Anonimisering en pseudonimisering in uitspraken van het Europese hof

Het Europees hof maakte op 9 januari bekend (persbericht) dat er nieuw beleid is rondom persoonsgegevens in uitspraken. Lees ook het artikel van het Expertisecentrum Europees Recht, EU-Hof gaat werken met geanonimiseerde en fictieve persoonsnamen in prejudiciële zaken.

Geplaatst in Europa, ICT, privacy, e-commerce, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , | Plaats een reactie

Nederlandse verzekeraars spelen voor aanklager en rechter tegelijk | het is hoog tijd voor een financiële ombudsman en adequate rechtsbescherming

Bart Custers, hoogleraar [*], schreef in Trouw een opinie over de zwarte lijsten praktijken van de verzekeraars: Nederlandse verzekeraars spelen voor aanklager en rechter tegelijk. Daarin legt hij uit dat verzekeraars samen een zwarte lijst bijhouden met fraudeurs en dat er de nodige mensen ten onrechte op de lijst komen. Dat komt door het volgende:

Ten eerste bepalen de verzekeraars wat de straf is en ten tweede bepalen verzekeraars wie er op de lijst komt, soms zonder deugdelijk bewijs.

en:

Daar komt bij dat verzekeraars een belang hebben bij het registreren van twijfelgevallen, om verdere schade te voorkomen. In het strafrecht geldt echter het onschuldbeginsel: iemand is onschuldig tot het tegendeel wordt bewezen.

Overige worden alle claims die bij verzekeraars worden gemeld centraal geregistreerd.

Custers is van mening dat de rechtsbescherming moet worden verbeterd, onder meer door te zorgen dat mensen pas op de zwarte lijst worden gezet nadat een onafhankelijke instantie naar het bewijs heeft gekeken.

Tot slot
Ik ben het volledig eens met de voorstellen van Custers. Zelf heb ik gezien bij cliënten dat financiële instellingen onzorgvuldig communiceren over plaatsing op de zwarte lijst en dat er soms van verkeerde veronderstellingen wordt uitgegaan.

Het is naast een laagdrempelige rechtsbescherming door de burgerlijke (kanton)rechter dringend nodig dat er een financiële ombudsman komt die ook klachten waar geen rechtszaak van komt in ontvangst kan nemen.

 

[*] Hoogleraar law & data science aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Bureaucratische behoeftenbevrediging en de ubo van een stichting | Wwft, witwasbestrijding

Dat FATF, Europa en de Nederlandse overheid zinloze witwasbestrijdingsbureaucratie hebben gecreëerd, wordt duidelijk gemaakt door het navolgende voorbeeld van een stichting die zich met het algemeen belang bezig houdt.

De feiten
De stichting kent een raad van toezicht van drie personen en een statutair bestuurder. Alle vier personen zijn met hun functies in het handelsregister ingeschreven en de statuten van de stichting zijn bij het handelsregister gedeponeerd. De juridische verhoudingen zijn dus volledig transparant.

Toch hebben de witwasbestrijders bedacht dat er iemand van deze stichting in het ubo-register moet worden ingeschreven.

De notaris heeft bij statutenwijziging geadviseerd de statutair bestuurder als ubo op grond van zeggenschap in te schrijven. De bank van de stichting is van mening dat zowel de leden van de raad van toezicht als de bestuurder als ubo moeten worden ingeschreven. Ze hebben allebei ongelijk.

Deze hele discussie kost bakken met geld en er wordt geen boef mee gevangen.

 

De ubo van een stichting

Hierna volgt mijn juridische beoordeling op basis van de statuten van een bepaalde stichting.

Definitie

De definitie van de uiteindelijk belanghebbende (‘ubo’) van een stichting (artikel 1 Wwft):

uiteindelijk belanghebbende: natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een cliënt

Dit wordt nader uitgewerkt in het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018, waarin de stichting een ‘overige rechtspersoon’ wordt genoemd. Artikel 3 lid 1 bepaalt dat de ubo is:

1°. natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de rechtspersoon, via:
– het direct of indirect houden van meer dan 25 procent van het eigendomsbelang in de rechtspersoon;
– het direct of indirect kunnen uitoefenen van meer dan 25 procent van de stemmen bij besluitvorming ter zake van wijziging van de statuten van de rechtspersoon; of
– het kunnen uitoefenen van feitelijk zeggenschap over de rechtspersoon; of

2°. indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen, bedoeld in subonderdeel 1°, is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of een persoon als bedoeld in subonderdeel 1° de uiteindelijke eigenaar is of zeggenschap heeft, dan wel de natuurlijke persoon is voor wiens rekening een transactie wordt verricht, de natuurlijke persoon of personen die behoort of behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de rechtspersoon;

De vreemde formulering in categorie 2°. (de pseudo-ubo) vloeit voort uit de niet-onderbouwde veronderstelling van de Europese wetgever dat iedere rechtspersoon een ubo hoort te hebben.

Onder ‘eigendomsbelang’ wordt in het besluit verstaan:

recht op uitkering uit het vermogen van een rechtspersoon of personenvennootschap, waaronder de winst of de reserves, of op overschot na vereffening

Aandachtspunt:
er kunnen in categorie 1°. meerdere ubo’s naast elkaar bestaan. Pas als er geen ubo’s meer zijn in de zin van categorie 1°., wordt aan categorie 2°. (de pseudo-ubo) toegekomen.

 

Categorie 1°. (echte ubo)

Eigendomsbelang
Allereerst moet worden beoordeeld of er een natuurlijke persoon is die het eigendomsbelang heeft. Uit de statuten van de voorbeeldstichting kan worden afgeleid dat de stichting geen uitkeringen doet. Dat is te vinden in de doelstelling. Overigens mogen stichtingen in beginsel geen uitkeringen doen, dat volgt uit artikel 2:285 lid 3 Burgerlijk Wetboek:

Het doel van de stichting mag niet inhouden het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen noch ook aan anderen, tenzij wat deze laatsten betreft de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben.

Voorts staat in de statuten van de voorbeeldstichting dat na ontbinding van de stichting een eventueel batig saldo wordt besteed aan een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling.

Conclusie: er zijn geen personen met een eigendomsbelang.

Stemrecht
Het tweede criterium is het uitoefenen van meer dan 25% van het stemrecht bij wijziging van de statuten van de stichting. Dit is een formeel criterium, dat er toe leidt dat degene(n) die beslissen over statutenwijziging tot ‘uiteindelijk belanghebbende’ worden gebombardeerd, ook al hebben ze een beperkte rol (bijvoorbeeld die van toezichthouder).

Welk nut het heeft om functionarissen (in het voorbeeld toezichthouders) als ‘ubo’ te kwalificeren, terwijl zij al in het handelsregister zijn ingeschreven en wiens rol uit de statuten van de stichting voortvloeit, weet niemand.

In de situatie van de voorbeeldstichting beslist de raad van toezicht over statutenwijziging en zijn er drie leden van de raad van toezicht, wat betekent dat ieder van hen in de zin van het uitvoeringsbesluit meer dan 25% van het stemrecht heeft.

Gesteld dat er een vierde lid in de raad van toezicht wordt benoemd, dan wordt niet meer aan het stemrechtcriterium voldaan, omdat geen van de leden meer dan 25% stemrecht kan uitoefenen. (Waarschijnlijk gaat dit veranderen omdat Europa van plan is om het criterium aan te passen van “meer dan 25 procent van de stemmen” naar “25 procent of meer van de stemmen”.)

Conclusie: de drie leden van de raad van toezicht zijn ubo op grond van het stemrechtcriterium.

Feitelijke zeggenschap
Ook al zijn er ubo’s op grond van eigendomsbelang en stemrecht, dan kunnen er nog steeds ook ubo’s zijn op grond van ‘feitelijke zeggenschap’. Let op: het is niet zo dat iedere statutair bestuurder als gevolg daarvan ubo is.

Dit onderdeel van de definitie komt uit het Europese recht, er is een zeer beperkte toelichting. Gedachte achter dit onderdeel is dat het moet gaan om de persoon die achter de schermen ‘aan de touwtjes trekt’, bijvoorbeeld op grond van een aandeelhoudersovereenkomst waarin extra afspraken zijn gemaakt. Bij een stichting zou kunnen worden gedacht aan (de ubo van) een subsidiegever, die in de overeenkomst inzake fondsenverstrekking extra voorwaarden heeft gesteld.

Bij stichtingen kan dit betekenen dat de persoon met feitelijke zeggenschap uit de sfeer van de overheid komt. Voorbeeld: als een ministerie bij subsidieverstrekking zeggenschapsvoorwaarden heeft gesteld, is de minister ubo van de stichting. Hoewel dit misschien niet de bedoeling is van de Europese en Nederlandse wetgever, ben ik van mening dat dit uit de regelgeving volgt en dat om die reden er aanleiding kan zijn om de minister van onderwijs als ubo van een scholenstichting in te schrijven.

In de situatie van de voorbeeldstichting beschik ik over onvoldoende gegevens om te kunnen bepalen of er een ubo met feitelijke zeggenschap is. Dat de huidige statutair bestuurder als ‘houder van feitelijke zeggenschap’ is ingeschreven is onjuist, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden.

Conclusie: er is bij de voorbeeldstichting geen informatie waaruit blijkt dat er iemand met feitelijke zeggenschap is.

 

Categorie 2°. (pseudo-ubo)

Hier wordt alleen aan toegekomen als er bij de stichting geen ‘echte’ ubo is, bijvoorbeeld in de situatie dat er bij de voorbeeldstichting vier of meer leden van de raad van toezicht zijn en er geen ubo is met feitelijke zeggenschap. Als dat het geval is wordt het ‘hoger leidinggevend personeel’, dat is het statutaire bestuur, als ubo ingeschreven.

Ook hiervoor geldt dat noch Europa, noch de Nederlandse overheid, kunnen uitleggen welk nut dit heeft voor de misdaadbestrijding, behalve bureaucratische behoeftenbevrediging.

 

Tot slot

Op basis van de de huidige gegevens dient de bestuurder te worden uitgeschreven als ubo en de leden van de rvt te worden ingeschreven.

Dit voorbeeld laat zien dat burgers (de bank, de notaris en de functionarissen van de stichting) zich bezig moeten houden met onzinnige juristerij, waarmee geen boef wordt gevangen (en ook aan de kant van de overheid wordt hier geld verspild). Al dit soort bureaucratie kost zeer veel geld, dat beter kan worden besteed, bijvoorbeeld aan meer hoog opgeleide rechercheurs bij de politie, aan versterking van het Openbaar Ministerie en aan verbetering van de kwaliteit van de ambtenaren bij de ministeries van Veiligheid en Financiën.

Het is hoog tijd dat de bedenkers van de witwasbestrijdingsconcepten ter verantwoording worden geroepen!

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Digitale weerbaarheid financiële sector | cybersecurity

Eind december jl. is een Europese verordening op het gebied van digitale weerbaarheid van de financiële sector in het Europese publicatieblad bekend gemaakt. De verordening is ook bekend onder de Engelse naam Digital Operational Resilience Act (DORA).

Meer informatie in het nieuwsbericht van Expertisecentrum Europees Recht, EU versterkt digitale operationele weerbaarheid van de financiële sector.

In mei vorig jaar besteedde ik al aandacht aan DORA.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

AFM en DNB over toegankelijkheid van financiële dienstverlening | maar er wordt niets gedaan aan de gevolgen van FATCA en andere Amerikaanse regelgeving

DNB vraagt in het bericht van 30 januari aandacht voor de moeilijkheden die mensen met beperkte digitale vaardigheden in de financiële sector ondervinden. DNB schrijft:

Miljoenen Nederlanders vinden lastig hun weg in de digitale betaalwereld
2,6 miljoen volwassen Nederlanders voeren niet al hun bankzaken geheel zelfstandig uit. Dat blijkt uit onderzoek van DNB. Een groot deel van deze mensen wil dit wel graag, maar het lukt hen om uiteenlopende redenen niet. DNB heeft oorzaken en oplossingen in kaart gebracht en roept banken en andere spelers in het betalingsverkeer – zoals winkeliers en bedrijven die betaalapparatuur ontwerpen – op om in actie te komen.

De groep is groot en divers
De groep die moeite heeft zelfstandig bankzaken te regelen is groot en heel divers. Het gaat om ruim 1 op de 6 volwassenen (zie Figuur 1). Er zitten veel ouderen en laagopgeleiden in deze groep, maar bijvoorbeeld ook mensen met lage digitale vaardigheden of een lichamelijke of licht verstandelijke beperking. De meesten krijgen hulp van hun partner.

Figuur 1. Ruim 1 op de 6 volwassen Nederlanders voert bankzaken niet zelfstandig uit

Vooral niet alledaagse betaalzaken zijn lastig
Vooral niet alledaagse zaken, zoals het openen van een bankrekening, het plaatsen van de mobiel bankieren app op de telefoon of het aanvragen van een nieuwe betaalpas zijn lastig. Ook internetbankieren is een uitdaging. Veel minder mensen hebben moeite met dagelijkse betalingen, bijvoorbeeld bij de kassa van de supermarkt.

Mensen ervaren verschillende betaaldrempels
Uit interviews met ruim 200 mensen komen diverse knelpunten naar voren. Zo hebben mensen moeite met de bediening van apparaten als geld- en betaalautomaten en de mobiele telefoon, begrijpen ze lang niet altijd de teksten en instructies die ze voorgeschoteld krijgen, is het onthouden van codes lastig, en halen ze tijdslimieten voor handelingen niet altijd.
Frustratie en schaamte om gebrek aan zelfstandigheid
Mensen die voor bankzaken afhankelijk zijn van anderen ondervinden veel hinder van de betaaldrempels. Deze afhankelijkheid leidt tot bijvoorbeeld schaamte, stress, frustratie of een gevoel van minderwaardigheid. Sommigen vinden het moeilijk dat ze op anderen moeten vertrouwen. Er is ook een kleinere groep die berust in de onzelfstandigheid.

Mensen zien verschillende oplossingen
In het onderzoek geïnterviewde mensen zien verschillende oplossingen. Zo zeggen ze bijzonder gebaat te zijn bij behoud en verbetering van de niet-digitale mogelijkheden. Ook hebben ze behoefte aan persoonlijk contact met de bank en willen ze meer weten van bestaande initiatieven om hen te helpen bij hun bankzaken, zoals servicepunten. Technologie kan slimmer worden ingezet om de digitale betaalwereld eenvoudiger te maken en af te stemmen op de gebruiker. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van spraak en stemherkenning voor mensen die moeite hebben met de Nederlandse taal of het bedienen van apparaten, het gebruik van biometrie – bijvoorbeeld gezichtsherkenning of vingerafdruk – om inloggen eenvoudiger te maken en een extra gebruikersoptie die meer tijd geeft voor handelingen.

Meer weten?
Lees meer over de groepen mensen die moeite hebben om hun weg te vinden in de digitale betaalwereld en bekijk de mogelijke oplossingen die ze aandragen:

Longread: Digitaal bankieren lastig voor veel mensen
Het rapport: Digitalisering van het betalings­verkeer: een uitkomst voor de één, een uitdaging voor de ander

De groep digitaal minder vaardigen is heel groot!
Overigens zijn er deskundigen die er van uitgaan dat een nog veel grotere groep dan 2,6 miljoen Nederlanders niet kan mee komen. Zie het blog Overheidsillusies over het bevorderen van digitale vaardigheden dat verwijst naar een lezenswaardig artikel van Bas Nieuwenhuijsen op de site van Publiek Denken. Volgens de in het artikel genoemde deskundigen beschikken ongeveer 4 miljoen Nederlanders over beperkte digitale vaardigheden.

 

Ook de AFM heeft ontdekt dat er gedigitaliseerd wordt voor de ‘happy few’

In het bericht van 25 januari jl. onder de kop “Toegang tot financiële dienstverlening niet vanzelfsprekend” vroeg de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aandacht voor de positie van mensen met beperkte digitale vaardigheden [*].
Dat is een grote groep, dus het initiatief van de AFM is terecht. Hoogst vervelend is dat financiële aanbieders producten ontwikkelen ten behoeve van de topgroep van digitaal vaardigen en dat de rest wordt verwaarloost. Overigens is dat niet alleen in de financiële sector aan de orde.

Het nieuwsbericht van AFM:

Toegang tot financiële dienstverlening niet vanzelfsprekend

Nederlanders met beperkte digitale vaardigheden kunnen aanzienlijke belemmeringen ervaren in de toegang tot financiële producten en diensten. Door de toenemende digitalisering moeten mensen steeds meer, en steeds moeilijkere, digitale handelingen kunnen uitvoeren. De groep mensen die hierbij drempels ervaart is zeer divers. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) roept in een nieuw rapport de financiële sector op om onderzoek te doen onder moeilijk bereikbare doelgroepen en kennis uit te wisselen om de toegankelijkheid tot financiële dienstverlening te verbeteren.

In het kort

• Digitalisering van financiële dienstverlening eist steeds meer digitale vaardigheden
• Groep mensen die drempels ervaart is zeer divers
• Krachten bundelen om digitale toegankelijkheid te vergroten
• Rol overheid bij uitbreiding inzet DigiD

Louise Nell, onderzoeker van de AFM: ‘De maatschappij digitaliseert in snel tempo verder. Dit geldt zeker voor de financiële sector. Het lukt dan ook niet iedereen om mee te komen in deze ontwikkeling. De AFM vindt het belangrijk dat banken, verzekeraars en pensioenuitvoerders doorgaan met het verbeteren van dienstverlening voor de mensen die digitaal niet of beperkt mee kunnen komen. Omdat deze groep zeer divers is, is het doen van inclusief onderzoek en uitwisseling van informatie binnen de sector essentieel om de toegankelijkheid tot financiële dienstverlening te verbeteren.’

Meer informatie
Drempels bij het online regelen van geldzaken (pdf, 1,57MB)
(…)

Groep mensen die drempels ervaart zeer divers
De groep mensen die drempels ervaart met digitalisering is zeer divers. Het gaat hierbij niet alleen om ouderen of Nederlanders met een migratieachtergrond. Jongeren lukt het bijvoorbeeld vaak wel om handelingen uit te voeren, maar zij hebben hierbij minder oog voor veiligheid. Daarnaast zijn zogenaamde splintervaardigheden een groeiend probleem: sommige mensen kunnen alleen goed omgaan met bepaalde onderdelen van digitalisering. Zo kan iemand misschien wel beeldbellen, maar geen documenten uploaden of een e-mail versturen.

Krachten bundelen om digitale toegankelijkheid te vergroten
Uit de gesprekken die de AFM heeft gevoerd met financiële ondernemingen blijkt dat zij niet altijd zicht hebben op de klanten met beperkte digitale vaardigheden en op de problemen die zij ondervinden. De hulp die deze mensen nodig hebben is alleen te achterhalen via zorgvuldig onderzoek, waarin deze moeilijk te bereiken groep wordt gehoord.

Rol overheid bij uitbreiding inzet DigiD
Hoewel er al vele initiatieven zijn, is er nog werk aan de winkel om de toegang tot financiële dienstverlening voor Nederlanders met beperkte digitale vaardigheden te verbeteren. Uitbreiding van de toepassingsmogelijkheden van bestaande infrastructuren, bijvoorbeeld van DigiD, is mogelijk veelbelovend. Op dit moment mag DigiD alleen worden gebruikt door overheidsorganisaties of organisaties met een publieke taak. Hier is een rol voor de overheid weggelegd, die de inzet van DigiD reguleert.

 

Gaat het ver genoeg?

De vraag is verder of de voorstellen van de toezichthouders wel ver genoeg gaan. Zo kan worden gedacht aan nieuwe regels zoals:

  • De verplichting voor financiële instellingen om fysieke verificatie van de identiteit te accepteren.
  • De verplichting om fysieke locaties te hebben, eventueel gezamenlijk (zoals met Geldmaat gebeurt), waar mensen zaken fysiek kunnen afhandelen in plaats van te zijn overgeleverd aan de verschillende digitale systemen. Financiële instellingen sluiten in hoog tempo alle vestigingen en maken het daardoor extra moeilijk voor een grote groep klanten.
  • De verplichting om betere interfaces te bouwen en de terminologie te stroomlijnen en de verplichting om de gebruiksvriendelijkheid onafhankelijk te laten testen.

 

AFM en DNB komen niet op voor slachtoffers van de VS | FATCA, financiële regelgeving VS

Het is nuttig dat de AFM en DNB hier mee bezig zijn, helaas worden andere belangrijke onderwerpen niet aangepakt.

Ik blijf het jammer vinden dat AFM en DNB niet bereid zijn om initiatieven te ondernemen ten behoeve van de slachtoffers van FATCA en andere extraterritoriaal werkende regelgeving van de VS. Gevolg daarvan is dat inwoners van Nederland (onder meer mensen met Amerikaanse nationaliteit) ernstige schade ondervinden en geen toegang hebben tot het financiële stelsel, waarvan de Nationale Nederlanden uitspraak een voorbeeld is.

 

Noot

[*] De AFM schreef een rapport. Merkwaardig dat DNB en AFM afzonderlijk met dit thema bezig zijn.

 


Aanvulling 31 januari 2023
De NVB zag in de berichtgeving van DNB aanleiding voor een charme offensief, zie reactie Nederlandse Vereniging van Banken: Commitment van banken voor beter toegankelijk betalingsverkeer.

Het MOB schrijft “Het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) verwelkomt het versterkte commitment van banken om de toegankelijkheid van het betalingsverkeer onder diverse klantgroepen te verbeteren.“. De deelnemers van het MOB zijn naast DNB en vertegenwoordigers van de financiële sector, vertegenwoordigers van bedrijfssectoren en verder de Consumentenbond, Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen en KBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden, NOOM en Senioren Netwerk Nederland. Algemene uitleg over het MOB is hier te vinden.

De Consumentenbond laat weten: Snel actie nodig om toegang betalingsverkeer te verbeteren en schrijft onder meer:

Het DNB-rapport (DNB) maakt korte metten met het idee dat vooral ouderen moeite hebben met digitaal bankieren en dat het probleem in de loop der jaren vanzelf verdwijnt. Ook consumenten met bijvoorbeeld een lichamelijke of verstandelijke beperking of die niet goed kunnen lezen, lopen vast. Net als mensen die de Nederlandse taal onvoldoende spreken of de cultuur niet kennen. ‘Het rapport is een eyeopener’, vinden de belangenorganisaties. ‘Het maakt voor het eerst een grote en diverse onzichtbare groep bankklanten zichtbaar.’

Afhankelijkheid
Het onderzoeksrapport schetst een ontnuchterend beeld van de gevolgen van digitalisering van het betalingsverkeer voor mensen in een kwetsbare positie. De sluiting van veel bankfilialen en het afschaffen of steeds duurder maken van basiszaken als overschrijfformulieren, inlogtokens en papieren afschriften, leiden bijvoorbeeld tot afhankelijkheid. Mensen zien zich genoodzaakt bankzaken uit handen te geven aan anderen. ‘Zeer ongewenst’, aldus de belangenbehartigers. ‘Niet-digitaal bankieren moet voor bepaalde groepen mogelijk blijven.’

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Interview met Pancras Pouw over bedreiging positie midden- en kleinbedrijf

Het recente interview van Ad Verbrugge met beUnited oprichter Pancras Pouw over de bedreiging van de positie van het midden- en kleinbedrijf is het beluisteren of bekijken waard (ook al dekt de titel niet de lading): youtube video, Apple podcast.

Het interview ligt in het verlengde van het eerdere interview ‘Het midden- en kleinbedrijf bedreigd door grootkapitaal‘ dat ik hier meldde.

 

beUnited is van mening dat de Nederlandse overheid in de coronaperiode onjuist heeft gehandeld en is een coronaclaim website gestart. Enige passages uit de intro:

Stichting coronaclaim MKB wil eerlijke compensatie
Stichting coronaclaim voor het MKB is een samenwerking van gedupeerde MKB-ondernemers. Wij willen eerlijke compensatie voor schade vanwege de beperkende coronamaatregelen. De coronamaatregelen zijn genomen om de gezondheid van alle Nederlanders te beschermen. Een groot deel van het MKB kon hierdoor echter niets verdienen. Daarmee zijn de meeste kosten voor de coronacrisis op het bord van het MKB neergelegd. Nu het land voorzichtig weer open gaat, is het tijd om de rekening op te maken.

Het MKB verdient namelijk eerlijke compensatie. (…)

MKB-ondernemers staan samen sterk
Het kabinet heeft zich lang verscholen achter het argument dat het crisis was en dat er daarom geen maatwerk kon worden geleverd voor ondernemers in nood. Dat moet rechtgetrokken worden. Als MKB-ondernemer kun je dat niet alleen, dus doen we het samen.
Stichting Coronaclaim MKB gaat hiervoor het gesprek aan met het kabinet. Wij zijn er ook op voorbereid om naar de rechter te gaan en langs die weg ons recht te halen.

Geplaatst in Grondrechten, Handelsrecht | Plaats een reactie

Verbetering van de wetgevingskwaliteit, wanneer worden de goede voornemens in handelen omgezet? [2]

Het eerdere bericht over dit onderwerp is aangevuld met vindplaatsen van artikelen over ambtelijke onrust en de uitvoerbaarheidstoets die op 20 januari bekend is gemaakt.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Persoonsgegevens en handelsregister | Datavisie Handelsregister

Terwijl ‘uiteindelijk belanghebbenden’ (ubo’s) op last van Europa min of meer vogelvrij zijn verklaard en weinig gegevensbeschermingsrechten lijken te hebben, wordt in de Tweede Kamer gediscussieerd over persoonsgegevens in het handelsregister. Dit wordt veroorzaak door de vele klachten van onder meer zzp’ers over de datahandelspraktijken van de Kamer van Koophandel.

Op 18 januari werd het Verslag van een schriftelijk overleg over de voortgang Datavisie Handelregister bekend gemaakt. Uit dat verslag blijkt dat er hoop is voor degenen die schade ondervinden door het handelsregister.

Onder meer komen er mogelijkheden voor ondernemers om het huisadres of bedrijfsadres af te schermen.

Verbod op datahandel
Er komt er een datahandelverbod:

Er wordt inderdaad gewerkt aan aanpassingen van de Handelsregisterwet 2007 en het Handelsregisterbesluit 2008 in verband met uitvoering van de voorstellen uit de Datavisie, waaronder een verbod op (vormen van) commercieel gebruik van handelsregistergegevens. Bij voorkeur wordt hieraan ook een mogelijkheid gekoppeld om (verdere) levering van gegevens te weigeren wanneer ongeoorloofd gebruik wordt gemaakt.

Elders staat er:

De grootste gebruiksvrijheid bestaat bij informatie die beschikbaar is in de vorm van open data. Ook in het geval van informatie uit het Handelsregister is in het verleden wel gepleit voor beschikbaarstelling in de vorm van open data. Dit kan vanzelfsprekend nooit aan de orde zijn bij persoonsgegevens, die niet mogen worden verwerkt zonder een passende grondslag. De vraag naar een grondslag is onverenigbaar met de principes van open data. Omdat persoonsgegevens een centrale rol innemen in het Handelsregister, is het nagenoeg onmogelijk HR-data, met uitzondering van statistische en sterk geaggregeerde data, als open data beschikbaar te maken. De informatie in het Handelsregister is grotendeels openbaar, maar de vorm van verstrekking is soms beperkt, om de privacy te beschermen. Zo mag het HR slechts door een kleine en limitatief benoemde groep gebruikers worden doorzocht op natuurlijke persoon. Voor alle andere gebruikers is de ingeschreven onderneming de sleutel. Zo kan dus wel informatie over natuurlijke personen worden gevonden, maar er kan niet op worden gezocht.

Dit is ook een van de redenen waarom het hergebruik van informatie uit het Handelsregister aan voorwaarden moet worden gebonden. Het is immers onwenselijk wanneer afnemers uit opgevraagde uittreksels een kopie van het Handelsregister kunnen samenstellen en daarin alsnog zoeken op natuurlijke personen.

Overig
Zie voor verdere informatie het verslag.

Bij het verslag  horen het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens, een verslag van de consultatie in de vorm van een infographic en beslisnota.

Infographic:

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Handelsrecht, Handelsregister, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , | Plaats een reactie

Het bancair sleepnet tijdens vergaderingen van de commissie Financiën van de Tweede Kamer | Wwft

Vandaag vonden drie vergaderingen plaats van de commissie Financiën met het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen als onderwerp:

Er werd voornamelijk gesproken over de witwasbestrijding door banken en over het bancair sleepnet. Andere onderwerpen kwamen beperkt aan de orde.

Rondetafel verslag
Op mastodon heb ik gedeeltelijk verslag gedaan van wat ik heb gezien en gehoord tijdens het rondetafelgesprek, waaraan onder meer door Wolfsen (Autoriteit Persoonsgegevens) werd deel genomen.

Enkele punten

die me opvielen:

  1. Geen gegevens effectiviteit. De overheid heeft geen idee of het huidige witwasbestrijdingssysteem wel goed werkt en of de private partijen die overheidstaken moeten uitvoeren daar wel geschikt voor zijn. Het is bekend dat banken enorme bedragen kwijt zijn aan het klantenonderzoek en dat de opbrengst (gemelde transacties die tot vervolging door het OM leiden) zeer klein is. Ondanks het ontbreken van effectiviteitsgegevens willen OM, FIU en de banken graag dat het bancair sleepnet er komt. Ze zijn er van overtuigd dat het nuttig is maar kunnen dit niet hard maken.
  2. Het huidige systeem werkt niet. De vertegenwoordiger van het bancaire samenwerkingsverband TMNL erkent dat het huidige systeem niet werkt. Dan moet dat systeem toch eerst terug naar de tekentafel?
  3. Vermindering van de schade: volgens de NVB zou het bancaire sleepnet de schade voor klanten verminderen. De onderbouwing ontbreekt, want het sleepnet geeft alleen signalen af bij banken, die vervolgens zelf onderzoek moeten doen en daar dezelfde ernstige fouten mee kunnen maken als nu al gebeurt. Overigens bestaat die schade niet alleen uitsluiting (beëindiging van de bankrekening e.d.) maar ook uit de hoge kosten die klanten moeten maken om aan de klantenonderzoekseisen van de bank te voldoen, bijvoorbeeld omdat zij voor de beantwoording professionele hulp (bijvoorbeeld van een boekhouder) moeten inschakelen. Vanwege de onkunde van sommige compliance medewerkers is het soms nodig dat de klant de compliance mensen opleiding geeft (via de beantwoording). Doordat de klanten de vragen niet begrijpen kan er veel mis gaan bij het klantenonderzoek. Verder komt het regelmatig voor dat banken aan hun klanten voorschriften inzake hun bedrijfsuitoefening geven, die voor de lieve vrede vaak geslikt worden, ook al is het de vraag of er een basis is voor die voorschriften.
  4. Geen onafhankelijke toetsing van risicoprofielen en modellen. Alle betalingstransacties van klanten worden geanalyseerd en aan de hand daarvan wordt een profiel gemaakt. De klanten worden niet geïnformeerd over hun risicoprofiel. De risicoprofielen en modellen zijn het ‘bedrijfsgeheim’ van banken en de opsporing, zodat het onmogelijk is om na te gaan wat de kwaliteit er van is. De wetenschappers die er bij betrokken zijn, zijn niet onafhankelijk, omdat zij voortdurend overheidsopdrachten doen (zoals Ferwerda), wat tot bedrijfsblindheid kan leiden. Er zijn geen voorzieningen getroffen om te zorgen dat slimme mensen met een frisse blik er naar kijken.
  5. Afwijkingen van betaalgedrag. Daar wordt heel gemakkelijk over gesproken terwijl dat helemaal niet makkelijk is. Het leidt tot vragen waarop de bank het antwoord al weet, zoals de door mij eerder genoemde voorbeelden van betaling aan een VvE en een ontvangst van een notaris. De praktijk leert dat banken hun klanten niet kennen en vragen stellen over incidentele betalingen zonder naar het algemene beeld te kijken. Dat zal door het bancair sleepnet niet veranderen.
  6. Geen minimumdrempel. Het OM en FIU-Nederland willen geen minimumdrempel voor het bancair sleepnet omdat het bij terrorismefinanciering om lage bedragen zou gaan. Ik begrijp niet wat het nut is van het achter kleine terrorismefinancieringsbedragen aan jagen. Het kost veel geld aan overheid en Wwft-plichtigen en terrorismefinanciering is naar zijn aard niet te herkennen. Er is nl. weinig geld voor nodig en iedere inkomstenbron is geschikt. Een werkgever die salaris betaalt aan een werknemer die terrorist blijkt te zijn, financiert al terrorisme ook al weet hij het niet (kleurloos opzet).
  7. Proportionaliteit ontbreekt, en er vindt ook geautomatiseerde besluitvorming plaats, aldus de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Criminaliteitsbestrijding is belangrijk, maar dit wetsvoorstel (anders dan de huidige witwasbestrijdingsregelgeving) heeft geen Europese basis en de noodzaak is niet gebleken. De onderbouwing van de evenredigheid is onvoldoende en het bancair sleepnet is als een vrijblijvende mogelijkheid in de wet opgenomen. Dat is in strijd met de regels die gelden voor inbreuk op grondrechten. Het standpunt van de AP is een teleurstelling voor bankenorganisatie NVB die al sinds ten minste 2019 aan het lobbyen is.
  8. Banken krijgen regelmatig ongelijk van de rechter als zij de relatie beëindigen, erkent de NVB.

Ik hoop nog met een uitgebreider verhaal te kunnen komen.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Conferentie financiële privacy ECP en Privacy First | Wwft, bancair sleepnet, digitale euro

Vandaag vond de conferentie over financiële privacy door ECP en Privacy First plaats die ik eerder aankondigde (1, 2).

Tijdens de conferentie kwamen de schaduwkanten van de witwasbestrijding door banken uitgebreid aan de orde, onder meer in een gesprek met Katja Mur, bestuurder van de Autoriteit Persoonsgegevens. Voorts was er  uitleg over de digitale euro.

Op de pagina van ECP is de video van de conferentie te vinden.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie