Het geldstromengeloof | witwasbestrijding

De ministeries van Veiligheid en van Financiën geloven in geldstromen en in misdaadopsporing door bedrijven die daarvoor ongeschikt zijn (‘witwasbestrijding’ [1]). Die geldstromen worden gezien door banken, die zoeken naar spelden in hooibergen. Aanvankelijk is die private misdaadopsporing alleen voor financiële instellingen ingevoerd, maar vanwege het vermeende ‘waterbedeffect’ zijn daar een groot aantal bedrijven [2] aan toegevoegd, ook al zien veel van de aangewezen bedrijven geen geldstromen.

Uit de recente brief van de minister van Veiligheid, onder de titel ‘Hoofdlijnen van de aanpak georganiseerde criminaliteit’ valt af te leiden dat het geldstromengeloof nog steeds heerst. Men hoopt criminele netwerken en verdienmodellen te kunnen doorbreken, onder meer door het gevaarlijke afpak voorstel (‘non conviction based confiscation’), waarbij men een grondrechtelijk zeer twijfelachtig voorstel uit de VK wil imiteren [3]. Ik hoor van mensen van de opsporing dat er al voldoende middelen zijn en dat het voorbeeld van een inval waarbij een grote hoeveelheid contanten wordt aangetroffen is, een onzinvoorbeeld is.

Opvallend is dat veel van de in de brief voorgestelde maatregelen niets met de private witwasbestrijding te maken hebben. Datzelfde geldt voor bijlage 1, waarin onder het kopje ‘Criminele geldstromen’ onder meer gesproken wordt over maatregelen in havens en op vliegvelden. Hoewel de private witwasbestrijding niet wordt genoemd, krijgen de Wwft-toezichthouders wel meer middelen, zo is te lezen onder het kopje ‘Bijzondere opsporingsdiensten’ [4].

De tweede bijlage heet ‘Plan van aanpak criminele geldstromen’ en daarin worden mooie doelen geformuleerd. Terecht wordt daarin geconstateerd:

de georganiseerde misdaad benut namelijk precies dezelfde infrastructuur en juridische en financiële dienstverlening als gewone burgers en bedrijven

Dat maakt het zeer moeilijk voor bedrijven om misdaad te ontdekken. Het is geruststellend dat de minister schrijft:

Dit misbruik moeten we zoveel mogelijk voorkomen, zonder daarbij het economisch belang en goedwillende partijen uit het oog te verliezen. Het reeds gestarte WODC-onderzoek zal een beter inzicht geven in wat Nederland aantrekkelijk maakt voor voor drugscriminelen en hoe we die aantrekkelijkheid kunnen verminderen. 

Het is te hopen dat dit WODC-onderzoek ook aan het licht brengt of de grote groep Wwft-plichtigen [2] wel in staat is om misdaad op de gewenste manier op te sporen. Misschien kan het optimisme van de minister over de Wwft-plichtigen, aangeduid met de merkwaardige term ‘poortwachters’, getemperd worden. Want het heeft geen zin om te spreken over vergroting van de effectiviteit van de ‘poortwachtersfunctie’ en over meer toezicht, als die ‘poortwachters’ niet in staat zijn om te doen wat die optimistische overheid van hen verwacht. De mislukking van de witwasbestrijding door banken is inmiddels duidelijk en ook zijn de discriminatoire effecten van de witwasregels aan het licht gekomen. Het kan alleen maar erger worden als dit ook bij andere Wwft-plichtigen gebeurt.

Ik ben heel nieuwsgierig of de evaluaties en onderzoeken waarover de minister spreekt goed zijn uitgevoerd

Dit jaar worden meerdere evaluaties en onderzoeken afgerond over de effectiviteit van het anti-witwasbeleid in Nederland. De minister van Financiën en ik hebben uw Kamer 30 maart jl. een
overzicht toegestuurd van deze evaluaties en onderzoeken.

Het zou fijn zijn als de overheid een open foutencultuur zou tonen, door de zwakheden in het systeem van de witwasbestrijding te erkennen, ook al is het bedacht door zogenaamde ‘standaardsetters’ zoals FATF en opgelegd door Europa.

In bijlage 3 komt het ondergronds bankieren aan bod. Dit is een fenomeen dat in arme landen is ontstaan als eigen pseudo-bancair systeem. De minister constateert dat de gelden die worden verplaatst via ondergrondse bankiers niet per definitie een criminele herkomst hebben. De overheid wil achter ondergronds bankieren aan om witwassen tegen te gaan. Daarbij speelt een rol dat een gevolg van de internationale antiwitwaswetgeving kan zijn dat de toegang tot het officiële banksysteem voor grote groepen mensen wordt beperkt (bijvoorbeeld door het uitsluiten van banken in oost Europa).

Tot slot bespreekt bijlage 4 het waarborgen van de veiligheid van melders van ongebruikelijke transacties, met name als het kleine Wwft-plichtigen zijn, zoals notariskantoren.

Of er iets van een open foutencultuur terecht komt, is de vraag.

 

Noten
[1] In Nederland vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
[2] Een Nederlands overzicht is bij FIU-Nederland te vinden.
[3] De Raad voor de Rechtspraak was heel kritisch, evenals de Autoriteit Persoonsgegevens.
[4] Er wordt extra capaciteit geworven bij het Bureau Financieel Toezicht (BFT) € 1 mln en het Bureau Toezicht Wet ter  voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Bureau Toezicht Wwft) bij de Belastingdienst € 1 mln.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s