Verbod hoog-risicolanden voor trustkantoren is onverstandig | consultatie Wtt 2018

Op 4 mei heb ik een consultatiereactie ingediend over het voorgestelde verbod voor trustkantoren om cliënten te bedienen met een relatie met ‘hoog-risicolanden’ (schurkenstaten). De tekst kan als pdf worden gedownload en is hieronder geplaatst (met enkele verbeteringen van typefouten). 

Dit bericht verscheen eerder op de site van het Compliance Platform Trustkantoren.

 


 

Consultatiedeelname

Aan: Ministerie van Financiën
Van: Ellen Timmer, ellen.timmer@pellicaan.nl,
blog: https://ellentimmer.com/ (verbonden aan Pellicaan Advocaten)
Datum: 4 mei 2020
Onderwerp: consultatie Wijziging Wet toezicht trustkantoren 2018, aangekondigd op https://www.internetconsultatie.nl/wijzigingwtt2018

 

Mijne dames en heren,

Hierbij maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan deze consultatie. De consultatie betreft het voorstel voor Wijziging Wet toezicht trustkantoren 2018, waarin een nieuw artikel 23a wordt voorgesteld, met een verbod op diensten in relatie tot hoog risicolanden.

Bezorgde reacties van mijn relaties in de sector van de trustkantoren met betrekking tot dit verbod waren voor mij reden om aan deze consultatie mee te doen. Ik hoop dat u acht zult slaan op deze consultatiereactie.

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer

 

 

Inhoud:

1. Inleiding
Het fenomeen hoog-risicolanden
Verbod op zakelijke relaties/transacties met hoog-risicolanden niet mogelijk op grond van AMLD4
Europese AML-hoog-risicolandenlijst loopt achter
Ontbrekende landendatabase
Regelgeving voor trustkantoren
Brief 14 januari 2020
Tekst artikel 23a
Commentaar 1

2. Praktische consequenties van het verbod
Definitie cliënt
Gevolgen van plaatsing voor bestaande situaties
Commentaar 2

3. Tot slot

Bijlage 1 – Overzicht van hoog-risicolanden
Bijlage 2 – Het consultatiedocument

 

 

1. Inleiding

Onderwerp van deze reactie is het verbod op relaties van cliënten van trustkantoren met ‘hoog-risicolanden’.

Het fenomeen hoog-risicolanden
In deze consultatiereactie bespreek ik naast het verbod voor trustkantoren ook de problematiek van de hoog-risicolanden in het algemeen. Dat commentaar is voor alle ondernemingen die zich aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten houden (Wwft-plichtigen) van belang.

Op dit moment is sprake van een onoverzichtelijk gebeuren rondom het fenomeen ‘hoog-risicolanden’. Er zijn vele zwarte lijsten van verschillende landen, verschillende internationale instituties en met verschillende thema’s (zoals witwasbestrijding en bestrijding van belastingparadijzen) [1].

Deze zwarte lijsten worden door overheden ingezet om ondernemingen, zoals in casu trustkantoren, te beïnvloeden. Bij de beslissingen over plaatsing van landen op lijsten spelen niet alleen zakelijke overwegingen een rol [2]. Er is meer aan de hand.

De plaatsing van landen op een zwarte lijst is een politiek middel om op de betreffende landen druk uit te oefenen. Daarbij valt op dat bepaalde landen die voor plaatsing op een zwarte lijst in aanmerking komen, daar niet op worden geplaatst. Een voorbeeld daarvan is Rusland, dat een goede beoordeling van FATF kreeg [3] terwijl het land op de Duitse zwarte lijst is geplaatst [4].

Op het proces rond plaatsing van landen op zwarte lijsten wordt veel kritiek uitgeoefend. Lees onder andere Tom Keatinge op de RUSI site, It’s Time to Reform and Refocus the Financial Action Task Force, 23 oktober 2019 [5].

Mij is opgevallen dat het type landen dat op de lijsten van hoog-risicolanden wordt geplaatst, sterk verschilt. Er staan ontwikkelingslanden en landen in (burger)oorlog op, zoals Afghanistan, Ethopië [6], Iraq, Jemen, Libië en Syrië. Er staan de bekende eilanden op, vaak voormalige Britse of Amerikaanse koloniën, die leven van de belastingverdragen die zij met de hele wereld hebben afgesloten (zoals de Bahama’s, de Kaaiman Eilanden en de Maagdeneilanden [7]). Maar er staan ook grote(re) landen op, zoals Pakistan en (als de Europese Commissie zijn zin krijgt) Saoedi Arabië. Bij landen met zulke verschillende karakteristieken kunnen de werkelijke risico’s verschillen. Bovendien kunnen antiwitwasmaatregelen de gang van zaken in ontwikkelingslanden en landen in (burger)oorlog ernstig belemmeren en de ‘verkeerde’ krachten stimuleren.

Voorbeeld:
Van een van de trustkantoren waarmee ik contact heb, hoorde ik dat er in Pakistan effectenbeurzen zijn die zich houden aan internationale standaarden en daar ook op worden geaudit [8]. Dit trustkantoor vraagt zich af waarom er een algemeen verbod ten aanzien van Pakistan zou moeten gelden terwijl er door deze beurzen moeite wordt gedaan om aan de witwasbestrijdingseisen te voldoen.

Verbod op zakelijke relaties/transacties met hoog-risicolanden niet mogelijk op grond van AMLD4
Op grond van de vierde Europese anti-witwasrichtlijn (AMLD4) [9] zijn Europese lidstaten verplicht in hun wetgeving op te nemen dat ondernemingen, die vallen onder de witwasbestrijdingsregelgeving (witwasbestrijdingsplichtigen), verplicht zijn om extra cliëntenonderzoek te verrichten in relatie tot “business relationships or transactions involving high-risk third countries” zoals door de Europese Commissie geïdentificeerd, aldus artikel 18a AMLD4. In deze bepaling wordt mogelijk gemaakt dat landen kiezen voor “limitation of business relationships or transactions with natural persons or legal entities from” de hoog-risicolanden [10], op voorwaarde dat zorgvuldig rekening wordt gehouden met relevante rapportages [11].

Er is geen sprake van dat AMLD4 zakelijke relaties of transacties met hoog-risicolanden verbiedt. Dat is een welbewuste keuze. Daar waar een verbod op transacties gewenst is, worden deze opgenomen in de sanctieregelgeving die in Nederland wordt geïmplementeerd via de Sanctiewet 1977.

Europese AML-hoog-risicolandenlijst loopt achter
Aandachtspunt is verder dat de Europese lijst van hoog-risicolanden in de witwasbestrijding achter loopt. De laatste wijziging dateert uit 2018 [12]. In februari 2019 heeft de Europese Commissie een nieuwe lijst voorgesteld met onder andere Saoedi Arabië [13]. Dat voorstel is verworpen en sindsdien loopt een discussie met onder andere het Europees Parlement inzake de methodologie van vaststelling van de hoog-risicolanden-lijst. Op 15 april 2020 stond dat onderwerp op de agenda van een commissie van het Europees Parlement [14]. Informatie over de methodologie zelf is niet te vinden.

Geconstateerd kan worden dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen de hoog-risicolanden-lijsten van FATF en de Europese Commissie, zie bijlage 1,

* Zo komt EU-kandidaat Albanië niet voor op de Europese lijst, terwijl het land wel op de FATF-lijst staat.
* Ook IJsland staat op de FATF-lijst en niet op de Europese lijst.
* Ethiopië is wegens goede maatregelen van de FATF-lijst afgevoerd, maar staat wel op de Europese lijst. Zo is er nog veel meer te noemen.

De vraag is waarop deze verschillen zijn gebaseerd en waarom landen die voldoende maatregelen hebben genomen niet van de Europese lijst worden afgevoerd.

Ontbrekende landendatabase
Overigens ontbreek een behoorlijke landendatabase, waarin wordt geregistreerd welk land wanneer en waarom op de FATF-lijst en Europese hoog-risicolandenlijst is geplaatst. Hierin zou de Europese Commissie zelf moeten voorzien. Daarbij is belangrijk dat gedetailleerd wordt aangegeven waarom een land hoog-risico zou zijn, zodat het makkelijker wordt voor witwasbestrijdingsplichtigen om na te gaan hoe zij om moeten gaan met relaties met dergelijke landen.

Regelgeving voor trustkantoren
Trustkantoren zijn de afgelopen tijd zeer druk bezig geweest met implementatie van allerlei wijzigingen in de regelgeving. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), gewijzigd per 25 juli 2018. De Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) is op 1 januari 2019 in werking getreden.

Deze branche wordt vaak als ‘trustsector’ aangeduid al hebben hun activiteiten niets met de Angelsaksische trust [15] te maken.

De motivatie voor de thans voorgestelde wijziging in de Wtt 2018 lijkt te berusten op voorvallen die vóór inwerkingtreding de gewijzigde regelgeving hebben plaats gevonden. De vraag is waarom een verbod nodig is, terwijl trustkantoren al maatregelen hebben genomen in verband met hoog-risicolanden en niet gebleken is dat die maatregelen onvoldoende zouden zijn.

Brief 14 januari 2020
In een brief die de Ministers van Financiën en van Veiligheid op 14 januari 2020 aan de Tweede Kamer schreven [16] is een aankondiging van het hoog-risicolanden verbod te vinden, zonder dat een onderbouwing wordt vermeld, anders dan het bekende mantra:

“In die gevallen is sprake van een cumulatie van risico’s die wij onbeheersbaar achten in een sector waarbij de diensten op zichzelf al inherent hoge integriteitrisico’s met zich brengen”

Allereerst is onjuist dat diensten van trustkantoren inherent hoge integriteitrisico’s met zich mee zouden brengen en wordt niet onderbouwd waarom trustkantoor-bestuurders riskanter zouden zijn dan andere statutair bestuurders van internationaal opererende ondernemingen. Ten tweede is er geen sprake van onbeheersbare cumulatie van risico’s bij hoog-risicolanden. Immers, trustkantoren zijn professionele bestuurders, die hun huiswerk juist beter doen dan andere statutair bestuurders, zodat er vermindering van risico is [17].

De ministers schrijven in de brief van 14 januari dat trustkantoren de nieuwe regelgeving nog niet voldoende geïncorporeerd zou hebben. Uit de brief van de ministers blijkt niet wat er dan onvoldoende geïmplementeerd zou zijn en welk verband die zogenaamde onvolkomenheden hebben met het voorgestelde verbod.

Bij de brief van de ministers zit als bijlage een verslag van DNB [18], waaruit niet blijkt dat er speciale problemen rondom hoog-risicolanden zijn. DNB rept in het verslag van de onderzoeken die in 2019 tot en met september zijn uitgevoerd alleen over onvoldoende verslaglegging in het cliëntenonderzoeksdossier [19].

Consultatietoelichting
In de toelichting op het consultatievoorstellen keren dezelfde onjuistheden terug, onder andere in paragraaf 2.1:

* Het optreden als statutair bestuurder van Nederlandse doelvennootschappen in internationale structuren, is volgens de trustkantoren waarmee ik contact heb, niet riskanter dan wat er gebeurt bij andere Nederlandse kapitaalvennootschappen, die deel uitmaken van internationale structuren. De laatstgenoemde kapitaalvennootschappen hebben bestuurders die minder kennis hebben van witwasrisico’s dan Nederlandse trustbestuurders.
* Het is onjuist [20] dat dat er in de eerste twaalf maanden van Wtt 2018 onvoldoende verbeteringen zouden zijn opgetreden. De trustkantoren waarmee ik contact heb beschouwen dit als een klap in hun gezicht, die zij niet verdienen.
* Een onderbouwing van het verbod van artikel 23a ontbreekt. Er staat in paragraaf 2.3 niet meer dan:

Bij trustdienstverlening zijn vaak complexe structuren betrokken en worden tussen vennootschappen grote sommen geld verplaatst teneinde fiscaal voordeel te behalen. Indien hier landen bij betrokken zijn met strategische tekortkomingen op het gebied van hun anti-witwasbeleid, stapelen de integriteitsrisico’s zich op. Daarom wordt met dit wetsvoorstel dienstverlening door trustkantoren verboden indien de cliënt, de doelvennootschap of de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt of doelvennootschap woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een derde hoog risicoland.

* De trustkantoren die ik spreek betwisten dat er “vaak complexe structuren betrokken” zijn en dat er ook voor het overige sprake is van onbeheersbare risico’s en zijn van mening dat zij adequate risico-mitigerende maatregelen hebben genomen respectievelijk kunnen nemen. Dat er een noodzaak voor dit verbod is, blijkt niet uit de rapportage van DNB, die in januari 2020 is bekend gemaakt (zie voetnoot 18). Deze onderbouwing voldoet ook niet aan de eisen van artikel 18a AMLD4.
* Ook de passage in paragraaf 2.4, “Trustdienstverlening laat zich niet goed combineren met betrokkenheid van landen die non-coöperatief zijn op belastinggebied. Dit omdat deze combinatie vaak leidt tot complexe en intransparante structuren” is volgens de trustkantoren die ik spreek onjuist. Volgens hen zitten er grote verschillen tussen de landen op de Europese hoog-risicolandenlijst (zie bijlage 1) en verdient de aanwezigheid van dergelijke landen zeker fiscale aandacht, maar het het niet zo dat de risico’s niet kunnen worden beheerst.

Tekst artikel 23a
Voorts verdient de tekst van het voorgestelde artikel 23a aandacht.

[a] In de aanhef van lid 1 wordt naast elkaar gesproken over:

* het aangaan van een zakelijke relatie [21];
* het verlenen van een trustdienst.

Nu het verlenen van een trustdienst een zakelijke relatie in de zin van Wtt 2018 veronderstelt, kan de passage “een zakelijke relatie aan te gaan of” vervallen. Als de tekst gehandhaafd zou blijven, is een uitvoerige toelichting op de noodzaak gewenst, zodat trustkantoren weten waar zij aan toe zijn.

[b] In de aanhef van lid 1 wordt naast elkaar gesproken over:

* uiteindelijk belanghebbenden van cliënten;
* uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen.

De cliënt is degene met wie het trustkantoor een zakelijke relatie heeft, wat zowel de doelvennootschap(pen) als de aandeelhouder(s) van de doelvennootschappen als degenen achter die aandeelhouders kan omvatten. Zo is denkbaar dat een trustkantoor niet alleen contact heeft met de aandeelhouder van de doelvennootschap maar ook met een topholding uit de groep. Een en ander betekent dat het niet nodig is om de uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen apart te noemen en kan dat onderdeel vervallen.

 

Commentaar 1

1.a Kan worden toegelicht waarom het verbod op zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden niet is meegenomen bij de totstandkoming van Wtt 2018 (op 1 januari 2019 in werking getreden) en/of de Wwft (gewijzigd per 25 juli 2018)?

1.b Kan het Ministerie van Financiën juridisch onderbouwen dat een generiek verbod op alle zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden (‘het verbod’) is toegestaan op grond van AMLD4?

TOELICHTING
Uit artikel 18a AMLD4 leid ik af dat landen kunnen bepalen dat bepaalde zakelijke relaties en transacties met natuurlijke personen of juridische entiteiten uit bepaalde hoog-risicolanden mogen worden beperkt, als dat goed is onderbouwd (lid 4). Er is geen sprake van dat alle zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden mogen worden verboden, zodat het verbod niet is toegestaan.
Ik hoor graag of het Ministerie van Financiën deze visie deelt.

1.c Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen dat een generiek verbod als vermeld onder 1.b betrekking mag hebben op alle door Europa vastgestelde hoog-risicolanden (witwasbestrijding en belastingparadijzen), dus dat er geen onderscheid hoeft te worden gemaakt tussen verschillende landen.

TOELICHTING
Zoals hierboven vermeld, is het proces van vaststelling van hoog-risicolanden een willekeurig proces, zeker als het FATF betreft en heeft het ook tot doel om druk op landen uit te oefenen, terwijl de risico’s tussen landen sterk kan verschillen.
Als een generiek verbod al mogelijk zou zijn, schrijft artikel 18a AMLD4 een individuele beoordeling per hoog-risicoland en per type zakelijke relatie / transactie voor. Daarvan is in het voorstel geen sprake, zodat een verbod niet is toegestaan.
Ik hoor graag of het Ministerie van Financiën deze visie deelt.

1.d Kan het Ministerie van Financiën per hoog-risicoland onderbouwen, op de wijze zoals in artikel 18a lid 4 AMLD4 is voorgeschreven, dat het onder 1.b bedoelde verbod gewenst is?

1.e Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen dat het onder 1.b bedoelde verbod uitsluitend betrekking dient te hebben door op trustkantoren bestuurde rechtspersonen (doelvennootschappen)? Tenslotte zijn trustkantoren niet meer dan statutair bestuurders van Nederlandse entiteiten (meestal Nederlandse kapitaalvennootschappen, dus besloten en naamloze vennootschappen), met een aantal bijkomende activiteiten die van toepassing zijn op alle statutair bestuurders van rechtspersonen (zoals het voeren van administraties en het verrichten van fiscale aangiften). De doelvennootschappen hebben dezelfde activiteiten als vele andere in Nederland gevestigde rechtspersonen. Het maken van een onderscheid dient te worden onderbouwd. Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen waarom onderscheid mag worden gemaakt tussen doelvennootschappen en andere rechtspersonen naar Nederlands recht? Is deze vorm van discriminatie ten opzichte van andere Wwft-plichtigen (zoals banken en verzekeringsmaatschappijen) gerechtvaardigd?

1.f Naar aanleiding van de tekst van het voorgestelde artikel 23a Wtt 2018 is het volgende van belang:

[a] Nu het verlenen van een trustdienst een zakelijke relatie in de zin van Wtt 2018 veronderstelt, kan de passage “een zakelijke relatie aan te gaan of” vervallen. Als de tekst gehandhaafd zou blijven, is een uitvoerige toelichting op de noodzaak gewenst, zodat trustkantoren weten waar zij aan toe zijn.
[b] De tekst “uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen” kan vervallen, nu doelvennootschappen dezelfde uiteindelijk belanghebbenden hebben als de cliënt.

 

2. Praktische consequenties van het verbod

Het voornemen van het Ministerie van Financiën heeft niet alleen algemene aspecten, zoals onder 1. besproken. Er zitten ook belangrijke praktische consequenties aan, die in het voorstel niet onder ogen worden gezien.

Definitie cliënt
Trustkantoren maken zich zorgen over het uitrekken de definitie van ‘cliënt’ in Wtt 2018, zie ook hiervoor. Het is ongewenst als de wetgever en het Ministerie van Financiën niet helder zijn over de kernbegrippen van de wetgeving, met als gevolg dat toezichthouders – als bij trustkantoren DNB – een ruimere uitleg geven dan de wetgever heeft beoogd, omdat het de toezichthouder goed uitkomt.

Bestaande situaties
Als het verbod zou worden ingevoerd kan het gebeuren dat plaatsing van een land op een hoog-risicolandenlijst gevolgen heeft voor de relatie van een trustkantoor met een bestaande cliënt. Het is dan voor het trustkantoor niet mogelijk om onmiddellijk maatregelen te nemen. Daarmee wordt in het voorgestelde artikel 23a geen enkele rekening gehouden.

Als er al een dergelijk verbod zou komen, hetgeen ik ongewenst acht, zal in de wet een voorziening moeten worden opgenomen voor bestaande gevallen.

Commentaar 2

2.a Helderheid rondom de basisbegrippen van de Wtt 2018 is gewenst.

2.b Als het verbod op cliënten en uiteindelijk belanghebbenden bij cliënten in hoog-risicolanden doorgang vindt, zal in de wet een voorziening moeten worden opgenomen voor bestaande situaties.

 

3. Tot slot

Naar mijn mening is de noodzaak op een generiek verbod op relaties met hoog-risicolanden, als geformuleerd in artikel 23a, onvoldoende onderbouwd, zowel omdat niet is gebleken dat de huidige Wtt 2018 onvoldoende regels zou bevatten, als omdat de onderbouwing niet voldoet aan de eisen van artikel 18a AMLD4.

Het zou goed zijn als invoering van artikel 23a niet doorgaat.

 

Bijlagen

Bijlage 1 – Overzicht van hoog-risicolanden

Een overzicht met de meest recente FATF-lijst en de twee Europese lijsten, alsmede het voorstel van februari 2019 van de Europese Commissie van de zwarte lijst voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.

Bijlage 2 – Het consultatiedocument

 

Noten

1 Zoals ik ook memoreerde in mijn artikel https://ellentimmer.com/2020/04/20/wwft-307/.
2 Zakelijke overwegingen zijn onder meer of de landen criminaliteit goed bestrijden. Lastig bij de zwarte lijsten is dat de onderbouwing aanleveren voor de redenen waarom bepaalde landen op zwarte lijsten worden geplaatst vaak zeer summier is of ontbreekt.
Aantekening: criminaliteit wordt vaak als ‘witwassen’ aangeduid, maar praktisch is ieder financieel voordeel vanwege crimineel handelen witwassen, zodat het onderscheid tussen criminaliteit en witwassen niet relevant meer is).
3 http://www.fatf-gafi.org/countries/a-c/brazil/documents/outcomes-plenary-october-2019.html,The Plenary discussed the joint FATF-EAG-MONEYVAL assessment of Russia and concluded that Russia has an in-depth understanding of the money laundering and terrorist financing risks it faces. It has established robust policies and laws to address these risks, and the country is particularly effective in its investigation and prosecution of terrorist financing”.
Dit leverde een aantal verraste reacties op, onder andere van ACAMS, As FATF Readies Praise for Russia, Critics Anticipate Backlash, Koos Couvée, 19 november 2019, https://www.moneylaundering.com/news/as-fatf-readies-praise-for-russia-critics-anticipate-backlash/.
4 Aldus de Duitse NRA, https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/Downloads/Broschueren_Bestellservice/2019-10-19-erste-nationale-risikoanalyse_2018-2019.pdf;jsessionid=E5548E0645DACF539698AF061AA0EBF2?__blob=publicationFile&v=7. Duitsland merkt ook China, Cyprus en Malta als hoog-risicolanden aan.
5 https://rusi.org/commentary/it%E2%80%99s-time-reform-and-refocus-financial-action-task-force
6 Inmiddels van de FATF-lijst verdwenen.
7 Europese belastinglijst.
8 Het kantoor noemde Karachi 100 en de FTSE Pakistan.
9 http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32015L0849, zoals gewijzigd door de vijfde Europese anti-witwasrichtlijn.
10 Artikel 18a lid 2 AMLD4.
11 Artikel 18a lid 4 AMLD4.
12 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/AUTO/?uri=celex:32018R1467
13 Zie https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-8-2019-0216_EN.pdf.
14 https://www.europarl.europa.eu/meetdocs/2014_2019/plmrep/COMMITTEES/CJ12/OJ/2020/04-15/1202913EN.pdf
15 https://nl.wikipedia.org/wiki/Trust_(rechtsvorm); https://en.wikipedia.org/wiki/Trust_law
16 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/01/14/kamerbrief-voortgang-plan-van-aanpak-witwassen/kamerbrief-voortgang-plan-van-aanpak-witwassen.pdf
17 Dergelijke beweringen werden al eerder in officiële publicaties gedaan. Echter, veel herhalen van standpunten, betekent nog niet dat die standpunten juist zijn.
18 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/01/14/toezichtbeeld-dnb-trustkantoren-2019/toezichtbeeld-dnb-trustkantoren-2019.pdf
19 Zie pagina 3 onder het kopje Beeld op basis van onderzoeken.
20 Volgens een aantal trustkantoren waarmee ik contact heb.
21 In Wtt 2018 is de definitie van dit begrip in artikel 1 lid 1 analoog aan de definitie van zakelijke relatie in artikel 1 lid 1 van de Wwft en verwijst naar de cliënt ten behoeve van wie het trustkantoor respectievelijk de Wwft-plichtige diensten verleent.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Trustkantoren en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s