De crypto-notaris en het onderzoek naar de herkomst van het vermogen van een koper van een woonhuis | Wwft, Wna

Notarissen komt cryptovaluta tegen in hun praktijk, zo kan worden afgeleid uit een notitie die het Bureau Financieel Toezicht (BFT) heeft bekend gemaakt. BFT is verantwoordelijk voor het Wwft-toezicht en het algemene toezicht op notarissen.

In de aankondiging op de site schrijft BFT:

Memo cryptovaluta
Het BFT krijgt steeds vaker vragen vanuit het notariaat over cryptovaluta (o.a. bitcoin). Met name speelt de onderzoeksplicht van de notaris voor de Wna en Wwft daarbij een belangrijke rol. Een relevante vraag in dit kader is: hoe kan de notaris de herkomst van het vermogen (bron van de middelen) beoordelen wanneer de gelden hun oorsprong vinden in cryptovaluta? Daarnaast is van belang hoe ver de notaris moet gaan, welke documenten hij/zij kan opvragen en welke aspecten daarbij van belang zijn? Tot slot is van belang wanneer een transactie met crypto’s ongebruikelijk is op grond van de Wwft?

In deze PDFnotitie worden praktische handvatten gegeven die de notaris kan gebruiken bij zijn/haar beoordeling. Ook worden de belangrijkste begrippen die spelen bij cryptovaluta op een rij gezet.

Uit de aankondiging en de inleiding van de notitie wordt mij niet duidelijk hoe het komt dat de notaris met cryptovaluta te maken krijgt. Ik kan me niet voorstellen dat de notaris zich in die valuta laat betalen. Zouden er dan vastgoed- of aandelentransacties zijn waarbij de koopprijs (deels) in cryptovaluta wordt voldaan?

Op pagina 3 van de notitie wordt gesproken over het door de notaris beoordelen van cryptotransacties:

In welk kader ziet de notaris dergelijke transacties? Raadselachtig; dit wordt pas later in de notitie duidelijk.

De notitie is een inleiding op de juridische status van cryptovaluta, dat is nuttig, maar een relatie met de notariële praktijk tref ik pas aan op pagina 5, waar wordt gesproken over betaling aan de notaris:

Voorbeeld: koop van een woning voor zes ton

Op pagina 6 wordt een praktijkvoorbeeld genoemd van iemand die veel heeft verdiend met bitcoins en een woning wil kopen. BFT geeft aan  hoe wordt aangekeken tegen het onderzoek door de notaris naar de koper. Opvallend is dat van de notaris specialistische kennis wordt verondersteld, zoals over gebruikelijke transactiekosten, de ‘gebruikelijkheid’ van de cryptovaluta en de type partijen in de cryptosector. Onderdeel van het onderzoek kan zijn dat een kopie van de aangifte inkomstenbelasting wordt opgevraagd om te controleren of de bitcoins wel bij de fiscus zijn aangegeven.

Het roept de vraag op of iedereen die een woning koopt over meerdere jaren zijn aangiften inkomstenbelasting aan de notaris moet verschaffen om na te gaan of die aangiften wel juist zijn en opgave van alle vermogensbestanddelen bevatten, respectievelijk aantonen over welk vermogen de koper van het woonhuis beschikt. Want als je de lijn van de cryptovaluta doortrekt naar andere inkomsten, dan kan het kopen van een woning een dure aangelegenheid worden.

Praktijk

Wat ook mijn nieuwsgierigheid wekt is of dit soort crypto transacties in de praktijk wel veel voorkomen, nu ik in het verleden van iemand hoorde dat een grootbank hem de deur had gewezen omdat hij zich door zijn klanten in cryptovaluta liet betalen.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Virtuele valuta | Tags: , , , | Plaats een reactie

De ongewenste klant | artikel ’t Hart over uitsluiting door banken als gevolg van de regels witwasbestrijding

Voor Tijdschrift voor Financieel Recht schreef Frank ’t Hart een nuttig overzichtsartikel (betaalmuur) over de uitsluitingspraktijken van financiële instellingen als gevolg van de criminaliteitsbestrijdingstaken die zij hebben op grond van de witwasbestrijdingsregels (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, ‘Wwft’). Hij bespreekt enige uitsluitingsrechtspraak (onder meer de uitspraak inzake een cliënt van mij) en andere relevante informatie en besluit met de conclusie dat de regelgeving die financiële instellingen verplicht tot misdaadbestrijding in de praktijk tot ongewenste effecten leidt. Hij eindigt met:

Bedacht moet worden dat de Wwft in belangrijke mate verlangt dat financiële ondernemingen een overheidstaak vervullen. Daarmee is niet gezegd dat van financiële ondernemingen geen bijdrage mag worden verlangd in de bestrijding van financieel economische criminaliteit maar deze bijdrage dreigt nu disproportioneel te worden terwijl de gevolgen van een ontoereikende bijdrage verstrekkend zijn. De consequenties van de steeds grotere inspanning die van financiële ondernemingen wordt verlangd leiden tot maatschappelijke ongewenste uitkomsten. Anders gezegd: er zijn in beginsel geen ongewenste cliënten maar wel ongewenste consequenties.

Het is kiezen of delen: of het belang van toegankelijke financiële dienstverlening prevaleert of het belang van de bestrijding van financieel economische criminaliteit en in dat laatste geval moet maatschappelijk geaccepteerd worden dat niet iedereen financiële diensten kan afnemen (met alle gevolgen van dien) en dat cliënten dienen bij te dragen aan de kosten van deze bestrijding.

Aangezien de criminaliteit bestrijdende beleidsmakers hier niet van willen horen, zal er wel niets mee gedaan worden.

Overigens kan hetzelfde gebeuren bij andere Wwft-plichtigen.

 

NB Het is al langer zichtbaar dat de Europese grondrechten niet worden gerespecteerd door de Nederlandse en Europese overheid, daar is de gang van zaken rondom FATCA en de FATCA-verdragen een goed voorbeeld van, lees onder meer dit.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

FATF consultation on the transparency and beneficial ownership of legal arrangements | AML, CFT, ubo-register

The Financial Action Task Force (FATF) is conducting a review of the recommendation on the transparency and beneficial ownership of legal arrangements (e.g. trusts), on LinkedIn they wrote:

How can the FATF strengthen the international standard on beneficial ownership for trusts and other legal arrangements to stop criminals exploiting them to hide dirty money? Three months after toughening up its global beneficial ownership rules for legal persons, the FATF is revising its standards in other interlinked areas.
We want to hear your comments on what needs to be done.
Deadline for comments: 1 August 2022 (18h00 CEST).

Amongst others FATF is considering to revise the definition of legal arrangements and the FATF is considering to limit the scope of risk assessment and mitigation obligations to such legal arrangements that have sufficient links with the countries.

More information in the article ‘Revision of Recommendation 25 – White Paper for Public Consultation‘ (pdf).

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Vergadering commissie Financiën over FATCA levert weinig op

Op 22 juni jl. was in de commissie Financiën van de Tweede Kamer een vergadering over FATCA. Op mijn blog kondigde ik de vergadering aan en meldde de vragen en opmerkingen van de Nederlandse Accidental Americans.

Inmiddels is een conceptverslag van de vergadering beschikbaar gekomen, waaruit blijkt dat de vergadering heeft geresulteerd in twee toezeggingen van de staatssecretaris van Financiën:

  • De staatssecretaris zal de Autoriteit Persoonsgegevens een toets laten doen op de privacyaspecten van de gegevensuitwisseling volgens de huidige AVG-regels.
  • De staatssecretaris zal in overleg treden met de Nederlandse Vereniging van Banken over voorlichting over en betrokkenheid bij het dreigen met het weigeren van bankrekeningen en andere bankproducten. Overigens komt dat ook aan de orde in zijn gesprekken met zijn Amerikaanse ambtsgenoot, zoals ik het heb begrepen van de staatssecretaris.

De uitlatingen van de staatssecretaris van Financiën zijn verder weinig opwekkend: Nederlanders worden niet beschermd tegen gulzige buitenlandse overheden zoals de Amerikaanse, hij zegt:

Toch even kort en goed: of je nu toeval-Amerikaan bent of Amerikaan, je bent Amerikaan. Als je de Amerikaanse nationaliteit hebt, dan ben je wereldwijd belastingplichtig. Dat is nou eenmaal een gevolg van de Amerikaanse belastingwetgeving. Dat gaan wij echt niet veranderen en dat gaat Amerika ook niet veranderen. Die boodschap is, denk ik, wel duidelijk geworden sinds de FATCA is ingevoerd. We weten ook allemaal waarom de FATCA is ingevoerd. Dat is toch de extraterritoriale werking van het Amerikaanse recht, en in dit geval het Amerikaanse belastingrecht.

Hij erkent de schade die fiscale inwoners van Nederland die geen belastbare inkomsten uit of vermogen in de VS hebben ondervinden (onder meer hoge advieskosten), maar verkondigt zonder dat expliciet te zeggen dat Europees en Nederlands recht geen bescherming bieden. Dus de AVG en het Eerste Protocol EVRM zijn kennelijk dode letters.

Geen zeggenschap over het Amerikaanse belastingstelsel
Natuurlijk heeft Nederland geen zeggenschap over het Amerikaanse belastingstelsel, daar gaat het niet om. Waar het om gaat is dat Nederland niet allerlei grondrechten schendende regels uit landen van buiten de EU, zoals de VS, behoort te importeren. Aangezien de staatssecretaris zelf fiscalist is, weet hij waar het over heeft.

Afstand doen
Overigens blijkt uit de Woo-documenten over FATCA dat destijds is beweerd dat de schade voor fiscale inwoners van Nederland wel mee zou vallen omdat zij makkelijk afstand zouden kunnen doen. Dat is niet waar en komt ook in het verslag aan de orde:

De heer Idsinga heeft ook gevraagd naar de goedkopere of gratis afstandsprocedure. Dat is een hele terechte vraag, zoals alle vragen overigens. Mijn ambtsvoorganger en ik vragen bij de VS al jaren aandacht voor het versimpelen van de aangifte en het goedkoper maken van de afstandsprocedure. Zoals aangegeven in de brief heeft de Treasury nu zelf een voorstel gedaan om de aangifteprocedure te versimpelen. Daar had ik het net over. Daar ga ik verder over praten in dat gesprek. Voor die versoepeling is overigens wel goedkeuring van het Amerikaanse Congres nodig, maar dan helpt het wel dat in ieder geval één Congreslid zich voor deze zaak sterk wil maken. Misschien zijn er nog wel anderen voor te vinden. Wat betreft de hoge kosten voor het afstand doen van de nationaliteit, mochten die niet verlaagd kunnen worden: het is uiteindelijk aan de VS of ze de kosten voor deze procedure willen verlagen, maar ik zal daar absoluut voor pleiten. Dat zijn namelijk toch een beetje, op zijn Nederlands gezegd, kosten op het sterfhuis. Dat is paarlen voor de zwijnen werpen. We blijven ons daarvoor inspannen.

Bizar dat de staatssecretaris over ‘paarlen voor de zwijnen werpen‘ spreekt in relatie tot de hoge kosten voor het afstand doen. Het geeft aan dat hij nul interesse heeft voor de burgers die slachtoffer zijn van FATCA en maar in de smalle beurs moeten tasten.

Idsinga corrigeert dat beeld:

Dan nog even over de kosten die mensen moeten maken ten aanzien van het aanvragen van zo’n TIN of CLS, zoals dat genoemd wordt. Ik begrijp dat er in de procedure bij het aanvragen van een CLS een heel traject achter wegkomt van het alsnog doen van aangifte over meerdere jaren. Ik weet niet exact hoeveel jaar; ik dacht zes of zeven jaren, uit mijn hoofd. Als we dan toch met de Amerikanen spreken om dat proces wat goedkoper te maken, dan denk ik dat dat ook daarin meegewogen zou moet worden. Het is niet alleen die, wat is het, 2.350 dollar of 2.400 dollar voor het aanvragen van zo’n CLS, wat ik echt een behoorlijk bedrag vind. CLN, excuus. Ik word gecorrigeerd vanuit de zaal. Certificate of Loss of Nationality: dat is ‘m. Dat is veel geld. Dat certificaat aanvragen kost op zich al veel geld, maar als daar ook nog eens een heel aangiftetraject achter wegkomt waarbij uiteindelijk het antwoord is “u hoeft niks te betalen, maar u moet wel even de formuliertjes invullen”, dan kan dat een heel duur proces zijn voor heel veel mensen, waarbij de kosten tot meerdere duizenden euro’s of dollars — het is maar hoe je het bekijkt — kunnen oplopen. Als we dan toch met Amerikanen spreken over een verlichting van dat proces, denk ik dat het goed is dat dat aangiftestukje dat daarachter wegkomt, meteen wordt meegenomen.

Geen belangstelling
Conclusie kan zijn dat het ministerie van Financiën nog steeds geen belangstelling heeft voor de grondrechtelijke aspecten van de schade die fiscale inwoners van Nederland ondervinden van onrechtmatige Amerikaanse wetgeving.

 

Meer op dit blog over FATCA en Citizenship Based Taxation:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Ontluisterend beeld van de houding minister van Financiën ten opzichte van slachtoffers van FATCA / Woo-verzoek deel 1

Onlangs zijn via een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten inzake de voorgeschiedenis van FATCA bekend geworden. Die documenten laten een ontluisterend beeld zien van hoe de Nederlandse overheid om gaat met de eigen (fiscale) inwoners.

Geen aandacht voor grondslag verstrekking persoonsgegevens aan de VS
Zo wordt er geen aandacht besteed aan het feit dat zowel de destijds geldende privacywetgeving als artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM (bescherming eigendomsrecht) voorschrijven dat het nodig is dat getoetst wordt of er een juiste wettelijke grondslag is voor verschaffing van persoonsgegevens aan een buitenlandse mogendheid, zeker als dat een mogendheid van buiten de EU is. De minister van Financiën volstaat met de opmerking dat het ‘nu eenmaal zo is’:

(Bron: factsheet drempel en weigeren cliënten, document nummer 3.
De nummers van de openbaar gemaakte documenten, via deze pagina te vinden, staan rechts onder in.)

Zie ook het antwoord op een vraag (document 78):

en deze tekst uit een parlementair document (nummer 82):

Zowel op grond van de destijds geldende databeschermingsregelgeving als op grond van de AVG geldt de eis dat er voor gegevensuitwisseling met overheden een een wettelijke grondslag is (Nederlandse wet of Europese wet) dan wel sprake is van een taak van algemeen belang, waarbij ook getoetst moet worden of de verplichting tot het doen van aangifte respectievelijk de heffing wel proportioneel is en geen buitensporige last oplegt aan betrokkene. Deze eis wordt ook door artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM gesteld. Deze vereisten zijn destijds door de Nederlandse rijksoverheid volledig genegeerd en dit gebeurt nog steeds.

Men gaat niet in op het feit dat Citizenship Based Taxation (‘CBT’) een afwijkend belastingsysteem is dat de VS als enige ter wereld hanteert; de rest van de wereld gaat uit van Residence Based Taxation (‘RBT’). Verder ontbreekt dat er geen wettelijke grondslag in een Nederlandse wet is, want in de de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) staat niets over de persoonsgegevens die de VS wenst te ontvangen. Voor zover er al iets in de WIB is te vinden (wat ik betwist) is het alleen een doorgeefluik. De wettelijke grondslag voor verschaffing van persoonsgegevens aan de VS is in de Amerikaanse regelgeving te vinden en dat kwalificeert niet automatisch op grond van Europees en Nederlands recht. Alleen na een grondige toetsing van het belastingsysteem kan worden besloten of verschaffing van gegevens gewenst is; die grondige toetsing heeft niet plaats gevonden (logisch zou zijn om CBT niet en RBT wel te accepteren).

Ook was men destijds al op de hoogte van andere discriminatoire elementen in de Amerikaanse wetgeving, die er toe leiden dat mensen met Amerikaanse nationaliteit (ook al zijn ze fiscaal inwoner van de EU) door financiële instellingen worden geweigerd en weigert men daar maatregelen tegen te nemen:

(Bron: factsheet drempel en weigeren cliënten, document nummer 3)

Ook deze discriminatoire praktijken worden klakkeloos geaccepteerd. De minister geeft toe dat Nederland zich laat afpersen door de VS:

(Bron: factsheet Amerikaanse personen en aangifteplicht, document nummer 13)

Er wordt gemakkelijk gepraat over het afstand doen van de nationaliteit, terwijl dat moeilijk en kostbaar is.

Ook destijds werd al gesignaleerd dat het systeem het ongewenste gevolg heeft dat wijzigingen in Amerikaanse regelgeving rechtstreeks doorwerken:

Hier is niets mee gedaan. Het heeft tot gevolg dat geen enkele toetsing plaats vindt van nieuwe Amerikaanse regelgeving, die tot gevolg kan hebben dat er nog meer persoonsgegevens van fiscale inwoners van de EU moeten worden verschaft in strijd met fundamentele Europese rechtsbeginselen.

Resumerend: allereerst dient te worden voldaan aan de eis dat er een wettelijke grondslag dan wel gelijkwaardige grondslag is voor het verschaffen van persoonsgegevens aan de VS en dat getoetst wordt wat de VS verlangt van fiscale inwoners van Nederland en wat de VS met die persoonsgegevens gaat doen redelijk en proportioneel is. Ik ben van mening dat destijds niet aan deze eis werd voldaan en dat dit nog steeds niet het geval is.

Databescherming is meer dan doorgifte
De minister van Financiën doet alsof het bij databescherming alleen gaat om doorgifte aan de VS, lees bijvoorbeeld de bewering dat de VS aan de vereisten van de Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes zou voldoen (overigens ken ik ook geluiden dat die toetsing niet veel voorstelt):

(Bron: factsheet gegevensbescherming, document nummer 15)

Dat Forum heeft kennelijk niet op databescherming c.a. getoetst, gelet op de Schrems II uitspraak van het Europese hof. Dus de conclusie dat in de VS sprake is van adequate gegevensbescherming, is onjuist.

Verkoopargument: het achtervolgen van rijke Amerikanen
Het verkoopargument dat de minister van Financiën hanteerde is dat met het FATCA-verdrag belastingontduiking zou worden bestreden. In de werkelijkheid levert FATCA de Amerikanen vrijwel niets op en worden rechten van Europese burgers beschadigd. De Europese organisatie van banken constateert terecht in hun commentaar dat de verplichtingen niet proportioneel zijn (document 18):

Het ministerie van Financiën schrijft dat de verwachting was dat FATCA de tien jaar na invoering tussen de 8-10 miljard dollar aan extra belastinginkomsten zou opleveren (document 30).

De werkelijkheid is anders.

Afgang Weekers
Het is stuitend dat staatssecretaris Weekers in zijn speech van 18 december 2013 (document 65) de samenwerking met de VS ‘viert’. Hij zei: “Today we are celebrating cooperation” en beweerde dat het verdrag een “boost (is) for tax transparency” en “It wil help combat fraud“, terwijl hij wist dat een grote groep fiscale inwoners van Nederland ernstig zal worden benadeeld en dit verdrag via afpersing door de VS tot stand was gekomen.

Het valt te hopen dat de toetsing aan Europese fundamentele rechtsbeginselen eindelijk gaat plaats vinden.

 

Meer op dit blog over FATCA en Citizenship Based Taxation:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Datalek van banken | ING Bank, Banco Bilbao Vizcaya Argentaria | AVG, UAVG

Een grote groep financiële ondernemingen hoeft geen datalekken aan betrokkenen te melden, lees dit bericht. Waarom deze enorme groep ondernemingen is uitgezonderd, is voor mij nog steeds een raadsel want een melding van een datalek hoeft niet per definitie een bankrun te veroorzaken.
Het staat me bij dat de Autoriteit Persoonsgegevens geen AVG-toezichthouder is voor financiële instellingen.

Boete voor Banco Bilbao Vizcaya Argentaria SA
In andere landen vallen financiële instellingen gewoon onder toezicht van de nationale autoriteit persoonsgegevens. Een voorbeeld is Spanje, waar de Spaanse toezichthouder AEPD een bank (Banco Bilbao Vizcaya Argentaria SA) een boete van €48.000 oplegde omdat er onvoldoende technische en organisatorische maatregelen waren genomen om datalekken te voorkomen (uitspraak in het Spaans).

Gegevens ING-rekeninghouders op het dark web
Vorig jaar werd bekend dat er bij ING een datalek was bij de creditcardoverzichten (RTL, AGConnect).
Onlangs verscheen op Computable het artikel ING-gegevens goudmijn voor cybercriminelen, waarin Pim van der Beek schrijft dat op het dark web bankgegevens van ING-klanten worden aangeboden voor prijzen van rond de 3500 euro per set. In het artikel staat onder meer:

NordVPN heeft de reden van de hoge vraagprijs voor de ING-bankgegevens niet onderzocht. De directeur van de Nederlandse tak, Jonathan Beresford, legt desgevraagd uit dat ING gelet op de gemiddelde hoogte van het saldo per rekening, één van de grootste banken is. Beresford: ‘Mogelijk investeert ING ook flink in de beveiliging en dan is het dus moeilijker voor criminelen om bankgegevens te krijgen of om de rekening te gebruiken voor illegale betalingen.’ Volgens de beveiliger kan het ook zo zijn dat ING hoog scoort omdat het aantal klanten groot is en daardoor de pakkans lager wordt. Bij grote banken blijven criminelen soms langer onopgemerkt.

De vraag die mij dan rijst is of de klanten van ING hierover worden geïnformeerd. Een zoekactie op het internet leverde  niets op. De bank heeft wel een pagina waarin wordt uitgelegd wat er kan gebeuren na een datalek.

Ik vraag me af hoe juist de ruime uitzondering voor financiële ondernemingen is. Er lijkt me alle aanleiding om na te gaan of dit niet anders moet.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Advies Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s)

Op 21 juni jl. maakte het ministerie van Financiën bekend dat een rapport over Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) is uitgebracht door een commissie bestaande uit R.H.F.P. Bekkers (hoogleraar Filantropie), G.J. van Leijenhorst (onder meer rechter-plaatsvervanger) en A.E.M. Leijten (hoogleraar Nederlands en Europees Constitutioneel Recht).

‘Algemeen gangbare waarden en normen’
In het nieuwsbericht over het rapport schrijft het ministerie dat het rapport is uitgebracht op verzoek van het vorige kabinet en dat de commissie is nagegaan “welke veranderingen in de regels voor ANBI’s en het toezicht hierop ervoor kunnen zorgen dat deze instellingen gedrag vertonen dat past bij algemeen gangbare waarden en normen“, wat suggereert dat ANBI’s grootschalig wangedrag vertonen.

Opmerkelijk is dat het ministerie in het nieuwsbericht spreekt over ‘algemeen gangbare waarden en normen‘: wie stelt die vast? [*] De commissie is daar in het rapport terecht kritisch over in het navolgende (2.5.2):

Daarbij komt dat wat als algemeen nut geldt geen natuurconstante is. Maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor bepaalde groepen of belangen komen daarbij soms in conflict met overheden en bedrijven. Maatschappelijke organisaties komen op voor belangen die niet altijd overeenkomen met overheidsbeleid of met wat – op dat moment – maatschappelijk geaccepteerd is. Zij kunnen zelfs strijdig zijn met overheidsbeleid.

Lees daarover ook de rest van paragraaf 2.5.2.

Nieuwsbericht
In het nieuwsbericht schrijft het ministerie onder meer:

Vanuit de waarde van een pluriforme samenleving ligt het inhoudelijk inperken van wat we tot ‘algemeen nut’ rekenen volgens de commissie niet voor de hand. Daarnaast vindt de commissie dat het stellen van aparte eisen op basis van grondrechten niet de juiste weg is om het gedrag van ANBI’s te normeren. Een grondrechtentoets verlangt doorgaans een lastige afweging op basis van alle relevante omstandigheden. Het uitvoeren daarvan is geen taak die past bij de Belastingdienst en binnen het systeem van toekenning van en controle op de ANBI-status. De commissie adviseert daarom andere straf- en civielrechtelijke middelen dan wel maatregelen aan, die gericht tegen 1 organisatie of een bepaalde gedraging kunnen worden ingezet. Zo kan onwenselijk gedrag worden voorkomen of bestreden.

De commissie constateert ook dat de Belastingdienst geen goed administratief systeem heeft om alle gegevens van ANBI’s juist te verwerken. Daarnaast wordt er volgens de commissie onvoldoende capaciteit ingezet voor toezicht. De commissie heeft 7 aanbevelingen opgenomen in het rapport, waarvan de belangrijkste zijn het toezicht op ANBI’s te intensiveren en te verbeteren, zelfregulering te versterken en om ANBI’s die geen activiteiten ondernemen uit te sluiten van de ANBI-status. Het kabinet zal de conclusies en aanbevelingen nader bestuderen en staatssecretaris Van Rij komt in het najaar met een inhoudelijke reactie op dit rapport. Het kabinet gaat hier ook relevante stakeholders, zoals de sectororganisaties en onafhankelijke toezichthouders bij betrekken.

Rapport
In de Tweede Kamer wordt vaak over ANBI’s gesproken als het fraude en criminaliteit betreft, wat een onjuist beeld creëert, nu de meeste ANBI’s zich net gedragen. Dat neemt niet weg dat misbruik moet worden tegengegaan, zoals de commissie terecht constateert (2.3.1).

De commissie constateert dat de kosten van toezicht in redelijke verhouding dient te staan tot de opbrengsten er van en dat dit ook geldt voor veranderingen in het toezicht (2.5.3). Dat geldt niet alleen voor de overheid maar ook voor de ANBI’s. De commissie signaleert dat ANBI’s die met vrijwilligers werken rapporteren over de toename van de regeldruk en daarover een petitie hebben aangeboden. Er wordt onder meer geklaagd over het voorstel Wet transparantie maatschappelijke organisaties en het ubo-register (2.5.3).

Interessant is dat de commissie niet mee gaat in de Angelsaksisch mode (van de Nederlandse rijksoverheid) en schrijft niet overtuigd te zijn van de doelmatigheid van de verzwaringen van de rapportageverplichtingen voor goededoelenorganisaties in het VK, Nieuw-Zeeland en de VS, die voor kleine organisaties tot disproportioneel veel werk hebben geleid; de regels in het VK bezorgden goededoelenorganisaties en juristen veel werk, terwijl niet duidelijk is dat het werk van goededoelenorganisaties er ook beter van is geworden en er minder geld aan goede doelen kan worden besteed (3.2) [**].

In de conclusie-paragraaf (4.1) schrijft de commissie:

Nederland telt een groot aantal organisaties die bijdragen aan het algemeen nut, waarvan er zo’n 45.000 bij de Belastingdienst geregistreerd zijn als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). We constateren dat het toezicht op het grootste deel van de ANBI’s in Nederland gebrekkig is door beperkte capaciteit en gebrek aan gegevens bij de Belastingdienst.

Ten eerste heeft de Belastingdienst onvoldoende gegevens over het grootste deel van de ANBI’s. We constateren ook dat de Belastingdienst geen goed administratief systeem heeft voor het verzamelen, verwerken, analyseren, en publiceren van gegevens over ANBI’s dat geschikt is voor de controle op de ANBI-status. De aanvraag voor de ANBI-status gaat nog op papier. Ten tweede heeft het ANBI- team onvoldoende capaciteit voor effectief toezicht.

Het is onbekend hoeveel fraude ANBI’s plegen omdat het ANBI-team nauwelijks toekomt aan opsporing van fraude. Het team heeft de handen vol aan beoordelingen van aanvragen voor de ANBI- status, aan advies over aanvragen en bezwaren tegen beslissingen. De kans op fraude is aanzienlijk omdat er nadat de ANBI-status is toegekend geen effectief toezicht is op de naleving van de voorwaarden ervan. Gezien de omvang van de fiscale faciliteiten voor ANBI’s acht de commissie deze situatie onwenselijk.

Voor de maatschappelijk meest zichtbare ANBI’s die het grootste deel van de economische activiteiten voor hun rekening nemen is de kans op fraude klein. Dit betreft ongeveer 1000 grote filantropische instellingen die actief fondsenwerven of uitkeringen doen aan goede doelen uit opgebouwd vermogen. Zij beschikken over een Erkenning van CBF of zijn lid van een van de brancheverenigingen in de filantropische sector, zoals Fondsen in Nederland (FIN) voor vermogensfondsen. Het toezicht op deze instellingen functioneert goed en efficiënt via de vrijwillige Erkenning van CBF en via gedragscodes van brancheorganisaties. Het toezicht door zelfregulering dekt echter maar een fractie van alle ANBI’s.

We constateren dat Kamervragen over spanningen met grondrechten vrijwel uitsluitend gaan over ANBI’s die geen Erkenning hebben en geen lid zijn van brancheorganisaties. Zulke spanningen komen zelden in beeld bij het ANBI-team. Het team heeft geen expertise in huis voor een toets op grondrechten bij de beoordeling van aanvragen voor de ANBI-status.

De commissie doet de volgende aanbevelingen (4.2):

1. Digitaliseer de registratie van ANBI’s, het verzamelen van gegevens over ANBI’s en de communicatie met ANBI’s door het ANBI-team van de Belastingdienst.
2. Versterk de capaciteit van het ANBI-team.
3. Verhoog de intensiteit van toezicht door de informatieplicht en publicatieplicht af te dwingen.
4. Scherp het algemeen-nut vereiste aan met een bestedingscriterium.
5. Neem geen toets op grondrechten op in de voorwaarden voor de ANBI-status.
6. Verhoog de dekkingsgraad van zelfregulering.
7. Centrale publicatie van gegevens over ANBI’s.

Gemiste kansen
Er wordt door de Commissie niet voorgesteld het toezicht bij de Belastingdienst weg te halen.
Jammer is verder dat niet wordt gesproken over de relatie met de instanties die een rol krijgen op grond van het voorstel voor de Wet transparantie maatschappelijke organisaties (burgemeester, OM).

 

Noten
[*] De Nederlandse overheid gebruikt steeds vaker begrippen als de hierboven genoemde ‘algemeen gangbare normen‘. Zie mijn artikel van begin deze maand waarin in een regeling voor incassobureaus als eis wordt gesteld dat de medewerkers “de nodige kennis hebben over hetgeen naar maatschappelijke normen betamelijk is“.
[**] Ook de witwasbestrijding is een Angelsaksisch concept (afkomstig uit de VS) met dezelfde nadelen.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Not-for-profit | Tags: , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Blinde vlek NJCM voor schaduwkant witwasbestrijding | rapport Verdrag van Warschau | Wwft

Het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) heeft een blinde vlek voor de uitwassen van de geprivatiseerde misdaadbestrijding (ook bekend als witwasbestrijding), zo is me al eerder opgevallen. De schade door FATCA is bij NJCM niet bekend en ook van de de-risking praktijken van financiële instellingen lijkt men niet op de hoogte te zijn. Het onderwerp financiële mensenrechten kom ik in hun Nederlands Tijdschrift voor de Mensenrechten (NTM) niet tegen.

Verdrag van Warschau
In dat tijdschrift [*] stond wel het bericht “Bedrijfsaansprakelijkheid bij witwassen moet beter“. Volgens dat bericht zou Nederland volgens een internationaal rapport [**] niet behoren tot de landen die de verplichtingen uit het Verdrag van Warschau volledig zou hebben geïmplementeerd. Ik ken dat verdrag niet, maar in ieder geval kunnen in Nederland rechtspersonen en hun leidinggevenden strafrechtelijk worden aangesproken op witwassen en zijn de Europese witwasbestrijdingsregels geïmplementeerd. Ik heb geen idee wat er in Nederland ontbreekt.

De passage over Nederland in het rapport heb ik er uit gelicht (pdf). Ik ben benieuwd of strafrechtspecialisten het met de beoordeling eens zijn.

 

[*] NTM|NJCM-Bull. jrg. 47 [2022], nr. 2.
[**] Er wordt verwezen naar: Conference of the Parties (19 november 2021), Council of Europe Convention on Laundering, Search, Seizure and Confiscation of the Proceeds from Crime and on the Financing of Terrorism. Thematic Monitoring Review of the Conference of the Parties to CETS No.198 on Article 10 (1 and 2), (“Corporate Liability”), C198-COP(2021)6_HR, het lijkt dit document te zijn.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: | Plaats een reactie

Bericht DNB over hoogrisicosectoren | Wwft

Op 14 juni publiceerde DNB het bericht ‘Nadere duiding hoogrisicosectoren in de integriteitsrisico-uitvraag’. Dit bericht richt zich op cryptoaanbieders, banken, beleggingsinstellingen, pensioenfondsen, verzekeraars en trustkantoren. Het gaat over de informatie die DNB vraagt over de klanten van de betreffende vergunninghouders. DNB schrijft:

Voor DNB is deze informatie een van de variabelen om het inherente risicoprofiel van een financiële instelling te kunnen bepalen.

Overigens richt het bericht zich ook op andere vergunninghouders dan financiële instellingen, want trustkantoren en cryptoaanbieders zijn geen financiële instellingen. Dus wat DNB in het citaat schrijft is onvolledig.

Spagaat
Hoewel de informatie die DNB vraagt voor intern DNB-gebruik is, zou dit niet beteken dat alle klanten in de desbetreffende sectoren hoog risico zouden zijn, zo schrijft DNB:

DNB ontvangt signalen dat marktpartijen het lastig vinden om de uitvraag naar deze lijst sectoren te duiden. Het feit dat een sector in de uitvraag wordt genoemd betekent niet dat DNB verwacht dat aan alle klanten in de betreffende sector per definitie een hoog risicoprofiel toegekend moet worden. Ook betekent het niet dat klanten die actief zijn in andere dan de genoemde sectoren per definitie geen hoger integriteitsrisico kunnen hebben. De sector waarin een klant opereert is slechts een van de factoren die de instelling mee dient te wegen in de bepaling van de klantrisicoclassificatie (Als onderdeel van het cliëntenonderzoek als bedoeld in art 3 lid 2 van de Wet ter Voorkoming van Witwassen en Terrorismefinanciering (Wwft)). Deze risicoclassificatie is klantspecifiek en derhalve niet generiek van toepassing op alle klanten in de betreffende sector.

DNB gebruikt de informatie om op de vergunninghouder een risico-etiket te plakken maar de risicoclassificatie is voor de vergunninghouder zelf van beperkte betekenis. Bizar.

Schimmenwereld
Het is een illustratie van de schimmenwereld waarin de financiële sector zich beweegt.

 

Lees over de merkwaardige werkwijze van DNB die zonder onderbouwing en zonder discussie met betrokkenen hele branches als hoog risico aanmerkt:
Hoe DNB complete branches verdacht maakt in haar zwarte lijsten | Wwft, zwarte lijsten.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Besluit Woo-verzoek FATCA en FATCA-IGA

Op 21 juni is het Besluit Wob-verzoek FATCA en FATCA-IGA bekend gemaakt. Het gaat om een besluit op een verzoek om documenten over FATCA, FATCA-IGA, Accidental Americans en Toeval Amerikanen uit de periode 2010 tot en met 21 juni 2022.
 

Meer op dit blog over FATCA en Citizenship Based Taxation:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie