Internationale organisaties in Nederlandse wetten | wereldregeringen

Opvallend is dat steeds vaker in Nederlandse wetgeving naar internationale organisaties wordt verwezen. Dat gebeurt niet alleen in specialistische regelgeving. Het is de vraag of die organisaties altijd de waarheid in pacht hebben.
Zo komt criminaliteitsbestrijdingsorganisatie Financial Action Task Force (FATF) voor in zeven artikelen van de Wet op het financieel toezicht (1:13b, 2:67, 2:67b, 2:68, 2:99a, 2:121cb, 4:37c), als het gaat om witwasbestrijdingszondaren onder de landen. Het gaat dan om:

de lijst van niet-coöperatieve landen en gebieden van de Financial Action Task Force

Eerder was er het plan om in de Wet publieke gezondheid naar WHO-resoluties te verwijzen (blog). In de huidige wettekst kon ik de verwijzing nog niet vinden.

Het lijkt er op dat de nieuwe wereldregering een samenstel van organisaties als FATF en WHO is. Toch jammer dat de kwaliteit niet kan worden getoetst.

 


Aanvulling 23 januari 2023 | World Economic Forum
Het blijft humor dat sommige mensen denken dat op het wereldwijde netwerkevent van World Economic Forum (WEF) in Davos wereldwijde wetten worden gemaakt, lees bijvoorbeeld dit artikel bij Tegenwind: WEF meeting in Davos: de volledige mondiale deelnemerslijst. Wat een nutteloze informatie.
Tip voor de auteurs van het bericht: ga eens kijken naar FATF en de OECD. En wellicht dat de WHO zich ook tot wettenmaker ontwikkelt. De WEF is het grootste netwerkevenement ter wereld van de rijken en er gebeurt van alles. Maar wetten worden er niet gemaakt.

Ook over WEF: Mathijs Bouman in de podcast Europa draait door, intro:

Het jaarlijkse congres van het World Economic Forum in Davos staat weer voor de deur! Er zijn maar weinig bijeenkomsten waar zoveel complottheorieën over bestaan. Wat gebeurt er werkelijk op die berg in Zwitserland? We vragen het econoom Mathijs Bouman.

Aanvulling 12 februari 2024 | Financial Stability Board
Bij de Kamer van Koophandel kwam ik een andere internationale organisatie tegen, nl. de Financial Stability Board. De Kamer beheert het BSN voor ondernemingen, de Legal Entity Identifier (LEI), waarop algemene voorwaarden van toepassing zijn. Daarin staat dat op het gebruik van de LEI de richtlijnen van de Financial Stability Board van toepassing zijn (aldus artikel 2 lid 1) en dat de Kamer op  basis daarvan aanvullende aanwijzingen aan de houder van een LEI kan geven (artikel 2 lid 2). De Kamer meldt dat de LEI is gebaseerd op de internationale ISO-norm 17442 en de richtlijnen van de Financial Stability Board (artikel 4 lid 2).

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , | 3 reacties

Dissertation on supervision by DNB and AFM | bias in supervision

Tessa Coffeng wrote the dissertation ‘Bias in supervision : A social psychological perspective on regulatory decision-making‘ that is open access available: version via Utrecht University Repository.

It is to be hoped that the findings will not only lead to DNB and AFM encouraging the obliged entities (e.g. banks) being more successful in detecting crime (‘combating money laundering’). In practice, the actions of the government supervisors like DNB and AFM also lead to adverse effects for obliged entities and their clients, such as high costs, de-risking, discrimination and exclusion; hopefully the supervisors will learn to be aware of this and prevent it.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Notaris in de fout met de Wwft | Kamer voor het notariaat Amsterdam 20 januari 2022

De Belastingdienst attendeerde Bureau Financieel Toezicht (BFT), de Wwft-toezichthouder voor het notariaat, op een notaris die betrokken was bij transacties door criminelen. Zo’n signaal is aanleiding voor BFT om onderzoek in te stellen naar de naleving van de Wwft door de notaris.

Het is interessant om te zien welke feiten voor de notaris aanleiding hadden moeten zijn voor melding van ongebruikelijke transacties dan wel voor extra (‘verscherpt’) onderzoek.

Risico-indicatoren
BFT spreekt ‘risico-indicatoren’, wat soms feiten zijn en soms conclusies:

Conclusies (paragraaf 2.5):

  1. de transactie sluit (zonder nadere info) niet aan bij sociaal economisch profiel;
  2. cliënt is mogelijk katvanger/stroman;
  3. problematisch om identiteit cliënt vast te stellen.

Als dit conclusies zijn, is de vraag op welke feiten die conclusies gebaseerd zijn. Uit de tekst in de uitspraak over dossier 2 zijn die onderliggende feiten niet af te leiden.

Feiten (paragraaf 2.5):

  1. de koper en verkoper hebben een buitenlandse nationaliteit en zijn woonachtig te Dubai, Verenigde Arabische Emiraten, en Teheran, Iran;
  2. geen rechtstreekse schriftelijke correspondentie met de koper, zoals het toezenden van de conceptakte, dit gaat via de verkoper;
  3. de verkoper regelt alles en levert alle gegevens aan;
  4. de koopsom bedraagt € 1;
  5. de in het buitenland wonende koper wordt bestuurder;
  6. er is sprake van spoed met betrekking tot het passeren van de akten;
  7. de reden van de koper voor de aankoop van de aandelen van beide vennootschappen is onbekend dan wel niet nagegaan;
  8. beide vennootschappen hebben een soortgelijk doel;
  9. meerdere aandelenoverdrachten in een korte termijn;
  10. dezelfde partijen verschijnen meerdere malen in verschillende transacties in een korte periode.
  11. de koper heeft een jonge leeftijd (19 jaar);
  12. de koper woont in Friesland; de vennootschap is gevestigd in Eindhoven (cliënt niet woonachtig in werkgebied notaris);
  13. de koopsom bedraagt € 1.500 en betreft alleen goodwill terwijl uit het dossier niet blijkt van onderzoek naar de realiteit daarvan;
  14. van de koopsom wordt een gedeelte rechtstreeks door de koper aan de verkoper betaald en voor een gedeelte is sprake van een afstand van het vorderingsrecht en schuldigerkenning uit hoofde van een geldlening;
  15. de verkoper heeft deze vennootschap ongeveer negen maanden eerder opgericht;
  16. de notaris kan zich niet meer herinneren welke reden de koper gaf voor de aankoop van de aandelen.

Boeiend is de vraag waarom de hierboven genoemde zeventien feiten een risico-indicator zouden zijn.

Bij feit nummer 1. is de vraag of het hebben van de buitenlandse nationaliteit als zodanig al riskant is, of dat dit riskant is omdat deze notaris normaal geen transacties heeft met buitenlandse verkopers en kopers, dan wel of hier vooral van belang is dat verkoper woont in Iran (hoog risico land volgens FATF en Europese Commissie) en de koper woont in Dubai (hoog risico volgens AMLC, op de actuele AML lijst van de Europese Commissie kom ik het land niet tegen).

Feiten nummer 2. en 3. zijn merkwaardig: hoe kan de notaris weten dat de wensen van de koper worden uitgevoerd als hij geen rechtstreeks contact met koper heeft? Ook buiten de Wwft om lijkt me dit onzorgvuldig.

Dat de koopsom 1 euro bedraagt (feit 4.) betekent op zichzelf niets en dat er 1500 euro voor goodwill wordt betaald (feit 13.) klinkt symbolisch. Er zijn ook legitieme transacties waarin dat gebeurt. Ook met koopsommen van 10 euro en 10.000 euro kan iets aan de hand zijn. Een risico-indicator hoort te zijn dat de koopsom niet lijkt te passen bij de transactie (waarbij rekening mag worden gehouden met het feit dat een notaris geen waarderingsdeskundige is). De vraag hierbij rijst hoe ver het onderzoek van de notaris (en andere Wwft-plichtigen) naar de juistheid van de koopprijs hoort te gaan.

Dat de rechtspersoon een buitenlandse bestuurder krijgt (feit 5.) is op zich ook niet vreemd. Er zijn vele Nederlandse rechtspersonen met buitenlandse bestuurders. Een betere indicator is dat sprake is van een buitenlandse bestuurder zonder een redelijke verklaring.

Spoedeisendheid van een wens tot overdracht van aandelen (feit 6.) is geen indicatie voor criminaliteit. Zo’n spoedeisendheid doet zich in het gewone leven ook voor als mensen een transactie uitgebreid met hun financiële adviseurs hebben voorbereid en vervolgens denken dat de notaris wel ‘even’ een levering kan draaien. Dus wat mij betreft is spoedeisendheid nergens een indicator van, tenzij het onaannemelijk over komt.

Op zich kan er naar de reden voor de aankoop worden gevraagd (feiten 7. en 17.), de vraag is dan wel wat voor een notaris acceptabele redenen zijn. Daarover verschaft deze uitspraak geen nadere helderheid.

Waarom het hebben van een soortgelijk doel (feit 8.) een aanwijzing voor criminaliteit zou zijn, is voor mij een raadsel.

Meerdere aandelenoverdrachten in een korte termijn (feit 9.) worden als aanwijzing voor criminaliteit genoemd, evenals het meerdere malen verschijnen van dezelfde partijen in verschillende transacties in een korte periode (feit 10.). Het is in ieder geval aanleiding voor nader onderzoek, maar dit kan zich ook in reguliere gevallen voordoen.

Een jonge leeftijd van de koper van aandelen (feit 11.) is inderdaad bijzonder en is reden om na te gaan wat de verdere omstandigheden zijn (als het een zoontje van een miljonair is wordt het minder vreemd).

In feit 12. wordt gesproken over een cliënt die niet woonachtig is in het werkgebied notaris. Ik ben heel benieuwd wat BFT daar onder verstaat, aangezien ik vermoed dat er grote notarispraktijken zijn die transacties in heel Nederland doen.

Bijzonder is dat BFT meent dat het gedeeltelijk schuldig blijven van de koopprijs (of gaat het om het gedeeltelijk direct betalen?) een aanwijzing is voor criminaliteit (feit 14.). Dit gebeurt naar mijn idee voortdurend. Het nadeel van dit soort vreemde veronderstellingen is, dat er afvinklijstjes moeten worden gemaakt, zodat iets wat heel normaal is wordt besproken in het Wwft-dossier ter geruststelling van de toezichthouder.

Waarom is het bijzonder dat een bv negen maanden eerder is opgericht (feit 15.)? En waarom is het niet bijzonder dat een bv die vijftien jaar bestaat wordt overgedragen?

Elders in de uitspraak komen ook interessante feiten naar voren, zoals in paragraaf 5.7 waarin een oprichter van een bv een wisselend postadres heeft en woont op een adres van een screeningsbalie voor dak- en thuislozen. Notarissen hebben toegang tot de burgerlijke stand, dus kunnen nagaan op welk adres inwoners van Nederland (zoals de oprichter) zijn ingeschreven. Is dat niet gebeurd? Kunnen notarissen in een systeem (handelsregister?) zien welke bedrijven organisaties op bepaalde adressen zijn gevestigd? De uitspraak verschaft daar geen duidelijkheid over.

Ontvangen opdrachten via ‘digitaal gecodeerd systeem’
In de uitspraak staat een raadselachtige tekst over een door de notaris gebruikt systeem:

2.6. Via een digitaal gecodeerd systeem, genaamd FIRM24, heeft de notaris gedurende een periode van twee à drie jaar opdrachten voor het oprichten van besloten vennootschappen en (aanvankelijk) ook opdrachten voor levering van aandelen ontvangen. In de maanden november en december 2019 heeft de notaris 372 akten gepasseerd, waarvan 204 oprichtingsakten via FIRM24.
2.7. In dossier 2 heeft de dienstverlening plaatsgevonden via FIRM24. In dossier 5 heeft de eerste levering via FIRM24 plaatsgevonden.

Betekent dit dat de notaris opdrachten uitvoerde zonder rechtstreeks contact met partijen te hebben (vooruitlopend op digitalisering van het rechtspersonenrecht)? Als dit een dossiersysteem is (‘Document Management System’), welke relevantie heeft dat dan? Het maakt toch ook niet uit of een tekst is geschreven op een windows pc of een macos computer?

Het lijkt er op dat dit systeem vooral belangrijk wordt geacht in verband met de informatieplicht van de notaris (‘Belehrungspflicht’), aldus paragrafen 5.19-5.27. Vreemd dat hier zoveel aandacht aan wordt besteed terwijl het ontbreken van contact van de notaris met de koper slechts onder de ‘risico-indicatoren’ wordt vermeld.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , | 2 reacties

Notarial guidelines CNUE for company law transactions

The Council of the Notariats of the European Union (CNUE) in April has published Notarial guidelines on M&A and other company law transactions. Introduction:

These guidelines, drawn up by the CNUE Company Law Working Group, are intended to provide guidance on certain practical questions, concerning cross-border conversions, mergers, and divisions, that mainly arise in connection with the transposition and application of Directive (EU) 2019/2121 of the European Parliament and of the Council of 27 November 2019 amending Directive (EU) 2017/1132 as regards cross-border conversions, mergers and divisions.

They have been drafted for the benefit of any practitioner who may be confronted with the specific situations addressed in order to offer practical solutions to a number of questions that are not directly resolved by the Directive itself.

Thus, they provide an interpretation based on the in-depth analysis of the Directive and the experience in the field of cross-border transactions of the members of the working group, with no binding character for the readers.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Europa, Kapitaalvennootschappen, Rechtspersonenrecht | Tags: | Plaats een reactie

Notaries of Europe: “Anti-money laundering: the importance of the economic method” (or believing in miracles?) | AML, CFT

The European organisation of notaries, Council of the Notariats of the European Union (CNUE) published the article Anti-money laundering: the importance of the economic method. It is an interview with Mr. Cappiello, an expert of the Consiglio Nazionale del Notariato, who believes in data analysis and impact assessments as a basis for AML/CFT legislation.

This is amazing as in the Netherlands the shadows of AML-legislation are very clearly shown by the banks: the system is expensive, does not lead to good results (searching for a needle in a haystack) and causes de-risking and exclusion.

The European notaries however still believe in miracles:

In thanking A. Cappiello for his valuable contribution, I take this opportunity to remind that – starting from the results of the study on the OECD PMR indicator – CNUE will produce a more in depth macroeconomic study. In fact, given the growing need to relate to the indicators proposed by the main international organizations and considering the globalization of the professional services, socio-economic analyses that can highlight the efficiency and good economic performance of notary services at European level are of paramount importance.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Hardnekkige onkunde overheid op het gebied van stichtingen | Wwft, FEC

De onkunde van de overheid op het gebied van de rechtsvorm ‘stichting’ is hardnekkig en zorgwekkend. Het is me al eerder opgevallen [1] dat men bij bepaalde overheidsinstanties onvoldoende kennis heeft van stichtingen.

De onkunde blijkt wederom uit de brief van 26 april 2022 van de ministers van Veiligheid en Rechtsbescherming aan de Tweede Kamer (overheid.nl) over “ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen“, iets wat in de beleving van deze ministers alleen de not-for-profit zou raken. In de brief wordt onder meer beschreven dat stichtingen worden onderzocht door het Financieel Expertise Centrum (FEC), kennelijk in de veronderstelling dat alle stichtingen een belangrijke rol zouden kunnen spelen bij terrorismefinanciering. In de passage staan vele onjuistheden, onder meer:

Binnen FEC-TF is geconstateerd dat er weinig financiële informatie over rechtspersonen beschikbaar is. Dit komt omdat dit type organisatie op dit moment niet verplicht zijn hun balans, de staat van baten en lasten en giften openbaar te maken of op verzoek van toezichthoudende en opsporingsdiensten ter inzage te geven. Alleen als de rechtspersonen een ANBI-status hebben of als ze zich aan het systeem van zelfregulering onderwerpen vindt er enige externe verantwoording plaats.

Financiële informatie
Opvallend is dat de ministers er niet van op de hoogte zijn dat een groot deel van de stichtingen financiële verantwoording moet afleggen aan de overheid omdat zij van die overheid geld krijgen dan wel anderszins gereguleerd zijn, voorbeelden zijn onderwijsinstellingen en instellingen in de zorg.

De tekst in bovenstaand citaat waarin wordt gezegd dat “er weinig financiële informatie over rechtspersonen beschikbaar is” is onjuist, allereerst al omdat de meeste rechtspersonen jaarlijks aangifte vennootschapsbelasting moeten doen en vele andere soorten van aangiften worden verricht (zoals btw en loonheffing), zodat er veel informatie bij de belastingdienst aanwezig is. Mocht het een verschrijving zijn en had er “er weinig financiële informatie over stichtingen beschikbaar is“, dan is dat ook onjuist, nu zeer veel stichtingen financiële verantwoording moeten afleggen aan overheden [2].

Ter inzage geven
Of het ‘ter inzage’ geven waarover in bovenstaand citaat wordt gesproken nooit mogelijk is, vraag ik me af. Stichtingen kunnen belastingplichtig zijn, onder meer voor de vennootschapsbelasting, wat betekent dat de belastingdienst controles kan verrichten.
In het strafrecht zijn er allerlei bevoegdheden, die ongetwijfeld ook tegen stichtingen kunnen worden ingezet. De vraag is waarom dat instrumentarium onvoldoende zou zijn.

Ondoorzichtige structuren
Volgens de ministers zouden stichtingen ruimte bieden tot het creëren van ondoorzichtige structuren en verhulling van de feitelijke rol van personen of het doel van de financiën. Dit is een onbegrijpelijke passage, nu niet wordt toegelicht waarom dit voor andere soorten rechtspersonen niet zou gelden. In het rechtspersonenrecht worden ‘structuren’ meestal gecreëerd met kapitaalvennootschappen.

Wet transparantie maatschappelijke organisaties
De ministers menen dat de Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo), nu nog een wetsvoorstel, een oplossing zou bieden voor bestrijding van misbruik van stichtingen. De gewenste oplossing zal niet komen door de voorgestelde deponering van de balans en de staat van baten en lasten bij de Kamer van Koophandel.
Misschien dat de bevoegdheden uit de Wtmo kunnen helpen om verdachte organisaties aan te pakken, al valt te hopen dat men kan bedenken dat dit alle soorten rechtspersonen kunnen zijn. Tip voor de overheid: kijk niet alleen naar giften aan rechtspersonen maar ook naar alle andere inkomende geldstromen.

Stop met het verdacht maken van stichtingen!

Het is hoog tijd dat de overheid stopt met het verdacht maken van stichtingen in het algemeen en dat de kennis van de overheidsdienaren over de stichting wordt vergroot.

 

Noten
[1] Zie onder meer dit artikel uit 2021 over rare vragen van leden van het parlement en dit bericht uit 2019 over een factsheet van FIU-Nederland, die nadien van de site is verwijderd.
[2] Voor stichtingen geldt momenteel geen verplichting tot het deponeren van een jaarrekening of andere financiële verantwoording bij het handelsregister. Er zijn wel vele andere soorten van verantwoording, bijvoorbeeld aan subsidiegevers, waarbij soms ook accountantscontrole verplicht is.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Stichting en vereniging, Strafrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Mislukking witwasbestrijdingsconcepten wordt geïllustreerd door zwarte-lijsten-behoefte notariaat | Wwft, KNB

De privatisering van de misdaadbestrijding naar private ondernemingen zoals banken en notarissen (‘witwasbestrijding’, Wwft [*]) leidt er toe dat die private ondernemingen met elkaar willen samenwerken en steeds meer gegevens willen uitwisselen.

Banken willen samen transacties gaan monitoren via Transactiemonitoring Nederland (TMNL) en in de financiële sector circuleren vele zwarte lijsten en andere lijsten om de klanten in de gaten te kunnen houden [**]. Maar er is meer aan de hand.

Notarissen

Onlangs liet notarissenorganisatie KNB weten dat zij in het kader van hun misdaadbestrijdingstaken een zwarte lijst willen aanleggen van verdachte personen. Op de eigen site schrijft de organisatie:

Ploumen in NRC: ‘Wij lopen tegen de grenzen van onze geheimhoudingsplicht aan’
23-05-2022

Een eigen, vertrouwelijke grijze lijst om elkaar te waarschuwen voor verdachte personen. Daarvoor pleit Annerie Ploumen, voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) vanmorgen in NRC. ‘Wij lopen tegen de grenzen van onze geheimhoudingsplicht aan, want wij mogen die foute persoon nu bijvoorbeeld niet op een lijst zetten om collega-notarissen te waarschuwen: “let op, bij Pietje Puk klopt iets niet”.’

Door een grijze lijst voorkom je dat de ene notaris dienstweigert vanwege verdachte omstandigheden en de verdachte persoon – daardoor wijzer geworden – bij een andere notaris aanklopt. Deze boodschap bracht de voorzitter van de KNB vanmorgen in NRC en op NPO Radio1 (bij 3.10.02). Minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind heeft onlangs aangegeven dat hij daarover met het notariaat in gesprek wil gaan. De afspraak daarvoor is inmiddels gemaakt. Om zo’n lijst in te voeren is een wetswijziging nodig.

Momentopname
Het interview met Ploumen was een reactie op een eerder artikel in NRC. In april schreef de krant dat de notaris zijn zaken niet op orde heeft. Deze stelling was gebaseerd op een rapportage van de intercollegiale toetsingen van de KNB. De voorzitter liet destijds weten dat de berichtgeving van de krant niet juist was. Ploumen in het NRC van vandaag hierover: ‘De toetsingen die u heeft gezien, zijn een momentopname – niet het eindresultaat. U moet het vergelijken met een foto; die weerspiegelt ook niet de hele reis. Als dit het eindresultaat was geweest, zou het voor mij volstrekt onacceptabel zijn. Wij leggen de lat hoog en dat doen we ook in die toetsingen. De realiteit is dat de Wwft over het algemeen juist goed wordt nageleefd.’

Dit is dezelfde soort zwarte lijst als de banken hanteren en die het ‘Extern Verwijzingsregister” (EVR) wordt genoemd. Kees Verhoeven noemt dit op twitter terecht ‘Gitzwarte controledrift’.

Gegevensuitwisseling banken met overheid
De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) publiceerde op 20 mei jl. het bericht Informatie delen essentieel in strijd tegen witwassen, over de nieuwe Europese antiwitwaswet (AMLR). De NVB pleit in een opinion paper voor aanpassingen van de AMLR zodat financiële instellingen makkelijker informatie met de overheid kunnen uitwisselen. Als dat gebeurt is de omstreden Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) niet meer nodig.

Gevaarlijke ontwikkeling
De privatisering van overheidstaken naar de markt zorgt uitwisseling van gegevens over misdaadbestrijding tussen private partijen, wat een gevaarlijke ontwikkeling is en aangeeft dat ondernemingen taken toebedeeld hebben gekregen die niet bij hen thuis horen.

Het is hoog tijd dat overheidstaken weer terug gaan naar de overheid. Als de overheid wil dat banken en notarissen alert zijn op verdachte personen, moet de overheid zelf voorzieningen treffen.

 

Noten
[*] Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
[**] De belangrijkste: financiële instellingen hebben een interne zwarte lijst, het ‘Intern Verwijzingsregister’ (IVR), de onderling gedeelde zwarte lijst, het ‘Extern Verwijzingsregister” (EVR). Het BKR is een lijst van mensen met schulden, toegankelijk voor financiële instellingen en bepaalde andere ondernemingen. Verzekeraars hebben een centrale lijst van alle verzekeringsmeldingen, zowel gegronde als ongegronde.

 

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Provisional agreement on the Digital Operational Resilience Act (DORA) | cybersecurity, financial sector

The Council of the EU announced that a provisional agreement has been reached on the Digital Operational Resilience Act (DORA), which will make sure the financial sector in Europe is able to maintain resilient operations through a severe operational disruption.

 

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Wet Bibob en de AVG | uitspraak Rechtbank Midden-Nederland

Ook bij toepassing van de Wet Bibob [*] kan er aanleiding zijn om op grond van de AVG inzage te vragen in de verwerkte persoonsgegevens, zo blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland. Op verzoek van de eisers heeft het College van Procureurs-generaal inzage gegeven in een groot deel van de door eisers gevraagde documenten. Die inzage wordt verschaft omdat het belang van opsporing en vervolging als weigeringsgrond niet meer aanwezig is, zo staat in de uitspraak.

Er zijn echter twee e-mail berichten die het College (‘verweerder’) niet wil verschaffen:

Verweerder stelt zich hierbij op het standpunt dat het belang van opsporing en vervolging als weigeringsgrond, zoals dat is verwoord in het bestreden besluit, inmiddels is komen te vervallen. Dit geldt niet ten aanzien van twee e-mailberichten, waarvan verweerder stelt dat inzage wordt gegeven in tactieken van het Openbaar Ministerie in de zaken over de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet bibob), waarbij de vrees bestaat dat integrale verstrekking van deze documenten nadelige gevolgen kan hebben voor de voorkoming van strafbare feiten in het algemeen. Verweerder verstrekt de twee e-mailberichten grotendeels geanonimiseerd, zodat daarin alleen de persoonsgegevens van eisers te lezen zijn.

De rechtbank constateert dat het College de weigering niet heeft gemotiveerd (overweging 7) en neemt kennis van de de ongelakte versie van de twee documenten, nadat eisers daarvoor toestemming hadden gegeven (overweging 8). Ter zitting heeft het College de weigering toegelicht en aangegeven dat dit komt omdat er gegevens van derden zijn vermeld en voorts omdat daarmee inzicht zou worden gegeven in tactieken in de Wet Bibob procedure (overweging 8). De rechtbank kan zich daar in vinden (overwegingen 9 en 10).

[*] Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , | Plaats een reactie

Witwasrisico’s Verenigde Staten in artikel AMLC | Wwft, AML, CFT, FATCA

Het AMLC schreef een artikel over de witwasrisico’s van de Verenigde Staten, die volgens het artikel per staat verschillen, al beschikken veel staten – aldus AMLC – over ‘robuuste antiwitwaswetgeving’.

Het is lastig om te beoordelen of dit artikel (en gelijksoortige artikelen) juist is (zijn). Positief van het artikel is dat er naar veel bronnen wordt verwezen, zodat de lezer zelf onderzoek kan instellen.

In het artikel wordt melding gemaakt van de bekende antiwitwas- en anti-belastingontwijkingscampagnes van schimmige journalistenorganisaties als ICIJ, waarvan de vraag is hoe betrouwbaar hun rapporten zijn en wie hun financiers zijn. In het artikel staan tegenstrijdige mededelingen, enerzijds dat de VS een belastingparadijs is en anderzijds dat de VS wereldwijd leider in anti-corruptie zou zijn. Of dit alles meer is dan politieke marketing, is lastig te beoordelen.

FATCA
In de tekst over FATCA komt een onjuistheid voor: die Amerikaanse wet richt zich niet tot buitenlandse ‘Wwft-plichtige instellingen’, maar tot financiële instellingen volgens de Amerikaansrechtelijke definitie. De signalering dat FATCA eenzijdig is, klopt.

Tot slot
De algemene constatering dat de witwasrisico’s niet hetzelfde zijn voor de hele VS, is een nuttige. Veel praktische hulpmiddelen geeft het artikel verder niet.

 


Aanvulling 1 juni 2022
In de huidige versie van het bericht van AMLC is de passage over ‘Lobby advocaten collectieven‘ verwijderd en heb ik de titel van het bericht aangepast. Over de oude AMLC-tekst schreef ik het navolgende dat ik hierboven heb verwijderd:

Opvallend is dat volgens het artikel de American Bar Association actief zou zijn op het gebied van verhulling van vermogen (zie onder kopje ‘Lobby advocaten collectieven’), wat ik me niet goed kan voorstellen nu deze organisatie voor zover ik weet druk bezig is met witwasbestrijding. Ik zou eerder denken aan bepaalde law firms, waarover in de passage wordt gesproken. De suggestie wordt gewekt dat alle advocaten in de VS met de beschreven verhullingsdiensten bezig zijn, wat me eveneens merkwaardig lijkt. Dit soort passages dragen bij aan het ontstaan van een onjuist beeld over een complete beroepsgroep.

Kennelijk heeft men ingezien dat de tekst over de American Bar Association onjuist is, wat uit de site van ABA al af te leiden zou moeten zijn, zie onder meer de pagina over de AML CFT working group.

De tekst over FATCA en Wwft-plichtigen klopt nog steeds niet.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , | Plaats een reactie