European report on tax intermediairies | facilitators, tax compliance

The Think Tank of the European Parliament published the report ‘Regulation of intermediaries, including tax advisers, in the EU/Member States and best practices from inside and outside the EU‘, announcement, report (pdf), that is summarized as follows:

This study provides an overview of the regulatory environment of tax intermediaries. It presents a comparative analysis of five selected countries (4 EU, 1 Non-EU). For each country, it provides an understanding of the landscape of the tax profession, the current regulatory framework and its impact on tax compliance and draws attention to some weaknesses across this regulatory space. It also highlights some proposed remedies and direction for further in-depth research in this area. This document was provided by the Policy Department for Economic, Scientific and Quality of Life Policies at the request of the Economic and Monetary Affairs’ Subcommittee on Tax Matters (FISC).

It is interesting to see that the rapporteurs recognise the importance of the tax profession and do not lump everyone together.

One of the remarks is that the impact of specific tax intermediary regulation on reducing tax evasion and undesirable tax avoidance remains unclear. Also the rapporteurs voice concern about the potential for over-regulation:

especially as there is some suggestion that the bulk of tax evasion/undesirable tax avoidance enabling activities may be occurring among the small pool of tax advisers who are not members of any professional bodies

They advise to:

explore the characteristics of the ‘bad apples’ and how to manage them in a more targeted way

The summary ends with a warning:

Overall, the report highlights a lack of impact evaluations on the hard and soft law instruments currently existing in the countries analysed. Restraint from adopting further rules governing the activities of tax intermediaries and relating to disclosure requirements, without an empirical understanding of the costs and effect of those currently in place is highly recommended.

It is unfortunate that this sober and intelligent approach is not taken by the designers of anti-money laundering (AML) and countering terrorist financing (CFT) rules.

 

Complete key findings

• Tax advice is provided by a broad and diverse range of professionals/intermediaries which include tax advisers, lawyers, accountants as well as bankers and wealth managers. In Germany, the status of tax adviser is legally protected, this is not the same in Italy, the UK, Ireland, and the Netherlands. In addition, Trade Unions play a strong role in tax advisory work in Italy, a phenomenon which does not exist in the other four countries.
• Despite four of the five countries practising professional self-regulation, tax intermediaries operate in an increasingly regulated environment (soft and hard forms) across all five countries, largely due to EU regulations as well as new regulations introduced by national tax authorities and Parliaments.
• The impact of specific tax intermediary regulation on reducing tax evasion and undesirable tax avoidance remains unclear and there is insufficient data available to enable the identification of best practices on the various forms of regulation currently in place.
• There is concern about the potential for over-regulation especially as there is some suggestion that the bulk of tax evasion/undesirable tax avoidance enabling activities may be occurring among the small pool of tax advisers who are not members of any professional bodies. Regulation needs to be targeted to be able to identify this small pool of advisers along with imposing relevant sanctions.
• Potential remedies identified in previous research to enhance the regulatory space for tax intermediaries are: the development and implementation of an EU wide Code of Conduct for tax intermediaries, the introduction of mandatory Professional Indemnity Insurance for tax intermediaries, and the adoption of a more targeted approach to deal with tax intermediaries who enable undesirable tax avoidance.
• The report recommends further research is needed including to: conduct an extensive comparative study of current regulation, assess the feasibility of uniform measures in light of different country and global institutional contexts, explore the characteristics of the ‘bad apples’ and how to manage them in a more targeted way, assess the differences between countries with and without direct regulation of tax intermediaries, and explore the principles of responsive regulation for the governance of such intermediaries.
• Overall, the report highlights a lack of impact evaluations on the hard and soft law instruments currently existing in the countries analysed. Restraint from adopting further rules governing the activities of tax intermediaries and relating to disclosure requirements, without an empirical understanding of the costs and effect of those currently in place is highly recommended.

Geplaatst in Belastingrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Statewatch: New Europol rules massively expand police powers and reduce rights protections

Statewatch today published the article New Europol rules massively expand police powers and reduce rights protections. They write:

The new rules governing Europol, which came into force at the end of June, massively expand the tasks and powers of the EU’s policing agency whilst reducing external scrutiny of its data processing operations and rights protections for individuals, says a report published today by Statewatch.

The report aims to provide an overview of the powers and problems introduced by the revised legal basis, so that anyone with an interest in the matter is able to understand the role of the agency better. The report is found here.

This development shows that Europe is gradually evolving into a surveillance society

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Is er een kill switch voor het bancaire sleepnet? | datagedreven misdaadbestrijding, WGS, Wwft

Op LinkedIn schreef Jeroen Terstegge ongeveer drie maanden geleden naar aanleiding van het Afghaanse datalek dat digitale systemen alleen werken in stabiele samenlevingen en bepleit een kill switch:

Concepten als ‘digitale overheid’ en ‘elektronische identiteit’ werken alleen in stabiele vrije samenlevingen. Hier een huiveringwekkend verhaal over hoe goedbedoelende westerse instanties het leven van duizenden Afghanen met hun digitaliseringsdrift in gevaar hebben gebracht. Privacy kan je leven redden.

🤔 De gewetensvraag die wij ons ook moeten stellen is: Hebben onze digitale (overheids)systemen eigenlijk een kill switch die alle data vernietigt als het moment daar is? Heeft een democratische rechtsstaat niet een dure plicht om haar burgers te beschermen tegen dictatoriale systemen met hun “tribunalen”? En zou de democratische rechtsstaat om die reden niet genoegen moeten nemen met iets minder efficiëntie?

Zo’n kill switch is belangrijk nu overheden en bedrijven met een misdaadbestrijdingstaak (zoals banken) op zeer grotere schaal alle financiële en andere activiteiten van burgers en organisaties in detail willen registreren om daarmee de kunstmatige intelligentie te trainen op herkenning van criminaliteit.

Het bancaire sleepnet is een voorbeeld van deze ontwikkeling, lees de berichten over Transactiemonitoring Nederland (TMNL). Het voorstel voor de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) bergt gelijksoortige risico’s in zich. Lees over de datagedreven overheid bij het verzamelen van inlichtingen het interview met hoogleraar Oerlemans in Follow the Money: ‘Door gebrek aan toezicht gaan overheidsinstanties soms te ver bij het verzamelen van inlichtingen’.

De datagedreven misdaadbestrijding kan een risico voor de burgers worden, zodat oppassendheid is geboden.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

De ‘navraagplicht’ in het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen is onverstandig | Wwft

In het wetsvoorstel ‘plan van aanpak witwassen’ (bekend van het bancaire sleepnet) is een verplichting opgenomen voor Wwft-plichtigen om in ‘hoog risico’ situaties navraag te doen bij andere Wwft-plichtigen uit dezelfde categorie.

Naar mijn mening is dit een ongewenst voorstel, doordat het veel te ruim is en tot het onnodig opvragen van persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens zal leiden. Dit systeem zal leiden tot nog meer gegevensbeschermingsrisico’s voor burgers en is disproportioneel, omdat er zeer snel van hoog risico sprake is. Ik licht het hierna toe.

 

Toelichting

Nieuw artikel 3b
De navraagplicht is opgenomen in een nieuw artikel 3b van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) [1].

Wwft-plichtigen van dezelfde categorie
De verplichting zal gaan gelden voor alle ondernemingen die misdaad moeten bestrijden op grond van de Wwft en dat zijn er vele, zoals boekhouders, makelaars, belastingadviseurs, banken en domicilieverleners [2]. Gevolg van het voorstel is dat een notaris [3] navraag moet doen bij een andere notaris en een bank moet contact opnemen met een andere bank, enzovoorts.

Hoog risico is het al snel
Het probleem van het voorgestelde systeem is in de eerste plaats dat er zeer snel sprake is van hoog risico. Volgens het voorstel geldt de navraagplicht als:

a. de zakelijke relatie of transactie naar haar aard indicaties van een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt;
b. de risicofactoren, bedoeld in bijlage III bij de vierde anti-witwasrichtlijn, van toepassing zijn; of
c. de instelling het cliëntenonderzoek als bedoeld in artikel 8 verricht.

(met ‘de instelling’ wordt de Wwft-plichtige bedoeld).

Ad a. Naar de aard indicaties hoog risico
Dit is een vage omschrijving die in de praktijk zeer veel problemen zal opleveren en er toe kan leiden dat Wwft-plichtigen veiligheidshalve maar altijd navraag gaan doen. Er zijn geen algemeen bekend gemaakte en onderbouwde categorieën die aan deze kwalificatie voldoen.
De enige houvast die Wwft-plichtigen hebben, komt van de overheid, bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank (DNB). DNB heeft een aantal categorieën entiteiten en activiteiten als hoog risico aanmerkt [4]. Deze hoog risico kwalificaties worden door DNB niet onderbouwd en zijn voor mensen van belang als zij betrokken zijn bij een organisatie (bijvoorbeeld als aandeelhouder of bestuurder) of als zij in bepaalde sectoren actief zijn (bijvoorbeeld de horeca). Het is een hoogst merkwaardige opsomming, waar een groot deel van het bedrijfsleven en overige organisaties tot hoog risico worden bestempeld.
Nog bonter maakt een compliancedienstverlener het in hun overzicht van ‘verhoogd risico Wwft’ [5] waarin de hele landbouw, de hele e-commerce, alle kappers en alle toeristenwinkels tot hoog risico worden verklaard. Als het waar is, is ongeveer iedereen hoog risico.

Ad b. Risicofactoren bijlage III AMLD4
De risicofactoren van bijlage III AMLD4 zijn zeer algemeen geformuleerd [6] terwijl een toelichting ontbreekt. De aanwezigheid van een risicofactor betekent echter niet dat de betreffende cliënt ook hoog risico is en ook niet dat er altijd aanvullend onderzoek moet worden ingesteld. Daartoe zou de nieuwe navraagplicht echter wel dwingen.

Ad c. Als verscherpt cliëntenonderzoek is voorgeschreven
Het verscherpte cliëntenonderzoek van artikel 8 Wwft vindt niet alleen plaats in situaties dat er daadwerkelijk hoog risico is.
Met name het cliëntenonderzoek naar politiek prominente personen (‘PEP’s’) [7] omvat een grote groep personen die in het geheel geen hoog risico zijn. Ten eerste is hoogst twijfelachtig dat er een verhoogd risico aanwezig is bij alle personen die in Nederland PEP zijn (binnenlandse PEP’s), zoals leden van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer (de ‘primaire PEP’s’). Nog erger wordt het dat ook ouders, kinderen en levenspartner, alsmede ‘personen bekend als naaste geassocieerde‘ [8] van de binnenlandse PEP’s geacht worden hoog risico te zijn. Het begrip ‘naaste geassocieerde’ is zeer ruim, zo leidt de aanwezigheid van een PEP in een bestuur van een stichting er toe dat alle mede-bestuurders zelf ook ‘PEP’ zijn geworden en dus een hoog risico op witwassen en terrorismefinanciering zouden zijn.

Te ruim
Ik ben van mening dat de PEP-definitie veel te ruim is en dat ook andere vermeende hoog risico situaties in werkelijkheid geen hoog risico hoeven te zijn. Als er een navraagplicht zou komen, is ongewenst dat het begrip ‘hoog risico’ zo ruim is als thans omschreven.

Onderbouwing ontbreekt
Voorts ontbreekt in de memorie van toelichting een analyse die de noodzaak voor gegevensuitwisseling tussen alle Wwft-plichtigen onderbouwt. Voor een deel van de Wwft-plichtigen uit het mkb is het al moeilijk om überhaupt te begrijpen wat er van hen verlangd wordt en om de Wwft op een zorgvuldige en veilige wijze na te leven. De navraagplicht maakt dit nog lastiger. Daarbij speelt ook een rol dat een deel van de Wwft-plichtigen niet is gereguleerd en dat er een gebrekkige rechtsbescherming is als er iets mis gaat. Voorts zijn er veel hogere kosten aan verbonden dan in de memorie van toelichting wordt verondersteld.
Ik kan me voorstellen dat een navraagplicht of een alternatief nuttig is voor specifieke sectoren, waarbij te denken valt aan banken (omdat zij veel transacties zien) en notarissen (omdat zij aandelen- en vastgoedtransacties verzorgen). Maar ook bij notarissen is de vraag of een navraagplicht wel praktisch uitvoerbaar is [9].
Er zijn diverse alternatieven denkbaar. Zo kan ten aanzien van het notariaat worden gedacht aan een mogelijkheid om personen te verifiëren via Dienst Justis (met een nee/ja systeem). Uit de memorie van toelichting blijkt niet dat dergelijke alternatieven zijn onderzocht.

Mijn standpunt is dat er geen algemene navraagplicht dient te komen en dat – als er een afdoende onderbouwing zou zijn – de navraagplicht pas in de Wwft kan worden opgenomen als:

  • is nagegaan of er alternatieven zijn die minder belastend zijn voor de klanten en die minder risico’s voor de gegevensbescherming opleveren;
  • is nagegaan voor welke Wwft-plichtigen dit daadwerkelijk noodzakelijk is;
  • de navraagplicht alleen geldt voor specifiek aangewezen risico’s;
  • aangetoond wordt dat de burger er op vooruit gaat door de invoering van deze maatregel.

Maar er is nog meer aan te merken.

De tijdsbepaling ontbreekt
Het is niet afdoende dat in de memorie van toelichting wordt verwezen naar de bewaartermijn van de Wwft (vijf jaar na het beëindigen van de dienstverlening) aangezien een deel van de Wwft-plichtigen (onder meer in de financiële sector) doorlopende diensten verricht. Dit zou betekenen dat in sommige gevallen gegevens van twintig jaar geleden moeten worden opgediept.
In het kader van de dataminimalisatie als bedoeld in de AVG dient in artikel 3b een tijdsbepaling te worden opgenomen, bijvoorbeeld in de zin dat er alleen wordt gevraagd naar informatie van maximaal vijf jaar geleden.

Aanpassing van de reikwijdte hoort in de wet thuis
In artikel 3b lid 6 wordt nu voorgesteld dat bij algemene maatregel van bestuur de navraagplicht kan worden beperkt respectievelijk uitgebreid. Vanwege de grote consequenties voor de grondrechten, hoort dit onderwerp in de wet thuis en niet in een algemene maatregel van bestuur.

Informatieplicht dient beter te worden geregeld
De cliënt en alle betrokkenen (in de zin van de AVG) op wie de navraag betrekking heeft dienen vooraf te worden geïnformeerd over het risicoprofiel, over de gronden voor navraag en over de wijze van navraag.
Op dit moment hoeven overheidstoezichthouders en Wwft-plichtigen geen verantwoording af te leggen over het risicoprofiel dat aan cliënten en betrokkenen wordt toegekend. Het is dringend nodig dat die verantwoording wel wordt afgelegd, zodat de belanghebbenden weten waar zij aan toe zijn en zij verweer kunnen voeren.
Voorts laten Wwft-plichtigen meestal na om de betrokkenen te informeren over de persoonsgegevens die zij verwerken in het cliëntenonderzoek dat zij doen als de cliënt geen natuurlijke persoon is, terwijl dat wel door artikel 14 AVG wordt voorgeschreven [10]. Voorbeeld: als cliëntenonderzoek naar een besloten vennootschap wordt gedaan kunnen de betrokkenen bijvoorbeeld zijn:

• de statutair bestuurders;
• de natuurlijke personen die aandelen of certificaten in de bv houden (‘uiteindelijk belanghebbenden’);
• andere personen betrokken bij de bv (vooral relevant voor sanctieregelgeving).

In de praktijk krijgen deze mensen niet te horen dat er onderzoek naar hen is gedaan en op welke manier (bijvoorbeeld welke handelaren in persoonsgegevens zijn geraadpleegd). Hoewel handelaren in persoonsgegevens (datahandelaren) [11] de betrokkenen over de verwerking dienen te informeren, gebeurt dat in de praktijk niet. Ter voorkoming van fouten is het essentieel dat betrokkenen zowel door Wwft-plichtigen als door datahandelaren over de verwerking worden geïnformeerd.

Als de navraagplicht door zou gaan vind ik dat expliciet in de Wwft moet worden opgenomen dat de cliënt en alle betrokkenen vooraf over het vermeende risicoprofiel dienen te worden geïnformeerd, waarbij de Wwft-plichtige zorgt voor een adequate onderbouwing. De cliënt en de betrokkenen dienen door de Wwft-plichtige in staat te worden gesteld om commentaar te leveren op het vermeende risicoprofiel en dienen vooraf te worden geïnformeerd bij wie navraag wordt gedaan.

Het is belangrijk dat hier sprake is van transparantie en dat de Wwft-plichtige verantwoording aflegt. Voorts is rechtsbescherming gewenst, zie hierna.

Rechtsbescherming: onafhankelijke rechter en gespecialiseerde ombudsman nodig!
Bij ingrijpende bevoegdheden van Wwft-plichtigen, zoals de navraagplicht, hoort een volwassen onafhankelijke rechtsbescherming, die er voor kan zorgen dat Wwft-plichtigen schadelijk gedrag (waarmee Wwft-plichtigen denken de overheidstoezichthouder plezier te doen) achterwege laten. Die stimulans is er nu niet, wat er toe leidt dat alleen degenen die het kunnen betalen hun ‘recht’ kunnen halen bij de onafhankelijke rechter.

Het is hoog tijd om in de financiële sector een volwassen rechtsbescherming tot stand te brengen via de onafhankelijke rechter. Die rechter kan dan oordelen over onderwerpen als de kredietregistratie bij het Bureau Krediet Registratie (BKR), plaatsing op zwarte lijsten, en ook over alle witwasbestrijdingskwesties met alle soorten Wwft-plichtigen, zoals inzake het vermeende risicoprofiel en de wijze waarop de Wwft-plichtige het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft uitvoert. Het Kifid heeft laten zien niet toegerust te zijn voor haar taak [12] en kan verdwijnen [13]. Verder is het dringend nodig dat er een onafhankelijke financiële ombudsman komt die ook bevoegd is bij alle witwasbestrijdingsgeschillen. Zowel consumenten als het midden- en kleinbedrijf moeten beroep kunnen doen op deze rechtsbescherming.

Geen goed idee
Naar mijn mening is is het onverstandig de navraagplicht volgens het huidige voorstel in te voeren en is het van belang dat er meer aandacht komt voor de grondrechten van burgers en midden- en kleinbedrijf. Deze en andere voorstellen in het wetsvoorstel zijn onvoldoende doordacht en onvoldoende onderbouwd.

 

Corien Prins:
fundamentele rechten gelden ook voor de witwasbestrijding

In dat verband herinner ik aan het artikel [14] dat Corien Prins, hoogleraar Recht en Informatisering schreef voor het Nederlands Juristenblad. Haar opmerkingen zijn ingegeven door de regelgeving inzake ubo-register en PEP’s, maar zijn ook voor de navraagplicht relevant. Zij maakt zich zorgen over de lucratieve handel in relatie tot de witwasbestrijding:

De lucratieve handel in gegevens benodigd voor het uitvoeren van talloze compliance-regels groeit als kool. Bedrijven gespecialiseerd in risicomanagement leveren tegen betaling geautomatiseerde checks en andere verrijkte diensten aan de hand van PEP-lijsten, UBO-gegevens, sanctielijsten maar ook het scannen van sociale media. Op de website van een van deze bedrijven valt te lezen: ‘Is hij of zij negatief in het nieuws geweest of is hij ooit failliet gegaan? Onze check maakt duidelijk of de desbetreffende persoon “ooit buiten zijn boekje is gegaan”.’

De ontwikkeling is een doorn in het oog van vele partijen. Niet alleen omdat er flink geld mee wordt verdiend en de zorgvuldigheid van de diensten te wensen overlaat. 

Zij besluit met de opmerking dat de advocaat-generaal bij het Europese Hof van Justitie “voorzichtig tegengas” geeft tegen de al jaren dominante benadering bij de aanpak van witwassen en terrorismefinanciering. Zij noemt het een benadering ingegeven vanuit abstracte zeggenschap in organisaties en type personen uitsluitend gericht op beheersing van risico’s en op verzamelen en delen van zoveel mogelijk (persoons)gegevens. Ze bepleit een andere aanpak:

Er lijkt ruimte voor een benadering ingegeven vanuit de menselijke maat en de vaststelling dat achter iedere abstracte organisatie of type beroep uiteindelijk individuen – kwetsbare mensen van vlees en bloed schuilgaan. De aanpak van witwassen en terrorismefinanciering is belangrijk. Maar niet tegen elke prijs. Fundamentele rechten gelden ook voor UBOs en PEPs en stellen zowel grenzen als voorwaarden aan openbaarheid van persoonsgegevens.

Het is hoog tijd dat er in de witwasbestrijdingsregelgeving meer aandacht komt voor de fundamentele rechten.

 

Noten

[1] De voorgestelde tekst:

Artikel 3b
1. Een instelling neemt redelijke maatregelen om te onderzoeken of een andere instelling van dezelfde categorie als bedoeld in artikel 1a diensten verleent, heeft verleend of heeft geweigerd aan de cliënt indien:
a. de zakelijke relatie of transactie naar haar aard indicaties van een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt;
b. de risicofactoren, bedoeld in bijlage III bij de vierde anti-witwasrichtlijn, van toepassing zijn; of
c. de instelling het cliëntenonderzoek als bedoeld in artikel 8 verricht.
2. Indien een andere instelling diensten verleent, heeft verleend of heeft geweigerd aan de cliënt, doet de instelling bij die andere instelling navraag naar geïdentificeerde risico’s op witwassen of het financieren van terrorisme.
3. Bij het doen van navraag als bedoeld in het tweede lid verstrekt de verzoekende instelling de documenten en gegevens ter identificatie van de cliënt:
a. als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, indien de cliënt van de verzoekende instelling een natuurlijke persoon is;
b. als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, onder 1°, 2° en 3°, indien de cliënt van de verzoekende instelling een vennootschap of andere juridische entiteit is.
4. Een instelling die een verzoek ontvangt als bedoeld in het tweede lid, informeert de verzoekende instelling onverwijld over de geïdentificeerde risico’s op witwassen of het financieren van terrorisme die hebben geleid tot het nemen van maatregelen om deze risico’s te beheersen, waaronder in ieder geval wordt begrepen het weigeren of beëindigen van dienstverlening.
5. Een instelling verstrekt, alvorens een zakelijke relatie aan te gaan, informatie aan een cliënt over de krachtens dit artikel op de instelling rustende verplichtingen met betrekking tot het verstrekken van informatie aan een andere instelling.
6. In aanvulling op het eerste lid kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, zich beperkt tot specifieke instellingen binnen een afzonderlijke categorie als bedoeld in artikel 1a, of dat de onderzoeksplicht zich tevens uitstrekt tot instellingen van verschillende categorieën als bedoeld in artikel 1a, met uitzondering van instellingen bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdelen c en d.
7. Ten behoeve van de naleving van de in dit artikel opgenomen verplichtingen, zijn de instellingen, bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel c, niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 11a van de Advocatenwet en zijn de instellingen, bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel d, niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht in artikel 22 van de Wet op het notarisambt.

[2] Zie het overzicht ‘meldergroepen’ van FIU-Nederland, dat hier te vinden is.

[3] Notarissen zijn alleen Wwft-plichtig voor specifieke werkzaamheden, niet voor alles (zoals bijvoorbeeld bij administratiekantoren wel het geval is).

[4] Volgens het IRAP-formulier voor trustkantoren dat in het voorjaar van 2022 door DNB bekend is gemaakt zijn dit hoog risico sectoren:

Hoog risico wegens structuur of rechtsvorm (rubriek ‘Structuren*/eigenschappen doelvennootschappen’)

DNB noemt:

• Doelvennootschappen met private structuur**
• Doelvennootschappen met kwalificatie BFI
• Doelvennootschappen met > 5 lagen in de structuur***
• Doelvennootschappen dat onderdeel is van een structuur met één of meer nominee shareholders
• Doelvennootschappen waarbij sprake is van een structuur met één of meer commanditaire vennootschappen dan wel buitenlandse rechtspersonen die qua eigenschappen/kenmerken vergelijkbaar zijn met een Nederlandse commanditaire vennootschap.
• Doelvennootschappen die kwalificeren als coöperatie/coöperatieve vereniging
• Doelvennootschappen die onderdeel zijn van een structuur waarin één (of meer) (Angelsaksische) trust(s) is (zijn) opgenomen
• Doelvennootschappen die onderdeel zijn van een structuur waarin één (of meer) stichting(en) is (zijn) opgenomen
• Doelvennootschappen die zelf kwalificeren als stichting
• Doelvennootschappen met één (of meer) buitendirecteuren die alleen/zelfstandig bevoegd is (zijn)
• Doelvennootschappen waarbij sprake is van back-to-back**** leningen bij de doelvennootschap en/of haar deelneming(en)

Er hoort de volgende toelichting door DNB bij:

* Structuur: het gaat hierbij om de eigendomsstructuur en de formele zeggenschapsstructuur van de doelvennootschap, alsmede de relevante delen van de structuur van de groep waartoe de doelvennootschap behoort.
** Een private structuur is een structuur die (al dan niet middellijk) gehouden wordt door een of enkele natuurlijke personen, dan wel waar sprake is van feitelijke of bijzondere zeggenschap door een of enkele natuurlijke personen. Het betreft geen beursgenoteerde onderneming en geen staatsbedrijf.
*** NB: bij het bepalen van het aantal lagen dienen zowel de lagen onder als boven de doelvennootschap in acht te worden genomen (incl. de dv).
**** Een back-to-back lening is een kredietinstrument waarbij de kredietnemer geld of financiële instrumenten ter beschikking krijgt. De kredietverstrekker ontvangt daarvoor een zekerheid, direct of indirect, uit eigen liquide middelen van de kredietnemer bijvoorbeeld in de vorm van een deposito, garantiestelling of (in depot) ontvangen financiële waarden.

Hoog risico algemeen (rubriek ‘Doelvennootschappen algemeen’)

Hier worden door DNB genoemd:

• Doelvennootschappen gerelateerd aan vastgoed* (o.a.: projectontwikkeling, het doen van vastgoedtransacties, exploitatie van vastgoed)
• Doelvennootschappen waaraan ook een ander trustkantoor trustdiensten verleent
• Inactieve doelvennootschappen (> 1 jaar geen transactie/activiteit (anders dan instandhouding))

Toelichting DNB:

* Hierbij gaat het om de hoofdactiviteit van de structuur waar de doelvennootschap onderdeel van is.

Activiteiten in hoog risico sectoren

DNB geeft de volgende lijst:

• Grondstoffen, mineralen, mijnbouw
• Olie, gas, energie
• Militaire goederen/defensie
• Handelaren in edelmetalen
• Handelaren in losse diamanten
• Juweliers
• Handelaren in kunst
• Veilinghuizen
• Handelaren en/ of handelsplatformen en/of aanbieders van bewaarportemonnees in crypto’s
• Uitgevers van cryptotokens (uitgegeven via een Initial Coin Offering)
• Crowdfunding
• (Online) kansspelen
• Bouw, infrastructuur, offshore & dredging**
• Commercieel vastgoed
• Coffeeshops, growshops
• Profsport*
• Relaxbedrijven, prostitutie, adult industry (incl. internet)
• Religieuze instellingen & charitatieve instellingen (o.a. stichtingen)
• Transport, shipping
• Adviesdienstverlening, consultancy
• Intellectueel eigendom/patenten/royalty’s
• Money transfer organisaties en payment service providers
• Farmaceutische industrie
• Cash intensieve sectoren (bijv. taxi branch, car wash / parking / wasserettes)
• Schroothandel
• Autohandelaren
• Horeca
• Online shops
• Handel in luxe / waardevolle producten (leer / bont, antiek, vee)
• Telecom (belwinkels etc.)

Toelichting DNB:

* Het gaat om (o.a.) spelers, intermediairs, zaakwaarnemers, nationale en internationale bonden (zoals KNVB, FIFA, UCI en IOC), teams/clubs, en eigenaren van teams/clubs.
** (zee)kustgerelateerde bouw- en engineeringactiviteiten, baggeren en dreggen

[5] Het document van FBN is hier (zoals ik in mei 2022 heb aangetroffen) te vinden.

[6] Annex III bij de vierde Europese anti-witwasrichtlijn (laatste geconsolideerde versie) spreekt over:

ANNEX III

The following is a non-exhaustive list of factors and types of evidence of potentially higher risk referred to in Article 18(3):

(1) Customer risk factors:
(a) the business relationship is conducted in unusual circumstances;
(b) customers that are resident in geographical areas of higher risk as set out in point (3);
(c) legal persons or arrangements that are personal asset-holding vehicles;
(d) companies that have nominee shareholders or shares in bearer form;
(e) businesses that are cash-intensive;
(f) the ownership structure of the company appears unusual or excessively complex given the nature of the company’s business;
(g) customer is a third country national who applies for residence rights or citizenship in the Member State in exchange of capital transfers, purchase of property or government bonds, or investment in corporate entities in that Member State.

(2) Product, service, transaction or delivery channel risk factors:
(a) private banking;
(b) products or transactions that might favour anonymity;
(c) non-face-to-face business relationships or transactions, without certain safeguards, such as electronic identification means, relevant trust services as defined in Regulation (EU) No 910/2014 or any other secure, remote or electronic, identification process regulated, recognised, approved or accepted by the relevant national authorities;
(d) payment received from unknown or unassociated third parties;
(e) new products and new business practices, including new delivery mechanism, and the use of new or developing technologies for both new and pre-existing products;
(f) transactions related to oil, arms, precious metals, tobacco products, cultural artefacts and other items of archaeological, historical, cultural and religious importance, or of rare scientific value, as well as ivory and protected species.

(3) Geographical risk factors:
(a) without prejudice to Article 9, countries identified by credible sources, such as mutual evaluations, detailed assessment reports or published follow-up reports, as not having effective AML/CFT systems;
(b) countries identified by credible sources as having significant levels of corruption or other criminal activity;
(c) countries subject to sanctions, embargos or similar measures issued by, for example, the Union or the United Nations;
(d) countries providing funding or support for terrorist activities, or that have designated terrorist organisations operating within their country.

[7] Zie voor de definitie deze bepaling. Een overzicht van functies is op deze pagina te vinden.

[8] Lees over naaste geassocieerden: https://ellentimmer.com/2021/12/30/wwft-601/.

[9] Zoals door Henry Pot op LinkedIn wordt gesignaleerd, “Ik begrijp waar ze naar toe willen. Maar praktisch haalbaar? (…) Een cliënt zal niet zo snel aangeven dat hij bij (bijvoorbeeld) een notaris niet geaccepteerd is om compliance technische redenen. Om dit risico te mitigeren zou de notaris zijn ongeveer 1200 collega notarissen moeten contacten om te kijken of de potentiële cliënt al bij die notaris geprobeerd heeft een zakelijke relatie aan te gaan”.
NB Robert Sanders schreef voor het Advocatenblad nummer 9 van dit jaar een artikel waarin hij veel te licht denkt over de navraagplicht en ten onrechte zegt dat Wwft-plichtigen “bij uitstek” in staat zouden zijn om te beoordelen of een transactie past binnen het risicoprofiel van de cliënt (waarmee hij kritiekloos de memorie van toelichting volgt). Dat ‘hoog risico’ een ruime categorie is, signaleert hij al helemaal niet, en evenmin geeft hij aan wat de praktische uitvoerbaarheid is.

[10] Opvallend is dat in de memorie van toelichting zorgvuldig om deze verplichting wordt ‘heen’ geschreven.

[11] Er zijn diverse gespecialiseerde handelaren in persoonsgegevens ten behoeve van de criminaliteitsbestrijding, voorbeelden zijn WorldCheck en Experian.

[12] Het was een ernstige misslag van Kifid om de Nederlandse Accidental American in de uitspraak van 27 mei 2019 te veroordelen voor ‘valsheid in geschrifte’ (en ook anderszins stonden er ernstige onvolkomenheden in die uitspraak). Gelukkig voor de Nederlander heeft de kort geding rechter in de uitspraak van 23 december 2020 de valsheid in geschrifte meteen van tafel geveegd. De rechtbank in de bodemzaak oordeelde vervolgens op 29 december 2021 ook op andere punten anders dan de kort geding rechter (nieuwsbericht, uitspraak).

[13] Niet voor niets dringt lid van de Tweede Kamer Alkaya aan op wijzigingen bij Kifid, zie dossier 35727, maar ik denk dat dit niet voldoende is.

[14] Prominente juristen: privacy en de strijd tegen witwassen, Corien Prins, 1 september 2022.

 

 


Aanvulling 10 november 2022, 19:10 uur
Ybo Buruma publiceerde in juni 2022 het artikel Wensdenken over witwassen en afpakken op de NJB site. Hij bekritiseert de aanpak van de verantwoordelijke ministeries (Financiën en Veiligheid):

Het opzetten van een enorm systeem om witwassen op het spoor te komen en dan niet eens te kijken en te gebruiken wat dat systeem heeft opgeleverd is eigenlijk nog erger dan wensdenken – het is een onverschilligheid die het in potentie nuttige werk van duizenden hard werkende mensen zinloos maakt. En het wensdenken dat spreekt uit het steevast te veel beloven aan inkomsten uit ontneming van crimineel geld is onverschillig voor de werkelijkheid van armoedzaaiers, pechvogels en multiprobleemtypes die de wereld van het strafrecht meer bevolken dan Godfathers en Netflixboeven bij wie echt iets is af te pakken.

Aanvulling 16 november 2022
[1] Aangezien FBN het overzicht waar ik naar verwijs in noot [5] heeft verwijderd, heb ik vandaag op die plaats het overzicht gezet, dat ik in mei van dit jaar op hun site aantrof en waarover ik dit blog heb geschreven. De passage in de noot heb ik aangevuld.

[2] Laura Pietersen van De Bont Advocaten kopte op 15 november jl. ‘Plan van aanpak witwassen? U bedoelt Plan van uitsluiting financieel systeem!‘ en besteedt vooral aandacht aan de navraagplicht. Zij eindigt met:

En waar leidt dit nu toe? Met de invoering van de navraagplicht wordt beoogd de toegang tot het (financiële) stelsel voor (rechts)personen met een verhoogd witwasrisico (nog) moeilijker te maken. Voor de instelling leidt deze nieuwe verplichting tot hogere administratieve lasten en risico’s op handhaving door de overheid met als mogelijk gevolg dat hoog risico klanten (nog meer) zullen worden geweerd dan nu al het geval is. De bonafide ondernemers met een hoog risico lopen daarmee een nog grotere kans door instellingen te worden geweigerd of opgezegd. Het Plan van aanpak witwassen lijkt dan in feite te kunnen resulteren in een steeds verdere uitsluiting van het (financiële) systeem.

Jammer dat zij niet meer aandacht besteedt aan de ruime betekenis van ‘hoog risico’ en ook geen kanttekeningen bij de praktische uitvoerbaarheid zet.

Aanvulling 8 december 2022
De uitspraak van het Europese Hof (zie het persbericht), zou ook voor de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de navraagplicht relevant kunnen zijn.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Digitalisering en de mensenrechten | themanummer TvMR

De Belgische Liga voor Mensenrechten v.z.w. heeft een themanummer van het Tijdschrift voor Mensenrechten over het onderwerp digitalisering uitgebracht, dat hier is te downloaden. Het editoriaal van Van De Heyning heeft als titel: “Digitalisering daagt mensenrechten uit: een themanummer in tijden van (cyber)oorlogsvoering“.

Inhoud:

Update 2
• Nieuwe wet dataretentie in de maak
• Digitale dienstenwet als nieuwe wapen tegen haatspraak
• Europees parlement bespreekt het gebruik van spyware

Editoriaal 3
• Digitalisering daagt mensenrechten uit: een themanummer in tijden van (cyber)oorlogsvoering
Catherine Van De Heyning

Artikel 5
• De digitale dimensie van seksuele zelfexpressie: een bevrijding of een nieuwe weg naar criminaliteit?
Aurélie Gilen & Noa Vreven
• Het filmen en verspreiden van beelden van een politieoptreden. ‘Part of the job’, of is er een grens?
Ronny Saelens
• Drones in EU-geïntegreerd grensbeheer: Mensenrechtelijke aansprakelijkheid en het gebruik van drones in terugkeeroperaties
Joyce De Coninck
• De controle op het gebruik van algoritmische surveillance onder druk? Een exploratie door de lens van de relationele ethiek
Rosamunde van Brakel

Interview 29
• De AI-rechter: is artificiële intelligentie een bedreiging voor het recht op een eerlijk proces? Een kort gesprek met Nathalie Smuha
Willem Debeuckelaere

Rechtspraak 31
• “The world in my pocket.” Het politioneel uitlezen van een smartphone, bekeken in het licht van artikel 8 EVRM
Pieter Tersago
• De persvrijheid verhindert de vrijgave van gebruikersgegevens op discussiefora, of toch in bepaalde gevallen
Laura Coeckelberghs

 

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Plaats een reactie

De ubo-register brief van Financiën | uiteindelijk belanghebbenden, ubo-register, witwasbestrijding

Onlangs verscheen een brief van de minister van Financiën [1] over het ubo-register dat tot doel heeft misdaad te bestrijden.

Door middel van het register worden de gegevensbeschermingsrechten (AVG) van een ruime groep burgers, de ‘uiteindelijk belanghebbenden’ (ubo’s) geschonden, aangezien hun gegevens onnodig openbaar worden gemaakt. Die openbaarmaking is geen probleem voor degenen die al om een andere reden staan geregistreerd in het handelsregister, bijvoorbeeld als enig aandeelhouder of statutair bestuurder (waarbij overigens nog nooit is onderbouwd wat het nut is van statutair bestuurders aanwijzen als ubo [2]).

Controle door Wwft-plichtigen
Wwft-plichtigen mogen niet afgaan op het ubo-register, maar moeten wel een uittreksel opvragen en de juistheid van het uittreksel controleren en onjuistheden melden (‘discrepantiemeldingen’). Dat is iets wat ik met regelmaat aan verbaasde cliënten uitleg, die niet begrijpen waar het dubbele werk goed voor is.
Opvallend is dat er tot oktober 2022 23.029 discrepantiemeldingen gedaan, waarvan 11.966 zijn afgehandeld.

Van alle discrepantiemeldingen leidt 12,2 procent tot aanpassing van de gegevens in het register. Het maakt duidelijk dat Wwft-plichtigen voor een groot deel onvoldoende begrijpen van de systematiek van het ubo-begrip. Dat is iets wat ik in praktijk ook constateer. Mensen kunnen er geen touw aan vast knopen.

Niets over het nut van en de schade door het register
Opvallend aan de brief van de minister is dat er alleen wordt ingegaan op de bureaucratische kant van van het register en er niets wordt gezegd over de meting van het nut van het register. Staan criminelen daadwerkelijk als ubo geregistreerd en heeft men er gebruik van kunnen maken?

Ook is belangrijk welke hinder mensen die in het register staan geregistreerd ondervinden. Voor zover ik weet is er geen meldpunt, terwijl dat wel van belang is. Niet voor niets hebben veel ubo’s van familiebedrijven zich nog niet geregistreerd in afwachting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie.

Het blijft vreemd dat de gegevens van ubo’s openbaar zijn maar zij niet mogen weten wie hun gegevens hebben geraadpleegd. Er wordt op AVG-gebied gemeten met twee maten.

Misdaadbestrijdingsmantra
De brief van de minister eindigt met het bekende misdaadbestrijdingsmantra. Het is hoog tijd dat het ministerie (en Europa/FATF) nu eens eindelijk de proportionaliteit van de schending van gegevensbeschermingsrechten gaan aantonen, en bewijs leveren van de misdaadbestrijdingssuccessen. Voorlopig houd ik het er op dat het ubo-register een megalomane bezigheidstherapie is.

 

Noten
[1] Voluit: “Bijgewerkte stand van zaken van het register met gegevens van uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s)“, zie de site van de Tweede Kamer.
[2] Statutair bestuurders zijn ubo van de entiteit (ook wel ‘pseudo-ubo’) als er geen ‘gewone ubo’ is, zoals iemand die (in)direct meer dan 25% van de aandelen in een bv houdt (bij de bv zijn dan alle statutair bestuurders ‘ubo’). De pseudo-ubo is een onzin-concept.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Eurobarometer on financial services | EU

On 13 October the European Commission announced:

Eurobarometer survey highlights how Europeans interact with the financial services world
The European Commission has today published a Eurobarometer survey on how Europeans engage with the financial services world, in particular given its ever-increasing digitalisation and the development of sustainable finance. Overall, 86% of Europeans say that they feel confident in managing their personal finances, and 73% feel confident with banking online. However, the results vary across Member States, gender, age, and level of education – showing the need for continued attention to financial literacy. Europeans also care about sustainable finance but lack usable information about it. This Eurobarometer is based on answers to 16 questions from 27,862 Europeans from all 27 Member States. The results will feed into the Commission’s future proposals in the area of retail finance. Find here a report on the Eurobarometer results, country-specific factsheets for all EU Member States, and an infographic on the overall EU results. A press release is available online.

 

According to the abstract 19% of the people interviewed think their rights were breached opening a bank account, transferring money, taking out a loan or buying insurance products.

For more information: read the report.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: | Plaats een reactie

Systemische criminaliteitsbestrijding door TNO | ondermijning, witwasbestrijding

De Nederlandse overheid is druk bezig met het bestrijden van criminaliteit (‘witwassen’) en zet daar onder meer de Wwft voor in [*].
Ook onderzoeksinstituut TNO is met het onderwerp bezig, maar daar wordt criminaliteitsbestrijding als ‘ondermijning’ aangeduid. TNO levert diensten aan de overheid. Lees bijvoorbeeld de pagina ‘Systemische aanpak’ waarin TNO schrijft:

Vanuit alle expertises wordt een systemische visie gehanteerd: alleen door naar het hele systeem rondom ondermijning te kijken, en de wisselwerkingen van verschillende actoren in het systeem in kaart te brengen, kan een duurzame oplossing gevonden worden. Een integrale en systemische aanpak kan op vroege signalen inspelen en waterbedeffecten voorkomen. Dus geen kerels, kilo’s en knaken, maar een systemische aanpak.

TNO verleent diensten aan de RIEC-regio’s en aan de bekende overheidspartijen uit de witwasbestrijding zoals OM, politie, Belastingdienst, Douane en FIOD, waarbij onder meer geavanceerde data-analyse technieken worden ingezet. Op deze pagina staat het navolgende plaatje:

Lees bij TNO ook Hoe wetenschap helpt in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit, waarin uitleg wordt gegeven over het Ondermijningslab, waarin TNO samenwerkt met alle RIEC’s in Nederland. Volgens de intro is het uitgangspunt om criminelen te pakken door ‘crimineel’ te denken. Er wordt verkondigd:

Dat criminelen steeds vaker en steeds meer de gewone maatschappij nodig hebben om hun zaken te verdoezelen, hun handelswaar te slijten en geld wit te wassen, is waar.

(Of dat waar is vraag ik me af.)

Zoals de Wwft voorschrijft dat medewerkers van Wwft-plichtigen moeten zorgen dat hun personeel leert hoe criminelen te werk gaan, zo houdt TNO zich ook bezig met criminele technieken (zie bijvoorbeeld deze pagina).

De organisatie heeft een brochure over integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit, aangekondigd als een praktische gids. De gids gaat niet over ondermijning maar over de wijze waarop samengewerkt kan worden door de bestrijders.

Welke praktische resultaten de adviezen van TNO hebben opgeleverd, is aan de site van TNO niet te zien.

Dat het in de praktijk niet altijd goed gaat, wordt geïllustreerd door de rel rond ondermijningsapps van gemeenten (zie ook dit), door onvolkomenheden in de juridische kennis van sommige overheidspartijen en door dit project.

 

[*] Kern van de Wwft is dat Wwft-plichtigen (private ondernemingen zoals banken) alle financiële transacties van hun klanten moeten monitoren op mogelijke voordelen van criminaliteit (‘witwassen’). Deze monitoring gaat in toenemende mate via digitale systemen, zoals het bancaire sleepnet van Transactiemonitoring Nederland (TMNL).

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Bancair sleepnet komt niet voor in de digitale ambities van het kabinet | regie op digitalisering criminaliteitsbestrijding ontbreekt | bancair sleepnet, Wwft, Wgs

Afgelopen vrijdag maakte de staatssecretaris van Digitalisering bekend dat het kabinet regie pakt op digitalisering, lees het nieuwsbericht. Meer informatie is te vinden in de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer, waarbij een aantal bijlagen zijn gevoegd:

Er worden mooie woorden gesproken, onder meer:

Men realiseert zich de risico’s van digitale opsporing van criminaliteit, bijvoorbeeld in:

Opvallend: de staatssecretaris spreekt behartenswaardige woorden over menswaardige digitalisering maar heeft het bancaire sleepnet (privatisering van de misdaadbestrijding naar de banken) niet op de agenda staan. Ook de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, de gemeentelijke criminaliteitsbestrijding en de activiteiten van inlichtingendiensten ontbreken.

Datagedreven criminaliteitsbestrijding ontbreekt in de agenda
Deze digitale werkagenda hoort ook over datagedreven criminaliteitsbestrijding te gaan, zowel door de overheid als door bedrijven met misdaadbestrijdingstaken (zoals banken), aangezien de ontwikkelingen een bedreiging vormen voor de grondrechten.

Lees over de datagedreven overheid bij het verzamelen van inlichtingen het interview met hoogleraar Oerlemans in Follow the Money: ‘Door gebrek aan toezicht gaan overheidsinstanties soms te ver bij het verzamelen van inlichtingen’. De intro:

Hoogleraar inlichtingen en recht Jan-Jaap Oerlemans ziet steeds meer overheidsinstanties inlichtingen over burgers verzamelen. En omdat toezicht en adequate wetgeving ontbreken, gaan sommige instanties over de schreef. Oerlemans waarschuwt dat burgers niet voldoende zijn beschermd tegen misbruik van overheidsmacht, en pleit voor meer toezicht. ‘Het gaat niet goed met de rechtsstaat.’

Alle alarmbellen zouden moeten rinkelen.

 

Meer informatie

Bancair sleepnet
Informatie op dit blog over het bancaire sleepnet, onder meer:

Overig
WGS en gemeentelijke criminaliteitsbestrijding op dit blog

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

VOM nomineert de GGD en RIVM voor de prijs van de beste overheidsorganisaties van het jaar

Tot de elf door de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) genomineerde kandidaten voor de Beste Overheidsorganisatie van het Jaar 2022 behoren de GGD GHOR (van het datalek) en RIVM (van het succesvolle coronabeleid), lees dit bericht. Een andere kandidaat is de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), van een ander fameus datalek, dat nog steeds niet is opgehelderd. De winnaar wordt 22 november a.s. bekend gemaakt.

Deze organisaties hebben kennelijk op andere onderwerpen iets goed gedaan, want de verkiezing heeft:

als doel om goede initiatieven binnen het openbaar bestuur voor het voetlicht te brengen en professionele trots te stimuleren. Ook draagt de prijs bij aan transparantie en kennisdeling binnen het openbaar bestuur, door goede initiatieven breed te delen.

 

VOM is geen klassieke belangenbehartiger, maar bestaat uit een groep betrokken overheidsmanagers, aldus deze pagina.

 

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie