De Duitse vastgoedmeldplicht en de ontmenselijking van de private criminaliteitsbestrijding | Wwft, witwasbestrijding, GwG

Gedreven door de inofficiële wereldregering Financial Action Task Force (FATF) en Europa is in alle Europese landen zichtbaar hoe de criminaliteitsbestrijding ontmenselijkt.

Een fraai voorbeeld kwam ik tegen in een Duitse regeling op grond van de Duitse antiwitwaswet [1]. De Duitsers kennen een speciale meldplicht op het gebied van vastgoed [2]. Als er sprake is van bepaalde feiten, moeten de witwasbestrijdingsplichtigen (banken, notarissen, makelaars e.d.) altijd een melding van vermoedelijke criminaliteit doen en mogen ze de melding alleen achterwege laten als ze aan de autoriteiten kunnen bewijzen dat er niet van criminaliteit sprake is (§ 7) [3]. Zoiets kan menselijkerwijs natuurlijk nooit bewezen worden, zodat veiligheidshalve alles gemeld zal worden.

Verdachte omstandigheden op grond van de Duitse regeling

Schurkenstaten en geliste personen
Voor de hand ligt dat er gemeld moet worden als er een relatie is met schurkenstaten en met personen die op sanctielijsten staan (§ 3). Dat zijn de bekende meldplichten op grond van de antiwitwaswet.

Treuhand
Er moet door de Duitsers gemeld worden als een vermogensbestanddeel “treuhänderisch gehalten wird oder gehalten werden soll” en aanverwante gebeurtenissen (maar dat doet niet iedere burger) (§ 4). Anders gezegd: de wetgever is van mening dat treuhänderisch houden van vermogen per definitie verdacht is en aan de overheid gemeld moet worden zodat er opsporingsonderzoek kan plaats vinden. Op dezelfde manier zou men in Nederland een transactie verdacht kunnen verklaren als het vastgoed wordt verworven door een commanditaire vennootschap of door een kapitaalvennootschap waarvan alle aandelen gecertificeerd zijn via een stichting administratiekantoor.

§ 4 bevat ook andere meldingsgronden, onder meer bij DAC6-kenmerken [4].

Verdachte volmacht
Volgens § 5 moet er gemeld worden als er iets met de volmacht aan de hand is, wat vreemd is, nu ook het Duitse privaatrecht bepaalde eisen zal stellen aan volmachten. Je zou verwachten dat een dergelijke regeling niet nodig is. Het laat een ontwikkeling zie die ook in Nederland zichtbaar is, namelijk dat in het financiële recht een eigen privaatrecht wordt gecreëerd. Volgens de regeling moet onder meer gemeld worden als de volmacht ‘vals’ of ‘vervalst’ is (mij lijkt dat je daar geen regeling voor nodig hebt), maar ook als de gevolmachtigde “aufgrund einer Vollmacht handelt, deren Grundverhältnis für den Verpflichteten nicht erkennbar ist“, wat zou dat betekenen? Het voegt in ieder geval wel een item toe aan de vinklijst die de witwasbestrijdingsplichtigen moeten hanteren.

Helemaal interessant is dat gemeld moet worden als de volmacht is gewaarmerkt door de Duitse consul in een schurkenstaat [5]. Je zou zeggen dat belangrijker is wat de relatie van degene die de volmacht krijgt is met de schurkenstaat, dan wie de volmacht gewaarmerkt heeft. En als de Duitse consuls uit schurkenstaten niet te vertrouwen zijn, waarom heeft Duitsland daar dan nog consuls. Hoera! Weer een item voor de vinklijst!

Contanten en crypto zijn per definitie verdacht
In § 6 wordt een opsomming gegeven van meldingsgronden vanwege de wijze van betaling, wat niet alleen contante betaling en betaling met cryptovaluta betreft [6].

Rekening in een ander land is verdacht
Het is volgens § 6 ook verdacht als de betaling plaats vindt door middel van een bankrekening in een ander land, tenzij de houder van de rekening daar woont of gevestigd is. Een dergelijke betaling moet worden gemeld aan de overheid.

Dus als een naar Duitsland geëmigreerde persoon uit Polen daar nog een bankrekening heeft en via die bankrekening de koopprijs voor vastgoed voldoet, is hij een vermoedelijke crimineel. Bijzonder.

Mij lijkt bij betalingen relevanter of de rekening op de naam van koper staat en of het adres klopt.

Vooruitbetaling is altijd verdacht
In diezelfde § 6 wordt het verdacht verklaard als de koopprijs of een deel daarvan reeds voor de overdracht van het vastgoed wordt betaald, als het vooruitbetaalde bedrag meer dan 10.000 euro is. Dus betaling van een voorschot op de koopprijs levert per definitie een vermoeden van criminaliteit op.

Betaling aan/van anderen dan partijen bij de transactie
Bij een transactie is het logisch dat de koper aan de verkoper betaalt, betaling aan een ander lijkt me per definitie verdacht. De ontwerper van de regeling denkt daar anders over en vindt het normaal dat er ook betaald mag worden door/aan onder meer:

  • de huidige of voormalige echtgenoot c.s.;
  • een bloedverwant in de eerste graad;
  • een witwasbestrijdingsplichtige.

Hoogst raadselachtig. In ieder geval levert § 6 lid 4 weer een mooi item voor de vinklijst op.

Door- of terugverkoop binnen drie jaar moet worden gevolgd
Als met het object binnen drie jaar een transactie plaats vindt, is dat verdacht. Gelukkig hoeft doorverkoop binnen drie jaar alleen te worden gemeld bij een afwijkende koopprijs zonder onderbouwing. Terugverkoop binnen drie jaar aan de verkoper is ook verdacht, tenzij er een nachvollziehbarer Grund is (§ 6 lid 5).

Deze regel heeft tot gevolg dat de witwasbestrijdingsplichtige alle transacties waarbij hij betrokken is geweest drie jaar in de gaten moet houden, dus daar zit een prijskaartje aan. De vraag is natuurlijk hoe vaak transacties binnen drie jaar verdacht zijn. Als dat er heel weinig zijn, is dat het prijskaartje mogelijk niet waard.

Tot slot

Het is interessant om te zien wat het effect van deze bureaucratie is. Voor ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf zal het steeds lastiger worden om te begrijpen wat de regels zijn en compliance dienstverlening is kostbaar, dus mogelijk is deze regelgeving een stimulans voor het grootbedrijf en worden bepaalde diensten door de hogere kosten onbereikbaar voor gewone burgers en het mkb. Een neveneffect van de bureaucratie is dat ondernemers zoveel tijd kwijt zijn met vinklijstjes, dat ze aan het echt beoordelen van de omstandigheden van de transactie niet meer toe komen.

Er zal veel geld verspild gaan worden aan activiteiten die niets opleveren. Dat is helaas kenmerkend voor de concepten van de witwasbestrijding.

 

Noten

[1] Geldwäschegesetz, afgekort als ‘GwG’. De Nederlandse pendant is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), een wet die inmiddels berucht is vanwege de wijze waarop banken de grondrechten van burgers schenden. In zowel de GwG als de Wwft krijgen private bedrijven overheidstaken toebedeeld. Zij moeten hun klanten volledig analyseren en monitoren op crimineel gedrag en als zij mogelijke criminaliteit waarnemen moeten zij dat melden als ‘ongebruikelijke transactie’ bij een onderdeel van de politie, genaamd FIU-Nederland.

[2] De regeling heet: Geldwäschegesetzmeldepflichtverordnung-Immobilien  (afkorting GwGMeldV-Immobilien).

[3] Een van de kenmerken van de witwasbestrijding is dat de witwasbestrijdingsplichtigen moeten bewijzen dat zij deugdzaam zijn en alle onderzoeken hebben gedaan. In p§ 7 staat het er op de bekende wijze: “Die Tatsachen, aufgrund derer nach Satz 1 von einer Meldung abgesehen wird, sind nach § 8 Absatz 1 Satz 1 Nummer 4 des Geldwäschegesetzes aufzuzeichnen. Die Dokumentation ist für Zwecke der aufsichtlichen Prüfung aufzubewahren.” Wat niet is geregistreerd, bestaat niet.

[4] DAC6 is een Europese wet op grond waarvan grensoverschrijdende transacties die mogelijk tot belastingvoordeel leiden moeten worden gemeld, zie mijn DAC6 berichten. Een DAC6 melding niet hoeft te betekenen dat een transactie illegaal is of belastingontwijking tot doel heeft.
In de regeling betreft het bepaalde DAC6 kenmerken (de ‘Verpflichtete’ is de witwasbestrijdingsplichtige ondernemer): “Der Verpflichtete hat zu melden, wenn der Erwerbsvorgang mit einer grenzüberschreitenden Steuergestaltung im Sinne des § 138d Absatz 2 der Abgabenordnung in Zusammenhang steht, die ein Kennzeichen im Sinne des § 138e Absatz 2 Nummer 2 Buchstabe f oder Nummer 3 der Abgabenordnung aufweist“. Als ik het goed zie verwijst dit naar:

f) die Aushöhlung von Verfahren zur Erfüllung der Sorgfaltspflichten, die Finanzinstitute zur Erfüllung ihrer Meldepflichten bezüglich Informationen zu Finanzkonten nach dem gemeinsamen Meldestandard anwenden, oder die Ausnutzung von Schwächen in diesen Verfahren, einschließlich der Einbeziehung von Staaten oder Territorien mit ungeeigneten oder schwachen Regelungen für die Durchsetzung von Vorschriften gegen Geldwäsche oder mit schwachen Transparenzanforderungen für juristische Personen oder Rechtsvereinbarungen;

3. Gestaltungen mit rechtlichen Eigentümern oder wirtschaftlich Berechtigten unter Einbeziehung von Personen, Rechtsvereinbarungen oder Strukturen,
a) die keine wesentliche wirtschaftliche Tätigkeit ausüben, die mit angemessener Ausstattung, angemessenen personellen Ressourcen, angemessenen Vermögenswerten und angemessenen Räumlichkeiten einhergeht, und
b) die in anderen Steuerhoheitsgebieten eingetragen, ansässig oder niedergelassen sind oder verwaltet oder kontrolliert werden als dem Steuerhoheitsgebiet, in dem ein oder mehrere der wirtschaftlichen Eigentümer der von diesen Personen, Rechtsvereinbarungen oder Strukturen gehaltenen Vermögenswerte ansässig sind,
sofern die wirtschaftlich Berechtigten dieser Personen, Rechtsvereinbarungen oder Strukturen im Sinne des § 3 des Geldwäschegesetzes nicht identifizierbar gemacht werden (intransparente Kette);

Het gaat om specifieke kenmerken, al vind ik 2-2-f vaag, wat is “die Aushöhlung von Verfahren zur Erfüllung der Sorgfaltspflichten, die Finanzinstitute“? In de woorden Aushöhlung en Ausnutzung von Schwächen zit al een beoordelingselement. Bij 3 wil men een melding als de uiteindelijk belanghebbenden niet bekend zijn.

[5] Een land op de zwarte lijst van de Europese Commissie of FATF.

[6] Die zijn in antiwitwasland per definitie verdacht. Helaas (zo vindt de overheid) mag de overheid contante betaling niet afschaffen, maar ontmoedigen mag wel.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Registration of beneficial owners of small entities in the U.S.

In the US, new regulations (Corporate Transparency Act, CTA) require small entities to report their beneficial owners to FinCEN. The CTA is part of the Anti-Money Laundering Act of 2020 (AML Act). The CTA authorizes FinCEN to collect that information and disclose it to authorized government authorities and financial institutions. These regulations go into effect on January 1, 2024.

 

More information:

Geplaatst in Belastingrecht, English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Advertentiebedrijven tegen terroristenmarketing | rapport ‘Who designates terrorism?’

Grote Amerikaanse advertentiebedrijven, onder meer Facebook, nemen deel aan een samenwerkingsverband tegen terroristenmarketing, ‘Tech against terrorism‘ (TAT).
Deze organisatie heeft een rapport uitgebracht onder de titel ‘Who designates terrorism?‘ dat de gefragmenteerdheid van de wereldwijde overheidsregels tegen terroristenmarketing in beeld brengt. Het rapport is interessant omdat het een beeld geeft van de regels in een aantal westerse landen / gebieden. Naast de VN en de EU worden besproken: de VS, het VK, Canada, Australië, Nieuw Zeeland, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Zweden. (Men wilde wel naar meer landen kijken maar daar was nog geen budget voor.)

Of advertentiebedrijven gezien hun datagraaiende en op sensatie gebaseerde verdienmodel überhaupt wel terroristenmarketing kunnen bestrijden, komt in het rapport niet aan de orde.

Het rapport is via deze pagina te vinden.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie

5e voortgangsbrief over de schade door FATCA / Citizenship Based Taxation

Op 20 maart stuurde de de staatssecretaris van Financiën de vijfde voortgangsbrief over FATCA aan de Tweede Kamer. Uit de brief blijkt dat er een klein beetje beweging is bij de Amerikanen maar dat we er nog lang niet zijn.

De inbrengdatum voor het stellen van vragen ten behoeve van een schriftelijk overleg is vastgesteld op woensdag 5 april 2023 om 14.00 uur.

Het blijft bijzonder dat Europa zulke pretenties heeft op het gebied van grondrechten en toch haar eigen burgers niet beschermt tegen gulzige buitenlandse overheden als de Amerikaanse.

 

Meer informatie:

De complete tekst van de brief:

25 087 Internationaal fiscaal (verdrags)beleid
Nr. 315 Brief van de staatssecretaris van Financiën
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 maart 2023

Eerder heb ik aangegeven uw Kamer te informeren zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn op het gebied van FATCA en mij in te spannen om meer duidelijkheid te verkrijgen van de VS omtrent het voldoen aan de inspanningsverplichting voor banken onder de FATCA-regelgeving.[1] Naar aanleiding van alle inspanningen hebben de VS[2] nu nadere richtlijnen uitgebracht over de verplichting van banken om een US TIN te rapporteren van rekeninghouders met (ook) de Amerikaanse nationaliteit. Bestaande bankrekeningen die vóór 1 juli 2014 zijn geopend zijn uitgezonderd van deze verplichting tot en met 2024. De VS hebben aangegeven toe te werken naar permanente richtlijnen voor de periode ná 2024. Hiermee wordt duidelijkheid geboden aan zowel banken als (toeval-)Amerikanen. In mijn contacten met de VS blijf ik het belang van een structurele oplossing benadrukken. Daarnaast hebben de VS aangegeven voornemens te zijn de kosten voor de procedure om afstand te doen van de Amerikaanse nationaliteit (CLN) aanzienlijk te verlagen. Ik zie dit als twee belangrijke en positieve ontwikkelingen. In deze brief ga ik in op deze ontwikkelingen en informeer ik uw Kamer over wat dit betekent voor (toeval-) Amerikanen.

Verplichting banken onder Amerikaanse FATCA-wetgeving
Onder de Amerikaanse FATCA-wetgeving hebben financiële instellingen wereldwijd de verplichting om informatie te verstrekken over Amerikaanse personen die een rekening bij hen hebben met een rekeningsaldo van 50.000 dollar of meer.[3] Daarbij geldt een inspanningsverplichting voor financiële instellingen om een US TIN (dit is vergelijkbaar met het Nederlandse BSN) te rapporteren van rekeninghouders met (ook) de Amerikaanse nationaliteit. Wanneer banken niet aan de FATCA-verplichtingen voldoen lopen zij het risico om door de Amerikaanse autoriteiten aangemerkt te worden als significant non-compliant. Omdat banken een risico zien op Amerikaanse sancties bij het ontbreken van US TINs in de rapportage, zijn er in 2020 rekeningen gesloten van Nederlanders met (ook) de Amerikaanse nationaliteit die geen US TIN hadden aangeleverd. Mijn voorgangers en ik zijn daarop in gesprek gegaan met de banken en hebben tijdelijke afspraken gemaakt om het verder sluiten van rekeningen voorlopig te voorkomen. De sleutel tot een definitieve oplossing ligt echter bij de VS. Daarom heb ik mij ingespannen, zowel bilateraal als in EU-verband, om meer duidelijkheid te krijgen van de VS over de rapportageverplichting van banken.

Nadere richtlijnen voor banken
In de Notice 2023-11 geven de VS nadere richtlijnen over de verplichting van banken om op grond van de FATCA-wetgeving US TINs te rapporteren. Deze richtlijnen voorzien in een tijdelijke uitzondering op de verplichting voor banken om een US TIN te rapporteren, maar alleen voor rekeningen die reeds vóór 1 juli 2014 zijn geopend.[4] Wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden uit de richtlijnen, kan een bank voorkomen te worden aangemerkt als significant non-compliant, ook als deze niet voor al deze bankrekeningen van Amerikanen een US TIN rapporteert. De Amerikaanse IRS heeft specifieke codes ontwikkeld die banken bij deze rekeningen dienen te rapporteren in het geval een US TIN ontbreekt. Aan de hand van de codes kan de IRS zien wat de achtergrond is van een ontbrekende TIN. Het gaat om een tijdelijke uitzondering voor de jaren 2022 tot en met 2024. Gedurende deze periode wil de Amerikaanse Treasury de benodigde informatie vergaren om uiteindelijk tot een definitieve aanpak te komen. In de Notice geeft de Amerikaanse Treasury aan dat -mocht er een permanente vrijstelling komen in de toekomst- zij verwachten dat zo’n vrijstelling beperkter zal zijn dan de in deze Notice beschreven vrijstelling.

Overleg banken
Naar aanleiding van de uitgebrachte richtlijnen heb ik contact gehad met de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) over wat de richtlijnen betekenen voor banken en voor hun klanten met (ook) de Amerikaanse nationaliteit.
Zoals gemeld in mijn brief van 9 september 2022[5], heeft de NVB toegezegd dat banken geen rekeningen zullen sluiten van Nederlanders met (ook) de Amerikaanse nationaliteit bij het enkel ontbreken van een US TIN of CLN, tot de publicatie van nadere richtlijnen door de VS. Nu de Amerikaanse richtlijnen zijn gepubliceerd ontstaat er een nieuwe situatie. Hieronder ga ik in op de reactie van de NVB, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende categorieën bankrekeningen van rekeninghouders met (ook) de Amerikaanse nationaliteit.

Bestaande bankrekeningen van voor 1 juli 2014
De nadere richtlijnen van de VS bieden voldoende duidelijkheid over de rapportageverplichtingen ten aanzien van bestaande rekeningen die geopend zijn vóór 1 juli 2014. De NVB heeft aangegeven dat banken bestaande bankrekeningen, geopend vóór 1 juli 2014, met een saldo boven de 50.000 dollar op basis van de nieuwe richtlijnen niet zullen sluiten bij het enkel ontbreken van een US TIN of CLN. Dit geldt gedurende de gehele periode dat deze richtlijnen gelden. Daarbij geldt wel dat de banken, om aan de voorwaarden van de richtlijnen te voldoen, hun klanten moeten blijven benaderen om te vragen om een US TIN of CLN. Daarbij schrijven de richtlijnen voor dat de bank de klant ook moet wijzen op de vindplaats van de beschrijving van vereenvoudigde Amerikaanse belastingaangifte bij het afstand doen van de Amerikaanse nationaliteit voor personen met een vermogen van minder dan $ 2.000.000. Ook dienen de banken de juiste code te gebruiken.

Bankrekeningen geopend ná 30 juni 2014
De NVB geeft aan dat voor alle rekeninghouders van een rekening die is geopend na 30 juni 2014, die een tegoed hebben op hun betaal- en spaarrekeningen van meer dan 50.000 dollar, geldt dat zij hun rekening kunnen behouden als zij kunnen aantonen de procedure voor een US TIN of CLN in gang te hebben gezet. Het blijft dus van belang dat toeval-Amerikanen die in de aanvraagprocedure zitten maar hun TIN of CLN nog niet hebben ontvangen, dit doorgeven aan hun bank om ervoor te zorgen dat zij ook gebruik kunnen (blijven) maken van hun bankrekening. De NVB geeft aan dat voor het overige geldt dat het aan de bank zelf is om een beoordeling te maken over het wel of niet starten van de procedure om een rekening te sluiten die is geopend ná 30 juni 2014 en een saldo heeft van meer dan 50.000 dollar, waarvoor de uitzondering van de IRS niet geldt.

Nieuwe klanten
Zoals gemeld in de vorige voortgangsbrief over FATCA, heeft de NVB aangegeven dat een nieuwe klant die nog geen TIN of CLN heeft in veel gevallen zal worden geweigerd bij het reguliere proces van het openen van een rekening. De klant zal in dat geval worden verzocht om de aanvraag voor het openen van een rekening in te dienen zodra een CLN of TIN beschikbaar is. De NVB heeft aangegeven dat zij ook met de komst van de nieuwe richtlijnen hier geen algemene uitspraken over kunnen doen, aangezien de richtlijnen niet voorzien in een uitzondering voor nieuwe klanten. Klanten kunnen volgens de NVB bij sommige banken wel via een separate procedure een bankrekening krijgen als zij aantonen de procedure voor een CLN of TIN in gang te hebben gezet. Volgens de NVB zijn er ook banken die daarbij aanvullende toetsen doen om te beoordelen of een klant in aanmerking komt voor een rekening.

Verlaging kosten voor het afstand doen van de Amerikaanse nationaliteit
Naast de gepubliceerde richtlijnen is een andere positieve ontwikkeling dat het Amerikaanse State Department begin januari 2023 heeft aangekondigd de kosten voor de procedure om afstand te doen van het Amerikaanse staatsburgerschap (CLN) aanzienlijk te willen verlagen van 2.350 dollar naar 450 dollar.[6] Dit is goed nieuws. Daarnaast hoop ik dat het eerdergenoemde voorstel uit het Greenbook van Treasury[7] ook zal leiden tot een vereenvoudiging van de procedure. Zoals ik aangaf in mijn vorige voortgangsbrief over FATCA[8], blijft de Nederlandse Ambassade in Washington zich hiervoor inspannen door op ambtelijk niveau nauw in contact te blijven met Treasury en de IRS. Ook blijft de ambassade zich inspannen door deze voorstellen onder de aandacht te brengen bij leden van het Amerikaanse Congres.

Tot slot
Ik ben verheugd dat alle inspanningen die bilateraal en vanuit de EU zijn gedaan, ertoe hebben geleid dat de VS nu nadere richtlijnen hebben gepubliceerd. Dit betekent meer duidelijkheid voor banken en toeval-Amerikanen, terwijl er wordt toegewerkt naar een structurele oplossing. Tegelijkertijd betreur ik dat de richtlijnen niet voor alle toeval-Amerikanen een oplossing bieden. De richtlijnen voorzien namelijk niet in een uitzonderingen ten aanzien van rekeningen die zijn geopend ná 30 juni 2014, en ze zijn slechts tijdelijk. In mijn contacten met de VS zal ik hiervoor aandacht vragen en blijf ik het belang van een structurele oplossing benadrukken. Met andere EU-lidstaten wordt samengewerkt in EU-verband om aandachtspunten bij de VS aan te kaarten voor een definitieve oplossing van de bankrekeningproblemen van toeval-Amerikanen. Mijn inschatting daarbij is echter dat de VS de net uitgebrachte tijdelijke richtlijnen niet substantieel zullen versoepelen en door de VS is al aangegeven dat definitieve richtlijnen strikter zullen zijn. Naast mijn inspanningen blijft er daarom een verantwoordelijkheid bestaan voor toeval-Amerikanen om zelf in actie te komen door een TIN aan te vragen of afstand te doen van de Amerikaanse nationaliteit (CLN). Zoals gezegd hebben de VS aangekondigd de kosten voor het afstand doen van de Amerikaanse nationaliteit te willen verlagen. Aan de toeval-Amerikanen die nog geen US TIN of CLN hebben aangevraagd herhaal ik mijn eerdere oproep om dit alsnog op korte termijn te doen.

De staatssecretaris van Financiën,
M.L.A. van Rij

 

[1] Onder andere in Brief van 9 september 2022 en in de vierde voortgangsbrief FATCA van 29 augustus 2022 Zie Kamerstuk 25 087, nrs. 297 en 298.
[2] Notice 2023-11, ‘Foreign Financial Institution Temporary U.S. Taxpayer Identification Number Relief’, gepubliceerd op 30 december 2022.
[3] Overigens hebben meer dan 100 landen afspraken gemaakt over de automatische uitwisseling van financiële gegevens van personen en organisaties volgens een ander, vergelijkbaar mechanisme, namelijk de Common Reporting Standard (CRS).
[4] Op grond van Notice 2023-11, ‘Foreign Financial Institution Temporary U.S. Taxpayer Identification Number Relief’, gepubliceerd op 30 december 2022 in combinatie met de NL IGA, Trb. 2014, nr. 128.
[5] Kamerstuk 25 087, nr. 298.
[6] Notice of Intent to Pursue Rulemaking to Reduce Fee, d.d. 6 januari 2023. Betreft een verklaring van Assistant Secretary For Consular Affairs Rena Bitter in het kader van een jurdidische procedure bij het United States District Court for the District of Columbia, zaak 1:20-cv-03573-TSC.
[7] Over de zogeheten Greenbook voorstellen van Treasury informeerde ik uw Kamer in mijn vorige voortgangsbrieven. Zie Kamerstuk 25 087, nrs. 293 en 297.
[8] Kamerstuk 25 087, nr. 297.

De staatssecretaris stuurde een bedankbrief aan de Amerikanen:

I would like to take this opportunity to express my appreciation for the recent release of the new FATCA guidance as published in Notice 2023-11. We believe that this guidance is a meaningful step forward in ensuring that Dutch citizens who qualify as US Persons retain access to banking services in the Netherlands. I also welcome your intention to develop permanent relief in the future.

I would like to extend my sincere thanks to your Office of Tax Policy for the good collaboration and fruitful discussions that took place between my staff and yours in the run-up to the development of this guidance. It is through this kind of collaboration that we are able to make progress towards achieving our shared goals of promoting transparency and fairness in the global financial system.

While I believe that this guidance will have a positive impact on access to bank accounts in the Netherlands, concerns remain regarding access to bank accounts opened after June 30, 2014, as these are not covered by Notice 2023-11. I hope this will be taken into consideration in determining a permanent solution. In addition, my staff would like to discuss the practicalities regarding the implementation of the TIN Codes to be used for transmission of data for the calendar year 2022.

Once again, I want to express my appreciation for the work that has gone into developing this important guidance, and I look forward to continuing our productive collaboration on this and other important issues.

 

Inleiding over de schade die de Verenigde Staten door middel van FATCA en Citizenship Based Taxation aan Europese burgers toebrengt: lees deze pagina.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | 2 reacties

Commission shows a lack of understanding of the risks of including personal data in open data | Open Data Directive

On a page of the European Commission on ‘High-value datasets’, the Commission states that personal data will be part of open data. The Commission calls certain data produced by the public sector that are particularly interesting for creators of value-added services and applications ‘High-value datasets’ (HVDs). The Open Data Directive sets out six categories of HVDs:

  1. geospatial,
  2. earth observation and environment,
  3. meteorological,
  4. statistics,
  5. companies and company ownership, and
  6. mobility.

In particular, the fifth category will contain a very large amount of personal data. Probably there will be personal data in the other categories also.
About personal data the Commission remarks:

In principle, the list of high-value datasets does not refer to personal data. However, should certain datasets be considered personal data in Member States or if Member States choose to extend the list to personal data, compliance with GDPR needs to be ensured.

It is nicely said that compliance with GDPR needs to be ensured, but what will be the practical implications in a European Union with understaffed and underfunded data protection authorities?

The Commission shows a lack of understanding regarding the significant risks associated with the dissemination of personal data of people involved in companies and other entities:

* (…) In addition, open company data will increase market transparency, enabling a better allocation of private investment or public support.
* A wider availability of information on companies has clear social benefits for areas such as fighting crime (incl. financial crime), increased public engagement and transparency of economic transactions.

The question whether re-use of personal data is allowed is answered as follows:

Is the re-use of personal data held by a public sector body allowed?
* The re-use of personal data held by a public sector body is allowed under two conditions: the data must be generally accessible [1] to the public and their re-use (i.e. personal data processing) must be carried out in full respect of the General Data Protection Regulation (GDPR), which takes precedence over the provisions of the Open Data Directive.
* The Implementing Regulation on HVDs refers to data that falls within the scope of the Open Data Directive and is therefore subject to the same limitations. The draft list of HVDs as presented in the Impact Assessment generally avoids including personal data in its scope. This choice was intentional, as the wide inclusion of such data would decrease the legal feasibility of the initiative while increasing the costs for public sector bodies that need to ensure compliance with the GDPR.

[1] Typically, this means that citizens and businesses can request access to such data under national laws on free access to information. Member State legislation can also provide that certain publicly held data are excluded from access on the grounds of personal data protection, in which case they fall out of scope of the Open Data Directive.

 

It is highly doubtful whether the GDPR’s data protection requirements are compatible with open data principles.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

PI.lab conference 2023 on algorithms and society

On Thursday 13 April 2023 the PI.lab organises its conference 2023 and has chosen algorithms and society as subject.

There will be a panel discussion on algorithmic fraud detection in the welfare state

Panel discussion – Algorithmic fraud detection in the welfare state
In many countries, governments aim to use new technology to make the welfare state more efficient and to mitigate fraud. However, this digitisation can also erode people’s rights. In The Netherlands, the childcare benefits scandal has illustrated the risk of discrimination when the state aims to combat fraud in the welfare state. This workshop discusses questions such as: Can algorithmic systems be used to combat welfare fraud, without threatening rights such as the privacy and non-discrimination? Can non-discrimination norms be built into algorithmic systems?

Panel discussion with the audience

Panel members:

* Hind Dekker-Abdulaziz, member of the Dutch parliament for D66
* Marc Steen, senior research scientist, TNO
* Nadia Benaissa, policy advisor, Bits of Freedom
* Sennay Ghebreab, Professor of Socially Intelligent AI, University of Amsterdam

Moderator: Frederik Zuiderveen Borgesius, Professor ICT & Law, iHub, Radboud University

Another item is a workshop on predictive policing:

Predictive policing: promises and pitfalls
Predictive policing concerns the use of automated predictions about who will commit crime or when and where crime will occur. The police in the Netherlands uses CAS, the Crime Anticipation System. The system aims to predict where crime will occur: distinguishing blocks of 125×125 meter on the map of The Netherlands. This panel discusses questions such as: how effective is predictive policing in combatting crime? Are there risks, for instance related to discrimination? Do the advantages of predictive policing, such as efficiency, outweigh the disadvantages?

Interactive discussion, moderated by Frederik Zuiderveen Borgesius

Discussants: the audience, and

* Gwen van Eijk, Amnesty International
* Kelly Vink, Policy worker at the Dutch Public Prosecutors Office
* Cynthia Liem, Associate Professor working on trustworthy AI, Delft University
* Lonneke Stevens, Professor of Criminal Law, Vrije Universiteit Amsterdam

Look at the conference page for the full program.

About the PI.lab (source):

The Privacy & Identity Lab (aka the PI.lab) was founded on 11 November 2011 and is a collaboration between Radboud University Nijmegen (RU), Tilburg Institute of Law, Technology, and Society (TILT) and TNO. The aim of this collaboration is to found a multidisciplinary, national and international centre of expertise for research and innovation in the area of digital privacy and identity. Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) provided financial support for this initiative until the end of 2015.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Eerste Kamer accordeert wet inzake verwijderingsbevelen terroristische inhoud

In januari dit jaar werd een wet inzake verwijderingsbevelen terroristische inhoud [1] aangenomen door de Tweede Kamer (blog). Op 21 maart jl. heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel eveneens geaccordeerd [2].

Tijdens de behandeling zijn er nog vragen door leden van de Eerste Kamer gesteld, die in de memorie van antwoord [3] door de minister van Veiligheid werden beantwoord. Die vragen betreffen de relatie van de minister tot het nieuwe zelfstandige bestuursorgaan (de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal, ‘ATKM’) en de verhouding met gemeentelijke activiteiten op hetzelfde terrein.

Verwijderingspraktijk
Verder werden vragen gesteld over de verwijderingspraktijk en het toepassen van digitale surveillance systemen bij het detecteren van foute inhoud, waarover de minister van Veiligheid onder meer het volgende schrijft (de ‘TOI-verordening’ is de Europese wet waarnaar de Nederlandse wet verwijst):

Voor zover de vraag ziet op de toepassing van geautomatiseerde instrumenten door de ATKM merk ik graag het volgende op. De ATKM kan ervoor kiezen automatische instrumenten toe te passen voor de detectie en identificatie van online-materiaal. Indien vermoedelijke terroristische onlineinhoud door de ATKM wordt aangetroffen door de inzet van dit soort instrumenten, wordt deze vervolgens altijd beoordeeld door een detectiemedewerker. Deze medewerker ontvangt hiervoor een speciale opleiding, die zowel ziet op detecteren van online terroristisch materiaal als op het duiden daarvan. Binnen de ATKM is sprake van een functiescheiding. Als de detectiemedewerker oordeelt dat online-inhoud terroristisch van aard is, dan legt deze het materiaal voor aan de specialist handhaving en beoordeling. Deze juridisch medewerker toetst het materiaal aan de definities van de TOI-verordening en stelt, indien dat nodig wordt geacht, een verwijderingsbevel op. Waar nodig wordt de medewerker ondersteund door een senior specialist die tevens toeziet op de consistentie in de beoordeling. Het verwijderingsbevel wordt ter accordering aan het bestuur voorgelegd.

Voor zover aanbieders van hostingdiensten met behulp van automatische instrumenten invulling geven aan de verplichting tot het nemen van specifieke maatregelen, geldt het volgende. De TOIVerordening verplicht aanbieders van hostingdiensten in bepaalde gevallen tot het nemen van specifieke maatregelen om hun diensten te beschermen tegen de verspreiding van terroristische inhoud onder het publiek. (…)

Specifiek voor het gebruik van geautomatiseerde instrumenten stelt de TOI-verordening in artikel 5, lid 3 een aanvullende eis. Wanneer een aanbieder van hostingdiensten kiest voor geautomatiseerde instrumenten dienen passende en doeltreffende waarborgen te worden geboden, met name door te voorzien in toezicht en verificatie door mensen. Hierdoor wordt niet alleen nauwkeurigheid gewaarborgd maar ook voorkomen dat materiaal dat niet terroristisch van aard is, wordt verwijderd. Op deze manier wordt voorkomen dat automatische instrumenten zelfstandig, zonder tussenkomst van mensen, bepalen welk materiaal wél en welk materiaal niet op een platform is toegestaan.

Volgens de minister zijn er voldoende waarborgen in de regelgeving voor de naleving van de vrijheid van meningsuiting en van informatie, de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens.

Controversiële standpunten in het publieke debat
Een andere vraag betrof het onderscheid tussen enerzijds verboden inhoud en aan de andere kan wel toegestane radicale, polemische of controversiële standpunten in het publieke debat over gevoelige politieke vraagstukken. De minister schrijft dat er organisatorische maatregelen zijn genomen die moeten waarborgen dat er niet ten onrechte wort verwijderd:

Het kan zijn dat de beoordeling of online-inhoud wel of niet terroristisch van aard is, in sommige gevallen complexer is dan in andere gevallen. Met het oog op een zorgvuldige oordeelsvorming wordt binnen de ATKM het principe van functiescheiding toegepast. Dat betekent dat de functionarissen die potentiële terroristische uitingen op het internet detecteren, niet dezelfde zijn als degenen die deze uitingen beoordelen en zo nodig een verwijderingsbevel opstellen. Hiervoor worden juridisch geschoolde beoordelaars aangesteld (…). Zij zullen de uitingen van geval tot geval toetsen aan de definitie van terroristische online-inhoud in de zin van de TOI-verordening.

Opgemerkt wordt dat er rechtsbescherming achteraf is:

Hierbij benadruk ik dat een beslissing van de ATKM tot het uitvaardigen van een verwijderingsbevel ten aanzien van bepaalde content met rechtswaarborgen is omkleed. Tegen een dergelijke beslissing kan bezwaar en beroep worden ingesteld. Op deze wijze kan door de rechter worden getoetst of het besluit van de ATKM om bepaalde content aan te merken als content met een terroristische inhoud die verwijderd dient te worden, op juiste gronden is genomen en voldoende is gemotiveerd. In het bijzonder ten aanzien van controversiële standpunten merk ik op dat er mede om deze reden voor is gekozen de ATKM in te richten als zelfstandig bestuursorgaan, zodat (de schijn van) politieke inmenging bij de beoordeling van uitingen wordt voorkomen.

Voorspelbaarheid
Op de vraag naar de voorspelbaarheid van de regels antwoordt de minister dat wat online-uitingen met een terroristische inhoud zijn voldoende uit de Europese verordening zou blijken [4]. Kennelijk worden de besluiten van de ATKM openbaar, want de minister schrijft:

Het is de verwachting dat in de loop der tijd met het toenemend aantal besluiten van de ATKM, nog inzichtelijker zal worden welke overwegingen bij de verwijdering van content doorslaggevend zijn. Daarbij is de inzet van de ATKM niet alleen normstellend van aard. De opzet van de ATKM gaat ook uit van samenwerking met de sector. Hierbinnen is ook ruimte voor nadere toelichting op de definities en de weging daarvan door de ATKM in de praktijk.

Kennelijk moeten burgers naar de rechter als de overheid zich misdraagt en is men niet bereid nu al duidelijkheid te verschaffen:

Tot slot is de verwachting dat, met het van kracht zijn van de TOI-verordening, ook gebruik zal worden gemaakt van de beschikbare rechtsmiddelen en er jurisprudentie zal ontstaan die ook bijdraagt aan nadere voorspelbaarheid. Bovendien kunnen nationale rechters – ook de Nederlandse – als zij dat nodig achten prejudiciële vragen over de uitleg van de TOI-verordening stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg.

We gaan zien hoe een en ander in de praktijk uitwerkt.

 

Noten
[1] Officieel: Uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud. Wetsvoorstel zoals aan de Eerste Kamer voorgelegd. Dossier: Tweede Kamer, Eerste Kamer, overheid.nl. De wet geeft uitvoering aan de TOI-verordening, de Verordening 2021/784 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud, overzichtspagina, Nederlandstalige html-versie.
[2] Stemmingen 21 maart 2023.
[3] Memorie van antwoord 10 maart 2023.
[4] Definitie in de TOI-verordening (NL versie):

7. “terroristische inhoud”: een of meer van de volgende soorten materiaal, namelijk materiaal dat:
a) aanzet tot het plegen van een van de in artikel 3, lid 1, punten a) tot en met i), van Richtlijn (EU) 2017/541 genoemde misdrijven, indien dat materiaal direct of indirect, bijvoorbeeld door terroristische daden te verheerlijken, het plegen van terroristische misdrijven bepleit, waardoor een gevaar ontstaat dat een of meer van die misdrijven mogelijk worden gepleegd;
b) een persoon of een groep personen aanspoort om een van de in artikel 3, lid 1, punten a) tot en met i), van Richtlijn (EU) 2017/541 genoemde misdrijven te plegen of daaraan een bijdrage te leveren;
c) een persoon of een groep personen aanspoort om deel te nemen aan de activiteiten van een terroristische groepering, in de zin van artikel 4, punt b), van Richtlijn (EU) 2017/541;
d) instructies biedt voor het vervaardigen of gebruiken van explosieven, vuurwapens of andere wapens of schadelijke of gevaarlijke stoffen, of voor andere specifieke methoden of technieken, met als doel een van de in artikel 3, lid 1, punten a) tot en met i), van Richtlijn (EU) 2017/541 bedoelde terroristische misdrijven te plegen of daaraan een bijdrage te leveren;
e) een dreiging vormt om een van de in artikel 3, lid 1, punten a) tot en met i), van Richtlijn (EU) 2017/541 bedoelde misdrijven te plegen;

Of dat duidelijk is, vraag ik me af…

 


Aanvulling 21 april 2023
Zie over het bestrijden van terroristenmarketing ook het verslag van een digitale Interparlementaire conferentie van de parlementaire controlegroep Europol (JPSG). In hoofstuk 4, Verslag van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (dat is de EDPS), staat:

Ten eerste gaf de EDPS een update over zijn toezicht op de activiteiten die Europol zal verrichten in het kader van verordening 2021/784 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-content. Onder deze verordening kunnen lidstaten de verwijdering van terroristische online-content vorderen bij web providers via een technisch platform genaamd PERCI (“Plateforme Européenne de Retraits de Contenu Illégaux sur internet”) dat door Europol gebouwd wordt en beheerd zal worden. De EDPS gaf aan met Europol in een constructieve dialoog te staan over systeem en gegevensbeschermingsaspecten die hij als zeer complex aanmerkte. De EDPS gaf aan “in de komende weken” zijn (eind)oordeel over het systeem aan Europol te doen toekomen.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Experian and data protection in a UK court

The famous American databroker Experian in the UK was confronted with a court decision in a case against the Information Commissioner regarding data protection. The court has decided that data collected with consent cannot be used for further processing without additional consent, especially the disclosure of such data to a third party:

52. It is reiterated that when data is provided on the basis of consent to one controller and that data is then processed by a different controller on a different basis (legitimate interest) then the initial basis of consent is not sufficiently clear. It is averred also that the right to object to direct marketing processing Article 21(2) is now put right, which Experian’s processing circumvents to the detriment of data subjects and its commercial advantage.

Background:

1. Experian is a well-known Credit Reference Agency (“CRA”). In that capacity it holds and processes data relating to over 51 million people living in the United Kingdom, effectively the whole of the adult population. What is less well known is that Experian has within it a business unit, Experian Marketing Services (“EMS”), which processes the data of around 51 million people in the UK to provide marketing services which it sells to its third-party clients. It does so by combining their name and address information, with a total of up to thirteen actual attributes. It then processes this data and creates modelled information on the demographic, social, economic and behavioural characteristics of these 51 million individuals on a predictive basis, the profile for each person running to as many as 49 derived data points about individuals and up to 370 modelled points about individuals, with each profile running to many pages. (…)

6. Broadly, Experian has no direct relationship with individuals whose data it processes for the purpose of these products, except in a limited number of cases when individuals contact Experian via the Experian website or where they have a direct relationship with Experian via Experian Consumer Services (“ECS”).

7. ConsumerView contains entries at an individual level for some 51 million adults in the United Kingdom, that number changing from time to time due to changes in the UK adult population, as a result of deaths and people turning 18. ConsumerView combines name and address information, with a total of up to thirteen actual attributes. It then processes this data and creates modelled information on the demographic, social, economic and behavioural characteristics of individuals and households on a predictive basis. The actual information reflects known characteristics of a given individual; the derived information reflects characteristics that are calculated or ascertained from other data, the modelled information reflecting predicted characteristics.

8. ChannelView’s database contains names, postal addresses, email addresses and mobile phone numbers are predominantly provided to Experian by various third data suppliers who between them collect data from data subjects via some 148 websites in return for access to offers and discounts, price comparison services, the ability to participate in surveys and so on. The total number of records will vary from time to time, but it contains details of at least 24 million individuals.

It is amazing that this type of data brokers are allowed to operate without license and supervision and that they only have to apply data protection legislation, that in practice seldom is enforced.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Europe as a major databroker | IT systems to fight crime and secure EU borders

Europe is developing into a very important databroker, collecting biometric data and all sorts of other personal data. Some of many of the databases are found on the page of the European Council, IT systems to fight crime and secure EU borders:

  • Schengen information system
  • Visa information system
  • System to manage European asylum applications (Eurodac)
  • European travel information and authorisation system (ETIAS)
  • Entry/exit system
  • European criminal records information system (ECRIS)
  • Passenger name record data

These databases are managed by the EU agency in charge of large-scale IT systems, eu-LISA. Despite all the fine words about fundamental rights, there is a risk that European databases will be used for surveillance and profiling of every EU citizen.

The developments are followed by Statewatch, with topics like:

 

 


Addition 26 November 2024
The Fundamental Rights Guidance Board of the European Travel Information and Authorisation System has published an annual report. The Board according to this article is supposed to perform regular appraisals, to make recommendations to the ETIAS Screening Board and support the Screening Board in the execution of its tasks.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

De geheime diensten gaan hun heilige ongecontroleerde gang | TIB jaarverslag, kritiek Hubert en Tremmel

Overheden willen graag zoveel mogelijk persoonsgegevens, om daarmee beleid te maken, criminele patronen te ontdekken, onrecht te bestrijden, enzovoorts. Grondrechten komen alleen in beeld als het de beleidsmakers te pas komt. Zo komt het dat de gegevensbescherming van de Europese privacywet, de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) schone theorie is. Immers: de overtredingen die op grote schaal plaats vinden worden wegens capaciteitsgebrek van de autoriteiten (onder meer de Autoriteit Persoonsgegevens) niet vervolgd en bestraft.

De ultieme datagraaiers bij de overheid zijn de geheime diensten. Naar het slechte voorbeeld van de Amerikanen en de Britten willen zij overal ongecontroleerd in neuzen en  pretenderen zij nooit fouten te maken. Zij worden in die verlangens ondersteund door het kabinet, dat klakkeloos geeft wat de diensten vragen.

Kritiek Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)

Op 24 maart jl. maakte de toezichthouder van de geheime diensten, de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), bekend haar taak niet goed te kunnen uitvoeren. In het bericht schrijft de TIB:

Er is een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer die de bevoegdheden van de diensten fors moet uitbreiden. De TIB vindt het belangrijk dat de samenleving en de politiek goed geïnformeerd zijn over wat de diensten nu al mogen (en doen) en wat de uitbreiding betekent. Dat heeft de TIB geprobeerd weer te geven in dit jaarverslag. Een aantal passages in dit jaarverslag is echter zwartgelakt, omdat die passages volgens de ministers als staatsgeheim aangemerkt dienen te worden. Daarvoor zijn sommige passages niet goed meer te begrijpen en kan de TIB de samenleving niet informeren zoals zij had beoogd. Of het wetsvoorstel definitief zal worden, in welke vorm het wetsvoorstel er zal komen en wanneer het zal ingaan is dus nog onduidelijk.

Er is flinke kritiek (markering door mij):

Het meest in het oog springend bij de onrechtmatigheidsbeslissingen is echter wel een forse stijging van het aantal onrechtmatigheden vanwege het ontbreken van motivering en informatie. Een verklaring voor deze stijging zou kunnen zijn dat de TIB in die gevallen van oordeel was dat zelfs met het stellen van een vraag het gebrek niet hersteld kon worden. Daarnaast valt de stijging op van het aantal onrechtmatigheidsoordelen vanwege een operatie die de TIB niet proportioneel vond. 

en

Ook dit kalenderjaar heeft de TIB wederom gemerkt dat de AIVD de TIB onjuist en/of onvolledig heeft geïnformeerd voor wat betreft de inhoud van verzoeken.

Dit is buitengewoon serieuze kritiek.

Interview Bert Hubert

Het is te begrijpen dat Bert Hubert er niet meer voor voelde deel uit te maken van het TIB. Sebastiaan Brommersma maakte een interview met Hubert onder de kop Opgestapte toezichthouder: ‘Nieuwe inlichtingenwet kan tot Noord-Koreaanse taferelen leiden’. Intro:

In september stapte Bert Hubert plotseling op als toezichthouder op de inlichtingendiensten. Hij is het niet eens met een wetsvoorstel dat de AIVD en de MIVD ruimere bevoegdheden moet geven om te tappen en te hacken. Volgens Hubert kan het volledige Nederlandse internetverkeer straks worden afgeluisterd door de inlichtingendiensten, die extreem hoog spel spelen om hun zin te krijgen: ‘Het is bijna onverantwoord.’

Uiteraard gaat het kabinet hier niet naar luisteren.

Surveillancesamenleving

Voor wie het nog steviger wil en Duits kan lezen: Moritz Tremmel publiceerde bij Netzpolitik een samenvatting van de studie die hij schreef over de Amerikaanse, Britse en Duitse geheime diensten, met als conclusie (machinevertaling):

Het nu gepubliceerde werk laat in detail zien dat de geheime diensten actief zijn op het gebied van sociale controle. Zij gebruiken de technieken van de veiligheidsmaatschappij om mensen tot zogenaamd zelfgewild, “juist” gedrag te bewegen. Ze trekken soepele tolerantielijnen en zoeken via uitgebreide surveillance naar mensen, groepen of plaatsen die een risico vormen.

Soms proberen zij actief invloed op hen uit te oefenen om hen binnen de normale marge te houden of terug te brengen. Als dat niet lukt, nemen de geheime diensten repressieve uitsluitingsmaatregelen. Dit omvat bijvoorbeeld via wetshandhavingsinstanties geregelde detentie en watchlists.

In de studie Telecommunicatiebewaking door de geheime dienst als middel voor sociale controle [*] beschrijft Tremmel hoe de geheime diensten alle communicatiegegevens van burgers oogsten en analyseren en gebruiken voor gedragsbeïnvloeding.

Tot slot

De surveillance- en controlesamenleving gaat er komen aangezien niet wordt geluisterd naar de waarschuwingen van mensen als Bert Hubert, Kees Verhoeven en Paul Frissen en aangezien de burgers onwetend worden gehouden.

 

[*] Geheimdienstliche Telekommunikationsüberwachung als Mittel sozialer Kontrolle.

 

 


Aanvulling 12 april 2023
Hubert werd ook door Maurits Martijn van De Correspondent geïnterviewd, beluister de podcast en/of lees het artikel. De intro bij de podcast:

Maurits Martijn – De geheime diensten bedonderen ons, zegt de man die het kan weten
De Correspondent

Een nieuwe wet moet de bevoegdheden van de AIVD en MIVD flink verruimen. Een gevaarlijke ontwikkeling, zegt Bert Hubert, die om die reden ontslag nam als toezichthouder van de geheime diensten. In de Tweede Kamer deelde hij voor het eerst zijn ervaringen. ‘Het plan is om het hele land af te luisteren’, waarschuwt hij.



Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie