO-register
Sinds eind 2020 heeft Privacy First een grootschalige rechtszaak gevoerd tegen het nieuwe UBO-register. In dit openbare register bij de KvK wordt verplicht informatie opgenomen over alle uiteindelijk belanghebbenden (‘ultimate beneficial owners’ / UBO’s) van alle in Nederland opgerichte vennootschappen en andere rechtspersonen (waaronder alle stichtingen en verenigingen), met alle privacy- en veiligheidsrisico’s van dien. Het voor iedereen toegankelijk maken van de persoonsgegevens van alle UBO’s aan eenieder is een schending van de privacy die in de optiek van Privacy First (en ook de European Data Protection Supervisor) volstrekt disproportioneel is. Privacy First beoogde met deze rechtszaak het UBO-register buiten werking te stellen en prejudiciële vragen over het register te laten stellen aan het EU Hof in Luxemburg. Daartoe diende op 25 februari 2021 bij de rechtbank Den Haag een kort geding van Privacy First tegen de Staat. Ondanks rechterlijke twijfels over de rechtmatigheid van het UBO-register wees de voorzieningenrechter het kort geding echter af, mede omdat inmiddels vanuit Luxemburg een vergelijkbare rechtszaak over het UBO-register bij het EU Hof aanhangig was gemaakt. Ook in spoedappèl werd de zaak vervolgens afgewezen door het Hof Den Haag, waarbij de rechters echter wel nadrukkelijk wezen op de wettelijke mogelijkheid voor sommige UBO’s om hun gegevens te laten afschermen. Nadere juridische actie van Privacy First tegen het UBO-register volgt wellicht medio 2022, afhankelijk van de uitkomst van vergelijkbare Luxemburgse rechtszaken bij het EU Hof. Recent heeft de Tweede Kamer bij motie bepaald dat er tot de uitspraak van het EU Hof geen boetes mogen worden opgelegd bij organisaties die hun UBO’s nog niet hebben ingeschreven. Tevens lijkt de UBO-registratieplicht van stichtingen en verenigingen vooralsnog niet te worden gehandhaafd. Privacy First volgt deze ontwikkelingen op de voet en probeert e.e.a. zoveel mogelijk positief te beïnvloeden.

Berichten op dit blog over de procedures door Privacy First zijn hier te vinden.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Not-for-profit, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Antwoord op vragen over de Wwft en contant geld

Op 28 april jl. werden weer vragen uit de Tweede Kamer beantwoord (overheid.nl, tweedekamer.nl), dit keer naar aanleiding van het FD-artikel ‘Banken weren contant geld, bedrijven radeloos‘ (betaalmuur).
Gevraagd wordt of het met de mond beleden adagium dat contant geld gebruikt mag blijven worden, feitelijk door de banken wordt ondergraven, zie vragen 1 tot en met 6 en vraag 9. Verder wordt gevraagd naar de afstortmogelijkheden (vraag 7) en naar de girale transactiekosten (vraag 8).

Of de benadeelde ondernemers in de praktijk verbetering zullen merken in het gedrag van banken, is de vraag.

Onderstaand de vragen en de beantwoording:

Vraag 2
Klopt het dat het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer, waar de banken bij zijn aangesloten, geconcludeerd heeft dat maatschappelijke ontwikkelingen zoals digitaal betalen niet afgedwongen mogen worden? Deelt u de zorg dat die dwang er nu toch is?

Antwoord vraag 2
De afgelopen jaren is er sprake van toenemende digitalisering in het betalingsverkeer. Dit is terug te zien in het toenemend aandeel elektronische betalingen ten opzichte van betalingen met contant geld, maar ook in de dienstverlening door banken. Enerzijds brengt dit voordelen met zich mee, zoals een verhoogd betaalgemak voor veel mensen. Aan de andere kant zorgt dit onder andere voor toenemende druk op de chartale infrastructuur en een lagere toegankelijkheid van het betalingsverkeer voor sommige groepen mensen.
Het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) is een overlegplatform waarin organisaties die zijn betrokken bij het aanbieden en afnemen van betaaldiensten zich inzetten voor een veilig, betrouwbaar, toegankelijk en efficiënt betalingsverkeer voor iedereen. Om ervoor te zorgen dat het betalingsverkeer toegankelijk blijft heeft het MOB het ‘Actieplan Toegankelijk Betalingsverkeer’ opgesteld. Daarnaast heeft De Nederlandsche Bank (DNB) de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met de belangrijkste partijen uit het betalingsverkeer over een Convenant Contant Geld. Dit Convenant heb ik op 8 april aan uw Kamer aangeboden [2]. In het Convenant staan afspraken om ervoor te zorgen dat contant geld goed blijft functioneren als toonbankbetaalmiddel, ook als geleidelijk steeds meer elektronisch wordt betaald. Er is in het Convenant onder andere opgenomen dat banken hun prijsbeleid bevriezen en geen nieuwe maatregelen treffen, zoals tariefsverhogingen of volumebeperkingen, waardoor het opnemen of storten van contant geld voor particuliere en zakelijke klanten duurder, of anderszins ontmoedigd of belemmerd wordt. In artikel 5 van het Convenant is afgesproken dat banken zich ertoe verbinden de anti-witwas- en anti-terrorismefinancieringsmaatregelen die het gebruik van contant geld kunnen beïnvloeden, proportioneel in te zetten en toe te spitsen op de specifieke risico’s per cliënt zodat het legitieme gebruik van contant geld niet wordt gehinderd.

Vraag 3
Kunt u een overzicht geven van de wettelijke eisen aan banken om contant geld te beperken? Klopt het dat banken eisen aan kleine ondernemers opleggen die veel verder gaan dan de wettelijke verplichtingen?

Vraag 4
Wat vindt u ervan dat banken het gebruik van contant geld voor bedrijven moeilijk maken door dit te maximeren op een percentage van de transacties, terwijl de toezichthouder stelt dat banken het legitieme gebruik van contant geld niet mogen bemoeilijken?

Vraag 5
Klopt het dat maatregelen zoals een maximum van tien procent cashtransacties bedrijven met veel kleine betalingen raken en niet noodzakelijk meer risicovolle aankopen als luxe horloges en dure auto’s?

Vraag 6
Bent u ervan op de hoogte dat banken dreigen rekeningen van mkb’ers op te zeggen als zij voor een bepaalde deadline het aantal cashtransacties niet hebben teruggebracht? Vindt u dit in lijn met de afspraak dat legitiem gebruik van contant geld niet bemoeilijkt mag worden?

Antwoord vraag 3, 4, 5 en 6
Er zijn geen wettelijke eisen die banken verplichten om contant geld te beperken. Banken zijn vanuit hun poortwachtersfunctie verplicht op basis van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft) om cliëntenonderzoek uit te voeren en zo nodig mitigerende maatregelen te nemen om de risico’s op witwassen te voorkomen. Contant geld is een van de indicatoren voor een verhoogd risico op witwassen. Het uitvragen van additionele informatie over bepaalde chartale transacties kan onderdeel zijn van het cliëntenonderzoek. Als er risico’s gesignaleerd worden, dan dient de bank deze te mitigeren. Een bank bepaalt diens eigen beheerskader ten aanzien van risico’s. Ook bepaalt de bank zelf diens beheersmaatregelen. Dit kan onder andere een beperking van contant geld zijn. Ik heb vernomen dat er banken zijn die klanten, waarbij sprake is van excessief gebruik van contant geld, vragen om het aantal contante transacties terug te brengen naar een niveau dat meer aansluit bij het gemiddelde gebruik van contant geld in de sector.
Ik vind het belangrijk dat banken hun poortwachtersrol goed vervullen en mitigerende maatregelen nemen. Tegelijkertijd vind ik het ook belangrijk dat de genomen maatregelen cliëntspecifiek en proportioneel zijn en genomen worden na gedegen cliëntonderzoek en zo nodig in overleg met de klant in kwestie, zodat voorkomen wordt dat het legitiem gebruik van contant geld bemoeilijkt wordt zonder aantoonbare reden. Deze richtlijn is ook opgenomen in het Convenant Contant Geld.

Vraag 7
Herinnert u zich dat De Nederlandsche Bank (DNB) vorig jaar vaststelde dat het afstortnetwerk van banken voor contant geld niet op orde is? Welke afspraken zijn er nu met banken om dit te verbeteren en om legitiem gebruik van contant geld te faciliteren?

Antwoord vraag 7
Uit de Bereikbaarheidsmonitor 2021 ondernemers kwam naar voren dat de toegankelijkheid en bereikbaarheid van betaaldiensten in de perceptie van ondernemers sterk was afgenomen in vergelijking met de Bereikbaarheidsmonitor 2016, waaronder de bereikbaarheid van afstortfaciliteiten [3]. Dit had onder andere te maken met het (tijdelijk) sluiten van een deel van de sealbagautomaten vanwege een reeks plofkraken, de sluiting van bankkantoren, de capaciteitstekorten in het waardetransport en de Geldmaattransitie. In het Convenant Contant Geld zijn onder andere afspraken gemaakt over het minimumaantal sealbagautomaten [4] en het aantal recyclers [5] en de minimum-bereikbaarheid van deze automaten. Ook zijn er afspraken opgenomen over de kwaliteit van de chartale dienstverlening (Convenant, artikel 1) door Geldmaat en de continuïteit van het waardevervoer (Convenant, artikel 7). Zo is bijvoorbeeld in artikel 1 afgesproken dat Geldmaat minimaal 450 sealbagautomaten zal realiseren en handhaven en dat daarmee 98% van de toonbankinstellingen binnen 20 autominuten rijden van een sealbagautomaat gevestigd is. Bovendien is afgesproken dat banken zich aantoonbaar zullen inzetten om een veilige maatwerkoplossing beschikbaar te stellen voor het afstorten van contant geld voor iedere toonbankinstelling die binnen 20 autorijminuten geen sealbagautomaat tot haar beschikking heeft. Een dergelijke maatwerkoplossing moet proportioneel en redelijk zijn en kan bijvoorbeeld bestaan uit het plaatsen van een extra sealbagautomaat, het assisteren bij het gebruik van een recycler, of het assisteren bij het aangaan van een contract voor waardevervoer.

Vraag 8
Herkent u de kritiek dat transactiekosten voor girale betalingen in Europa erg hoog zijn? Kunt u een overzicht geven van de gemiddelde transactiekosten voor betalingen binnen Europa?

Antwoord vraag 8
Ik herken deze kritiek gedeeltelijk. In dit verband is van belang of sprake is van een internationale overboeking die wordt uitgevoerd via de Single Euro Payments Area (SEPA). Met de wijziging verordening grensoverschrijdende betalingen is geregeld dat de transactiekosten bij grensoverschrijdende betalingen binnen de Europese Unie even hoog zijn als die bij binnenlandse betalingen. Een nadeel van deze overboekingen is dat het bedrag weliswaar binnen een werkdag wordt bijgeschreven, maar niet direct. Er zijn wel mogelijkheden om het bedrag meteen over te boeken, de zogenoemde instant payments. In Nederland vinden de meeste betalingen al via instant payments plaats en worden er geen extra kosten gerekend voor deze methode, maar in andere landen wordt dit soms nog als premiumdienst, tegen additionele kosten, aangeboden of bieden banken instant payments in zijn geheel niet aan. Ik beschik helaas niet over een overzicht met de kosten die gerekend worden voor instant payments in andere EU-landen. De Europese Commissie werkt aan het normaliseren van instant payments en heeft aangekondigd in de tweede helft van dit jaar met een wetgevend voorstel te komen.

Vraag 9
Bent u bereid de zorgen over de opstelling van banken ten aanzien van contant geld richting kleine ondernemers op korte termijn bij de banken onder de aandacht te brengen?

Antwoord vraag 9
Ja. Ik zal in het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer benadrukken dat ik van banken verwacht dat zij proportionaliteit toepassen bij het implementeren van mitigerende maatregelen in het kader van de Wwft, in overeenstemming met de afspraken uit het Convenant Contant Geld.

 

[2] Kamerstuk 27863, nr. 100
[3] Kamerstuk 27 863, nr. 98
[4] Automaten waar ondernemers hun geld in zakjes (’sealbags’) kunnen afstorten.
[5] Automaten waar losse biljetten afgestort kunnen worden.

 


Aanvulling 13 mei 2022
Lees ook de op 12 mei jl. beantwoorde vragen over het contante betalingsverkeer van coffeeshops.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Hoe DNB complete branches verdacht maakt in haar zwarte lijsten | Wwft, zwarte lijsten

Eerder schreef ik over de bijzondere praktijk van bankentoezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) om de sectoren die zij aanmerkt als ‘hoog risico sectoren’ op het gebied van witwassen en/of terrorismefinanciering, bekend te maken via het vragenformulier dat zij aan ondertoezichtgestelden, zoals banken, stuurt. Dit is niet alleen een stiekeme en niet transparante werkwijze die een overheidstoezichthouder niet betaamt.

Nog erger is dat van onderbouwing van het verdacht maken van deze branches geen sprake is, terwijl er in de lijst diverse sectoren staan waarin een zeer kleine minderheid van de organisaties/ondernemingen crimineel is. Zo in onbegrijpelijk waarom alle adviseurs en consultants een hoog risico op het gebied van witwassen en/of terrorismefinanciering zouden opleveren.

Over de zwarte lijst die trustkantoren moeten hanteren schreef ik in april jl. Inmiddels was ik in de gelegenheid om de zwarte lijst van branches te bekijken die DNB in het vragenformulier voor banken heeft opgenomen (excelbestanden: NL / EN).

Zwarte lijst van branches (versie banken)
Die lijst luidt:

  • Grondstoffen, mineralen, mijnbouw
  • Olie, gas, energie
  • Militaire goederen/defensie
  • Handelaren in edelmetalen
  • Handelaren in losse diamanten
  • Juweliers
  • Handelaren in kunst
  • Veilinghuizen
  • Handelaren en/ of handelsplatformen en/of aanbieders van bewaarportemonnees in crypto’s
  • Uitgevers van cryptotokens (uitgegeven via een Initial Coin Offering)
  • Crowdfunding
  • (Online) kansspelen
  • Bouw, infrastructuur, offshore & dredging**
  • Commercieel vastgoed
  • Trustkantoren
  • Doelvennootschappen en doorstroomvennootschappen van trustkantoren
  • Coffeeshops, growshops
  • Profsport*
  • Relaxbedrijven, prostitutie, adult industry (incl. internet)
  • Religieuze instellingen & charitatieve instellingen (o.a. stichtingen)
  • Transport, shipping
  • Adviesdienstverlening, consultancy
  • Intellectueel eigendom/patenten/royalty’s
  • Money transfer organisaties en payment service providers
  • Farmaceutische industrie
  • Cash intensieve sectoren (bijv. taxi branch, car wash / parking / wasserettes)
  • Schroothandel
  • Autohandelaren
  • Horeca
  • Online shops
  • Handel in luxe / waardevolle producten (leer / bont, antiek, vee)
  • Telecom (belwinkels etc.)

De lijst is identiek aan de de zwarte lijst van branches voor trustkantoren, behoudens de twee hierboven blauw gemarkeerde items.

De-risking
Organisaties/ondernemingen uit de hierboven genoemde categorieën kunnen verwachten dat zij veel KYC-vragen van hun bank krijgen en veel moeite zullen hebben om naar een andere bank over te stappen, aangezien banken alles wat volgens DNB hoog risico is proberen buiten de deur te houden (‘de-risking’).

Voor zover ik weet legt DNB geen verantwoording af over de maatschappelijke schade die een gevolg is van haar zwarte lijst van branches.

Verdachtmaking moet stoppen
Het is dringend nodig dat er een einde komt aan de maatschappelijk onbetamelijke praktijken van DNB (en mogelijk andere overheidstoezichthouders) om zonder behoorlijke onderbouwing complete branches verdacht te maken.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Het geldstromengeloof | witwasbestrijding

De ministeries van Veiligheid en van Financiën geloven in geldstromen en in misdaadopsporing door bedrijven die daarvoor ongeschikt zijn (‘witwasbestrijding’ [1]). Die geldstromen worden gezien door banken, die zoeken naar spelden in hooibergen. Aanvankelijk is die private misdaadopsporing alleen voor financiële instellingen ingevoerd, maar vanwege het vermeende ‘waterbedeffect’ zijn daar een groot aantal bedrijven [2] aan toegevoegd, ook al zien veel van de aangewezen bedrijven geen geldstromen.

Uit de recente brief van de minister van Veiligheid, onder de titel ‘Hoofdlijnen van de aanpak georganiseerde criminaliteit’ valt af te leiden dat het geldstromengeloof nog steeds heerst. Men hoopt criminele netwerken en verdienmodellen te kunnen doorbreken, onder meer door het gevaarlijke afpak voorstel (‘non conviction based confiscation’), waarbij men een grondrechtelijk zeer twijfelachtig voorstel uit de VK wil imiteren [3]. Ik hoor van mensen van de opsporing dat er al voldoende middelen zijn en dat het voorbeeld van een inval waarbij een grote hoeveelheid contanten wordt aangetroffen is, een onzinvoorbeeld is.

Opvallend is dat veel van de in de brief voorgestelde maatregelen niets met de private witwasbestrijding te maken hebben. Datzelfde geldt voor bijlage 1, waarin onder het kopje ‘Criminele geldstromen’ onder meer gesproken wordt over maatregelen in havens en op vliegvelden. Hoewel de private witwasbestrijding niet wordt genoemd, krijgen de Wwft-toezichthouders wel meer middelen, zo is te lezen onder het kopje ‘Bijzondere opsporingsdiensten’ [4].

De tweede bijlage heet ‘Plan van aanpak criminele geldstromen’ en daarin worden mooie doelen geformuleerd. Terecht wordt daarin geconstateerd:

de georganiseerde misdaad benut namelijk precies dezelfde infrastructuur en juridische en financiële dienstverlening als gewone burgers en bedrijven

Dat maakt het zeer moeilijk voor bedrijven om misdaad te ontdekken. Het is geruststellend dat de minister schrijft:

Dit misbruik moeten we zoveel mogelijk voorkomen, zonder daarbij het economisch belang en goedwillende partijen uit het oog te verliezen. Het reeds gestarte WODC-onderzoek zal een beter inzicht geven in wat Nederland aantrekkelijk maakt voor voor drugscriminelen en hoe we die aantrekkelijkheid kunnen verminderen. 

Het is te hopen dat dit WODC-onderzoek ook aan het licht brengt of de grote groep Wwft-plichtigen [2] wel in staat is om misdaad op de gewenste manier op te sporen. Misschien kan het optimisme van de minister over de Wwft-plichtigen, aangeduid met de merkwaardige term ‘poortwachters’, getemperd worden. Want het heeft geen zin om te spreken over vergroting van de effectiviteit van de ‘poortwachtersfunctie’ en over meer toezicht, als die ‘poortwachters’ niet in staat zijn om te doen wat die optimistische overheid van hen verwacht. De mislukking van de witwasbestrijding door banken is inmiddels duidelijk en ook zijn de discriminatoire effecten van de witwasregels aan het licht gekomen. Het kan alleen maar erger worden als dit ook bij andere Wwft-plichtigen gebeurt.

Ik ben heel nieuwsgierig of de evaluaties en onderzoeken waarover de minister spreekt goed zijn uitgevoerd

Dit jaar worden meerdere evaluaties en onderzoeken afgerond over de effectiviteit van het anti-witwasbeleid in Nederland. De minister van Financiën en ik hebben uw Kamer 30 maart jl. een
overzicht toegestuurd van deze evaluaties en onderzoeken.

Het zou fijn zijn als de overheid een open foutencultuur zou tonen, door de zwakheden in het systeem van de witwasbestrijding te erkennen, ook al is het bedacht door zogenaamde ‘standaardsetters’ zoals FATF en opgelegd door Europa.

In bijlage 3 komt het ondergronds bankieren aan bod. Dit is een fenomeen dat in arme landen is ontstaan als eigen pseudo-bancair systeem. De minister constateert dat de gelden die worden verplaatst via ondergrondse bankiers niet per definitie een criminele herkomst hebben. De overheid wil achter ondergronds bankieren aan om witwassen tegen te gaan. Daarbij speelt een rol dat een gevolg van de internationale antiwitwaswetgeving kan zijn dat de toegang tot het officiële banksysteem voor grote groepen mensen wordt beperkt (bijvoorbeeld door het uitsluiten van banken in oost Europa).

Tot slot bespreekt bijlage 4 het waarborgen van de veiligheid van melders van ongebruikelijke transacties, met name als het kleine Wwft-plichtigen zijn, zoals notariskantoren.

Of er iets van een open foutencultuur terecht komt, is de vraag.

 

Noten
[1] In Nederland vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
[2] Een Nederlands overzicht is bij FIU-Nederland te vinden.
[3] De Raad voor de Rechtspraak was heel kritisch, evenals de Autoriteit Persoonsgegevens.
[4] Er wordt extra capaciteit geworven bij het Bureau Financieel Toezicht (BFT) € 1 mln en het Bureau Toezicht Wet ter  voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Bureau Toezicht Wwft) bij de Belastingdienst € 1 mln.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Ubo-registerbrief 14 april 2022 | witwasbestrijding, databescherming

Medio april 2022 informeerde de minister van Financiën de Tweede Kamer over de stand van zaken rond het ubo-register. Dit is het register waarmee onnodig de privacy en cybersecurity wordt geschonden van ‘uiteindelijk belanghebbenden’ (ubo’s), een begrip met een veel ruime reikwijdte.

Mantra
Uiteraard wordt het bekende en onjuiste mantra over het nut van het register herhaald:

Het register zorgt voor transparantie over de uiteindelijke belanghebbenden achter juridische entiteiten. Dit helpt voorkomen dat criminelen juridische entiteiten kunnen gebruiken om buiten het zicht van autoriteiten en maatschappelijke organisaties te blijven. Het UBO-register is daarmee een belangrijk middel tegen witwassen en financieren van terrorisme.

Voorts pretendeert men ten onrechte dat met het register oneerlijke concurrentie door fraudeurs en andere criminelen wordt bestreden.

Onbegrijpelijk dat dit voor zoete koek wordt geslikt door het parlement. Men verschuilt zich achter door de overheid gefinancierde not-for-profit organisaties, zoals in:

Zo hebben in 2021 meer dan 700 ondertekenaars vanuit maatschappelijke organisaties, de wetenschap en journalistiek een oproep gedaan aan de Verenigde Naties om over te gaan tot invoering van openbare UBO-registers.

De burgeropsporing wil graag aan de slag met volledig openbare registers. Naar organisaties die de belangen van burgers behartigen, zoals organisaties van familiebedrijven en privacy organisaties, wordt niet geluisterd. De veiligheid van burgers wordt onnodig opgeofferd.

Velen hebben zich niet ingeschreven
Veel van degenen die zich hadden moeten inschrijven, hebben dat nog niet gedaan. Zo begrijpen bestuurders van not-for-profit organisaties niet waarom zij als bestuurder van een school of een ziekenhuis zich moeten inschrijven als ‘ubo’, wat logisch is, ik schreef er al eerder over (onder meer 1, 2). De registratie door stichtingen en verenigingen blijft daardoor achter (circa 19% en circa 17%).

De minister schrijft:

Op 27 maart 2022 waren van 673.963 juridische entiteiten de UBO’s geregistreerd. Dat betreft circa 37,7 procent van het totaal aantal registratieplichtige juridische entiteiten. Van de juridische entiteiten die onder de overgangstermijn van 18 maanden vielen, had 29,1 procent de UBO’s ingeschreven. De entiteiten die na 27 maart zijn opgericht dienden meteen bij oprichting de UBO’s in te schrijven. Belangrijke kanttekening hierbij is dat de werkvoorraad van de KVK hierin nog niet is meegeteld. Dit betreft juridische entiteiten die wel opgave hebben gedaan, maar waarvan de opgave nog niet is verwerkt. Op 27 maart waren er nog 323.340 opgaven die beoordeeld moesten worden. Deze opgaven worden als tijdig gezien en niet betrokken in de handhaving. (…) Na verwerking van deze opgaven, rekening houdend met een percentage afkeur vanwege foutieve opgaven, is de prognose dat circa 52 procent van alle juridische entiteiten uiterlijk 27 maart de UBO’s heeft geregistreerd.

De minister is niet bereid de handhaving uit te stellen en legt de eerder aangenomen motie naast zich neer [1]. Wel gaat men focussen op die juridische entiteiten waar de risico’s op witwassen en financieren van terrorisme het hoogst zijn. Welke entiteiten dit betreft wordt door de minister niet nader toegelicht.

Dienstweigering
Een groot aantal ondernemingen moet de diensten weigeren als de klant niet is ingeschreven in het ubo-register. Over deze problematiek is eerder contact geweest met onder meer notarissenorganisatie KNB. Het lijkt er op dat de minister door middel van deze brief ook mededeling doet aan de overige Wwft-plichtigen [2]. De minister legt uit wanneer Wwft-plichtigen hun diensten niet hoeven te weigeren:

Om te voorkomen dat een langere verwerkingstijd leidt tot verstoring van dienstverlening door meldingsplichtige instellingen aan nieuwe cliënten, geldt in ieder geval tot 1 september 2022 het volgende. In het geval dat een juridische entiteit de opgave heeft gedaan, maar deze nog niet is verwerkt, kan de meldingsplichtige instelling volstaan met de vaststelling dat de opgave is gedaan, met de uitleg van de cliënt welke UBO-gegevens en onderliggende documentatie daarbij zijn opgegeven. Dat de opgave is gedaan kan vastgesteld worden aan de hand van de bevestigingsmail van de KVK. Daarbij dient de cliënt de meldingsplichtige instelling te informeren zodra de registratie is voltooid. De meldingsplichtige instelling blijft uiteraard altijd – ongeacht of een juridische entiteit wel of niet (tijdig) aan de registratieplicht heeft voldaan – verantwoordelijk voor het cliëntenonderzoek, waaronder het adequaat vaststellen van de UBO’s. Wij zullen de verwerkingstijden monitoren en over deze maatregel in contact blijven met meldingsplichtige instellingen en toezichthouders.

Ten aanzien van de bovengenoemde terugmeldplicht geldt dat als in het UBO-register in het geheel geen UBO-gegevens staan geregistreerd, er geen sprake is van een discrepantie tussen gegevens in het UBO-register en de gegevens waar de meldingsplichtige instelling of bevoegde autoriteit over beschikt. Dat betekent dat geen terugmelding hoeft te worden gedaan. Bovendien ontbreekt de meerwaarde van het terugmelden dan, omdat het feit dat in het geheel geen UBO-registratie is gedaan bij KVK bekend is. 

Daarbij verzuimt de minister te vermelden dat de Kamer van Koophandel alleen een bevestigingsmail stuurt bij elektronische opgave. Als de registratie van de ubo via een papieren formulier wordt verricht stuurt de Kamer van Koophandel merkwaardig genoeg geen ontvangstbevestiging.

Pseudo-ubo
In de brief wordt gemeld dat bij ubo-uittreksels van stichtingen die Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) zijn een met de de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) afgestemde toelichting wordt gegeven. Waarom dit niet gebeurt bij andere not-for-profit organisaties zoals scholen, wordt niet uitgelegd. Het lijkt er op dat ANBI’s door een goede lobby een betere behandeling krijgen dan andere not-for-profits.

Inzage door ubo’s
Ubo’s kunnen inzage vragen in het ubo-register, al krijgen zij niet de persoonsgegevens van degene die hebben ingezien (hoogst merkwaardig), waarmee de minister meent te voldoen aan de conclusie van Advocaat-Generaal Pitruzzella van het Europese Hof van Justitie.

 

Noten

[1] De minister schrijft dat de motie wordt uitgevoerd, maar dat is naar mijn mening niet het geval.
[2] Bekijk het overzicht bij FIU-Nederland.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Not-for-profit, Ubo-register | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Uitvoeringsbesluit ubo-register trusts en vergelijkbare vormen bekend gemaakt | Wwft, witwasbestrijding

Vandaag is het Implementatiebesluit registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies door het ministerie van Financiën bekend gemaakt. Uit het besluit blijkt dat het ministerie statistieken inzake de soorten trusts c.s. wil gaan bij houden (artikel 2).

Met het oog op de uitvoerbaarheid van de registratieplicht en de daarmee verband houdende verplichtingen is besloten dat bij bepaalde fondsen voor gemene rekening geen ubo’s hoeven te worden geregistreerd en bij registratie kan worden volstaan met een omschrijving van de groep in wier belang het fonds hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is, zoals bijvoorbeeld: «deelnemers beleggingsfonds» (aldus de toelichting). Deze uitzondering geldt volgens artikel 11 van het implementatiebesluit alleen voor de navolgende fondsen voor gemene rekening:

In geval van een fonds voor gemene rekening dat wordt aangeboden aan honderdvijftig personen of meer en wordt beheerd door een beheerder waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 of artikel 2:69b, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is verleend, wordt als uiteindelijk belanghebbende in de zin van het eerste lid, onderdeel e, onder 4°, aangemerkt de groep van natuurlijke personen in wier belang dit fonds voor gemene rekening hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is.

Het besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , | Plaats een reactie

Naleving door ‘de Zuidas’ van sancties tegen Rusland

Op 26 april jl. werden door de minister van Financiën vragen beantwoord over het toezicht op de naleving van de sancties tegen Rusland op de Zuidas. Met ‘Zuidas’ wordt hier kennelijk het advocatenkantoor Houthoff bedoeld, waarover de Volkskrant schreef. De minister kondigt toezicht op alle advocaten aan, aldus deze tekst:

Met betrekking tot het toezicht op de naleving van de Sanctieregelgeving door advocaten werkt de minister van Buitenlandse Zaken in samenwerking met de minister voor Rechtsbescherming aan een noodzakelijke wettelijke regeling

Het is voor mij een raadsel waarom die wettelijke regeling nodig is. Anders dan financiële instellingen hebben advocaten geen vermogen van gesanctioneerde personen onder zich en exporteren zij geen producten naar Rusland. Verder is de vraag waarom alle advocaten worden lastig gevallen met iets wat waarschijnlijk maar op een kleine groep betrekking heeft.

Het risico is dat er ineffectieve bureaucratie bij komt, die kostbaar en ineffectief is en rechtshulp nog meer onbereikbaar maakt voor burger en midden- en kleinbedrijf. Het is te hopen dat de betrokken ministeries daar oog voor hebben.

De overige vragen gaan over de versnippering van het toezicht op de naleving van de sanctieregelgeving.

 

Meer informatie:

 


Aanvulling 23 mei 2022
Zou de campagne van de ‘onderzoeksjournalisten’ inzake de effectiviteit van de Nederlandse sancties op fabeltjes berusten? Je zou het wel denken als je de antwoorden op vragen uit de Tweede Kamer leest: 12 mei 2022, eerste, tweede, derde; 10 mei 2022, eerste, tweede.

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Sanctieregels | Tags: , , , | Plaats een reactie