Kamervragen in de Eerste Kamer over de Wwft

Het is treurig om te constateren dat tijdens de parlementaire behandeling van de witwasbestrijdingsvoorstellen nauwelijks kritische vragen zijn gesteld en dat die vragen nu pas worden gesteld. Lid van de Eerste Kamer Nicolaï heeft op 15 april jl. de volgende vragen in de Tweede Kamer gesteld over de Wwft:

Vragen van het lid Nicolaï (Partij voor de Dieren) medegedeeld aan de minister van Financiën inzake de toepassing en uitleg van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (ingezonden 15 april 2022).

Vraag 1
Banken dienen op grond van de Wwft de herkomst van het vermogen van een politiek prominente persoon te controleren.
1.1 Uit welke wettelijke voorschriften volgt dat zij daartoe contact mogen opnemen met rekeninghouders, deze vragen mogen stellen en mogen verlangen dat op die vragen antwoord wordt gegeven?
1.2 Uit welke voorschriften volgt of, en zo ja welke sanctie zij mogen opleggen indien de rekeninghouders geen informatie wensen te verschaffen?
1.3. Indien een rekeninghouder door een bank met vragen is benaderd waarop deze geen onderbouwd antwoord wil of kan geven, is de bank dan in overtreding als zij besluit om het daarbij te laten zitten? Zo ja, uit welke voorschriften blijkt dat? Zo nee, zijn de banken daarvan op de hoogte?

Vraag 2
Als de rekeninghouder gevraagd wordt te specificeren uit welke bronnen zijn privévermogen afkomstig is en daarbij door de bank een aantal mogelijke bronnen genoemd wordt (zoals arbeidsinkomsten, verkoop van onroerend goed, beleggingswinsten) en de rekeninghouder antwoordt dat hij dat niet precies meer weet, is de bank dan bevoegd om van de rekeninghouder te verlangen dat deze dat dient na te gaan? Zo ja, op grond van welke wettelijke voorschriften is de bank daartoe bevoegd?

Vraag 3
Is de bank in het kader van onderzoek naar de ‘bron van het vermogen’ van een politiek prominente persoon bevoegd overlegging van documenten te verlangen? Zo ja, op grond van welke wettelijke voorschriften is de bank daartoe bevoegd?

Vraag 4
In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn voorschriften vervat die gelden voor de uitoefening van bevoegdheden door toezichthouders en verplichtingen van burgers jegens toezichthouders. Is de bank of een medewerker van de bank bij de uitvoering van de Wwft toezichthouder als bedoeld in de Awb?

Vraag 5
In artikel 5:13 Awb is bepaald: ‘Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.’. Artikel 5:20 Awb luidt: ‘Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.’.
5.1. Gelden de in die voorschriften vervatte eisen van noodzakelijkheid en redelijkheid ook voor medewerkers van de bank die zich tegenover een rekeninghouder beroepen op de bevoegdheid om een (verscherpte) controle uit te oefenen of de verplichting om de bron van privévermogen te achterhalen? Zo ja, uit welke voorschriften blijkt dat?
5.2. Welke rechtsmiddelen staan aan de politiek prominente persoon ter beschikking als de bank zulke voor toezichthouders geldende eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en redelijkheid niet in acht neemt?
5.3 Indien een politiek prominente persoon of andere gecontroleerde persoon meerdere bankrekeningen heeft, mag dan een bank vragen naar vermogen dat eventueel op een rekening staat van een andere bank? Zo ja, leidt dat dan niet tot een te vergaande inbreuk op de privacy omdat de bevraagde dan gedwongen is om aan te geven dat hij ook met een concurrerende bank een zakelijke relatie heeft?

Vraag 6
Uit artikel 8 Wwft volgt dat de eisen met betrekking tot onderzoek naar de bron van privévermogen en van verscherpte controle ook gelden voor familieleden van de politiek prominente persoon. Uit artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Wwft blijkt dat kinderen en hun eventuele echtgenoten en ouders van de politiek prominente persoon tot de familieleden worden gerekend op wie de banken hun controlebevoegdheden mogen richten.
6.1 Is de minister bekend of banken ook familieleden van de politiek prominente persoon benaderen?
6.2. Uit welke voorschriften volgt dat banken bevoegd zijn na te gaan en vast te stellen wie de ouders van de politiek prominente persoon zijn en of de politiek prominente persoon kinderen heeft en of deze, en zo ja, met wie deze gehuwd zijn?
6.3. Hebben banken toegang tot persoonsgegevens in overheidsregistraties die beschikken over de gegevens waaruit blijkt wie de ouders van de politiek prominente persoon zijn en of de politiek prominente persoon kinderen heeft en of deze, en zo ja, met wie deze gehuwd zijn? Zo ja, in welke voorschriften is dat geregeld? Zo nee, hoe wordt door banken in de praktijk dan vastgesteld wie de ouders van de politiek prominente persoon zijn en of de politiek prominente persoon kinderen heeft en of deze, en zo ja, met wie deze gehuwd is?
6.4. Als blijkt dat banken bij het onderzoeken wie de ouders van de politiek prominente persoon zijn en of de politiek prominente persoon kinderen heeft en zo ja met wie deze gehuwd zijn, privacyvoorschriften overtreden, welke sancties worden dan van overheidswege tegen die banken getroffen? In hoeveel gevallen is reeds tot sanctietoepassing overgegaan?

Vraag 7
In de Wwft wordt gesproken over ‘verscherpte controle’ die ten aanzien van de politiek prominente persoon moet worden toegepast.
7.1. Wat is het verschil tussen gewone en verscherpte controle? Blijkt dat uit een wettelijke omschrijving van het begrip ‘verscherpte controle’?
7.2. Acht de minister het in overeenstemming met de beginselen van rechtszekerheid en proportionaliteit indien banken verplicht worden tot een ‘verscherpte controle’ indien in de wet niet is aangegeven wat onder ‘verscherpte controle’ dient te worden verstaan?

Vraag 8
Uit artikel 8 Wwft volgt dat de eisen met betrekking tot onderzoek naar de bron van privévermogen en van verscherpte controle ook gelden voor “personen bekend als naaste geassocieerden” van de politiek prominente persoon. Uit artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Wwft blijkt daarbij ook gedoeld wordt op zogeheten ‘uiteindelijk belanghebbenden’ in een rechtspersoon.
8.1 Indien een politiek prominente persoon bestuurslid van een stichting is, volgt dan uit artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit Wwft dat de bank moet achterhalen wie de uiteindelijk belanghebbende van die stichting zijn? Zo ja, wat moet de bank daartoe ondernemen?
8.2 In de afgelopen jaren hebben banken onderzoek gedaan naar de bron van privévermogen van medebestuursleden van stichtingen waarvan een politiek prominente persoon bestuurslid is. Is het juist dat zulk onderzoek alleen mag plaatsvinden als is vastgesteld wie de uiteindelijk belanghebbenden zijn?
8.3. Hoe hebben banken in de periode dat de UBO-registratie bij de Kamer van Koophandel nog niet gerealiseerd was, kunnen vaststellen wie uiteindelijk belanghebbenden zijn in stichtingen waarvan een politiek prominente persoon bestuurslid is?

8.4. Overtreedt een bank de Wwft en privacywetgeving indien zij van een bestuurslid van een stichting waarvan een politiek prominente persoon medebestuurslid is, verlangt dat deze informatie verschaft over de bron van zijn privévermogen terwijl niet aan de hand van een UBO-registratie kon worden vastgesteld dat dit lid als een uiteindelijk belanghebbende moet worden aangemerkt?

Vraag 9
Veel politiek prominente personen zijn bestuurslid van ideële stichtingen.
9.1 Deelt de minister het oordeel van het lid van de Partij voor de Dieren dat het van belang is dat politiek prominente personen aan de maatschappij kunnen bijdragen door lid te worden van ideële stichtingen?
9.2 Deelt de minister het oordeel van het lid van de PvdD dat als het lidmaatschap van een bestuur van een stichting er ineens toe leidt dat in het kader van de Wwft ‘verscherpte controle’ wordt uitgeoefend op medebestuursleden van de politiek prominente persoon en deze worden lastig gevallen over diep in hun privacy ingrijpende vragen over privévermogen, het lastig wordt voor een politiek prominente persoon om deel te nemen aan besturen van stichtingen omdat hij daarmee medebestuursleden belast?

Zorgelijk is dat de Eerste Kamer de witwasbestrijdingswet Wwft heeft aangenomen en dat de leden desondanks kennelijk niet begrijpen wat de regelgeving inhoudt. Het maakt duidelijk dat het bij leden van de Tweede en Eerste Kamer schort aan juridische kennis.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s