Notaris in de fout met de Wwft | Kamer voor het notariaat Amsterdam 20 januari 2022

De Belastingdienst attendeerde Bureau Financieel Toezicht (BFT), de Wwft-toezichthouder voor het notariaat, op een notaris die betrokken was bij transacties door criminelen. Zo’n signaal is aanleiding voor BFT om onderzoek in te stellen naar de naleving van de Wwft door de notaris.

Het is interessant om te zien welke feiten voor de notaris aanleiding hadden moeten zijn voor melding van ongebruikelijke transacties dan wel voor extra (‘verscherpt’) onderzoek.

Risico-indicatoren
BFT spreekt ‘risico-indicatoren’, wat soms feiten zijn en soms conclusies:

Conclusies (paragraaf 2.5):

  1. de transactie sluit (zonder nadere info) niet aan bij sociaal economisch profiel;
  2. cliënt is mogelijk katvanger/stroman;
  3. problematisch om identiteit cliënt vast te stellen.

Als dit conclusies zijn, is de vraag op welke feiten die conclusies gebaseerd zijn. Uit de tekst in de uitspraak over dossier 2 zijn die onderliggende feiten niet af te leiden.

Feiten (paragraaf 2.5):

  1. de koper en verkoper hebben een buitenlandse nationaliteit en zijn woonachtig te Dubai, Verenigde Arabische Emiraten, en Teheran, Iran;
  2. geen rechtstreekse schriftelijke correspondentie met de koper, zoals het toezenden van de conceptakte, dit gaat via de verkoper;
  3. de verkoper regelt alles en levert alle gegevens aan;
  4. de koopsom bedraagt € 1;
  5. de in het buitenland wonende koper wordt bestuurder;
  6. er is sprake van spoed met betrekking tot het passeren van de akten;
  7. de reden van de koper voor de aankoop van de aandelen van beide vennootschappen is onbekend dan wel niet nagegaan;
  8. beide vennootschappen hebben een soortgelijk doel;
  9. meerdere aandelenoverdrachten in een korte termijn;
  10. dezelfde partijen verschijnen meerdere malen in verschillende transacties in een korte periode.
  11. de koper heeft een jonge leeftijd (19 jaar);
  12. de koper woont in Friesland; de vennootschap is gevestigd in Eindhoven (cliënt niet woonachtig in werkgebied notaris);
  13. de koopsom bedraagt € 1.500 en betreft alleen goodwill terwijl uit het dossier niet blijkt van onderzoek naar de realiteit daarvan;
  14. van de koopsom wordt een gedeelte rechtstreeks door de koper aan de verkoper betaald en voor een gedeelte is sprake van een afstand van het vorderingsrecht en schuldigerkenning uit hoofde van een geldlening;
  15. de verkoper heeft deze vennootschap ongeveer negen maanden eerder opgericht;
  16. de notaris kan zich niet meer herinneren welke reden de koper gaf voor de aankoop van de aandelen.

Boeiend is de vraag waarom de hierboven genoemde zeventien feiten een risico-indicator zouden zijn.

Bij feit nummer 1. is de vraag of het hebben van de buitenlandse nationaliteit als zodanig al riskant is, of dat dit riskant is omdat deze notaris normaal geen transacties heeft met buitenlandse verkopers en kopers, dan wel of hier vooral van belang is dat verkoper woont in Iran (hoog risico land volgens FATF en Europese Commissie) en de koper woont in Dubai (hoog risico volgens AMLC, op de actuele AML lijst van de Europese Commissie kom ik het land niet tegen).

Feiten nummer 2. en 3. zijn merkwaardig: hoe kan de notaris weten dat de wensen van de koper worden uitgevoerd als hij geen rechtstreeks contact met koper heeft? Ook buiten de Wwft om lijkt me dit onzorgvuldig.

Dat de koopsom 1 euro bedraagt (feit 4.) betekent op zichzelf niets en dat er 1500 euro voor goodwill wordt betaald (feit 13.) klinkt symbolisch. Er zijn ook legitieme transacties waarin dat gebeurt. Ook met koopsommen van 10 euro en 10.000 euro kan iets aan de hand zijn. Een risico-indicator hoort te zijn dat de koopsom niet lijkt te passen bij de transactie (waarbij rekening mag worden gehouden met het feit dat een notaris geen waarderingsdeskundige is). De vraag hierbij rijst hoe ver het onderzoek van de notaris (en andere Wwft-plichtigen) naar de juistheid van de koopprijs hoort te gaan.

Dat de rechtspersoon een buitenlandse bestuurder krijgt (feit 5.) is op zich ook niet vreemd. Er zijn vele Nederlandse rechtspersonen met buitenlandse bestuurders. Een betere indicator is dat sprake is van een buitenlandse bestuurder zonder een redelijke verklaring.

Spoedeisendheid van een wens tot overdracht van aandelen (feit 6.) is geen indicatie voor criminaliteit. Zo’n spoedeisendheid doet zich in het gewone leven ook voor als mensen een transactie uitgebreid met hun financiële adviseurs hebben voorbereid en vervolgens denken dat de notaris wel ‘even’ een levering kan draaien. Dus wat mij betreft is spoedeisendheid nergens een indicator van, tenzij het onaannemelijk over komt.

Op zich kan er naar de reden voor de aankoop worden gevraagd (feiten 7. en 17.), de vraag is dan wel wat voor een notaris acceptabele redenen zijn. Daarover verschaft deze uitspraak geen nadere helderheid.

Waarom het hebben van een soortgelijk doel (feit 8.) een aanwijzing voor criminaliteit zou zijn, is voor mij een raadsel.

Meerdere aandelenoverdrachten in een korte termijn (feit 9.) worden als aanwijzing voor criminaliteit genoemd, evenals het meerdere malen verschijnen van dezelfde partijen in verschillende transacties in een korte periode (feit 10.). Het is in ieder geval aanleiding voor nader onderzoek, maar dit kan zich ook in reguliere gevallen voordoen.

Een jonge leeftijd van de koper van aandelen (feit 11.) is inderdaad bijzonder en is reden om na te gaan wat de verdere omstandigheden zijn (als het een zoontje van een miljonair is wordt het minder vreemd).

In feit 12. wordt gesproken over een cliënt die niet woonachtig is in het werkgebied notaris. Ik ben heel benieuwd wat BFT daar onder verstaat, aangezien ik vermoed dat er grote notarispraktijken zijn die transacties in heel Nederland doen.

Bijzonder is dat BFT meent dat het gedeeltelijk schuldig blijven van de koopprijs (of gaat het om het gedeeltelijk direct betalen?) een aanwijzing is voor criminaliteit (feit 14.). Dit gebeurt naar mijn idee voortdurend. Het nadeel van dit soort vreemde veronderstellingen is, dat er afvinklijstjes moeten worden gemaakt, zodat iets wat heel normaal is wordt besproken in het Wwft-dossier ter geruststelling van de toezichthouder.

Waarom is het bijzonder dat een bv negen maanden eerder is opgericht (feit 15.)? En waarom is het niet bijzonder dat een bv die vijftien jaar bestaat wordt overgedragen?

Elders in de uitspraak komen ook interessante feiten naar voren, zoals in paragraaf 5.7 waarin een oprichter van een bv een wisselend postadres heeft en woont op een adres van een screeningsbalie voor dak- en thuislozen. Notarissen hebben toegang tot de burgerlijke stand, dus kunnen nagaan op welk adres inwoners van Nederland (zoals de oprichter) zijn ingeschreven. Is dat niet gebeurd? Kunnen notarissen in een systeem (handelsregister?) zien welke bedrijven organisaties op bepaalde adressen zijn gevestigd? De uitspraak verschaft daar geen duidelijkheid over.

Ontvangen opdrachten via ‘digitaal gecodeerd systeem’
In de uitspraak staat een raadselachtige tekst over een door de notaris gebruikt systeem:

2.6. Via een digitaal gecodeerd systeem, genaamd FIRM24, heeft de notaris gedurende een periode van twee à drie jaar opdrachten voor het oprichten van besloten vennootschappen en (aanvankelijk) ook opdrachten voor levering van aandelen ontvangen. In de maanden november en december 2019 heeft de notaris 372 akten gepasseerd, waarvan 204 oprichtingsakten via FIRM24.
2.7. In dossier 2 heeft de dienstverlening plaatsgevonden via FIRM24. In dossier 5 heeft de eerste levering via FIRM24 plaatsgevonden.

Betekent dit dat de notaris opdrachten uitvoerde zonder rechtstreeks contact met partijen te hebben (vooruitlopend op digitalisering van het rechtspersonenrecht)? Als dit een dossiersysteem is (‘Document Management System’), welke relevantie heeft dat dan? Het maakt toch ook niet uit of een tekst is geschreven op een windows pc of een macos computer?

Het lijkt er op dat dit systeem vooral belangrijk wordt geacht in verband met de informatieplicht van de notaris (‘Belehrungspflicht’), aldus paragrafen 5.19-5.27. Vreemd dat hier zoveel aandacht aan wordt besteed terwijl het ontbreken van contact van de notaris met de koper slechts onder de ‘risico-indicatoren’ wordt vermeld.

 

Meer informatie:

Over Ellen Timmer

Weblog: https://ellentimmer.com/ ||| Microblog: https://mastodon.nl/@ellent ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Notaris in de fout met de Wwft | Kamer voor het notariaat Amsterdam 20 januari 2022

  1. r grootveld zegt:

    De transactie sluit (zonder nadere info) niet aan bij sociaal economisch profiel; is dit niet gewoon discriminatie? Wie maakt uit wat behoort tot een bepaald sociaal profiel? Wij, als administratiekantoor, hebben veel allochtone (met name Turkse) klanten. Ik heb een belastingambtenaar wel eens gevraagd wat ik moet doen als een van mijn klanten van vakantie terugkomt en hij heeft opeens een baard. Hij kon de grap daarvan wel inzien. Maar onder het huidig bewind zou dat reden kunnen zijn voor een verscherpt onderzoek!

    Verder zijn de genoemde punten inderdaad nogal algemeen. Je kan hooguit stellen dat er een algemeen beeld ontstaat dat verdacht zou kunnen zijn. Wat vooral aantoont waar een dienstverlener allemaal op moet letten om niet in aanvaring te komen met de wet. Want de vraag is nu of elk van die indicatoren op zichzelf aanleiding zouden moeten geven tot onderzoek.

    Ik vraag me ook af of in de geven situatie het wetboek van strafrecht niet voldoende sancties bevat om de notaris aan te pakken. Zodat de wwft niets toevoegt. Want dat het allemaal geen zuivere koffie is lijkt mij wel aannemelijk.

    • Eens dat sommige zaken niets met de Wwft te maken hebben. Een notaris die welbewust criminelen ondersteunt is zelf een witwasser / medepleger (strafrecht), daar is de Wwft niet voor geschreven. Toch worden strafrecht (voor criminelen) en de Wwft (voor nette beroepsbeoefenaren die voldoende moeten opletten) vaak door elkaar gehaald, zoals in de Haagse zaak van notaris Oranje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s