Ook politiemensen moeten zich aan de AVG houden | boete voor agent

Het voorschrift dat persoonsgegevens alleen door bevoegde personen mogen worden ingezien, geldt ook voor politiemensen, die zich daar niet altijd aan houden. In Nederland kennen we diverse gevallen van agenten die neuzen in privégegevens zonder reden.

In Duitsland komt dit eveneens voor en heeft dit geleid tot een boete, die aan de politieman zelf werd opgelegd. Lees dit Duitstalige artikel waarin wordt beschreven dat de privacy toezichthouder van Baden-Württemberg, Stefan Brink, een AVG-boete [1] van 1400 euro heeft opgelegd aan een agent. Deze had zonder geldige (opsporings)reden het Duitse RDW [2] geraadpleegd om via een andere database aan de telefoonnummers van betrokkene te kunnen komen, om vervolgens contact met haar te kunnen opnemen.

De privacy toezichthouder benadrukte dat ook ambtenaren zich aan de privacyregels moeten houden.

—

[1] Een en ander is gebaseerd op de AVG, in Duitsland als EU-Da­ten­schutz­grund­ver­ord­nung (DS-GVO) aangeduid en op het nieuwe Lan­des­da­ten­schutz­ge­set­z (LDSG).
[2] Zentrale Verkehrsinformationssystem (ZEVIS) des Kraftfahrbundesamtes.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | 1 reactie

Geen automatische bestuurdersaansprakelijkheid als stichting factuur niet betaalt

Over bestuurdersaansprakelijkheid wordt veel geprocedeerd en vaak komt de vraag aan de orde of het niet betalen van een factuur door een rechtspersoon die op een later moment insolvent blijkt te zijn, betekent dat de statutair bestuurder iets te verwijten valt. Dat aansprakelijkheid geen automatisme is, zet het hof ‘s-Hertogenbosch op een rij in een uitspraak die eind mei is gewezen.

Selectieve betaling

5.10. Selectieve betaling van schuldeisers is op zichzelf niet onrechtmatig tegenover de schuldeiser die geen betaling heeft ontvangen, anders dan de rechtbank lijkt te hebben aangenomen. Er bestaat immers geen algemene regel op grond waarvan een schuldenaar die niet in staat is al zijn schuldeisers volledig te betalen, steeds onrechtmatig handelt wanneer hij een schuldeiser voldoet vóór andere schuldeisers, ook als hij daarbij niet rekening houdt met eventuele preferenties. Het staat (een bestuurder van) een vennootschap – dan ook – in beginsel vrij op grond van een eigen afweging te bepalen welke schuldeisers van de vennootschap in de gegeven omstandigheden zullen worden voldaan (vgl. HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9654, rechtsoverweging 4.1.2). Dit uitgangspunt is bevestigd in het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:576, rov. 3.5.1). Het uitgangspunt wordt wel aangeduid als de betaalautonomie van het bestuur.

5.11. De betaalautonomie houdt beleidsvrijheid in, maar wel binnen de grenzen van een behoorlijk bestuur. Een eigen afweging die een redelijk oordelende bestuurder met de voor het bestuur van de desbetreffende rechtspersoon vereiste bekwaamheden in de gegeven omstandigheden nimmer zou hebben gemaakt, overschrijdt deze grenzen. De eigen afweging van de bestuurder om te bepalen welke schuldeisers wel en niet worden voldaan, is dus niet aan elke toets is onttrokken. Welke eisen in dat verband aan de eigen afweging van de bestuurder en het verantwoorden daarvan kunnen worden gesteld, hangt af van de omstandigheden van het geval.

5.12. In het zicht van het beëindigen van de activiteiten van een onderneming, met name bij insolventie, kan deze vrijheid van de rechtspersoon en de bestuurder beperkter zijn.
Dit geldt dan met name voor de keuze om wel betalingen te doen aan schuldeisers die aan de rechtspersoon zijn gelieerd of waarbij de bestuurder een persoonlijk belang heeft, maar niet aan andere schuldeisers, indien deze keuze niet door bijzondere omstandigheden wordt gerechtvaardigd (HR 12 juni 1998, ECLI: NL: HR: 1998: ZC2669, rov. 3.4.3; HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:576, rov. 3.5.2).

Het hof concludeert dat in de omstandigheden van de zaak geen sprake is van verwijtbaar gedrag door de statutair bestuurder en dat het uitbesteden van activiteiten aan een medewerker (een arts/medisch directeur) niet tot gevolg heeft dat de bestuurder iets is te verwijten.

Het geeft aan dat dit soort aansprakelijkheidszaken goed voorbereid moeten worden, om kans van slagen te hebben.

Geplaatst in Bestuurdersaansprakelijkheid, Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Plaats een reactie

De ‘vermogende’ pseudo-ubo | Wwft, ubo-register

Gevolg van de merkwaardige keuze om statutair bestuurders als ‘pseudo-ubo’ in het ubo-register te registreren (een keuze waarvoor ik in Europese en Nederlandse bronnen nog nooit enige onderbouwing heb gevonden), leidt er toe dat de indruk bij het publiek kan ontstaan dat deze ubo’s zeer vermogend zijn. Dit doet zich niet alleen voor bij pseudo-ubo’s van ANBI’s en andere not-for-profit instellingen. Ook elders kunnen pseudo-ubo’s voorkomen, bijvoorbeeld bij beleggingsinstellingen met veel deelnemers.

Alleen uit de hoek van de ANBI’s is hier aandacht voor gevraagd en zij hebben de toezegging gekregen dat er een onderscheid zal worden gemaakt. Lees daar het artikel van de KNB over, die schrijven: bij “raadpleging van het UBO-register kan binnenkort onderscheid worden gemaakt tussen bestuurders van ANBI’s en bestuurders van andere entiteiten“, met als reden “omdat anders de onjuiste indruk kan ontstaan dat zij persoonlijk (zeer) vermogend zijn“.

Het is bizar dat men zich niet realiseert dat het voor alle pseudo-ubo’s geldt.

Er schijnt nu een oplossing gevonden te zijn ten behoeve van de ANBI’s, lees het complete artikel van de KNB hierna.

Overigens neemt dat niet weg dat ik van mening ben dat de pseudo-ubo een monstrum is en moet worden afgeschaft.

 

Bericht KNB:

Onderscheid ANBI’s in het UBO-register
04-08-2021

Bij raadpleging van het UBO-register kan binnenkort onderscheid worden gemaakt tussen bestuurders van ANBI’s en bestuurders van andere entiteiten. Dat blijkt uit antwoorden van minister Wopke Hoekstra van Financiën op Kamervragen van Pieter Grinwis (ChristenUnie) en Chris Stoffer (SGP).

Beide Kamerleden willen graag een duidelijk onderscheid tussen statutair aangewezen personen van een ANBI (algemeen nut beogende instelling) en bestuurders van een vennootschap die minder dan 25 procent van de aandelen bezitten. Dat is nog niet zo makkelijk, blijkt uit het antwoord van Hoekstra. Juridisch is dat lastig, omdat het vermelden van de ANBI-status in het Handelsregister geen wettelijke functie heeft. Daarnaast is er een technisch probleem: vermelding van de ANBI-status vereist een permanente koppeling met de Belastingdienst. Daar wordt namelijk besloten over het toekennen en intrekken van de status.

Oplossing
Samen met de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) is het ministerie tot de volgende oplossing gekomen: een met SBF afgestemde toelichting wordt verstrekt bij het uittreksel UBO-register. Daarin staat dat bestuurders enkel vanwege hun functie staan ingeschreven in het register en niet vanwege een eigendomsbelang of zeggenschap in de entiteit. Ook worden raadplegers van het UBO-register verwezen naar het openbare ANBI-register, waarin zij kunnen zien of de betreffende entiteit een ANBI is. Deze oplossing wordt momenteel geïmplementeerd door de Kamer van Koophandel. Hiermee wordt het verschil tussen zogenoemde pseudo-UBO’s (bestuurders), vooral die van ANBI’s, en ‘echte’ UBO’s duidelijk gemaakt bij raadpleging van het UBO-register. Dit is voor veel bestuurders van ANBI’s belangrijk, omdat anders de onjuiste indruk kan ontstaan dat zij persoonlijk (zeer) vermogend zijn.

Privacy
Andere vragen van Grinwis en Stoffer gingen vooral over de privacy van bestuurders die in het UBO-register staan. Kwaadwillenden kunnen namelijk met gegevens uit verschillende bronnen, zoals het Kadaster en het Handelsregister, informatie verzamelen van bestuurders van ondernemingen, kerken en goede doelen. Het ministerie heeft daar verschillende maatregelen tegen genomen. Zo kan in het openbare deel van het UBO-register niet worden gezocht op persoonsgegevens en worden gegevens alleen verstrekt na registratie door de raadpleger.

 

Overigens is het twijfelachtig of de in het KNB-artikel genoemde privacy-maatregelen adequaat zijn en of het ubo-register überhaupt wel rechtmatig is. Lees het standpunt van Privacy First over het ubo-register in de hoger beroep dagvaarding. Eerder schreef ik hier al over de procedure door Privacy First.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Not-for-profit, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Overheidsinstantie vermeldde onrechte persoonsgegevens in rapport | AVG

De Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit heeft op 14 juni jl. uitspraak gedaan over een toezichtrapportage door een overheidsinstantie, dat ten onrechte persoonsgegevens inzake de directeur bevatte (onder meer salarisgegevens), momenteel is de uitspraak alleen in het Frans beschikbaar. Het onderzoek door de overheidsinstantie had betrekking op de interne organisatie van een zorginstelling die gehandicapten verzorgde en het rapport werd met derden, onder meer vakbondsvertegenwoordigers, gedeeld.

De Gegevensbeschermingsautoriteit oordeelde dat de persoonsgegevens van de directeur ten onrechte in het rapport waren opgenomen en vervolgens aan derden waren bekend gemaakt. Voor de gegevensverstrekking ontbrak een grondslag; er kon geen beroep worden gedaan op artikel 6(1)(d) AVG.
Voorts had de overheidsinstantie nagelaten haar verplichtingen op grond van 12(3), 13(1)(c) en 15(1) AVG na te komen (onder meer het informeren van de directeur).

De uitspraak geeft aan dat ook overheidsinstellingen alert dienen te zijn op correcte naleving van de AVG en alleen persoonsgegevens in rapportages mogen vermelden als daar een grondslag voor is.

Geplaatst in Bestuursrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

Gemeentelijke regels voor verhuurders ter bestrijding van discriminatie en criminaliteit | consultatie Wet goed verhuurderschap

Hoogst merkwaardig is dat de overheid steeds meer misdaadbestrijdingstaken bij gemeenten neerlegt, zonder dat er aandacht is voor verbetering van het civiele recht. Anders gezegd: er worden nieuwe wetten gemaakt in de sfeer van bestuursrecht en strafrecht, in plaats van te kijken naar aanpassing van het Burgerlijk Wetboek. Het lijkt er op of de regels gebaseerd zijn op wensen uit opsporing en handhaving, zonder goed te kijken naar de algemene wettelijke systematiek.

Dat fenomeen is zichtbaar in een consultatievoorstel inzake een nieuwe wet ‘Wet goed verhuurderschap‘ (einddatum 1 september a.s. dus wie mee wil doen moet snel zijn). Volgens het voorstel kan de gemeenteraad regels bedenken waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars moeten voldoen. Die regels hebben betrekking op “voorkoming van discriminatie, intimidatie en het bevorderen van goed verhuurderschap“. Verder moet het voorstel mogelijk maken dat voor bepaalde groepen verhuurders een verhuurvergunning nodig is en bevat het voorstel nog diverse andere vergaande bevoegdheden. Het is een gevaarlijk voorstel, alleen al via de lappendeken van maatregelen die er in de gemeenten zal ontstaan.

Verder is het onbegrijpelijk dat het huurrecht bedrijfs- en woonruimte in het Burgerlijk Wetboek niet wordt aangepakt zodat verhuurders meer bevoegdheden krijgen om malafide huurders aan te pakken (ook ter voorkoming van de Wet Damocles maatregelen door de gemeente) en waarin huurders betere mogelijkheden krijgen om tegen malafide verhuurders op te treden.

Er moet veel beter worden nagedacht over de rol van gemeenten in de misdaadbestrijding en over een goede inpassing van nieuwe verhuurdersverplichting in het civiele recht.

Hopelijk zijn er commentaren op het voorstel die daar aandacht aan besteden.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht, Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Virtuele ava’s geen succes bij beursvennootschappen

Virtuele algemene vergaderingen zijn geen succes bij beursvennootschappen, zo blijkt uit een bericht van Eumedion onder de titel ‘Grote beleggers willen zo snel mogelijk af van puur virtuele aandeelhoudersvergaderingen‘. De grootste klacht is dat er geen goede discussie mogelijk is.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce, Kapitaalvennootschappen, Rechtspersonenrecht | Plaats een reactie

Bancaire uitsluiting van tegensprekers

Eerder schreef ik over de rechterlijke uitspraak die aangeeft dat banken in beginsel bankrekeningen moeten bieden. In het verlengde daarvan ligt het artikel van het NRC over de praktijk van banken om tegensprekers een bankrekening te ontzeggen, zonder dat van criminaliteit of terrorisme sprake is.

Lees: De complotdenker bankiert maar elders, zegt de bank.

 

 


Aanvulling 19 augustus 2021, 14:25 uur
In het FD staat een artikel met een reactie van de banken, Banken: ‘geen willekeur bij blokkeren rekeningen complotdenkers’. Uit het artikel:

‘We sluiten echt niet zomaar een rekening’, zeggen de woordvoerders van de banken unaniem. Wel letten zij, naast de bekende rode vlaggen als vage geldstromen, verdachte personen in het handelsregister of meldingen vanuit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, ook op minder duidelijke aanwijzingen, zoals negatieve publiciteit.

Kennelijk zijn er serieuze vermoedens dat betrokken organisaties zich schuldig hebben gemaakt aan witwassen of terrorismefinanciering, wat een zware beschuldiging is. Immers, banken mogen organisaties niet zo maar van het bancaire systeem uitsluiten, zoals de rechter ook in de Rabobank zaak overwoog, onder meer:

De contractsvrijheid is voor banken gezien hun bijzondere zorgplicht niet onbegrensd. Het hebben van een bankrekening is noodzakelijk om in volle omvang aan het maatschappelijk verkeer te kunnen deelnemen. (…)

Daarbij komt dat de achtergrond van de bijzondere zorgplicht van de bank in de eerste plaats wordt gezocht in de spilfunctie die banken in het maatschappelijke verkeer vervullen. Zeker in het digitale tijdperk waarin we nu leven, is het simpelweg niet meer (goed) mogelijk om aan het maatschappelijk verkeer – en daarmee de samenleving – deel te nemen zonder in elk geval toegang te hebben tot een betaalrekening. De weigering van een bank om een contractuele relatie met een derde aan te gaan (in het bijzonder met betrekking tot een betaalrekening), kan er derhalve toe leiden dat de derde van het maatschappelijk verkeer en de samenleving wordt uitgesloten.

Het zal me benieuwen of banken voldoende aanwijzingen voor witwassen of terrorismefinanciering hebben.

Het tegenspreken (dat mogelijk deels als nepnieuws kan worden gekwalificeerd) hoort geen reden voor sluiting van rekeningen te zijn. Ten slotte maken overheden zich ook schuldig aan het verspreiden van nepnieuws. Het neerslaan van politieke tegenspraak is geen taak van banken.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Digitaal oprichten bv in Nederland nog niet mogelijk

Nederland heeft de Europese deadline voor het digitaal oprichten van besloten vennootschappen niet gehaald, zoals ik in een eerder artikel al veronderstelde. Er is wel wetsvoorstel geconsulteerd, maar nog niets bij de Tweede Kamer ingediend. Notarissenorganisatie KNB liet op 20 juli weten dat het digitale passeerplatform op 1 augustus 2021 af is. In een video wordt uitgelegd hoe het gaat werken.

België

Intussen lijkt België veel verder te zijn. Daar bestaat al een StartMyBusiness website, zo te zien een private website waar het Belgische notariaat aan mee werkt. Wel vreemd dat op de site niet wordt uitgelegd wie er achter zitten, op de pagina over de site is dat niet te vinden. Vermoedelijk het Belgische notariaat. Via deze site kunnen vennootschap, vereniging en stichting online worden opgericht.

Rest van Europa

Volgens het Europese overzicht van omzetting door de lidstaten zouden Tsjechië, Ierland, Letland en Litouwen al klaar zijn. Het zou me niets verbazen als Europa hier een veel te korte implementatietermijn heeft vastgesteld.

 

Meer informatie:

 


Aanvulling 7 januari 2022
De KNB liet in december jl. weten dat men druk bezig is:

Traject voor digitaal oprichten bv weer stap verder
21-12-2021

De ministerraad heeft ingestemd met een voorstel voor het aanpassen van Boek 2 BW en de Wet op het notarisambt (Wna) om volledige online oprichting van een bv mogelijk te maken. Het voorstel gaat nu voor advies naar de Raad van State.

De wetswijziging maakt het voor iedereen mogelijk om op afstand een bv op te richten via een elektronische notariële akte, met elektronische identificatie en elektronische ondertekening op de hoogste betrouwbaarheidsniveaus. Cliënten hoeven daarvoor niet naar het notariskantoor: een beeldverbinding met de notaris volstaat. Bij vermoedens van identiteitsfraude of twijfel over de handelingsbekwaamheid of beschikkingsbevoegdheid van de oprichter mag de notaris om fysieke verschijning vragen.

Implementatie
Volgens een Europese richtlijn moet per 1 augustus 2021 digitaal een bv kunnen worden opgericht. Nederland maakt gebruik van een uitstelmogelijkheid en richt zich op inwerkingtreding per 1 augustus 2022. Het door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) ontwikkelde digitaal passeren platform is al gereed voor gebruik en kan vanaf de implementatiedatum ook daadwerkelijk worden gebruikt.

Testen
In de tussentijd lanceert de KNB begin 2022 een plek om kennis te maken met het digitaal oprichten van de bv en te testen hoe het digitaal passeren straks gaat. Afgelopen periode heeft de KNB gewerkt aan een speciale kennisbank en proeftuin hiervoor. (Kandidaat-)notarissen kunnen zichzelf dan voorbereiden in de aanloop naar de wetwijziging.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce, Oprichting, Rechtspersonenrecht | Tags: , , | Plaats een reactie

Surveillance is het DNA van de witwasbestrijding | personeelsmonitoring in AMLD4/5 en de nieuwe leidraad BaFin

De antiwitwaswetten in Europese landen zijn gebaseerd op Europese regelgeving. Toch zijn er onderling nog verschillen, zoals bijvoorbeeld bij vergelijking van de Wwft met de Duitse GwG (Geldwäschegesetz) kan worden geconstateerd. Dat neemt niet weg dat informatie uit andere landen soms kan verhelderen wat er met antiwitwasregels bedoeld wordt.

Om die reden kan het voor lezers van dit blog interessant zijn kennis te nemen van de door de Duitse centrale bank (BaFin) georganiseerde consultatie over een nieuwe richtlijn inzake naleving van de GwG door financiële instellingen. Lees de aankondiging en de consultatiepagina. Chic is dat er naast een nieuwe conceptversie (pdf) ook een versie wordt geboden met markeringen ten opzichte van de vorige versie. Antiwitwaskenners zullen in de richtlijn veel tegenkomen dat bekend is.

Onmenselijke eisen aan het personeel
Aan het personeel worden waaraan blijkens paragraaf 3.5 van de richtlijn onmenselijke eisen gesteld [1]:

Er is sprake van betrouwbaarheid van een werknemer in het kader van de witwaswetgeving als de werknemer de garantie biedt dat hij of zij
* de in de GwG geregelde verplichtingen alsmede andere verplichtingen uit hoofde van de witwaswetgeving en de bij de instelling ingevoerde beleidslijnen, controles en procedures ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme nauwlettend in acht neemt,
* feiten meldt overeenkomstig § 43 par. 1 GwG aan de leidinggevende of de toezichthouder, indien er een is aangesteld, en
* niet actief of passief is betrokken bij dubieuze transacties of zakenrelaties.

Aangezien geen mens kan weten wat de antiwitwaswetten precies behelzen, kan de garantie van de eerste bullet niet worden gegeven. Volgens de tweede bullet moeten vermoedelijke ongebruikelijke transacties aan leidinggevenden worden gemeld, dan zal die werknemer dat wel moeten constateren. De derde bullet is een lastige, want van actief betrokken zijn is iemand zich bewust, maar wat is ‘passief’ betrokken zijn, even los van het feit dat de vraag is of duidelijk is dat een transactie of zakenrelatie dubieus is. Mij lijkt dat er geen werknemer is die bovenstaande garantie kan geven. Op zijn hoogst kan hij zich inspannen om dit na te komen.

Personeelsmonitoring
Uit de richtlijn blijkt dat surveillance het DNA is van de witwasbestrijding, niet alleen surveillance (monitoring) van al het doen en laten van de klant. Hetzelfde geldt voor personeel, want de betrouwbaarheid van de werknemer moet door middel van permanente surveillance worden geverifieerd [2]:

Krachtens paragraaf 6, lid 2, sub 5, van de GwG moeten instellingen passende risicogeoriënteerde maatregelen treffen om de betrouwbaarheid van werknemers te verifiëren. (…)

De controle van de betrouwbaarheid in haar intensiteit en frequentie moet worden uitgevoerd op risicogeoriënteerde basis voor alle werknemers die werkzaam zijn op gebieden die relevant zijn voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme of die rechtstreeks toegang hebben tot bedrijfsruimten (bv. beveiligingspersoneel).

Ter wille van de evenredigheid en rekening houdend met de risicogeoriënteerde aanpak, beschikt de instelling evenwel over een beoordelingsmarge bij de keuze van de instrumenten die moeten worden gebruikt voor de controle van de betrouwbaarheid, alsmede met betrekking tot de controledichtheid.

Zij kunnen gebruik maken van bestaande personeelsbeoordelingssystemen of specifieke controlesystemen. Het staat de instellingen vrij om bijvoorbeeld ook een “negatief auditcertificaat” te vereisen. De instelling is niet verplicht een onderzoek in te stellen, ongeacht de reden. Maatregelen die op grond van het arbeidsrecht of het gegevensbeschermingsrecht als ontoelaatbaar moeten worden beschouwd, zijn niet toegestaan in het kader van artikel 6, lid 2, nr. 5 GwG.

De betrouwbaarheid van werknemers met werkterreinen die relevant zijn voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme moet regelmatig worden gecontroleerd wanneer een dienst- of arbeidsverhouding wordt aangegaan.

Afhankelijk van de functie en het werkterrein van de nieuwe werknemer moeten de controlemaatregelen op een risicogerichte manier worden vastgesteld. Deze kunnen bijvoorbeeld bestaan in het controleren van de aannemelijkheid van de gegevens van de aanvrager op basis van de overgelegde documenten, het overleggen van een bewijs van politie-onderzoek of, zo nodig, het controleren van de financiële omstandigheden.

Een vermoeden van onbetrouwbaarheid kan worden ontleend aan [3]:

* Een werknemer pleegt relevante strafbare feiten.
* Een werknemer overtreedt bij voortduring de verplichtingen uit hoofde van de witwaswetgeving of interne instructies/richtlijnen.
* Een werknemer verzuimt feiten te melden in de zin van § 43 par. 1 GwG.
* Een werknemer neemt deel aan dubieuze transacties of zakelijke transacties.
* Handhavingsmaatregelen (bijvoorbeeld inbeslagneming door de deurwaarder) worden bekend tegen een werknemer.
* Een werknemer regelt dat bepaalde cliënten niet vertegenwoordigd worden.
* Een werknemer probeert vakantie en afwezigheid te vermijden.
* Een werknemer beheert bedrijfsgegevens in een quasi-privé hoedanigheid.
* Een werknemer werkt vaak alleen op kantoor buiten de normale werkuren.
* Een werknemer neemt vaak documenten mee naar huis zonder duidelijke reden.

De laatste twee bullets doen pre-corona aan. Ook bij banken zullen veel mensen thuis werken. Verder is de laatste bullet vreemd in dit niet-papieren tijdperk. Er is meer opmerkelijk, zoals de handhavingsmaatregelen (ik zou denken dat je dit breder kunt trekken naar financiële problemen). Vraag blijft waarom dit soort voorbeelden in een richtlijn moeten staan; kunnen financiële instellingen dit niet zelf bedenken?

Over het gebruik van digitale workplace surveilance tools, zoals Microsoft Teams [4], wordt niet gesproken, al ligt het voor de hand daar gebruik van te maken.

Artikel 8 AMLD4/5
Paragraaf 3.5 van de BaFin-richtlijn is naar ik veronderstel gebaseerd op artikel 8 lid 4 sub a AMLD4/5, dat iets vereist dat in het Duits ‘Mitarbeiterüberprüfung‘ heet en in het Nederlands is vertaald als ‘doorlichting van medewerkers‘. In het Engels staat er ‘employee screening‘. Hoe dit moet worden uitgelegd is in AMLD4/5 niet te vinden.

Volgens BFT moet worden gekeken naar wat FATF over dit onderwerp heeft geschreven, zij schrijven:

Wat wordt verstaan onder ‘doorlichting’ (art. 35 Wwft)?
Als gevolg van de implementatie van de Herstelwet financiële markten 2020 is artikel 35 Wwft met ingang van 15 oktober 2020 uitgebreid met de verplichting dat beleidsbepalers en werknemers voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken en rekening houdend met de risico’s, aard en omvang van de instelling, worden doorgelicht. De FATF geeft in haar aanbevelingen aan dat een instelling adequate ‘screening procedures’ dient te hebben om zich te verzekeren van hoge standaarden bij het aanstellen van (nieuwe) werknemers. Deze procedures dienen afgestemd te zijn op de risico’s, aard en omvang van de instelling en de taken van de werknemer. De screeningsautoriteit Justis heeft een brochure uitgegeven die handvatten biedt voor het screenen van personeel.

Ik vraag me af of deze interpretatie van BFT juist is, het lijkt beperkt tot het aanstellen van werknemers (wat niet uit de Wwft of AMLD4/5 kan worden afgeleid) en de relevantie van de brochure van Dienst Justis ontgaat me. Sommigen veronderstellen dat de ‘doorlichtingsplicht’ inhoudt dat er periodiek een VOG wordt aangevraagd, wat me evenmin juist lijkt.

Zoals zo vaak, wordt Europese regelgeving niet behoorlijk toegelicht. In het licht van de systematiek van AMLD4/5 lijkt mij de interpretatie van BaFin juister.

Tot slot
Het gelezene bevestigt mijn veronderstelling dat in de perfecte antiwitwaswereld voor mensen en menselijkheid geen ruimte meer zal zijn.

—

Noten

[1] Machinevertaling van:

Die geldwäscherechtliche Zuverlässigkeit eines Beschäftigten liegt danach vor, wenn der Beschäftigte die Gewähr dafür bietet, dass er
* die im GwG geregelten Pflichten sowie sonstige geldwäscherechtliche Pflichten und die beim Verpflichteten eingeführten Strategien, Kontrollen und Verfahren zur Verhinderung von Geldwäsche und von Terrorismusfinanzierung sorgfältig beachtet,
* Tatsachen nach § 43 Abs. 1 GwG dem Vorgesetzten oder dem GWB, sofern ein solcher bestellt ist, meldet und
* sich weder aktiv noch passiv an zweifelhaften Transaktionen oder Geschäftsbeziehungen beteiligt.

[2] Machinevertaling van:

Nach § 6 Abs. 2 Nr. 5 GwG haben die Verpflichteten geeignete risikoorientierte Maßnahmen zur Prüfung der Zuverlässigkeit der Beschäftigten zu schaffen. (…)

Die Überprüfung der Zuverlässigkeit in ihrer Intensität und Häufigkeit ist risikoorientiert bei allen Beschäftigten, die in für Geldwäsche und Terrorismusfinanzierung relevanten Arbeitsbereichen tätig sind, oder unmittelbaren Zugang zu Geschäftsräumen haben (z.B. Sicherheitspersonal) vorzunehmen.

Allerdings hat der Verpflichtete bei der Auswahl der für die Kontrolle der Zuverlässigkeit einzusetzenden Instrumente sowie hinsichtlich der Kontrolldichte aus Gründen der Verhältnismäßigkeit und unter Berücksichtigung des risikoorientierten Ansatzes einen Beurteilungsspielraum.

Er kann sich vorhandener Personalbeurteilungssysteme oder spezifischer Kontrollsysteme bedienen. Den Verpflichteten steht frei, z.B. auch ein „Negativtestat“ zu erheben. Es besteht keine anlassunabhängige Nachforschungspflicht seitens des Verpflichteten. Maßnahmen, die aus arbeits- oder datenschutzrechtlichen Gründen als unzulässig anzusehen sind, kommen auch im Rahmen von § 6 Abs. 2 Nr. 5 GwG nicht in Betracht.

Die Zuverlässigkeit der Beschäftigten mit für Geldwäsche und Terrorismusfinanzierung relevanten Tätigkeitsfeldern ist regelmäßig bei Begründung eines Dienst- oder Arbeitsverhältnisses zu überprüfen.

In risikoorientierter Abhängigkeit von Position und Tätigkeitsfeld des neuen Beschäftigten sind die Kontrollhandlungen festzulegen. Diese können z.B. bestehen aus der Prüfung der Plausibilität der Bewerberangaben anhand eingereichter Unterlagen der Vorlage eines polizeilichen Führungszeugnisses oder ggf. der Prüfung der Vermögensverhältnisse.

In artikel 6 lid 2 sub 5 GwG staat:

Interne Sicherungsmaßnahmen sind insbesondere: (…) die Überprüfung der Mitarbeiter auf ihre Zuverlässigkeit durch geeignete Maßnahmen, insbesondere durch Personalkontroll- und Beurteilungssysteme der Verpflichteten

[3] Machinevertaling van:

* Ein Beschäftigter begeht einschlägige Straftaten.
* Ein Beschäftigter verletzt beharrlich geldwäscherechtliche Pflichten oder interne Anweisungen/ Richtlinien.
* Ein Beschäftigter unterlässt die Meldung von Tatsachen im Sinne des § 43 Abs. 1 GwG.
* Ein Beschäftigter beteiligt sich an zweifelhaften Transaktionen oder Geschäften.
* Gegen einen Beschäftigten werden Zwangsvollstreckungsmaßnahmen (z.B. Pfändungen durch den Gerichtsvollzieher) bekannt.
* Ein Beschäftigter veranlasst, dass bei bestimmten Kunden keine Vertretung stattfindet.
* Ein Beschäftigter versucht, Urlaub zu vermeiden und keine Abwesenheiten entstehen zu lassen.
* Ein Beschäftigter verwaltet Geschäftsunterlagen quasi privat.
* Ein Beschäftigter arbeitet häufig außerhalb der üblichen Arbeitszeiten allein im Büro.
* Ein Beschäftigter nimmt häufig und ohne ersichtlichen Grund Unterlagen mit nach Hause.

[4] Over workplace surveillance met Microsoft Teams zijn interessante artikelen geschreven, onder meer door The Guardian, Forbes, ZDNet en Gizmodo.
NYPost schrijft dat Microsoft een patent heeft aangevraagd op een systeem dat signaleert of een werknemer lui is.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

GCV stelt permanente wijziging regels turboliquidatie voor | rechtspersonenrecht

Eerder kondigde ik hier de wetgevingsconsultatie inzake de turboliquidatie aan. Inmiddels heeft de gecombineerde commissie vennootschapsrecht (GCV) van NOvA en KNB gereageerd. De commissie acht een tijdelijke wetswijziging niet voldoende, de benodigde maatregelen moeten van structurele aard zijn, aldus de aankondiging bij de NOvA en bij de KNB. Lees het advies van de GCV, die onder meer voorstelt de regels inzake het informeren van schuldeisers te verbeteren.

Ook de adviescommissie insolventierecht van de NOvA heeft advies uitgebracht.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht | Tags: , | Plaats een reactie