Modernisering elektronisch verkeer met de overheid – wetsvoorstel door Tweede Kamer aangenomen

De Nederlandse overheid wil graag digitaal worden, wat tot uitdrukking komt in allerlei initiatieven.

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer
Één daarvan is de ‘Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer‘, die het beter mogelijk moet maken dat er via digitale kanalen met de overheid in contact wordt getreden, waarbij de keuze tussen het volgen van de elektronische of de papieren weg blijft bestaan. Het verplichte gebruik van de elektronische weg kan wel in andere wetten dan de Awb worden voorgeschreven.

Het voorstel is op 19 april jl. door de Tweede Kamer aangenomen, inclusief drie amendementen.

Voor: GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, PvdA, D66, ChristenUnie, VVD, CDA, BBB, JA21, PVV en Groep Van Haga;
tegen: SP, DENK, PvdD, Lid Omtzigt, SGP en FVD;
BIJ1 en Lid Gündoğan waren niet aanwezig bij de stemmingen.

De aangenomen amendementen zijn:

  • 35261-16 Amendement d.d. 7 april 2022 – R.M. Leijten, Tweede Kamerlid Gewijzigd amendement van het lid Leijten ter vervanging van nr. 11 over het vervallen van het onderscheid tussen natuurlijke personen enerzijds en ondernemingen en rechtspersonen anderzijds in het elektronisch verkeer.
  • 35261-15 Amendement d.d. 7 april 2022 – R.M. Leijten, Tweede Kamerlid Amendement van het lid Leijten over een actieve instemming van de geadresseerde op elektronische verzending door een bestuursorgaan.
  • 35261-13 Amendement d.d. 6 april 2022 – R.M. Leijten, Tweede Kamerlid Amendement van het lid Leijten over geen verzuim voor de duur van de verminderde bereikbaarheid van het bestuursorgaan.

De bepalingen in het voorstel zien er sympathiek uit, bijvoorbeeld:

Artikel 2:9
Indien een bestuursorgaan een bericht elektronisch verzendt, geschiedt dit op een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke manier, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt.

Jammer is dat hier niet is opgenomen dat rekening wordt gehouden met de digitale vaardigheden van de burger.

Opvallend is dat het bestuursorgaan elektronisch verschafte gegevens en bescheiden kan weigeren voor zover de aanvaarding daarvan tot een onevenredige belasting voor het bestuursorgaan zou leiden (artikel 2:15) terwijl de burger een dergelijk recht niet heeft.

De vraag zal zijn hoe aan een en ander praktisch invulling wordt gegeven en of het ook hanteerbaar is voor digitaal minder vaardige burgers.

Wet digitale overheid
Dit voorstel dient goed te worden onderscheiden van de Wet digitale overheid, die momenteel bij de Eerste Kamer in behandeling is. Dit voorstel richt zich primair op de digitale infrastructuur bij de overheid zelf, zie de inleiding op de pagina van de Eerste Kamer, waarin de volgende beschrijving is opgenomen:

Het wetsvoorstel legt de basis voor die verdere digitalisering, waaronder regulering van de digitale overheid en meer in het bijzonder de generieke digitale voorzieningen in een gemeenschappelijke infrastructuur van de overheid. Het voorstel bevat de meest urgente onderwerpen van regelgeving, te weten:
– de bevoegdheid om bepaalde standaarden te verplichten in het elektronisch verkeer van de overheid;
– het stellen van regels over informatieveiligheid;
– de verantwoordelijkheid voor het beheer van de voorzieningen en diensten binnen de generieke digitale overheidsinfrastructuur (GDI);
– de digitale toegang tot publieke dienstverlening voor burgers (natuurlijke personen) en bedrijven (rechtspersonen en ondernemingen).
Het voorstel bevat kaders voor verdere ontwikkeling op basis van deze nu meest noodzakelijke maatregelen, maar biedt ook de basis voor verdere uitbreiding en verdere modernisering. Daarvoor bevat het wetsvoorstel vooral kaders die kunnen worden uitgewerkt in nadere regelgeving, die snel aangepast kan worden om ruimte te bieden voor verdere ontwikkeling van de digitale overheid, en biedt het ruimte voor innovatie.

Voor de Tweede Kamercommissie voor Digitale Zaken wordt op 10 mei 2022 een technische briefing over de Wet digitale overheid verzorgd. Intussen is de behandeling bij de Eerste Kamer commissies nog niet afgerond, zo valt uit de informatie af te leiden.

 

Meer informatie:

Wet digitale overheid:

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Transparantie als thema vergadering VAR Vereniging voor bestuursrecht

Op 20 mei aanstaande vergadert VAR Vereniging voor bestuursrecht over het thema ‘Transparantie en openbaarheid’, zie de aankondiging. De vereniging maakte gisteren bekend dat de preadviezen online zijn geplaatst (alleen toegankelijk voor leden).

Paragraaf 1.1 van het preadvies van Buijze heet: “Een tovermiddel met bijwerkingen” en paragraaf 1.2 start met:

Uit bovenstaande blijkt dat velen nog steeds hooggespannen verwachtingen hebben van transparantie. Maar omdat uit de literatuur blijkt dat die verwachtingen lang niet altijd worden waargemaakt en omdat aan transparantie steeds kosten zijn verbonden, is het raadzaam dat het recht actuele inzichten over het nut en onnut van transparantie reflecteert. In dit preadvies staat de vraag centraal in hoeverre dat nu het geval is:

In hoeverre reflecteert het recht de inzichten over de mate waarin en de wijze waarop transparantie bijdraagt aan het realiseren van publieke waarden?

Transparantie is geen wondermiddel maar kan ook grote schade veroorzaken (zoals nu gebeurt met het ubo-register, dat in de preadviezen niet aan de orde komt).

Uit de inhoudsopgave van het boek met de preadviezen:

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie

Pleitnota OM in Stibbe zaak | verschoningsrecht

Eerder schreef ik over de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant die misdragingen door het Openbaar Ministerie ten opzichte van advocatenkantoor Stibbe als onderwerp heeft.
Degenen die zich interesseren voor het standpunt van het Openbaar Ministerie, kunnen de pleitnota van advocaten S.M. Kingma en G.C. Nieuwland (Pels Rijcken) hier vinden.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

Wetsvoorstel digitale oprichting bv ingediend

De minister voor Rechtsbescherming heeft het voorstel voor digitale oprichting van de besloten vennootschap bij de Tweede Kamer ingediend. Het voorstel staat op de agenda van de procedurevergadering van 18 mei a.s.

In de memorie van toelichting wordt het proces in hoofdlijnen beschreven:

4. Proces van de elektronische oprichting van de BV op hoofdlijnen
Richtlijn 2017/1132/EU bepaalt in artikel 13 octies, eerste lid, dat een aanvrager een onder de richtlijn vallende vennootschap volledig online moet kunnen oprichten. De aanvrager is de oprichter als bedoeld in artikel 175 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de partij bij de notariële akte.
De oprichter die in Nederland een BV wil oprichten zal de onderstaande stappen online doorlopen. Op grond van artikel 13 octies, zevende lid, van Richtlijn 2017/1132/EU geldt dat de lidstaten er zorg voor dragen dat deze stappen binnen vijf werkdagen worden afgerond indien gebruik wordt gemaakt van een door de lidstaat vast te stellen model, of binnen tien werkdagen in andere gevallen. Het startpunt van deze termijn is:
– de datum waarop aan alle voor de oprichting gestelde vormvereisten is voldaan, waaronder de ontvangst van alle documenten en informatie die op grond van het nationale recht vereist is, of
– de datum van betaling van een registratievergoeding, de datum van betaling van aandelenkapitaal in contanten of de datum van de betaling van aandelenkapitaal in natura, overeenkomstig het nationale recht.
Indien de procedure niet binnen de vastgestelde termijn kan worden afgerond, zorgen de lidstaten ervoor dat de oprichter in kennis wordt gesteld van de redenen voor vertraging. In bijgaand voorstel is dit belegd bij de notaris middels het vierde lid van artikel 175a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

1. Informatie ondernemersplein
Op het ondernemersplein [1] kan een ondernemer die een BV wil oprichten informatie vinden over de kenmerken en inrichting van een BV, over de oprichting en daarmee gemoeide kosten, over administratieve en fiscale verplichtingen, aansprakelijkheid en tekenbevoegdheid. Nadere informatie over inschrijving van een onderneming, rechtspersoon of vestiging (bijkantoor), inclusief informatie over identificatiemiddelen is te vinden op de site van de KvK (https://www.kvk.nl/inschrijven-en-wijzigen/inschrijven/). Soortgelijke informatie is ook in het Engels beschikbaar (https://www.kvk.nl/english/registration/foreign-company-registration/).

2. Informatieportaal KNB
Via het ondernemersplein kan de partij die een BV op elektronische wijze wil oprichten naar een door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (hierna: KNB) beheerd informatieportaal, dat ook rechtstreeks benaderd kan worden. Dit informatieportaal is openbaar toegankelijk en bevat een model waarmee een BV op elektronische wijze kan worden opgericht. Tevens kan via dit informatieportaal een Nederlandse notaris benaderd worden. Dit laat overigens de mogelijkheid tot het rechtstreeks benaderen van een notaris onverlet.

3. Inloggen in omgeving systeem gegevensverwerking
Indien de oprichtende partij een keuze heeft gemaakt voor een notaris en de oprichtingsakte gereed is om gepasseerd te worden, zal er ingelogd worden op een door de KNB ingericht systeem voor gegevensverwerking. Dit systeem vormt de beveiligde online omgeving waarin de elektronische notariële akte tot stand komt. Om de totstandkoming van een elektronische notariële akte binnen dit systeem mogelijk te maken wordt met bijgaand voorstel een aantal eisen aan het systeem gesteld. Zo zal bijvoorbeeld elektronische identificatie middels dit systeem mogelijk zijn en zal het de mogelijkheid bieden tot het verschijnen van personen aan de notaris middels een directe beeld- en geluidverbinding in plaats van het in persoon verschijnen aan de notaris. Ook het ondertekenen van de elektronische notariële akte zal via dit systeem plaatsvinden. Op de werking van dit systeem en de functionaliteiten zal in paragraaf 5.2.1 van deze memorie van toelichting nader worden ingegaan. Op het moment dat de voor de oprichting van de BV vereiste notariële akte ondertekend is, zijn de bestuurders verplicht de vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en een authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de daaraan ingevolge art. 2:204 BW gehechte stukken neer te leggen ten kantore van het handelsregister (art. 2:180 lid 1 BW).

4. Inschrijving bij het handelsregister en openbaarmaking
NV’s en BV’s worden op grond van artikel 5 van de Hrw ingeschreven in het handelsregister, dat wordt beheerd door de Kamer van Koophandel. Van deze vennootschappen worden de in de artikelen 9, 10 en 11 van de Hrw en de paragrafen 4.2, 4.3 en 4.4.3.2 van het Handelsregisterbesluit genoemde gegevens en bescheiden, waaronder de documenten en informatie die ingevolge de artikelen 16 bis, 29 en 30 van de richtlijn, in het handelsregister opgenomen.
Op grond van de richtlijn is vereist dat de oprichtingsakte online aan het handelsregister moet kunnen worden aangeleverd. In Nederland verricht de notaris ook nu al, langs digitale weg, de aanbieding van de voor inschrijving vereiste gegevens en documenten bij de KvK namens de oprichter.
Op grond van artikel 21 van de Hrw kan een groot deel van de in het handelsregister opgenomen gegevens en bescheiden vervolgens door eenieder worden ingezien. Dit geldt onder meer voor de documenten en informatie die ingevolge de artikelen 16 bis, 29 en 30 van de richtlijn openbaar gemaakt moet worden. Artikel 22 van de Hrw bepaalt voorts dat een verzoek tot inzage elektronisch kan worden gedaan en dat de documenten en informatie op verzoek elektronisch worden verstrekt.

[1] https://ondernemersplein.kvk.nl/de-besloten-vennootschap-bv/

 

Meer informatie:

Geplaatst in Kapitaalvennootschappen, Oprichting, Rechtspersonenrecht | Tags: | Plaats een reactie

VBIN over onuitvoerbare verlangens van DNB bij naleving sanctieregelgeving

Bij de Verenigde Betaal Instellingen Nederland (VBIN), de brancheorganisatie van betaalinstellingen, verscheen onder de aparte titel ‘Romantisch dagje Amsterdam met de VBINeen artikel over de onuitvoerbaarheid van de verwachtingen die DNB heeft op basis van de sanctieregelgeving. (Mogelijk geldt het voor meer ideeën van DNB.)

In het artikel maakt VBIN duidelijk dat DNB onrealistische verwachtingen van betaalinstellingen heeft, die niet alleen hun klant (bijvoorbeeld Artis) moeten controleren op de sanctielijsten, maar ook de bezoekers van Artis (als zij met een creditcard betalen).

Echter lijkt de DNB (De Nederlandsche Bank) en in het voetlicht daarvan sommige banken*, de interpretatie van die wetgeving opeens veel te ruim op te vatten en suggereert dat ook de ‘kopers’ van de klanten van de betaalinstellingen gecontroleerd moeten worden aan de hand van de Sanctiewetgeving.

Dat is natuurlijk onuitvoerbaar, zo constateert VBIN:

Samengevat; het screenen van kopers door betaaldienstverlener is onhaalbaar, ongewenst en niet logisch. Het is het te breed interpreteren van de Sanctiewetgeving door DNB en zonder enig besef van praktische haalbaarheid.

Bovendien mag er van worden uitgegaan dat degene die met een creditcard betaalt al door zijn eigen creditcard maatschappij is gecheckt.

Realiteitszin
Het geeft aan dat het hoog tijd is dat de overheidstoezichthouders meer realiteitszin tonen bij privatisering van misdaadbestrijding (Wwft) en sancties (Sanctiewet 1977 / Europese verordeningen).

NB Het is ook bizar dat de overheden geen enkel oog hebben voor de kosten gemoeid met dit soort regelgeving.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , , , , | 2 reacties

Eurowob

In Nederland kennen we de Wet openbaar bestuur (Wob) die per 1 mei a.s. wordt vervangen door de Wet open overheid (Woo). Ook Europa kent regels over openbaarheid van bestuur, die in een verordening zijn vastgelegd die door het Expertisecentrum Europees Recht (ECER) als ‘Eurowob’ wordt aangeduid. Door middel van de Eurowob kan inzage worden gevraagd in documenten die zijn opgesteld door de Raad, de Commissie, het Europees Parlement en met deze EU-instellingen gelieerde agentschappen.

Meer informatie over de Eurowob is te vinden op de ECER-pagina over openbaarheid.

Geplaatst in Europa | Tags: , , , | Plaats een reactie

Ook bij Europese aanbestedingen gelden sanctieregels tegen Rusland

Ook degenen die Europees moeten aanbesteden, zoals overheden en gesubsidieerde instellingen, krijgen met de sancties tegen Rusland te maken. Op 8 april jl. zijn in Europa wijzigingen in de sanctieregels vastgesteld die ook betrekking hebben op Europese aanbestedingen.

Er mogen geen nieuwe opdrachten of concessies meer worden gegund aan Russisch partijen en lopende contracten die vóór 9 april jl. zijn afgesloten moeten binnen zes maanden na publicatie van de nieuwe regels worden stopgezet (dus vóór 10 oktober 2022). Er dient op te worden gelet dat dit ook geldt als de Russische partij leverancier of onderaannemer is van de partij aan wie de opdracht of concessie is gegund, als de Russische partij voor meer dan tien procent deelneemt.

 

Meer informatie:

Eerder schreef ik een Engelstalig artikel over de vraag of Russen die in de EU wonen ook onder de regels vallen.

Geplaatst in Bestuursrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Not-for-profit, Sanctieregels | Tags: | Plaats een reactie

Datahandelaar gaat misdaad opsporen | vergunningenregime datahandel nodig

Niet onverwacht: databrokers op het gebied van bedrijfsinformatie (die onder geen enkel toezicht staan) gaan criminaliteit opsporen, lees bij VRT: Algoritmes moeten gemeenten helpen om malafide ondernemers te ontmaskeren: “Gericht criminaliteit opsporen”. Databroker Graydon biedt een digitaal product aan Vlaamse gemeenten aan, zo blijkt uit het artikel.

Bizar dat ondernemingen die onder geen enkel toezicht staan – zoals leveranciers van bedrijfsinformatie – OSINT gaan toepassen ter bestrijding van criminaliteit, waarbij natuurlijk ook persoonsgegevens verwerkt gaan worden.

Vergunningenregime datahandelaren nodig
Het is hoog tijd dat voor alle datahandelaren (allemaal: bedrijfsinformatie, witwasinformatie, kredietbeoordeling, marketing en wat verder nog is te bedenken) een vergunningenregime wordt ingevoerd zoals we dat in het financiële toezicht kennen, dus inclusief personentoetsing (toetsing van bestuurders en andere belangrijke functionarissen) en digitale checks.

 

 

Lees ook de reactie van Dasprive, die schrijft de DPIA’s te hebben opgevraagd:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Kamervragen in de Eerste Kamer over de Wwft

Het is treurig om te constateren dat tijdens de parlementaire behandeling van de witwasbestrijdingsvoorstellen nauwelijks kritische vragen zijn gesteld en dat die vragen nu pas worden gesteld. Lid van de Eerste Kamer Nicolaï heeft op 15 april jl. de volgende vragen in de Tweede Kamer gesteld over de Wwft:

Vragen van het lid Nicolaï (Partij voor de Dieren) medegedeeld aan de minister van Financiën inzake de toepassing en uitleg van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (ingezonden 15 april 2022).

Vraag 1
Banken dienen op grond van de Wwft de herkomst van het vermogen van een politiek prominente persoon te controleren.
1.1 Uit welke wettelijke voorschriften volgt dat zij daartoe contact mogen opnemen met rekeninghouders, deze vragen mogen stellen en mogen verlangen dat op die vragen antwoord wordt gegeven?
1.2 Uit welke voorschriften volgt of, en zo ja welke sanctie zij mogen opleggen indien de rekeninghouders geen informatie wensen te verschaffen?
1.3. Indien een rekeninghouder door een bank met vragen is benaderd waarop deze geen onderbouwd antwoord wil of kan geven, is de bank dan in overtreding als zij besluit om het daarbij te laten zitten? Zo ja, uit welke voorschriften blijkt dat? Zo nee, zijn de banken daarvan op de hoogte?

Vraag 2
Als de rekeninghouder gevraagd wordt te specificeren uit welke bronnen zijn privévermogen afkomstig is en daarbij door de bank een aantal mogelijke bronnen genoemd wordt (zoals arbeidsinkomsten, verkoop van onroerend goed, beleggingswinsten) en de rekeninghouder antwoordt dat hij dat niet precies meer weet, is de bank dan bevoegd om van de rekeninghouder te verlangen dat deze dat dient na te gaan? Zo ja, op grond van welke wettelijke voorschriften is de bank daartoe bevoegd?

Vraag 3
Is de bank in het kader van onderzoek naar de ‘bron van het vermogen’ van een politiek prominente persoon bevoegd overlegging van documenten te verlangen? Zo ja, op grond van welke wettelijke voorschriften is de bank daartoe bevoegd?

Vraag 4
In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn voorschriften vervat die gelden voor de uitoefening van bevoegdheden door toezichthouders en verplichtingen van burgers jegens toezichthouders. Is de bank of een medewerker van de bank bij de uitvoering van de Wwft toezichthouder als bedoeld in de Awb?

Vraag 5
In artikel 5:13 Awb is bepaald: ‘Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.’. Artikel 5:20 Awb luidt: ‘Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.’.
5.1. Gelden de in die voorschriften vervatte eisen van noodzakelijkheid en redelijkheid ook voor medewerkers van de bank die zich tegenover een rekeninghouder beroepen op de bevoegdheid om een (verscherpte) controle uit te oefenen of de verplichting om de bron van privévermogen te achterhalen? Zo ja, uit welke voorschriften blijkt dat?
5.2. Welke rechtsmiddelen staan aan de politiek prominente persoon ter beschikking als de bank zulke voor toezichthouders geldende eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en redelijkheid niet in acht neemt?
5.3 Indien een politiek prominente persoon of andere gecontroleerde persoon meerdere bankrekeningen heeft, mag dan een bank vragen naar vermogen dat eventueel op een rekening staat van een andere bank? Zo ja, leidt dat dan niet tot een te vergaande inbreuk op de privacy omdat de bevraagde dan gedwongen is om aan te geven dat hij ook met een concurrerende bank een zakelijke relatie heeft?

Vraag 6
Uit artikel 8 Wwft volgt dat de eisen met betrekking tot onderzoek naar de bron van privévermogen en van verscherpte controle ook gelden voor familieleden van de politiek prominente persoon. Uit artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Wwft blijkt dat kinderen en hun eventuele echtgenoten en ouders van de politiek prominente persoon tot de familieleden worden gerekend op wie de banken hun controlebevoegdheden mogen richten.
6.1 Is de minister bekend of banken ook familieleden van de politiek prominente persoon benaderen?
6.2. Uit welke voorschriften volgt dat banken bevoegd zijn na te gaan en vast te stellen wie de ouders van de politiek prominente persoon zijn en of de politiek prominente persoon kinderen heeft en of deze, en zo ja, met wie deze gehuwd zijn?
6.3. Hebben banken toegang tot persoonsgegevens in overheidsregistraties die beschikken over de gegevens waaruit blijkt wie de ouders van de politiek prominente persoon zijn en of de politiek prominente persoon kinderen heeft en of deze, en zo ja, met wie deze gehuwd zijn? Zo ja, in welke voorschriften is dat geregeld? Zo nee, hoe wordt door banken in de praktijk dan vastgesteld wie de ouders van de politiek prominente persoon zijn en of de politiek prominente persoon kinderen heeft en of deze, en zo ja, met wie deze gehuwd is?
6.4. Als blijkt dat banken bij het onderzoeken wie de ouders van de politiek prominente persoon zijn en of de politiek prominente persoon kinderen heeft en zo ja met wie deze gehuwd zijn, privacyvoorschriften overtreden, welke sancties worden dan van overheidswege tegen die banken getroffen? In hoeveel gevallen is reeds tot sanctietoepassing overgegaan?

Vraag 7
In de Wwft wordt gesproken over ‘verscherpte controle’ die ten aanzien van de politiek prominente persoon moet worden toegepast.
7.1. Wat is het verschil tussen gewone en verscherpte controle? Blijkt dat uit een wettelijke omschrijving van het begrip ‘verscherpte controle’?
7.2. Acht de minister het in overeenstemming met de beginselen van rechtszekerheid en proportionaliteit indien banken verplicht worden tot een ‘verscherpte controle’ indien in de wet niet is aangegeven wat onder ‘verscherpte controle’ dient te worden verstaan?

Vraag 8
Uit artikel 8 Wwft volgt dat de eisen met betrekking tot onderzoek naar de bron van privévermogen en van verscherpte controle ook gelden voor “personen bekend als naaste geassocieerden” van de politiek prominente persoon. Uit artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Wwft blijkt daarbij ook gedoeld wordt op zogeheten ‘uiteindelijk belanghebbenden’ in een rechtspersoon.
8.1 Indien een politiek prominente persoon bestuurslid van een stichting is, volgt dan uit artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit Wwft dat de bank moet achterhalen wie de uiteindelijk belanghebbende van die stichting zijn? Zo ja, wat moet de bank daartoe ondernemen?
8.2 In de afgelopen jaren hebben banken onderzoek gedaan naar de bron van privévermogen van medebestuursleden van stichtingen waarvan een politiek prominente persoon bestuurslid is. Is het juist dat zulk onderzoek alleen mag plaatsvinden als is vastgesteld wie de uiteindelijk belanghebbenden zijn?
8.3. Hoe hebben banken in de periode dat de UBO-registratie bij de Kamer van Koophandel nog niet gerealiseerd was, kunnen vaststellen wie uiteindelijk belanghebbenden zijn in stichtingen waarvan een politiek prominente persoon bestuurslid is?

8.4. Overtreedt een bank de Wwft en privacywetgeving indien zij van een bestuurslid van een stichting waarvan een politiek prominente persoon medebestuurslid is, verlangt dat deze informatie verschaft over de bron van zijn privévermogen terwijl niet aan de hand van een UBO-registratie kon worden vastgesteld dat dit lid als een uiteindelijk belanghebbende moet worden aangemerkt?

Vraag 9
Veel politiek prominente personen zijn bestuurslid van ideële stichtingen.
9.1 Deelt de minister het oordeel van het lid van de Partij voor de Dieren dat het van belang is dat politiek prominente personen aan de maatschappij kunnen bijdragen door lid te worden van ideële stichtingen?
9.2 Deelt de minister het oordeel van het lid van de PvdD dat als het lidmaatschap van een bestuur van een stichting er ineens toe leidt dat in het kader van de Wwft ‘verscherpte controle’ wordt uitgeoefend op medebestuursleden van de politiek prominente persoon en deze worden lastig gevallen over diep in hun privacy ingrijpende vragen over privévermogen, het lastig wordt voor een politiek prominente persoon om deel te nemen aan besturen van stichtingen omdat hij daarmee medebestuursleden belast?

Zorgelijk is dat de Eerste Kamer de witwasbestrijdingswet Wwft heeft aangenomen en dat de leden desondanks kennelijk niet begrijpen wat de regelgeving inhoudt. Het maakt duidelijk dat het bij leden van de Tweede en Eerste Kamer schort aan juridische kennis.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Sanctieregelgevingsupdate

Vanwege de invasie in Oekraïne wijzigen de sanctieregels regelmatig. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken publiceerde daarom onlangs:

Een goede overzichtssite over de sanctieregelgeving (zoals de site topinkomens.nl voor de WNT) bestaat nog steeds niet.

 


Aanvulling 23 mei 2022
Zou de campagne van de ‘onderzoeksjournalisten’ inzake de effectiviteit van de Nederlandse sancties op fabeltjes berusten? Je zou het wel denken als je de antwoorden op vragen uit de Tweede Kamer leest: 12 mei 2022, eerste, tweede, derde; 10 mei 2022, eerste, tweede.

Advocaten krijgen bureaucratische plichten:

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Sanctieregels | Plaats een reactie