Bij Radar verscheen over de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) het nuttige artikel Overtreding coronamaatregel: wat betekent dit voor je strafblad en VOG.
Meer berichten op dit blog over de VOG zijn hier te vinden.
Bij Radar verscheen over de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) het nuttige artikel Overtreding coronamaatregel: wat betekent dit voor je strafblad en VOG.
Meer berichten op dit blog over de VOG zijn hier te vinden.
Kamerbreed is men het er over eens dat misdaad moet worden bestreden en kamerbreed aanvaardt men kritiekloos de gammele principes van de witwasbestrijding [1]. Dat is al langer duidelijk en blijkt nu ook weer uit de behandeling van het nieuwste voorstel tot wijziging van de Nederlandse witwasbestrijdingswet [2].
Maar één fractie durft vragen te stellen over hoe de toetsing van uiteindelijk belanghebbenden van bepaalde ondernemingen (crypto aanbieders, trustkantoren) [3] verloopt, dat is de PVV:
De leden van de PVV-fractie merken allereerst op dat voor wat betreft de betrouwbaarheid van uiteindelijk belanghebbenden van trustkantoren, aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta, aanbieders van bewaarportemonnees en wisselinstellingen aangesloten wordt bij de bestaande betrouwbaarheidseisen voor beleidsbepalers en medebeleidsbepalers. De leden van de PVV-fractie vragen toe te lichten wat deze bestaande betrouwbaarheidseisen voor beleidsbepalers en medebeleidsbepalers precies inhouden.
Voor wat betreft de toetsing van bekwaamheid merken de leden van de PVV-fractie op dat in zijn algemeenheid geldt dat iemands geschiktheid gerelateerd is aan de functie die iemand uitoefent bij een bepaalde financiële onderneming. De leden van de PVV-fractie willen weten hoe de verschillende vaardigheden, kennis en professioneel gedrag van de uiteindelijk belanghebbende precies worden getoetst en hoe er bepaald zal worden dat iemand «onbekwaam» is.
Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat de toetsing van de geschiktheid van uiteindelijk belanghebbenden van trustkantoren, aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta, aanbieders van bewaarportemonnees en wisselinstellingen een andere beoordeling dan de geschiktheidstoetsing van (mede)beleidsbepalers behelst. De leden van de PVV-fractie vragen naar het precieze verschil hiertussen.
Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat de reputatietoets grotendeels plaatsvindt aan de hand van de eerdere ervaringen die de uiteindelijk belanghebbende heeft met het zijn van uiteindelijk belanghebbende van andere entiteiten, het investeringsverleden van de uiteindelijk belanghebbende, zijn of haar curriculum vitae, en zijn of haar ervaring met trustkantoren, wisselinstellingen of aanbieders. De leden van de PVV-fractie vragen welke minimale eisen hiervoor gelden.
Ten slotte merken de leden van de PVV-fractie op dat een uiteindelijk belanghebbende geacht wordt een goede reputatie te bezitten indien er geen betrouwbaar bewijs is dat het tegendeel suggereert en de toezichthouder geen goede redenen heeft om aan de goede reputatie van de uiteindelijk belanghebbende te twijfelen. De leden van de PVV-fractie vragen wat er precies wordt verstaan onder een «goede reputatie» en hoe dit wordt bepaald.
De VVD vraagt zich af hoeveel nieuwe toetsingen moeten gaan plaats vinden. Dat zal er van af hangen of de uiteindelijk belanghebbenden andere personen zijn dan de beleidsbepalers die nu al getoetst moeten worden [3].
Ik ben benieuwd naar de beantwoording. Daarna zal het wetsvoorstel wel worden aangenomen met alleen de PVV tegen (lees onder meer dit).
Noten
[1] Misdaadbestrijding is niet verkeerd, maar de huidige regels leveren zeer veel bureaucratie op, leiden tot discriminatie en de-risking, worden opgelegd aan ondernemingen voor wie de regels niet uitvoerbaar zijn en leiden niet tot verbetering van de misdaadbestrijding.
[2] Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Zie voor de vele wetten en wijzigingen in 2019 en 2020 deze tag.
[3] Het gaat hier altijd om toetsing van natuurlijke personen, door mij aangeduid als ‘personentoetsing‘. Bij financiële instellingen en trustkantoren is al sprake van personentoetsing bij een grote groep personen, zoals hoge leidinggevenden, statutair bestuurders en commissarissen (‘beleidsbepalers’ en ‘mede-beleidsbepalers’).
De afgelopen tijd heeft FIU-Nederland op de site een aantal berichten geplaatst over informatiebladen en nieuwsberichten die de organisatie heeft verspreid. In april jl. stond in een bericht “FIU-Nederland heeft een informatieblad gedeeld met de meldplichtige instellingen om deze risico’s onder de aandacht te brengen”. Op 14 mei jl. verscheen het bericht Update Red flags COVID-19 crisis en financieel economische criminaliteit waarin FIU-Nederland spreekt over een nieuw bericht aan de Wwft-plichtigen.
De betreffende informatie kon ik nergens op de site van FIU vinden. Inmiddels ben ik er achter hoe dat komt: FIU-Nederland verstuurt deze informatie alleen aan ondernemingen die zich bij FIU-Nederland hebben geregistreerd als melder. Hopelijk laat FIU-Nederland dat in de toekomst in de berichten weten.
Wwft-plichtigen die belangstelling hebben voor informatie van FIU-Nederland en nog geen meldingen van ongebruikelijke transacties hebben gedaan, kunnen – ook al hebben ze niets te melden – zich als melder registreren, zodat ze de berichtgeving alsnog ontvangen.
Overigens verstuurt FIU-Nederland de berichten per e-mail, wat lek als een mandje is. Een en ander kan naar mijn idee net zo goed op de site worden geplaatst.
De financiële sector hangt aan elkaar van stichtingen die ten behoeve van de sector activiteiten uitvoeren. Voorbeelden daarvan zijn het intransparante kredietregistratiebureau BKR en de stichtingen die de zwarte lijsten van de financiële sector bijhouden. De overheid geeft graag steun aan deze particuliere initiatieven, omdat de rekening dan niet door de overheid betaald hoeft te worden.
Rechtsbescherming voor klanten van banken en verzekeringsmaatschappijen
De rechtsbescherming is in de financiële sector voor een deel geprivatiseerd door middel van het Klachteninstituut financiële dienstverlening (Kifid) dat zich onafhankelijk noemt maar dat volledig door de financiële sector wordt gefinancierd. Overigens is er een beperkte groep klanten (vnl. consumenten) die beroep kan doen op Kifid, wat in het reglement (zie pagina 21, definitie Consument) is terug te vinden.
Ingrijpende beslissingen
Financiële instellingen kunnen beslissingen nemen die ingrijpend zijn voor hun klanten, zoals plaatsing op de zwarte lijst, weigering van een bankrekening of verzekering en kunnen bijzondere eisen stellen op grond van de Wwft in het kader van het cliëntenonderzoek (‘KYC’, ‘CDD’) waartoe banken verplicht zijn. Voor natuurlijke personen (consumenten, eenmanszaken) en mkb-ondernemers is de gang naar de gewone rechter op dit moment kostbaar. Zo op het eerste gezicht lijkt Kifid een alternatief, maar ik vraag me af of het niet beter is om een laagdrempelige overheidsvoorziening te treffen.
Onderzoek
Misschien dat onderzoeksbureau SEO een antwoord op mijn vraag gaat geven. Het is dan wel te hopen dat de opdracht de kwaliteit van de rechtsbescherming in de financiële sector omvat en verder gaat dan alleen de huidige doelgroep van Kifid. Ook eenmanszaken, mkb-ondernemers en kleine en middelgrote andere organisaties kunnen schade ondervinden van het optreden van financiële instellingen.
Consumentenprogramma Radar schrijft naar aanleiding van de aankondiging van het onderzoek dat er regelmatig kritiek op Kifid is omdat het instituut te veel op de schoot zou zitten van banken en verzekeraars. Radar had op 27 januari 2020 een uitzending over Kifid. Stichting Geldbelangen is naar aanleiding van de Radar-uitzending een meldpunt over het Kifid begonnen.
Meer informatie:
Nieuwsbericht rijksoverheid:
SEO doet onderzoek naar klachteninstituut Kifid
Nieuwsbericht | 18-05-2020 | 11:50SEO Economisch Onderzoek gaat op verzoek van het ministerie van Financiën onafhankelijk onderzoek doen naar de dienstverlening van het Kifid, het klachteninstituut voor de financiële sector.
Minister Hoekstra van Financiën heeft begin dit jaar, toen er aandacht was voor de klachtenafhandeling van het Kifid, gewezen op deze evaluatie. De aanbesteding voor het onderzoek is aan SEO gegund. SEO gaat onder meer kijken naar kwaliteit, onafhankelijkheid, transparantie en kosten van de klachtenafhandeling door Kifid. SEO verzamelt onafhankelijk informatie en ervaringen onder stakeholders van Kifid. De verwachting is dat het onderzoek eind 2020 afgerond kan worden.
Het Kifid is een onafhankelijke geschilleninstantie voor klachten over financiële dienstverleners. Op grond van de regelgeving dient het Kifid elke 4 jaar door een onafhankelijk onderzoeksbureau geëvalueerd te worden. Dit heeft voor het laatst in 2016 plaatsgevonden, waardoor Kifid in 2020 wederom door een onafhankelijke partij zal worden geëvalueerd.
Introductie meldpunt Kifid bij Stichting Geldbelangen:
Er- en aanvaringen met het KiFiD voor evaluatie 2020
Iedere vier jaar wordt het Kifid geëvalueerd. Het Ministerie van Financiën geeft dan een bureau de opdracht om te beoordelen of het Kifid werkt zoals het zou behoren te werken. Daarbij luistert zo’n bureau naar de banken en verzekeraars en kijkt naar de ‘tevredenheidscijfers’ van consumenten die geholpen zijn bij het Kifid. De ervaringen van mensen, die bij het Kifid geen prettige ervaringen hebben met het Kifid worden daar echter niet bij betrokken. Dat is vreemd, want uit kritiek haal je verbeterpunten.
Geldbelangen is op zoek naar de verhalen van deze mensen. Wij gaan die samen met andere consumentenbelangenbehartigers aanbieden aan de Minister van Financiën. Zodat ook die kant van het verhaal in de evaluatie betrokken kan worden.
Ben je iemand die jouw ervaring wil delen? Beschrijf dan op maximaal één A4 jouw situatie. Over wie had je een klacht? (Bank, verzekeraar, tussenpersoon, ..) Wat was de kern van je klacht? (Heb je teveel betaald? Heb je te weinig ontvangen? Of..) Wat zijn je ervaringen bij het Kifid?
Stuur dit verhaal naar info@geldbelangen.nl. Mag ook per post naar Wetterbies 1, 8723 HA Koudum.
NB! Stuur geen heel ‘pak papieren’ aan ons op. Onze organisatie is te klein om die dossiers door te gaan spitten. Met jullie ‘brieven’ kunnen wij al heel wat.
In het kader van de AVG melden we hierbij dat we jouw gegevens alleen voor dit doel zullen gebruiken. Publicatie van de verhalen gaat anoniem. Alleen met jouw toestemming kan je eventueel benaderd worden voor verdere medewerking aan deze evaluatie.
De Implementatiewet wijziging vierde anti-witwasrichtlijn, waarin onder meer is opgenomen dat bepaalde aanbieders van virtuele valuta een vergunning nodig hebben, is vandaag in het Staatsblad verschenen.
Het besluit tot inwerkingtreding is eveneens vandaag gepubliceerd en vermeldt dat de nieuwe wet in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit is geplaatst, dus 21 mei 2020. Er geldt een uitzondering voor “artikel I, onderdeel H, onderdeel 2, voor zover het betreft de wijziging van het vierde lid“, dat in werking treedt met ingang van 10 juli 2020.
De nieuwe wet is aanleiding voor aanpassing van de uitvoeringsregels van de Wwft. Het Implementatiebesluit wijziging vierde anti-witwasrichtlijn is vandaag bekend gemaakt en treedt tegelijk met de hiervoor genoemde wet in werking.
Meer informatie:
Wetgevingsdossier: overheid.nl, Eerste Kamer.
Berichten op dit blog: tags cryptovaluta, Wwft-voorstellen 2019-2020.
Aanvulling 2 februari 2021
Bij DNB erkennen ze dat het een vergunningplicht is:
Wat een gekke indeling op de nieuwe website van de @DNB_NL pic.twitter.com/yiD8ijDSOK
— PatrickvdMeijde (@PatrickvdMeijde) February 2, 2021
De integriteitskundigen van de Nederlandse financiële toezichthouders, zoals DNB, gaan uit van de veronderstelling dat integriteitsrisico’s kunnen worden gecategoriseerd, onder meer naar ondernemings- en activiteitenbranche. Die risicocategorieën zijn van belang voor ondernemingen onder toezicht van DNB, zoals banken, betaaldienstverleners, verzekeraars en trustkantoren (toezichtsubjecten). Zij moeten aan hun klanten een risicocategorie toekennen.
Risicocategorisering is de kern van de internationale witwasbestrijdingswetgeving, die in Nederland is vertaald in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
DNB houdt zich stil
In de witwasbestrijdingsleidraad [1] gericht op de toezichtsubjecten laat DNB zich er niet over uit welke branches volgens de Bank hoog risico zijn. Zie bijvoorbeeld pagina 14 van de leidraad waarin een ‘voorbeeld’ van risicocategorisering wordt gegeven. Vervolgens worden de toezichtsubjecten verwezen naar publicaties van derden.
Ook andere publicaties van DNB worden gekenmerkt door vaagheid, zoals de uitleg die DNB over het indelen in risicocategorieën geeft in de Good practices Fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van banken [2]. Die ‘good practices’ zijn niet meer dan voorbeelden over hoe je het kunt doen, zonder dat DNB er een oordeel over geeft. Neem pagina 14 tot en met 16 van het document, waarin verslag wordt gedaan hoe een bank het heeft gedaan. Op pagina 16 staat een risicocategorieënvoorbeeld in kleurtjes, waarvan ik weet dat sommige toezichtsubjecten denken dat daarmee de mening van DNB wordt weergegeven (al staat er onder “(De gekozen waardes in dit voorbeeld zijn fictief ter ondersteuning van de vormgeving van de heatmap.)“.
In bovenstaande uitingen verhult DNB dat binnen deze organisatie wel degelijk een mening bestaat over de aanwezigheid van hoog risico bij bepaalde branches. Daar kom je pas achter als je duikt in de vragen die DNB stelt aan de toezichtsubjecten, om aan de hand van de beantwoording die toezichtsubjecten van een risicocategorie te voorzien.
Maar DNB heeft wel degelijk een mening, lees het formulier
In het formulier waarin banken jaarlijks verslag moeten doen van hun integriteit [3] kwam ik de hoog risico sectoren van DNB tegen:
# Grondstoffen, mineralen, mijnbouw
# Olie, gas, energie
# Militaire goederen/defensie
# Handelaren in edelmetalen
# Handelaren in losse diamanten
# Juweliers
# Handelaren in kunst
# Veilinghuizen
# Handelaren en/ of handelsplatformen en/of aanbieders van bewaarportemonnees in crypto’s
# Uitgevers van cryptotokens (uitgegeven via een Initial Coin Offering)
# Crowdfunding
# (Online) kansspelen
# Bouw, infrastructuur, offshore & dredging
# Commercieel vastgoed
# Trustkantoren
# Doelvennootschappen en doorstroomvennootschappen van trustkantoren
# Coffeeshops, growshops
# Profsport*
# Relaxbedrijven, prostitutie, adult industry (incl. internet)
# Religieuze instellingen & charitatieve instellingen (o.a. stichtingen)
# Transport, shipping
# Adviesdienstverlening, consultancy
# Intellectueel eigendom/patenten/royalties
# Money transfer organisaties en payment service providers
# Farmaceutische industrie
# Cash intensieve sectoren (bijv. taxi branch, car wash / parking / wasserettes)
# Schroothandel
# Autohandelaren
# Horeca
# Online shops
# Handel in luxe / waardevolle producten (Leer / bont, antiek, vee)
# Telecom (belwinkels etc.)—
*Het gaat om (o.a.) spelers, intermediairs, zaakwaarnemers, nationale en internationale bonden (zoals KNVB, FIFA, UCI en IOC), teams/clubs, en eigenaren van teams/clubs.
Heel ondernemend Nederland verdacht?
Dat geeft helderheid [4], al vraag ik me af welk deel van ondernemend Nederland hier niet onder valt. Zoals ik me al tijden afvraag of er nog Nederlandse ondernemers zijn die niet onder de Wwft vallen.
Nu DNB naar deze ‘sectoren’ vraagt, betekent dit praktisch dat alle banken deze indeling zullen hanteren.
Not-for-profit in het verdachtenbankje
Als ik betrokken zou zijn bij een religieuze instelling, een charitatieve instelling of een (andere) stichting, zou ik wel eens een hartig woordje met DNB willen spreken.
Discriminatie en de-risking
Voorts ben ik benieuwd of consultants en adviesdienstverleners er blij mee zijn dat zij generiek in de hoog-risicocategorie zijn opgenomen. Dat gereguleerde betaaldienstverleners in de lijst staan, vind ik apart. Het lijkt me dat er meer ondernemers zullen zijn die zich afvragen wat hier aan de hand is.
Het is hoog tijd dat de integriteitskundigen van de Nederlandse overheidstoezichthouders wetenschappelijk aan de tand worden gevoeld over hun systeem van risicocategorieën. Volgens een rapport dat ik recent las [5] is risicocategorisering een prille activiteit binnen de overheid. Als we niet uitkijken wordt dit de nieuwe vorm van discriminatie van organisaties en ondernemingen.
Een ander punt van aandacht is dat het tijd wordt dat ondernemers en organisaties worden geïnformeerd over de risicocategorie waarin zij zijn ingedeeld en de gevolgen van de indeling en dat zij gelegenheid krijgen om in discussie te gaan met de bank over de risicocategorie waarin zij zijn ingedeeld.
—
Noten
[1] Wwft-leidraad, DNB december 2019.
[2] Good practices Fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van banken, DNB 2 juli 2019.
[3] Op de toezichtrapportage pagina voor banken, vond ik de Template Integriteitsrisico questionnaire van 30 maart 2020.
[4] Overigens lijkt dit geen lijst te zijn die is gekoppeld aan reguliere indelingen, zoals de SBI-code die de Kamer van Koophandel hanteert.
[5] Lees over risicocategorisering mijn artikel De risico’s van risicosturing | rapport De Bruijn en Teisman, 16 april 2020.
Degenen die zich afvragen hoe het komt dat de VS extraterritoriaal werkende regelgeving, als FATCA en hun eigen sanctieregelgeving (die anders is en verder gaat dan die van de EU) in de hele wereld kan afdwingen, doet er goed aan deze Engelstalige video van The Economist te bekijken. De titel van de video is The Battle for Financial Supremacy:
Aanvulling 14 augustus 2020
De Chinezen zijn bezig zich van Swift los te maken, lees Der chinesische Digitalyuan bedroht die Dollar-Dominanz in FAZ (betaalmuur).
Aanvulling 2 september 2020
Sommigen denken dat het afscheid van de VS aanstaande is. Zou dat echt? Op LinkedIn las ik:
Slowly but surely there is a shift away from the dollar to the euro and other currencies in international trade. There will be alternatives to SWIFT and US financial institutions. The decoupling has begun and is irreversible.
Een huurster van woonruimte had een geschil met haar verhuurder, een woningcorporatie, naar aanleiding van een vonnis over tijdelijke ontruiming van het gehuurde wegens werkzaamheden aan de woning (‘planmatig onderhoud’). Het ontruimingsvonnis leidde tot een nieuwe procedure, waarin onder meer aan de orde kwam dat de verhuurder het niet-geanonimiseerd ontruimingsvonnis van de kantonrechter aan een andere huurder in dezelfde buurt had getoond. De huurster was het daar niet mee eens en vorderde een verbod op verspreiding van haar persoonsgegevens door de verhuurder.
Die verhuurder is van mening dat correct was gehandeld omdat een uitspraak van een rechter openbaar is (behoudens uitzonderingen) en zegt dat huurster haar privé gegevens door haarzelf in de openbare procedure naar voren zijn gebracht.
De kantonrechter oordeelt dat de AVG ook geldt voor het overleggen van een niet-geanonimiseerd vonnis in een andere procedure, tenzij er een geldige verwerkingsgrondslag is (Nijestee = verhuurder):
2.4.5. Tussen partijen is niet in geschil dat het overleggen van een niet-geanonimiseerd vonnis in een andere procedure valt onder het begrip verwerken van persoonsgegevens van [eiser]. In het kortgedingvonnis van de kantonrechter van 23 juni 2017 staan immers haar naam en adres genoemd. Artikel 4 AVG noemt verspreiden als een wijze van verwerking. Artikel 6 van de AVG bepaalt dat verwerking van persoonsgegevens alleen is toegestaan indien aan een van de voorwaarden die in artikel 6 AVG worden genoemd is voldaan, bijvoorbeeld omdat betrokkene daarvoor toestemming heeft gegeven. De kantonrechter is van oordeel dat het op de weg van Nijestee ligt om feiten en omstandigheden te stellen en bij betwisting te bewijzen, waaruit kan worden afgeleid dat de verwerking rechtmatig is. Hetgeen door Nijestee in dat verband naar voren is gebracht in de onderhavige procedure is ontoereikend. Het mag zo zijn dat de door [eiser] aan de kantonrechter ten behoeve van het verkrijgen van een rechterlijk oordeel verstrekte persoonsgegevens zijn neergelegd in een in het openbaar uitgesproken vonnis. Maar hieruit mag niet de toestemming van [eiser] worden afgeleid voor verdere verspreiding van haar persoonsgegevens. Mede om deze reden worden vonnissen gewezen tegen natuurlijke personen altijd in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op rechtspraak.nl.
2.4.6. Het zonder haar toestemming van [eiser] of zonder andere geldige reden verspreiden van haar persoonsgegevens door Nijestee is daarmee in strijd met de AVG en jegens [eiser] onrechtmatig. De onder IV ingestelde vordering van [eiser] kan worden toegewezen. Zonder toelichting die niet is gegeven valt immers ook niet in te zien waarom het verbod te ruim zou zijn geformuleerd.
In deze zaak ontbrak een goede verwerkingsgrondslag en besloot de kantonrechter de verhuurder te verbieden om de persoonsgegevens van de huurder in door de rechtbank (met betrekking tot haar persoon) te wijzen vonnissen te verspreiden aan derden, zoals medehuurders, de selectiecommissie Groninger woningcorporaties en WoningNet.
Meer informatie:
Uitspraak kantonrechter Rechtbank Noord-Nederland 28 april 2020
Aegon Bank heeft zijn rekeninghouders niet geïdentificeerd [1], zo leid ik af uit een ongedateerd bericht [2] dat ik zag op de site van de bank (want waarom vraag je zo dringend om een scan van een identificatiebewijs, als je dat al lang hebt?). Dat betekent een ernstige overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
De Wwft schrijft voor dat banken voorafgaand aan het openen van de bankrekening hun cliënten moeten identificeren. Er is geen verplichting om dat op een later tijdstip opnieuw te doen. De Aegon tekst “Door strengere wet- en regelgeving zijn financiële instellingen verplicht om het maximale te doen om financiële criminaliteit te voorkomen. Als bank moeten wij nog beter weten wie onze klanten zijn en waar zij hun rekening voor gebruiken. We vragen je daarom om jouw identiteit opnieuw te bevestigen en een aantal vragen over rekening te beantwoorden” is daarom onjuist. De Wwft schrijft geen her-identificatie voor. De cliëntenidentificatie (en de rest van het cliëntenacceptatie-onderzoek) moet bij het aangaan van de relatie worden verricht.
De bank dreigt met het sluiten van de rekening als de rekeninghouder niet opnieuw een identiteitsbewijs aan de bank verschaft, wat onzorgvuldig is.
Monitoring van de transacties van rekeninghouders
Op grond van de Wwft schrijft moet de bank de transacties van de cliënten monitoren en als daar aanleiding voor is extra vragen stellen. Die rekeninginformatie waarover de bank beschikt is veel informatiever dan vragen stellen aan consumenten, zoals deze bank kennelijk doet. Bij de veelgestelde vragen komt de aap uit de mouw, want daar wordt antwoord gegeven op de vraag “Waarom wil Aegon weten waar mijn geld vandaan komt?“. Aegon schrijft:
Bij financiële transacties die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft) vallen zijn wij verplicht om onderzoek te doen naar waar jouw geld vandaan komt. Je verklaring over de herkomst van het geld moeten wij als bank kunnen onderzoeken, bijvoorbeeld door het opvragen van documenten. Welke informatie precies nodig is hangt onder andere af van de herkomst van het geld.
Staat de herkomst van jouw geld niet in de keuzelijst?
Neem dan contact op met onze klantenservice (…)
Ten onrechte schrijft de bank dat de verplichting alleen zou gelden voor “financiële transacties die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft) vallen“. Alle financiële transacties vallen onder de Wwft, simpel.
Uit de tekst blijkt dat consumenten zullen worden lastig gevallen met gestandaardiseerde vragen over de herkomst van hun geld. Ik blijf dat bijzonder vinden, nu banken op een goudmijn van transactiegegevens zitten.
Ergernis
De vragen die banken aan hun rekeninghouders stellen, wekken ergernis op. Dat valt ook af te leiden uit een algemene informatiepagina van de vereniging van banken en betaaldienstverleners, de Betaalvereniging [3], waarop valt te lezen:
Onderzoek door een financiële instelling voelt als een inbreuk op je persoonlijke levenssfeer en een gebrek aan vertrouwen.
Het is duidelijk dat er klachten zijn, daar zouden banken eens iets mee moeten doen.
Betaalvereniging over cliëntenonderzoek
Op dezelfde pagina van de Betaalvereniging is een nadere toelichting op het cliëntenonderzoek te vinden, die bij Aegon en andere banken ontbreekt:
Wat merk je als klant?
Een financiële dienstaanbieder vraagt naar je achtergrond, intenties en motieven. De diepgang van de screening verschilt tussen particulieren en bedrijven en is afhankelijk van de risicocategorie waar je in valt: een eenvoudige screening en monitoring bij laagrisico-klanten en verscherpte onderzoeken bij klanten met een hoger risicoprofiel. Afhankelijk van de uitkomst van de screening word je geaccepteerd als klant of niet. Ben je klant, dan start het monitoren. Daar merk je meestal niets van, tenzij er uit de monitoring iets verdachts of ongebruikelijks komt. De dienstverlener neemt dan contact met je op om een actie vanuit jouw rekening te controleren. Als je die niet goed kunt verklaren, kan je risicoprofiel worden bijgesteld of, in het uiterste geval, de klantrelatie worden beëindigd. Denk bijvoorbeeld aan een jonge klant met een laag risico die zich na een paar jaar laat verleiden om geld voor een ander door te sluizen. Uit het daarop volgende cliëntenonderzoek blijkt dat hij of zij als geldezel heeft gehandeld. Dat betekent meestal dat hij of zij onmiddellijk als klant wordt geweigerd.
Ook wordt het onderzoek naar de transacties uitgelegd:
Achter de schermen bij monitoring van bestaande klanten
Nadat de klant is geaccepteerd, screent de financiële instelling vervolgens zijn transacties en activiteiten op verdachte of ongebruikelijke situaties. Die situaties kunnen onder meer betrekking hebben op bedragen, tijdstippen, locaties en gebruikte apparaten. Passen de transacties wel in het risicoprofiel van de klant en wijken de activiteiten niet teveel af van wat gebruikelijk is bij deze klant? Er wordt dan gekeken naar data van voor, tijdens en na de transactie. Tegenwoordig combineren financiële instellingen intern verkregen informatie steeds vaker met gegevens uit openbare bronnen.
Dat gaat in de praktijk niet altijd goed, maar daar hoor je niet zoveel over. Voorbeelden staan in mijn eerdere artikelen over consument en Wwft met name van 2 februari en van 2 april.
AVG-verplichtingen
In dit verband is interessant of de bank wel aan de AVG-verplichting tot het informeren van de klanten inzake de gegevensverwerking op grond van de Wwft heeft voldaan [4]. De teksten die ik bij Aegon en de Betaalvereniging zag, voldoen daar niet aan.
Op de Betaalvereniging-pagina wordt gemeld dat bij de monitoring gebruik wordt gemaakt van kunstmatige intelligentie of artificial intelligence (AI), toegespitst op big data analytics en behaviour analytics, aan de hand waarvan niet alleen ongebruikelijke of verdachte patronen worden gesignaleerd. Ook worden er voorspellingen gedaan. Dat doet de vraag rijzen of geautomatiseerde individuele besluitvorming plaats vindt, als bedoeld in artikel 22 AVG en of de bank aan de eisen van de AVG heeft voldaan.
Het valt te hopen dat de banken niet dezelfde fouten maken als de Belastingdienst in de toeslagenaffaire, waar burgers werden gediscrimineerd in het kader van vermeende fraudebestrijding.
Tot slot
Aegon probeert deze operatie te verkopen als iets wat de veiligheid voor de consument bevordert, terwijl het in werkelijkheid gaat om het door de bank naleven van Wwft-voorschriften, waarmee de bank kennelijk ernstig in gebreke is. Uit de informatie blijkt voorts niet dat de banken de AVG correct naleven.
Er is dus nog veel te doen voor de bankensector.
—
Noten
[1] De Wwft spreekt over ‘verifiëren’ van de identiteit aan de hand van een identiteitsbewijs.
[2] Pagina met de misleidende titel “Nu én in de toekomst veilig bankieren“.
[3] Ken uw klant in het kort, betaalvereniging.nl.
[4] Artikel 13 en verder AVG.
In opdracht van Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) werd onderzoek gedaan naar de Wwft-naleving door makelaars, wat leidde tot een rapport opgesteld door M. Cassée en M. Prinsen [1]. Het is jammer dat het onderzoek zo’n beperkte opzet had. De bevindingen zijn slechts gebaseerd op 23 interviews.
Ook blijken de twee onderzoekers niet te weten dat het cliëntenonderzoek van de Wwft voor makelaars meer inhoudt dan identificatie (juridisch: identificatie en verificatie van de identiteit) van de verkoper en koper van vastgoed.
Incomplete beschrijving cliëntenonderzoek
In de beschrijving in paragraaf 2.2.1 wordt begonnen met de opmerking dat het cliëntenonderzoek bestaat uit identificatie (tweede volzin). Volgens paragraaf 3.3.2 bestaat het cliëntenonderzoek alleen uit identificatie.
Een en ander terwijl op incomplete wijze uit paragraaf 2.2.1 (te weten de eerste en tweede alinea van pagina 11) blijkt dat er meer moet gebeuren (dat moet de lezer dan maar raden), want er moet een risicoprofiel zijn dat onder meer wordt gebaseerd op de ‘maatschappelijke omgeving‘ (kan een makelaar daar achter komen bij een consument?). Uit de laatste zin van de tweede alinea van pagina 12 blijkt dat gekeken moet worden naar de herkomst van de middelen waarmee de koper de aankoop financiert.
Er is een groot verschil tussen bij het cliëntenonderzoek bij natuurlijke personen en het onderzoek bij organisaties en ondernemingen. Daar wordt geen aandacht aan besteed. Bij organisaties en ondernemingen zal heel veel moeten gebeuren, degenen die de witwasbestrijdingsliteratuur volgen weten wat dat is. Voor mij is de vraag of mkb-ondernemers, zoals makelaars, daartoe praktisch wel in staat zijn, als ze de juridische verplichtingen al begrijpen.
Stellen makelaars risicoprofielen op, hoe zien deze er uit, en hoe is het gesteld met hun kennis van criminaliteit (want dat is nodig om te kunnen vermoeden dat sprake is van criminele voordelen, die in het vastgoed worden gebruikt en verhuld).
Witwassen is simpel gezegd ieder financieel voordeel dat voortvloeit uit welke criminaliteit dan ook.
Het cliëntenonderzoek is in theorie de basis voor de meldplicht. De veronderstelling van de internationale en Nederlandse wetgever is dat op basis van het cliëntenonderzoek een makelaar aanwijzingen kan hebben dat sprake is van witwassen of terrorismefinanciering. Zulke aanwijzingen horen te leiden tot een melding aan FIU-Nederland, als een ‘ongebruikelijke transactie’.
Als op pagina 16, laatste alinea, wordt gesproken over een kennistekort, dan heeft dat met name op het cliëntenonderzoek betrekking en – anders dan de auteurs lijken te denken – niet op de meldplicht. Een en ander werkt door in de rest van het rapport, bijvoorbeeld in het experiment dat in paragraaf 3.1 wordt beschreven [2].
Meldplicht onder dreiging
Het is mooi dat de wetgever de makelaar dreigt met “betrokkenheid” bij witwassen (want als je niet meldt ben je zelf ook een witwasser, is de redenering) [3], maar goede wetgeving begint met het stellen van haalbare eisen aan ondernemers.
De auteurs geven een uitgebreide uiteenzetting over de meldplicht (paragraaf 2.2.2) en over de verplichting om de naleving van de Wwft te bewijzen (paragraaf 2.2.4), die veel korter had kunnen zijn, omdat de problemen van makelaars met de Wwft naar mijn indruk vooral verband houden met het cliëntenonderzoek.
Bewuste en onbewuste medewerking (facilitator-frame)
De problematiek van de bewuste en onbewuste medewerking aan criminaliteit wordt niet apart behandeld. Voor mij is het de vraag of het zin heeft om met de Wwft ondernemers aan te pakken die welbewust criminelen helpen, daar is het strafrecht voor. Wellicht dat de wetgever het wel makkelijk vindt om de maffiamaatjes via het bestuursrecht te bestrijden, omdat de rechtsbescherming minder goed is.
Ook bij makelaars is het onderscheid bewust/onbewust van groot belang, want juist de niet-criminele makelaars zitten met de vraag of er iets gemeld moet worden (criminele makelaars melden gewoon niet).
Verwarring
Niet verrassend is dat makelaars tobben met de regelgeving, zoals uit de eerste alinea van paragraaf 2.3.2 blijkt. Het is jammer dat de auteurs een kennistekort signaleren (pagina 16, laatste alinea), maar zich niet afvragen of de Wwft überhaupt wel te begrijpen is voor makelaars [4]. Nu de stap van de uitvoerbaarheid van de wet en het cliëntenonderzoek worden overgeslagen, hangt het hoofdstuk over de meldplicht in de lucht. Dat laat overigens onverlet dat makelaars ‘geen zin’ in melden kunnen hebben.
Paragraaf 3.3 is illustratief over de verwarring die zowel bij de makelaars als bij de auteurs van het rapport heerst: de makelaars tobben met wat dan wel een ongebruikelijke transactie is, denken dat het cliëntenonderzoek tot identificatie beperkt is en dat de notaris veel beter in staat zou zijn ongebruikelijke transacties te signaleren (terwijl ik zou veronderstellen dat de notaris veel minder kennis van de vastgoedmarkt heeft).
Irritatie cliënten
Dat het onderzoek naar ongebruikelijke transacties irritatie bij cliënten van Wwft-plichtigen oproept, is niet alleen bij banken aan de orde van de dag. Consumenten hebben geleerd dat ze recht op privacy hebben en dat de AVG bestaat en vragen zich af waar ondernemers waar ze zaken mee doen de brutaliteit vandaan halen om privévragen te stellen. Ook de cliënten van makelaars zijn geërgerd als de makelaar, als hulpje van de politie, voor de transactie niet-relevante vragen stelt, zo volgt uit paragraaf 3.4.1.
Bang voor repercussies
Net als notarissen zijn makelaars bang voor repercussies als ze een ongebruikelijke transactie melden (onder het vreemde kopje ‘anonimiteit’). Een van de onderwerpen waar in het kader van de Wwft niet over is nagedacht, is dat het voor grote organisaties als banken makkelijker is om meldingen bij FIU-Nederland te doen zonder consequenties voor bepaalde mensen.
Incomplete conclusies en aanbevelingen
Aangezien de Wwft niet compleet is weergegeven, zijn de conclusies en aanbevelingen (paragraaf 3.6, hoofdstuk 4) eveneens incompleet, onder meer:
Tot slot
Het is positief dat er een branchegericht onderzoek is gehouden door auteurs die niet een eigen politiek belang hebben bij de Wwft-naleving, zoals de Wwft-toezichthouders soms hebben [5].
Het zou goed zijn als bij toekomstige onderzoeken naar branches de Wwft compleet aan de orde komt, inclusief de vraag of de wet haalbaar en uitvoerbaar is voor de desbetreffende groep ondernemingen.
—
Noten
[1] Rapport Meldingsbereidheid makelaars, onderzoek naar de factoren die de meldingsbereidheid van makelaars beïnvloeden bij het melden van ongebruikelijke transacties, door M. Cassée en M. Prinsen, dat hier is te vinden.
[2] Helaas zijnde vier fictieve situaties niet aan het rapport toegevoegd, zodat ik ze niet kon beoordelen.
[3] Zie in paragraaf 2.2.2 de bekende zinsnede waarmee ondernemers worden gedreigd, “Niet melden kan tot consequentie hebben dat een makelaar meewerkt aan witwassen en dat hierdoor mogelijk ongewenste personen toegang krijgen tot het financiële stelsel. Niet melden is een economisch delict en is strafbaar gesteld in de Wet Economische Delicten“. Zie ook de laatste bullet van paragraaf 2.3.1 over reputatieschade als methode om ondernemers tot naleving te dwingen. Dat is de reden dat naming & shaming in het financiële recht zo populair is bij de wetgever. Verder wordt de naleving bevorderd door controle, aldus paragraaf 3.5, naar ik aanneem door het bureau van de Belastingdienst.
[4] De auteurs lijken het gelet op de beschrijving van het cliëntenonderzoek zelf ook niet goed te begrijpen.
[5] De uitingen van een Wwft-toezichthouder als DNB zijn sterk politiek gekleurd.
Aanvulling 18 mei 2020
Het rapport wordt door FIU-Nederland aangekondigd.