Wet open overheid naar Eerste Kamer

Het tweede wetsvoorstel inzake de Wet open overheid (Woo) is door de Tweede Kamer aangenomen. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Volgens de samenvatting op digitaleoverheid.nl is het belangrijkste verschil tussen de Woo en de Wob dat overheden vaker uit zichzelf overheidsinformatie openbaar moeten maken. Openbaarmaking op verzoek – zoals nu al op grond van de Wob mogelijk is – verandert niet of nauwelijks.

Ondernemersorganisaties maakten zich er zorgen over dat via de Woo bedrijfsgeheimen openbaar zouden worden gemaakt. Uit een bericht van VNO-NCW naar aanleiding van het aannemen van het tweede wetsvoorstel blijkt dat die zorgen zijn weg genomen.

Het eerste en tweede wetsvoorstel inzake de Woo worden nu door de Eerste Kamer behandeld. Als eerste zal een commissie [*] op 9 februari 2021 de procedure bespreken met betrekking tot de behandeling van de twee voorstellen [**].

 

Noten
[*] De Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ).
[**] Aldus de pagina’s van de Eerste Kamer over de voorstellen.

 

Meer informatie:

Parlementaire dossiers wetsvoorstellen:

  • 2e voorstel 35112, op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen, ligt nu bij de Eerste Kamer: overheid.nl, Eerste Kamer;
  • 1e voorstel 33328, is in 2016 door de Tweede Kamer aangenomen, ligt nu bij de Eerste Kamer: overheid.nl, Eerste Kamer.
Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Cursus: de opvolgende trustdirecteur van een rechtspersoon, identity management en andere actualiteiten voor trustkantoren

Op donderdag 25 maart aanstaande lever ik als docent een bijdrage aan een online cursus voor trustkantoren door de Sdu Licent Academy. Het is een Engelstalige cursus met juridische actualiteiten en digitale actualiteiten voor trustkantoren.

Juridische actualiteiten
Ik zal aan de volgende Nederlandsrechtelijke onderwerpen aandacht besteden:

  • De opvolgend trustbestuurder van een rechtspersoon onder Wtt 2018 en Boek 2 Burgerlijk Wetboek.
  • De trustbestuurder van een stichting en het nieuwe stichtingenrecht dat op 1 juli a.s. in werking treedt.
  • Bestuurdersaansprakelijkheid van trustbestuurders.
  • Actualiteiten witwasbestrijding.

Identity management, digital authentication & cybersecurity
Trustbestuurders zijn juridisch verantwoordelijk voor cybersecurity en identity management. Het tweede gedeelte van de online cursus gaat daarom over identity management, digital authentication en cybersecurity, onderwerpen die voor trustkantoren in corona-tijd extra belangrijk zijn geworden. Dit onderdeel wordt gegeven door Jan Matto, partner IT Audit & Advisory van Mazars, die ervaring heeft bij trustkantoren met betrekking tot de genoemde onderwerpen.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Bestuurdersaansprakelijkheid, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging, Trustkantoren | Plaats een reactie

Bewijs van onschuld | witwassen, uitspraak Hoge Raad

Hoewel veel mensen denken dat de overheid moet bewijzen dat iemand schuldig is, is de trend in de regelgeving een omgekeerde. Steeds vaker moeten burgers aantonen bij overheid en financiële instellingen dat zij onschuldig zijn. Deze problematiek speelt bij het strafrechtelijk delict ‘witwassen’, dat is bedacht om het de overheid makkelijker te maken, want dan hoeven de onderliggende delicten, bijvoorbeeld oplichting of valsheid in geschrifte niet te worden bewezen.

Strafrechtadvocaten Boezelman en de Boer schreven over dit thema in hun artikel Géén omkering bewijslast in witwasonderzoeken en leggen uit dat de de overheid (Openbaar Ministerie) eerst voldoende feiten moet aandragen dat bepaalde financiële opbrengsten uit misdrijf afkomstig zijn. Dan is de verdachte verplicht om een verklaring worden gevraagd, daarover schrijven zij:

Meer dan een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring mag niet worden verlangd van een verdachte.

Zij bespreken een uitspraak van de Hoge Raad waarin de discussie gaat over de vraag of de verdachte de herkomst van contante stortingen voldoende heeft verklaard. In die zaak heeft het gerechtshof haar huiswerk niet goed gedaan en wordt de uitspraak vernietigd. Boezoelman en De Boer schrijven:

Helaas staat deze gang van zaken niet op zichzelf. In de praktijk gaat het Openbaar Ministerie heel ver in de omvang van de verklaring die van de verdachte wordt verlangd. Het Openbaar Ministerie hanteert – helaas – te vaak een te ruime en onjuiste interpretatie van de jurisprudentie. Bovendien leidt het in de praktijk tot onnodige procedures, die helaas soms tot de Hoge Raad (en weer terug) gaan om het recht te halen.

Laat dit een les zijn voor zowel misdaadbestrijders (Openbaar Ministerie, FIU-Nederland, Wwft-toezichthouders) als voor de ondernemingen met een pseudo-opsporingstaak op grond van de Nederlandse witwasbestrijdingswetgeving. Zoals banken en andere financiële instellingen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Belangrijke uitspraak Europees Hof van Justitie over toepasselijkheid Europees aanbestedingsrecht op een sportbond

In een uitspraak van 3 februari jl. oordeelt het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de nationale voetbalbond van Italië (‘de bond’) specifiek ten doel heeft “te voorzien in behoeften van algemeen belang”. Reden is dat de bond taken uitvoert die bij nationale regeling aan de bond is opgedragen. Daaraan doet niet af dat de bond een privaatrechtelijke vereniging is en dat de bond naast de door de overheid opgedragen taken ook andere activiteiten verricht die een groot deel van haar activiteitenpakket uitmaken en die zij zelf financiert. Dus ook als een beperkt deel van de activiteiten van een privaatrechtelijke rechtspersoon kwalificeert als taak van algemeen belang, wordt aan dit criterium voldaan.

Om aanbestedingsplichtig te zijn moet de bond  daarnaast aan een tweede criterium voldoen (één van deze drie: hoofdzakelijke financiering, dan wel beheer onderworpen aan toezicht, dan wel benoeming van functionarissen). In het geval van de bond speelt alleen of het het beheer is onderworpen aan toezicht door de staat of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon of instelling. Het Hof gaat in de uitspraak daarop in en bespreekt dat het Italiaanse olympische comité (CONI) niet een dergelijk toezicht lijkt uit te oefenen. Dat vermoeden kan worden weerlegd als kan worden aangetoond dat de bond vanwege de bevoegdheden van CONI in een afhankelijkheidspositie verkeert en er door CONI invloed op de inkoop (het plaatsen van overheidsopdrachten) kan worden uitgeoefend. Of dat vermoeden in deze casus kan worden weerlegd, dient door de de nationale rechter beoordeeld te worden.

Deze uitspraak is van groot belang voor organisaties met privaatrechtelijke rechtsvorm die publiek getinte activiteiten hebben en die niet voor meer dan de helft worden gesubsidieerd.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Aanbesteding, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Not-for-profit | Tags: , | Plaats een reactie

Kleurloos opzet van de Penitentiaire Inrichting | terrorismefinanciering

Kleurloos opzet speelt zowel in witwasbestrijdingszaken, waarin ondernemers zich niet bewust zijn van de witwasbestrijdingsregels, als in het strafrecht. Dit kwam op een bijzondere manier aan de orde in een terrorismefinancieringszaak.

De terrorismefinancieringszaken waar het Openbaar Ministerie (OM) mee bezig is zijn vaak kruimelzaken, zo ook de zaak die speelde bij het Gerechtshof Den Haag. In die zaak werd de verdachte niet alleen vervolgd voor betalingen aan zijn broers via tussenpersonen in Turkije en Libanon, terwijl hij

bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het door hem overgemaakte geld geheel of ten dele, direct of indirect, terecht zou komen bij de terroristische organisatie IS, reeds vanwege het enkele feit dat personen gelieerd aan IS, zoals mensensmokkelaars en grensbewakers, geld aan de overboekingen overhouden

Het OM wilde de verdachte ook vervolgen wegens overmaking van bedragen, die bestemd waren voor zijn broer en die werden betaald aan de Penitentiaire Inrichting (PI) te Vught. Reden: verdachte had ontheffing moeten aanvragen. Door het OM werd gesteld dat de leer van het kleurloos opzet van toepassing was, waarbij niet van belang is dat de verdachte niet wist dat hij een wet overtrad.

Noch de advocaat van de broer, noch de directeur van de terroristenafdeling van het PI wisten dat de overboeking verboden was. De toenmalige directeur van de afdeling verklaarde onder meer:

“Hoe kan het nou dat ze geen gelden mogen ontvangen maar dat DJI het toeliet, was de vraag. (…)
Op een gegeven moment kwam aan de orde dat er geldstromen waren die niet konden. Ik ben toen niet spoorslags naar gedetineerden gegaan om te zeggen dat ze niets meer kregen, geen aankopen meer konden doen, en geen loon meer zouden ontvangen. Het proces heeft lang geduurd. Het waren vooral humanitaire overwegingen dat we niet alles direct stop hebben gezet. We vonden het wel redelijk dat gedetineerden in de winkel in de PI aankopen konden doen, anders zouden we ze wel erg achterstellen ten opzichte van andere gedetineerden. We zijn toen gaan zoeken naar een oplossing. Met ‘we’ bedoel ik diverse partijen binnen DJI, van De Schie, de programmamanager en het Ministerie van Financiën. Het is dus niet mijn persoonlijke besluit geweest om het door te laten lopen en ook niet om die ontheffing tot stand te brengen. Dat waren de beleidsmakers van DJI samen met het Ministerie van Financiën (…) In de periode januari tot en met juni 2017 (…) waren er nog geen afspraken over gemaakt, geldstromen kwamen van buiten naar binnen naar de gedetineerden.”

Het hof overweegt:

Eveneens onweersproken is gebleven dat (…) niet is gebleken dat iemand van de opsporende instanties de verdachte in die periode heeft geïnformeerd over de strafwaardigheid van zijn handelen of de stortingen, ook niet na de eerste keer, heeft belet. Het is de vraag of de opsporingsautoriteiten zich er op dat moment van bewust waren dat de door de verdachte gedane stortingen strafbaar waren; dat dat zo was blijkt in elk geval niet uit het dossier.

Hier was dus sprake van een ‘kleurloos opzet’ bij een verdachte, die net zo onkundig was van de verplichting om ontheffing aan te vragen, als de directeur van de terroristenafdeling en diverse andere deskundigen. Dat het OM de verdachte hiervoor wil vervolgen gaat het hof te ver, het hof concludeert dat hier sprake is van een “apert onredelijke vervolgingsbeslissing“. Het OM werd door het Gerechtshof in deze vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Dat liet overigens onverlet dat de verdachte voor andere overboekingen wordt veroordeeld.

 

NB Waarom het OM de Penitentiaire Inrichting (PI) te Vught niet vervolgde wegens terrorismefinanciering, blijkt niet uit de uitspraak.

 

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , | Plaats een reactie

Accidental Americans in Nederland behouden in 2021 bankrekening (en voor de rest zijn ze vogelvrij) | FATCA

Vandaag zijn antwoorden op kamervragen over FATCA en de Accidental Americans bekend gemaakt. De strekking daarvan is hetzelfde als we al in andere antwoorden van het Ministerie van Financiën zagen:

  • Citizenship Based Taxation wordt niet ter discussie gesteld (onder meer antwoorden 4, 6, 9 en 11).
  • Als er een vermoeden is dat de rekeninghouder in de VS belasting moet betalen, mag de bank de rekening sluiten (antwoord 5).
  • Het FATCA-verdrag is niet in strijd met de AVG (antwoord 7).
  • De voorlichting aan US persons moet duidelijker (antwoorden 11 en 12).

Nog niet eerder gezien:

  • Het Ministerie acht het niet reëel dat de Volksbank van mening is dat een bankrekening niet nodig is voor een Nederlandse burger (antwoord 8).

Voorts wordt het principe van voorkoming van dubbele belasting uitgelegd.

Praktisch komt het er op neer dat het belastingsysteem van de Verenigde Staten klakkeloos wordt geaccepteerd en dat er ondanks de Schrems II uitspraak en de daarop gebaseerde standpunten van EDPB en EDPS persoonsgegevens aan de VS mogen worden verschaft.

Per saldo schieten Accidental Americans en andere US Persons niets op met de antwoorden van het Ministerie van Financiën.

 

Meer informatie:

Beantwoording Ministerie van Financiën
Uit de tekst:

Vraag 1
Bent u bekend met de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland in de casus van een Accidental American tegen de Volksbank? [1]

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Hoe rijmt deze uitspraak van de rechter met het lopende onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) naar het weigeren van een basisbetaalrekening door banken alleen vanwege het ontbreken van een Tax Identification Number (TIN) en de strijdigheid hiervan met de Europese regelgeving? [2]

Antwoord 2
De uitspraak van de rechter gaat over de vraag of het handelen van de genoemde bank in dit individuele geval – betreffende de beëindiging van een bankrelatie, waaronder de opzegging van een reguliere bankrekening – al dan niet rechtmatig is. De AFM houdt toezicht op de naleving van de regels over de basisbetaalrekening [3]. Op basis van signalen die zij heeft ontvangen over het sluiten en blokkeren van ‘reguliere’ bankrekeningen van Nederlanders met ook de Amerikaanse nationaliteit is zij een verkennend onderzoek gestart. De AFM heeft aangegeven het FATCA-beleid van banken te onderzoeken en te monitoren en daarbij te kijken of banken de regels omtrent de basisbetaalrekeningen juist naleven. Naar het oordeel van de AFM kunnen banken niet weigeren om een basisbetaalrekening te openen, dan wel geopend te houden, vanwege het enkele feit dat een cliënt met ook de Amerikaanse nationaliteit geen TIN of Social Security Number (SSN) (heeft) verstrekt of een cliënt met ‘US indicia’ [4] geen formulier ‘Bepalen belastingstatus Verenigde Staten’ aanlevert. De bank kan dit alleen doen als er sprake is van de weigerings- en beëindigingsgronden die wettelijk zijn verankerd. [5] De bank moet dit per individueel geval beoordelen. De AFM heeft aangegeven dat dit standpunt niet in tegenspraak is met de rechterlijke uitspraak van 23 december 2020. [6]

Vraag 3
Klopt het dat:
– de rechter de Volksbank in het gelijk heeft gesteld waardoor de Volksbank mag overgaan tot het afsluiten van de rekening van een Accidental American;
– de rechter bij zijn oordeel heeft aangegeven zich te herkennen in de ongemakkelijke en onverwachte positie van Accidental American;
– maar in zijn overweging uiteindelijk toch de Volksbank in het gelijk heeft gesteld vanwege de geldende Nederlandse wet- en regelgeving die op de Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA) is gebaseerd?

Antwoord 3
Voor het oordeel van de rechter in bovengenoemde zaak verwijs ik naar de betreffende uitspraak [7].

Vraag 4
Indien bovenstaande klopt, wat zegt dit over de route naar een definitieve oplossing voor de Accidental Americans? Deelt u de mening dat de uitspraak van de rechter impliceert dat de geldende wetgeving de door het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht en tenuitvoerlegging van de Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA-IGA Verdrag) geraakte Nederlanders onvoldoende bescherming biedt en het aan u als leden van het kabinet is om de wetgeving als zodanig te veranderen dat ook Nederlandse Accidental Americans kunnen uitgaan van een rechtvaardigde overheid, die bescherming biedt aan haar inwoners en rekening houdt met de menselijke maat? Bent u voornemens om, al dan niet unilateraal, wetgeving in gang te zetten die de Nederlandse Accidental Americans beschermt tegen de druk die de VS via bankinstellingen op hen uitoefent? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4
De belastingplicht voor Nederlanders met de Amerikaanse nationaliteit bestaat los van de FATCA Intergovernmental Agreement (IGA) en vloeit voort uit Amerikaanse belastingwetgeving. De rapportageplicht van financiële instellingen (FI’s) vloeit voort uit de (tevens) Amerikaanse FATCA-wetgeving. Internationaal opererende FI’s kunnen ook zonder de FATCA-IGA zich niet aan de rapportageplicht onttrekken. De FATCA IGA creëert deze verplichtingen dus niet maar is gesloten om te bewerkstelligen dat de verstrekking van de bankgegevens plaatsvindt volgens de vereisten van privacybescherming bij internationale informatie-uitwisseling. Om dat te garanderen moeten de FI’s de gegevens leveren aan de Belastingdienst die vervolgens de informatie aan de Amerikaanse belastingdienst doorgeeft.
De FATCA IGA is geïmplementeerd in de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) en het uitvoeringsbesluit WIB (UB WIB). De in de FATCA IGA gemaakte afspraken met de VS kan Nederland niet unilateraal aanpassen door de WIB en UB WIB te wijzigen, omdat daarmee internationale afspraken zouden worden geschonden en het verdrag boven de nationale wet gaat. Maar zelfs als Nederland de IGA niet zou hebben gesloten en geïmplementeerd in de WIB, zou de rapportageverplichting voor de FI’s blijven bestaan. Het enige verschil zou zijn dat FI’s zelf voor de uitvoering daarvan zouden moeten zorgen. De consequentie hiervan zou zijn dat de Nederlandse overheid niet als tussenpersoon zou fungeren en de uitwisseling niet meer aan de vereisten voor de bescherming van persoonsgegevens zou voldoen.
Wat ik wel kan doen is zowel bilateraal als met de andere EU landen, de Amerikanen vragen of zij bereid zijn om uitzonderingen te maken voor onbedoelde Amerikanen. In EU verband zal ik dit doen in het gesprek waarbij de EU door de VS uitgenodigd in de brief van 20 maart jl. Ik wil hier echter wel de kanttekening bij maken dat ik dit in het verleden al eens bilateraal heb aangekaart en de VS toen niet bereid was dit te doen.
Verder wil ik nog benoemen dat de FATCA IGA en de Nederlandse wetgeving FI’s niet verplichten om bestaande rekeningen te sluiten bij slechts het missen van een TIN. De rekening wordt dan gerapporteerd zonder TIN. Dit brengt volgens de banken het risico met zich mee dat zij door de Amerikaanse autoriteiten aangemerkt worden als significant non-compliant met mogelijk hoge boetes als gevolg.
Daarom is in de leidraad FATCA/CRS verduidelijkt wanneer een FI non-compliant wordt bevonden. Er staat namelijk dat wanneer een FI een redelijke inspanning levert om ervoor te zorgen dat de klant een US TIN of Certificate of Loss of Nationality (CLN) aanlevert, dit door de VS als belangrijke wegingsfactor wordt meegenomen bij de bepaling of een FI eventuele sancties worden opgelegd. [8] Hierbij verwijs ik bovendien naar mijn brief van 2 februari, waarin ik aangeef dat Nederland een FI compliant acht in de zin van de FATCA-regelgeving bij een redelijke inspanning van de FI om een US TIN of CLN te verkrijgen en Nederland dit ook aan de Verenigde Staten zal communiceren.
Daarnaast hebben de Minister en ik in het verleden meerdere malen aan de banken gecommuniceerd, en blijven wij communiceren, dat het onnodig is om bij slechts het ontbreken van een TIN rekeningen te sluiten en dat de Amerikanen dit zelf ook hebben aangegeven in hun brief van 12 maart 2020.

Vraag 5
Ik vraag u met klem om de toezegging dat de Accidental American in kwestie, maar ook alle andere personen die met deze problematiek te maken hebben, een basisbetaalrekening tot hun beschikking blijven houden; kunt u dit toezeggen?

Antwoord 5
Graag verwijs ik hiervoor naar de Kamerbrief die ik op 2 februari naar uw Kamer heb gestuurd met de stand van zaken van de acties die ik heb ondernomen naar aanleiding van de toezeggingen gedaan tijdens het Algemeen Overleg Toeval-Amerikanen op 24 november 2020. In die brief geef ik aan dat de banken hebben toegezegd om in 2021 geen rekeningen te sluiten van Nederlanders met ook de Amerikaanse nationaliteit met als reden het enkel ontbreken van een US TIN of CLN. Nederlanders met ook de Amerikaanse nationaliteit die nog geen US TIN of CLN hebben, blijven in 2021 de beschikking houden over hun betaalrekening. Het kunnen beschikken over een basisbetaalrekening is derhalve in 2021 nog niet aan de orde voor deze groep, aangezien iemand pas een aanvraag voor een basisbetaalrekening in kan dienen als hij/zij geen ‘reguliere’ rekening meer bezit.
Deze toezegging van de banken ziet niet op gevallen waarin zich ook andere omstandigheden voordoen die aanleiding kunnen zijn voor het sluiten van de rekening. Zoals ik in de beantwoording van eerdere Kamervragen9 heb aangegeven hebben personen die niet meer beschikken over een reguliere rekening de mogelijkheid om een basisbetaalrekening aan te vragen. In beginsel geldt dat burgers die rechtmatig in de EU verblijven recht hebben op een basisbetaalrekening als zij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoen10. Zo moet de aanvrager aantonen werkelijk belang te hebben bij een basisbetaalrekening en mag geen sprake zijn van veroordeling voor bepaalde financiële delicten. Ook moet de betreffende financiële instelling voldoen aan de eisen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft). Graag verwijs ik hiervoor ook naar de beantwoording van Kamervragen [11] waar ik verder inga op het recht op een basisbetaalrekening. Overigens geldt dat als een klant niet in aanmerking komt voor een basisbetaalrekening, hij onder het Convenant Basisbankrekening een aanvraag voor een betaalrekening in kan dienen. [12]

Vraag 6
Inmiddels vraagt de Kamer al enkele jaren, waarvan twee jaar zeer intensief, om tot een oplossing te komen voor deze Accidental Americans; welke stappen richting een oplossing zijn er in de afgelopen twee jaar gezet? Waarom krijgen de Verenigde Staten (VS) van de Nederlandse overheid nog steeds de gelegenheid tot het, via banken, onderdrukken van Nederlanders met toevallig de Amerikaanse nationaliteit met alle gevolgen van dien?

Antwoord 6
Er is de afgelopen jaren veel ondernomen om een oplossing te vinden voor de problemen van onbedoelde Amerikanen. [13] In de brief over de terugkoppeling van de toezeggingen gedaan tijdens voornoemd AO onbedoelde Amerikanen ga ik in op de acties die ik de afgelopen tijd heb ondernomen en nog ga ondernemen om onbedoelde Amerikanen te helpen met de gevolgen van FATCA. Daarbij wil ik graag ook vermelden dat de sleutel voor de oplossing bij de Amerikaanse wet- en regelgeving ligt.

Vraag 7
Is het FATCA-IGA Verdrag getoetst aan de Europese privacywetgeving? Zo ja, dan vragen wij graag een toelichting en specifiek op de vraag of het FATCA-IGA Verdrag dan ook daadwerkelijk in overeenstemming is met de Europese privacywetgeving? Zo nee, waarom niet en bent u bereid deze toets alsnog aan te gaan?

Antwoord 7
Op de informatie-uitwisseling in Nederland zijn de bepalingen in de WIB van toepassing. In de WIB zijn de richtlijnen van de Europese Unie geïmplementeerd, evenals andere regelingen van internationaal recht op het gebied van de wederzijdse bijstand. Er is dan ook geen verschil tussen het uitwisselen van FATCA-gegevens en gegevens op basis van richtlijnen en verdragen. De informatie-uitwisseling zoals afgesproken in de FATCA IGA is gebaseerd op de inlichtingenbepalingen in het bilaterale belastingverdrag tussen Nederland en de VS. Zowel het belastingverdrag met de VS als de WIB bieden waarborgen voor internationale (geautomatiseerde) informatie-uitwisseling.
Bij de totstandkoming van de FATCA IGA in 2013 is veel aandacht besteed aan de gegevensbescherming. Zo hebben bij het invoeren van de FATCA IGA de EU-lidstaten gezamenlijk advies gevraagd aan de ‘article 29 working party on Data Protection’ (WP29) van de Europese Commissie. WP29 heeft aangegeven dat een wettelijke basis noodzakelijk is om de gegevens uit te wisselen en heeft aanbevolen de af te sluiten IGA ter toetsing voor te leggen aan de nationale autoriteit gegevensbescherming. Het College bescherming persoonsgegevens (nu de Autoriteit persoonsgegevens) heeft geoordeeld dat met de FATCA IGA de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) werd nageleefd. Inmiddels is de AVG van kracht maar die verschilt op dit punt inhoudelijk niet van de (ingetrokken) Wbp.
In de memorie van toelichting bij de goedkeuringswet van de FATCA IGA [14] is uitgebreid op deze materie ingegaan.

Vraag 8
Ik vraag u ook in te gaan op de in eerdere schriftelijke vragen van het lid Lodders (VVD) gestelde, maar onbeantwoorde vraag, over in hoeverre u de reactie van de Volksbank deelt dat ‘cashbetalingen wettelijk niet zijn uitgesloten’, op het argument dat er zonder basisbetaalrekening ook geen belasting betaald kan worden? [15] Kunnen mensen met contant geld wettelijk gezien belasting betalen? Kunnen mensen met contant geld wettelijk gezien de zorgpremie betalen of pensioen ontvangen? Zo nee/ja, graag een uitgebreide toelichting.

Antwoord 8
Met mijn reactie op eerdere Kamervragen [16] heb ik aan willen geven dat, uitgaande van de uitspraak van het Kifid, consumenten altijd kunnen beschikken over een basisbetaalrekening en daarmee inkomsten ontvangen en noodzakelijke betalingen kunnen verrichten, waaronder het betalen van belasting. Graag verwijs ik ook naar de beantwoording van vraag 5, waarin ik aangeef dat banken hebben toegezegd om in 2021 geen rekeningen te sluiten van Nederlanders met ook de Amerikaanse nationaliteit bij het enkel ontbreken van een US TIN. In 2021 zullen er dus geen rekeningen om die reden worden opgezegd en kunnen Nederlanders met ook de Amerikaanse nationaliteit hun inkomsten ontvangen en betalingen verrichten.
Zoals is beschreven in de Kamerbrief over de rol, gebruik en acceptatie van contant geld in Nederland [17] staat het, naar Nederlands recht, partijen bij een overeenkomst in beginsel vrij om voor het aangaan van een transactie contant geld als betaalmiddel uit te sluiten, mits die uitsluiting niet onredelijk bezwarend is. [18] Vooralsnog bestaat er geen algemene wettelijke verplichting tot acceptatie van contant geld. Nederland kent contractsvrijheid: binnen bepaalde (ruime) grenzen mogen partijen zelf beslissen hoe ze een overeenkomst vormgeven. Dit geldt ook voor de wijze van betaling. Het hangt er dus vanaf wat is opgenomen in de algemene (contract) voorwaarden van de desbetreffende zorgverzekeraar/pensioenfonds, waar de klant mee akkoord is gegaan, of de betaling alleen via een overschrijving kan geschieden. Naast de algemene beginselen zijn er ook nog specifieke regels over de acceptatie van contant geld door overheden. Een voorbeeld is artikel 4:89 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht dat bepaalt dat bestuursrechtelijke geldschulden zoals belastingen, premies en eigen bijdragen giraal moeten worden voldaan. Met contant geld belasting betalen is dan ook niet meer mogelijk. Er kan alleen van bankrekening naar bankrekening betaald worden of met een contante storting via een grenswisselkantoor.

Vraag 9
Hoeveel personen van de groep van ruim 40.000 Nederlandse Accidental Americans hebben inmiddels een TIN aangevraagd en hoeveel personen hebben afstand gedaan van de Amerikaanse nationaliteit? Hoeveel personen van de groep Accidental Americans met een TIN betalen nu ook daadwerkelijk belasting in de VS? Wordt bij het berekenen van de Nederlandse belastingaangifte rekening gehouden met de belasting die deze groep betaalt in de VS? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier? Kunt u uitgebreid toelichten waarom u vindt dat de belastingheffing door de VS op Nederlanders met toevallig de Amerikaanse nationaliteit niet gezien kan worden als dubbele belastingheffing maar gevoelsmatig wel als zodanig voelt? [19] Wat is volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) de definitie van ‘dubbele belastingheffing’? Kunt u een uitputtende lijst delen van inkomen waar Nederland niet en de VS wel belasting over heft?

Antwoord 9
De Belastingdienst heeft in 2020 over het jaar 2019 over 39.499 rekeninghouders (natuurlijke personen) met een fiscale verplichting in de VS gerapporteerd aan de IRS, van 35.821 mensen is dat gebeurd met een US TIN. Niet al deze mensen zijn Accidental Americans. Dit kunnen bijvoorbeeld ook Amerikaanse expats zijn of Nederlanders met een Green Card.
Hoeveel mensen afstand hebben gedaan van hun Amerikaanse nationaliteit is mij niet bekend, het aantal gerapporteerde rekeningen aan de IRS is tamelijk stabiel, daaraan valt niet af te lezen hoeveel mensen afstand hebben gedaan. Ook is niet bekend hoeveel mensen met een TIN nu ook daadwerkelijk belasting betalen in de VS, we hebben geen inzage in de bestanden van de IRS. In hoeverre deze mensen bij het doen van aangifte in Nederland melding maken van in de VS betaalde belasting is ook niet bekend.
De OESO hanteert de volgende definitie van dubbele belastingheffing:

“Er is sprake van internationale dubbele belastingheffing wanneer aan dezelfde belastingplichtige in twee of meer landen vergelijkbare belastingen worden opgelegd met betrekking tot hetzelfde belastbare inkomen of vermogen, bijvoorbeeld wanneer het inkomen belastbaar is in het bronland en in het land waar de ontvanger van dat inkomen woont.” [20]

Nederland heeft met de VS een verdrag om dubbele belasting te voorkomen. In het verdrag zijn afspraken gemaakt over welk land mag heffen over welk inkomen en welk land vervolgens vrijstellingen en verrekeningen moet geven bij dubbele belasting. Het verdrag kan echter niet elke situatie voorkomen die mogelijk als dubbele belasting wordt gevoeld. Dit komt bijvoorbeeld doordat beide landen verschillende grondslagen hanteren. Zo kan het belastingverdrag niet voorkomen dat de VS over bepaalde bronnen van inkomen heffen waarover Nederland niet heft. Ik beschik niet over een uitputtende lijst van inkomen waarbij dit het geval is. Een bekend voorbeeld hiervan is echter de verkoopwinst van een huis. De VS heffen, boven een bepaalde drempel, over de verkoopwinst van een huis. Nederland heft hierover niet. Omdat Nederland niet heft ontstaat er strikt gezien geen dubbele belasting en mag de VS heffen bij de eigen onderdanen. Dat kan voor Nederlanders met ook de Amerikaanse nationaliteit aanvoelen als dubbele belasting maar is dat juridisch gezien niet. Zolang de Amerikanen heffen op basis van nationaliteit is de enige manier waarop dit voorkomen kan worden het opzeggen van de Amerikaanse nationaliteit.
Als op basis van het verdrag belasting mag worden geheven door de VS op inkomen van een inwoner van Nederland dat in Nederland in de heffing wordt betrokken, wordt hier door Nederland rekening mee gehouden. Een belastingplichtige kan een beroep doen op het verdrag door in de belastingaangifte te verzoeken om voorkoming van dubbele belasting over die bron van inkomen. Nederland geeft dan vervolgens een vrijstelling of verrekening van de Amerikaanse belasting, afhankelijk van de soort belasting. [21] Andersom kan, als op grond van het verdrag Nederland mag heffen, een onbedoelde Amerikaan de IRS verzoeken om de Amerikaanse belasting ongedaan te maken door middel van verrekening.

Vraag 10
Bent u bekend met het bericht ‘Annie Brouwer uit Harkema is Amerikaan tegen wil en dank, maar moet daar nu ook belasting betalen’? [22]

Antwoord 10
Ja.

Vraag 11
Wat vindt u van dit voorbeeld waarbij een ondernemer met een zakelijke rekening geraakt wordt door de Foreign Account Tax Compliance Act?
Zijn er meer ondernemers met zakelijke rekeningen die getroffen worden door FATCA? Zo ja, hoeveel? Kunt u bevestigen dat mocht een zakelijke rekening zoals in dit voorbeeld opgeheven wordt een basisbetaalrekening gebruikt kan worden voor zakelijke transacties zoals het uitbetalen van salarissen? Zo nee, kunt u beschrijven hoe deze ondernemer daar mee om dient te gaan?

Antwoord 11
Zoals ik ook heb aangegeven in mijn reactie op het zwartboek met ervaringen van Accidental Americans neem ik alle ervaringen van Nederlanders met ook de Amerikaanse nationaliteit serieus. Ik kan het gevoel van onmacht en onrechtvaardige behandeling van Accidental Americans en dus ook van deze ondernemer goed begrijpen.
Ik heb geen informatie over hoeveel ondernemers met zakelijke rekeningen onder de FATCA-wetgeving vallen. De FATCA-regelgeving maakt geen onderscheid tussen een natuurlijk persoon die een particuliere klant is en een natuurlijke persoon met een Inkomstenbelasting-onderneming (IB-onderneming). Nederlanders met de Amerikaanse nationaliteit die een IB-onderneming (o.a. eenmanszaak, deelname in een maatschap en vennootschap onder firma) hebben, moeten voor hun zakelijke rekening, net als voor hun reguliere betaalrekening, een US TIN of CLN aanleveren.
Het in de richtlijn betaalrekeningen opgenomen recht op een basisbetaalrekening is alleen van toepassing op consumenten die rechtmatig in de EU verblijven. De richtlijn en de Wft, waarin deze richtlijn is geïmplementeerd, sluiten niet uit dat een basisbetaalrekening ook voor zakelijke transacties gebruikt kan worden.
Zoals ik eerder heb aangegeven roep ik Nederlanders met ook de Amerikaanse nationaliteit op om een US TIN of CLN aan te vragen. Dat geldt ook voor deze ondernemer.

Vraag 12
Bent u bekend dat ook in dit voorbeeld sprake is van gebrekkige en geen eenduidige informatie en communicatie? Kunt u toelichten welke acties u het afgelopen half jaar heeft ingezet om de informatievoorziening en communicatie op een hoger niveau te brengen? Klopt het dat de informatievoorziening vanuit de Belastingdienst naar aanleiding van het laatste debat over FATCA nog niet gewijzigd is? Kunt u dat verklaren?

Antwoord 12
Het is van belang dat mensen die erachter komen dat ze (ook) Amerikaan zijn voldoende geïnformeerd worden. Voor deze mensen ben ik aan het bezien hoe de overheid op een actievere manier kan communiceren over de gevolgen van FATCA. Hoewel de afgelopen jaren veel informatie is verstrekt in brieven van de banken aan hun klanten, op de websites van de NVB en de Belastingdienst, in Kamerbrieven en in de beantwoording van Kamervragen zie ik ook het nut in om dit op een centrale, goed vindbare plek samen te brengen op Rijksoverheid.nl. Ik zal u op de hoogte houden van de voortgang op dit gebied.

Vraag 13
Wat vindt u van het feit dat deze ondernemer met een eigen zaak bij afkoop van de Amerikaanse nationaliteit belasting moet betalen in Nederland en in de VS? Heeft u zicht op de belastingclaim van de VS als mensen zoals in dit voorbeeld al jarenlang een eigen zaak hebben? Zo ja, op welke grondslagen wordt vanuit de VS belasting geheven waarbij er sprake zal zijn van dubbele belastingheffing? Vindt u dit een te verantwoorden belastingclaim?

Antwoord 13
Het klopt dat er bij het opzeggen van de nationaliteit aangifte moet worden gedaan in de VS over de afgelopen vijf jaar. Dat wil echter niet zeggen dat er ook een belastingschuld ontstaat. Hoewel ik over individuele gevallen geen uitspraken kan doen, zal dubbele belasting in de meeste gevallen worden voorkomen door het belastingverdrag. Mocht er door verschillende grondslagen en ondanks aftrekposten en drempels toch een belastingclaim ontstaan vanuit de VS, dan wordt met de versoepelde afstandsprocedure de belastingclaim alsnog kwijtgescholden als deze onder de 25.000 dollar is. Voor verdere uitleg verwijs ik naar mijn antwoord bij vraag 9.

Vraag 14
Wat vindt u van de overweging van deze ondernemer om te stoppen met een zaak omdat deze belastingclaim en hoge kosten boven de markt hangen?

Antwoord 14
Ik vind het onwenselijk als mensen dit soort negatieve gevolgen zouden ondervinden door hun keuze om de Amerikaanse nationaliteit op te zeggen. Daarom ben ik in gesprek met de VS over o.a. het verlagen van kosten voor de afstandsprocedure voor onbedoelde Amerikanen.

(…)

[Noten]
1 Rechtbank Midden-Nederland, «Volksbank mocht rekeningen «onbedoelde Amerikaan» beëindigen», 23 december 2020, https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Midden-Nederland/Nieuws/Paginas/Volksbank-mocht-rekeningen-onbedoelde-Amerikaan-beeindigen.aspx
2 Zie hiervoor ook eerdere Kamervragen van het lid Lodders (VVD) onder Kamerstuk
2020D52181, ingezonden op 14 december 2020.
3 Artikelen 4:71f tot en met 4:71i van de Wet op het financieel toezicht (Wft). 4 Aanwijzingen van een relatie met de Verenigde Staten.
5 Artikelen 4:71f tot en met 4:71i van de Wet op het financieel toezicht (Wft).
6 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5647
7 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2020:5647
8 Leidraad FATCA/CRS, onderdeel 2.3.
9 Zie onder andere Aanhangsel van de Handelingen 2020/21, nr. 552.
10 Artikelen 4:71f tot en met 4:71i van de Wet op het financieel toezicht.
11 Zie beantwoording Kamervragen van het lid Lodders (VVD) onder Kamerstuk 2020D5218 en Aanhangsel Handelingen II 2020/21, nr. 35
12 https://www.basisbankrekening.nl/wat-is-een-basisbankrekening/
13 Voor een overzicht van de stappen zijn ondernomen om tot een oplossing te komen voor Accidental Americans verwijs ik naar het antwoord bij vraag 12 van de Kamervragen van 19 maart 2020 en vraag 2 van de Kamervragen van 18 september 2020.
14 Kamerstukken II, 2013/14, 33985, nr. 3.
15 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 1106. 16 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 1106.
17 Kamerstukken II 2018/19, 27 863, nr. 75
18 Verordening (EG) 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro, overweging 19.
19 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 35
20 OECD Glossary of tax terms, te vinden op https://www.oecd.org/ctp/glossaryoftaxterms.htm
21 Zie Artikel 25 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen.
22 Friesch Dagblad, «Annie Brouwer uit Harkema is Amerikaan tegen wil en dank, maar moet daar nu ook belasting betalen», 29 december 2020, https://frieschdagblad.nl/2020/12/29/harkemaseis-amerikaan-tegen-wil-en-dank

 

Vindplaatsen:

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Hoog tijd dat de opsporing betere sectorale en juridische kennis opdoet | AMLC over vastgoed en fraude

Een kwaal van de privatisering van de criminaliteitsbestrijding, ook wel bekend als ‘witwasbestrijding’, is dat de regels geen rekening houden met kennisniveau en specifieke kenmerken van de ondernemingen die de regels moeten uitvoeren. Ik vermoed dat dit komt doordat de regels komen uit de koker van mensen die weinig weten van de betreffende branches.

Een goed voorbeeld daarvan is het onderdeel vastgoed de AMLC-nieuwsbrief van 1 februari 2021, die hier is te vinden als losse pdf. Het nieuws bevat interessante elementen, zoals het door criminelen gebruiken van luxueuze woningen zonder inschrijving in de basisregistratie persoonsgegevens.

Verhuurmakelaars kunnen een slechte rol spelen door criminele cliënten aan te dragen en contante betalingen te accepteren. De vraag is dan wel of de eigenaar van de woning of het pand dit kan ontdekken.

Verhuurder kan inschrijving niet verifiëren
Echter, AMLC schrijft dat verhuurmakelaars soms “bewust bepaalde checks” nalaten, “Zo controleren ze niet wie zich daadwerkelijk in de woning inschrijft en screenen ze de huurders niet“. Hier maakt AMLC een fout: een verhuurmakelaar of eigenaar kan niet in de basisregistratie persoonsgegevens van de gemeente nagaan wie zich heeft ingeschreven in een woning. Verder ben ik benieuwd hoe een eigenaar of makelaar een gegadigde kan screenen zonder toegang tot de politieregisters en de justitiële documentatie.

Tips voor eigenaren
De tips die AMLC aan eigenaren geeft, doen onwerkelijk aan. Geen contanten aannemen ligt voor de hand, maar de inschrijving in de basisregistratie kan niet door de eigenaar of diens vertegenwoordiger gecheckt worden.

De overige tips bespreek ik hierna.

Inspectie
Een goede huurovereenkomst bevat altijd een clausule waaruit blijkt welk gebruik is toegestaan (drugshandel en wapenhandel horen daar natuurlijk niet bij), mij lijkt een ondermijningsclausule niet nodig (of deze geldig is bij woonruimte is nog maar de vraag). De praktische vraag voor woningcorporaties en andere grote verhuurders is of het praktisch wel haalbaar is om alle huurobjecten periodiek te controleren. Ik ben van mening dat dit niet van verhuurders verwacht mag worden (al denkt de Raad van State er anders over). Wat wel reëel is: dat verhuurders reageren op signalen en er voor zorgen dat er een loket is voor klachten over medebewoners. Verder kan de ervaring leren dat in bepaalde complexen meer problemen voorkomen en kan dat een reden zijn om daar vaker van buiten te inspecteren en bewoners te vragen of er problemen zijn.

Loonstrookjes
De tip van de loonstrookjes begrijp ik niet. Kan er niet aan zelfstandigen verhuurd worden? Zeggen die loonstrookjes iets? Bij duurdere huurwoningen is het al gebruikelijk om te vragen naar het inkomen en naar een werkgeversverklaring, maar dat heeft niets met misdaadbestrijding te maken.

Kennismaken
Voor de hand liggend is dat de eigenaar (of een goede vertegenwoordiger, uiteraard is niet iedere makelaar even geschikt) persoonlijk contact met de huurder heeft bij het tekenen van de overeenkomst en bij de sleuteloverdracht. Dat is niet alleen belangrijk ter bestrijding van criminaliteit, maar ook omdat huurders allerlei ander nadeel kunnen veroorzaken waar een eigenaar niet op zit te wachten (zoals overlast aan omwonenden, beschadiging van de woning, wanbetaling).

Verificatie van de identiteit
Wat ontbreekt: in de opsomming mist dat het belangrijk is dat een origineel identiteitsbewijs van de huurder wordt ingezien en dat de gegevens worden genoteerd. Als de eigenaar het niet zelf doet is dat iets voor de verhuurmakelaar, aan te bevelen is dat deze aan de eigenaar een verklaring aflegt dat hij het identiteitsbewijs zelf heeft ingezien. Dus géén kopietjes paspoort!

De eigenaar van vastgoed als kop van jut
De Wet Damocles en de draconische feitelijke sancties voor eigenaren zijn bij velen van hen niet bekend. Dat komt omdat de overheidsvoorlichting op dit punt onvolkomen is en de feitelijke verplichtingen voor eigenaren geen onderdeel van het huurrecht woon- en bedrijfsruimte zijn.

Verbetering van het huurrecht is op zijn plaats.

Een VvE heeft geen statuten
Het AMLC begrijpt niets van verenigingen van eigenaren (VvE’s): ten eerste hebben VvE’s geen statuten en ten tweede is het zeer gecompliceerd om het modelreglement dat in de akte van splitsing is aangewezen te wijzigen, daar schreef ik al eerder over. Een last onder dwangsom is een bevoegdheid die alleen aan de overheid kan toekomen en op een wet gebaseerd moet zijn, dus opname daarvan in een modelreglement is niet mogelijk.

Het bestuur van de VvE heeft vrijwel geen mogelijkheden om op te treden tegen malafide appartementseigenaren en tegen malafide huurders van appartementen. De opsporing dient zich te realiseren dat een VvE eigenlijk een spaarpot met rechtspersoonlijkheid is. Het bestuur van de VvE is verantwoordelijk voor het vullen van de spaarpot en onderhoud van het gebouw.

Het is denkbaar het appartementenrecht te wijzigen, maar dat laat onverlet dat de primaire verantwoordelijkheid bij de appartementseigenaar ligt.

Verhuurbeperking
Waarom in leveringsakten van woningen een verhuurbeperking zou moeten worden opgenomen (laatste alinea pagina 3 van de pdf), begrijp ik evenmin. Het is legitiem om woningen te kopen voor de verhuur. Dus dit moet anders worden aangevlogen.

Tot slot
Het AMLC bedoelt het ongetwijfeld goed, maar zowel praktisch als juridisch zitten ze er naast.

De bestrijding van criminaliteit via het vastgoed kan best worden verbeterd, maar dan zal rekening moeten worden gehouden met de praktische mogelijkheden van eigenaren en met de privaatrechtelijke aspecten. Het kan slimmer, maar niet door bestuursrechtelijk of strafrechtelijk allerlei rare systemen te creëren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | 2 reacties

De rechtsstatelijkheid van de EU

Terwijl de Nederlandse overheid tobt met de eigen rechtsstatelijkheid, heeft Nederland zich bezig gehouden met de rechtsstatelijkheid van de EU en is er een juridisch rapport over opgesteld. Het Expertisecentrum Europees Recht (ECER), onderdeel van het ministerie van Buitenlandse Zaken, schreef een inleiding.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Europa | Tags: | 2 reacties

Wet kansspelen op afstand is geen 1-aprilgrap

Al eerder schreef ik over de Wet kansspelen op afstand (‘Wet koa’) omdat de integriteitsproblematiek en het cliëntenonderzoek uit het ‘gewone’ financiële recht (Wft, Wtt 2018, Wwft) hier ook speelt. Deze wet treedt naar verwachting op 1 april a.s. in werking en de online kansspelmarkt zal op 1 oktober a.s. open gaan.

De integriteit van de aanbieders van deze online kansspelen is essentieel, aangezien zij een zeer grote set aan persoonsgegevens van de gokkers moeten verzamelen en up-to-date houden. Vanwege de vele persoonsgegevens is essentieel dat het niveau van databescherming zeer hoog is. Voorts dienen de aanbieders zich bezig te houden met bestrijding van kansspelverslaving.

 

Meer informatie:

Beoogde datum inwerkingtreding Wet kansspelen op afstand: 1 april 2021
Nieuwsbericht | 19-01-2021 | 08:00

De wet Kansspelen op afstand zal naar verwachting op 1 april 2021 in werking treden. Dit is een maand later dan eerder is medegedeeld. Daardoor schuift de opening van de online kansspelmarkt ook een maand naar 1 oktober 2021.

Hoewel de implementatie voortvarend door alle betrokkenen wordt opgepakt is inmiddels duidelijk dat een zorgvuldige implementatie nog iets meer tijd vergt. Om deze reden is ervoor gekozen de inwerkingtreding van de Wet koa met een maand uit te stellen tot 1 april 2021. Met de inwerkingtreding van de wet treden meteen een aantal zaken in werking: het verscherpte handhavingsinstrumentarium van de Kansspelautoriteit, het aangescherpte preventiebeleid voor landgeboden aanbieders, de aangescherpte beperkingen ten aanzien van reclame en de verplichting tot afdracht aan het verslavingspreventiefonds. De opening van de online kansspelmarkt vindt daarmee plaats op 1 oktober 2021. Zowel landgebonden aanbieders als online aanbieders moeten vanaf dat moment zijn aangesloten op het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS). Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de nieuwe inwerkingtredingsdatum. De vastgestelde lagere regelgeving wordt zo spoedig mogelijk gepubliceerd.

Wet Kansspelen op afstand
De wet Kansspelen op afstand reguleert het online aanbod van kansspelen in Nederland en maakt mogelijk dat de Kansspelautoriteit onder strikte voorwaarden vergunningen verleent voor het aanbieden van online kansspelen op de Nederlandse markt. De wet heeft als doel kansspelverslaving te voorkomen, kansspel gerelateerde fraude en criminaliteit tegen te gaan en spelers te beschermen. Een deel van de maatregelen geldt ook voor speelcasino’s en speelautomatenhallen. Zo moeten zij een verscherpt verslavingspreventiebeleid ontwikkelen, onderhouden en toepassen. De Kansspelautoriteit krijgt meer bevoegdheden en kan beter toezicht houden en controleren.

 


Aanvulling 1 april 2021
Er verscheen het nieuwsbericht van de overheid: Wet Kansspelen op afstand treedt in werking.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Corona-discriminatie

Op verzoek van het kabinet bracht de Gezondheidsraad advies uit over de vraag of discriminatie vanwege corona is toegestaan. Het rapport betreft corona-testbewijzen, maar gelijksoortige problematiek speelt bij de vraag of iemand gevaccineerd is. Dat discriminatie niet mag, is een van de grondrechten die in Nederland geldt, maar daar kunnen uitzonderingen op worden gemaakt. De conclusie dat corona-discriminatie niet zo maar mag, ligt voor de hand. De grote vraag is wanneer er dringende redenen zijn om wel te mogen discrimineren.

Uit de adviesaanvraag blijkt dat het kabinet overweegt testbewijzen verplicht te maken in het onderwijs, de zorg, in publieke plaatsen (gemeenteloket, bibliotheek, buurthuis en dergelijke), in de werkomgeving, in horeca en uitgaansgelegenheden en bij sport(evenementen). Dat is dus ongeveer overal behalve thuis en kan dus heel ver gaan.

De samenvatting van het advies is niet erg opzienbarend. Het discrimineren met corona-testbewijzen moet noodzakelijk en effectief zijn, het moet de minst ingrijpende maatregel zijn, die proportioneel is, de schadelijke effecten moeten worden beperkt, iedereen moet de mogelijkheid hebben het bewijs te verkrijgen, databeschermingsregels moeten worden nageleefd, het beleid moet worden gemonitord en geëvalueerd en goed worden uitgelegd.

De handjes en voetjes moeten in het complete advies worden gezocht.

PCR-test
In hoofdstuk 2 van het advies komt aan de orde dat er beperkingen zijn aan de PCR-test. Zo kan een besmetting in een vroege fase niet gedetecteerd worden en kan aan de andere kant iemand positief worden getest terwijl betrokkene niet meer besmettelijk is (2.2).
Een test kan alleen verplicht worden gesteld als deze voldoende betrouwbaar is (2.3), wat een probleem lijkt bij de huidige eis in het internationaal verkeer. De testmethoden en teststrategie worden besproken (2.4, 2.5).

Grondrechten
In het juridische hoofdstuk 3 komt aan de orde dat het eisen van een testbewijs (maar hetzelfde geldt voor vaccinatie) een inbreuk op de grondrechten is. Het betreft onder meer de toegang tot de zorg, de privacy, het recht op onaantastbaarheid van het lichaam, het recht op onderwijs en het huisrecht van bewoners van zorginstellingen.
Op grond van de huidige regelgeving is het niet mogelijk om een corona-testbewijs te vereisen voor de toegang tot bepaalde plaatsen of voorzieningen. Dat is volgens het advies anders als een alternatief wordt geboden.

Afwegingsfactoren
De Gezondheidsraad spreekt in hoofdstuk 3 over factoren die moeten worden afgewogen. Interessant wordt het pas als de raad verschillende domeinen gaat bespreken, maar ook daar blijft het vaag.
Mij lijkt dat hier ook een rol speelt welke omvang de inbreuk op de grondrechten zal hebben. Als mensen door de test- / vaccinatie-eis nauwelijks meer ergens terecht kunnen, gaat het problematisch worden.

 

Meer informatie:

 


Aanvulling 2 februari 2021
Hoewel wordt gezegd dat vaccinatie de oplossing is voor alle problemen, blijkt dat niet uit de informatie van het RIVM, voorbeelden:

Hoe lang ben je beschermd na deze vaccinatie?
Pfizer
Dat weten we nog niet goed. Hierover zijn nog weinig gegevens bekend omdat het een nieuw vaccin is.

Kan ik na vaccinatie anderen nog besmetten met corona?
Pfizer
Vaccinatie beschermt tegen ziekte door corona. We weten nog niet of iemand die gevaccineerd is het virus toch kan verspreiden. Daarom nemen we het zekere voor het onzekere: voor gevaccineerde personen gelden voorlopig dezelfde maatregelen als voor mensen die niet gevaccineerd zijn.

Moet iemand die gevaccineerd is en in nauw contact is geweest met iemand die corona heeft in quarantaine?
Pfizer
Ja, ook iemand die gevaccineerd is moet thuisblijven en zich na vijf dagen laten testen als diegene in contact is geweest met een persoon met corona. Het vaccin beschermt na de tweede vaccinatie voor ruim 90% tegen corona, maar dus niet voor 100%. Ook weten we nog niet hoe lang het vaccin werkt. Daarom moeten gevaccineerde personen gewoon in quarantaine als zij een huisgenoot of nauw contact zijn van een persoon met corona.
Als er meer bekend is over de effectiviteit van de vaccins, wordt het quarantainebeleid mogelijk aangepast.

 

Dus als iemand met Pfizer is gevaccineerd:

  • Degene die gevaccineerd is wordt normaliter niet ziek.
  • Hoe lang het vaccin effectief is, is onbekend.
  • Of iemand die gevaccineerd is anderen kan besmetten, is onbekend.
  • Een gevaccineerd persoon moet in quarantaine na contact met iemand met corona.

Dit betekent dat ook als iedereen is ingeënt alle corona-maatregelen moeten blijven gehandhaafd.

Aanvulling 11 februari 2021
In dezelfde zin dit artikel uit FAZ, citaat:

Denn nur, wer geglaubt hat, die Impfung schütze grundsätzlich auch vor Ansteckung, wird von einem Impfversagen sprechen. Das hat aber niemand behauptet. Nicht der Impfstoffhersteller, nicht die Zulassungsbehörden, nicht der Bundesgesundheitsminister. Zuletzt hat der Deutsche Ethikrat noch einmal auf die Evidenzlage hingewiesen. Die ist unbefriedigend, aber klar: Die mRNA-Impfung schützt sehr gut vor einer Erkrankung an Covid-19. Ob und inwieweit sie auch eine Ansteckung und Übertragung des Virus verhindern kann, liegt dagegen weiter im Dunkeln.

De Gezondheidsraad heeft inmiddels een advies over verplichte inenting uitgebracht.

Aanvulling 17 februari 2021
Artikel over vaccinatiepaspoorten.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie