Raad van State onderzoekt evenredigheid in het bestuursrecht | de lessen van de toeslagenaffaire

Verheugend is dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State naar aanleiding van de toeslagenaffaire heeft besloten beter na te denken over een juiste toepassing van het evenredigheidsbeginsel, onder meer in Wet Damocles-zaken. Lees de aankondiging op de site van de Raad van State.

Het gaat over invordering van een dwangsom van € 50.000 wegens overtreding van de Huisvestingswet nadat eerder een boete was opgelegd en verder over twee Wet Damocles-zaken, waarin de burgemeesters twee woningen voor respectievelijk zes maanden en een jaar hadden gesloten na de vondst van drugs.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

Avondklok bij de kort geding rechter

Vanwege corona wordt inbreuk gemaakt op de grondrechten, waarbij steeds de vraag rijst of die inbreuk gerechtvaardigd is. Vandaag was er vuurwerk, want de kort geding rechter verbood vandaag de avondklok, lees ook het nieuwsbericht van de de rechtbank.

Bij de NOS valt te lezen dat er hoger beroep is ingesteld:

 

 

Zo te zien bij de NOS is er wel commotie maar geen uitspraak in hoger beroep. Er is een wrakingszitting aan de gang:

 

 

Je hoeft het niet in alles eens te zijn met de anti-corona-actievoerders die hier bezig zijn, maar dat er wordt geageerd tegen de avondklok is terecht. In het OMT-advies waarop het kabinetsbesluit gebaseerd was, vond ik geen adequate onderbouwing van de noodzaak. Zoals met veel maatregelen heeft een en ander een hoog “iedereen doet het gehalte”.

Verder valt me op dat het autoverkeer tussen 18 en 21 uur drukker is dan eerder het geval is. Dus het verkeer dat er is na 21 uur is gewoon verschoven.

PS Als de staat ook het hoger beroep verliest zal er wel weer een snelle wetswijziging aankomen, zoals bij de PCR-test.

 


Aanvulling 17 februari 2021
Inmiddels is het kort geding vonnis geschorst en broedt het gerechtshof op het hoger beroep.

Avondklokspoedwet
En inderdaad: net als bij de PCR-test komt er weer een spoedwet. Het dossier Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19 is te vinden op de site van de Eerste Kamer, op overheid.nl en uiteraard op de site van de Tweede Kamer, waar is te zien dat er ‘s-ochtends eerst een technische briefing plaats vindt en daarna een plenaire vergadering, die tot half zeven kan duren.

De Raad van State:

Dit laat onverlet dat een met het oog op de grondrechten noodzakelijke belangenafweging moet geschieden aan de hand van informatie die zo actueel en volledig mogelijk is. Een enkele verwijzing naar de eerder gemaakte grondrechtelijke afweging volstaat daarbij niet. De toelichting dient een zelfstandig leesbare motivering te bevatten. De OMT-adviezen kunnen vanzelfsprekend daarbij een belangrijke rol spelen, maar de uiteindelijke afweging kan, gelet op de andere ook in het geding zijnde belangen, niet uitsluitend op die adviezen zijn gebaseerd. Mede gelet op de aard van de voorgestelde maatregel, is daarom van belang dat in de toelichting voor parlement en samenleving zo duidelijk mogelijk wordt uiteengezet hoe de belangen naar de actuele stand van zaken zijn afgewogen en op welke wijze in verband daarmee de proportionaliteit van de voorgestelde maatregel wordt gemotiveerd.

Volgens de reactie in het nader rapport, heeft het kabinet daar voor gezorgd in de memorie van toelichting. In het wetsvoorstel wordt niet gesproken over een avondklok, maar veel breder over “het vertoeven in de openlucht“, dus dit middel kan dan ook overdag worden ingezet.

Opvallend aan de memorie van toelichting is dat uitgebreid wordt gesproken over de ernst van corona. Dat zal best juist zijn maar heeft niets te maken met waar het om gaat: nut en noodzaak van de avondklok. Pas in de een na laatste alinea van pagina 3 verschijnt de avondklok: tijdens de avondklok is de mobiliteit afgenomen veronderstelt men. Er wordt niets gezegd over de mobiliteit in de uren voor 21 uur, het zou me niets verbazen als die is toegenomen. Op pagina 4 bovenaan wordt vermeld dat het OMT vermoedt dat er een reductie van 10% is opgetreden, die wordt toegeschreven aan de avondklok en ‘de bezoekregel’. Meer dan vermoedens lijken dit niet te zijn. Toch wordt stellig gezegd dat het effect “een circa 10% reductie van de Rt” zou zijn. Op 2 februari schreef de Minister van Gezondheid nog dat het niet mogelijk is “om het unieke effect van afzonderlijke maatregelen te bepalen“.

Buitenlucht
Overigens blijft het fascinerend dat men veronderstelt dat vertoeven in de buitenlucht een risico op besmetting zou opleveren. Ik had begrepen dat het doel van de avondklok juist is om dat mensen elkaar minder zouden ontmoeten en dat dit zou worden bereikt met minder vervoersbewegingen.

Wim Voermans
Hoogleraar Wim Voermans (twitter) is druk met de avondklok bezig. Hij deed een optreden in Nieuwsuur:

 

 

Bas Jacobs
Nog wat tegenspraak van Bas Jacobs:

 

 

De horeca gaat ten onder:

 

 


Aanvulling 6 april 2021 | Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19
Het openlucht wetsvoorstel staat op de agenda van de procedurevergadering van 14 april 2021. De laatste documenten zijn de nota naar aanleiding van het verslag van 18 februari jl. en de brief van 22 februari jl. In de brief van 22 februari staat dat de tijdelijke wet op 19 februari door de Eerste Kamer is aangenomen en op 22 februari in het Staatsblad is gepubliceerd (hier), waarmee de wet op 22 februari in werking is getreden. De avondklok is in die wet en in de Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19 geregeld. Het dossier van de wet is te vinden op overheid.nl.

Wederom is een wetgevingssnelheidsrecord gehaald.

Aanvulling 6 mei 2021
De avondklok is inmiddels vervallen.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Publicatieplicht voor stichtingen

Er is een wetsvoorstel ingediend waarin een publicatieplicht voor stichtingen wordt voorgesteld. Mijn standpunt:

Ik betwijfel of publicatie van de balans en de staat van baten enige toegevoegde waarde heeft bij bestrijding van crimineel gebruik van stichtingen en ik geloof ook niet dat Wwft-plichtige instellingen er nuttige informatie aan kunnen ontlenen.
Een groot deel van de stichtingen wordt gerund door (goedwillende) vrijwilligers met een beperkte boekhoudkundige kennis. Ik denk de waarde van de openbaar gemaakte informatie beperkt zal zijn.

Ik ben daarom tegen het voorgestelde artikel 299b. Het levert een overbodige administratieve last op en leidt niet tot het gewenste doel.

Als de rijksoverheid iets wil doen aan misbruik van stichtingen, ligt het meer voor de hand om het hele stichtingenrecht aan te passen en een beter instrumentarium te creëren om stichtingen te kunnen aanpakken. Daarbij kan worden gedacht aan:
– Meer mogelijkheden voor belanghebbenden om bestuurders ter verantwoording te roepen.
– Mogelijkheden voor de overheid om financiële of fiscale informatie bij een stichting op te vragen als er aanwijzingen zijn voor criminele activiteiten.
– Meer mogelijkheden om het bestuur tijdelijk opzij te zetten en een tijdelijke bestuurder te benoemen.

Dit komt overeen met mijn consultatiebijdrage uit 2010, die nog steeds hier is te vinden.

Geplaatst in Jaarverslaggeving, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Tags: , , | 2 reacties

Psychologie van het toezicht gaat niet over de toezichthouders en ook niet over de regels en de marketing er van | Wwft, Wft

Op 7 december 2020 hield Elianne van Steenbergen, bijzonder hoogleraar, verbonden aan de Autoriteit Financiële Markten, een oratie over de psychologie van het toezicht. De oratie heet ‘Psychologie van Toezicht: hoe mensen in organisaties gestimuleerd worden ‘het goede’ te doen‘ en is hier te bekijken. Uit haar pagina op de site van de universiteit blijkt dat haar onderzoek zich richt op het bevorderen van nalevingsgedrag en ethisch gedrag van managers en medewerkers in organisaties. Anders gezegd: het onderzoek beperkt zich tot de subjecten van het toezicht.

Opmerkelijk is dat de psychologie van (makers van) de financiële regelgeving en van de toezichthouders zelf geen onderwerp van het onderzoek lijken te zijn, terwijl ook daar belangrijke psychologische componenten kunnen worden onderkend, waarbij ik voorbeelden uit de witwasbestrijding geef:

  • Hoe komt het dat de witwasbestrijdingsregelgeving uniform wordt opgelegd aan zowel zeer grote ondernemingen (zoals banken) als aan ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf en dat van al deze verschillende typen organisaties hetzelfde wordt verwacht? (Waarbij het zelfs de grote organisaties niet lukt.) Welke psychologie zit daar achter? Komt het omdat de mensen die de regels bedenken dit doen vanuit grote organisaties en zonder kennis van kleinere verbanden?
  • Hoe komt het dat intelligente tegenspraak ontbreekt als het gaat om de concepten van de witwasbestrijding. Waarom wordt het publieke discours beheerst door politici (die voor de Bühne steeds roepen dat zij de misdaad zou goed bestrijden) en door politieke journalisten (die om de twee maanden weer mooie criminele verhalen publiceren) en waarom is er geen ruimte voor en discussie van hoog niveau over de concepten?
  • Hoe komt het dat goed opgeleide parlementariërs van het Nederlandse parlement en het Europese parlement accepteren dat regels worden voorgeschreven door een niet-democratische internationale organisatie (FATF), die op politieke gronden waarderingen toekent?
  • Hoe komt het dat risicoprofilering en surveillance een centrale rol spelen in de bestrijding van witwassen en terrorisme en dat respect voor de mensenrechten en de privacy door de wettenmakers alleen met de mond wordt beleden? Zelfs de toeslagenaffaire heeft geen invloed op het denken van parlement en bestuur.
  • Hoe komt het dat de schadelijke effecten van de regelgeving, zoals de-risking en discriminatie, worden genegeerd?
  • Wat is de reden dat door de overheid gesponsorde politieke not-for-profit-organisaties zoals Transparancy International zo’n belangrijke rol spelen bij de marketing van de witwasbestrijding?

Zo zijn er vele andere vragen te stellen, waarop mevrouw Van Steenbergen helaas geen antwoord gaat geven.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Witwasbestrijding is mislukt | Hoogenboom en de Wwft

In het NRC is een redelijk slim artikel over de mislukking van de witwasbestrijding verschenen, ‘Witwasaanpak bestaat te veel uit praten’ (betaalmuur), een interview met hoogleraar Bob Hoogenboom. Hij is afkomstig van de Politieacademie, wat verklaart dat zijn mening over de overheidskant van de witwasbestrijding genuanceerder is dan zijn oordeel over de private ondernemingen met een criminaliteitsbestrijdingstaak (zoals makelaars en notarissen).

Zoals zo vaak wordt ook door Hoogenboom verondersteld dat het voor private ondernemingen ‘makkelijk’ zou zijn om als verlengstuk van de opsporing te functioneren.

Notarissen
Er zijn binnen de overheid mensen die er anders over denken en  vinden dat over het meldgedrag van notarissen niet geklaagd hoeft te worden, omdat het best goed gaat, zowel wat betreft kwantiteit als de kwaliteit van de meldingen. Er zitten een paar rotte appels in de beroepsgroep, het zijn net mensen, zo hoor ik.

Makelaars
Hoogenboom stelt voor dat makelaar een beschermd beroep moet worden, maar het is de vraag of meer papier en meer regels de oplossing zijn voor de onderliggende problemen. Het valt te betwijfelen of de brancheorganisaties in de makelaardij de problemen kunnen ondervangen. Nu maar hopen dat er geen symboolmaatregelen komen, zoals het afleggen van een eed (zoals bankmedewerkers).

Ik hoor dat bij verhuurmakelaars vreemde dingen voorkomen, zie ook mijn eerdere bericht over AMLC. Reguliere makelaars verbonden aan de brancheorganisaties hebben weinig trek in verhuur; verkopen is leuk, maar verhuren is lastig. Een verkoper of koper een keertje blij maken is makkelijker dan een verhuurder blij houden tijdens de hele duur van de overeenkomst.

Beperken van particuliere verhuurders
Het is de vraag of het opleggen van beperkingen aan particuliere verhuurders wel een oplossing biedt. Hebben de mensen die voor dergelijke plannen verantwoordelijk zijn wel voldoende contact met de realiteit en hebben ze gedacht aan thema’s als:

  • Contractsvrijheid en het ongestoorde genot van je eigendom.
  • De krapte op de woningmarkt, koop en huur.
  • Verstoring van de woningmarkt door de hypotheekrente-aftrek.
  • Niet goed functioneren van het systeem van sociale verhuur

Nieuwe regels kunnen de markt alleen maar verder verstoren.

Het functioneren van de overheidskant van de witwasbestrijding
Op dit moment wordt verondersteld dat meer mensen aanstellen bij de witwasinstanties, zoals FIU-Nederland en BFT, een oplossing zou zijn. Het is de vraag of dit gaat werken, omdat kwalitatief goede mensen lastig te vinden zijn (en die kwaliteit is nodig, zoals uit mijn AMLC artikel is af te leiden).

Mij lijkt nog steeds dat er naar het totaalconcept van de witwasbestrijding moet worden gekeken, in plaats van nóg een ‘team’ of een ‘commissie’ op te richten. Een verzuchting uit de overheidskant:

De vergelijking met de matroesjkas is treffend. Ik word helemaal gek van alle initiatieven, projecten, samenwerkingsverbanden, taskforces, teams met het woord ondermijning in hun naam, etc. De een weet van het bestaan van de ander niet af en ze zijn allemaal bezig om het wiel opnieuw uit te vinden. En na een paar jaar begint het hele circus weer van voor af aan.

 Het moet anders en beter!
Waar we naar toe moeten:

  1. Kijk naar de regelgeving en de systemen die door criminelen misbruikt worden en pas deze zo goed mogelijk aan. Voorkomen is beter dan genezen.
  2. Leg aan private ondernemingen haalbare verplichtingen op en houdt rekening met het kennisniveau en de informatiepositie. Dus laat de bank doen wat de bank goed kan. Geef aan een makelaar taken die hij kan begrijpen (lees dit artikel over de Wwft-onkunde rondom de makelaardij). Zorg er voor dat de verplichtingen ook voor mkb-ondernemingen uitvoerbaar zijn.
  3. Zorg voor goede informatievoorziening. Weg met alle leidraden en andere uitingen van overheidsinstanties die zichzelf moeten bewijzen en budget willen binnenhalen.
  4. Streef naar meldingen van ongebruikelijke transacties van hoge kwaliteit. Dit hangt nauw samen met 2.
  5. Verhoog de kwaliteit aan de kant van de opsporing c.a. (FIU-Nederland, BFT, AMLC, FEC) en laat uit de private sector niet alleen de banken meedenken bij nieuwe regelgeving.

 


Aanvulling 16 februari 2021
Jammer dat VNO-NCW niet inziet dat we met de criminaliteitsbestrijding op de verkeerde weg zijn, zie hun bericht ‘Meer samenwerking nodig om witwaspraktijken vastgoedsector te voorkomen’.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Onveilige verificatie van de identiteit door een financiële instelling

Financiële instellingen houden er onveilige praktijken op na, die een risico opleveren voor klanten, zowel consumenten als bedrijven en organisaties. Één van die onveilige praktijken is dat financiële instellingen via e-mail vertrouwelijke gegevens opvragen terwijl e-mail onveilig is. Een lezer schreef mij er onlangs over:

Vanmorgen heb ik weer een voorbeeld meegemaakt van (naar mijn mening) ongeoorloofd vragen naar identiteitsbewijzen.
Ik probeerde een account bij *** Verzekeringen aan te maken, om de status van mijn lijfrenteverzekering te bekijken.
Een account aanmaken kan via het ontvangen van codes per post, of via iDIN.
Bij een poging de codes per post te ontvangen bleef ik steken bij het invoeren van een buitenlandse postcode: dit is niet mogelijk.
Bij het telefonisch contact bleek dat ik om mij te identificeren een kopie van mijn paspoort per e-mail zou moeten sturen. Aangezien ik dit dus weiger, kan ik geen account aanmaken bij ***.
Van iDIN weet ik nog te weinig om het te vertrouwen.

Mijn reactie:

Bizar dat om een ID per e-mail wordt gevraagd. Het blijft raar dat banken en andere financiële instellingen geen beveiligde filetransfer mogelijkheid aanbieden.

Wat ik van iDIN weet is dat het veilig zou moeten zijn, bij de Consumentenbond is uitleg te vinden: https://www.consumentenbond.nl/betaalrekening/idin, maar er is ook kritiek (https://kassa.bnnvara.nl/vraag-beantwoord/vraag/geldzaken-recht/idin-is-niet-veilig).  Ik heb het niet getest maar ik ben ook geen techneut.

Bij dit soort diensten zou een onafhankelijke keuringsinstantie moeten zijn, die de IT en organisatie diepgaand keurt.

In ieder geval is iDIN beter dan e-mail.

Als u zin heeft, hoop ik dat u bij *** een klacht indient over het opvragen van een kopie ID per e-mail. Overigens blijft het raar dat zij met een kopie ID werken, aangezien de Wwft en de Wft uitgaan van verificatie van de identiteit, dus het inzien van een origineel en daarna maken van een kopie (of een veilige digitale verificatie).

Iedereen kan andermans ID e-mailen…

 

Vragen aan de lezers
Misschien dat lezers het weten en kunnen reageren:

  1. Waarom is er geen betere overheidsvoorlichting over de onveiligheid van e-mail?
  2. Hoe komt het dat financiële instellingen, zoals banken en verzekeringsmaatschappijen geen veilige bestandsuitwisseling aanbieden terwijl dit op grond van de AVG wel verplicht is?
  3. Is iDIN een veilige methode en zo ja, waar kan dat uit worden afgeleid? Wordt iDIN technisch en organisatorisch geaudit en zo ja, waar zijn de rapportages te vinden?

Ik ben benieuwd naar de reacties.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Tips voor de Brievenbussencommissie | doorstroomvennootschappen

Het begrip ‘brievenbusmaatschappij’ wordt in de politieke marketing afwisselend gebruikt voor fiscale doorstroomvennootschappen, holdingmaatschappijen, BFI’s en alle soorten rechtspersonen. Gelukkig is er nu een commissie van wijzen ingesteld die klaarheid gaat brengen.

In een brief aan de Tweede Kamer is de taakopdracht vermeld, waarin onder meer is opgenomen dat de commissie  het begrip doorstroomvennootschap zelf mag definiëren. Dus het is nog even afwachten of de commissie alle soorten rechtspersonen gaat bestuderen, dan wel een deelcategorie. Over de taakopdracht staat in de brief:

Taakopdracht commissie
De commissie krijgt de opdracht om onderzoek te doen naar het fenomeen doorstroomvennootschappen in al zijn aspecten en te adviseren over beleidsopties naar aanleiding van dit onderzoek. Er wordt nadrukkelijk gekozen voor een commissie met een bredere taakopdracht, zodat de vraagstelling de richting van het onderzoek niet bepaalt. Wel wordt aan de commissie een lijst meegegeven van onderwerpen die nader kunnen worden onderzocht:

  • Welke invulling van het begrip doorstroomvennootschap wordt gehanteerd?
  • Wat is de aard, oorzaak en omvang van het gebruik van doorstroomvennootschappen?
  • Wat is de invloed van doorstroomvennootschappen op de economie, waaronder op de werkgelegenheid?
  • Welke soort werkgelegenheid is hiermee gemoeid?
  • Hoeveel belasting dragen doorstroomvennootschappen in Nederland af en hoe staat dit in verhouding tot hun bijdrage aan de reële economie?
  • Wat is de rol van de fiscaliteit bij deze problematiek?
  • Wat is de impact van ons verdragennetwerk (niet zijnde belastingverdragen, maar bijvoorbeeld investeringsverdragen) op de afweging van bedrijven om gebruik te maken van een doorstroomvennootschap in Nederland?
  • Welke invloed zullen de bronbelasting op renten, royalty’s en de aangekondigde bronbelasting op dividenden hebben op de doorstroomvennootschappen?
  • Wat is de rol van tussenpersonen (zoals trustkantoren en adviseurs)?
  • Welke invloed hebben de recente aanscherpingen van de Wet toezicht trustkantoren en de aangekondigde aanscherpingen van die wet op doorstroomvennootschappen? Zijn er nadere maatregelen nodig op het terrein van dienstverlening aan doorstroomvennootschappen (toezegging aan het lid Omtzigt (CDA)).[1]
  • Wat is de samenhang tussen witwassen en belastingontwijking (motie Snels/Groothuizen)?[2]
  • Waarom speelt het gebruik van doorstroomvennootschappen juist zo in Nederland? Hoe gaan andere landen met deze problematiek om?
  • Wat is de invloed van Europeesrechtelijke en internationale ontwikkelingen op het bestaan van doorstroomvennootschappen?
  • Is het gebruik van doorstroomvennootschappen (on)wenselijk?
  • Welke fiscale en niet-fiscale beleidsopties zijn er om ongewenst gebruik van doorstroomvennootschappen te bestrijden?

[1] Plenaire behandeling Pakket Belastingplan 2021, 11 november 2020, ongecorrigeerd stenogram, p. 50.

[2] Kamerstukken II 2019/20, 31 477, nr. 46.

 

Commissie met hofleverancier Unger
In de commissie mag natuurlijk de hofleverancier van de overheid, mevrouw Brigitte Unger, niet ontbreken. Verder zijn Martin Bergwerff (belastingadviseur OECD), Anja de Haan (Belastingdienst), Henk Vording (hoogleraar belastingrecht) en Francis Weyzig (auteur van een boek over belastingheffing bij multinationals in ontwikkelingslanden) lid van de commissie. De enige die ik niet kan thuis brengen is Pieter Moore.

Mogelijk is mevrouw Unger de enige niet-fiscalist van het gezelschap, eventueel samen met Moore.

Trustkantorenkennis?
Zo te zien is er geen kennis op het gebied van de trustkantorenwetgeving vertegenwoordigd. Misschien is dat niet nodig, nu er nauwelijks meer doorstroomvennootschappen in de zin van de Wet toezicht trustkantoren 2018 meer zijn.

In mei vorig jaar constateerde ik al dat het voorstel om de Wtt-2018-doorstroomvennootschappen af te schaffen pure symboliek is, wat blijkt uit het verslag van DNB over het kalenderjaar 2018. Daarin staat dat “het aantal doorstroomvennootschappen is gedaald van 132 medio 2013 naar 27 eind 2017” (kennelijk omvat dat ook doorstroomvennootschappen die niet van trustkantoren zijn). Het aantal trustkantoren die volgens DNB gebruik maken van doorstroomvennootschappen is in de periode 2013-2017 gedaald van 50 naar 19.

Tips voor de Brievenbussencommissie:

  • Steek niet te veel tijd in de Wtt-2018-doorstroomvennootschap want dat is zonde van de tijd.
  • Leg nog eens uit aan kamerlid Omtzigt wat een Wtt-2018-doorstroomvennootschap is.

 

Meer informatie:

 

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren

 


Aanvulling 12 mei 2021
Gekeken of het rapport er al is, dat blijkt niet het geval. In een brief van 23 april jl. wordt over de voortgang geschreven:

Commissie doorstroomvennootschappen
Tijdens de plenaire behandeling van de Fiscale verzamelwet 2021 op 8 september 2020 heb ik uw Kamer toegezegd een brief te sturen met een onderzoeksopzet over een commissie Ter Haar II over doorstroomvennootschappen. [14] Verder heb ik uw Kamer tijdens het tweede wetgevingsoverleg over het Pakket Belastingplan 2021 op 2 november 2020 [15] toegezegd dat er geen partners van advieskantoren worden vertegenwoordigd in de Commissie doorstroomvennootschappen en dat ik de eindrapportage van deze Commissie voor de verkiezingen met uw Kamer zal delen. Daarnaast heb ik tijdens de plenaire behandeling van het Pakket Belastingplan 2021 op 11 november 2020 [16] toegezegd om de vraag, of nadere maatregelen op het gebied van dienstverlening aan doorstroomvennootschappen nodig zijn, mee te geven aan de Commissie doorstroomvennootschappen. In de brief van 12 februari 2021 [17] heb ik uw kamer geïnformeerd over de samenstelling en taakopdracht van deze commissie.

Daarmee beschouw ik deze toezeggingen als afgedaan. Voor de volledigheid merk ik nog op dat de Commissie pas in de tweede helft van februari is begonnen met haar werkzaamheden en dat het daarom niet mogelijk is geweest de eindrapportage voor de verkiezingen met uw Kamer te delen.

[14] Handelingen II 2019/20, item 98, nr. 25, blz. 38.
[15] Kamerstuk 35 572, nr. 78, blz. 49.
[16] Handelingen II, 2020/21, item 23, nr. 11, p. 32.
[17] Kamerstuk 32 140, nr. 83.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , | Plaats een reactie

Op zoek naar hapklare brokken voor de surveillance-systemen van de banken | Nota Tweede Kamer over nieuwe witwasbestrijdingsregelgeving

Witwasbestrijdingswatchers zijn gewend aan het eenvormige proza over witwasbestrijding zoals wordt geproduceerd door het Ministerie van Financiën, dat vanwege de discriminatoire praktijken eigenlijk het Ministerie van Discriminatie zou moeten heten. Ongestoord door de toeslagenaffaire gaat dat ministerie, daarin gesteund door bijna de gehele Tweede Kamer, door op de weg van discriminatie en profilering, die een kenmerk zijn van de witwasbestrijdingsregelgeving.

Europa wil harmoniseren
De kern van de witwasbestrijdingsregels komt uit Europa, waar men niet stil zit. Al eerder schreef ik hoe burgers en organisaties moeten huiveren voor wat er in aantocht is: de Europese antiwitwasverordening (Anti-Money Laundering Regulation, AMLR), waarin de regels zullen worden geharmoniseerd.

De one-size-fits-all aanpak die nu al geldt binnen Nederland voor een kleurrijke groep van ondernemingen (Wwft-plichtigen), zal straks gelden in alle EU-staten. Waarbij Europa de nationale rechtssystemen niet gaat harmoniseren. Wel zal wellicht het midden- en kleinbedrijf worden uitgeroeid, voor zo het Wwft-plichtigen betreft. Want het grootbedrijf is al niet tot naleving in staat, laat staan het mkb.

Nota Van der Linde en Alkaya over de Europese plannen
In december 2020 is een nota over de nieuwe Europese plannen uitgebracht door twee rapporteurs, leden van de Tweede Kamer, Van der Linde (VVD) en Alkaya (SP). De nota is bestemd voor de vaste commissies voor Financiën en Europese Zaken van de Tweede Kamer.

Nu het proza van het Ministerie van Financiën zo eenvormig is, is het een opluchting om het witwasbestrijdingsverhaal op een andere manier geformuleerd te zien. Dus ook al staat er weinig nieuws in, ik raad witwasbestrijdingswatchers het lezen van de nota aan.

Uit de samenwerking tussen VVD en SP valt af te leiden dat over het onderwerp witwasbestrijding kamerbrede overeenstemming is. Jammer genoeg worden er ook kamerbrede fouten gemaakt, die in de nota zijn terug te vinden. Zo vallen te noemen:

  • Als er over ‘relevante actoren‘ wordt gesproken wordt nooit gesproken over alle Wwft-plichtigen of hun klanten, die veel tijd en geld kwijt zijn aan de ineffectieve bureaucratie.
  • Als er met ‘de sector’ wordt gesproken gaat dat alleen over banken en overheidsinstanties, waarbij – verfrissend – wordt geconstateerd dat bankennog te veel [varen] met veel te grote sleepnetten door de zee van data” en veel zinloze meldingen van ongebruikelijke transacties doen, die FIU-Nederland vervolgens niet aankan [1]. Ook elders in de nota gaat het vrijwel alleen over banken.
  • De rapporteurs constateren dat de regels snel veranderen [2], maar leveren daar geen kritiek op. Zij vragen zich niet af wat de gevolgen voor ondernemingen zijn.
  • Op de problemen die de FIU’s ondervinden met de witwasbestrijding wordt wel ingegaan [3], de praktijk van de Wwft-plichtigen wordt genegeerd.
  • Voor de verschillende type ondernemingen die de witwasbestrijdingsregels moeten naleven en over de haalbaarheid bestaat geen belangstelling [4].
  • De rapporteurs hebben een naïef geloof in gegevensuitwisseling en “slimmere inzet van techniek en datagebruik“, terwijl de toeslagenaffaire zou moeten leren dat risicoprofilering zeer gevaarlijk is. Ook zorgelijk is dat zij de door de banken gecreëerde pseudo-overheid, Transactie Monitoring Nederland (TMNL) toejuichen. Opvallend is dat de partij van rapporteur Alkaya, de SP, tegen de wet stemde die TMNL mogelijk moet maken [5].
  • Er wordt verkondigd dat de privacyregelgeving aan de misdaadbestrijding in de weg zou staan. Zoals ik al eerder schreef is het doel van de AVG om misbruik en discriminatie door de overheid en door grote private partijen te bestrijden. Juist aan de risicoprofilering van alle burgers, ondernemingen en organisaties zijn grote risico’s verbonden. Risicoprofilering door private ondernemingen, zoals banken en accountantskantoren, is levensgevaarlijk. Naar mijn mening is de kritiek van organisaties als Privacy First en Platform Burgerrechten op de gegevensdelingswet terecht. [6]
  • Nederland heeft dacht ik zes witwasbestrijdingstoezichthouders, met allen hun eigen websites met eigen leidraden (waarin zij eigen regels bij bedenken), waar dan ook nog de leidraad van het Ministerie van Financiën komt plus allerlei uitingen van brancheorganisaties.  Samen creëren zij een witwasbestrijdingschaos (1, 2, 3). De rapporteurs reppen daar niet over (het zal niet in hun kraam te pas komen), terwijl het binnen Nederland een stuk overzichtelijker zou worden als er één witwasbestrijdingswebsite zou zijn, een fatsoenlijke database en diverse andere maatregelen om eigenwijze toezichthouders in te perken. (Mogelijk in andere EU-landen net zo.) Maar nee: er moet Europees geharmoniseerd worden. [7]
  • Er is volgens de rapporteurs een ‘Nederlands model‘ in de witwasbestrijding. [8] Als dat er is, is het de navolging niet waard, want ik zie alleen maar uitwassen en mislukking.
  • In plaats van afschaffing van het ubo-register wordt gepleit voor ‘eenduidige definities’ van de ubo. [9]
  • Bij het naïeve geloof in IT past dat de rapporteurs geloven in Europese definities en duidelijkheid rondom de witwasbestrijdingsbegrippen en dergelijke, bijvoorbeeld in de vorm van een data taxonomie. [10] Er wordt heel makkelijk over de verschillen tussen de landen en tussen juridische systemen heen gestapt. Ik begrijp wel dat banken en cryptopartijen daar om vragen, die zijn op zoek naar hapklare brokken waarmee zij hun computers kunnen voeden. Dit is veel te optimistisch.
  • Er wordt gezegd dat er brede steun voor een Europese toezichthouder zou zijn, ik neem aan een brede steun van de banken. [11] Of Europees witwastoezicht op banken nuttig is, kan ik niet beoordelen, maar een Europees witwastoezicht op de veelheid van ondernemingen (met specifieke nationale kenmerken) die onder de regelgeving vallen, is ongewenst. Grensoverschrijdende vraagstukken zijn geen reden voor Europees toezicht. Bovendien wordt er veel te ‘groot’ gedacht.
  • Bij bespreking van de coördinatie tussen de FIU’s [12] wordt vergeten dat het niet alleen om personele capaciteit en IT gaat, maar ook om inhoudelijke kwaliteit. Bij FIU-Nederland maak ik me daar grote zorgen over, niet alleen over hun vreemde korte berichten (voorbeeld) maar ook inhoudelijk (zoals bijvoorbeeld bleek uit de verdwenen factsheet over de not-for-profit). Bij de organisatie van FIU’s, de Egmont groep, kom ik eveneens dingen tegen die me niet bevallen (voorbeeld). Deze signalen geven mij grote zorgen.

 

Tot slot

Uit de nota blijkt dat rapporteurs op de verkeerde weg zijn. Ook met de Tweede Kamer is dat het geval.

Niet de private misdaadbestrijding (door bijvoorbeeld banken) moet veranderen. Het zijn de nationale juridische systemen in de Europese Unie die moeten worden aangepakt, zodat het voor criminelen minder makkelijk wordt die juridische systemen te misbruiken.

Wat mij betreft moet het aantal witwasbestrijdingsplichtigen drastisch worden beperkt tot ondernemingen die redelijkerwijs tot cliëntenonderzoek en transactiemonitoring in staat zijn. Bij degenen die niet langer witwasbestrijdingsplichtig zijn, is het in de meeste gevallen voldoende om hen een identificatie-/verificatieplicht op te leggen en is het niet nodig hen lastig te vallen met transactiemonitoring of de analyse van de zeggenschapsstructuur.

Er zijn nog veel verbeteringen mogelijk. Maar dat interesseert de Tweede Kamer niet.

De witwasbestrijdingsmachine dendert nietsontziend door. De surveillance maatschappij komt er onherroepelijk aan.

 

Vindplaats nota: site Tweede Kamer.

 

Noten

[1] Pagina 1. Zie ook pagina 4 eerste alinea over de mislukking van de witwasbestrijding door “de grote Nederlandse financiële spelers” dat moet worden vertaald met ‘banken’. Op pagina 6 wordt gesproken over brede steun bij ‘financiële spelers’ (= banken) en ‘cryptobedrijven’ (zou dat zou zijn? zijn ook een soort banken).

[2] Pagina 2, “Hierdoor is de Commissie overtuigd geraakt dat bestaande regels, zelfs als deze nog niet (volledig) zijn geïmplementeerd, moeten worden vervangen in een verordening.

[3] Zie de tweede alinea van pagina 3.

[4] Op pagina 3 onderaan wordt heel makkelijk gezegd dat het Europese toezicht kan beginnen met een kleine groep (waarschijnlijk de grootbanken) en het toezicht dan op “incrementele wijze [kan] worden verbreed”, net alsof alle witwasbestrijdingsplichtigen hetzelfde zijn.

[5] Pagina’s 4-5. Zie ook slot pagina 8 en begin pagina 9.

[6] Privacy is verdacht, zo vinden ze bij de opsporing en ook de overheden zijn alleen in privacy geïnteresseerd als het niet om misdaadbestrijding gaat.

[7] Lees bijvoorbeeld het harmonisatiepleidooi op pagina 6, tweede alinea (‘gesprekspartners’, dat zijn natuurlijk de banken).

[8] Pagina 7, tweede alinea, tweede bullet.

[9] Pagina 7, midden. Zie ook pagina 8, waaruit blijkt dat banken de complete gegevens van het ubo-register willen hebben. Onbegrijpelijk, want die gegevens vragen zij al bij hun klant op.

[10] Pagina 7.

[11] Pagina 9 onderaan, begin pagina 10. Het Europese bankentoezicht wordt als voorbeeld genoemd.

[12] Pagina 11.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Nieuwe leidraad DNB inzake Wwft en sanctieregelgeving | de bank als verlengstuk van de opsporing en de druk op het mkb

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft een nieuwe leidraad inzake witwasbestrijding en sanctieregelgeving uitgebracht, gericht op de ondernemingen waarop DNB het witwasbestrijdings- en sanctieregelgevingstoezicht houdt, zoals banken en trustkantoren. Welke exacte wijzigingen in de leidraad zijn opgenomen ten opzicht van de vorige, die van december 2019 dateert, heeft DNB niet bekend gemaakt.

De hoge snelheid waarin de criminaliteitsbestrijdingstaken van private ondernemingen (zoals banken) wijzigen, wordt duidelijk uit het snelle uitkomen van de nieuwe leidraad. Binnenkort zijn ingrijpende wijzigingen te verwachten door de Europese antiwitwasverordening die in aantocht is.

De bank als verlengstuk van de opsporing
Burgers die zich afvragen waarom banken zulke vreemde vragen aan hen stellen, kunnen door het lezen van de leidraad zien wat banken geacht worden te doen, naast het controleren van de identiteit aan de hand van een identiteitsbewijs:

  • De bank moet de klant in een risicocategorie indelen (zie paragraaf 3.4). Welke categorie dat is, krijgt de consument, ondernemer of organisatie niet te horen, laat staan dat deze kan verifiëren of de bank wel van juiste veronderstellingen uitgaat.
  • De  bank moet het doel en de aard van de zakelijke relatie met de klant vaststellen (paragraaf 4.6).
  • De bank moet zo nodig de bron van de middelen van de klant vaststellen (paragraaf 4.7).
  • In bepaalde situaties moet de bank extra onderzoek doen omdat de klant wordt verondersteld extra riskant te zijn (‘hoog-risico’). Voorbeeld: een lid van de Eerste Kamer wordt geacht als ‘politiek prominente persoon’ (‘PEP’) een hoog risico op criminaliteit op te leveren en moet extra door de bank worden onderzocht.
  • De bank moet alle transacties van alle klanten analyseren (‘monitoren’, oftewel surveilleren) en nagaan of de klant zich met criminele handelingen zou kunnen bezig houden, hoofdstuk 5 (zo ja: dan moet de bank een melding doen bij FIU-Nederland, paragrafen 5.5 en 5.6).

De witwasbestrijdingsregels zijn zo ingewikkeld dat naleving er van alleen mogelijk is voor grote ondernemingen, maar ook zij tobben er mee, zoals we weten uit de berichtgeving over banken.

Bij de totstandkoming van dit soort regelgeving wordt het midden- en kleinbedrijf door de wetgevers bewust vergeten.

Door regeldruk verdwijnen mkb-ondernemers
Mijn verwachting is dat mkb-ondernemers over enige tijd vanwege de regeldruk in een aantal branches niet meer actief zullen zijn. Daartoe zullen een aantal branches behoren die net als banken als verlengstuk van de opsporing moeten optreden.

Deze trend dat alleen de groten het bolwerken is al zichtbaar in de sector van de boekhoudkantoren en accountants. Het aantal accountantskantoren dat de controle doet bij grote ondernemingen (de zogenaamde ‘oob-kantoren’) bestaat alleen nog uit de ‘Big 4’ kantoren en een paar middelgrote kantoren. Het aantal overige kantoren dat accountantscontrole (bij de niet-oob-klanten) mag uitvoeren zal door de eisen van de toezichthouder AFM verder verminderen. Deze kantoren zullen zich dan gaan beperken tot boekhoudkundige werkzaamheden en fiscale assistentie, waarbij zij door de witwasbestrijdingstoezichthouder Bureau Financieel Toezicht (BFT) op de vingers worden gekeken. Als BFT voldoende capaciteit heeft om na te gaan of de regels goed worden nageleefd, zal dit er toe leiden dat vele kleine(re) kantoren gaan verdwijnen, omdat voor het de regels niet uitvoerbaar zijn en het maken van fouten zeer kostbaar is door de sancties die BFT kan opleggen.

De toenemende regeldruk is niet alleen in de witwasbestrijding zichtbaar. Het zal me benieuwen waar dit naar toe gaat.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Sanctieregels | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

OCCRP en de inbraak in het Luxemburgse handelsregister

Belangstellenden kunnen nadere informatie over de politieke journalistenorganisatie OCCRP, genoemd in het artikel over de inbraak in het Luxemburgse handelsregister, vinden in de reactie onder mijn vorige bericht.

Citaat:

Clubs als OCCRP en Bellingcat zijn de soldaten en propagandisten in de mondiale economische- en informatieoorlog. De pleidooien voor “transparency” hebben helemaal niets te maken met de strijd tegen misdaad en corruptie. Informatie over eigenaren en zeggenschap is strategische informatie. Hoe meer je over je tegenstanders weet hoe beter. Je kunt de zwakke schakels in een economie identificeren en deze vervolgens maximaal raken met sancties en andere agressieve praktijken.

 

Aanvulling 16:30 uur: het citaat uit de reactie toegevoegd.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , , | Plaats een reactie