De foute brief van het Openbaar Ministerie aan zogenaamde demonstranten | vertrouwen in de overheid

Het vertrouwen in de overheid is de afgelopen week flink geschonden door het Openbaar Ministerie en de Koninklijke Marechaussee, vanwege waarschuwingsbrieven die zijn verzonden aan mensen die niets hebben misdaan.

Een van degenen die een dergelijke brief ontving, was Kirsten Verdel, die het epistel op twitter publiceerde [1]:

Zij kreeg deze dreigende brief terwijl zij helemaal niet bij de demonstratie was geweest.

Bij RTL verscheen over deze affaire het artikel Niet bij klimaatdemonstratie, toch ‘intimiderende’ brief OM: ‘Hoe dan?’. Daarin wordt beschreven dat Verdel  niet de enige was die ten onrechte een dergelijke brief kreeg.

Inmiddels heeft Verdel een nette brief gekregen dat een en ander wordt onderzocht. Het neemt niet weg dat het Openbaar Ministerie en de Koninklijke Marechaussee hier een zeer scheve schaats hebben gereden en het vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat hebben geschaad. Rondom demonstreren gebeuren in Nederland vaker vreemde zaken [2].

Deze affaire laat zien dat het vertrouwen in de Nederlandse overheid niet voor niets is afgenomen [3]. Lees in dit verband het artikel in het NRC over de AIVD-publicaties over ‘anti-institutionele extremisten’ [4], waarin Renske Leijten en Nicole Temmink, (ex-)fractieleden SP, worden geciteerd:

Met rapporten over ‘anti-institutionele extremisten’ zet de AIVD ten onrechte burgers in de hoek die zeer slechte ervaringen hebben met de overheid, zeggen de SP’ers Leijten en Temmink.

Als het Openbaar Ministerie en de Marechausse hebben lopen prutsen hoort er wat te zwaaien!

 

Noten

[1] Kirsten Verdel schreef op twitter:

Dit is eh… een intimiderende brief van het Openbaar Ministerie, die ik vandaag bij thuiskomst vond. Gericht aan mij (naam zoals in paspoort). Het enige is: ik was 5 november 2022 niet bij een demonstratie op Schiphol, maar bij een binnenspeeltuin en een bruiloft elders. ?!?!

In een later bericht meldt zij dat zij een brief van het OM heeft gekregen dat een en ander wordt onderzocht:

 

 

Dat is verheugend, maar het optreden van het OM blijft laakbaar.

[2] Artikel in De Groene over ondergraving door de overheid van het demonstratierecht, intro:

Zelfs gegevens van familie van demonstranten worden opgevraagd
Gegevens van demonstranten en hun familie worden voortdurend opgevraagd door de politie. Het recht op betoging is in het geding, zeggen experts.

Dergelijke praktijken zijn bij meer overheden aan de orde, zie bijvoorbeeld dit blog over Engelse praktijken: persoonsgegevens inzake een 91-jarige actievoerder worden rechtmatig opgeslagen in de  ‘Domestic Extremism Database‘, terwijl hij geen terrorist is.
Zie mijn blog over het bericht van Amnesty van november 2022 over een rapport (pdf) waarin wordt aangekaart dat het demonstratierecht in Nederland wordt ondergraven.

[3] Lees in dit verband ook mijn blog over de kritiek van Algemene Rekenkamer en Nationale Ombudsman: De Haagse beleidsmakers zijn het contact met de burger kwijt. Zie voorts recent: Overheid scoort laag op integriteit en openheid, Publiek Denken, 20 juli 2023, over het rapport Government at a Glance van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), al lijkt dat niet over onderwerpen als demonstratierecht te gaan.

[4] Artikel Kees Versteegh, ‘De AIVD waarschuwt voor polariseren, maar doet dat zélf door van alles op één hoop te gooien’ (betaalmuur), 24 juli 2023.

 

 


Aanvulling 22 augustus 2023
Lees over het vervolg op het bovenstaande:

 

 

Ze vertelt over de ervaringen van een ander persoonsverwisselingsslachtoffer. Ook Verdel krijgt zo’n merkwaardige uitnodiging, gevolgd door een bericht van het OM:

 

 

Probeert de Marechaussee te doen alsof zij geen ernstige flater hebben begaan? Belachelijk dat ‘verdachten’ moeten bewijzen dat ze er niet waren

Geplaatst in Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Dual citizenship is dull misery for many people, but apparently not for investors | investment treaties

Many victims of FATCA, the US tax information collection law that requires international financial institutions to serve the US, have had negative experiences with the consequences of dual citizenship.

Apparently, it can be different (for those who are rich). In the article ‘Dual Nationals in Investment Treaty Arbitration: An Emerging Field of Inconsistent Decisions‘ by Javier García Olmedo, the author describes case law regarding investment treaties. From the introduction:

Nationality is a crucial marker for protection in international investment law. Only investors that qualify as nationals of a contracting party can access investment treaties. Most investment treaties, however, are premised on broad provisions defining eligible nationals. With respect to individuals, these instruments typically define protected investors as physical persons who hold the nationality of the home state party in accordance with its domestic laws.

He ends with the conclusion that claims by dual nationals is an emerging field within international investment law, that individuals are increasingly seizing opportunities that states have inadvertently created for them and that claims by dual nationals will continue to increase, and more awards will soon be rendered in pending cases.

I still don’t understand why nationality should be such an important criterion.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Compliance industrie kan zich in de handen wrijven met de modernisering van het Nederlandse sanctiestelsel

De Nederlandse overheid heeft overspannen verwachtingen van de mogelijkheden van bedrijven om de sanctieregelgeving toe te passen en is daarom van plan het regelgevende systeem aan te passen.

In juli is de ‘Preconsultatie Modernisering van het Nederlandse sanctiestelsel‘ van start gegaan. Uit de aankondiging:

Het kabinet werkt aan de modernisering van het Nederlandse sanctiestelsel. Het doel van de modernisering is om nog beter te kunnen voldoen aan de eisen die gesteld worden vanuit de Europese sanctiebesluiten en -verordeningen. In dat kader vraagt het kabinet uw inbreng op bouwstenen voor een toekomstbestendige Sanctiewet. Dit preconsultatiedocument heeft als doel om gericht inbreng op te halen en daarmee te komen tot betere en effectieve wetgeving die nauwer aansluit bij de nalevingpraktijk. De modernisering zal er onder andere voor zorgen dat het sanctiewettoezicht op bepaalde groepen wordt uitgebreid en gemoderniseerd, dat de mogelijkheden voor overheidsingrijpen worden vergroot en dat er betere gegevensuitwisseling kan plaatsvinden.

Uw inbreng op deze preconsultatie zal worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de nieuwe Sanctiewet en de aanpassing van aanpalende wetgeving. Het uiteindelijke, volledige wetsvoorstel en de bijbehorende toelichting zullen eveneens op een later moment via internetconsultatie ter consultatie worden aangeboden. (…)

  • De bevoegdheden van overheden en uitvoeringsinstanties worden toekomstbestendig ingericht met het oog op bestaande en nieuwe sancties.
  • Het toezicht op de Sanctiewet dat nu geldt voor de financiële sector en een aantal andere partijen zal worden uitgebreid naar nieuwe partijen, waaronder advocaten, notarissen en accountants.
  • De regels voor instellingen die via de Sanctiewet onder toezicht staan, worden gemoderniseerd (voor zowel de bestaande als nieuwe partijen). Denk aan het onderzoek naar klanten, het screenen van deze klanten en het melden van het toepassen van een beperkende maatregel.
  • De strafrechtelijke handhaving van bepaalde schendingen van sancties zal worden aangevuld met een bestuursrechtelijk handhavings-instrumentarium voor schendingen.
  • De ongewenste gevolgen van de toepassing van een bevriezing in Nederland worden opgevangen door het vergroten van de mogelijkheid van overheidsingrijpen.
  • Er komen mogelijkheden tot het plaatsen van aantekeningen in relevante registers om marktpartijen en overheidsorganisaties bewust te maken van het toepassen van een sanctie.
  • Om betere gegevensuitwisseling tussen (overheids)organisaties mogelijk te maken worden de wettelijke grondslagen versterkt.
  • Overige Europese ontwikkelingen, bijv. n.a.v. de op Rusland gerichte sanctiepakketten, worden waar mogelijk betrokken.

De voornemens staan een nota die de titel ‘preconsultatiedocument‘ heeft gekregen.

Het mag dan een consultatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn, de teksten doen denken aan het proza van het ministerie van Financiën, een ministerie dat specialist is in het creëren van een megalomane bureaucratie die weinig effectief is en geen rekening houdt met de verschillende posities van de bedrijven die deze overheidstaken moeten uitvoeren.

Criminalisering van bedrijven
Kenmerkend voor het financiële denken is dat de bedrijven zelf als crimineel worden aangemerkt, lees bijvoorbeeld teksten als (pagina 3 nota, markering door mij):

In de loop der jaren is het aantal sanctiemaatregelen (van niet-financiële aard) sterk gegroeid waardoor meer partijen risico’s lopen op het schenden van sanctiemaatregelen, bijv. door zelf in strijd te handelen met gebods- en verbodsbepalingen of door derden te faciliteren om sancties te omzeilen.

De partijen waarvoor uitbreiding wordt voorzien zijn die partijen die een belangrijke spilfunctie vervullen in het economische verkeer, omdat zij het bijvoorbeeld mogelijk maken dat overeenkomsten tot stand komen, transacties worden uitgevoerd of rechtspersonen worden opgericht. Leidend uitgangspunt is om het toezicht uit te breiden naar groepen die gezien de aard van hun activiteiten een hoger risico lopen op het schenden van de geldende sanctiemaatregelen en het faciliteren daarvan en daarom hun bedrijfsvoering moeten inrichten om dit risico te beheersen.

Het is weer veel ‘risico beheersen’ en ‘faciliteren’. Het zogenaamde ‘schenden’ is in de  nota niet het leveren van producten aan foute Russen, maar het niet signaleren dat de klant aan foute Russen levert.

Aangezien de ‘hoog risico bedrijven’ niet uit zich zelf de wetten naleven, zo denken de schrijvers van de nota, is er veel toezicht en harde bestraffing nodig. In de praktijk betekent dit dat ondernemingen veel tijd en geld moeten besteden aan compliance toneelstukjes [1] (om te laten zien dat zij de wet naleven), zodat er geen tijd meer overblijft voor het echte werk (mogelijke misdaad signaleren).

Gelukkig wordt in de nota wel naar uitvoerbaarheid en effectiviteit gevraagd [2], maar wordt er naar de reacties geluisterd?

Juristen
Uit de nota blijken overspannen verwachtingen op sanctiegebied van de juridische beroepsgroep (onder meer advocaten en notarissen). Waar dat op gebaseerd is, is mij nog steeds een raadsel. Zij verkopen geen producten (zoals exporteurs) en doen niet op grote schaal financiële transacties (zoals banken). Mij lijkt hun rol op het gebied van het signaleren van sanctieovertredingen irrelevant. Noch in de nota, noch in eerdere documenten die ik over het onderwerp las, is iets te vinden over de feitelijke rol van juristen.

Sanctie-ubo
Het ubo-register komt ook in de nota voor, ook al is het ubo-criterium in de sanctieregelgeving anders. Uit de nota:

2.1 Grondslagen voor het gebruik van het UBO-register (uiteindelijke belanghebbende)
Om te weten of een rechtspersoon of juridische constructie onder sancties valt, moeten instellingen weten wie de uiteindelijke belanghebbenden zijn van hun cliënt. Indien een rechtspersoon of juridische constructie voor meer dan 50 procent eigendom is of gecontroleerd wordt door gesanctioneerde personen, valt deze rechtspersoon of juridische constructie zelfstandig ook onder sancties. Om instellingen te assisteren bij het verrichten van dit onderzoek wordt een grondslag gecreëerd zodat zij die een poortwachtersfunctie vervullen bij de sanctienaleving toegang hebben tot de informatie uit de UBO-registers. Deze grondslag is op dit moment voorzien in de Wijzigingswet beperking toegang UBO-registers dat tot 28 juni 2023 ter consultatie voorlag. [7]

[7] Zie hierover: Overheid.nl | Consultatie Wijzigingswet beperking toegang UBO-registers (internetconsultatie.nl).

Als straks ieder bedrijf ‘poortwachter’ is gemaakt, is het ubo-register de facto openbaar.

De overheidskant
Bij snelle doorlezing kom ik niets tegen over de verbetering van de overheidskant van de regelgeving. Een van de problemen van de sanctieregelgeving op dit moment is dat de overheidsinformatie gebrekkig is, een toegankelijke database met regelgeving en toelichting ontbreekt en dat taken over verschillende instanties zijn verspreid.

Tot slot
De compliance industrie zal zich in de handen wrijven, want de regelgeving zal ongetwijfeld nog ingewikkelder en onbegrijpelijker worden en kennis vereisen die bij betrokken ondernemingen niet aanwezig is.

 

Noten

[1] Vastleggen en bewijzen dat er maatregelen zijn genomen, dat die maatregelen regelmatig worden geactualiseerd, dat het personeel voldoende is opgeleid, enzovoorts.

[2] “Vraag 2: Hoe beoordeelt u de uitvoerbaarheid en effectiviteit van de artikelen 1 t/m 3 over de administratieve organisatie en interne controle?“

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels, Ubo-register | Tags: , , , , , | 1 reactie

Europe persists with ‘open finance’ despite criticism from citizens and despite major cybersecurity risks | European financial data access and payments package

Though there was criticism from citizens and NGOs, Europe is proceeding with its ‘open finance‘ plans, promising citizens they will get a “wider range of better and cheaper financial products and services“.
In reality, the proposals are only in the interests of certain sections of the business community and there is a high risk that all the benefits will end up with the well-known big US tech companies.

Commission proposals
The European Commission recently presented its financial data access and payments package, consisting of:

  • Proposal for a Regulation on a framework for financial data access (FIDA Regulation, this is the open finance proposal)
  • Proposal for a Regulation on payment services in the internal market (PSR)
  • Proposal for a Directive on payment services and electronic money services in the internal market (PSD3)

Open finance represents the European desire for all account holders to open up their account data (which contains very large amounts of third-party personal data) to fintech companies, which can use the wisdom they extract from the transaction data to create “innovative” products. The major problems with cybersecurity are mentioned as a concern but are not seriously addressed in the European proposals.

As with PSD2, there is a lack of attention to the fact that payment transaction data includes data of third parties (‘silent third parties’) who have not given their consent for their personal data to be processed.

The European Commission is not taking data protection seriously
Even if there is a verbal commitment to data protection, the reality at the Commission is different.
Read for instance the article by noyb, a NGO that is defending data protection rights of Europeans, on the press conference held by EU Commissioner Didier Reynders. This Commissioner used the official press conference of the European Commission to discredit the work of civil rights organizations like noyb:

Commissioner Reynders used his time on stage to (for the third time) make the allegation that citizens and “non-profits” bring cases before the CJEU as a “business model”. This is an unacceptable attack on the important work of civil rights organizations

Open finance
There is every reason to pay close attention to the European Commission’s open finance proposals.

 

More information:

General information on the financial data access and payments package (European Commission):

FIDA Regulation (draft for an open finance regulation)

PSR and PSD3 (drafts regarding the European payments system)

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Not-for-profit | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

Cryptoconsultaties

Onlangs zijn twee consultaties gestart waarin cryptovaluta centraal staan, die door het ministerie van Financiën als volgt zijn aangekondigd:

Uitvoeringswet verordening bij geldovermakingen en overdrachten van cryptoactiva te voegen informatie.
Het wetsvoorstel strekt tot uitvoering van Verordening (EU) 2023/1113 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 (PbEU 2023, L 150) en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering.

Zie de aankondiging. Net als bij geldtransacties moeten bij cryptotransacties allerlei gegevens van betaler en ontvanger worden meegestuurd, dit alles in het kader van de criminaliteitsbestrijding.

Uitvoeringswet verordening cryptoactiva.
Dit wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht (Wft) ter uitvoering van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 (PbEU 2023, L 150) (MiCA).

Zie de aankondiging. In de Europese verordening ‘MiCA’ worden cryptovaluta gereguleerd op een manier die lijkt op de regulering van de financiële sector.

Mijn indruk is dat voor cryptovaluta strengere regels gelden dan in het gewone betalingsverkeer, maar of dat zo is zullen de cryptovalutaspecialisten moeten uitmaken.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Publicatie persoonsgegevens van verdachte in strijd met artikel 8 EVRM | EHRM

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens besliste in juni dat de Griekse overheid onjuist handelde door een portret en persoonsgegevens van een verdachte van fraude te publiceren, zonder betrokkene op de hoogte te stellen en zonder dat betrokkene in rechte voldoende mogelijkheden had om tegen de openbaarmaking van de persoonsgegevens op te komen. Daarbij speelde een rol dat zij werd verdacht van minder zware feiten dan haar mede-verdachten en dit in de publicatie niet correct naar voren kwam. Het Hof concludeerde dat artikel 8 EVRM was geschonden.

Onderwerp van de procedure (uit de uitspraak):

1. The application concerns the publication of the applicant’s photograph and personal data in the press for a period of six months after she had been charged with certain offences. The applicant complained that the publication had taken place following an order of the public prosecutor to that effect, without her having prior knowledge of it, without her being able to contest the decision and without her being distinguished from her co-accused as regards the offences she had been charged with, which gave the public the impression that she had been charged with more serious (forms of) offences than was actually the case.

Over de vraag of de openbaarmaking gerechtvaardigd was, concludeerde het Hof dat het gegeven de omstandigheden niet het geval was:

60. The foregoing considerations are sufficient to enable the Court to conclude that the interference with the applicant’s right to respect for her private life occasioned by the prosecutor’s order and the police announcement was not sufficiently justified in the particular circumstances of the case and, notwithstanding the national court’s margin of appreciation in such matters, was disproportionate to the legitimate aims pursued. Accordingly, there has been a violation of Article 8 of the Convention.

Dit wordt in overwegingen 50 tot en met 59 toegelicht, onder meer in (markering door mij):

57. Turning to the assessment of the proportionality of that publication and whether the authorities provided relevant and sufficient reasons for it, the Court observes that Greek domestic law provides for certain safeguards when the prosecutor orders the publication of personal data and photographs in the context of pending criminal proceedings, such as notification to the defendant beforehand and a right of appeal. However, in the specific case of setting up or joining a criminal organisation the above-mentioned safeguards do not apply. In particular, the applicant was not informed officially of the publication of her photograph and personal data, either before the publication or afterwards, but was informed of it accidentally through her friends. The Court takes issue with this aspect of the domestic law. In particular, it has already found a violation of Article 8 of the Convention in cases in which the photographs of accused people had been given to the press without their consent when there was no basis for this in domestic law (see Sciacca, cited above, § 30) or when the interference was not justified (see Khuzhin and Others, cited above, § 117). Although a legally binding obligation to obtain an accused person’s consent before the publication of his or her photograph and of the charges faced could run counter to the purpose of the law, the Court nevertheless considers that the applicant should at least have been notified prior to the dissemination of her photograph and the details of the pending criminal charges, since the fact of being the subject of criminal proceedings did not curtail the scope of the broader protection of her private life which she enjoyed as an “ordinary person” (see Sciacca, cited above, § 29).

58. Moreover, the applicant had no right to appeal against the prosecutor’s order for the publication of her photograph and personal data. The law provided that for specific categories of offences, the order would be in force immediately and would be approved by the prosecutor of the Court of Appeal, but without specifying the criteria for such approval (see paragraph 17 above). Even though Article 8 of the Convention contains no explicit procedural requirements, it is important for the effective enjoyment of the rights guaranteed by this provision that the relevant decision-making process is fair and such as to afford due respect to the interests safeguarded by it. Such a process may require the existence of an effective procedural framework whereby an applicant can assert his or her rights under Article 8 under conditions of fairness (see Ciubotaru v. Moldova, no. 27138/04, § 51, 27 April 2010). However, in the circumstances of the present case, the applicant had no opportunity either to be heard prior to the decision being taken or to apply for a review and put forward her arguments after the decision was taken.

59. Lastly, the Court takes note of the applicant’s argument that she had only been charged with the misdemeanour of joining a criminal organisation as provided for in Article 187 § 5 of the Criminal Code and not with the more serious form of that offence as provided for in Article 187 § 1 of the Criminal Code. While the prosecutor’s order described with sufficient clarity the exact offences that the applicant had been accused of, the police announcement in execution of the prosecutor’s order made no distinction among the defendants, stating merely that they had been accused of the offences “as applicable”. The police announcement was later published in the media. In this connection, the Court considers that the processing of personal data relating to criminal charges calls for enhanced protection because of the particular sensitivity of the data at issue (…). It is therefore of the utmost importance that when sensitive data are being published in the context of pending criminal proceedings or in the context of the investigation of criminal offences that those data accurately reflect the situation and the charges pending against an accused person, regard also being had to the observance of the presumption of innocence.

Meer informatie:
Uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 20 juni 2023, ‘Margari v. Greece’, ECLI:CE:ECHR:2023:0620JUD003670516 (no. 36705/16), persbericht Hof, uitspraak.

 

NB Als ik probeer naar de EHRM portal HUDOC te gaan rinkelt het van de adtech. Vreemd.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , | Plaats een reactie

Algoritmerisico’s in Nederland, onder meer bij de misdaadbestrijding | eerste rapportage Autoriteit Persoonsgegevens

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) maakte deze maand de eerste ‘Rapportage Algoritmerisico’s Nederland’ bekend, lees de aankondiging en het rapport. Uit de aankondiging:

Innovaties zoals intelligente chatbots en gebrekkig inzicht in bestaande algoritmes zijn op dit moment de belangrijkste algoritmerisico’s. Dit blijkt uit de eerste Rapportage Algoritmerisico’s Nederland, die de nieuwe directie Coördinatie Algoritmes van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) vandaag heeft gepubliceerd.

Voor meer grip op algoritmes en artificiële intelligentie (AI), moeten overheid en bedrijfsleven nog grote stappen maken. Twee uitdagingen komen op dit moment samen. Ten eerste de snelheid waarmee AI-innovaties de samenleving binnendringen, zoals slimme chatbots. Deze innovaties bieden nieuwe kansen, maar ook nieuwe risico’s.

Ten tweede staat Nederland voor de opgave om inzicht te krijgen in het gebruik van hoogrisico-algoritmes: algoritmes die grote impact hebben op het leven van mensen. In afwachting op Europese wetgeving, zijn nu al concrete acties van de overheid en het bedrijfsleven wenselijk.

Gebruik van algoritmes in de geprivatiseerde criminaliteitsbestrijding (Wwft) en andere misdaadbestrijdingstoepassingen
In het rapport wordt aandacht besteed aan het gebruik van algoritmes in het betalingsverkeer, onder meer in het kader van het opsporen van criminaliteit (‘witwasbestrijding’ en bestrijding terrorismefinanciering).

Betalingsverkeer

Inzet van algoritmes voor monitoring van het betalingsverkeer brengt de verantwoordelijkheid met zich mee om (groeps)discriminatie te voorkomen. Ook voor financiële dienstverlening worden algoritmes ingezet om efficiënter het betalingsverkeer en mogelijk ongewenste transacties te monitoren. In de financiële sector worden de huidige ontwikkelingen verwelkomd vanwege de wettelijke verplichting om het Nederlands betalingsverkeer op een gedegen manier te monitoren op illegale activiteiten. Zo zijn er risico’s op witwassen, financiering van terrorisme en algemenere fraude waarop banken alert moeten zijn en waarnaar zij actief op zoek moeten.

Monitoring van elke individuele transactie is door de omvang van het digitale betalingsverkeer niet mogelijk. Door algoritmes met patroonherkenning toe te passen op basis van data over ongebruikelijke transactiepatronen, modus operandi en risico-indicatoren, kunnen soortgelijke (ongebruikelijke) transacties snel worden herkend. Vermoedelijk illegale transacties kunnen door het systeem worden ‘gepauzeerd’, wat de transactie bevriest. Een medewerker van de bank bekijkt vervolgens –handmatig – of de inschatting van het algoritme terecht is. Bij een false positive, een onterechte aanmerking als mogelijk illegale transactie, merkt de medewerker de melding van het algoritme als foutief aan. De transactie kan dan alsnog doorgaan. Is de melding van het algoritme mogelijk wel terecht, dan kan er verder worden onderzocht of de transactie inderdaad in strijd is met toepasselijke wetgeving.

Inzet van algoritmes voor monitoring is echter niet zonder risico’s. Waar algoritmes ingezet worden om ongebruikelijke patronen te herkennen, bestaat ook snel het risico dat bias kan resulteren in ongewenste discriminerende effecten. Het is essentieel om vooraf mogelijke risico’s voor publieke waarden en grondrechten in kaart te brengen. Maar ook om tijdens de inzet bekende en onvoorziene risico’s te identificeren en te beheersen. Van belang is dat ook hier, net als bij andere toepassingen van technologie in de samenleving, mogelijk een chilling effect kan optreden. Dit dient ook meegenomen te worden bij het identificeren en beheersen van risico’s. Adequate risicobeheersing kan voorkomen dat het inzetten van algoritmes met een hoog risico voor publieke waarden en grondrechten ook daadwerkelijk groepen of individuen treft. De Nederlandsche Bank (DNB) onderzoekt of financiële instellingen beleid en procedures hebben en maatregelen nemen om het risico op discriminatie te beheersen.

Overigens vraag ik me af of DNB wel de geëigende partij is om te zorgen dat financiële instellingen bij de transactiemonitoring en klantenprofilering op grond van de Wwft de grondrechten van burgers respecteren. Tot nu toe is daar weinig van zichtbaar.

Security.nl besteedde in haar bericht aandacht aan de inzet van algoritmes voor monitoring betalingsverkeer en herinnerde aan de kritiek van Privacy First op het bancair sleepnet.

In het rapport van de AP komen ook risico’s op andere terreinen van criminaliteitsbestrijding aan de orde. Onderwerpen zijn onder meer:

# Predictive policing en het Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) van de Nederlandse politie
# Onvolwassen omgang met algoritmes in sommige gemeentelijke organisaties, onder meer bij fraudedetectie en voorspelling.

Onvoldoende toetsing aanbieders
De AP signaleert diverse andere risico’s, onder meer dat aanbieders en hun producten onvoldoende getoetst worden:

Producenten van hoog-risico-systemen voor bijvoorbeeld werving en selectie, onderwijsbeoordelingen, fraudedetectie maar ook predictive policing, hoeven een systeem niet extern te laten toetsen voordat zij dit op de markt kunnen brengen. Een eigen beoordeling van compliance met essentiële eisen en standaarden volstaat. Hierdoor blijft de kans nadrukkelijk bestaan dat niet-geschikte algoritmische systemen met hoog risico op de markt komen en ingezet worden door private en publieke partijen. Een dergelijk systeem verdwijnt pas van de markt als de toezichthouder constateert dat het AI-systeem niet in orde is. Mogelijk is dan al schade aangericht.

Dat is een levensgevaarlijke praktijk!

Aanbevelingen
Het rapport bevat diverse aanbevelingen, onder meer:

Zo lang er nog onvoldoende risicobeheersing is, doen organisaties er daarom verstandig aan terughoudend te zijn met de inzet van algoritmes.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Overleeft de mens de IT? | AI

Nog steeds wordt er veel over kunstmatige intelligentie geschreven, bijvoorbeeld door Mark Thiessen en Kees Verhoeven, Existentieel risico of niet, we moeten AI beheersen (NRC).

Ook de nieuwe criminele mogelijkheden krijgen aandacht, zoals in Cyberkriminelle nutzen vermehrt künstliche Intelligenz door Pascal Derungs (Infosperber) en WormGPT – The Generative AI Tool Cybercriminals Are Using to Launch Business Email Compromise Attacks door Daniel Kelley (Slashnext).

Het zal me benieuwen hoe mensen zullen worden beschermd tegen het ongure volk dat bezig is digitaal de wereld te veroveren.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Consultatie Wet digitale identificatie en authenticatie in de zorg (Wet Diaz)

Tot 17 augustus a.s. loopt een internetconsultatie over het voorstel voor de Wet digitale identificatie en authenticatie in de zorg (Wet Diaz), zie de aankondiging. Introductie op de internetconsultatiesite:

Het wetsvoorstel legt de focus op veilige identificatie en authenticatie voor de zorg met behulp van inlogmiddelen die voldoen aan betrouwbaarheidsniveau hoog én een door de overheid beheerd register voor het verstrekken van identificerende kenmerken van zorgaanbieders en zorgmedewerkers. Hiermee krijgen zorgaanbieders en zorgmedewerkers keuze in welke inlogmiddelen zij gebruiken, zo kunnen zij kiezen voor een middel dat het beste past bij de betreffende werkzaamheden. De goedgekeurde inlogmiddelen beschikken over het betrouwbaarheidsniveau hoog. Deze inlogmiddelen kunnen ook worden gebruikt door zorgverzekeraars en indicatieorganen om het burgerservicenummer van cliënten te raadplegen.

Het voornemen is om inlogmiddelen goed te keuren die zijn erkend onder de Wet digitale overheid, zoals DigiD, gecertifceerd zijn onder de NEN 7518 en die beschikken over een PKI-O-certifcaat. Deze nieuwe veilig inlogmiddelen gaan op termijn de huidige UZI-middelen vervangen.

Zie ook het wetsvoorstel met toelichting en de beleidskompas.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Consultatie Verzamelbesluit gegevensverwerking politie en justitie 2024

Onlangs startte de internetconsultatie over het Verzamelbesluit gegevensverwerking politie en justitie 2024, lees de aankondiging. De consultatie over het conceptbesluit loopt tot 28 september a.s.

De toelichting op de consultatiepagina luidt:

Met dit Verzamelbesluit wordt een aantal aanpassingen gedaan in (onder meer) het Besluit politiegegevens en het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens. In deze besluiten zijn regels gesteld over de verwerking van justitiële gegevens en politiegegevens. De meeste aanpassingen zijn verzocht door verschillende organisaties, zodat zij hun wettelijke taken en plichten (beter) kunnen uitvoeren. Soms gaat het enkel om een technische (bijvoorbeeld tekstuele) aanpassing. (…)

De belangrijkste wijzigingen in dit besluit zijn erop gericht dat verstrekking van justitiële gegevens of politiegegevens aan bepaalde organisaties mogelijk wordt gemaakt. Dat wordt gedaan zodat deze organisaties hun taken en plichten goed kunnen uitvoeren. Een voorbeeld daarvan is dat de verstrekking van justitiële gegevens aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) wordt geregeld. De wetenschappers van het WODC kunnen justitiële gegevens nodig hebben voor de onderzoeken die zij doen. Een ander voorbeeld is dat de verstrekking van politiegegevens aan het Bureau Financieel Toezicht (BFT) wordt geregeld. Het BFT heeft een toezichthoudende taak (op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme) en om goed toezicht te kunnen houden, hebben zij soms politiegegevens nodig.

Inleiding
In het conceptbesluit, waarvan ook een toelichting deel uitmaakt, staat in het algemene deel van de toelichting:

Dit besluit voorziet in een aantal wijzigingen van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (hierna: Bjsg), het Besluit politiegegevens (hierna: Bpg), het Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten, het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren, het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen en het Besluit verplichte politiegegevens. Het betreft een aantal wijzigingen van juridischinhoudelijke aard. Daarnaast bevat het besluit enkele technische wijzigingen en worden bepaalde artikelonderdelen waar nodig geactualiseerd of uitgebreid. De aanpassingen vinden hun aanleiding in een periodieke herijking van voornoemde regelgeving en betreffen met name wensen vanuit de uitvoeringspraktijk. Zij houden verband met het (beter) kunnen uitvoeren en naleven van wettelijke taken en plichten.

De juridisch-inhoudelijke wijzigingen bestaan uit de toevoeging van nieuwe grondslagen voor de verstrekking van justitiële en strafvorderlijke gegevens en politiegegevens, en houden in een enkel geval in het vervallen van een grondslag voor gegevensverstrekking. Met betrekking tot de verstrekking van justitiële gegevens bevat dit besluit een nieuwe grondslag voor gegevensverstrekking aan De Nederlandsche Bank. Daarnaast is in dit kader een nieuwe grondslag in het leven geroepen voor het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De grondslag voor het verstrekken van justitiële gegevens aan Joh. Enschedé Facilities BV is komen te vervallen. In het Besluit politiegegevens zijn grondslagen toegevoegd voor het kunnen verstrekken van politiegegevens aan een aantal instanties ten behoeve van het uitvoeren van hun taken. Het gaat hierbij om het Nationaal Cyber Security Centrum, de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, het Bureau Financieel Toezicht, het Bureau Toezicht Wwft, de Kansspelautoriteit, de Nationale Ombudsman, de belastinginspecteur, de Politieacademie, en de korpschef.

Hierna bespreek ik enkele elementen van het voorstel.

WODC
Opvallend is dat het WODC gepseudonimiseerde gegevens krijgt. In de toelichting staat daarover het volgende:

In de praktijk worden de justitiële gegevens door Justid aan het WODC verstrekt, waarbij wordt gewerkt met een kluisprocedure. Het WODC versleutelt (pseudonimiseert) de gegevens en slaat ze op in de onderzoeks- en beleidsdatabank justitiële documentatie (hierna: OBJD), zodat zij door de wetenschappers van het WODC enkel versleuteld worden gebruikt voor het wetenschappelijke onderzoek. Alleen waar dat noodzakelijk is voor specifiek onderzoek worden gegevens terug-herleid om aan andere gegevens gekoppeld te worden. Na deze koppeling vindt opnieuw versleuteling plaats. De gegevensverstrekking vindt elektronisch plaats via een beveiligde verbinding en de systemen waar de gegevens in worden opgeslagen hebben een adequaat beveiligingsniveau. Op deze manier wordt gewaarborgd dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen om wiens gegevens het gaat, zeer beperkt

is, al dan niet afwezig. Nadat eenmalig een volledig bestand is verstrekt, worden vervolgens alleen de gegevens geleverd die wijzigen.

Na de verstrekking van de justitiële gegevens door Justid aan het WODC vallen de gegevens niet meer onder het regime van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, maar als strafrechtelijke gegevens onder het regime van de AVG. Daarbij gelden specifieke regels op het gebied van verwerking van gegevens voor wetenschappelijke onderzoek. Na verstrekking bepaalt het WODC op basis van de AVG wat de bewaartermijn van de gegevens in de OBJD is. De bewaartermijnen houden onder andere rekening met de periode waarover de gegevens redelijkerwijs beschikbaar moeten zijn voor het uitvoeren van onderzoek en het principe van controleerbaarheid en wetenschappelijke integriteit. De gegevens in de OBJD worden in beginsel langdurig bewaard, omdat deze langdurig beschikbaar moeten zijn voor onderzoek naar criminele carrières, recidive en historisch criminologisch onderzoek. Elke drie jaar wordt opnieuw gemotiveerd waarom en hoe lang de gegevens bewaard blijven. Het WODC ziet hierop toe en legt dit vast. Door een expliciete motivatie voor het bewaren van de gegevens wordt tegemoetgekomen aan de beginselen van dataminimalisatie in de AVG.

Voor de gegevensverstrekking aan het WODC is een gegevensbeschermingseffectbeoordeling – beter bekend als een data protection impact assessment (hierna: DPIA) – vastgesteld. Hierin is met inachtneming van het voorgaande (zoals de waarborgen als de versleuteling van gegevens en de maatregelen rondom de beveiliging daarvan) positief geadviseerd over deze wijziging in het Bjsg.

Uit het tweede lid van dit nieuwe artikel volgt dat het WODC gepseudonimiseerde gegevens ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistiek verder kan verstrekken aan derden, ofwel onderzoekers die niet werkzaam zijn bij het WODC, die daar om verzoeken. Als gezegd betreft het nieuwe artikel 31a een structurele grondslag voor verstrekking van justitiële gegevens aan het WODC ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek. De aan het WODC verstrekte gegevens worden geautomatiseerd versleuteld (gepseudonimiseerd) opgeslagen in de OBJD en er wordt gebruik gemaakt van de eerdergenoemde kluisprocedure. Het WODC kan hierdoor snel en doorlopend gebruik maken van de betreffende gegevens voor wetenschappelijke onderzoeken in versleutelde vorm én met de juiste waarborgen op het gebied van privacyregelgeving. Indien de versleuteling telkens via Justid moet gebeuren duurt dit langer. Bovendien hoeft er op deze wijze minder capaciteit aan de zijde van Justid te worden aangesproken. Met het oog op de behartiging van voornoemde veiligheidswaarborgen en efficiëntiedoeleinden is het de bedoeling dat wetenschappelijke onderzoekers die niet werkzaam zijn bij het WODC, het WODC verzoeken om de gepseudonimiseerde gegevens uit de OBJD te verkrijgen, indien zij deze nodig hebben ten behoeve van specifieke wetenschappelijke of statistische onderzoeken. Het derde lid bepaalt dat het WODC aan deze verstrekking voorwaarden kan verbinden. In elk geval zullen deze voorwaarden inhouden dat het WODC bij de behandeling van een verzoek om gegevensverstrekking eenzelfde procedure toepast als wanneer het gaat om het gebruik van gegevens voor wetenschappelijk onderzoek door het WODC zelf. Deze procedure houdt in dat de onderzoeker door middel van documentatie, zoals bijvoorbeeld een onderzoeksvoorstel, datamanagementplan en DPIA, moet aantonen dat de gegevens nodig zijn ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek. Bij de beoordeling van een verzoek worden de criteria gehanteerd die zijn vastgelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de wet- en regelgeving omtrent gegevensbescherming, conform het databeleid van het WODC. Een verzoek van een onderzoeker die niet werkzaam is bij het WODC om nietgepseudonimiseerde gegevens zal, zoals ook thans het geval is, op grond van artikel 31 moeten worden beoordeeld door de minister.

Afpakken
De wijzigingen hebben ook betrekking op ontneming (afpakken). Het doel van de wijziging is om de informatiepositie van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) met betrekking tot de omvang en vindplaats van mogelijke vermogensbestanddelen waarop verhaal mogelijk is te verbeteren:

Het CJIB heeft in het kader van een goede taakuitvoering van reeds andere opgelegde taken namelijk aangegeven in meer gevallen politiegegevens nodig te hebben die door de politie of een bijzondere opsporingsdienst, zoals de FIOD, worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c, Wpg. Gegevens uit opsporingsonderzoeken en gegevens waarmee inzicht wordt verkregen in de betrokkenheid bij ernstige criminaliteit kunnen inzicht verschaffen in het vermogen van een persoon. Het CJIB heeft deze gegevens niet alleen nodig ten behoeve van de inning van een ontnemingsmaatregel, maar ook voor het innen van andere geldelijke sancties, zoals geldboetes, de maatregel kostenverhaal, de schadevergoedingsmaatregel en het verbeurdverklaren van niet in beslag genomen voorwerpen, waarbij het vermoeden is dat er vermogen is weggesluisd of verhuld. De tenuitvoerlegging van deze geldelijke sancties kan mede omvatten het instellen van een Strafrechtelijk Executie Onderzoek, een gijzelingsprocedure, het veilig stellen van voorwerpen of het verstrekken van een opdracht aan een gerechtsdeurwaarder om beslag te leggen.
De gegevens die het CJIB ontvangt uit de infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV; een samenwerkingsverband tussen de politie, Belastingdienst, Douane, FIOD, CJIB, Financial Intelligence Unit, bijzondere opsporingsdiensten en het openbaar ministerie, dat rapportages met gegevens levert) zien hoofdzakelijk op fiscaal geregistreerde inkomen en vermogen. Verhuld vermogen blijft daarbij buiten beeld. De ruimere mogelijkheid voor verstrekking van politiegegevens aan het CJIB is daarom noodzakelijk, zodat aan de hand daarvan een goed beeld van iemands vermogenspositie kan worden gevormd, het door de veroordeelde verhulde vermogen beter in kaart kan worden gebracht en geldelijke sancties beter kunnen worden geïnd. (…)

Met betrekking tot informatie van het Team Criminele Inlichtingen (hierna: TCI) (politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 10, eerste lid, onderdeel a, Wpg) wordt nog opgemerkt dat deze informatie vaak zachte gegevens bevat over personen die mogelijk betrokken zijn bij zware criminaliteit. De betrouwbaarheid van dergelijke informatie kan niet altijd worden vastgesteld. Voor de verwerking van dergelijke gegevens geldt binnen de politie een strikt regime. Het ligt dan ook in de rede dat de verstrekking aan het CJIB ten behoeve van de inning van geldelijke sancties wordt beperkt tot de TCI-gegevens die operationeel gebruikt kunnen worden (gegevens met de afhandelingscodes 11 (operationeel te gebruiken) of 01 (alleen te gebruiken na overleg met de afzender), als bedoeld in bijlage I bij het Besluit verplichte politiegegevens). De politie dient te allen tijde een afweging te maken ten aanzien van de verstrekking, waarbij rekening wordt gehouden met de te verstrekken gegevens en de taak waarvoor het CJIB die gegevens nodig heeft. Het hoofd van het TCI wordt betrokken bij deze afweging en de wijze waarop de gegevens worden verstrekt. Indien het in het kader van de uitvoering van de wettelijke taken van het CJIB of naar aanleiding van een vordering daartoe nodig is om de gegevens aan een derde te verstrekken, zoals in geval een gerechtsdeurwaarder de opdracht krijgt om beslag te leggen, verstrekt het CJIB alleen de gegevens die noodzakelijk zijn voor de beslaglegging, zoals administratieve kenmerken en de locatie van een voorwerp.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)
Het NCSC krijgt het recht gegevens te ontvangen. Het IP-adres speelt hier een rol in, al is dat niet persoonlijk als van een VPN gebruik wordt gemaakt:

Ten behoeve van slachtoffernotificatie zal in de meeste gevallen het Internet Protocoladres (hierna: IP-adres) van het besmette systeem van een slachtoffer worden gebruikt voor notificatie. Het IP-adres zal via het NCSC gedeeld worden met andere partijen die genoemd zijn in de Wbni, zoals organisaties die tot taak hebben anderen te informeren, aangewezen computercrisisteams, of de Internet Service Providers (hierna: ISP). Deze partijen hebben goed zicht op hun achterban en kunnen hen notificeren. Een ISP kan dan bijvoorbeeld een vertaling doen naar welke klant er achter het IP-adres zat op het specifieke tijdstip. Vervolgens kan de ISP een notificatie naar de klant sturen, waarna de klant het besmette systeem (bijvoorbeeld een laptop of smartphone) kan identificeren aan de hand van de context over het besmette systeem die aan hem wordt meegegeven. Het is daarom essentieel, en in het belang van het slachtoffer, dat bij de slachtoffernotificatie zo veel mogelijk context wordt meegegeven over het besmette systeem die kan helpen bij de identificatie van het systeem. Dreigingsinformatie kan van verschillende niveaus zijn. In sommige gevallen is deze informatie herleidbaar tot individuele aansluitingen, die vervolgens weer herleidbaar kunnen zijn tot personen. Voor die gevallen is het noodzakelijk om een grondslag tot verstrekking van politiegegevens te creëren.

Wwft-toezichthouders
Ook de toezichthouders onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) krijgen politiegegevens. Aan de toelichting te zien richt de gegevensverstrekking zich primair op de Wwft-plichtige zelf:

De politie en andere opsporingsdiensten kunnen op grond van hun taakoefening beschikken over feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat er een gerede kans is dat instellingen zich niet houden aan de verplichtingen zoals neergelegd in de Wwft. Het gaat daarbij voornamelijk om opsporingsgegevens, maar ook om informatie uit de dagelijkse politiepraktijk. Gedacht kan worden aan uitspraken uit getapte telecommunicatie en uit verhoren of constateringen uit in beslag genomen administratie. Daarnaast kan informatie over relevante politiële antecedenten of betrokkenheid bij eerdere, soortgelijke strafbare feiten van belang zijn. Voor het effectief uitoefenen van risicogebaseerd Wwft-toezicht door de toezichthouders is het belangrijk dat deze politiegegevens op structurele basis kunnen worden gedeeld met de voornoemde, landelijk georganiseerde toezichthouders op niet-financiële Wwft-instellingen. Primair betreft de gegevensverstrekking informatie over rechtspersonen die een functie vervullen als poortwachter in het kader van de Wwft. Secundair betreft het ambtshouders of medewerkers die de overtredingen begaan of faciliteren.

Overigens heb ik de indruk dat de praktijk van de Wwft is te bekijken welke Wwft-plichtigen diensten voor een crimineel hebben verricht, waarbij het om volledige reguliere diensten kan gaan die niets met enig crimineel handelen te maken hebben.

Voorbeeld:
als een boekhouder de administratie van een bv van een crimineel, maar met gewone bedrijfsactiviteiten, heeft samengesteld, heeft die boekhouder niets crimineels gedaan. Echter, zodra een Wwft-plichtige diensten verleent aan een crimineel zal hij of zij onschuld moeten bewijzen, door te laten zien het complete cliëntenonderzoek te hebben gedaan. Bij boekhouders komt daar dan nog bij dat gekeken moet worden of iets crimineels uit de administratie is af te leiden.

Anders gezegd: zodra een crimineel tegen de lamp loopt, wordt iedereen die diensten aan hem heeft geleverd onder de loep genomen, om te kijken of hij of zij wegens nalatigheid op grond van de Wwft kan worden bestraft.

Relatie met Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS)?
Op dit moment worden al op grote schaal persoonsgegevens door allerlei overheidsinstanties uitgewisseld. Met het geconsulteerde ontwerp wordt dat nog meer. De vraag rijst dan wel wat de toegevoegde waarde van het wetsvoorstel WGS nog is.

Tot slot
Zie voor verdere details het ontwerpbesluit met toelichting. Ik ben benieuwd of er iemand bezig is met het Nederlandse gegevensuitwisselingslandschap, want het ziet er knap ingewikkeld uit.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie