Verificatie van de identiteit door een financiële instelling bij Kifid | AVG

De identificatieperikelen bij financiële instellingen zorgen voor de nodige commotie, omdat die instellingen de aanbevelingen van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) met de voeten treden. Nog erger is het dat de financiële instellingen van geschillenbeslechtende instanties gelijk krijgen, op twijfelachtige gronden (voorbeeld in dit artikel).

De Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening van Kifid deed op 8 februari 2023 uitspraak in een geschil dat ook over identificatie (verificatie van de identiteit) ging. De uitspraak wordt op security.nl besproken.

De klant in deze zaak volgde de aanbevelingen van de AP op door op de kopie van het identiteitsbewijs (ID) aan te geven dat deze uitsluitend voor de bank bestemd is en het BSN af te plakken. Dat werd door de bank niet geaccepteerd.

Geschillencommissie
De klant legde het geschil aan de Geschillencommissie voor, die gedeeltelijk mee ging:

4.2 De Geschillencommissie heeft overwogen, heel kort samengevat, dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de verplichting tot het identificeren en verifiëren van de identiteit van cliënten enerzijds (art. 3 lid 2 sub a Wwft) en de verplichting tot het vastleggen en bewaren van de daarvoor gebruikt documenten en gegevens anderzijds (art. 33 Wwft). Het is de bank wel toegestaan om een foto of scan van het onbewerkte identiteitsdocument van de consument op te vragen voor identificatie- en verificatiedoeleinden, maar zij mag die foto of scan niet onbewerkt vastleggen en bewaren. Dit is namelijk in strijd met het beginsel van minimale gegevensverwerking. De bank zal in ieder geval de pasfoto moeten afschermen en een watermerk moeten aanbrengen. De consument mag daarom niet (digitaal) schrijven op de foto of scan die zij aanlevert ter identificatie. Zij mag wel van de bank eisen dat de kopie die zij vastlegt en bewaart, bewerkt wordt.

4.3 Verder heeft de Geschillencommissie overwogen dat, hoewel de consument geen bezwaar heeft gemaakt tegen het verwerken van haar BSN, zij ook hierover haar oordeel zal geven. Volgens de Geschillencommissie is er een voldoende wettelijke grondslag voor verwerking van het BSN, hoewel de Wwft daarvoor geen grondslag bevat. Op grond van art. 53 lid 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is de bank namelijk verplicht bij het verstrekken van gegevens en inlichtingen aan de Belastingdienst ook het BSN te vermelden. Ook is de bank op grond van art. 3:17 lid 6 van de wet op het financieel toezicht (Wft) verplicht het BSN van haar rekeninghouders met DNB te delen ten behoeve van het depositogarantiestelsel. De Geschillencommissie is van oordeel dat het de bank op grond van deze wettelijke verplichtingen en daaruit voortvloeiende doeleinden is toegestaan het BSN van de consument dat is verkregen in het kader van het cliëntenonderzoek onder de Wwft vast te leggen en te bewaren.

Commissie van Beroep
In hoger beroep denkt de Commissie van Beroep er anders over. Hoogst merkwaardig is dat de Commissie meent dat de bank mag identificeren met een kopie en dat een kopie op echtheid gecontroleerd zou kunnen worden (5.9). Ook merkwaardig is de interpretatie dat de bewaarplicht van artikel Wwft zou inhouden dat een kopie van het ID langdurig bewaard zou mogen worden (5.20), waarbij het enige doel lijkt te zijn dat de bank kan bewijzen de cliënt te hebben geïdentificeerd (5.17). Het oordeel:

5.20 Tegen deze achtergrond is de Commissie van Beroep van oordeel dat de bewaarplicht van art. 33 Wwft zo moet begrepen, dat deze betrekking heeft op alle documenten en gegevens die de bank heeft gebruikt in het kader van het cliëntenonderzoek. Dat betekent dat het identiteitsbewijs dat is gebruikt in het proces van verificatie en identificatie, met daarop een herkenbare (dus niet-bewerkte) pasfoto, moet worden bewaard.

Dat oordeel acht ik onjuist, aangezien de Wwft niet voorschrijft dat een kopie ID langdurig wordt bewaard, maar slechts dat op correcte wijze wordt geïdentificeerd en dat bepaalde gegevens in de administratie worden opgenomen (artikel 33 Wwft stelt niet verplicht dat een kopie wordt bewaard). Bovendien is er geen reden een kopie langer te bewaren dan nodig, nu voldoende is om de in artikel 33 Wwft bedoelde gegevens vast te leggen. Denkbaar is dat kopieën enige tijd (bijvoorbeeld enkele jaren) worden bewaard en daarna vernietigd. Dat de AVG toestaat dat de bank de klant identificeert staat buiten kijf, de vraag is of de criminaliteitsbestrijding is gediend met het oneindig bewaren van een kopie-ID. Daar geeft de Commissie geen antwoord op.

Het algemene relaas van de Commissie over het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft (5.6-5.7, 5.10-5.19, 5.21) is niet relevant voor de identificatie. Ook het relaas inzake de AVG (5.23-5.20) is onjuist.

Het standpunt van de Commissie leidt tot onnodig lang bewaren van kopieën van ID’s, zonder dat er een criminaliteitsbestrijdingsbelang mee is gediend. Wel lopen alle burgers wiens kopie-ID langdurig worden bewaard risico, aangezien ook de financiële sector datalekken kunnen plaats vinden.

Verder wordt vergeten dat financiële instellingen de kopie-ID’s onnodig lang bewaren, zoals ik eerder al schreef.

Standpunt DNB
In de procedure bij de Commissie wordt aan DNB gevraagd om haar standpunt inzake verificatie van de identiteit, wat opmerkelijk genoemd mag worden. De huidige merkwaardige praktijken van financiële instellingen rondom identificatie zijn gebaseerd op een geheime oekaze van DNB. In de uitspraak wordt DNB als volgt geciteerd:

1.9 Bij e-mailbericht van 22 september 2022 heeft DNB de vragen van de Commissie van Beroep als volgt beantwoord:

“Met betrekking tot uw vraag of DNB verwacht dat onder haar toezicht staande instellingen (in dit concrete geval ABN AMRO Bank N.V.) beschikken over de pasfoto om aan verschillende wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen, zoals bijvoorbeeld het kunnen toepassen van verschillende vormen van fraudedetectie en het kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen en de bank is gehouden de pasfoto als onderdeel van het kopie paspoort in het kader van ID&V (identificatie en verificatie) ten behoeve van de audittrail (ex artikel 33 Wwft en 14 lid 5 Bpr Wft) te bewaren, kunnen wij u bevestigen dat DNB dit als toezichthouder verwacht en het bewaren van de volledige paspoort kopieën ook noodzakelijk is voor DNB om haar controlerende taak goed uit te kunnen voeren. Dit ziet op het feit dat;

Instellingen de identiteit van hun klanten en wettelijke vertegenwoordigers dienen vast te stellen en diens identiteit te verifiëren (artikel 3 Wwft lid 2 onder a en e). Daarnaast zoals hierboven al opgemerkt dienen zij deze informatie conform artikel 33 Wwft en artikel 14 lid 5 Bpr Wft te bewaren ten behoeve van de audit trail. In geval van een onderzoek van DNB dient de onder toezicht staande instelling aan te kunnen tonen dat het de verplichtingen inzake identificatie en het vervolgens verifiëren van de identiteit van hun klanten en wettelijke vertegenwoordigers heeft nageleefd. Artikel 33 vereist niet dat de foto niet wordt bewaard. De witwasrichtlijn (AMLD) gaat er ook van uit dat een kopie van het document kan worden bewaard. Zie artikel 40, eerste lid (https://www.eba.europa.eu/regulation-and-policy/single-rulebook/interactivesingle-rulebook/101906):

“Member States shall require obliged entities to retain the following documents and information in accordance with national law for the purpose of preventing, detecting and investigating, by the FIU or by other competent authorities, possible money laundering or terrorist financing: (a) in the case of customer due diligence, a copy of the documents and information (…)”

DNB kan ook bevestigen dat het bewaren van de identiteitsbewijzen inclusief pasfoto ook is noodzakelijk om fraude en mogelijk onjuist gebruik van een rekening tegen te gaan, bijvoorbeeld bij het identificeren op afstand of online.”

Opvallend is de juridische onderbouwing door DNB mager is. Zo wordt gesproken over de noodzaak van een pasfoto voor fraudedetectie, terwijl de Wwft daar niets over bepaalt en het de vraag is welke relevantie een pasfoto daar voor heeft. De ‘wettelijke verplichtingen’ waarop is gebaseerd dat een complete kopie van het ID moet worden bewaard, worden door DNB niet genoemd (wat ook niet kan, want dergelijke wettelijke verplichtingen zijn er niet). DNB vindt het fijn om kopieën van ID’s te kunnen zien, maar denkt duidelijk niet na over de risico’s die aan deze praktijk verbonden zijn.

Er wordt door DNB melding gemaakt van ‘de audittrail’ die gebaseerd zou zijn op artikel 33 Wwft (waarin niets staat over een verplichte kopie ID) en artikel 14 lid 5 Bpr Wft (dat ook in algemene zin een bewaarplicht voorschrijft [1]). Verder wordt verwezen naar artikel 40, eerste lid van  de Europese richtlijn (AMLD4), die eveneens in algemene bewoordingen een bewaarplicht voorschrijft [2]. In artikel 40 AMLD4 wordt gesproken over het bewaren van documenten en informatie, er staat niet dat een kopie-ID moet worden bewaard. Ook hoofdstuk II AMLD4 schrijft dat niet voor, in artikel 13 lid 1 a) staat (markering door mij):

de identificatie van de cliënt en de verificatie van zijn identiteit op basis van documenten, gegevens of informatie uit een betrouwbare en onafhankelijke bron, met inbegrip van, voor zover beschikbaar, elektronische identificatiemiddelen, relevante vertrouwensdiensten zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad ( 15 ) of ieder ander identificatieproces dat veilig is, op afstand of langs elektronische weg plaatsvindt en door de relevante nationale autoriteiten is gereglementeerd, erkend, goedgekeurd of aanvaard

Er staat ‘op basis van’. Dat betekent niet dat overal kopieën van gemaakt moeten worden!

DNB gaat uit van een onjuiste interpretatie van AMLD4 en artikel 33 Wwft. Treurig.

Tot slot
Deze uitspraak laat zien dat Kifid niet is toegerust voor haar taak. Het is tijd voor een hoogwaardige rechtsbescherming in de financiële sector en inzake witwasbestrijdingsgeschillen. Deze thematiek hoort niet bij een door de financiële instellingen gefinancierde geschilleninstantie thuis, maar bij de onafhankelijke rechter.

 

NB De Wwft bevat geen voorschriften over de wijze van identificatie. Het opsturen van een kopie van een identiteitsbewijs is geen toegestane vorm van identificatie aangezien niet gecontroleerd kan worden of de afzender klopt en of de kopie op juiste wijze is tot stand gekomen. De enige juiste vorm van echtheidscontrole is fysieke inzage van het originele identiteitsbewijs dan wel het digitaal aflezen van de chip in het ID.

 

 

Noten

[1] Artikel 14 lid 5 Besluit prudentiële regels Wft:

De financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt zorg voor de documentatie en vastlegging met betrekking tot de acceptatie en indeling naar risico van cliënten, de identificatie en verificatie van de gegevens van cliënten en de bewaking van het handelen van cliënten. Dergelijke gegevens worden tot vijf jaar na de dienstverlening of het beëindigen van de relatie bewaard.

[2] Zie artikel 40 lid 1 AMLD4 in de laatste geconsolideerde versie:

Artikel 40

1.  De lidstaten verlangen dat meldingsplichtige entiteiten overeenkomstig het nationale recht met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken door de FIE of door andere bevoegde autoriteiten van mogelijke gevallen van witwassen of terrorismefinanciering, de volgende documenten en informatie bewaren:

a) wat het cliëntenonderzoek betreft, een afschrift van de documenten en inlichtingen die nodig zijn voor het naleven van de cliëntenonderzoeksvoorschriften vastgelegd in hoofdstuk II, met inbegrip van, indien beschikbaar, informatie verkregen via elektronische identificatiemiddelen, relevante vertrouwensdiensten zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014 of ieder ander identificatieproces dat veilig is, op afstand of langs elektronische weg plaatsvindt en door de relevante nationale autoriteiten is gereglementeerd, erkend, goedgekeurd of aanvaard, gedurende een termijn van vijf jaar vanaf het einde van de zakelijke relatie met hun cliënt of vanaf de datum van een occasionele transactie;

b) de bewijsstukken en registratiegegevens van transacties, zijnde de originele stukken of de afschriften die krachtens hun nationaal recht eenzelfde bewijskracht hebben, die nodig zijn voor het identificeren van een transactie, gedurende vijf jaar vanaf het einde van de zakelijke relatie met hun cliënt of vanaf de datum van een occasionele transactie.

Bij het verstrijken van de in de eerste alinea bedoelde bewaringstermijnen, zorgen de lidstaten ervoor dat de meldingsplichtige entiteiten de persoonsgegevens wissen tenzij dit anders is geregeld bij het nationaal recht, dat bepaalt onder welke omstandigheden meldingsplichtige entiteiten gegevens langer mogen of moeten bijhouden. De lidstaten kunnen een langere bewaring toestaan of verlangen, nadat zij de noodzaak tot en de evenredigheid van zulke verdere bewaring grondig hebben onderzocht en oordelen dat verdere bewaring gerechtvaardigd is omdat zulks noodzakelijk is met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van witwassen of terrorismefinanciering. Die langere bewaringstermijn duurt niet langer dan vijf extra jaren.
De in dit lid bedoelde bewaringstermijn, met inbegrip van de verdere bewaringstermijn van maximaal vijf extra jaren, is ook van toepassing op gegevens die toegankelijk zijn via de in artikel 32 bis bedoelde gecentraliseerde mechanismen.

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | 3 reacties

Big Brother Awards 2022 voor criminaliteitsbestrijders bij de overheid die grondrechten schenden

Bits of Freedom maakte bekend dat de Big Brother Awards 2022 zijn gewonnen door criminaliteitsbestrijdsters bij de overheid.
De ene winnares is de minister van Binnenlandse Zaken, mevrouw Bruins Slot,

wegens het faciliteren van de grenzeloze datahonger van de geheime diensten en het afbreken van het toezicht op diezelfde diensten

De andere winnares is Eurocommissaris mevrouw Johansson:

Eurocommissaris Ylva Johansson is genomineerd voor het wetsvoorstel waarmee ze vertrouwelijkheid op het internet opheft, de “Regulation to prevent and combat child sexual abuse online”.
Het wetsvoorstel, waar de Commissie haar nominatie aan te danken heeft, poogt daar een antwoord op te bieden, maar slaat de plank volledig mis. Met het voorstel zouden platformen zoals WhatsApp en Signal verplicht worden om alle berichtjes van al hun gebruikers geautomatiseerd te scannen. Zodra hun computers een afbeelding of conversatie tegenkomen die potentieel niet in de haak is, moeten ze dat rapporteren aan een Europese autoriteit. De “Regulation to prevent and combat child sexual abuse online” is misschien wel de grootste bedreiging voor vertrouwelijke communicatie op het internet op dit moment. Dat was het publiek met ons eens, want Eurocommissaris Johansson won de publieksprijs in 2022.

Meer informatie in het nominatierapport.

Geplaatst in Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Nieuwsgierige agenten en bankmedewerkers die in andermans gegevens neuzen | AVG

Hoe nodig het is dat maatregelen worden genomen zodat niet iedereen neust in andermans persoonsgegevens, wordt geïllustreerd door  berichten op security.nl en tuchtrechtbanken.nl over nieuwsgierige bankmedewerkers en politieagenten. Van beide beroepsgroepen mag je betrouwbaarheid en zorgvuldigheid verwachten.

Nieuwsgierige agenten
Onderstaand enige berichten over agenten:

Nieuwsgierige bankmedewerkers
Bankmedewerkers hebben een chronische behoefte om zonder reden rekeninggegevens van klanten de raadplegen en soms zelfs mee te nemen, zo blijkt uit de tuchtuitspraken van de Tuchtcommissie Banken. Hierna enige recente voorbeelden van ‘rekeninggluren’:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Fiscale meldplicht voor advocaten | DAC6, MDR

De Nederlandse Orde van Advocaten maakte dit bericht bekend: Notificatieplicht bij grensoverschrijdende fiscale constructies: implicaties voor de advocatuur. Het gaat over de Europeesrechtelijke verplichting om grensoverschrijdende agressieve fiscale constructies te melden.

Eerder schreef ik over de gevolgen van de Europese regels voor de advocaten die geen belastingadvies geven, De hulpintermediair moet zijn onschuld bewijzen | MDR, DAC6 (15 juli 2019) en Advocaat als hulpintermediair | MDR, DAC6 (23 juli 2019).

Geplaatst in Belastingrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Naleving AVG door overheden en FATCA | Nederlandse Accidental Americans groep

Naar aanleiding van de rapportage over de naleving door de overheid van de AVG die aan de Tweede Kamer werd gestuurd, schreef de Nederlandse Accidental Americans groep de volgende e-mail aan de minister van Rechtsbescherming, met een kopie naar de opstellers van het rapport:

Onderwerp: WODC-onderzoek Naleving van de AVG door overheden –> FATCA?
Datum: vrijdag 17 februari 2023
Van: Accidental Americans
Aan: f.weerwind@minjenv.nl
CC: profacto@pro-facto.nl

Geachte heer Weerwind,

Wij begrijpen dat u vandaag misschien wel iets anders aan uw hoofd heeft, dat is heel vervelend, maar toch stellen wij nav deze berichtgeving
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?did=2023D05141&id=2023Z02213
de volgende vraag:

Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat dit het zoveelste rapport is waarbij met geen woord wordt gerept over de AVG grondslag van de naleving van FATCA regels door de Nederlandse overheid en financiële instellingen?

Als FATCA u niets zegt dan verzoeken wij u met klem onze website eens te bekijken. Wij als belangengroep van Nederlandse Accidental Americans zijn al jaren met onze regering en uitvoerende instanties bezig om een helder antwoord van hen te krijgen, zonder dat men zich weer verschuilt achter de IGA en de toepassing van Amerikaanse extraterritoriale wetgeving op eigen Nederlandse staatsburgers. Dit dossier – dat overduidelijk kennelijk politiek zo moeilijk / delicaat is gelet op de handelsrelatie met de VS en de belangen van Nederlandse banken (zij zijn veel machtiger dan een groepje als de onze) – sleept sinds 2014 (!) voort zonder dat er echt iets wezenlijks gebeurt mbt onze rechtsbescherming. Tot op heden zijn wij nog steeds collateral damage (bij gebrek aan een beter Nederlands woord). Je kunt dus Nederlands staatsburger zijn, maar als het onze overheid zo uitkomt, dan zijn we dat kennelijk niet en gelden de Nederlandse wetten niet meer voor ons. Wij zijn tweederangsburgers. Momenteel ligt overigens de tweede toetsing van FATCA bij het AP (sinds Q3 vorig jaar), waar we helaas nog niets over hebben vernomen.

Heeft u enig idee hoeveel stress en onzekerheid deze ellendige Kafkaëske problematiek Nederlandse Accidental Americans al jarenlang oplevert? En hoe wij het gevoel hebben dat we aan het lijntje door onze overheid worden gehouden? Een simpele oplossing zou zijn het niet accepteren van Amerikaanse extraterritoriale wetgeving, daarvoor is een nieuwe wet / wetwijziging nodig, maar waar een wil is, is een weg. Is die wil er wel? Wij vragen ons dat af. Van geen enkel ander land ter wereld accepteert Nederland dit, behalve, u raadt het al, de VS!

Wij stellen een antwoord zeer op prijs.

Uiteraard zijn wij graag tot een nadere toelichting bereid,
alvast hartelijk dank,

Met vriendelijke groeten / Kind regards,
Nederlandse Accidental Americans groep
w: https://accidentalamericans.nl/

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

99,8% foute hits in sanctiescreening | schade door sanctieregelgeving

De privatisering van de criminaliteitsbestrijding naar ondernemingen levert grote maatschappelijke schade op en is regelmatig aanleiding voor  vragen en opmerkingen vanuit de Tweede Kamer.
Illustratief voor slechte kwaliteit van de regelgeving is dat in een recent verslag over betaaldiensten [1] is vermeld dat de huidige screening van financiële transacties via betaaldienstverleners (onder meer banken) op sancties [2] 99,8% foute hits oplevert! Gevolg voor betrokkene is dat de betaling ten onrechte wordt tegen gehouden. In de beantwoording van vragen schrijft de minister van Financiën:

Bij de huidige werkwijze passen betaaldienstverleners (Payment Service Providers, oftewel PSP’s) transactie gebaseerde sanctiescreening toe bij instant payments in euro op zowel de betaler als de begunstigde. Wanneer bij een transactie een gesanctioneerde wordt gesignaleerd door het transactiescreeningsmechanisme, moet handmatig gecontroleerd worden of bij een transactie daadwerkelijk een persoon of entiteit op de EU-sanctielijst betrokken is. Omdat het niet mogelijk is om dit binnen 10 seconden te verifiëren, wordt een transactie automatisch afgewezen terwijl dit niet altijd terecht is. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand dezelfde naam heeft als iemand op een sanctielijst, waardoor de transactie als risicovol wordt bestempeld, terwijl uit verder onderzoek blijkt dat het om een andere (onschuldige) persoon gaat. Volgens de Commissie wordt 99,8% van deze transacties onterecht afgewezen, de zogenoemde ‘false positives’.

Dit levert ernstige schade voor rekeninghouders op en zorgt er voor dat de financiële sector het vertrouwen van de burgers verliest.

Europa denkt niet goed na
Het is zorgelijk dat Europa niet goed heeft nagedacht over deze regelgeving en nu tot de ontdekking moet komen dat dat men een fout systeem heeft geïntroduceerd. De Europese Commissie stelt nu voor dat de sanctiescreening verschuift van transactiescreening naar klantscreening. Kennelijk wordt er nu pas over de praktische uitvoerbaarheid nagedacht, want de minister schrijft over het Europese voorstel:

Met het voorstel van de Europese Commissie worden PSP’s die instant payments in euro aanbieden verplicht een geharmoniseerde sanctiescreeningsprocedure te volgen en wordt overgegaan van transactiescreening naar klantscreening. In het voorstel is opgenomen dat PSP’s worden verplicht om dagelijks te controleren of hun eigen klanten met een betaalrekening die instant payments in euro kan ontvangen of versturen op een EU-sanctielijst staan. Dit betekent dat de PSP van de betalende klant enkel de betaler controleert en de begunstigde PSP de begunstigde klant, in plaats van zowel de betaler als de begunstigde bij elke afzonderlijke transactie. Het controleren van alleen eigen klanten voorkomt dat PSP’s een screening moeten uitvoeren waarbij ze over weinig informatie beschikken en hiervoor beperkt nader onderzoek kunnen doen. PSP’s beschikken over voldoende gegevens om ervoor te zorgen dat minder klanten onterecht worden aangemerkt als gesanctioneerd. Deze klantscreening stelt PSP’s ook in staat om met meer gegevens gesanctioneerden wel te detecteren. Dit zou ertoe kunnen leiden dat er mogelijk een ‘restrisico’ is, maar de verwachting is dat dit wordt gecompenseerd door een betere screening.

Deze vragen en antwoorden geven aan hoe de overheid streeft naar totale digitale controle:

Voorts vragen de leden van de PVV-fractie waarom ervoor gekozen is dat PSP’s die instant payments in euro aanbieden, verplicht worden om eenmaal per dag hun klanten te controleren aan de hand van EU-sanctielijsten en direct na de binnenkomst van eventuele nieuwe of gewijzigde namen op de sanctielijst in plaats van bij elke afzonderlijke transactie. Deze leden vragen tevens in hoeverre deze besparing fraude juist in de hand werkt.
EU-wetgeving verplicht elke PSP die betaalrekeningen aanhoudt, te allen tijde op de hoogte te zijn van alle sancties die van toepassing zijn op grond van EU-verordeningen, met inbegrip van alle personen en entiteiten die onderworpen zijn aan sancties van bevriezing van tegoeden en verbod om geld ter beschikking te stellen. Momenteel schrijft de EU-wetgeving niet voor hoe betalingsdienstaanbieders hun verplichtingen moeten nakomen om EU-sancties toe te passen tegen aangewezen personen en entiteiten. Dit voorstel verduidelijkt de manier waarop PSP’s aan deze verplichting moeten voldoen. Daarnaast wordt in dit voorstel gekozen voor klantscreening in plaats van transactiescreening. Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 1 van de VVD-fractie, wordt hiermee tegemoet gekomen aan het probleem van ‘false positives’, waarbij transacties onterecht worden afgekeurd. Uiteraard is het belangrijk dat deze werkwijze geen fraude in de hand werkt en hier rekening mee gehouden wordt bij de vormgeving.

Financiële surveillance
Deze sanctiescreening is een voorbode van de financiële surveillance maatschappij waar wij naar toe gaan, waarin iedereen over iedere betaling en verantwoording moet afleggen aan betaaldienstverleners.

 

Noten

[1] Verslag van een schriftelijk overleg inzake het BNC-fiche wijziging verordeningen betreffende instant payments in euro, 15 februari 2023, te vinden via deze pagina.

[2] Betalingstransacties van of aan mensen die op een Europese of Nederlandse sanctielijst staan, zoals de vele Russen.

 

Meer informatie
Alle teksten in het verslag over sanctiescreening:

De leden van de VVD-fractie lezen dat mensen onterecht werden aangemerkt als een persoon op een sanctielijst en dat het voorstel dit moet oplossen. Uit het fiche wordt volgens de leden echter niet duidelijk waarom dit probleem bij de nieuw voorgestelde werkwijze niet meer speelt. Ook blijkt hieruit volgens de leden niet of in het bestaande systeem mensen die juist wél op sanctielijsten staan voldoende worden gedetecteerd en of dit in het nieuwe systeem zo blijft of (bij voorkeur) verbetert. De leden van de VVD-fractie vragen het kabinet om deze aspecten nader toe te lichten.
Het voorstel van de Europese Commissie zorgt ervoor dat de sanctiescreening verschuift van transactiescreening naar klantscreening. Bij de huidige werkwijze passen betaaldienstverleners (Payment Service Providers, oftewel PSP’s) transactie gebaseerde sanctiescreening toe bij instant payments in euro op zowel de betaler als de begunstigde. Wanneer bij een transactie een gesanctioneerde wordt gesignaleerd door het transactiescreeningsmechanisme, moet handmatig gecontroleerd worden of bij een transactie daadwerkelijk een persoon of entiteit op de EU-sanctielijst betrokken is. Omdat het niet mogelijk is om dit binnen 10 seconden te verifiëren, wordt een transactie automatisch afgewezen terwijl dit niet altijd terecht is. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand dezelfde naam heeft als iemand op een sanctielijst, waardoor de transactie als risicovol wordt bestempeld, terwijl uit verder onderzoek blijkt dat het om een andere (onschuldige) persoon gaat. Volgens de Commissie wordt 99,8% van deze transacties onterecht afgewezen, de zogenoemde ‘false positives’.

Met het voorstel van de Europese Commissie worden PSP’s die instant payments in euro aanbieden verplicht een geharmoniseerde sanctiescreeningsprocedure te volgen en wordt overgegaan van transactiescreening naar klantscreening. In het voorstel is opgenomen dat PSP’s worden verplicht om dagelijks te controleren of hun eigen klanten met een betaalrekening die instant payments in euro kan ontvangen of versturen op een EU-sanctielijst staan. Dit betekent dat de PSP van de betalende klant enkel de betaler controleert en de begunstigde PSP de begunstigde klant, in plaats van zowel de betaler als de begunstigde bij elke afzonderlijke transactie. Het controleren van alleen eigen klanten voorkomt dat PSP’s een screening moeten uitvoeren waarbij ze over weinig informatie beschikken en hiervoor beperkt nader onderzoek kunnen doen. PSP’s beschikken over voldoende gegevens om ervoor te zorgen dat minder klanten onterecht worden aangemerkt als gesanctioneerd. Deze klantscreening stelt PSP’s ook in staat om met meer gegevens gesanctioneerden wel te detecteren. Dit zou ertoe kunnen leiden dat er mogelijk een ‘restrisico’ is, maar de verwachting is dat dit wordt gecompenseerd door een betere screening.

(…)

Het volgen van een geharmoniseerde sanctiescreeningsprocedure zou volgens de leden van de D66-fractie kunnen leiden tot snellere en betere naleving van geldende sancties door financiële instellingen. Deze leden vragen daarom of de geharmoniseerde procedure enkel voor payment service providers geldt of ook voor andere (financiële en niet-financiële) instellingen.
De geharmoniseerde procedure in dit voorstel gaat alleen gelden voor alle partijen die onder de gewijzigde verordening zullen vallen.

Deze geharmoniseerde procedure dient volgens de leden van de D66-fractie niet in de weg te staan van innovaties in de financiële sector – waar ook het kabinetsbeleid beoogt aan bij te dragen, zo lezen deze leden. De leden van de D66-fractie vragen het kabinet hoe meer gebruik van instant payments innovaties in de financiële sector en daarbuiten kan worden bespoedigd. Zijn er bij het kabinet signalen bekend dat wet- en regelgeving of het toezicht daarop innovaties in de weg zitten en zo ja, welke maatregelen neemt het kabinet om te voorkomen dat wet- en regelgeving of het toezicht daarop innovaties niet bespoedigen maar tegenwerken?
Een hoger gebruik van instant payments in euro in Europa maakt het voor innovatieve partijen interessanter om een bedrijfsmodel op te zetten rondom instant payments. Het kabinet is niet bekend met signalen dat wet- en regelgeving ten aanzien van instant payments of het toezicht daarop momenteel innovaties in de weg zitten. Eerder heeft het kabinet onderzoek laten doen naar innovatie in de financiële sector. Hierbij is gekeken naar de aard en omvang van de FinTech sector en naar de kansen en belemmeringen om innovatie in de financiële sector op een verantwoorde wijze verder te bevorderen. Zoals eerder toegezegd aan uw Kamer laat het kabinet momenteel opnieuw onderzoek doen naar innovatie in de financiële sector om de positie van Nederland te monitoren [2]. De resultaten van dit onderzoek worden voor de zomer aan uw Kamer aangeboden.

[2] Kamerstukken II, 2019-2020, 32013, nr. 242

(….)

Voorts vragen de leden van de PVV-fractie waarom ervoor gekozen is dat PSP’s die instant payments in euro aanbieden, verplicht worden om eenmaal per dag hun klanten te controleren aan de hand van EU-sanctielijsten en direct na de binnenkomst van eventuele nieuwe of gewijzigde namen op de sanctielijst in plaats van bij elke afzonderlijke transactie. Deze leden vragen tevens in hoeverre deze besparing fraude juist in de hand werkt.
EU-wetgeving verplicht elke PSP die betaalrekeningen aanhoudt, te allen tijde op de hoogte te zijn van alle sancties die van toepassing zijn op grond van EU-verordeningen, met inbegrip van alle personen en entiteiten die onderworpen zijn aan sancties van bevriezing van tegoeden en verbod om geld ter beschikking te stellen. Momenteel schrijft de EU-wetgeving niet voor hoe betalingsdienstaanbieders hun verplichtingen moeten nakomen om EU-sancties toe te passen tegen aangewezen personen en entiteiten. Dit voorstel verduidelijkt de manier waarop PSP’s aan deze verplichting moeten voldoen. Daarnaast wordt in dit voorstel gekozen voor klantscreening in plaats van transactiescreening. Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 1 van de VVD-fractie, wordt hiermee tegemoet gekomen aan het probleem van ‘false positives’, waarbij transacties onterecht worden afgekeurd. Uiteraard is het belangrijk dat deze werkwijze geen fraude in de hand werkt en hier rekening mee gehouden wordt bij de vormgeving.

In het verlengde hiervan merken de leden van de PVV-fractie op dat PSP’s zullen besparen op onder andere de nieuwe aanpak voor sanctiescreening en minder tijd zullen besteden aan fraude vanwege de IBAN-controle. De leden van de PVV-fractie vragen in hoeverre dit eventueel wringt met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
Het feit dat de sanctiescreening in dit voorstel duidelijker wordt ingeregeld doet niet af aan de verplichtingen voor PSP’s die voortvloeien uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft). Zowel in het kader van sancties als in het kader van de Wwft moeten instellingen cliëntenonderzoek doen.

(…)

Voorts vragen de leden van de PVV-fractie ten aanzien van de financiële consequenties naar een inschatting van de toenemende toezichtskosten van DNB en/of de AFM als gevolg van het onderhavige voorstel.
Het is nog niet bekend hoe het toezicht op de verordening vormgegeven zal worden en ook niet welke autoriteit toezicht zal houden op de naleving hiervan. Zowel De Nederlandsche Bank (DNB) als de Autoriteit Financiële Markten (AFM) kunnen om die reden nog geen inschatting geven van de financiële consequenties.

(…)

De leden van de PVV-fractie willen daarnaast weten hoe hoog de “beperkte” doorlopende kosten zullen zijn. Hoe hoog zijn de totale besparingen op sanctiescreening, minder inspanningen van de PSP voor opvolging van fraude?
De Commissie geeft in haar impact assessment aan dat de implementatie voor PSP’s die nog geen instant payments in euro of IBAN-naam controle aanbieden in de loop van de tijd in evenwicht zullen komen vanwege besparingen. Volgens de Commissie zullen PSP’s onder andere besparen op de nieuwe aanpak voor sanctiescreening en omdat zij minder tijd besteden aan fraude vanwege de IBAN-naam controle.

Het kabinet kan op dit moment geen inschatting geven van hoe hoog de ‘beperkte’ doorlopende kosten en de totale besparingen zullen zijn op sanctiescreening en inspanningen vanwege fraude. Zoals het kabinet heeft aangegeven in het BNC-fiche wil Nederland de Commissie vragen om een verdere onderbouwing van de kosten en opbrengsten voor PSP’s.

(…)

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de verplichting een geharmoniseerde sanctiescreeningprocedure te volgen een verandering betekent voor PSP’s die in Nederland actief zijn, of dat deze verplichting momenteel al geldt binnen de Nederlandse wetgeving, zoals de Wwft.
Dit voorstel zorgt ervoor dat de sanctiescreening verschuift van transactiescreening naar klantscreening. Deze verplichting volgt niet uit de Wwft, maar de Wwft blijft onverminderd gelden voor PSP’s.

In het verlengde hiervan vragen de leden van de ChristenUnie-fractie in welke mate PSP’s integraal worden gecontroleerd door DNB en andere toezichthouders en hoe veel PSP’s hieruit voortvloeiend te maken hebben met beheermaatregelen.
Het aanbieden van overboekingen, waaronder instant payments in euro, is een onder de PSD2 (Richtlijn (EU) 2015/2366) gereguleerde betaaldienst. Een instelling moet hiervoor een vergunning als bank, elektronisch geld- of betaalinstelling hebben. DNB verleent de vergunning voor betaaldienstaanbieders die in Nederland zijn gevestigd. DNB controleert of de betreffende instellingen voldoen aan de Wwft en aan de vereisten uit de sanctiewetgeving (integriteitstoezicht). DNB houdt daarnaast toezicht op de financiële gezondheid van die instellingen (prudentieel toezicht), de naleving van PSD2 en of hun bestuurders geschikt en betrouwbaar zijn.

De AFM heeft aangegeven in haar toezicht nauw samen te werken met andere toezichthouders, zoals DNB. De AFM monitort de ontwikkelingen op PSP’s. De AFM houdt daarnaast onder meer toezicht op de informatieverstrekking van betaaldienstverleners, de inrichting van klachtenprocedures en het recht van rekeninghouders om gebruik te maken van rekeninginformatiediensten en betaalinitiatiediensten.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Sanctieregels | Tags: , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Naar een materieel rechtvaardiger bestuursrecht

Onder de titel ‘Naar een materieel rechtvaardiger bestuursrecht‘ schreef Tom Barkhuysen een artikel voor NJBlog. Hij bespreekt het conceptvoorstel van de Wet versterking waarborgfunctie Awb en plaatst enige kritische noten:

Toch komt de vraag op of de wetgever niet nog een tandje bij zou kunnen zetten als het om materiële normstelling gaat. Daarbij springen de nog niet gecodificeerde algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het gelijkheids- en het vertrouwensbeginsel in het oog (…). Hoewel in de toelichting bij het conceptvoorstel terecht is betoogd dat een dergelijke codificatie moeilijk en juridisch niet noodzakelijk is, moet de richtinggevende functie van de Awb, zoals hiervoor geschetst, ook op dit vlak niet worden onderschat. Hoe kenbaar zijn niet gecodificeerde algemene beginselen immers voor niet bestuursrechtelijk geschoolde overheidsmedewerkers en burgers?

Ten slotte zou moeten worden bezien of het uitgangspunt dat burgers zonder advocaat kunnen procederen met de bijbehorende beperking van de toegang tot de gefinancierde rechtsbijstand bijstelling behoeft. Dit om de materiële waarborgfunctie van de Awb daadwerkelijk te effectueren. Het bestuursrecht blijft – ook na de beoogde aanpassingen van de Awb – namelijk zelfs voor burgers met een meer dan gemiddeld doenvermogen erg complex (vgl. de ‘doenvermogentoets’ op de WRR-website). Een complexiteit die met name voor derdenbelanghebbenden die worden geconfronteerd met een beroep tegen een voor hen begunstigend besluit mogelijk zelfs nog zal toenemen wanneer de bestuursrechter, zoals nu wordt beoogd, besluiten kritischer gaat toetsen.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

Kritiek op gedrag & cultuur van de overheid – Maxim Februari

Gisteren schreef ik over de kritiek door Kees Verhoeven, Paul Frissen en Mattias Desmet op gedrag & cultuur van de overheid.

Het interview van Maxim Februari met Vrij Nederland sluit daar mooi op aan: ‘Dat we de macht al jaren niet bevragen, is angstaanjagend’ (betaalmuur). Februari schreef een boek, Doe zelf normaal, onder meer bij Donner te krijgen, dat gaat over de gevolgen van digitalisering voor democratie en rechtsstaat.

Hij maakt zich blijkens het artikel grote zorgen:

De systemen zijn zo ‘vernetwerkt’, stelt essayist, schrijver, denker en rechtsfilosoof Februari, dat we geen overzicht meer hebben. De samenleving is zo gedigitaliseerd, we hebben zoveel data van onszelf in systemen gestopt en laten stoppen, dat we er geen controle meer over hebben. Bij ‘harde’ data, zoals meters en tijd, gaat dat al niet altijd goed, maar het is fnuikend als het ‘zachte’ data betreft: gegevens over menselijk gedrag. Daarmee – met m’n vingers roffelde ik op tafel – glippen waarden als democratie, mensenrechten en rechtsstaat uit onze handen. Je digitaliseert en de democratie verandert. Je digitaliseert en het recht verandert.

en:

De democratische instituties raken steeds verder uitgehold. We vertrouwen de politicus niet meer, en de rechter, de dokter en de wetenschapper ook niet. De autoriteiten verdwijnen, er is geen consensus over wat waarheid is en ondertussen discussiëren we – als het al geen ruziën is – op online platforms van tech-giganten die daar big data uit trekken en die vervolgens aan adverteerders doorverkopen.

Intussen gaat het ministerie van Financiën vrolijk door met het creëren van een surveillancemaatschappij, onder meer door middel van het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Kritiek op gedrag & cultuur van de overheid – Kees Verhoeven, Paul Frissen, Matthias Desmet

De Nederlandse overheid is bezig met gedragsbeïnvloeding van burgers in het kader van de overheidstaak, waarbij de overheid geen belangstelling toont voor ongewenst gedrag binnen/door de overheid zelf [1]. Een voorbeeld van ongewenst overheidsgedrag is de digitale controlezucht die de ‘datagedreven’ Nederlandse overheid beheerst.

Die controlezucht heeft tot gevolg dat wordt geprobeerd iedere burger iedere seconde van de dag te kennen, beïnvloeden en liefst beheersen,  bijvoorbeeld door de financiële surveillance van de witwasbestrijdingsregelgeving (Wwft, bancair sleepnet).

Er zijn anderen die zich wel verdiepen in ongewenst overheidsgedrag.

 

De democratie crasht | Kees Verhoeven

Een voorbeeld is Kees Verhoeven, voormalig lid van de Tweede Kamer, die het boek ‘De democratie crasht‘ [2] publiceerde en mee deed aan diverse interessante podcasts [3].

Verhoeven publiceerde een artikel in het NRC [4], waarin hij beschrijft hoe de Tweede Kamer is verworden tot een motie- en kamervragen machine, die zijn tijd aan de verkeerde zaken verdoet in plaats van aan het maken van goede wetgeving en het controleren van het kabinet. Het jaar 2022 was, zo zegt Verhoeven, grensverleggend op het vlak van debatverruwing en nare omgangsvormen,  niet alleen in het parlement zelf maar ook daarbuiten.

Een van de oorzaken van het afglijden van het democratische proces is de digitalisering:

Maar dat digitale technologie tevens de krachtige aandrijfas is die onze informatie, communicatie en organisatie – en daarmee onze economie, samenleving en democratie – structureel veranderd heeft, ziet menigeen over het hoofd. (…)

Ik zie drie systeemfouten in deze door digitalisering aangedreven politieke systeemverandering. De eerste noem ik controledrift: het datagedreven wantrouwen dat naar voren komt in wetten als de hackwet, de Wet gegevensbescherming samenwerkingsverbanden (WGS), de aangepaste sleepwet of de aangekondigde witwaswet. Deze hebben tot doel om de overheid dieper onder de huid van burgers te laten kruipen, in strijd met onze rechtsstaat.

Verhoeven noemt scoringsdrang als tweede systeemfout, dat is de politieke marketing die politici met digitale hulpmiddelen voortdurend denken te moeten bedrijven. De derde fout is werkdwang, niet alleen bestaande uit het permanent bezig zijn met de actualiteit door middel van smartphones en tablets maar ook uit het maken van te lange werkdagen en te weinig rust en reflectie, met achterblijvende wetgevingskwaliteit als gevolg.

In zijn boek bespreekt Verhoeven ook de technologische illusies van de moderne overheid, in hoofdstukken als ‘Techreuzen en kabouterpolitiek’, ‘Glinsterende databergen’ en ‘De veiligheidsparadox’.

Hij geeft een belangrijk signaal af.

 

Het gevaarlijke verlangen naar de integrale oplossing | Paul Frissen

Net zo boeiend zijn de opvattingen van Paul Frissen, die aan de mooie podcast ‘Paul Frissen en het gevaarlijke verlangen naar de integrale oplossing” [5] mee deed en het boek ‘De integrale staat‘ [6] schreef.
Frissen vindt dat de overheid lijdt aan controlezucht en te grote verwachtingen, in de introductie bij de podcast [5] beschreven als:

Toch willen burgers dat die overheid vervuld is van nobele, oprechte en eerlijke activiteiten, geen fouten maakt en zowel kleurenblind is als gericht op de zorgen en belangen van eenieder individueel. (…)

Beleidsplannen moeten alle mogelijke factoren, risico’s en oorzaken van problemen onder de loep nemen en in hun samenhang aanpakken en oplossen. Frissen stelt dat die pretentie te hoog gegrepen is. (…)

Frissen is dan ook weinig gelukkig met de neiging maatschappelijke vraagstukken te ‘depolitiseren’ tot technocratische oplossingen. “Populisten begrijpen beter dan traditionele politici dat politiek een symbolisch discours is; geen beleidsmachine.”

Technocratische oplossingen ontkennen bovendien dat het leven ‘tragisch’ kan zijn – onvolmaakt en nooit onfeilbaar. En die neigen er toch een beetje naar engelen te willen fabriceren.

In zijn afscheidsrede [7] spreekt hij ware woorden over digitalisering, waarbij hij meldt dat hij al in zijn dissertatie uit 1989 voorspelde dat digitalisering tot intense bureaucratie zal leiden:

Ik begin met vergissingen over technologie en dan informatie- en communicatietechnologie in het bijzonder. (…)

In mijn dissertatie concludeerde ik nog dat de technologie vooral intense bureaucratisering veroorzaakte. 3 De staat zou versplinteren, sprak ik in mijn oratie vervolgens bloedserieus uit. 4 Dat technologie en bureaucratie samenhangen lijkt mij nog steeds een correcte uitspraak. Het internet daarentegen had andere, revolutionaire gevolgen. Met ironisch enthousiasme prees ik het anarchisme dat eindelijk mogelijk was gemaakt. Nota bene dankzij het militaire apparaat dat een communicatienetwerk zonder centrum had bedacht. De wereld zou horizontaliseren en virtualiseren; netwerken werden de dominante organisatiepatronen; en de betekenis van het territorium zou eroderen. (…)

Maar het blij verkondigde anarchisme heeft al snel de gedaante van ongehoorde machtsconcentraties aangenomen. En netwerken zijn verhulde hiërarchieën. Dat artificiële intelligentie het op korte termijn zal winnen van de mens, is uiterst onwaarschijnlijk. Ook al bevat zelfs uw telefoon exponentieel gegroeide capaciteit en bizarre hoeveelheden functionaliteit, onze geest blijft superieur.

Al was het maar omdat de mens genialiteit aan waanzin kan koppelen (…)

3 P.H.A. Frissen (1989). Bureaucratische cultuur en informatisering. Een studie naar de betekenis van informatisering voor de cultuur van een overheidsorganisatie. Den Haag, Sdu uitgevers.

4 P.H.A. Frissen (1991). De versplinterde staat. Over informatisering, bureaucratie en technocratie voorbij de politiek. Oratie. Alphen aan den Rijn, Samsom H.D. Tjeenk Willink.

Het zijn verstandige woorden.

 

Psychologie van het totalitarisme | Mattias Desmet

Hoewel ik het boek niet heb gelezen, lijkt het er op dat de kritiek van Mattias Desmet in het boek ‘Psychologie van het totalitarisme‘ [8] veel weg heeft van wat Verhoeven en Frissen betogen. Desmet is door de Universiteit van Gent gecancelled, lees ik bij VRT [9] (al lijkt zijn optreden bij een Amerikaans warhoofd niet verstandig).

De beschrijving van het boek in de boekhandel luidt:

Het recht op privacy kalft af, (zelf)censuur neemt in sneltempo toe, de gezondheid van het individu wordt meer en meer een staatszaak, het aantal intrusieve acties door veiligheidsdiensten stijgt exponentieel – de laatste decennia vergroot de greep van de overheid op het privéleven van het individu hand over hand. Het door Hannah Arendt opgeroepen dystopische toekomstbeeld dat na de val van het nazisme en het stalinisme er een nieuw soort totalitarisme zou oprijzen, geleid door saaie bureaucraten en technocraten, tekent zich merkwaardig realistisch af aan de maatschappelijke horizon. Totalitarisme is geen historische toevalligheid. Het is het logische gevolg van een waanachtig geloof in de almacht van het menselijke verstand; het is het symptoom bij uitstek van de Verlichtingstraditie. Dit boek presenteert een glasheldere psychologische analyse van de historische opkomst van totalitarisme en het ermee verbonden fenomeen van massavorming. Het presenteert daarbij een bijwijlen genadeloze maatschappijkritische analyse van fenomenen als de woke cultuur, de Black Lives Matter-beweging en de angstcultuur die tot een hoogtepunt kwam tijdens de coronacrisis. Mattias Desmet is professor klinische psychologie aan de Universiteit Gent. Hij heeft een psychoanalytische praktijk en is auteur van boeken als The pursuit of objectivity in psychology en Lacan’s logic of subjectivity.

Ik zal het moeten lezen om te zien of Desmet de weg kwijt is, maar zo op het eerste gezicht lijkt me dat onwaarschijnlijk.

Cancellen
Een interessante zijdelingse vraag is natuurlijk of je als wetenschapper of politicus moet gaan optreden in een omgeving die is ‘gecancelled’ (wie gaat daar over?). Een voorbeeld is het optreden van politicus Alkaya bij blckbx, er waren mensen die zeiden dat dat niet zou mogen.
Ik vind het een gevaarlijke ontwikkeling als er bij voorbaat niet meer naar iemand geluisterd wordt als hij of zij iets doet bij een ‘gecancelled’ kanaal (zoals in Nederland blckbx en De Nieuwe Wereld).

 

Tip voor de ontwerpers van de witwasbestrijdingsregels

Het lijkt me verstandig dat de ontwerpers van de witwasbestrijdingsregels eerst alle boeken van Frissen lezen en daarna pas verder gaan met regels bedenken. Dat geldt onder meer voor het bancair sleepnet waar ik eerder vandaag over schreef.

 

Noten

[1] De rijksoverheid kent het Behavioural Insights Netwerk Nederland (BIN NL), dat een site heeft, met de volgende introductie:

Het Behavioural Insights Netwerk Nederland (BIN NL) is een samenwerkingsverband van alle ministeries op het gebied van gedragswetenschappen en is bedoeld voor het uitwisselen van kennis en ervaring. In de community delen we gedragsinzichten, zodat we samen de toepassing van gedragskennis binnen de overheid verder kunnen brengen.

Ik schreef over BIN NL in Behavioural Insights Netwerk Nederland besteedt geen aandacht aan financiële regelgeving | nudging, 13 december 2017.
In Toezine zijn artikelen over gedrag en cultuur van de burger artikelen te vinden, bijvoorbeeld:

Een enkele keer gaat het wel over de overheid zelf:

[2] Het boek ‘De democratie crasht‘, dat ook als e-book is uitgegeven, is uitgegeven door Business Contact en onder meer bij boekhandel Donner te verkrijgen.

[3] Verhoeven is te horen in een lang interview (mp3) met de makers van Betrouwbare Bronnen, zeer horenswaard. Verder was hij op NPO Radio 1 te horen en werd hij in de Technoloog door Herbert Blankesteijn en Ben van der Burg geïnterviewd onder de titel ‘Digitalisering als sluipmoordenaar van de rechtsstaat’.

[4] Artikel Help, de democratie crasht, Verhoeven in het NRC 27 januari 2023.

[5] Podcat Paul Frissen en het gevaarlijke verlangen naar de integrale oplossing, Betrouwbare Bronnen 31 januari 2023. Pagina van de uitzending met vindplaatsen.

[6] Boek De integrale staat. Kritiek van de samenhang bij de uitgever, intro:

Het verlangen naar samenhang is even begrijpelijk als gevaarlijk. In politiek en bestuur komt het streven naar samenhang al decennialang tot uiting in integraal beleid. Er zijn integrale aanpakken, integrale plannen, integrale programma’s en integrale akkoorden. De term is onveranderd positief en er gaat een grote vanzelfsprekendheid van uit. Wie kan er nu tegen integraliteit zijn?

In De integrale staat laat bestuurskundige Paul Frissen overtuigend zien dat deze houding niet alleen theoretisch problematisch is, maar ook politiek gevaarlijk. Als de staat samenhang wil opleggen aan de wereld, bepaalt de politieke meerderheid wat die samenhang moet zijn, en daarmee welk verschil er wél en vooral ook welk verschil er niet mag zijn. Frissen bekritiseert ook het hedendaagse streven naar diversiteit en inclusie: deze begrippen zijn met elkaar in tegenspraak. Inclusie wil al het gelijke insluiten, maar sluit het niet-gelijke daarmee juist uit.

Een door de staat opgelegde samenhang is politiek-filosofisch strijdig met de gebrokenheid van de wereld. De wereld is onvoltooid, onbepaald en onvolmaakt. En ze moet dat vooral ook blijven.

[7] Lees de afscheidsrede van Frissen, met onder meer het hoofdstuk ‘Vergissingen over
technologie
‘, met onder meer “In mijn dissertatie concludeerde ik nog dat de technologie vooral intense bureaucratisering veroorzaakte” (1989!).

[8] Het boek ‘Psychologie van het totalitarisme‘ is onder meer bij Donner te krijgen.

[9] Het bericht van VRT staat hier. Lees ook het artikel in De Standaard.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Inadequate reactie minister op wetenschapstoets witwasbestrijding | Wwft, bancair sleepnet, navraagplicht

De commissie Financiën van de Tweede Kamer heeft aan de minister een reactie gevraagd op de de aanbevelingen van de wetenschapstoets op het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen (lees mijn artikel over de ‘wetenschapstoets’).

Die reactie heeft de minister van Financiën op 13 februari jl. gegeven (aanbiedingsbrief, reactie minister, beslisnota). Uit de reactie blijkt dat de minister niet van plan is om naar kritiek te luisteren.

Onderstaand de tekst, eerst de aanbeveling (met nummer) en vervolgens de reactie van de minister. Na de tekst geef ik nog een aantal opmerkingen bij de thema’s.

Reactie minister:

Reactie aanbevelingen wetenschapstoets wetsvoorstel plan van aanpak witwassen

Aanbeveling
1. Expliciteer de maatschappelijke opgave en maak de doelen meetbaar.

Reactie
We onderschrijven deze aanbeveling en zullen deze meenemen in de vormgeving van de verschillende evaluaties naar aanleiding van dit wetsvoorstel. De aanpak van witwassen en terrorismefinanciering is een onmisbare schakel in en een essentieel aanknopingspunt voor het voorkomen en bestrijden van criminaliteit. Criminelen mogen niet profiteren van hun activiteiten. Om dit te bereiken dient het financieel-economische stelsel beschermd te worden tegen witwassen en terrorismefinanciering. Dit om misbruik van het systeem voor criminele doeleinden te voorkomen. Daartoe is het van groot belang dat witwassen en terrorismefinanciering op een gezamenlijke en effectieve wijze wordt tegengegaan. Een van de middelen hiertoe is het versterken van de poortwachtersfunctie. Versterken van de poortwachtersfunctie wordt beoogd met de maatregelen voor gezamenlijke transactiemonitoring en het uitwisselen van informatie bij verhoogde risico’s. Een ander middel is het verhogen van de barrières voor criminelen om geld wit te wassen. Dit wordt beoogd met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000.
In zijn algemeenheid onderschrijven wij de aanbeveling om de maatschappelijke opgave om witwassen te voorkomen en bestrijden te expliciteren en de doelen meetbaar te maken. Daartoe hebben wij in onze beleidsagenda witwassen1 als één van de drie prioriteiten aangemerkt ‘meten om te weten’. Onderdeel van deze prioriteit zijn het vaststellen van meetbare doelen en het bijhouden van statistieken, beter gebruik en verdieping van het National Risk Assessment en het verbeteren van inzicht in het gebruik van verdachte transacties en de feedback-loop naar private instellingen.

Aanbeveling
2. Breid het verbod uit met diensten.

Reactie
Bij de vormgeving van het verbod is gekeken naar effectiviteit, uitvoerbaarheid en naar het belang en de toegankelijkheid van het betalingsverkeer. Om die reden is in de huidige vormgeving van het verbod ervoor gekozen om diensten buiten de reikwijdte te laten. Beroeps- en bedrijfsmatige handelaren in goederen vallen op dit moment al onder de reikwijdte van de Wwft. Dit is niet het geval voor dienstverleners. Het opnemen van dienstverleners zou een forse uitbreiding van het aantal Wwft-instellingen inhouden en betekenen dat de taakstelling van bestaande toezichthouders moet worden uitgebreid, met de daarmee gepaard gaande kosten. Om die reden is ervoor gekozen diensten nu niet op te nemen in de reikwijdte van het verbod en na de evaluatie van het verbod te bepalen of het opnemen van diensten in de reikwijdte alsnog gewenst is.

Een extra reden om diensten buiten de reikwijdte van het verbod te houden, zijn de onderhandelingen die momenteel binnen de Europese Unie plaatsvinden over een Europees verbod op contante betalingen vanaf €10.000 (de bepaling laat lidstaten de ruimte om nationaal een lagere limiet te hanteren). Halverwege 2021 heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd, waar dit verbod een onderdeel van uitmaakt.2 Het voorgestelde Europese verbod ziet zowel op handelaren in goederen als op diensten. Omdat ‘diensten’ een nieuwe groep is in deze regelgeving, is nog niet helemaal duidelijk hoe deze groep afgebakend dient te worden. Het is daarom niet opportuun om vooruit te lopen op dit Europese verbod door middel van nationale wetgeving.

Aanbeveling
3. Overweeg de transactiemonitoring te beleggen bij een entiteit zonder winstdoelstelling.

Reactie
Deze aanbeveling verhoudt zich lastig tot de poortwachtersfunctie, die centraal staat bij deze maatregel. De poortwachtersfunctie is een internationaal erkende pijler van de aanpak van witwassen. Het is inherent aan de poortwachtersfunctie dat deze is belegd bij instellingen die een winstoogmerk hebben, waaronder banken. Het centrale idee is immers dat financiële dienstverleners het dichtst bij hun cliënten staan, de transacties uitvoeren en daarmee het beste in de positie zijn om te beoordelen of een transactie voor een specifieke cliënt ongebruikelijk is of niet.
Met het gezamenlijk monitoren van transacties wordt beoogd de poortwachtersfunctie van banken te versterken om de aanpak van witwassen effectiever te maken. Aangezien de poortwachtersfunctie bij entiteiten ligt met een winstoogmerk, lijkt het niet evident om voor dit specifieke deel van de poortwachtersfunctie een winstoogmerk uit te sluiten. O.i. zijn waarborgen die zijn opgenomen in het wetsvoorstel op het gebied van privacy, governance en toegang van de toezichthouder effectievere instrumenten om te waarborgen dat de uitvoering van de wettelijke taak niet ten koste gaat van andere belangen.

Aanbeveling
4. Stimuleer ook internationale samenwerking op dit terrein, om te beginnen in EU-verband.

Reactie
Wij onderschrijven deze aanbeveling van harte. Nederland zet zich in voor internationale samenwerking in de bredere opgave om witwassen en het financieren van terrorisme te voorkomen. Zo wordt in EU-verband, mede onder aansporing van Nederland, gewerkt aan de oprichting van een Europese anti-witwasautoriteit (AMLA). Eén van de doelen van AMLA is om kennis over grensoverschrijdende risico’s beter in kaart te brengen en de gezamenlijke aanpak daarvan te coördineren. Daarnaast is voorzien dat AMLA toezicht zal houden op de meest risicovolle instellingen in de EU.

Aangezien zowel de Wwft (voortkomend uit de Europese anti-witwasrichtlijn) en de AVG Europese kaders zijn is het zaak verduidelijking van de verhouding van deze twee kaders ook zo veel mogelijk in EU-verband vast te leggen. Daartoe heeft Nederland, samen met enkele andere lidstaten, tijdens de onderhandelingen voor de nieuwe anti-witwasverordening en richtlijn zich ingezet voor een verduidelijking van het kader voor gegevensverwerking bij het uitvoeren van de poortwachtersfunctie. Hierbij zijn de toegestane vormen van gegevensverwerking en uitwisseling tussen poortwachters geëxpliciteerd en zijn de daarbij vereiste waarborgen en voorwaarden opgenomen.

Aanbeveling
5. Om inzicht te krijgen in de effectiviteit en efficiëntie van de beleidsinstrumenten moeten concrete indicatoren worden benoemd – zie hieronder sub 8 (evaluatie).

Reactie
Wij onderschrijven deze aanbeveling. In het wetsvoorstel is voorgeschreven dat vier jaar na inwerkingtreding van de wet een evaluatie wordt uitgevoerd naar de effectiviteit van gezamenlijke transactiemonitoring en de naleving van de regels ten aanzien van de gegevensbescherming. De AP, DNB en de FIU-Nederland zullen nauw worden betrokken bij deze evaluatie in een adviserende rol. Bij het vormgeven van de evaluatie zal deze aanbeveling worden meegenomen. De evaluatie zal met de Kamer worden gedeeld.

Aanbeveling
6. Stel geen grens voor gezamenlijke (geanonimiseerde) monitoring van transacties tussen particulieren, en indien nodig, stel deze niet te hoog.

Reactie
Wij begrijpen deze aanbeveling. Wij erkennen dat het instellen van een grens van €100 voor transacties tussen particulieren deels ten koste gaat van de effectiviteit van de gezamenlijke transactiemonitoring.
Zoals ook de in wetenschapstoets wordt toegelicht ligt het voor de hand dat criminelen hun gedrag aanpassen aan deze grens, kan deze grens worden misbruikt om grote transacties op te knippen in kleine transacties (smurfing) en is bekend dat terrorismefinanciering middels kleine transacties kan geschieden.
In eerdere versies van het wetsvoorstel werd geen grens gehanteerd. Naar aanleiding van kritiek van de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad van State op de ongedifferentieerde verzameling van persoonsgegevens is onderzocht op welke manier de verwerking van persoonsgegevens van particulieren zo veel mogelijk kan worden beperkt, om de verwerking meer proportioneel en evenrediger in te richten. Naast het bestrijden van witwassen en tegengaan van terrorismefinanciering vinden wij de bescherming van privacy ook van groot belang. Daarom hebben we gezocht naar een evenwicht tussen beide belangen, zonder al te veel afbreuk te doen aan de effectiviteit van de gezamenlijke transactiemonitoring.
Daarom is in het kader van de hierboven genoemde afwegingen van evenredigheid en proportionaliteit, ervoor gekozen om transacties tot het bedrag van €100 tussen particulieren buiten de reikwijdte van de grondslag voor het gezamenlijk monitoren van transacties te laten vallen.

Aanbeveling
7. Vraag banken een indicatie te geven van het aantal transacties waarvoor gegevensdeling verplicht wordt, wat een kostenraming mogelijk maakt.

Reactie
We gaan ervan uit dat deze aanbeveling ziet op de navraagplicht uit artikel 3b van het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen, aangezien de wetenschappers hier spreken van een verplichte gegevensdeling. Bij het gezamenlijk monitoren van transacties is geen sprake van een verplichting. We hebben een aantal kanttekeningen bij deze aanbeveling. Om te beginnen geldt deze bepaling niet alleen voor banken, maar voor alle poortwachters. Daarnaast is van belang dat de navraagplicht niet gekoppeld is aan transacties, maar aan het cliëntenonderzoek van specifieke cliënten. Zoals aangegeven in de memorie van toelichting, is het op voorhand onduidelijk in hoeveel gevallen poortwachters vast zullen stellen dat er sprake is van indicaties van een hoger risico op witwassen bij hun cliënten. Dit zal per poortwachter in hoge mate verschillen, met het oog op het soort dienstverlening, de mate waarin deze blootstaan aan witwasrisico’s en de beoordeling van deze risico’s door de poortwachter. Daarom is de kostenraming in de memorie van toelichting beperkt tot een schatting van de totale structurele nalevingskosten per cliëntonderzoek met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.

Aanbeveling
8. Monitor en evalueer het effect van het beleid op het totale aantal gemelde ongebruikelijke transacties en het werk van de FIU (kosten versus effectiviteit).

Reactie
We onderschrijven deze aanbeveling. Het voorstel bevat een evaluatiebepaling voor het verbod voor handelaren om contante transacties te verrichten vanaf €3.000. Bij deze evaluatie wordt de effectiviteit van de maatregel en de gevolgen in de praktijk bezien. Bij de evaluatie van de maatregel zal ook aandacht worden besteed aan de effectiviteit van de maatregel op het totale aantal gemelde ongebruikelijke transacties en het werk van de FIU-Nederland.

Aanbeveling
9. Maak met behulp van inschattingen van TMNL of banken een betere raming van de lasten.

Reactie
Financiële gevolgen worden alleen in kaart gebracht bij de introductie van nieuwe verplichtingen. Het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen bevat twee verplichtingen: het verbod op contante betalingen boven €3.000 en de navraagplicht uit artikel 3b. Aangezien de wetenschappers in hun reactie uitsluitend de navraagplicht noemen, gaan we ervan uit dat deze aanbeveling ziet op de navraagplicht. Net als bij aanbeveling 7, willen we hier de kanttekening maken dat de navraagplicht ziet op alle poortwachters, niet alleen banken.

Desgevraagd heeft de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) aangegeven te verwachten dat onder andere kosten gemaakt zullen worden voor: het doen van de navraag, het verwerken van de ontvangen informatie en het leveren van de informatie bij navraag. De kosten zullen afhankelijk zijn van de te bepalen werkwijze en inrichting daarvan. De NVB geeft daarnaast ook aan dat deze bepaling ook kostenverlagende effecten met zich mee zal brengen. Door effectief gebruik te maken van de informatie uit de navraag bij het cliëntonderzoek, kan ongewenste onboarding van cliënten worden voorkomen. Dit kan een noodzakelijke en kostbare offboarding in een later stadium voorkomen.

Aanbeveling
10. Koppel de identificatiecodes die nu al gebruikt worden voor de feedbackloop tussen meldinstellingen en de FIU standaard aan strafdossiers bij het gebruik van informatie uit witwasmeldingen. Zo kan de effectiviteit van het meldsysteem inzichtelijker worden.

Reactie
We onderschrijven deze aanbeveling en zullen deze betrekken bij de uitwerking van een van de prioriteiten uit de beleidsagenda aanpak witwassen3 die hieraan raakt. Op 23 september jl. hebben wij deze beleidsagenda gedeeld met uw Kamer. Daarin staat dat in meerdere (inter)nationale onderzoeken is geconstateerd dat de aanpak van witwassen in Nederland een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en de basis goed op orde is. Wel ziet het kabinet op een aantal terreinen mogelijkheden voor verdere verbeteringen. Zo komt het aandachtspunt naar voren om de aanlevering van verdacht verklaarde transacties te verbeteren en om structureel meer inzicht te krijgen in het gebruik van verdacht verklaarde transacties in de opsporings- en vervolgingsfase. Als onderdeel van de beleidsagenda aanpak witwassen wordt daarom ingezet op een gerichtere informatie-overdracht van FIU-Nederland en de verbetering van de registratie van het gebruik van verdacht verklaarde transacties door de opsporingsdiensten. Hierdoor kan een betere selectie op relevantie en gebruik van verdachte transacties door de (bijzondere) opsporingsdiensten plaatsvinden. Dit moet ook leiden tot het vergroten van de feedbackloop tussen publieke partijen en private instellingen.

Reactie
11. Richt de beloofde effectiviteitsevaluatie niet alleen op compliance, maar juist op de mate van realisatie van de gestelde doelen.

Reactie
We onderschrijven deze aanbeveling. Artikel IV uit het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen schrijft voor dat het verbod op contante betalingen boven €3.000 geëvalueerd wordt op doeltreffendheid en de effecten in de praktijk (lid 1). Daarnaast wordt in dit artikel voorgeschreven dat de evaluatie van het gezamenlijk monitoren van transacties dient te zien op de werking van de bepaling in de praktijk (lid 2) en dat hierbij in ieder geval de effectiviteit van het gezamenlijk monitoren van transacties en de bescherming van persoonsgegevens wordt betrokken (lid 3). De evaluaties zullen dus uitdrukkelijk zien op doeltreffendheid en niet uitsluitend op compliance met de geldende regelgeving.

Aanbeveling
12. Meet doeltreffendheid aan de hand van een aantal indicatorenen maak dit onderdeel van toezicht.
Indicatoren:
– Hoe vaak (%) informatie-uitwisseling leidt tot een andere beslissing.
– Bij hoeveel gemelde transacties gezamenlijke monitoring heeft bijgedragen.
– Hoeveel van de meldingen uiteindelijk leiden tot een aanklacht van het OM.
– Hoeveel cashtransacties van boven de €3000 er ontdekt worden en hoeveel daarvan leiden tot een onderzoek naar criminele banden.
– Hoe goed de risicoselectiemodellen zijn (onderzoek door banken en de FIU via steekproeven).
– Hoeveel niet gemelde transacties wel gemeld hadden moeten worden.
– Hoeveel gemelde transacties ten onrechte zijn gemeld.

Reactie
We onderschrijven deze aanbeveling. We zullen, in overleg met publieke partijen zoals De Nederlandsche Bank, BTWwft en de FIU-Nederland, de genoemde indicatoren meenemen in de vormgeving van de verschillende evaluaties uit dit wetsvoorstel. Ook zullen we de indicatoren die de wetenschappers aanbevelen doorgeleiden aan de relevante toezichthouders. Het is aan hen om te bepalen welke indicatoren zij hanteren in hun toezicht.

 

Mijn commentaar

Niets over maatschappelijke schade witwasbestrijding
Opvallend aan de aanbevelingen en de beantwoording is dat de schade die de witwasbestrijding door banken toebrengt aan de samenleving volledig buiten beschouwing blijft. Zo is er niets te vinden over het schadelijke gedrag van banken die soms proberen hun zelfbedachte regels aan de klant op te leggen. Verder is er niets te vinden over de hoge kosten die de klanten soms moeten maken om de KYC-vragen die banken stellen te beantwoorden, waarbij het vaak nodig is om de bankmedewerkers opleiding te geven in de praktijk van ondernemingen, nu compliance medewerkers regelmatig over onvoldoende kennis beschikken. Voorts ontbreekt aandacht voor de regelmatig magere kwaliteit van de activiteiten van de banken, die voor hoge kosten zorgen (die worden doorberekend) en waarbij er geen stimulans is de kwaliteit te verhogen.

Lees over de schaduwzijden van de witwasbestrijding bijlage 1 bij het memorandum van Privacy First, ‘Een andere inleiding over bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering in Nederland‘.

Waarborgen voor de burger ontbreken
In diverse antwoorden stelt de minister dat er voldoende waarborgen voor de burger (de klanten van Wwft-plichtigen) zouden zijn. Dat is niet het geval. Zie het commentaar van Privacy First, meer in het bijzonder het memorandum, paragraaf 2.5 over rechtsbescherming, verantwoordingsmechanismen en toezicht.

Onderzoek eerst het huidige systeem van witwasbestrijding en pas dat aan
Zorgelijk is dat er veel aanwijzingen zijn dat het huidige systeem van witwasbestrijding, zoals door de internationale wetgevers (FATF, Europa) ontworpen niet goed werkt. Als er eindelijk aandacht komt voor de effectiviteit (aanbeveling 1), begin dan met het huidige systeem en stop met het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen.

Voorstel Europese Raad gaat verder dan het Nederlandse wetsvoorstel
Op 7 december jl. is door de Europese Raad een voorstel voor het AML package gedaan, dat veel verder gaat dan het Nederlandse wetsvoorstel. In het Europese voorstel moeten ongebreidelde gegevensuitwisseling en gezamenlijke monitoring door Wwft-plichtigen mogelijk worden. Er is dus geen reden voor een Nederlandse wet. Het is beter om de Europese ontwikkelingen af te wachten.

Overigens hoort een diepgaande toetsing van het AML package aan de fundamentele rechtsbeginselen plaats te vinden. Ik heb nog niet alles kunnen bekijken maar mijn indruk is dat er strijdigheid is met AVG, Handvest en EVRM.

Effectiviteit meten (aanbevelingen 1 en 8)
Terecht wordt aanbevolen aandacht te besteden aan de effectiviteit. Ten onrechte laten de wetenschappers buiten beschouwing dat ook de praktische uitvoerbaarheid voor al de verschillende soorten Wwft-plichtigen van groot belang is. Het kan niet zo zijn (zoals ik al eerder schreef) dat als het criminaliteitsbestrijding betreft alle grondrechten moeten wijken, ook het grondrecht dat regels begrijpelijk en toegankelijk horen te zijn.

Onafhankelijke entiteit, governance (aanbeveling 3)
Hoogst merkwaardig is dat de minister van Financiën niet wil erkennen dat de behoefte van banken om transacties samen te monitoren aangeeft dat het systeem van witwasbestrijding door banken heeft gefaald. Hier is sprake van overheidsactiviteiten uitgevoerd door een private entiteit zonder dat het belang van de klant enige aandacht krijgt.

De minister blijft herhalen dat ‘de poortwachtersfunctie‘ een ‘internationaal erkende pijler van de aanpak van witwassen‘ zou zijn, maar door herhaling wordt dit nog niet waar. Het is het internationale marketing verhaal, waarmee overheidstaken worden verlegd naar daarvoor ongeschikte private ondernemingen.

Het bancaire sleepnet mag er niet komen, maar als het er wel zou komen, dient de governance te worden verbeterd. Anders dan de minister beweert is die governance niet op orde. Zie het commentaar van Privacy First, meer in het bijzonder het memorandum, pagina 16 over governanc:

Ook op andere punten ontbreken waarborgen, zoals Privacy First al heeft gemeld.

Internationale samenwerking (aanbeveling 4)
Juist in de witwasbestrijding wordt internationaal samengewerkt, zodat deze aanbeveling vreemd aandoet. Overigens is het nog maar de vraag of de Europese anti-witwasautoriteit (AMLA) verbetering zal brengen. Ik denk dat de bureaucratie zal toenemen en dat er nieuwe schade zal optreden doordat bij de mensen van AMLA, die ongetwijfeld uit de financiële sector komen, onvoldoende kennis aanwezig is over de nationale verschillen en de niet-financiële Wwft-plichtigen. Lees mijn artikel over het autoritaire Europese top-down systeem dat door middel van het Europese AML package wordt gecreëerd.

Financiële surveillance zonder ondergrens (aanbeveling 6)
De ‘wetenschappers’ vinden dat alle consumentenbetalingen gemonitord moeten worden door middel van het bancaire sleepnet. Het is een onverstandig voorstel dat aangeeft dat fundamentele rechten niet door deze wetenschappers worden gerespecteerd. Het is al erg genoeg dat op dit moment alle consumentenbetalingen door de banken worden gemonitord. De behoefte om alle betalingen boven 100 euro gezamenlijk te monitoren op criminaliteit geeft aan dat het kabinet aanstuurt op een surveillance samenleving en private bedrijven – zoals banken – aanmoedigt om zich als pseudo-overheden te gedragen.

De proportionaliteit van de kosten (aanbevelingen 7 en 9)
Opvallend aan het thema criminaliteitsbestrijding is dat de minister van Financiën geen enkel belangstelling heeft voor de uitvoerbaarheid van de regels of de kosten die private bedrijven moeten maken. De reactie op deze aanbeveling geeft dat weer aan. Het is de arrogantie van de macht; het wordt tijd dat de minister en haar ambtenaren ter verantwoording worden geroepen.

NB Dit is niet al het commentaar wat ik heb.

Tot slot

Het is onbegrijpelijk dat het inzicht bij het ministerie van de Toeslagenaffaire ontbreekt dat men met de plannen voor bancaire surveillance en navraagplicht op de verkeerde weg is.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie