Onbarmhartige misdaadbestrijding die onschuldigen treft | integriteit, witwasbestrijding

Eerder schreef ik over een nieuwe Duitse integriteitswet, waartegen ondernemersorganisatie DIHK ernstige bezwaren heeft. Dat eerdere artikel heb ik aangevuld met de laatste ontwikkelingen, die volgens DIHK teleurstellend zijn. De organisatie blijft er op hameren dat de verplichtingen niet duidelijk zijn en dat ondernemingen worden gecriminaliseerd.

Gedrag en cultuur van de overheid
Opvallend aan de criminaliteitsbestrijding via onder meer de witwasbestrijdingsregels, is hoe onbarmhartig de overheid tegen de private sector optreedt. Ook gewone burgers worden getroffen, zoals de statutair bestuurders van stichtingen, die tot ‘uiteindelijk belanghebbende’ (‘pseudo-ubo’) van de stichting worden gebombardeerd. Ik beschouw dit als een staaltje van maatschappelijk onbetamelijke regelgeving.

Net als in Nederland is ook in Duitsland zichtbaar dat onbarmhartig wordt gehandeld. Het zegt iets over cultuur en gedrag van de nationale en Europese wetgevende instanties. Het is iets wat al tientallen jaren aan de gang is.

Vele vragen
Dat roept bij mij de vragen op:

  • Waar komt dit vandaan? Scoringslust? Politieke marketing over de ruggen van de burger?
  • Welk gedragskundig concept ligt aan de aanpak aan ten grondslag? De overheid heeft de mond vol van gedrag & cultuur in de private sector. Dan is het passend als ook over gedragskundige concepten achter de regels wordt nagedacht.
  • Waarom worden alle ondernemers als vermoedelijke criminelen behandeld, als maar enkelen de fout in gaan? Je kunt toch niet op basis van bijzondere gevallen (zoals Panama Paper-schandalen) rare verplichtingen aan gewone burgers opleggen?
  • Waarom worden er regels opgelegd die voor het betreffende type onderneming niet praktisch uitvoerbaar zijn? Dat is standaard in de witwasbestrijding en maatschappelijk onbetamelijk.

Tot nu toe heb ik op deze vragen geen antwoord gevonden.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Inzagerecht AVG geldt ook voor verzoekschriftencommissie

De Europese privacywet AVG geldt voor allerlei publieke instanties, zo blijkt uit een uitspraak van het EU-Hof naar aanleiding van een vraag van een Duitse bestuursrechter. Iemand had verzocht om inzage in de persoonsgegevens die over hem waren geregistreerd bij de commissie verzoekschriften van het parlement van de Duitse deelstaat Hessen. Dat verzoek werd door de voorzitter van het parlement afgewezen. De verzoeker wendde zich daarna tot de Duitse rechter, die vragen stelde aan het Europese Hof.

Overweging Hof
Dat Hof overweegt dat de AVG een uitzondering kent voor verwerking van persoonsgegevens in het kader van activiteiten die buiten de werkingssfeer van het Unierecht vallen. Echter, deze uitzondering moet zeer restrictief worden uitgelegd en geldt derhalve niet voor de verzoekschriftencommissie.

Dat betekent – concludeert het Hof – dat voor de rol van de verzoekschriftencommissie uitsluitend naar de definitie van ‘verwerkingsverantwoordelijke‘ in de AVG moet worden gekeken. Voor die definitie is beslissend dat degene die persoonsgegevens verwerkt, alleen of samen met anderen het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt. Als dat bij de verzoekschriftencommissie het geval is, is zij verwerkingsverantwoordelijke en moet zij zich aan de AVG houden.

Meer informatie
Persbericht Hof van Justitie van de Europese Unie.

Geplaatst in Europa, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Privacy in het wetsvoorstel nieuw bewijsrecht

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is ook van toepassing bij proceshandelingen, zoals het leggen van beslag door een deurwaarder. Dat betekent onder meer dat de informatieverplichting en het inzagerecht van de AVG van toepassing is.

In juni jl. is het Wetsvoorstel nieuw bewijsrecht bij de Tweede Kamer ingediend. In het wetsvoorstel en de memorie van toelichting is aandacht besteed aan de toepasselijkheid van de AVG op het bewijsrecht. In hoofdstuk 6 van de memorie van toelichting wordt uitgebreid op de bescherming van persoonsgegevens ingegaan.

Verwarrend
De exhibitieplicht van het huidige artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt in de memorie van toelichting als ‘inzagerecht’ aangeduid, wat verwarrend is in relatie tot het inzagerecht van betrokkenen op grond van de AVG. Om die reden zal ik het voorgestelde inzagerecht op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) hierna als ‘exhibitieplicht’ blijven aanduiden.

Toepassing AVG
Hoofdstuk 6 van de memorie van toelichting begint met de constatering dat de AVG onverkort op exhibitieplicht en bewijsbeslag van toepassing zijn. Dat betekent dat als er persoonsgegevens van derden in documenten aanwezig zijn, de partijen in het geding (de gegevensvrager en de gegevensverstrekker) ten opzichte van die derden (de ‘betrokkene’) de AVG moeten naleven.

Exhibitieplicht
Dat speelt ook als de gegevensvrager verzoekt om gegevens inzake de gegevensverstrekker. Als in de in het kader van de exhibitieplicht afgegeven documenten gegevens van derden voorkomen, moeten die onleesbaar worden gemaakt, aldus de memorie van toelichting:

Eventueel daarin voorkomende persoonsgegevens van derden moeten worden weggelakt of zwartgemaakt. Als bijvoorbeeld inzage in een contract wordt gevraagd of in notulen die voorafgaand aan een bepaalde besluitvorming zijn opgesteld, moeten de daarin voorkomende persoonsgegevens van derden onleesbaar worden gemaakt. Degene die over de persoonsgegevens van de betrokkene beschikt, mag voor de verstrekking daarvan geen kosten in rekening brengen (artikel 12, vijfde lid, AVG).

Indien de persoonsgegevens van deden noodzakelijk zijn voor de gegevensvrager, dan moet de betrokken derde vooraf op de hoogte worden gebracht en toestemming worden gevraagd, aldus de memorie:

dan moet de betrokkene (de derde) van het inzageverzoek op de hoogte worden gebracht en vooraf om toestemming worden gevraagd om diens persoonsgegevens in het kader van het inzageverzoek te verstrekken

Dat is een gevolg van de doelbindingsregel van de AVG, die voorschrijft dat de persoonsgegevens alleen mogen worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verkregen. Ook de gegevensvrager is verplicht de betrokkene te informeren over de kennisneming van zijn persoonsgegevens.

Als de gegevensvrager de afgifte van documenten via de rechter afdwingt, geldt eveneens de verplichting om de betrokkene op de hoogte te stellen.

Bewijsbeslag
Dezelfde problematiek is bij het bewijsbeslag aan de orde. De memorie van toelichting bevat een beschrijving van de gang van zaken bij een dergelijk beslag (let op dat hierna over inzage in het kader van Rv wordt gesproken):

Bij het leggen van bewijsbeslag selecteert de deurwaarder, eventueel met behulp van de beslagene of een IT-specialist, de gegevens die onder de reikwijdte van het bewijsbeslag vallen en zet hij deze soms over op een andere gegevensdrager. De deurwaarder en zijn hulppersonen zijn bij de uitoefening van deze publiekrechtelijke taak tot geheimhouding verplicht. Bij de beslaglegging worden geen gegevens naar buiten gebracht. Alleen als dat nodig is, wordt het in beslag genomen bewijsmateriaal in verzegelde vorm bij een gerechtelijk bewaarder ondergebracht. Daar wordt het bewijsmateriaal veiliggesteld totdat de rechter na een daartoe strekkend inzageverzoek heeft beslist of de beslaglegger ook daadwerkelijk van de inhoud van de in beslag genomen gegevens kennis mag nemen. Als zich onder het in beslag genomen bewijsmateriaal persoonsgegevens van derden bevinden, moet in overeenstemming met de AVG worden gehandeld, bijvoorbeeld door gegevens van derden waarop het beslag niet ziet, zwart te maken of weg te lakken. Kan dat niet voor de uitvoering van het bewijsbeslag, dan worden persoonsgegevens van derden voor een ander doel verwerkt dan waarvoor zij aanvankelijk zijn verkregen.

Als weglakken niet mogelijk is, beoordeelt de rechter of de gegevensvrager (beslaglegger) mag kennisnemen van de persoonsgegevens, aldus het voorgestelde nieuwe artikel 206, lid 1, laatste volzin. Als de rechter bevestigend beslist, wordt daarna de betrokkene door gegevensvrager en gegevensverstrekker geïnformeerd conform het bepaalde in de AVG.

Tot slot
Het bovenstaande is ook voor de huidige procespraktijk relevant. Ook nu al is een partij die documenten in het geding brengt verplicht om persoonsgegevens van derden onleesbaar te maken. In het toekomstige systeem is de AVG-toepassing in het Nederlandse procesrecht meer specifiek geregeld.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Inwerkingtreding ubo-registerwet | Wwft

Op 7 juli is de uboregisterwet in het Staatsblad geplaatst. Op dezelfde datum is het besluit inzake het tijdstip van inwerkingtreding van de wet in het Staatsblad verschenen. Uit dat besluit blijkt dat de wet deels op 8 juli 2020 en deels op 27 september 2020 in werking treedt.

De directe inwerkingtreding op 8 juli jl. omvat:

  • de verplichting voor juridische entiteiten om hun uiteindelijk belanghebbenden bij te houden (artikel II, onderdeel B);
  • de verplichtingen voor stichtingen om uitkeringen van 25 procent of minder bij te houden (artikelen III en IV);
  • de strafbepalingen die daarmee verband houden (artikel V).

Met ingang van 27 september 2020 gaat de verplichting tot registratie van uiteindelijk belanghebbenden in het handelsregister gelden.

Één onderdeel is nog niet in werking getreden: het onderdeel inzake de identificatie van raadplegers van de ubo-gegevens en het op verzoek van de ubo inzicht bieden in het aantal keer dat zijn gegevens is verstrekt aan derden, niet zijnde overheidspartijen.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Handelsregister, ICT, privacy, e-commerce, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , | 6 reacties

EDRi: Non-accountable cooperation Europol with IT companies could go further

IT is key in European enforcement activities, as is shown in the article “Europol: Non-accountable cooperation with IT companies could go further” on the site of EDRi, European Digital Rights.

EDRi provided feedback in a European consultation on the mandate of the  European Agency for Law Enforcement Cooperation (Europol). Their responses are summarized on the first page of the feedback document as follows:

• EDRi recommends to first carry out a full evaluation of the 2016 Europol Regulation, before expanding the agency’s powers, in order to base the revision of its mandate on proper evidence;
• EDRi opposes the Commission’s proposal to expand Europol’s powers in the field of data exchange with private parties as it goes beyond Europol’s legal basis (Article 88(2));
• The extension of Europol’s mandate to request personal data from private parties promotes the voluntary disclosure of personal data by online service providers which goes against the EU Charter of Fundamental Rights and national and European procedural safeguards;
• The procedure by which Europol accesses EU databases should be reviewed and include the involvement of an independent judicial authority;
• The Europol Regulation should grant the Joint Parliamentary Scrutiny Group with real oversight powers.

 

More information:

EDRi  is an association of civil and human rights organisations from across Europe that defends rights and freedoms in the digital environment.

Earlier articles on the EDRi site:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Call for action | UN Basic Principles on the Role of Lawyers

National and international bar associations called for action in support of the UN Basic Principles on the Role of Lawyers. The call for action was signed by several European organisations, including the Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE), Lawyers for Lawyers and the Netherlands Bar. The call for action was submitted it to the United Nations member states on July 3, 2020, on the occasion of the 44th session of the Human Rights Council.

In the call the associations

note with great concern the increasing frequency, globally, of attacks and interferences both on the independence of the legal profession, and against lawyers individually, including threats, intimidation, retaliation, harassment and interference in the discharge of lawyers’ professional functions. Lawyers are exposed to arbitrary sanctions, including arrest, prosecution or deprivation of licence to practice law, and/or to situations in which governments fail to safeguard lawyers adequately where their security is threatened as a result of engaging in their profession.

The associations remind of the important principles, like the principle of independence, the lawyer-client privilege and lawyers’ rights to freedom of opinion and expression, that should be respected in their role as critics of the administration of justice.

This is also relevant in the western world, with its pretensions in regard of rule of law and human rights.

The number European arrest warrants you find below show the importance of adequate legal defence. Note that numbers 1, 2 and 3 on the list are the UK, Spain and the Netherlands.

 

 

More information:

 

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Komt er een SyRI bij de banken? Artikel Philipsen en Stamhuis | Wwft

Banken hebben in het kader van de criminaliteitsbestrijding taken toebedeeld gekregen van de overheid, onder de noemer ‘witwasbestrijding’. Dit betekent dat banken alle financiële transacties van hun klanten digitaal moeten analyseren op aanwijzingen van criminaliteit. Verder zijn zij verplicht op voor iedere klant een risicoprofiel op te stellen.

Daarmee komen banken in riskant vaarwater, zo heeft de SyRI affaire ons geleerd.

Het Systeem Risicoindicatie, SyRI, was een systeem van de overheid waarmee werd ingeschat of iemand sociale zekerheids-, arbeids- of belastingfraude zou plegen. Dus een systeem waarmee risicoprofielen werden gemaakt. De rechter deed begin dit jaar uitspraak over SyRI en stelde vast dat het systeeem onrechtmatig was.

Stefan Philipsen en Evert Stamhuis / “SyRI: voor de overheid met een menselijk gezicht”
Over de lessen van SyRI schreven Stefan Philipsen en Evert Stamhuis voor het Montaigne Centrum een blog, “SyRI: voor de overheid met een menselijk gezicht“. Nu de banken een soort overheid zijn geworden, is het artikel ook voor hen van belang.

Philipsen en Stamhuis maken een aantal valide opmerkingen, die ik als volgt toepas op banken:

  • Voorkomen moet worden dat iedere fout die een burger (= organisatie, persoon) maakt wordt afgestraft, ongeacht het gewicht en de omstandigheden.
  • De burger wordt gereduceerd tot facetpersoonlijkheid, in de veronderstelling dat de verzameling datapunten een ware reflectie vormt van de werkelijkheid, wat natuurlijk niet juist is. De vraag is of banken hun activiteiten daar op mogen baseren.
  • Inzet van data gedreven systemen draagt bij aan omkering van de bewijslast, de burger moet bij de bank aantonen niet-crimineel te handelen.
  • De inzet van technologie leidt tot nieuwe wijzen van interactie met eigen voor- en nadelen en nieuwe risico’s.
  • Vanwege de door de overheid opgelegde taken, dient de bank zich net als de overheid behoorlijk op te stellen. De klant kan niet maar zo maar opzeggen, want een andere bank vinden lukt niet als de opgezegde bank van mening is dat er een vuiltje aan de klant kleeft.
  • De gevolgen van de inzet van technologie voor de klanten van banken, dienen transparant te zijn en horen onderdeel te zijn van politieke besluitvorming. [*]
  • Er moet gewerkt worden aan aan materiële normen die geschikt zijn om het gebruik van data-analyses door de bank op betekenisvolle wijze te reguleren

[*] Om die reden ben ik van mening dat het  betalingsverkeer niet meer thuis hoort bij banken, zie mijn eerdere artikel.

Normering risicoprofilering
Over de normen die de data-analyses door de overheid dienen te reguleren, spreken Philipsen en Stamhuis aan het slot van hun artikel verstandige woorden:

In die normen, zal de grondtoon moeten zijn dat een mens het recht heeft om als mens en burger begrepen en gezien te worden. De mogelijkheden en beperkingen van de mensen die samen de gemeenschap vormen die het systeem geacht wordt te dienen moeten leidend zijn; niet de beperkingen van de technologie.

 

Het blog van het Montaigne Centrum is hier te vinden. Bekijk ook de instituutspagina.

 


Aanvulling 21 juli 2020
Zie de ministersbrief van 9 juli 2020 over het gebruik van risicoprofielen bij de overheid en in de private sector en het risico van discriminatie.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Vergunningplicht incassobureaus

Op 3 juli jl. kondigde de rijksoverheid aan dat incassobureaus vergunningplichtig worden.

VOG voor incassomedewerkers
Eerder had advocaat Jeroen Veldhuis grote kritiek op het consultatievoorstel. Hij schreef het artikel Wetsvoorstel kwaliteit incassodienstverlening: symboolwetgeving?, BER 2020, afl. 3, p. 22-23, dat online is te vinden op deze locatie en dat over de verplichte Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) gaat. Hij is van mening dat de integriteit van bestuurders, directeuren, managers en filiaalhouders van incassobureaus relevanter is dan de integriteit van incassomedewerkers. In 2016 schreef Veldhuis eveneens over de verbetering van de regels voor incassobureaus.

Aankondiging 3 juli
Het bericht van de rijksoverheid:

Kabinet stelt eisen aan incassosector
Nieuwsbericht | 03-07-2020 | 15:15

Incassobureaus moeten een vergunning hebben en worden vervolgens opgenomen in een incassoregister. Doel is de kwaliteit van de incassowerkzaamheden te verbeteren. Dat is de kern van een wetsvoorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming waarmee de ministerraad heeft ingestemd. De regeling is onderdeel van de Brede Schuldenaanpak van het kabinet.

“ ‘Het innen van schulden hoort op een verantwoorde en fatsoenlijke manier te gebeuren. Het is niet de bedoeling dat mensen met schulden door onjuiste incassopraktijken dieper in de problemen komen. Daarom hebben incassobureaus voortaan een registratie nodig om hun werk te mogen doen. Daarmee kunnen we de goede van de kwade scheiden’, aldus Dekker.

Ook worden er eisen gesteld aan de uitvoering van incassowerkzaamheden en komt er toezicht op de naleving daarvan. Dit is nodig om mensen met schulden, die soms heel kwetsbaar zijn, te beschermen tegen onjuiste incassopraktijken. Schuldeisers hebben hier eveneens baat bij omdat zij te maken kunnen krijgen met incassobureaus die slecht werk leveren. Ook hebben schuldeisers behoefte aan goed contact met het incassobureau. Het is belangrijk dat zij een duidelijk overzicht hebben van de werkzaamheden die in opdracht van hen worden verricht.

Straks is een registratie verplicht om actief te zijn als incassodienstverlener. Alleen bureaus die aan de juiste eisen voldoen, worden ingeschreven in het incassoregister. Zo moeten zij vakmanschap leveren, een klachtenregeling hebben en heldere informatie verstrekken aan schuldeisers én mensen met schulden. Het register is openbaar en gratis raadpleegbaar. Zo kan iedereen in één oogopslag zien of een incassobureau aan de juiste eisen voldoet.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Geheime vergunningplicht AFM
Incassobureaus hebben soms al een vergunning nodig, lees mijn artikel De geheime vergunningplicht van incassobureaus en optreden ACM tegen oneerlijke incassopraktijken | Wft, AFM. Zie voorts dit bericht van de AFM en hun faq; ook VVCM schreef er over.

 

Alle artikelen op dit blog over incassobureaus en VOG

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , , | Plaats een reactie

Gaan grote ondernemingen nu eindelijk tijdig betalen? | vervolg

Eerder schreef ik over mkb-leveranciers in het nauw vanwege niet-tijdig betalende grote opdrachtgevers in Gaan grote ondernemingen nu eindelijk tijdig betalen? | maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Over dat onderwerp is een nieuwe officiële publicatie verschenen. Uit de brief van de staatssecretaris van EZ van 8 juni 2020 blijkt dat de overheid een onderzoeksrapport nodig heeft gehad om te ontdekken wat al lang bekend is. Namelijk dat het inzetten van de huidige juridische mogelijkheden niet werkt:

De mkb-ondernemers noemden als aandachtspunt dat de huidige juridische invorderingsmiddelen – dat wil zeggen het vorderen van wettelijke handelsrente als de betaaltermijn wordt overschreden – niet of nauwelijks worden gebruikt omdat de kosten van het verlies van de relatie niet opwegen tegen het financieel gewin.

 

In mijn eerdere artikel schreef is dat er andere methoden nodig zijn, tijdige betaling van leveranciers moet onderdeel van ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen‘ (MVO) worden en door de accountant van het grootbedrijf worden gecontroleerd. Verder is een krachtige toezichthouder gewenst.

Plannen staatssecretaris
De vraag is wat de overheid nu gaat doen. De staatssecretaris spreekt in de brief over een wetsvoorstel waarin de betaaltermijn voor betalingen van grote ondernemingen aan mkb-ondernemingen van 60 naar 30 dagen wordt teruggebracht. Als flankerende maatregel zal de informatievoorziening worden verbeterd. De staatssecretaris zal publiek toezicht in samenwerking met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) nader verkennen.

Rapportageplicht
De staatssecretaris voelt niet voor een rapportageplicht en schrijft:

2. Rapportageplicht over betaaltermijnen voor grote ondernemingen.
Volgens een aantal deskundigen zijn grote bedrijven gevoelig voor potentiële merk- en imagoschade. Uitgangspunt is dat grote ondernemingen verplicht worden om jaarlijks in het financiële of sociale verslag te rapporteren over hun feitelijke betaaltermijnen aan mkb-ondernemers en het aantal keren dat zij de wettelijke termijn overschrijden. Binnen het huidige jaarrekeningrecht is het rapporteren over het betaalbedrag echter niet iets wat thuishoort in het jaarverslag. Het behoort niet tot de kerncijfers van een onderneming, niet tot de winst- en verliesrekening, de balans en de toelichting daarop, omdat het niets zegt over de economische toestand van de onderneming. Daarnaast brengt deze optie veel administratieve lasten met zich mee.

 

De opmerking “Het behoort niet tot de kerncijfers van een onderneming” is niet juist. Niet voor niets kennen we de zgn. “niet-financiële informatie” in verslaggeving van grote ondernemingen. Bovendien hoeft de verplichting niet in het jaarrekeningenrecht te worden opgenomen, dat is bij de Wet Normering Topinkomens ook niet het geval. De Wet Normering Topinkomens brengt veel administratieve lasten met zich mee maar is gewoon ingevoerd.

Een gemiste kans, dus.

Geplaatst in Handelsrecht, Internationale handel, Jaarverslaggeving | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Commissie Vennootschapsrecht steunt modernisering nv-recht

De Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) steunt modernisering van het nv-recht en het evenwichtiger maken van de man-vrouw verhouding in de top van grote bedrijven, zo schreef de KNB.

Ook degenen die zich met de bv bezig houden, moeten blijven opletten, want de GCV vindt dat van de gelegenheid gebruik kan worden gemaakt om te analyseren wat goed werkt in het huidige bv-recht en welke onderdelen aanpassing of verduidelijking nodig hebben.

Het complete bericht:

Commissie Vennootschapsrecht steunt modernisering nv-recht
14-05-2020

De Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) steunt modernisering van het nv-recht en het evenwichtiger maken van de man-vrouw verhouding in de top van grote bedrijven. De commissie vraagt zich wel af waarom beide onderwerpen in één ambtelijk voorontwerp zijn opgenomen met een wat korte consultatieperiode.
Dit schrijft de commissie in haar advies (pdf) over een ambtelijk voorontwerp voor wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin staat het moderniseren van het recht voor naamloze vennootschappen en het evenwichtiger maken van de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen centraal.

Modernisering
Het voorontwerp bevat enkele technische verbeterpunten om het nv-recht eenvoudiger en flexibeler te maken. Dit sluit aan bij de vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht in 2012. Volgens de GCV moet over dit onderdeel verder worden nagedacht. Onder meer de verhouding tussen vennootschapsrecht en financieel recht en tussen de nv en de bv moet nader worden bekeken. Ook het digitaal faciliteren van aandeelhoudersvergaderingen geeft stof tot nadenken over mogelijke verdere aanpassing van de inrichting van de nv.

Apart wetsvoorstel
De GCV vindt dat van de gelegenheid gebruik kan worden gemaakt om te analyseren wat goed werkt in het huidige bv-recht en welke onderdelen aanpassing of verduidelijking nodig hebben. Omdat dit onderdeel los staat van de evenwichtiger man-vrouw verhouding, adviseert de GCV om het onderwerp modernisering van het nv-recht in een apart wetsvoorstel uit te werken.

Evenwicht
Het voorontwerp bevat verder 2 voorstellen om te komen tot een evenwichtiger man-vrouw verhouding in de top van grote bedrijven. Ten eerste worden grote naamloze en besloten vennootschappen verplicht om passende en ambitieuze streefcijfers te formuleren voor het bestuur, de raad van commissarissen en subtop. Ook moeten zij concrete plannen maken om deze uit te voeren en transparant te zijn over het proces.

Een derde
Volgens het tweede voorstel moet de raad van commissarissen van beursvennootschappen bestaan uit ten minste een derde mannen en een derde vrouwen. Is dit niet het geval, dan is de benoeming nietig. De GCV vindt voortvarendheid bij invoering van deze maatregelen van belang. Het ingroeiquotum en de streefcijferregeling komen voort uit een uitvoerig gedocumenteerd en gemonitord voortraject van beleidsmaatregelen dat onvoldoende effect heeft gehad. De GCV heeft hier geen aanvullende opmerkingen over.

 

Dit bericht verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Kapitaalvennootschappen, Rechtspersonenrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie