Gezagscrisis

Op de site van Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) wordt een interessante publicatie aangekondigd, die als titel ‘De gezagscrisis’ heeft en is geschreven door filosoof Ad Verbrugge:

De gezagscrisis

In het essay De gezagscrisis stelt filosoof Ad Verbrugge dat de postmoderne mens en de vermarkte overheid beide poreus zijn geworden en zichzelf nauwelijks nog bij elkaar kunnen houden.

Totstandkoming
In 2022 – bij de start van het adviestraject Het gezag van de overheid – vroeg de Raad voor het Openbaar Bestuur Ad Verbrugge een essay te schrijven over dit thema. Dat essay lag ten grondslag aan het in november 2022 verschenen ROB-signalement Gezag herwinnen – over de gezagswaardigheid van het openbaar bestuur.
Ad Verbrugge heeft zijn oorspronkelijke essay daarna verder uitgewerkt in de lijvige publicatie De gezagscrisis, dat in juni 2023 verscheen bij Boom uitgevers. Hierbij treft u die hoofdstukken aan uit De gezagscrisis die een link hebben met het oorspronkelijke essay uit 2022.

Over de auteur
Ad Verbrugge is docent sociale en culturele filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Het essay kan via de site van de ROB gedownload worden.

Reactie Huri Sahin
ROB-raadslid Huri Sahin gaf tijdens de Atrium-lezing ‘De betrouwbare overheid’ op 1 juni jl. een reactie op het essay van Verbrugge en sprak daarnaast over het eerder verschenen ROB-signalement ‘Gezag herwinnen’, zie dit bericht. Sahin’s presentatie kan hier gedownload worden.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Debatavond 19 september 2023 – ‘Privacy in Europa’

Op 19 september a.s. organiseert Privacy First een debatavond over privacy in Europa. In de aankondiging staat onder meer:

Nelleke Groen (voormalig bestuurslid van Stichting Privacy First) presenteert deze avond en voelt de sprekers en de genodigden nieuwsgierig en kritisch aan de tand over ‘Privacy in Europa’.

Privacy in Europa
Vanuit Europa is er veel aandacht voor onze persoonlijke data. In sommige gevallen is dit wenselijk (“Prominenten eisen regulering rondom AI”), maar in andere gevallen roept het kritische vragen op. Zoals: de voorstellen over Open Finance, de gevolgen van de European Digital Health Space, en de Digital Services Act. Op de laatste debatavond (van 16 mei) bleken de standpunten over dit soort onderwerpen sterk van elkaar te verschillen, met heftige debatten tot gevolg.

Goed beslagen ten ijs
Stichting Privacy First wil zich duidelijk en goed gefundeerd kunnen uitspreken over Europese onderwerpen. Hiertoe moeten standpunten worden geformuleerd die kloppen, en helder zijn, nadat alle voors en tegens goed zijn onderzocht. Daar hebben we ú voor nodig! Tegelijkertijd kunt u er zelf ook veel baat bij hebben.

De avond vindt plaats van 20-22 uur in de Eendracht te Abcoude. Aanmelding is mogelijk per e-mail of via dit formulier.

Geplaatst in Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Maakt het gebruik van encryptie en VPN iemand verdacht?

Voor Privacy First schreef ik onderstaand artikel:

 

Maakt het gebruik van encryptie en VPN iemand verdacht?

Encryptie en VPN’s zijn nuttige hulpmiddelen om je te beschermen tegen online narigheid. Maar de Europese bankentoezichthouder (EBA) en de Franse overheid verklaren je daarmee tot een verdacht persoon. Dat is kwalijk en verontrustend. Hoe zit dit allemaal in elkaar? Privacy First legt het uit.

Op dit moment heb je weinig mogelijkheden om je te beschermen tegen de grenzeloze datagraaizucht van advertentiebedrijven als Google en Meta (Facebook) met hun ‘gratis’ producten. Een van de weinige mogelijkheden die er wél zijn, is het gebruik van een VPN (virtual private network), waardoor je eigen IP-adres wordt vervangen door het IP-adres van de VPN-server. Een VPN is dus nuttig voor iedereen die zorgen heeft over tracking: het volgen van je surfgedrag (door advertentiebedrijven) op basis van je IP-adres.

Daarnaast versleutelt een VPN je internetverbinding, waardoor je bijvoorbeeld veiliger gebruik kunt maken van openbare wifi.

Een andere bron van narigheid zijn e-mail en messaging. Gewone e-mail (bijvoorbeeld via Outlook, Gmail of Thunderbird) is een notoir onveilige communicatievorm, die je veiliger kunt maken door je mail te encrypten. Niet voor niets heeft de Nederlandse Rechtspraak ervoor gekozen alleen beveiligd te mailen via een van de gecontroleerde aanbieders.

Bij een messaging-toepassing als WhatsApp is die encryptie al het geval, maar daarbij speelt weer het probleem dat het een product van een advertentiebedrijf (Meta/Facebook) is, met alle privacy-risico’s van dien. Een goed alternatief voor WhatsApp is het onafhankelijke Signal (dat ook encryptie toepast).

Tenslotte is het voor iedereen aan te bevelen om ook data-dragers (zoals harde schijven en USB-sticks) te encrypten en te beveiligen tegen onrechtmatige toegang.

Europese bankentoezichthouder: VPN is verdacht
De Europese bankentoezichthouder European Banking Authority (EBA) leeft in een andere wereld, want in een consultatiedocument over criminaliteitsbestrijding door financiële instellingen veronderstelt deze organisatie dat het gebruik van geëncrypte e-mail (zoals de door de Rechtspraak aanbevolen diensten) en het gebruik van VPN een aanwijzing kunnen zijn voor criminele activiteiten.

De EBA denkt dat het IP-adres van een klant ‘vast’ bij een klant hoort, wat bij VPN niet het geval is. Je kunt immers met meerdere mensen gebruik maken van een VPN-dienst, waardoor iedereen het IP-adres van de bijbehorende VPN-server krijgt. De toezichthouder zegt echter dat het verdacht is als de klant een IP-adres gebruikt dat gekoppeld is aan meerdere klanten (wat dus juist bij VPN het geval is) of als het IP-adres ‘inconsistent’ is met andere informatie over de klant. Eveneens merkwaardig is dat de EBA bij hoog-risicoklanten adviseert om het IP-adres vaker te checken en te zien of dat IP-adres ook bij andere klanten in gebruik is.

Uit het consultatiedocument blijkt verder dat financiële producten met privacy-bevorderende kenmerken een aanwijzing kunnen vormen voor criminaliteit. Het is een vergissing van de EBA om te veronderstellen dat privacy-enhancing features per definitie fout zouden zijn. Dat soort features zijn juist zeer gewenst en moeten beslist bevorderd worden. Privacy betekent namelijk niet dat de klant onbekend is, maar dat er maatregelen zijn om het onnodig rondslingeren van gegevens te voorkomen. Iets wat gelet op het zeer grote aantal datalekken, ook bij de overheid, zeer gewenst is.

Franse burgers zijn verdacht omdat zij hun computers versleutelden
Het voorgaande sluit goed aan bij de alarmbel die de Franse privacy-organisatie La Quadrature du Net (LQDN) onlangs luidde, in een artikel over Franse burgers, die door de Franse overheid werden verdacht van terrorisme. Omdat zij communiceerden via Signal, en hun hardware hadden geëncrypt.

Communiceren via Signal en het encrypten van je hardware is juist heel verstandig, gelet op de risico’s die iedereen loopt door de datagraaipraktijken van advertentiebedrijven en criminelen. LQDN is dus heel boos op de Franse overheid, en concludeert dat die volledige transparantie van iedere burger eist, op straffe van verdenking van criminaliteit of terrorisme, waarmee de gegevensbeschermingsrechten van burgers worden geschonden.

Gegevensbescherming is nodig
Het voorgaande geeft aan hoe belangrijk het is dat overheden erop worden gewezen dat gegevensbescherming nodig is ter bescherming van mensen.

Gegevensbeschermingstips: kijk op www.fixjeprivacy.nl en www.laatjeniethackmaken.nl.

 

Aanvulling
In bovenstaand artikel spreek ik over dit consultatiedocument van EBA en over het artikel Criminalization of encryption: the 8 december case van La Quadrature du Net.

 

 


Aanvulling 11 juli 2023
Rosanne Hertzberger schreef voor het NRC de mooie column Vóór digitale privacy? Wat ben je, een terrorist of pedofiel? (ik mis alleen nog de witwasser in de titel).

Aanvulling 29 april 2024
De Europese politie is van mening dat burgers zich niet mogen beschermen tegen datagraaiende advertentiebedrijven, criminelen en ander onguur volk, lees bij security.nl Politiechefs roepen overheden op uitrol end-to-end encryptie te stoppen, die verwijst naar een bericht van Europol. Zie eerder OM: versleutelde chatapps wegens vele criminele berichten nieuwe darkweb

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | 3 reacties

ISO-standaard voor SWIFT-messaging

Niet alleen de organisaties die financiële surveillance van iedere burger promoten zijn geïnteresseerd in de mogelijkheden die het SWIFT messaging systeem biedt.

Onlangs verscheen dit artikel over het Aurora project van BIS, waarin wordt gemeld dat er een nieuwe ISO-standaard voor financiële messaging is, ISO 20022, die in de plaats komt voor de huidige norm, ISO 15022. Ook hier wordt gesproken over de data analyse mogelijkheden die het SWIFT-messaging systeem biedt:

Using the network approach, AI and machine learning could be applied to identify suspicious activity. (…)

ISO 20022 could enhance capabilities
BIS highlighted that global adoption of the ISO 20022 financial messaging standard could be opportune for deploying such systems. (…)
ISO 20022 allows for a much higher level of transaction data than the previous standard (ISO 15022). More data could drive financial institutions’ ability to target issues and create new products based on data analysis.

al wordt geconstateerd: “Privacy caught in the crossfire“.

 

Lees de berichten op dit blog over SWIFT en financiële surveillance.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Identiteitsfraude wordt bevorderd door de excessieve hoeveelheid persoonsgegevens die overal rondzwerven, zoals in de witwasbestrijding | proefschrift N.S. van der Meulen

Het proefschrift van N.S. van der Meulen uit 2010 over identiteitsdiefstal [1] , waarin zij met name aandacht besteedt aan financiële identiteitsfraude, is actueler dan ooit. Opvallend is dat de ontwerpers van de regels voor private criminaliteitsbestrijding (bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering door bedrijven, onder meer  banken), hier geen aandacht aan besteden.

Onderwerp van het proefschrift is de vraag hoe overheden, financiële dienstverleners, consumenten en anderen financiële identiteitsdiefstal faciliteren. Verder geeft zij aandacht aan de implicaties voor bestaande maatregelen.

Digitalisering zorgt voor toename van criminele mogelijkheden
In het proefschrift wordt beschreven hoe de digitalisering van processen bij zowel overheid als private partijen bijdragen aan de toename van criminele mogelijkheden. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat bij digitalisering de primaire aandacht ligt bij het functioneren van de software en gegevensbescherming een (dure) sluitpost is. Als voorbeeld worden de risico’s van creditkaarten genoemd [2]. De toenemende risico’s zijn ook een gevolg van de focus op gebruiksgemak [3]:

Gemak is echter vaak een vijand van beveiliging. Dit wordt in deze studie mede geïllustreerd door het feit dat gebruikersgemak zich vaak vertaalt naar gemak voor de criminele wereld, omdat laagdrempeligheid voor gebruikers vaak ook misdadige activiteiten faciliteert.

De waarde van identiteitsgegevens is toegenomen, doordat de omvang van digitale identificatie toeneemt. Van der Meulen signaleert dat het belang van het onder meer het Nederlandse burgerservicenummer is toegenomen met een navenante groei van de gegevensbeschermingsrisico’s.

De Nederlandse overheid heeft op dit punt met het inlogmiddel DigiD het slechte voorbeeld gegeven, door het heel lang mogelijk te maken dat kon worden ingelogd met alleen inlognaam en wachtwoord [4].

Overvloed aan gegevens
Voorts, zo signaleert Van der Meulen, is sprake van een overvloed aan gegevens, die beschikbaar en toegankelijk zijn. Zowel de overheid als private partijen (onder meer data handelaren) verzamelen op zeer grote schaal gegevens over mensen. Deze ontwikkeling is versterkt door de gedachte van overheden dat veel gegevens zouden bijdragen aan verbetering van veiligheid en bestrijding van de misdaad [5]:

Naast de mogelijkheid om steeds meer gegevens te verzamelen en op te slaan hebben partijen, de staat als beschermer in het bijzonder, ook de noodzaak hiervan benadrukt. Deze noodzaak komt voort uit de overtuiging dat het verzamelen en opslaan van gegevens een geschikt middel is om risico’s te verkleinen en om bij te dragen aan ‘publieke veiligheid’, of althans het veiligheidsgevoel van burgers en consumenten. De gebeurtenissen van 11 september 2001 en de algemene strijd tegen terrorisme hebben, zowel in de Verenigde Staten als in Nederland, de behoefte aan het verzamelen en opslaan van gegevens versterkt. Deze tendens om het verzamelen en opslaan van gegevens in te zetten als middel om risico’s te verkleinen en misdaad te verminderen is al enige tijd aanwezig, zoals bleek uit een analyse van de achtergrond van antiwitwaswetgeving. Terwijl het verzamelen en opslaan van gegevens vaak wordt ingezet als middel om publieke veiligheid te bevorderen, kunnen deze activiteiten echter ook een potentiële staat van individuele onveiligheid faciliteren.

Van der Meulen signaleert dat de grootschalige verzameling van persoonsgegevens riskant is voor burgers, nu de informatiebeveiliging niet altijd op orde is. Als voorbeeld worden de datalekken bij data handelaren in de VS (informatiehandelbureaus) genoemd. Deze branche vormt een aantrekkelijk doelwit voor identiteitsdieven, mede omdat het bestaan van deze industrie de toegankelijkheid van persoonsgegevens vergroot.

Voorts speelt een rol dat het internet een onveilige omgeving is, waaraan internet service providers onvoldoende bijdragen (paragraaf 7.4).

Financiële sector centraal bij identiteitsfraude
Criminelen richten hun primaire aandacht op de financiële sector, aangezien daar iets te halen valt en identiteitsfraude daarbij een hulpmiddel is. Hoofdstuk 5 van het proefschrift heeft financiële dienstverleners als onderwerp. Diverse deelonderwerpen passeren de revue, onder meer misbruik van creditkaarten en pinpas, en kredietregistratie door BKR. De risico’s van skimming (pinpas) en internetbankieren worden uitgebreid vermeld.

Aan het slot wordt geconstateerd dat financiële dienstverleners een centrale rol spelen in het faciliteren van financiële identiteitsdiefstal, waarbij de risico’s in de VS groter zijn dan in Nederland [6]. Hoewel er maatregelen zijn genomen, nemen de risico’s toe:

As a result, the continuous advancements made by perpetrators with respect to their methods have engaged the financial industry into a rat race which challenges banks to maintain an acceptable balance between security and user convenience. The best state of affairs then to achieve appears to be reasonable insecurity.

De ‘gratis’ diensten van advertentiebedrijven, onder andere Facebook, spelen een belangrijke rol bij financiële identiteitsfraude. Dit wordt in hoofdstuk 6 van het proefschrift beschreven [7]. Er lijkt in 2023 weinig veranderd te zijn aan de digitale naïviteit van de gebruikers van de ‘gratis’ diensten. Het proefschrijft beschrijft dat er een ontwikkeling gaande is dat diefstal van gegevens niet meer alleen via de gratis diensten gaat, maar ook via allerlei andere wegen, die voor de gebruiker lastiger te detecteren zijn:

The lack of active consumer involvement means consumers facilitate aspects of financial identity theft without actually having the ability to prevent such facilitation.

Dat betekent dat maatregelen gericht op ‘bewustwording’ van de gebruiker onvoldoende zijn [8].

Ook het onoverzichtelijke landschap van betaaldienstverleners en -tussenpersonen is riskant voor burgers, zie paragrafen 7.2 en 7.3 van het proefschrift. Het geldezel-gebeuren is onderwerp van paragraaf 7.5.

Privatisering van de bestrijding van criminaliteit en terrorisme
In het proefschrift [9] wordt beschreven hoe verificatie van de identiteit een centrale rol speelt in de private criminaliteitsbestrijding in Nederland, wat begon met een vrijwillige gedragscode voor banken. Daar kwam wetgeving voor in de plaats, geïnspireerd door de G7 (FATF) en Europa. Het begon met de Wet identificatie bij dienstverlening (Wid) en Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT). Deze wetten werden later samengevoegd tot de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de reikwijdte werd verbreed tot een grote groep van ondernemingen.
Deze regelgeving leidt tot grootschalige gegevensverzamelingen over mensen en organisaties, niet alleen bij financiële instellingen maar ook bij de vele andere ondernemingen die een criminaliteitsbestrijdingstaak hebben gekregen. Gevolg van de nadruk op identificatie is dat identiteitsgegevens steeds interessanter worden voor criminelen:

The curious aspect about this approach to money laundering is how the emphasis placed on the correct identification of the client also places a premium on identities themselves. For such requirements increase the necessity for those involved in money laundering practices to misuse the identity of another person in an effort to prevent potential repercussions. As a result the recommendations set forth could potentially lead to a displacement of the problem through the commitment of identity related crime in an effort to accomplish the money laundering objective. (…) Identity becomes a principal tool for perpetrators of money laundering to circumvent the requirements provided through the anti-money laundering framework.

Financiële instellingen tobben al langer met de identificatievereisten, zo beschrijft de paragraaf. In 2005 begonnen banken te vragen om een kopie van een identiteitsbewijs. Echter:

The claim, however, was misleading as the requirement for a copy of the passport was merely one interpretation of the law; it was not an explicit mandate. The Minister of Finances along with the Dutch Central Bank decided the method used by the banks to verify the identity of existing clients was not unlawful.

Het kopietje paspoort wordt juridisch wel mogelijk, maar uiteindelijk is de primaire eis in de wet is dat bepaalde gegevens inzake het identiteitsbewijs worden geregistreerd:

Through the introduction of the prevention of money laundering and financing terrorism act, the government removed the fiscal obligation to maintain a copy of the identification document by financial service providers. The Act instead requires financial service providers to obtain and store the information maintained on the identification document. In particular the Act requires the service providers to store the following information once the service provider has identified and verified the identity of the client: name, date of birth, address, and the city of residence. Even so, the Act still provides financial service providers with the opportunity to request a copy of an identification document since the Act states “…or a copy of a document which contains a personal identification number and was used for identification of the client.”

Hoe vaak identiteitsfraude bij banken in Nederland voorkomt, is volgens Van der Meulen niet bekend [10].

De beschikbaarheid van persoonsgegevens is een grote rol gaan spelen in de bestrijding van misdaad en terrorisme, zo wordt in paragraaf 8.1 beschreven. Individuele gegevensbescherming moet wijken voor de misdaadbestrijding. Er is een obsessie met gegevensverzameling, waarbij Den Tex wordt geciteerd:

It’s natural. Governments, companies and especially large companies, all over the world have this insatiable HUNGER. The poor things. It is not Hunger, of course, it is obsession. Pure obsession. What they need is therapy. Intensive therapy. Their information hunger has turned into to full scale irreversible information obesity. They cannot live without feeding their obsession.”

Handelaren in persoonsgegevens
Die gegevenshonger wordt onder meer bevredigd door een sector die nog steeds ongereguleerd is, te weten de handelaren in persoonsgegevens (advertentiebedrijven zoals Google, kredietbeoordelingsbedrijven en leveranciers van criminaliteitsbestrijdingsinformatie). Die sector is een van de grootste risico’s voor de gegevensbescherming van burgers.

Van der Meulen beschrijft dat datahandelaren [11] in de financiële sector een grote rol spelen. Zie leveren kredietwaardigheids- en criminaliteitsbestrijdingsinformatie. Hun belang is gegroeid, ook al zijn zij bij het publiek onbekend. Zij vormen een gegevensbeschermingsrisico voor burgers, wat door grote datalekken aan het licht is gekomen. Daarvan is het ChoicePoint datalek in de VS een voorbeeld. Criminelen maakten een klantenaccount aan en haalden een grote hoeveelheid persoonsgegevens van Amerikaanse burgers binnen. Met die gegevens werden vijftig nepbedrijven opgezet met gebruikmaking van persoonsgegevens van nietsvermoedende burgers [12]. Daarna werden datalekken bij andere Amerikaanse handelaren bekend, zoals bij LexisNexis, (niet genoemd in het proefschrift) Experian en vele anderen.
In Nederland is door de voorganger van de Autoriteit Persoonsgegevens onderzoek gedaan naar illegale praktijken van bepaalde datahandelaren (handelsinformatiebureaus) [13].

Voor zover ik weet is er sinds het afronden van het proefschrift onvoldoende veranderd. Het is  hoog tijd voor vergunningplicht voor dit soort activiteiten, ongeacht of de datahandel op het gebied van marketing, kredietwaardigheid of misdaadbestrijding plaats vindt.

Overheid is informatiebron voor criminelen
Van der Meulen concludeert dat overheidsinstellingen de belangrijkste bron van informatie voor identiteitsfraudeurs zijn [14]:

This leads to the development of an overall image which assumes that for potential perpetrators of financial identity theft government agencies may generally form a more attractive target to facilitate the first stage of financial identity theft. They may use information agencies as an intermediary, but this seems far less likely than in the United States, where the industry itself actually maintains an important place in the information market.

Dat zou een les moeten zijn die gevolgen heeft voor de omgang met persoonsgegevens in (semi-)openbare registers, zoals het handelsregister, het ubo-register en open overheidsdata.

Slotopmerkingen
Het is een lezenswaardig proefschrift dat nog steeds zeer relevant is.

Hoewel de privatisering van de criminaliteitsbestrijding (witwasbestrijding) enorme gegevensbeschermingsrisico’s oplevert voor burgers en organisaties, is voor dat aspect bij de overheid geen aandacht. Dat is teleurstellend, nu er in de literatuur, zoals in dit proefschrift, al lang op is gewezen.

 

Noten

[1] N. S. van der Meulen, Fertile grounds: The facilitation of financial identity theft in the United States and the Netherlands (2010). Te downloaden via deze pagina, rechtstreeks: pdf.
[2] Zie de Nederlandstalige samenvatting is op pagina’s 282 en verder, onder het kopje ‘Van elite naar massa’ wordt beschreven dat credit card aanbieders vooral geïnteresseerd zijn in veel klanten en minder in gegevensbescherming: “In het spanningsveld tussen zorgvuldige identificatieprocessen bij de uitgifte van credit cards enerzijds en klantenpotentieel in een sterk concurrerende markt anderzijds kiezen dienstverleners in de Verenigde Staten vaak voor het laatste ten koste van het eerste“. Lees ook de beschrijving in de samenvatting over de onveilige creditcard-authenticatie in de VS. Nederland deed dat beter.
[3] Uit de samenvatting, zie [2].
[4] In paragraaf 4.4.2 wordt geschreven over identiteitsfraude met het DigiD, zie pagina 137-141.
[5] Uit de samenvatting, zie [2].
[6] Paragraaf 5.5, pagina 188 en verder.
[7] Pagina’s 194-197. Pagina 195, bovenaan: “Howard Rush et al. describe how due to their popularity social networking sites have become appealing places for perpetrators of cybercrime. (…) With respect to social networking sites, academic researchers have expressed interest in user concerns, or rather a lack thereof, with regard to privacy and trust“.
[8] Op pagina 203 wordt gewaarschuwd: “The lack of active consumer involvement means consumers facilitate aspects of financial identity theft without actually having the ability to prevent such facilitation. This is a vital aspect to bear in mind with respect to the overall opportunity structure of financial identity theft, especially in light of countermeasures and the potential for their effectiveness. Certain sources appear to neglect the ability factor when they write “[w]e must realize that we are the front line of defense against cybercrime; we must understand that our carelessness could facilitate a successful cyberterrorist or information warfare attack on the critical infrastructures of our society.” 1092 This is not about carelessness anymore. Perpetrators have now managed to place their entire operation outside of the reach of consumers, which makes the act of crime repression, let alone prevention, far more challenging. The technological sophistication of current operations requires significant background knowledge which even the savviest consumers often do not posses. They, along with their instruments such as their computers, are used without their knowledge or influence“.
[9] Pagina 160 en verder.
[10] Aan het slot van paragraaf 5.2.2 staat “In the Netherlands, only anecdotal evidence appears to be available about errors committed by financial service providers during the application process. Banks resist the release of information about how such incidents occur, but in light of good compliance there is reason to believe such incidents of financial identity theft most likely occur through look-alike fraud or falsified identification documents. As a result, there is a certain dependency of financial service providers on the government as provider. For the quality of both the documents and the issuance process also influence the identification of (prospective) clients“.
[11] Zie hoofdstuk 7.
[12] Een beschrijving van het datalek in 2004 is te vinden op pagina’s 206-208.
[13] Pagina’s 209-212.
[14] Pagina 212.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

“Sturen of gestuurd worden? Over de legitimiteit van sturen met data” | ROB advies

In 2021 bracht de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een advies uit over de digitale overheid, “Sturen of gestuurd worden? Over de legitimiteit van sturen met data“. In december 2021 heeft het kabinet aangegeven aan de slag te gaan met de aanbevelingen.

In de brief van 9 juni jl. brengt de verantwoordelijk staatssecretaris, Van Huffelen, verslag uit van de voortgang. Het is interessant om te zien welke projecten binnen de overheid lopen.

Ik blijf het jammer vinden dat er bij deze staatssecretaris nul aandacht is voor de data gedreven uitvoering van overheidstaken door de private sector, met name in de criminaliteitsbestrijding (‘witwasbestrijding’) door financiële instellingen, waarvoor de in het ROB-advies beschreven principes ook horen te gelden (daar schreef ik al eerder over).

 

Meer informatie:

De ROB schrijft op de pagina over het advies onder meer:

Omslag in denken over sturen met data
Met zijn advies wil de Raad bijdragen aan een omslag in het denken in politiek, beleid en het democratisch debat over stu­ren met data. Dit door de focus te verleggen van:

* het verzamelen van data over burgers naar het verzamelen van data over partijen die sturen met data;
* inzicht in de motieven en overwegingen van burgers naar inzicht in de motieven en overwegingen van partijen die sturen met data;
* burgers die worden gestuurd met data naar burgers behoeden voor risi­co’s van data-sturing en ze het beleid laten mee – en bijsturen.

Deze omslag in het denken moet overheden en private marktpartijen, waaronder techbedrijven, die sturen met data aanzetten om dat verantwoord te leren doen.

Publieke verantwoording
De Raad wil de focus in het debat verleggen met behulp van publieke verantwoording. Dat zou vooral in het teken moeten staan van het versterken van het zelfcorrigerend vermogen van de democratie en het leervermogen van het openbaar bestuur. Publieke ver­antwoording creëert een podium om vanuit een breder perspectief te kijken naar sturen met data, waarbij niet de effectiviteit en efficiëntie centraal staan, maar de publieke doelen en waarden.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

FIU Nederland: microbetaling relevant voor criminaliteitsbestrijding | Wwft

FIU Nederland deelde in dit bericht mee dat ook kleine transacties belangrijk zijn voor de criminaliteitsbestrijding, het artikel besluit met:

En nog een heel belangrijke les: het laat zien dat het niet altijd de grote bedragen zijn, die van belang zijn. Ook een klein bedrag kan een enorm belangrijk puzzelstukje zijn in financiële analyse.

Het geeft aan dat de mensen van de criminaliteitsbestrijding vinden dat iedere betaling die een burger doet crimineel kan zijn, ook al is het zoeken naar een speld in een hooiberg. Wel jammer is dat FIU niet aangeeft hoe de private onderneming [*] die de ‘ongebruikelijke transactie’ heeft gemeld op grond van criminaliteitsbestrijdingswet Wwft, die speld heeft ontdekt. Er staat niet meer dan:

De transactie was overgemaakt naar een darknet marktplaats waar kinderporno wordt verkocht. Het ging maar om een klein bedrag.

Het is een mooie illustratie van de data-zucht waar Spaink over schrijft. Iedere transactie moet worden geanalyseerd, het is allemaal voor ons bestwil en de overheid maakt geen fouten.

 

NB Ik blijf het jammer vinden dat de berichten van FIU Nederland vnl. tot doel hebben aan te geven dat zij nuttig werk doen. Guidance voor de Wwft-plichtingen is er zelden in te vinden.

 

[*] Een crypto wisseldienst. Bekijk deze pagina van FIU Nederland voor een overzicht van alle ondernemingen die misdaad moeten opsporen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Geheime brief DNB over brief integriteitsrisico’s bij trustkantoren

DNB maakte bekend een brief aan trustkantoren te hebben gestuurd over integriteitsrisico’s. De inhoud van de brief is door DNB niet bekend gemaakt, kennelijk mag het publiek er niet van kennis nemen.

 

Dit bericht verscheen eerder op de site Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: | Plaats een reactie

SLAPP of uitglijer FD?

Volgens dit bericht is een bekende Nederlander is een procedure tegen zakenkrant FD begonnen vanwege de suggesties in artikelen van deze krant dat er tegen sanctieregels in zaken werden gedaan in Iran en dat werknemers van de vennootschap waarbij hij was betrokken na de beursgang, op zijn verzoek betrokken waren bij activiteiten die de man daarbuiten ontplooide. Dat zijn ernstige beschuldigingen van het FD, die de krant moet kunnen waar maken. Ook de Nederlandse Vereniging van Journalisten is niet blij al wordt volgens het bericht ‘SLAPP‘ niet in de mond genomen.

We gaan zien wat er uit de procedure komt. Dat kan nog even duren, want het is een bodemprocedure.

 

Kijk hier voor het Europese wetsvoorstel tegen SLAPP.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

CCBE Statement on the use of AI in the justice system and law enforcement

The Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) announced on LinkedIn its statement on the use of AI-tools:

📢 The CCBE calls for a set of defined rules and principles governing the use of #AI tools in the #justice system and law enforcement. AI tools can be beneficial but a careful consideration of the risks of their use and their impact on #humanrights and the #ruleoflaw is needed. 

🔎 Read the CCBE statement: http://ccbe.link/xk36c

The CCBE statement calls on national, European and international authorities and organisations to ensure that: 
 
🔹 the use of AI tools in the justice system and law enforcement is appropriately controlled and regulated and that the regulation reflects the specificities of these systems. In particular, these regulations must respect the right to a fair trial and the right to a human judge.
 
🔹the rules governing the use of AI tools are grounded in a clear set of ethical principles, such as the respect for human rights, transparency, accountability and upholding the rule of law, and which are set beforehand. 
 
🔹these principles are turned into use-case specific operational rules and guidelines that must be followed when introducing AI tools into the justice system or law enforcement to make sure that they do not jeopardise the right to a fair trial. This requires careful consideration and knowledge of the potential risks and benefits of different AI tools, as well as a deep understanding of the ethical principles that underpin the justice system. The risk factors to be considered are complex and depend on specific use cases, as outlined above, including reliability of the AI tool and the tasks involved.

Panagiotis Perakis |  Jiri Novak 

 

CCBE on its website has a section on artificial intelligence.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie