Is a disaster necessary to stop the European AML-CFT tanker? | Action Plan AML-CFT

The European Commission has published an Action Plan setting out concrete measures that the Commission wants to take over the next 12 months to better enforce, supervise and coordinate the EU’s rules on combating money laundering (AML) and terrorist financing (CFT). A public consultation on the Action Plan has started , in which authorities, stakeholders and citizens will be able provide their feedback until 29 July 2020.

The Commission announces – amongst other things – that  in the first quarter of 2021 it will propose a harmonised set of rules regarding AML/CFT and that it will propose an EU-level supervisor.

One-size-fits-all in AML/CFT
The proposed measures will not only regard the financial sector, where banks are supposed to be important players in the detection of criminals. The obliged entities under European AML-legislation include many different types of companies (company types in the Netherlands are to be found here, in Dutch).

One of the major deficiencies of European AML-legislation is that regulations devised for banks are applied to many other type of companies. This one-size-fits-all method harms the non-bank obliged entities and their clients. When the European Union is going on with applying rules (that do not work well with banks as everyone knows) to other types of obliged entities, the problems will increase.

Although the Union’s AML/CFT rules do not intend to deny access to legimate financial services, this is currently taking place. De-risking is one of the major consequences of the rules.

A worrying aspect of the European activities regarding AML/CFT, is there is no independent counterbalance to what is devised by the people at the European and national drawing tables. Criticisms are trivialised and critics are put in the corner of ‘facilitators’ that help criminals.

The European AML/CFT tanker is traveling on; only a disaster caused by these inadequate rules will stop this tanker.

 

More information:

Plans of the Commission:

On this blog:
read the posts with the tag Anti-Money Laundering Regulation, and:

 


Addition 25 Juni 2020
The action plan is discussed in a letter by the Dutch Minister of Finance (Dutch).

Addition 4 July 2020
CCBE in its newsletter says it is preparing a response:

Commission Action Plan to further strengthen the EU’s fight against money laundering and terrorist financing
On 7 May 2020, the Commission published an Action Plan to further strengthen the EU’s fight against money laundering and terrorist financing. The Action Plan sets out measures that the Commission will take over the next 12 months to better enforce, supervise and coordinate the EU rules on combating money laundering and terrorist financing. The measures and the timetable are set-out in a table at the end of the Action Plan. The Commission believes this new, comprehensive approach can shut down any remaining loopholes and remove any weak links in the EU rules.
The Action Plan is built on 6 Pillars, each of which is aimed at improving the EU’s overall fight against money laundering and terrorist financing, as well as strengthening the EU’s global role in this area. The Pillars concern effective application of EU rules, a single EU rulebook, EU-level supervision, support for Financial Intelligence Units, the EU’s global role and enforcing EU-level criminal law provisions and information exchange.
The CCBE Anti-Money Laundering Committee has had a number of meetings to prepare a response to the Commission Public Consultation on the Action Plan which is open until 29 July.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

European Commission announces new list of high-risk countries

On 7 May the European Commission announced it has revised the list of high-risk third countries with strategic deficiencies in their regime regarding anti-money laundering (AML) and countering terrorist financing (CTF).

  • Countries which have been listed are: The Bahamas, Barbados, Botswana, Cambodia, Ghana, Jamaica, Mauritius, Mongolia, Myanmar, Nicaragua, Panama and Zimbabwe.
  • Countries which have been delisted are: Bosnia-Herzegovina, Ethiopia, Guyana, Lao People’s Democratic Republic, Sri Lanka and Tunisia.

The new list is not yet in force, it has to be approved by the European Parliament and Council.

The new list:

More information: EU policy on high-risk third countries.

 


Addition 15 May 2020
BaFin in its Rundschreiben of 13 May 202o does not mention the new list.

According to Andrew Rettmans the list is too short, read Why the EU anti-money laundering list is so short. He seems to mix up AML and tax evasion.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

“De gegevens uit de database mag u niet voor commerciële doeleinden gebruiken” | AVG, Europese subsidies

In een passage uit een tekst over openbaarmaking Europese subsidiegegevens bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kwam ik een intrigerende tekst tegen die betrekking heeft op de gegevens van subsidieontvangers in een Nederlandse database:

De gegevens uit de database mag u niet voor commerciële doeleinden gebruiken.

Zou er een datahandelaar zijn die zich hier iets van aantrekt?

De tekst staat in de privacy passage op de pagina. Daar staat dat bepaalde begunstigden anoniem worden weergegeven. Mooi is dat op de pagina meteen naar de op grond van de privacywet, de AVG, voorgeschreven beschrijving van de gegevensverwerking wordt verwezen, wat per boekjaar (2018, 2019) gebeurt. Uit deze beschrijving blijkt dat op grond van een wettelijke verplichting van de GLB-subsidieontvangers naam, postcode, gemeente en betaaldatum subsidie wordt openbaar gemaakt.

 


Aanvulling 26 oktober 2020
De NOW-steun wordt eveneens openbaar gemaakt. In het FD stond daar een artikel over: Openbaarmaking NOW-steun moet werkgever maar dulden. Er wordt een advocaat geciteerd, die “weet dat het onderwerp wel ter sprake komt in de bestuurskamers van zijn cliënten. ‘Naar aanleiding van publicatie in het eerste NOW-register zijn er, voor zover ik weet, geen bedrijven die juridische actie hebben ondernomen’, zegt hij. ‘Het is al openbaar gemaakt. Je creëert er alleen maar meer publiciteit mee. En om vervolgens ook nog eens aantoonbare schade te moeten bewijzen, is helemaal lastig“. Dat is klassiek voor de databescherming.

Geplaatst in Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

FIU gewobt | positionering, schurkenstaten, Wwft

Enige tijd geleden is FIU-Nederland, de instantie waar ondernemingen hun meldingen van ‘ongebruikelijke transacties’ (vermoedens van criminaliteit) moeten indienen ‘gewobt’. Op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is door een onbekende persoon informatie opgevraagd. Zoals gebruikelijk is een groot deel van de inhoud openbaar gemaakte documenten onleesbaar gemaakt. Toch heb ik het maar eens doorgelezen.

Hete aardappel

De hete aardappel in de documenten, is de ‘positionering’ van FIU-Nederland. Daar is iets mee aan de hand, wat dat precies is, wordt niet duidelijk. De Minister van Veiligheid schrijft hier op 16 april de volgende cryptische tekst over:

Aanleiding hiervoor was dat op basis van gesprekken tussen de FIU-Nederland, de politie en mijn ministerie vraagtekens werden geplaatst bij de wijze en grondslag voor de verstrekking van politiegegevens voor de taak van de FIU-Nederland. Om eventuele onduidelijkheid of onjuistheid te voorkomen, heb ik samen met de FIU-Nederland, de politie, het OM en het Ministerie van Financiën binnen het huidige wettelijke kader een oplossing geïdentificeerd.

In een notitie van 13 september 2018 staat dat medewerkers van FIU-Nederland mogelijk onrechtmatige toegang tot politiegegevens hebben gehad, naar aanleiding waarvan diplomatiek wordt gezegd:

Het is een ingewikkeld juridisch vraagstuk waar verschillend over wordt gedacht.

Schurkenstaten-indicator
In de documenten figureert ook de schurkenstaten-indicator, waar ik op dit blog al eerder over schreef (onder meer dit) en dat een lawine van zinloze meldingen opleverde. In de documenten is die indicator te vinden als ‘objectief 02’ of ‘objo2’.

De vele meldingen leidde tot een notitie van FIU-Nederland aan het Ministerie van Financiën van 31 oktober 2018, met als titel “Analyse en advies onjuiste werking indicator Objectief 02“. In de geannoteerde agenda van het directeurenoverleg van 5 november 2018 is te lezen dat de lawine voor FIU-Nederland een verrassing was, “Nu blijkt dat er duizenden extra meldingen binnen komen met vermoedelijk 750.000 extra meldingen per jaar“. In de managementrapportage september-december 2018 is te vinden dat één Wwft-plichtige in een trimester 250.000 schurkenstaten-transacties heeft gemeld.

Naar aanleiding van de grote aantallen zinloze meldingen, heeft FIU-Nederland aangedrongen op het laten vervallen van deze ‘objectieve indicator’, wat uiteindelijk ook is gebeurd.

Onschuldige burgers getroffen door Wwft-meldingen van financiële instellingen
Uit de voornoemde notitie blijkt dat door de meldplicht onschuldige burgers zijn getroffen. Als voorbeeld wordt genoemd dat een Nederlander een vakantie boekt naar een schurkenstaat en in dat land een transactie doet (bijvoorbeeld opnemen van contant geld bij een lokale bank of een creditcard betaling aan het hotel). Dit kan gebeuren met landen als Bosnië en Ethiopië (zie voor een overzicht van schurkenstaten dit bestand).

Voorts wordt gesproken over Nederlanders die werkzaam zijn op internationale locaties en die zaken en belangen vanuit de Nederlandse overheid en ten behoeve van Nederlanders in het buitenland behartigen, zoals personeel van ambassades, consulaten en militaire locaties. Ook hun transacties zijn als mogelijke criminele transacties gemeld aan FIU-Nederland.

De auteurs schrijven dat de meldingen op grond van de schurkenstaten-indicator voor het overgrote deel irrelevant zijn voor de witwasbestrijding. Voorts heeft bijna zeventig procent van de meldingen geen enkele relatie met Nederland en is de informatie behorend bij de melding zo beperkt dat analyse daarvan nagenoeg onmogelijk is.

Het geeft aan dat er beter moet worden nagedacht over de concepten van de witwasbestrijding.

 

Meer informatie:

 


Aanvulling 21 november 2020
Er is nog meer gewobt bij FIU-Nederland:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Verbod hoog-risicolanden voor trustkantoren is onverstandig | consultatie Wtt 2018

Op 4 mei heb ik een consultatiereactie ingediend over het voorgestelde verbod voor trustkantoren om cliënten te bedienen met een relatie met ‘hoog-risicolanden’ (schurkenstaten). De tekst kan als pdf worden gedownload en is hieronder geplaatst (met enkele verbeteringen van typefouten). 

Dit bericht verscheen eerder op de site van het Compliance Platform Trustkantoren.

 


 

Consultatiedeelname

Aan: Ministerie van Financiën
Van: Ellen Timmer
blog: https://ellentimmer.com/
Datum: 4 mei 2020
Onderwerp: consultatie Wijziging Wet toezicht trustkantoren 2018, aangekondigd op https://www.internetconsultatie.nl/wijzigingwtt2018

 

Mijne dames en heren,

Hierbij maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan deze consultatie. De consultatie betreft het voorstel voor Wijziging Wet toezicht trustkantoren 2018, waarin een nieuw artikel 23a wordt voorgesteld, met een verbod op diensten in relatie tot hoog risicolanden.

Bezorgde reacties van mijn relaties in de sector van de trustkantoren met betrekking tot dit verbod waren voor mij reden om aan deze consultatie mee te doen. Ik hoop dat u acht zult slaan op deze consultatiereactie.

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer

 

 

Inhoud:

1. Inleiding
Het fenomeen hoog-risicolanden
Verbod op zakelijke relaties/transacties met hoog-risicolanden niet mogelijk op grond van AMLD4
Europese AML-hoog-risicolandenlijst loopt achter
Ontbrekende landendatabase
Regelgeving voor trustkantoren
Brief 14 januari 2020
Tekst artikel 23a
Commentaar 1

2. Praktische consequenties van het verbod
Definitie cliënt
Gevolgen van plaatsing voor bestaande situaties
Commentaar 2

3. Tot slot

Bijlage 1 – Overzicht van hoog-risicolanden
Bijlage 2 – Het consultatiedocument

 

 

1. Inleiding

Onderwerp van deze reactie is het verbod op relaties van cliënten van trustkantoren met ‘hoog-risicolanden’.

Het fenomeen hoog-risicolanden
In deze consultatiereactie bespreek ik naast het verbod voor trustkantoren ook de problematiek van de hoog-risicolanden in het algemeen. Dat commentaar is voor alle ondernemingen die zich aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten houden (Wwft-plichtigen) van belang.

Op dit moment is sprake van een onoverzichtelijk gebeuren rondom het fenomeen ‘hoog-risicolanden’. Er zijn vele zwarte lijsten van verschillende landen, verschillende internationale instituties en met verschillende thema’s (zoals witwasbestrijding en bestrijding van belastingparadijzen) [1].

Deze zwarte lijsten worden door overheden ingezet om ondernemingen, zoals in casu trustkantoren, te beïnvloeden. Bij de beslissingen over plaatsing van landen op lijsten spelen niet alleen zakelijke overwegingen een rol [2]. Er is meer aan de hand.

De plaatsing van landen op een zwarte lijst is een politiek middel om op de betreffende landen druk uit te oefenen. Daarbij valt op dat bepaalde landen die voor plaatsing op een zwarte lijst in aanmerking komen, daar niet op worden geplaatst. Een voorbeeld daarvan is Rusland, dat een goede beoordeling van FATF kreeg [3] terwijl het land op de Duitse zwarte lijst is geplaatst [4].

Op het proces rond plaatsing van landen op zwarte lijsten wordt veel kritiek uitgeoefend. Lees onder andere Tom Keatinge op de RUSI site, It’s Time to Reform and Refocus the Financial Action Task Force, 23 oktober 2019 [5].

Mij is opgevallen dat het type landen dat op de lijsten van hoog-risicolanden wordt geplaatst, sterk verschilt. Er staan ontwikkelingslanden en landen in (burger)oorlog op, zoals Afghanistan, Ethopië [6], Iraq, Jemen, Libië en Syrië. Er staan de bekende eilanden op, vaak voormalige Britse of Amerikaanse koloniën, die leven van de belastingverdragen die zij met de hele wereld hebben afgesloten (zoals de Bahama’s, de Kaaiman Eilanden en de Maagdeneilanden [7]). Maar er staan ook grote(re) landen op, zoals Pakistan en (als de Europese Commissie zijn zin krijgt) Saoedi Arabië. Bij landen met zulke verschillende karakteristieken kunnen de werkelijke risico’s verschillen. Bovendien kunnen antiwitwasmaatregelen de gang van zaken in ontwikkelingslanden en landen in (burger)oorlog ernstig belemmeren en de ‘verkeerde’ krachten stimuleren.

Voorbeeld:
Van een van de trustkantoren waarmee ik contact heb, hoorde ik dat er in Pakistan effectenbeurzen zijn die zich houden aan internationale standaarden en daar ook op worden geaudit [8]. Dit trustkantoor vraagt zich af waarom er een algemeen verbod ten aanzien van Pakistan zou moeten gelden terwijl er door deze beurzen moeite wordt gedaan om aan de witwasbestrijdingseisen te voldoen.

Verbod op zakelijke relaties/transacties met hoog-risicolanden niet mogelijk op grond van AMLD4
Op grond van de vierde Europese anti-witwasrichtlijn (AMLD4) [9] zijn Europese lidstaten verplicht in hun wetgeving op te nemen dat ondernemingen, die vallen onder de witwasbestrijdingsregelgeving (witwasbestrijdingsplichtigen), verplicht zijn om extra cliëntenonderzoek te verrichten in relatie tot “business relationships or transactions involving high-risk third countries” zoals door de Europese Commissie geïdentificeerd, aldus artikel 18a AMLD4. In deze bepaling wordt mogelijk gemaakt dat landen kiezen voor “limitation of business relationships or transactions with natural persons or legal entities from” de hoog-risicolanden [10], op voorwaarde dat zorgvuldig rekening wordt gehouden met relevante rapportages [11].

Er is geen sprake van dat AMLD4 zakelijke relaties of transacties met hoog-risicolanden verbiedt. Dat is een welbewuste keuze. Daar waar een verbod op transacties gewenst is, worden deze opgenomen in de sanctieregelgeving die in Nederland wordt geïmplementeerd via de Sanctiewet 1977.

Europese AML-hoog-risicolandenlijst loopt achter
Aandachtspunt is verder dat de Europese lijst van hoog-risicolanden in de witwasbestrijding achter loopt. De laatste wijziging dateert uit 2018 [12]. In februari 2019 heeft de Europese Commissie een nieuwe lijst voorgesteld met onder andere Saoedi Arabië [13]. Dat voorstel is verworpen en sindsdien loopt een discussie met onder andere het Europees Parlement inzake de methodologie van vaststelling van de hoog-risicolanden-lijst. Op 15 april 2020 stond dat onderwerp op de agenda van een commissie van het Europees Parlement [14]. Informatie over de methodologie zelf is niet te vinden.

Geconstateerd kan worden dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen de hoog-risicolanden-lijsten van FATF en de Europese Commissie, zie bijlage 1,

* Zo komt EU-kandidaat Albanië niet voor op de Europese lijst, terwijl het land wel op de FATF-lijst staat.
* Ook IJsland staat op de FATF-lijst en niet op de Europese lijst.
* Ethiopië is wegens goede maatregelen van de FATF-lijst afgevoerd, maar staat wel op de Europese lijst. Zo is er nog veel meer te noemen.

De vraag is waarop deze verschillen zijn gebaseerd en waarom landen die voldoende maatregelen hebben genomen niet van de Europese lijst worden afgevoerd.

Ontbrekende landendatabase
Overigens ontbreek een behoorlijke landendatabase, waarin wordt geregistreerd welk land wanneer en waarom op de FATF-lijst en Europese hoog-risicolandenlijst is geplaatst. Hierin zou de Europese Commissie zelf moeten voorzien. Daarbij is belangrijk dat gedetailleerd wordt aangegeven waarom een land hoog-risico zou zijn, zodat het makkelijker wordt voor witwasbestrijdingsplichtigen om na te gaan hoe zij om moeten gaan met relaties met dergelijke landen.

Regelgeving voor trustkantoren
Trustkantoren zijn de afgelopen tijd zeer druk bezig geweest met implementatie van allerlei wijzigingen in de regelgeving. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), gewijzigd per 25 juli 2018. De Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) is op 1 januari 2019 in werking getreden.

Deze branche wordt vaak als ‘trustsector’ aangeduid al hebben hun activiteiten niets met de Angelsaksische trust [15] te maken.

De motivatie voor de thans voorgestelde wijziging in de Wtt 2018 lijkt te berusten op voorvallen die vóór inwerkingtreding de gewijzigde regelgeving hebben plaats gevonden. De vraag is waarom een verbod nodig is, terwijl trustkantoren al maatregelen hebben genomen in verband met hoog-risicolanden en niet gebleken is dat die maatregelen onvoldoende zouden zijn.

Brief 14 januari 2020
In een brief die de Ministers van Financiën en van Veiligheid op 14 januari 2020 aan de Tweede Kamer schreven [16] is een aankondiging van het hoog-risicolanden verbod te vinden, zonder dat een onderbouwing wordt vermeld, anders dan het bekende mantra:

“In die gevallen is sprake van een cumulatie van risico’s die wij onbeheersbaar achten in een sector waarbij de diensten op zichzelf al inherent hoge integriteitrisico’s met zich brengen”

Allereerst is onjuist dat diensten van trustkantoren inherent hoge integriteitrisico’s met zich mee zouden brengen en wordt niet onderbouwd waarom trustkantoor-bestuurders riskanter zouden zijn dan andere statutair bestuurders van internationaal opererende ondernemingen. Ten tweede is er geen sprake van onbeheersbare cumulatie van risico’s bij hoog-risicolanden. Immers, trustkantoren zijn professionele bestuurders, die hun huiswerk juist beter doen dan andere statutair bestuurders, zodat er vermindering van risico is [17].

De ministers schrijven in de brief van 14 januari dat trustkantoren de nieuwe regelgeving nog niet voldoende geïncorporeerd zou hebben. Uit de brief van de ministers blijkt niet wat er dan onvoldoende geïmplementeerd zou zijn en welk verband die zogenaamde onvolkomenheden hebben met het voorgestelde verbod.

Bij de brief van de ministers zit als bijlage een verslag van DNB [18], waaruit niet blijkt dat er speciale problemen rondom hoog-risicolanden zijn. DNB rept in het verslag van de onderzoeken die in 2019 tot en met september zijn uitgevoerd alleen over onvoldoende verslaglegging in het cliëntenonderzoeksdossier [19].

Consultatietoelichting
In de toelichting op het consultatievoorstellen keren dezelfde onjuistheden terug, onder andere in paragraaf 2.1:

* Het optreden als statutair bestuurder van Nederlandse doelvennootschappen in internationale structuren, is volgens de trustkantoren waarmee ik contact heb, niet riskanter dan wat er gebeurt bij andere Nederlandse kapitaalvennootschappen, die deel uitmaken van internationale structuren. De laatstgenoemde kapitaalvennootschappen hebben bestuurders die minder kennis hebben van witwasrisico’s dan Nederlandse trustbestuurders.
* Het is onjuist [20] dat dat er in de eerste twaalf maanden van Wtt 2018 onvoldoende verbeteringen zouden zijn opgetreden. De trustkantoren waarmee ik contact heb beschouwen dit als een klap in hun gezicht, die zij niet verdienen.
* Een onderbouwing van het verbod van artikel 23a ontbreekt. Er staat in paragraaf 2.3 niet meer dan:

Bij trustdienstverlening zijn vaak complexe structuren betrokken en worden tussen vennootschappen grote sommen geld verplaatst teneinde fiscaal voordeel te behalen. Indien hier landen bij betrokken zijn met strategische tekortkomingen op het gebied van hun anti-witwasbeleid, stapelen de integriteitsrisico’s zich op. Daarom wordt met dit wetsvoorstel dienstverlening door trustkantoren verboden indien de cliënt, de doelvennootschap of de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt of doelvennootschap woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een derde hoog risicoland.

* De trustkantoren die ik spreek betwisten dat er “vaak complexe structuren betrokken” zijn en dat er ook voor het overige sprake is van onbeheersbare risico’s en zijn van mening dat zij adequate risico-mitigerende maatregelen hebben genomen respectievelijk kunnen nemen. Dat er een noodzaak voor dit verbod is, blijkt niet uit de rapportage van DNB, die in januari 2020 is bekend gemaakt (zie voetnoot 18). Deze onderbouwing voldoet ook niet aan de eisen van artikel 18a AMLD4.
* Ook de passage in paragraaf 2.4, “Trustdienstverlening laat zich niet goed combineren met betrokkenheid van landen die non-coöperatief zijn op belastinggebied. Dit omdat deze combinatie vaak leidt tot complexe en intransparante structuren” is volgens de trustkantoren die ik spreek onjuist. Volgens hen zitten er grote verschillen tussen de landen op de Europese hoog-risicolandenlijst (zie bijlage 1) en verdient de aanwezigheid van dergelijke landen zeker fiscale aandacht, maar het het niet zo dat de risico’s niet kunnen worden beheerst.

Tekst artikel 23a
Voorts verdient de tekst van het voorgestelde artikel 23a aandacht.

[a] In de aanhef van lid 1 wordt naast elkaar gesproken over:

* het aangaan van een zakelijke relatie [21];
* het verlenen van een trustdienst.

Nu het verlenen van een trustdienst een zakelijke relatie in de zin van Wtt 2018 veronderstelt, kan de passage “een zakelijke relatie aan te gaan of” vervallen. Als de tekst gehandhaafd zou blijven, is een uitvoerige toelichting op de noodzaak gewenst, zodat trustkantoren weten waar zij aan toe zijn.

[b] In de aanhef van lid 1 wordt naast elkaar gesproken over:

* uiteindelijk belanghebbenden van cliënten;
* uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen.

De cliënt is degene met wie het trustkantoor een zakelijke relatie heeft, wat zowel de doelvennootschap(pen) als de aandeelhouder(s) van de doelvennootschappen als degenen achter die aandeelhouders kan omvatten. Zo is denkbaar dat een trustkantoor niet alleen contact heeft met de aandeelhouder van de doelvennootschap maar ook met een topholding uit de groep. Een en ander betekent dat het niet nodig is om de uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen apart te noemen en kan dat onderdeel vervallen.

 

Commentaar 1

1.a Kan worden toegelicht waarom het verbod op zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden niet is meegenomen bij de totstandkoming van Wtt 2018 (op 1 januari 2019 in werking getreden) en/of de Wwft (gewijzigd per 25 juli 2018)?

1.b Kan het Ministerie van Financiën juridisch onderbouwen dat een generiek verbod op alle zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden (‘het verbod’) is toegestaan op grond van AMLD4?

TOELICHTING
Uit artikel 18a AMLD4 leid ik af dat landen kunnen bepalen dat bepaalde zakelijke relaties en transacties met natuurlijke personen of juridische entiteiten uit bepaalde hoog-risicolanden mogen worden beperkt, als dat goed is onderbouwd (lid 4). Er is geen sprake van dat alle zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden mogen worden verboden, zodat het verbod niet is toegestaan.
Ik hoor graag of het Ministerie van Financiën deze visie deelt.

1.c Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen dat een generiek verbod als vermeld onder 1.b betrekking mag hebben op alle door Europa vastgestelde hoog-risicolanden (witwasbestrijding en belastingparadijzen), dus dat er geen onderscheid hoeft te worden gemaakt tussen verschillende landen.

TOELICHTING
Zoals hierboven vermeld, is het proces van vaststelling van hoog-risicolanden een willekeurig proces, zeker als het FATF betreft en heeft het ook tot doel om druk op landen uit te oefenen, terwijl de risico’s tussen landen sterk kan verschillen.
Als een generiek verbod al mogelijk zou zijn, schrijft artikel 18a AMLD4 een individuele beoordeling per hoog-risicoland en per type zakelijke relatie / transactie voor. Daarvan is in het voorstel geen sprake, zodat een verbod niet is toegestaan.
Ik hoor graag of het Ministerie van Financiën deze visie deelt.

1.d Kan het Ministerie van Financiën per hoog-risicoland onderbouwen, op de wijze zoals in artikel 18a lid 4 AMLD4 is voorgeschreven, dat het onder 1.b bedoelde verbod gewenst is?

1.e Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen dat het onder 1.b bedoelde verbod uitsluitend betrekking dient te hebben door op trustkantoren bestuurde rechtspersonen (doelvennootschappen)? Tenslotte zijn trustkantoren niet meer dan statutair bestuurders van Nederlandse entiteiten (meestal Nederlandse kapitaalvennootschappen, dus besloten en naamloze vennootschappen), met een aantal bijkomende activiteiten die van toepassing zijn op alle statutair bestuurders van rechtspersonen (zoals het voeren van administraties en het verrichten van fiscale aangiften). De doelvennootschappen hebben dezelfde activiteiten als vele andere in Nederland gevestigde rechtspersonen. Het maken van een onderscheid dient te worden onderbouwd. Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen waarom onderscheid mag worden gemaakt tussen doelvennootschappen en andere rechtspersonen naar Nederlands recht? Is deze vorm van discriminatie ten opzichte van andere Wwft-plichtigen (zoals banken en verzekeringsmaatschappijen) gerechtvaardigd?

1.f Naar aanleiding van de tekst van het voorgestelde artikel 23a Wtt 2018 is het volgende van belang:

[a] Nu het verlenen van een trustdienst een zakelijke relatie in de zin van Wtt 2018 veronderstelt, kan de passage “een zakelijke relatie aan te gaan of” vervallen. Als de tekst gehandhaafd zou blijven, is een uitvoerige toelichting op de noodzaak gewenst, zodat trustkantoren weten waar zij aan toe zijn.
[b] De tekst “uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen” kan vervallen, nu doelvennootschappen dezelfde uiteindelijk belanghebbenden hebben als de cliënt.

 

2. Praktische consequenties van het verbod

Het voornemen van het Ministerie van Financiën heeft niet alleen algemene aspecten, zoals onder 1. besproken. Er zitten ook belangrijke praktische consequenties aan, die in het voorstel niet onder ogen worden gezien.

Definitie cliënt
Trustkantoren maken zich zorgen over het uitrekken de definitie van ‘cliënt’ in Wtt 2018, zie ook hiervoor. Het is ongewenst als de wetgever en het Ministerie van Financiën niet helder zijn over de kernbegrippen van de wetgeving, met als gevolg dat toezichthouders – als bij trustkantoren DNB – een ruimere uitleg geven dan de wetgever heeft beoogd, omdat het de toezichthouder goed uitkomt.

Bestaande situaties
Als het verbod zou worden ingevoerd kan het gebeuren dat plaatsing van een land op een hoog-risicolandenlijst gevolgen heeft voor de relatie van een trustkantoor met een bestaande cliënt. Het is dan voor het trustkantoor niet mogelijk om onmiddellijk maatregelen te nemen. Daarmee wordt in het voorgestelde artikel 23a geen enkele rekening gehouden.

Als er al een dergelijk verbod zou komen, hetgeen ik ongewenst acht, zal in de wet een voorziening moeten worden opgenomen voor bestaande gevallen.

Commentaar 2

2.a Helderheid rondom de basisbegrippen van de Wtt 2018 is gewenst.

2.b Als het verbod op cliënten en uiteindelijk belanghebbenden bij cliënten in hoog-risicolanden doorgang vindt, zal in de wet een voorziening moeten worden opgenomen voor bestaande situaties.

 

3. Tot slot

Naar mijn mening is de noodzaak op een generiek verbod op relaties met hoog-risicolanden, als geformuleerd in artikel 23a, onvoldoende onderbouwd, zowel omdat niet is gebleken dat de huidige Wtt 2018 onvoldoende regels zou bevatten, als omdat de onderbouwing niet voldoet aan de eisen van artikel 18a AMLD4.

Het zou goed zijn als invoering van artikel 23a niet doorgaat.

 

Bijlagen

Bijlage 1 – Overzicht van hoog-risicolanden

Een overzicht met de meest recente FATF-lijst en de twee Europese lijsten, alsmede het voorstel van februari 2019 van de Europese Commissie van de zwarte lijst voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.

Bijlage 2 – Het consultatiedocument

 

Noten

1 Zoals ik ook memoreerde in mijn artikel https://ellentimmer.com/2020/04/20/wwft-307/.
2 Zakelijke overwegingen zijn onder meer of de landen criminaliteit goed bestrijden. Lastig bij de zwarte lijsten is dat de onderbouwing aanleveren voor de redenen waarom bepaalde landen op zwarte lijsten worden geplaatst vaak zeer summier is of ontbreekt.
Aantekening: criminaliteit wordt vaak als ‘witwassen’ aangeduid, maar praktisch is ieder financieel voordeel vanwege crimineel handelen witwassen, zodat het onderscheid tussen criminaliteit en witwassen niet relevant meer is).
3 http://www.fatf-gafi.org/countries/a-c/brazil/documents/outcomes-plenary-october-2019.html,The Plenary discussed the joint FATF-EAG-MONEYVAL assessment of Russia and concluded that Russia has an in-depth understanding of the money laundering and terrorist financing risks it faces. It has established robust policies and laws to address these risks, and the country is particularly effective in its investigation and prosecution of terrorist financing”.
Dit leverde een aantal verraste reacties op, onder andere van ACAMS, As FATF Readies Praise for Russia, Critics Anticipate Backlash, Koos Couvée, 19 november 2019, https://www.moneylaundering.com/news/as-fatf-readies-praise-for-russia-critics-anticipate-backlash/.
4 Aldus de Duitse NRA, https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/Downloads/Broschueren_Bestellservice/2019-10-19-erste-nationale-risikoanalyse_2018-2019.pdf;jsessionid=E5548E0645DACF539698AF061AA0EBF2?__blob=publicationFile&v=7. Duitsland merkt ook China, Cyprus en Malta als hoog-risicolanden aan.
5 https://rusi.org/commentary/it%E2%80%99s-time-reform-and-refocus-financial-action-task-force
6 Inmiddels van de FATF-lijst verdwenen.
7 Europese belastinglijst.
8 Het kantoor noemde Karachi 100 en de FTSE Pakistan.
9 http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32015L0849, zoals gewijzigd door de vijfde Europese anti-witwasrichtlijn.
10 Artikel 18a lid 2 AMLD4.
11 Artikel 18a lid 4 AMLD4.
12 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/AUTO/?uri=celex:32018R1467
13 Zie https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-8-2019-0216_EN.pdf.
14 https://www.europarl.europa.eu/meetdocs/2014_2019/plmrep/COMMITTEES/CJ12/OJ/2020/04-15/1202913EN.pdf
15 https://nl.wikipedia.org/wiki/Trust_(rechtsvorm); https://en.wikipedia.org/wiki/Trust_law
16 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/01/14/kamerbrief-voortgang-plan-van-aanpak-witwassen/kamerbrief-voortgang-plan-van-aanpak-witwassen.pdf
17 Dergelijke beweringen werden al eerder in officiële publicaties gedaan. Echter, veel herhalen van standpunten, betekent nog niet dat die standpunten juist zijn.
18 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/01/14/toezichtbeeld-dnb-trustkantoren-2019/toezichtbeeld-dnb-trustkantoren-2019.pdf
19 Zie pagina 3 onder het kopje Beeld op basis van onderzoeken.
20 Volgens een aantal trustkantoren waarmee ik contact heb.
21 In Wtt 2018 is de definitie van dit begrip in artikel 1 lid 1 analoog aan de definitie van zakelijke relatie in artikel 1 lid 1 van de Wwft en verwijst naar de cliënt ten behoeve van wie het trustkantoor respectievelijk de Wwft-plichtige diensten verleent.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Trustkantoren | Tags: , , , | Plaats een reactie

Europese vertalingsservice voor mkb-ondernemingen | eTranslate

De EU heeft de Europese vertaalservice eTranslation opengesteld voor mkb-ondernemers. De vertaalservice werkt met de 24 officiële EU-talen, inclusief IJslands, Noors en Russisch. In de toekomst zullen er meer talen worden toegevoegd.

Het begrip mkb wordt als volgt gedefinieerd in de vraag & antwoord:

The category of micro, small and medium-sized enterprises (SMEs) is made up of enterprises which employ fewer than 250 persons and which have an annual turnover not exceeding EUR 50 million, and/or an annual balance sheet total not exceeding EUR 43 million.

Kijk hier voor meer informatie. Aanmelding vindt plaats via een bedrijfs e-mail adres. Het support team van eTranslate toetst of degene die zich aanmeldt in de doelgroep valt.

 

Meer informatie:

Inleidende pagina
Startpagina eTranslation
Faq eTranslation
Rapport over de testfase tot en met maart 2020
• Achtergrond over het taalkundige project achter deze service is te vinden in de aankondiging van de workshop Terminology for Europe

Geplaatst in Europa | Plaats een reactie

Is de les van SyRI, FSV geleerd? | risicoprofilering in de criminaliteitsbestrijding, WGS

De overheid heeft grote verwachtingen van digitale risicoprofilering en het digitaal opsporen van criminaliteit. Recente schandalen geven aan dat aan risicoprofilering grote risico’s zijn verbonden. De eerste affaire staat bekend onder de afkorting SyRI. De tweede wordt afgekort als FSV en staat ook bekend als ‘de toeslagenaffaire’.

Systeem Risico Indicatie (SyRI)
Risicoprofilering ter bestrijding van uitkerings-, toeslagen en belastingfraude

De afkorting SyRI is afkomstig van het Systeem Risico Indicatie, een overheidssysteem dat gebruikt wordt voor de bestrijding van fraude op het terrein van uitkeringen, toeslagen en belastingen. Op de site van de not-for-profit organisatie Bij voorbaat verdacht [1]  is een uitleg over het systeem te vinden. Via digitale middelen worden risicoprofielen van burgers gemaakt die de basis vormt voor optreden door de overheid.

Tegen dit systeem is geprocedeerd door zevende eisende partijen, onder meer het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), Platform Bescherming Burgerrechten en Privacy First. Dit heeft geleid tot het vonnis van de Rechtbank Den Haag van 5 februari 2020. Daarin heeft de rechter beslist dat de SyRI-wetgeving in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens [2]. De Nederlandse staat heeft meegedeeld dat er niet in beroep wordt gegaan tegen de uitspraak [3].

Fraude Signalering Voorziening (FSV)
Risicoprofilering door de Belastingdienst, zwarte lijst van vermoedelijke fraudeurs

In februari 2020 maakte RTL bekend dat de Belastingdienst bijna twintig jaar een geheim risicoprofileringssysteem gebruikte, dat leidde tot een zwarte lijst van burgers, waarvan werd vermoed dat zij fraudeerden. Dit systeem staat bekend onder de naam Fraude Signalering Voorziening. De mensen op de zwarte lijst kregen dit niet te horen en konden zich niet verweren. De mensen op de zwarte lijst werden door de Belastingdienst als mogelijke fraudeurs bejegend en sommigen ondervonden grote schade. De affaire geeft aan hoe riskant systemen zijn waarmee risicoselectie en profilering van burgers plaats vindt (dit is ook een risico van de risicoselectie en profilering die op grond van de witwasbestrijdingswetgeving door onder meer banken moet plaats vinden). Naar aanleiding van het RTL-bericht is een grote rel ontstaan, waarbij later ook nog bekend werd dat de fiscus zelfs targets hanteerde voor de terugvordering van toeslagen [4].

Er is nog steeds parlementaire activiteit. Zo schreef de staatssecretaris van Financiën op 28 april jl. een brief aan de Tweede Kamer. Daarin deelt de staatssecretaris mee dat FSV in strijd met de AVG was, onder meer omdat fraudesignalen werden geregistreerd zonder daar een gewicht aan toe te kennen, gegevens te lang werden bewaard en te veel mensen bij de gegevens konden. Er is nog een lange weg te gaan voordat de Belastingdienst alles op orde heeft.

Risicoprofilering door de overheid
De overheid heeft een grote behoefte aan de uitwisseling van gegevens ten behoeve van risicoprofilering en misdaadbestrijding, zo blijkt uit de toelichting die is gegeven bij het voorstel Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS), dat onlangs bij de Tweede Kamer is ingediend en waarover ik schreef. Reden voor het wetsvoorstel is dat men meent dat betere risicoprofilering kan plaats vinden op basis van data-analyse. In het nieuwsbericht wordt gesuggereerd dat het bij de risicoprofilering gaat om ‘groot bier’ en niet om gewone burgers, zoals degenen die slachtoffer van SyRI en FSV zijn geworden. De toelichting op het WGS-voorstel lijkt echter opvallend veel op de wat de Rechtbank in de SyRI-zaak [2] schreef over SyRI:

Het instrument wordt ingezet door de Minister op verzoek van bepaalde overheidsinstanties of andere instanties met een publieke taak. Dit zijn op dit moment de colleges van burgemeester en wethouders (hierna: de gemeenten), het UWV, de SVB, de rijksbelastingdienst (hierna: de Belastingdienst), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de IND) en toezichthouders, zoals de Inspectie SZW. Die instanties kunnen een samenwerkingsverband aangaan waarin zij gegevens uitwisselen. Met de inzet van SyRI worden bestanden waarover die (overheids)instanties beschikken gestructureerd gekoppeld om samenhangende misstanden op de genoemde terreinen te kunnen onderkennen en om de pakkans te verhogen.

SyRI en FSV hebben betrekking op de portemonnee van de overheid. De WGS is breder, het heeft betrekking op criminaliteitsbestrijding in brede zin, dus ook criminaliteit waarvan burgers zelf schade ondervinden.

SyRI en FSV zouden een les moeten zijn over de gevaarlijke kanten van risicoprofilering, die de kern vormt van de ‘moderne’ criminaliteitsbestrijding. Daarmee is de overheid bezig via samenwerkingsverbanden als het Financieel Expertisecentrum (FEC) en de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV).

Risicoprofilering door banken en andere bedrijven op grond van de witwasbestrijdingswetgeving
SyRI en FSV zouden ook leerzaam moeten zijn voor de private criminaliteitsbestrijding, zoals deze op grond van de witwasbestrijdingswetgeving plaats vindt door onder meer banken [5]. Kern van die regels is dat de bedrijven risicoprofielen van hun cliënten moeten maken en hen op basis daarvan moeten monitoren op signalen van criminaliteit. Ook witwasbestrijdingsplichtige bedrijven zijn met zwarte lijsten bezig, van de zwarte lijsten van banken en verzekeringsmaatschappijen is bekend dat plaatsing op de lijsten niet altijd zorgvuldig gebeurt.

Risicoprofilering is hot
Risicoprofilering, het aanleggen zwarte lijsten en gegevensuitwisseling zijn in de wetgevende mode.

We gaan bij de behandeling van het voorstel voor WGS zien of de lessen van SyRI en FSV geleerd zijn.

 

Noten
[1] Officieel Stichting Platform Bescherming Burgerrechten, steun ze met donaties.
[2] Lees vonnis van de Rechtbank Den Haag van 5 februari 2020. In de uitvoerige samenvatting staat:

SyRI-wetgeving in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens
De rechtbank heeft vandaag uitspraak gedaan in een zaak over het Systeem Risico Indicatie (SyRI). SyRI is een wettelijk instrument dat de overheid gebruikt voor de bestrijding van fraude op bijvoorbeeld het terrein van uitkeringen, toeslagen en belastingen. De rechtbank is van oordeel dat de wetgeving die de inzet van SyRI regelt in strijd is met hoger recht. De wetgeving voldoet volgens de rechtbank niet aan artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens (EVRM). Dit artikel beschermt het recht op respect voor het privéleven.

Toets
De rechtbank moest toetsen of de SyRI-wetgeving in strijd is met eenieder verbindende bepalingen van internationaal of Europees recht. De rechtbank heeft beoordeeld of de SyRI-wetgeving voldoet aan artikel 8 lid 2 EVRM. Die bepaling vereist een ‘fair balance’ (een redelijke verhouding) tussen het maatschappelijk belang dat de wetgeving dient en de inbreuk op het privéleven die de wetgeving maakt.

Bijzondere verantwoordelijkheid bij nieuwe technologieën
Op grond van artikel 8 EVRM rust op Nederland als lidstaat bij de toepassing van nieuwe technologieën een bijzondere verantwoordelijkheid. Daarbij gaat het om de juiste balans in de weging van enerzijds de voordelen die aan het gebruik van die technologieën verbonden zijn tegenover anderzijds de inmenging die dat gebruik op het recht op respect voor het privéleven kan maken. Dit geldt ook in het geval van de inzet van SyRI.

Inzet SyRI onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar
De rechtbank komt tot het oordeel dat de SyRI-wetgeving in haar huidige vorm de toets van artikel 8 lid 2 EVRM niet doorstaat. De rechtbank heeft de doelen van de SyRI-wetgeving, namelijk het voorkomen en bestrijden van fraude in het belang van het economisch welzijn, afgezet tegen de inbreuk op het privéleven die de wetgeving maakt. Volgens de rechtbank voldoet de wetgeving niet aan de ‘fair balance’ die het EVRM vereist om te kunnen spreken over een voldoende gerechtvaardigde inbreuk op het privéleven. De wetgeving is wat betreft de inzet van SyRI onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar. De wetgeving is onrechtmatig want in strijd met hoger recht en dus onverbindend.

Achtergrond
Een aantal maatschappelijke organisaties, waaronder het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, en twee burgers hebben deze procedure tegen de Staat aangespannen. De FNV heeft zich aan de zijde van eisers gevoegd. Eisers willen een ‘halt’ toeroepen aan het gebruik van SyRI. Zij vinden dat de overheid met de inzet van SyRI een ontoelaatbare inbreuk maakt op mensenrechten. De Staat is het niet eens met dit standpunt. De Staat heeft naar voren gebracht dat de SyRI-wetgeving voldoende waarborgen bevat om de privacy van eenieder te beschermen.
Zie ook ECLI:NL:RBDHA:2020:1878.

[3] Zie de brief aan de Tweede Kamer van 23 april 2020. Bij voorbaat verdacht schrijft naar aanleiding daarvan Staat legt zich neer bij SyRI-vonnis, wij blijven waakzaam.
[4] Lees over de targets het artikel in Trouw en het Vaklunch-artikel Morele corruptie, waarin de auteurs, twee strafrechtadvocaten bekritiseren dat de Belastingdienst targets hanteerde voor het terugvorderen van toeslagen als gevolg van fraude. Er zijn veel Tweede Kamerdocumenten over FSV, te vinden via de zoekterm ‘FSV’ en ‘CAF-zaken’. In de media wordt er veel over geschreven. Recent onder meer Belastingdienst wordt doorgelicht op illegale fraudesystemen, RTL 28 april jl.; De Belastingdienst hanteert mogelijk meer zwarte lijsten. Maar waar?, Trouw 28 april jl.; Belastingdienst erkent: fraudesysteem deugde niet, Trouw 2 maart jl.; Vijf vragen over de nieuwste problemen bij de Belastingdienst, NRC 29 februari jl.
[5] In Nederland is de private bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Wwft. Op grond van die wet moeten een groot aantal private ondernemingen criminaliteit opsporen (door monitoring van hun cliënten) en gesignaleerde mogelijke criminaliteit (‘ongebruikelijke transacties’) melden  bij FIU-Nederland, een onderdeel van de politie. De belangrijkste groep private ondernemingen met deze opsporingsplicht, zijn de banken. Meer over dit onderwerp op dit blog onder  meer via de tags Wwft, witwasbestrijding door banken en via de categorie fraude en witwasbestrijding.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Transparantieprijs voor Knab, die geen ondernemers als klant wil

De praktijk leert dat het voor bepaalde groepen ondernemers en organisaties heel moeilijk is geworden om aan een bankrekening te komen, respectievelijk over te stappen naar een andere bank. Zelfs het openen van een rekening bij je eigen bank kan al moeite kosten [1].  De weigering van een bank om iemand als klant te accepteren, is vaak niet transparant. Dat is niet erg zolang je maar ergens terecht kunt, want zonder bankrekening kan geen ondernemer en organisatie.

Knab wil liever geen ondernemers als klant
In dat verband valt op dat een van de kleinere Nederlandse banken, Knab, duidelijk is over het acceptatiebeleid, ze willen nl. liever geen ondernemers, enkele uitzonderingen daargelaten.

Op de pagina acceptatiecriteria schrijft Knab dat ze alleen bepaalde Nederlandse bedrijven accepteren. Een bv wordt alleen geaccepteerd als er één bestuurder is en die bestuurder rechtstreeks enig aandeelhouder is. Een vennootschap onder firma en maatschap wordt alleen geaccepteerd als er niet meer dan vier vennoten zijn.

Een groot aantal typen klanten worden door Knab niet geaccepteerd, zoals onder meer not-for-profit (goededoelenorganisaties, lobbygroepen, ANBI’s, non-gouvernementele organisaties, politieke partijen, religieuze organisaties, kerkelijke instellingen) en ondernemingen met ‘verdachte’ structuren. In de rubriek ‘zakelijke activiteiten’ die Knab niet accepteert, staan een groot aantal reguliere ondernemingsactiviteiten opgesomd zoals taxi-ondernemingen, vastgoedactiviteiten, incassodiensten en activiteiten waarop de Wet op het financieel toezicht van toepassing is. De bank heeft zich bij de opsomming duidelijk laten inspireren door de risicolijstjes die in de witwasbestrijding in omloop zijn en sluit een zeer grote groep reguliere ondernemingen uit.

Waar gaat dit heen?
Zou een dergelijk acceptatiebeleid ook door andere Nederlandse banken worden toegepast [2]? Als banken geen zin meer hebben om reguliere ondernemingen en organisaties te bedienen, is de vraag wat nog het bestaansrecht van banken is.

In ieder geval wint Knab de transparantieprijs, want ik heb geen andere Nederlandse banken op het internet gevonden, die zo duidelijk aangeven dat zij geen ondernemers en organisaties als klant willen.

Al eerder constateerde ik dat het aanbieden van bankrekeningen voor banken een verliesgevende aangelegenheid is, lees dit bericht [3]. Het is intrigerend dat de Nederlandse en Europese politiek doorgaan met het neerleggen van opsporingstaken bij banken (lees mijn artikelen over witwasbestrijding door banken), terwijl het betalingsverkeer verliesgevend is en banken ongeschikt zijn voor de opsporingstaak.

 

Noten
[1] Lees het artikel door Ralph Vaessen van Extendum Even een rekening openen, accountant.nl, over de moeite die het kost om een bankrekening te openen.
[2] Deze praktijk wordt vaak ‘de-risken’ genoemd. Lees daar hier meer over.
[3] In een door het Ministerie van Financiën opgesteld document met antwoorden op vragen inzake de toekomst van de financiële sector, schrijft de Minister: “De conclusie is dat het betalingsverkeer, afhankelijk van de rentestand, voor banken structureel verlieslatend of op zijn best break-even is“.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Krijgen de Nederlanders nu een nieuw bsn? | datalek Donorregister

De Nederlandse overheid heeft er een handje van allerlei digitale toepassingen te bedenken of te gebruiken en vervolgens de digitale veiligheid van de burgers in gevaar te brengen (die digitale risico’s kunnen vervolgens ook buiten het digitale domein gevolgen hebben). Het meest recente schandaal is dat van het Donorregister, waardoor vertrouwelijke persoonsgegevens gelekt zijn. Het gaat om voor- en achternaam, geslacht, geboortedatum, adresgegevens, keuze inzake orgaandonatie, handtekening en burgerservicenummer of administratief nummer van de basisregistratie van de gemeente, zo kwam vandaag in het nieuws.

Een gelijksoortige affaire is het datalek bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) van vorig jaar. Rondom dat datalek is het overigens op dit moment oorverdovend stil.

Ook het DigiD is een voorbeeld van onveilige automatisering. Overigens wordt er nu aan gewerkt om dat DigiD veiliger te maken. Dat is dan wel rijkelijk laat.

De Algemene Rekenkamer heeft al jarenlang kritiek op de digitalisering door de overheid.

Vragen
Wordt het niet eens tijd dat alle Nederlandse burgers een nieuw bsn krijgen? En wanneer gaat de overheid de IT een keer op orde brengen?

 

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

De financiële drempels in de Wwft en handelaren

Naar aanleiding van mijn eerdere bericht over een nieuwe wet tot wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) kreeg ik een vraag over de tweede bullet, waar ik schreef “Het voorstel bevat de Europees voorgeschreven verlaging van de contantendrempel voor handelaren  van EUR 15.000 naar EUR 10.000“.

Die tekst is niet helemaal precies en is een goede aanleiding om het systeem rondom de financiële drempels in de Wwft rondom handelaren weer eens op een rijtje te zetten, wat ik hierna doe.

Vraag
De door een lezer gestelde vraag:

Mag ik iets vragen over de tweede bullet? Wordt daarmee de objectieve indicator bedoeld? Want bij een contante transactie van € 10.000 wordt een beroeps- of bedrijfsmatige handelaar al Wwft-instelling.

Antwoord
De tweede bullet van mijn eerdere bericht heeft niet op de objectieve indicator betrekking, maar op de gegevens die bij een melding aan FIU-Nederland moeten worden verstrekt.

Ter herinnering: zoals bekend is er bij handelaren (zowel verkopers als kopers vallen onder de Wwft) sprake van een ‘tweetrapsraket’ als het om drempelbedragen gaat.

Stap 1: is de Wwft van toepassing en moet er cliëntenonderzoek worden gedaan?

Stap 2: moet een ongebruikelijke transactie worden gemeld bij FIU-Nederland?

Toelichting:

Stap 1: handelaren [*] moeten de Wwft toepassen en cliëntenonderzoek verrichten bij hun goederentransacties, voor zover betaling van de goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 10.000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat.

Stap 2: handelaren [*] moeten een melding van een ‘ongebruikelijke transactie’ doen bij FIU-Nederland, dat is aan de orde:

[a] als de handelaar aanleiding heeft om te veronderstellen dat de transactie verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme (‘subjectieve indicator’);
[b] als het een transactie betreft waarbij tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling een of meerdere voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen gekocht of verkocht worden, waarbij het contant te betalen bedrag € 20.000,– of meer bedraagt (‘objectieve indicator’).

Bij de objectieve indicator hoeft de handelaar geen vermoedens van witwassen of financieren van terrorisme te hebben (zoals bij de subjectieve indicator wel nodig is).

Als de handelaar een melding gaat doen, moet hij bepaalde gegevens verstrekken aan FIU-Nederland.

De wijziging in de Wwft betreft het artikel in de wet waarin de melding van de ongebruikelijke transactie wordt geregeld. In dat artikel staat welke gegevens bij de melding aan FIU-Nederland moeten worden verstrekt. Bij handelaren staat nu in de wet dat een omschrijving moet worden gegeven van de desbetreffende zaken van grote waarde bij “een transactie boven de € 15 000”. Die bepaling zou moeten aansluiten bij de definitie van de Wwft-plicht (stap 1). Dat is het Ministerie van Financiën bij de wijziging van de Wwft in 2018 vergeten en die fout wordt nu hersteld.

 

[*] Daaronder worden in de Wwft verstaan: natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 10.000 of meer.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie