FD: Europese Bankenautoriteit vreest dat witwasregels doel voorbij schieten

Vandaag is voorpaginanieuws bij het FD dat EBA zich zorgen maakt over de omgang door banken met de antiwitwasregels, lees Europese Bankenautoriteit vreest dat witwasregels doel voorbij schieten door Rutger Betlem en Johan Leupen.

De praktijk leert dat ondernemers en organisaties terughoudend zijn met het uiten van kritiek op banken, in de vrees de relatie met de banken te schaden. Gevolg daarvan is dat de banken te weinig tegenspraak krijgen. Het is belangrijk dat die tegenspraak er wel komt, zodat banken hun werkwijze kunnen verbeteren en discriminatie kunnen voorkomen. Verder is het van belang dat de overheden worden aangesproken op onvolkomenheden in de regelgeving.

Het zou goed zijn als branche-organisaties van ondernemingen dit onderwerp op hun agenda’s zouden zetten.

Ook voor consumenten is de-risking belangrijk. Zo zijn Nederlandse banken niet happig op het accepteren van mensen die belastingplichtig zijn in de Verenigde Staten en hebben banken de rekeningen opgezegd van Nederlanders die niet in de EU wonen.

Doe mee aan de consultatie!
Al eerder kondigde ik hier de consultatie van EBA over de-risking aan. Ik roep iedereen op om de ervaringen met banken bij EBA te melden. De consultatie loopt tot en met 11 september aanstaande.

 

Meer informatie: Berichten op dit blog over de-risking, witwasbestrijding door banken en consument en Wwt. Lees bijvoorbeeld over de problemen van Nederlanders die niet in de EU wonen. MONEYVAL besteedde aandacht aan de-risking.

 


Aanvulling 3 september 2020 om 19:25 uur
De navolgende artikelen staan niet achter betaalmuren:

Aanvulling 7 september 2020
[1] Op 4 september jl. is in het FD de opinie van Michiel Dill van Clavis verschenen onder de titel “Poortwachters en DNB moeten samen optrekken tegen witwaspraktijken“. Dill toont begrip voor de positie van banken en bekritiseert het ontbreken van samenwerking tussen poortwachters onderling. Hij wil niet wachten op de uitkomsten van het EBA-onderzoek:

Dat de EBA nu zaken onderzoekt is goed, maar het duurt lang voordat er langs die weg een andere aanpak is geformuleerd. Het is gewenst dat de banken inclusief De Nederlandsche Bank als toezichthouder een aanpak formuleren die het hoofddoel realiseert, de economische schade stopt en het voor banken aantrekkelijker maakt om het risico te beheersen in plaats van uit te sluiten.

Helder moet zijn dat er geen enkele ruimte is voor witwassen, belastingontduiking of terrorismefinanciering. Maar daar begint het pas. Ook schadelijke activiteiten als agressieve belastingplanning moeten worden bestreden. Dat lukt alleen als poortwachters en toezichthouders samen optrekken.

Het samenwerkingsverband van banken met de overheid FEC reageerde op LinkedIn op de opinie:

Binnen FEC-PPS, waar zowel DNB als de grootbanken en de NVB onderdeel van uit maken, zoeken we al langer de samenwerking op met als doel de integriteit van de financiële sector te versterken.

Overigens: als er over samenwerking tussen overheid en private sector wordt gesproken, betreft dit aan private kant meestal alleen de grootbanken.

[2] De Nederlandse Vereniging van Banken gaf commentaar op het EBA-artikel van het FD:

 

Aanvulling 14 september 2020
De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft een bericht gepubliceerd onder de titel “Witwasonderzoek soms belemmering voor dienstverlening aan bedrijven“, 11 september 2020. In het bericht valt kritiek op de toezichthouders te beluisteren:

De aangescherpte verplichtingen van banken om als poortwachter te waken voor de integriteit van het financiële stelsel vormen soms een belemmering voor dienstverlening aan bedrijven. Dat geldt des te meer voor sectoren die door toezichthouders worden aangemerkt als hoog risico. Dat schrijft de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) in reactie op een uitvraag van de Europese Banken Autoriteit (EBA) naar de invloed van anti-witwasregelgeving op de beschikbaarheid van financiële diensten. 

Naarmate het risico op witwassen groter wordt moeten banken meer informatie uitvragen om zich er van te vergewissen dat klanten hier niet bij betrokken zijn of raken. Wanneer die informatie niet wordt verschaft, of als het niet mogelijk lijkt om maatregelen te nemen om het risico op witwassen voldoende te beperken, mag de bank op basis van de wet geen relatie aangaan of moet zij afscheid nemen van de klant. Banken zetten echter vraagtekens bij het steeds grotere detailniveau van de informatie die toezichthouders vereisen. Daarbij helpt het niet dat toezichthouders geen duidelijkheid verschaffen over het soort ‘bewijs’ dat voldoende is om aan te tonen dat klanten te goede trouw zijn. Dit maakt banken extra voorzichtig.

Banken zijn daarom blij met dit onderzoek van de EBA en hopen dat de uitkomst aanleiding zal zijn voor een open gesprek tussen wetgever, toezichthouders en poortwachters om te kijken hoe we belemmeringen voor bonafide klanten zoveel mogelijk kunnen wegnemen.

Opvallend is dat niet de banken beslissen wat hoog risico is, maar dat dit kennelijk iets is waar DNB en EBA over gaan. De consultatiereactie van de NVB is hier te vinden.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Privacy Shield: MEPs to assess the future of EU-US personal data flows | EU, GDPR

Members of the European Parliament will discuss Privacy Shield. Civil Liberties MEPs will tomorrow discuss ways forward on transatlantic data transfers following the ECJ’s ruling invalidating the Privacy Shield decision. Read the press release of today. The agenda is here.

From the press release:

MEPs want to assess the level of protection of fundamental rights of European citizens in transatlantic transfers of personal data for commercial purposes, as well as the impact of the judgment on other current or future instruments related to EU-US data exchanges for law enforcement purposes. (…)

The Court of Justice ruled on 16 July (Schrems II) that the current Commission’s adequacy decision was invalid and that the EU-US Privacy Shield does not guarantee the level of data protection required by the Union’s data protection legislation and the EU Charter of Fundamental Rights. The Court was particularly concerned by extent of access to transferred personal data enjoyed by the US public authorities for national security purposes and lack of adequate judicial protection provided to European citizens in the US. The Court also upheld the validity of Standard Contractual Clauses for international transfers.

The 2016 Privacy Shield agreement allows companies to transfer personal data of European citizens to the US if they can guarantee the standards agreed. Some 5000 companies are currently using this arrangement for the transfer of data, including Facebook, Google and Microsoft.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Nieuwe vragen uit de Tweede Kamer over de gevolgen van FATCA

De Amerikaanse FATCA-wet is een klassiek voorbeeld van schending van (financiële) mensenrechten (meer info) en heeft tot nieuwe vragen vanuit de Tweede Kamer, door mevrouw Lodders, geleid.

Aanleiding voor de eerste tien vragen is een niet-bindende uitspraak van de financiële geschilleninstantie Kifid, die op zijn minst zeer opmerkelijk kan worden genoemd. Voorts worden vragen gesteld naar aanleiding van de wijziging van annex II van het Nederlandse verdrag met de VS (FATCA-verdrag), die betrekking hebben op ‘sponsored’ en ‘sponsoring’ ‘entities’.

Onderstaand de tekst van de gestelde vragen:

2020Z15384
(ingezonden 2 september 2020)

Vragen van het lid Lodders (VVD) aan de staatssecretaris en de minister van Financiën over het bericht ‘Kifid: bank mag betaalrekening beëindigen als consument geen US TIN of CLN wil aanvragen’ en het bericht ‘Wijziging annex II FATCA-verdrag’.

1. Bent u bekend met het bericht ‘Kifid: bank mag betaalrekening beëindigen als consument geen US TIN of CLN wil aanvragen’? 1)

2. Deelt u de mening dat een van de argumenten van de bank om de bankrekening stop te zetten, ‘het bewust onjuist informatie verstrekken 2)’ op de vraag ‘bent u fiscaal inwoner van een ander land?’ meer zegt over de vraagstelling dan over het gegeven antwoord? Deelt u de mening dat de vraag te technisch en onduidelijk is geformuleerd, dat sommige Nederlanders niet weten wat een ‘fiscaal inwoner’ is en dat deze informatie ook onvoldoende actief door de bank wordt verstrekt? Zo ja, bent u voornemens om de banken te wijzen op hun informatieverplichting richting de consument en hen te vragen de communicatie over een uiterst ingewikkeld onderwerp als de regelgeving rond de wet naleving belastingplicht buitenlandse rekeningen (FATCA) zowel in vragenlijsten als op de website en andere communicatiemiddelen te verbeteren? Zo nee, waarom niet?

3. Deelt u tevens de mening dat ook de informatieverstrekking en de communicatie van de Belastingdienst hierin tekortschiet, gezien het feit dat er op de site van de Belastingdienst alleen FATCA-informatie is te vinden voor bedrijven (naast de link naar een artikel in de Staatscourant uit 2016)? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier wilt u ook de communicatie vanuit de Belastingdienst over dit ingewikkelde onderwerp verbeteren richting de individuele Accidental Americans? Kunt u hierin samen optrekken met de banken, de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), de Accidental Americans en de Americans Overseas?

4. Betekent deze uitspraak uit het bericht in vraag 1 dat deze consument straks niet meer beschikt over een basisbetaalrekening wanneer de betreffende financiële instelling het niet- bindende advies opvolgt? Zo ja/nee, kunt u garanderen dat Nederlandse US persons (die niet de wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) overtreden) te allen tijde kunnen beschikken over een betaalrekening?

5. Zijn financiële instellingen alleen op basis van vermoedens van overtreding van de Wwft al bevoegd rekeningen te sluiten/blokkeren of moeten banken hier ook daadwerkelijk hard bewijs voor aanleveren? Kunt u uw antwoord toelichten?

6. Welke middelen heeft u om te voorkomen dat financiële instellingen alleen op basis van het ontbreken van een TIN/SSN bankrekeningen blokkeren of sluiten? Bent u bereid deze middelen in te zetten?

7. Herinnert u zich uw antwoord op vragen van de leden Omtzigt, Van Weyenberg en Lodders

3) ‘Ik wil overigens wel nogmaals benadrukken dat ik het voorbarig vind als banken rekeningen sluiten, blokkeren of bevriezen met als enige reden dat geen TIN is verkregen’?

8. Hoe valt uw antwoord onder vraag 5 te rijmen met het besluit van nota bene een staatsbank om de rekening van een consument te sluiten op basis van het ontbreken van een TIN en de hiertoe ondersteunende uitspraak van het onafhankelijke klachteninstituut Kifid? Wat betekenen uw woorden in het licht van deze uitspraak?

9. Klopt het dat
– wanneer een basisbetaalrekening van een consument na 30 juni 2014 is geopend er geen drempel van USD 50.000 geldt voor een rapportageverplichting aan de Amerikaanse belastingdienst IRS;
– dit betekent dat de naam en het adres van de US person die de rekening houdt alsmede zijn rekeninggegevens gerapporteerd moeten worden aan de IRS, ook als de rekeninghouder geen TIN/SSN heeft verstrekt aan de bank;
– dit de IRS in staat stelt de rekeninghouder te benaderen met het verzoek aangifte te doen? Zo ja, deelt u de conclusie dat een US person die geen TIN/SSN aan de bank heeft verstrekt geen basisbetaalrekening mag worden geweigerd, aangezien de verplichte rapportage aan de IRS voorkomt dat er een reëel risico van belastingontduiking is? Zo nee, kunt u uw antwoord toelichten?

10. Deelt u de zorgen over de positie van de belastingbetaler/consument in zaken tegen de overheid of financiële instellingen, aangezien de individuele burger niet dezelfde middelen heeft als de overheid en/of financiële instellingen? Op welke manier worden de rechten van de consument in zaken tegen financiële instellingen met een leger aan adviseurs, advocaten en juristen beschermd?

11. Bent u bekend met het bericht ‘Wijziging annex II FATCA-verdrag’? 4)

12. Waarom heeft de VS eenzijdig besloten de regelgeving rond de FATCA-registraties te veranderen met alle gevolgen voor ‘sponsered entities’ en ‘sponsoring entities’ van dien? Deelt u de mening dat dit weer een typisch voorbeeld is van het wijzigen van de spelregels tijdens het spel? Zo nee, waarom niet?

13. Om welke reden heeft Nederland er in eerste instantie niet voor gekozen de ‘sponsored entities’ aan te wijzen als ‘non reporting financial institutions’ in de Annex II van de intergouvernementele overeenkomst (IGA)? Waarom hebben andere landen hier wel meteen afspraken over gemaakt met de VS?

14. Wat waren de gevolgen geweest voor deze 1700 ‘sponsored entities’ en 130 ‘sponsoring entities’ als Nederland deze aanvullende afspraken met de VS niet had gemaakt?

15. Welke (extra) informatie moeten deze 1700 ‘sponsored entities’ en 130 ‘sponsoring entities’ aanleveren bij de IRS en op welke manier wordt de privacy van deze bedrijven en hun klanten gewaarborgd?

16. Welke garantie is er, in het licht van het Amerikaanse besluit om de regelgeving voor ‘sponsored entities’ en ‘sponsoring entities’ aan te passen, dat de regelgeving voor andere soorten entiteiten die nog niet verplicht zijn te rapporteren aan de IRS niet wordt aangepast?

17. Deelt u de steeds groter wordende zorgen over de FATCA-regelgeving, nu, naast de in eerdere sets schriftelijke vragen van (onder andere) het lid Lodders benoemde problematiek 5), ook blijkt dat steeds meer Nederlandse/Europese bedrijven specifieke informatie moeten delen met de Amerikaanse belastingdienst en dat het nu zelfs voor het Kifid klaarblijkelijk gerechtvaardigd is om bankrekeningen van consumenten op basis van het ontbreken van een TIN/SSN te blokkeren of te weigeren?

[1] Kifid, 31 juli 2020 (https://www.kifid.nl/kifid-bank-mag-betaalrekening-beeindigen-als-consument-geen-us-tin-of-cln-wil-aanvragen/)
[2] Ibid.
[3] Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2019-2020, nr. 2158.
[4] Taxlive, 19 augustus 2020 (https://www.taxlive.nl/nl/documenten/vn-vandaag/wijziging-annex-ii-fatca-verdrag)
[5] Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2018-2019, nrs. 3382 en 3709 en vergaderjaar 2019-2020, nr. 2158, alsmede onbeantwoorde Kamervragen 2020D30557 en 2020D31331.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Heridentificatie-perikelen met de bank | slechte beurt van Aegon-dochter Knab

Mijn artikelen over ‘heridentificatie’ door banken roepen de nodige reacties op.
Lees onder Heridentificatie als alibi voor Wwft-cliëntenonderzoek | Knab de reacties. Uit de recente reacties citeer ik hieronder.

Op 26 augustus schrijft een lezer:

Hallo, ook ik heb de mail nu ontvangen en zie in de app de melding dat ik mij moet identificeren. Ik heb ze gebeld en een vriendelijke dame legt uit dat een rijbewijs niet voldoende is om je te identificeren. De AFM en de Rijksoverheid denken daar anders over. Een rijbewijs kent alleen geen NFC-chip die ze makkelijk kunnen uitlezen waardoor de bank er geen werk mee heeft. Ik heb echter geen ID-kaart en heb die in het dagelijks leven ook niet nodig. Mijn rijbewijs is voldoende. Ik heb gevraagd of een leidinggevende me kan terugbellen hierover. Dat kon, maar in plaats daarvan krijg ik een mail met weer dezelfde uitleg die gewoon niet klopt.

Een andere lezer schrijft op dezelfde datum:

ook ik ontving vandaag het dwingende verzoek van Knab om binnen 4 weken via een app opnieuw identiteitsgegevens aan te leveren. Zomiet, dan wordt de toegang tot mijn rekeningen afgesloten, en vervolgens de rekeningen verwijderd. Als reden wordt opgegeven dat DNB dit vereist van alle banken. Na contact met de klantenservice van Knab vertelt een medewerker mij dat DNB de banken hiervoor 2 jaar heeft gegeven. Daarnaast wil ik geen bank app want ik beschouw dat als onveilig, bovendien zou ik dan eerst een nieuwe telefoon moeten aanschaffen, want mijn huidige telefoon van 5 jaar oud kan de app niet besturen. Ik voel me enorm onder druk gezet door Knab

Vandaag schrijft een bejaarde lezer:

Ik ben 70 jaar en heb al jaren in tevredenheid een rekening bij deze bank.
Ik word nu herhaaldelijk constant door KNAB belaagd met het verzoek(dwingend en intimiderend ) om mij te her-identificeren onder het mom van de Wwft wet, wat onzin is, doe ik dat niet voor 17 september dan nemen zij afscheid van mij en wordt mijn rekening geblokkeerd!
Zéér klantvriendelijk!!!
De verplichting om hun app op je mobiel te downloaden stuit mij tegen de borst, om de eenvoudige reden dat ik een oude telefoon heb die daar niet geschikt voor is en heb ik totaal geen vertrouwen in mobiel bankieren, misschien speelt mijn leeftijd ook daarin een rol!
Ik internet op mijn computer als sinds 1994 bij de ABN en heb daar nooit een probleem mee gehad, dus ben niet A digitaal.
Ik vind het pure ouderen discriminatie, onbetrouwbaar en onterecht , als ze je dan nog een keus zouden geven vind ik dat beter gepast maar niet op deze manier!
Ik heb al een telefonisch gesprek met een van hun medewerkers gehad en berichten achtergelaten, maar dat helpt niet.
Ook geprobeerd de Telegraaf en Radar voor dat euvel geprobeerd te interesseren, maar daar zit ook geen schot in!
Probeer het nu bij Max, maar wie luistert er in deze Coronatijd naar! mensen schijnen andere dingen aan hun hoofd te hebben, wat ik begrijp, maar ik vind wat de banken doen onbetrouwbaar en schandalig!

Bij navraag bij de DNB blijkt er geen wet te zijn die je dat verplicht en werd mij medegedeeld dat de banken zelf hun ( huisregels) kunnen invoeren ter beveiliging!
Terwijl ik bij het openen van mijn KNAB account mij al eens geïdentificeerd met mijn paspoort.

Hier maakt Aegon-dochter Knab een slechte beurt!

 

Lees alle berichten over heridentificatie op dit blog.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Onderzoek naar het Centraal Aandeelhoudersregister

Op het ondernemingsrechtweblog verscheen het onderstaande artikel over het Centraal Aandeelhoudersregister (CAHR), dat zou moeten bijdragen aan rechtszekerheid en fraudebestrijding.

 


Onderzoek naar het Centraal Aandeelhoudersregister

Geschreven door:
Hannah Erdman en Niek Zaman

Begin mei 2020 is onder leiding van prof.mr. Niek Zaman en onderzoek-medewerkster mr. Hannah Erdman vanuit de Notariële vakgroep van het Instituut Privaatrecht van de Universiteit Leiden een onderzoek gestart naar de knelpunten en mogelijkheden van een Centraal Aandeelhoudersregister (CAHR). Dit onderzoek komt voort uit initiatieven en vragen vanuit de politiek, het bankwezen en andere financiële instellingen.

Het CAHR beoogt het centraal, digitaal en gestructureerd verzamelen en ontsluiten van informatie over aandeelhouders en andere rechthebbenden in BV’s en besloten NV’s. Sedert 2011 is bij de Tweede Kamer daartoe een Initiatiefwetsvoorstel tot invoering van een CAHR in behandeling, dat – naast het bevorderen van rechtszekerheid – met name gericht is op het opsporen en tegengaan van misbruik en (faillissements)fraude. Vanwege de komst van het UBO-register en andere (Europese) ontwikkelingen in het ondernemingsrecht (zie hierover het rapport: oprichten zonder omwegen, van Stokkermans & Timmerman, 22 mei 2020) is de behandeling in de Tweede Kamer van het wetsvoorstel naar aanleiding van het standpunt daarover van het Kabinet in het najaar 2019 opgeschort.

Buiten de antimisbruik doelstelling (en de bevordering van de rechtszekerheid/ modernisering) is er tot nu toe weinig aandacht geschonken aan de mogelijke financieel- economisch voordelen van de invoering van een CAHR, met name voor het MKB. Om die reden zal dit onderzoek zich tevens richten op het belang van digitalisering en centralisering van aandelenregisters, de bevordering van een efficiënter kapitaal-infrastructuur, het creëren van een (multilateraal) handelsplatform voor aandelen in BV’s (bijv. ook voor crowdfunding en werknemersparticipatie) en de verlaging van financieringskosten en administratieve lasten in het MKB.

Het streven is om het onderzoek af te ronden in oktober 2020.

Lezers van deze blog die willen reageren op het CAHR of een bijdrage willen leveren aan het onderzoek, kunnen zich melden op het e-mail adres j.e.erdman@umail.leidenuniv.nl.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Kapitaalvennootschappen, Rechtspersonenrecht | Tags: | Plaats een reactie

BKR en de AVG | Hof Den Bosch

Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch deed uitspraak in een zaak over kredietregistratie door banken en de AVG. De bezwaren van de consument tegen de beschikking van de rechtbank van Zeeland-West-Brabant werden niet gehonoreerd. De consument had bezwaar tegen de manier waarop hij door BKR is geregistreerd in het register (CKI). Daarbij kwam ook de betekenis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) aan de orde.

De uitspraak van de rechtbank wordt door het Hof als volgt weergegeven:

Vervolgens heeft de rechtbank – kort en bondig weergegeven – geoordeeld dat de verwerking van persoonsgegevens van [appellant] in het CKI op verzoek van de banken berust op een wettelijke verplichting als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder c AVG. De verwerking van persoonsgegevens vloeit immers voort uit een op artikel 4:32 Wft rustende verplichting van Achmea en ABN AMRO als kredietaanbieders om deel te nemen aan een stelsel van kredietregistratie, hetgeen noodzakelijkerwijs het verwerken van persoonsgegevens meebrengt. Dit geldt ook voor bijzonderheidscoderingen zoals die hier aan de orde zijn. Dat betekent dat [appellant] geen beroep kan doen op artikel 21 lid 1 AVG en evenmin op artikel 17 lid 1 AVG.

Dit laat onverlet dat een belangenafweging ertoe kan leiden dat gegevens alsnog verwijderd dienen te worden: er moet immers voldaan zijn aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Er dient dus beoordeeld te worden of de inbreuk op de privacy van [appellant] niet onevenredig is in verhouding met het door de registratie te dienen doel. Hierbij moeten de omstandigheden van het concrete geval in acht worden genomen. De rechtbank is, gelet op de financiële plannen van [appellant] , van oordeel dat er nog alle reden is om hem te beschermen tegen het aangaan van nieuwe schulden. [appellant] is destijds vanwege zijn al jarenlang bestaande problematische schuldensituatie in de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: wsnp) gekomen hetgeen in maart 2016 is beëindigd met de verlening van de schone lei. Ter zitting heeft [appellant] geen informatie kunnen geven in hoeverre hij zijn schulden in de periode van drie jaar heeft kunnen aflossen. Er is dan ook reden voor [appellant] om zorgvuldigheid te betrachten bij het aangaan van schulden en hem daartegen te beschermen. Er is tevens reden om kredietverstrekkers tegen hem te beschermen. Van belang is verder dat hij kort na het verkrijgen van een schone lei zijn vaste baan heeft opgezegd en dat hij is gaan werken via detacheringsbureaus. Daarna is hij zelfstandig ondernemer geworden. Uit de door [appellant] overgelegde stukken blijkt niet van een stabiel inkomen; de noodzaak tot uitbreiding van de onderneming is op geen enkele wijze onderbouwd. De noodzaak van een zakelijk krediet is op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. De noodzaak een auto te financieren via financial lease is niet onderbouwd. De noodzaak tot het aangaan van een hypothecaire zekerheid is niet aangetoond, aldus de rechtbank.

Het beroep op artikel 10 van de Grondwet wordt verworpen omdat de Grondwet dient te worden uitgelegd conform het Unierecht. Het beroep op de artikelen 7 en 8 van het Handvest slaagt niet nu het de rechtbank niet duidelijk is waarom [appellant] hier een beroep op doet. Een beroep op artikel 8 van het EVRM slaagt niet omdat de AVG een wettelijke regeling is op basis waarvan een inbreuk op het privéleven als bedoeld in lid 2 van artikel 8 EVRM mogelijk is. De rechtbank heeft daarom het verzoek van [appellant] afgewezen en hem veroordeeld in de proceskosten van de banken.

Het Hof bespreekt de achtergrond van de kredietregistratie door BKR en constateert dat het een wettelijke verplichting is. Vervolgens bespreekt het Hof de vraag is vervolgens hoe deze verplichtingen van financiële instellingen zich verhouden tot artikel 6 lid 1 onder c AVG, te duiden in het licht van considerans 4 1 en 45 bij de AVG. Daarbij komt de kritiek van de Autoriteit Persoonsgegevens, in de brief van 14 november 2019, aan bod. Het Hof concludeert:

3.5.17. Het hof komt derhalve tot de conclusie dat de banken ter uitvoering van hun wettelijke plicht tot deelname aan een kredietregistratiesysteem (en alles wat daar noodzakelijk bij hoort) persoonsgegevens als in deze aan de orde (zoals die van [appellant] ) mogen laten verwerken door/registreren bij BKR op grond van artikel 6 lid 1 sub c AVG. Om die reden komt het hof niet toe aan een bespreking van de stellingen van [appellant] als gebaseerd op de artikelen 6 lid 1 sub f, 17 lid 1 en 21 lid 1 van de AVG, een en ander zoals reeds door de rechtbank is overwogen en beslist.
Dat sprake is van fundamentele rechten doet hier niet aan af, nu – anders dan [appellant] lijkt te betogen- geen sprake is van rechten met absolute gelding.
Dit blijkt niet alleen onverkort uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU maar ook uit Considerans 4 bij de AVG (…)

Het Hof meent – ondanks het standpunt van de Autoriteit Persoonsgegevens – dat er geen noodzaak is om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad, wat kritiek van privacy-deskundigen oplevert:

 

 

Het Hof bespreekt ook nog de registratieduur en een aantal andere elementen van de BKR-registratie en accepteert de huidige systematiek.

Naar mijn idee is de BKR-registratie nog steeds een niet-transparant gebeuren, dat veel vragen oproept. Misschien dat deze zaak niet het meest geschikt was voor een kritische beoordeling.

 


Aanvulling 6 november 2020
Volgens een artikel bij Radar zou het goed zijn als het BKR nog meer schulden zou gaan registreren. Ik weet niet of dat wel een verstandig plan is, nu BKR zo’n niet-transparante organisatie is en aan de onafhankelijkheid moet worden getwijfeld.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Terrorismefinanancierings-NRA bekend gemaakt

In het bericht Grootste risico’s terrorismefinanciering in Nederland in beeld gebracht maakte het onderzoeksbureau WODC van het Ministerie van Veiligheid de NRA terrorismefinanciering bekend.

Uit het bericht blijkt dat stichtingen een aparte vermelding verdienen als vehikel voor terrorismefinanciering, ik vraag me af of dat juist is. De indruk wordt gewekt dat het hier om een wetenschappelijke publicatie gaat (‘onderzoeksmethoden’, ‘risico analyse’, ‘ISO 31000 structuur’, enzovoorts), terwijl ik uit de tekst afleid dat het een perceptie-document is. Het betreft de perceptie van criminaliteitsbestrijders.

Tip voor de lezer: terrorisme kan met alle legale en illegale middelen worden gefinancierd. Dat betekent dat terrorismefinanciering niet kan worden herkend. Wwft-plichtigen kunnen het alleen opsporen als zij gegevens van vermoedelijke terroristen ontvangen van de overheid.

Nieuwsbericht:

Grootste risico’s terrorismefinanciering in Nederland in beeld gebracht
Nieuwsbericht | 12-8-2020 | 09:28

Terrorismefinanciering via stichtingen en andere rechtsvormen in Nederland en het buitenland, eigen middelen en ondergronds bankieren behoren tot de grootste terrorismefinanciering-risico’s in Nederland. Dat komt naar voren uit de door het WODC uitgevoerde National Risk Assessment (NRA) Terrorismefinanciering 2019.

De NRA bouwt voort op de onderzoeksmethoden die zijn toegepast in de eerste NRA uit 2017. De risico analyse is opgebouwd aan de hand van de ISO 31000 structuur voor risicomanagement en de daarin wetenschappelijk erkende effectieve methoden voor risicobepaling. Centraal daarin stonden de expertoordelen over de mogelijke impact van methoden voor terrorismefinanciering en de ‘weerbaarheid’ van het beleidsinstrumentarium. Daarbij is nagegaan in hoeverre het beleidsinstrumentarium in staat is de risico’s van terrorismefinanciering te voorkomen of te bestrijden.
Het onderzoek laat zien dat bij de preventie en bestrijding van terrorismefinanciering in Nederland de focus ligt op de financiering van jihadistisch terrorisme. Een mogelijk gevolg daarvan is dat de kennis over de financiering van andere vormen van terrorisme momenteel erg beperkt lijkt te zijn.

Lees het volledige rapport: National Risk Assessment Terrorismefinanciering 2019

 

Achtergrond: de terrorismefinancieringsartikelen op dit blog, onder meer:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Stichting en vereniging | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Zorgverzekeraar loopt vooruit op het ubo-register | Wwft

Op twitter las ik het bericht dat een zorgverzekeraar vooruitloopt op het ubo-register door de zorgaanbieder nu al het navolgende te laten verklaren:

De Zorgaanbieder verklaart in het Ultimate Beneficial Owner-register (UBO-register) te zijn ingeschreven en verstrekt op eerste verzoek van het Zorgkantoor een bewijs van inschrijving

 

 

Het is apart dat de zorgverzekeraar dit eist:

  1. Het ubo-register is er nog niet.
  2. Zodra het ubo-register er is, geldt een overgangstermijn van achttien maanden.
  3. Niet de zorgaanbieder wordt in het ubo-register ingeschreven, maar diens uiteindelijk belanghebbende(n).
  4. De zorgverzekeraar moet zelf het handelsregister raadplegen en nagaan of de registratie van de ubo juist is, zo nee dan moet er ‘teruggemeld’ worden.

Lang leve de juridische chaos!

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Bank moest BKR-code verwijderen bij niet verwijtbare schuld

De Amsterdamse rechtbank maakte bekend dat ABN Amro moet coderingen van het Bureau Krediet Registratie (BKR) van een Amsterdamse klant laten verwijderen, omdat het ontstaan van een schuld niet verwijtbaar was.

De samenvatting door de rechtbank luidt:

Kanton – Bank moet BKR-coderingen van klant laten verwijderen

22 juli – ABN Amro moet coderingen van het Bureau Krediet Registratie (BKR) van een Amsterdamse klant laten verwijderen. Daarbij weegt mee dat hij zijn schulden – een lening om zijn pilotenopleiding te betalen – niet kon aflossen omdat hij zonder dat hij daar iets aan kon doen geen baan kon vinden als piloot. Bovendien heeft hij verder geen (substantiële) schulden. De coderingen in het Centraal Krediet Informatiesysteem geven onvolledige informatie. Daardoor geven die een onjuist beeld van de omstandigheden die essentieel zijn om zijn (financiële) gedrag te beoordelen. Dat heeft de kantonrechter bepaald. De klant heeft een groot belang bij dat hij binnenkort kan verhuizen. De kans op een hypotheek is echter miniem als de coderingen niet worden verwijderd. Zijn belang weegt zwaarder dan dat van kredietverstrekkers om bij een nieuwe kredietaanvraag bekend te zijn met klantgegevens uit het verleden.

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2020:3945

 

Alle berichten op dit blog over BKR zijn hier te vinden.

 


Aanvulling 6 november 2020
Volgens een artikel bij Radar zou het goed zijn als het BKR nog meer schulden zou gaan registreren. Ik weet niet of dat wel een verstandig plan is, nu BKR zo’n niet-transparante organisatie is en aan de onafhankelijkheid moet worden getwijfeld.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , , | Plaats een reactie

WODC onderzoekt of bestuurlijke boetes kunnen worden meegewogen bij verstrekking VOG

Het onderzoeksbureau van het Ministerie van Veiligheid, het WODC (*), maakte bekend een onderzoek te hebben gedaan naar het betrekken van bestuurlijke boetes in de screening voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Lees het nieuwsbericht en het rapport.

Tekst van het nieuwsbericht:

Bezwaren en praktische obstakels bij meewegen bestuurlijke boetes in VOG-screening
Nieuwsbericht | 11-8-2020 | 15:09

Het betrekken van (bepaalde) bestuurlijke boetes in de screening voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) in bepaalde gevallen is op zichzelf wenselijk, maar er zijn nog teveel bezwaren om dit ook meteen vorm te geven in een regeling. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Leiden in opdracht van het WODC naar de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van het betrekken van bestuurlijke boetes bij de VOG-screening.

Bij een VOG-aanvraag wordt onderzoek gedaan naar het justitiële verleden van een natuurlijke persoon of van een rechtspersoon en zijn bestuurders, vennoten, maten of beheerders. Daarbij wordt het belang van de aanvrager afgewogen tegen het risico voor de samenleving in het licht van het doel van de aanvraag. Naar aanleiding hiervan wordt de VOG geweigerd of verstrekt. Bestuurlijke boetes worden, hoe hoog ook, in de screening tot nu toe niet meegenomen.

De onderzoekers constateren dat dit in sommige gevallen wel wenselijk kan zijn, maar dat er nog veel bezwaren en praktische obstakels zijn. Zo lopen de toezichttrajecten en handhavingspraktijken van de verschillende instanties die bestuurlijke boetes opleggen zo uiteen, dat aan de bestuurlijke boete, geen eenduidige betekenis kan worden toegekend in de screening. Ook ontbreekt een centraal registratiesysteem voor bestuurlijke boetes. Het is volgens de onderzoekers van belang eerst de huidige VOG-systematiek kritisch tegen het licht te houden, om pas daarna de vraag te beantwoorden of en in hoeverre het betrekken van (bepaalde) bestuurlijke boetes in de screening een nuttige aanvulling zou kunnen vormen en, zo ja, op welke wijze dit kan worden gerealiseerd.

(*) Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie