Privacy in het wetsvoorstel nieuw bewijsrecht

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is ook van toepassing bij proceshandelingen, zoals het leggen van beslag door een deurwaarder. Dat betekent onder meer dat de informatieverplichting en het inzagerecht van de AVG van toepassing is.

In juni jl. is het Wetsvoorstel nieuw bewijsrecht bij de Tweede Kamer ingediend. In het wetsvoorstel en de memorie van toelichting is aandacht besteed aan de toepasselijkheid van de AVG op het bewijsrecht. In hoofdstuk 6 van de memorie van toelichting wordt uitgebreid op de bescherming van persoonsgegevens ingegaan.

Verwarrend
De exhibitieplicht van het huidige artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt in de memorie van toelichting als ‘ inzagerecht’ wordt aangeduid, wat verwarrend is in relatie tot het inzagerecht van betrokkenen op grond van de AVG. Om die reden zal ik het voorgestelde inzagerecht op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) hierna als ‘exhibitieplicht’ blijven aanduiden.

Toepassing AVG
Hoofdstuk 6 van de memorie van toelichting begint met de constatering dat de AVG onverkort op exhibitieplicht en bewijsbeslag van toepassing zijn. Dat betekent dat als er persoonsgegevens van derden in documenten aanwezig zijn, de partijen in het geding (de gegevensvrager en de gegevensverstrekker) ten opzichte van die derden (de ‘betrokkene’) de AVG moeten naleven.

Exhibitieplicht
Dat speelt ook als de gegevensvrager verzoekt om gegevens inzake de gegevensverstrekker. Als in de in het kader van de exhibitieplicht afgegeven documenten gegevens van derden voorkomen, moeten die onleesbaar worden gemaakt, aldus de memorie van toelichting:

Eventueel daarin voorkomende persoonsgegevens van derden moeten worden weggelakt of zwartgemaakt. Als bijvoorbeeld inzage in een contract wordt gevraagd of in notulen die voorafgaand aan een bepaalde besluitvorming zijn opgesteld, moeten de daarin voorkomende persoonsgegevens van derden onleesbaar worden gemaakt. Degene die over de persoonsgegevens van de betrokkene beschikt, mag voor de verstrekking daarvan geen kosten in rekening brengen (artikel 12, vijfde lid, AVG).

Indien de persoonsgegevens van deden noodzakelijk zijn voor de gegevensvrager, dan moet de betrokken derde vooraf op de hoogte worden gebracht en toestemming worden gevraagd, aldus de memorie:

dan moet de betrokkene (de derde) van het inzageverzoek op de hoogte worden gebracht en vooraf om toestemming worden gevraagd om diens persoonsgegevens in het kader van het inzageverzoek te verstrekken

Dat is een gevolg van de doelbindingsregel van de AVG, die voorschrijft dat de persoonsgegevens alleen mogen worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verkregen. Ook de gegevensvrager is verplicht de betrokkene te informeren over de kennisneming van zijn persoonsgegevens.

Als de gegevensvrager de afgifte van documenten via de rechter afdwingt, geldt eveneens de verplichting om de betrokkene op de hoogte te stellen.

Bewijsbeslag
Dezelfde problematiek is bij het bewijsbeslag aan de orde. De memorie van toelichting bevat een beschrijving van de gang van zaken bij een dergelijk beslag (let op dat hierna over inzage in het kader van Rv wordt gesproken):

Bij het leggen van bewijsbeslag selecteert de deurwaarder, eventueel met behulp van de beslagene of een IT-specialist, de gegevens die onder de reikwijdte van het bewijsbeslag vallen en zet hij deze soms over op een andere gegevensdrager. De deurwaarder en zijn hulppersonen zijn bij de uitoefening van deze publiekrechtelijke taak tot geheimhouding verplicht. Bij de beslaglegging worden geen gegevens naar buiten gebracht. Alleen als dat nodig is, wordt het in beslag genomen bewijsmateriaal in verzegelde vorm bij een gerechtelijk bewaarder ondergebracht. Daar wordt het bewijsmateriaal veiliggesteld totdat de rechter na een daartoe strekkend inzageverzoek heeft beslist of de beslaglegger ook daadwerkelijk van de inhoud van de in beslag genomen gegevens kennis mag nemen. Als zich onder het in beslag genomen bewijsmateriaal persoonsgegevens van derden bevinden, moet in overeenstemming met de AVG worden gehandeld, bijvoorbeeld door gegevens van derden waarop het beslag niet ziet, zwart te maken of weg te lakken. Kan dat niet voor de uitvoering van het bewijsbeslag, dan worden persoonsgegevens van derden voor een ander doel verwerkt dan waarvoor zij aanvankelijk zijn verkregen.

Als weglakken niet mogelijk is, beoordeelt de rechter of de gegevensvrager (beslaglegger) mag kennisnemen van de persoonsgegevens, aldus het voorgestelde nieuwe artikel 206, lid 1, laatste volzin. Als de rechter bevestigend beslist, wordt daarna de betrokkene door gegevensvrager en gegevensverstrekker geïnformeerd conform het bepaalde in de AVG.

Tot slot
Het bovenstaande is ook voor de huidige procespraktijk relevant. Ook nu al is een partij die documenten in het geding brengt verplicht om persoonsgegevens van derden onleesbaar te maken. In het toekomstige systeem is de AVG-toepassing in het Nederlandse procesrecht meer specifiek geregeld.

 

Meer informatie:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Procesrecht, rechtspraak en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s