Update sanctieregelgevingspagina

Er was aanleiding om mijn sanctieregelgevingspagina te actualiseren. Op die pagina is basisinformatie opgenomen. Berichten over sanctieregelgeving zijn te vinden via de categorie die over sanctieregels gaat.

Let op dat dit inleidende informatie is, niet bedoeld als advies.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Sanctieregels | Plaats een reactie

Digitale platformen gaan net als werkgevers gegevens aan de Belastingdienst leveren

Op dit moment zijn werkgevers en banken belangrijke leveranciers van persoonsgegevens aan de Belastingdienst. Daar zullen straks digitale platformen bij komen, zo kan uit een beschrijving van Europese voornemens in een BNC-fiche worden afgeleid.

Renseigneringsplicht
Uit het BNC-fiche blijkt dat wijziging wordt beoogd van de Administratieve samenwerkingsrichtlijn op het gebied van belastingen (ook wel bekend onder de afkorting «DAC»), die tot doel heeft fiscale informatie tussen EU-lidstaten uit te wisselen. Volgens het voorstel zullen digitale platformen verplicht worden om fiscale informatie over hun gebruikers te verstrekken en zullen de gegevens worden uitgewisseld tussen de belastingautoriteiten van de EU-lidstaten. De aanleiding wordt als volgt beschreven:

De verwachte groei van de platformeconomie betekent dat een steeds grotere groep belastingplichtigen inkomen verkrijgt via digitale platformen. De kans bestaat dat een deel van de gebruikers van deze digitale platformen de verworven inkomsten niet, onjuist en/of onvolledig aangeeft. Handhaving door belastingdiensten is ingewikkeld, omdat deze niet over contra-informatie beschikken waaruit blijkt dat inkomen via een platform is verworven. Dit levert een risico op van uitholling van het bestaande systeem van inkomensheffing. De platformeconomie is een internationaal fenomeen. Internationale samenwerking is daarom van groot belang om tot een effectieve aanpak te komen. Daarbij komt dat sommige internationaal opererende platformen geen vestiging hebben in Nederland en soms zelfs niet in de Europese Unie, wat tot vragen leidt over op welke wijze wettelijke verplichtingen kunnen worden opgelegd en hoe naleving van wettelijke verplichtingen kan worden afgedwongen.

Zowel op OESO-niveau, als op het niveau van de Unie wordt gewerkt aan voorstellen met betrekking tot een renseigneringsplicht met een bijbehorende geharmoniseerde set van gegevens die door alle deelnemende landen kan worden gebruikt. Door op internationaal niveau minimum informatie-eisen vast te stellen die gelden voor alle digitale platformen, zowel nationaal als internationaal opererend, kan vermeden worden dat platformen in elk land aan andere informatieverplichtingen moeten voldoen. Dit vermindert de administratieve lasten voor platformen en stelt zeker dat elke deelnemende belastingdienst de noodzakelijke en voor de uitvoering ter zake dienende informatie ontvangt. Verder biedt een internationaal initiatief ook meer (rechts)zekerheid aan zowel de platformen, als de platformgebruikers aan welke belastingverplichtingen zij dienen te voldoen.

Opvallend is dat de digitale platformen, om aan de verplichtingen te kunnen voldoen, een groot aantal persoonsgegevens van de gebruikers zullen moeten verkrijgen. Ook het fiscale identificatienummer (Tax Identification Number, ‘TIN’) zal moeten worden meegestuurd. Het kabinet is daar kritisch over:

Het kabinet staat minder positief tegenover het voorstel om lidstaten te verplichten om ook het buitenlandse TIN bij de verstrekking van informatie op te nemen. De toegevoegde waarde is niet zo groot, maar de invoeringskosten zijn dat wel. Nederland registreert het buitenlandse TIN niet. Een verplichting daartoe zou een ingrijpende omschakeling van de Nederlandse systemen betekenen, en staat in geen verhouding tot het eventuele voordeel. Aangezien het buitenlandse TIN ingevolge het richtlijnvoorstel moet worden meegeleverd bij o.a. de uitwisseling over arbeidsinkomsten, pensioenen, eigendom van en inkomen uit onroerend goed, dienen niet alleen de Belastingdienst, maar ook de verstrekkers van de gegevens (zoals gemeenten, werkgevers en uitkeringsinstanties) hun systemen aan te passen. Bovendien is een wettelijke basis nodig voor het uitvragen van dit nummer. Om de buitenlandse TIN-verplichting te verwerken, zal Nederlandse wet- en regelgeving aangepast moeten worden.

Voor de digitale platformen zit aan de nieuwe verplichtingen het nodige vast:

De digitale platformen zullen moeten investeren in een ICT-programma dat alle benodigde informatie moet verzamelen en vervolgens moet verzenden naar de lidstaat waar het digitale platform gevestigd of geregistreerd is.

Uit het voorstel blijkt dat er een hele serie gegevens moet worden geleverd aan de Belastingdienst: naam, adres, woonplaats, TIN, rekeningnummer, bij de verhuur van onroerend goed om de adresgegevens, het totaal aan honoraria dat is ontvangen en dergelijke

Reikwijdte
De vraag is hoe ruim het begrip ‘digitaal platform’ is. Valt hier bijvoorbeeld het Nederlandse Marktplaats onder en betekent dit dat particulieren die hun tweedehands spullen verkopen hun NAW, geboortedatum, bsn en dergelijke aan de exploitant moeten leveren?

Zo te zien hoeft de activiteit op het platform niet winstgevend te zijn, voldoende is dat tegenover de activiteit een tegenprestatie staat. Relevante activiteiten zijn: verhuur van onroerend zaken, verrichten van persoonlijke diensten, verkoop van zaken, verhuur van transportmiddelen en investeringen en leningen in de context van crowdfunding. De tekst over te rapporteren inlichtingen suggereert dat het gaat om digitale platformen die ook het betalingsverkeer verzorgen.

Cybersecurity
Ik ben heel benieuwd hoe veilig dit allemaal is en welke veiligheidsrisico’s burgers lopen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is weliswaar van toepassing op de digitale platformen, maar de vraag is hoe goed zij zich er aan houden. Met nationale AVG-toezichthouders met te kleine budgetten, is het de vraag of burgers wel voldoende worden beschermd.

Lees over de risico’s van het verstrekken van persoonsgegevens aan platformbedrijven het artikel bij Radar: Online om kopie ID-bewijs vragen: ‘Als daar misbruik van wordt gemaakt ben je echt de sjaak’. Het artikel werd geschreven naar aanleiding van een vraag op het Radar-forum.

Mij lijkt dat dit soort wetgeving alleen passend is als de Autoriteit Persoonsgegevens meer budget en meer bevoegdheden krijgt.

 

Meer informatie:

  • Tijdens het schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Financiën van 19 oktober is het BNC fiche inzake de Zesde wijziging administratieve samenwerkingsrichtlijn op het gebied van belastingen (Kamerstuk 22112-2929) besproken, lees het verslag van het overleg.
  • Het voorstel staat op de agenda van het algemeen overleg Eurogroep/Ecofinraad van 25 november a.s.
  • Het voorstel van de Europese Commissie is hier (COM(2020) 314) te vinden. Het platform moet de volgende gegevens over verkopers registreren:

natuurlijke persoon:

(a) voor- en achternaam;
(b) het hoofdadres;
(c) alle TIN die de verkoper zijn toegekend, en de lidstaten waar die zijn toegekend;
(d) het btw-identificatienummer van de verkoper, indien van toepassing;
(e) de geboortedatum.

entiteit:

(a) de wettelijke benaming;
(b) het hoofdadres;
(c) alle TIN die de verkoper zijn toegekend, en de lidstaten waar die zijn toegekend;
(d) het btw-identificatienummer van de verkoper, indien van toepassing;
(e) het bedrijfsregistratienummer;
(f) het bestaan van een vaste inrichting in de Unie, voor zover van toepassing, met aanduiding van elke respectieve lidstaat waar een dergelijke vaste inrichting is gelegen.

Als vastgoed wordt verhuurd,

verzamelt de rapporterende platformexploitant de adresgegevens van elke eigendomslijst en, voor zover toegekend, het respectieve kadasternummer

Met betrekking tot de activiteiten op het platform moeten een hele serie gegevens gerapporteerd worden, die in het Commissie-voorstel worden beschreven, onder meer de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd en de honoraria, commissielonen of heffingen die door het rapporterende platform zijn ingehouden of geheven.

 


Aanvulling 13 oktober 2021
Inmiddels is een wetgevingsconsultatie van start gegaan, lees het nieuwsbericht en de consultatieaankondiging.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Datagraaiende autofabrikanten

Onder de titel “De auto, een datavergaarbak” verscheen op de Investico site het artikel van Parcival Weijnen en Saskia Naafs over hoe de moderne autofabrikanten gegevens over de bestuurders, passagiers en omgeving van auto’s verzamelen en verkopen aan de hoogste bieder. Lees over de datahandelaren die de gegevens kopen en commercieel benutten, met bij mensen onbekende namen als Otonomo, Caruso, Smartcar en High Mobility. Het artikel verscheen ook bij De Groene.

 

 

Lees de tips van de Autoriteit Persoonsgegevens over connected cars.

Op dit blog schreef ik over de ‘slimme’ auto, die niet alleen slim is vanwege de datahonger van fabrikanten, maar ook omdat overheden dat fijn vinden, zogenaamd om het verkeer veiliger te maken (Emergency Call, oftewel eCall). De gegevens kunnen vast ook gebruikt worden voor de bestrijding van terrorisme, ondermijning en witwassen.

 


Aanvulling 21 november 2020
Lees ook ‘Binnen enkele jaren betaalt de auto de tankbeurt zelf’, De Tijd, 18 november 2020.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Damocles-clausules voor de verhuurovereenkomsten | AVG

Eerder schreef ik dat de ‘Wet Damocles‘, de bevoegdheid van burgemeesters om drugspanden te sluiten, voor verhuurders in de praktijk een vorm van risicoaansprakelijkheid voor illegaal gebruik van het verhuurde oplevert, terwijl zij vaak ook al schade door toedoen van de huurder ondervinden. Het is een voorbeeld van het wegleggen van risico’s door de overheid. Vorig jaar zijn de sluitingsbevoegdheden uitgebreid naar voorbereidingshandelingen.

Een verhuurder kan de schade beperken door het gehuurde regelmatig te inspecteren. Ik vroeg me af of dat wel realistisch is. (Wel mag van een verhuurder verwacht worden actie te ondernemen naar aanleiding van signalen, dat zullen verhuurders zeker doen omdat criminele huurders vaak schade veroorzaken.)

Damocles-clausules
Inmiddels heeft de regelgeving geleid tot ‘Damocles-clausules’ in huurcontracten. Voorbeelden daarvan zijn bij de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) te vinden onder de noemer ‘ondermijning’, er zijn clausules voor winkelruimte en voor kantoorruimte & overige bedrijfsruimte.

Ook voor woonruimte heeft de ROZ een clausule ontworpen, die als volgt luidt:

Toegang en controle
12.X Verhuurder is gerechtigd te controleren of huurder de huurovereenkomst en de algemene bepalingen nakomt. Het gaat daarbij met name, maar niet uitsluitend om de verplichtingen in de artikelen 1.2 en 1.3 van de huurovereenkomst en de artikelen 1, 2, 4.1 en 4.2 en 14.3 van de algemene bepalingen. Verhuurder en alle door hem aan te wijzen personen zijn daartoe gerechtigd het gehuurde periodiek, op een in overleg met huurder te bepalen tijdstip, te betreden en te inspecteren. Huurder is verplicht daaraan zijn medewerking te verlenen door op eerste verzoek van verhuurder aan te geven op welk tijdstip – gelegen binnen redelijke termijn na diens verzoek – verhuurder het gehuurde kan betreden en inspecteren en door verhuurder op gemeld tijdstip toegang te verlenen tot het gehuurde en gelegenheid te geven tot inspectie. Huurder en verhuurder komen overeen dat indien huurder tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van dit artikellid, hij aan verhuurder een direct opeisbare boete verbeurt van € ** voor iedere kalenderdag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € **, onverminderd zijn gehoudenheid om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen en onverminderd verhuurders recht op (aanvullende) schadevergoeding.

Ik ben benieuwd of deze bepaling door de Autoriteit Persoonsgegevens is getoetst, want ik kan me niet voorstellen dat deze clausule door de beugel kan, zeker de boeteclausule niet. Op de site van de Autoriteit kon ik er niets over vinden.

 

Meer informatie:

Juridisch artikel over de verruiming van de bevoegdheden:

Verruiming Wet Damocles. Op zoek naar de betekenis in het labyrint dat Opiumwet heet, L.M. Bruijn en J.G. Brouwer (NJB). Meer artikelen zijn in de vakliteratuur te vinden, onder meer in WR en NJB.

Overheidsinformatie:

NB In de overheidsinformatie is meestal geen aandacht voor de positie van de niet bij criminaliteit betrokken verhuurder en voor diens schade.

Alle berichten op dit blog over Wet Damocles.

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | 2 reacties

New EU export rules also prohibit export of cyber-surveillance tools

Software companies have to be alert on the new EU export rules, that also cover cyber-surveillance tools. Read the press release Dual use goods: Parliament and EU ministers agree on new EU export rules:

* The EU will have new criteria for granting export licences for dual use products
* Cyber-surveillance tools will also be controlled
* Checks on the export of dual use products contribute to preventing human rights violations
* Dual use goods are products, software and technology that can be repurposed in ways which violate human rights

A new set of rules for exporting dual use products and technologies, including cyber-surveillance tools, were agreed on Monday.
The reviewed rules, agreed by Parliament and Council negotiators, govern the export of so-called dual use goods, software and technology – for example, high-performance computers, drones and certain chemicals – with civilian applications that might be repurposed to be used in ways which violate human rights.
The current update, made necessary by technological developments and growing security risks, includes new criteria to grant or reject export licenses for certain items.

Human rights and cyber-surveillance
Parliament negotiators, mandated by a 2018 report, have succeeded in substantially strengthening human rights considerations among those new criteria to avoid that certain surveillance and intrusion technologies exported from the EU contribute to human rights abuses.

Parliament negotiators
* got agreement on setting up an EU-wide regime to control cyber-surveillance items that are not listed as dual-use items in international regimes, in the interest of protecting human rights and political freedoms;
* strengthened member states’ public reporting obligations on export controls, so far patchy, to make the cyber-surveillance sector in particular more transparent;
* increased the importance of human rights as licensing criterion; and
* agreed on rules to swiftly include emerging technologies in the regulation.

 

More information in the press release Dual use goods: Parliament and EU ministers agree on new EU export rules.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, Sanctieregels, Strafrecht | Tags: | Plaats een reactie

KvK sommeert tot inschrijving ubo binnen zes weken | Wwft, ubo-register

In afwijking van de wet die het ubo-register regelt, sommeert de Kamer van Koophandel ondernemingen om binnen zes weken hun uiteindelijk belanghebbende(n) [ubo(‘s)] in te schrijven:

In het artikel inzake het overgangsrecht staat dat bestaande registratieplichtigen achttien maanden de tijd hebben om hun ubo’s te registreren.

Ik hoor graag van de lezers van dit blog die bij de KvK werken waar de brief en de zes-weken-termijn op gebaseerd is.

 

NB Al eerder schreef ik dat er geen wettelijke grondslag is voor het verlangen van de KvK dat een kopie identiteitsbewijs van de ubo wordt ingediend.

 


Aanvulling 17 november, 17:40 uur
Een notaris laat mij per e-mail weten dat de Kamer van Koophandel hier een fout heeft gemaakt: “De overgangsregeling van 18 maanden is overduidelijk“.

In de alinea die begin met “Ik hoor graag” stond per abuis zes-maanden-termijn, vervangen door zes-weken-termijn.

Aanvulling 28 juli 2021
Inmiddels heeft de Kamer van Koophandel de brief aangepast. Ik zag een brief van 27 april jl. met onderstaande tekst:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Kleurloos onfatsoen | Wwft

Mensen denken dat er alleen sancties worden opgelegd als er sprake is van iets als ‘opzet’. De moderne wetgever doet daar niet meer aan en noemt dat fenomeen ‘kleurloos opzet‘. Het leidt tot straffen voor overtreding van regels die je niet kent.

Opvallend is dat de overheid in sommige gevallen geen enkele moeite doet om de regelgeving aan de burgers bekend te maken. Met name bij het Ministerie van Financiën en daaraan gelieerde overheden (zoals DNB), leeft de gedachte dat de publieksvoorlichting over nieuwe regelgeving maar door private partijen moet worden gedaan, die daar dan hun boterham mee kunnen verdienen, zo veronderstelt men. Lees onder meer Rijksoverheid houdt geheim dat domicilieverlening per 1 juli 2011 onder de Wwft valt.

Een van de wetten waar waar kleurloos opzet een grote rol speelt, vooral bij ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf, is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Door middel van deze wet wordt de opsporing van criminaliteit geprivatiseerd naar ondernemingen, waarvan een deel daar helemaal niet geschikt voor is.

In twee uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam van 30 oktober jl. gingen mkb-ondernemers ten onder aan onbekendheid met de Wwft. In beide zaken betrof het handelaren in zaken, die contant betaald kregen en op grond van de Wwft ongebruikelijke transacties hadden moeten melden en cliëntenonderzoek hadden moeten doen. Het Gerechtshof verwerpt het verweer dat bij de handelaren geen opzet was:

De voorschriften van de Wwft zijn zgn. ordeningsrecht. In het ordeningsrecht is ‘kleurloos opzet’ voldoende voor een bewezenverklaring. Dit betekent dat het opzet van de verdachte wel gericht moet zijn op de tenlastegelegde handeling die is verricht of nagelaten, maar dat niet is vereist dat het opzet ook is gericht op het niet naleven van de in de bewezenverklaring bedoelde wettelijke verplichting (vgl. HR 21 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2684). Ontbrekende kennis van de regelgeving staat aan het bewijs van het opzet dus niet in de weg.

Overigens lijkt voor de handelaren een andere Wwft te gelden, dan voor andere Wwft-plichtigen, want het cliëntenonderzoek is beperkt tot identificatie en verificatie van de identiteit.

Voorlichting
De handelaren mogen zich in de handen wrijven dat het Gerechtshof er rekening mee houdt dat de Wwft destijds onbekend was:

Wel houdt het hof er rekening mee dat ten tijde van de transacties de verplichtingen uit hoofde van de Wwft minder bekend waren dan heden ten dage.

Of die voorlichting is verbeterd, is de vraag, nu bij Ondernemersplein de Wwft alleen is te vinden onder het kopje Cliëntenonderzoek doen in de financiële dienstverlening (daar worden overigens de notaris en belastingadviseur ten onrechte als financieel dienstverlener aangemerkt). De informatie over het melden van ongebruikelijke transacties Bij Ondernemersplein rammelt. Alleen de handelaar die weet waar hij moet zoeken (bijvoorbeeld bij FIU-Nederland of de Belastingdienst), kan relevante informatie vinden.

Kleurloos opzet is wat mij betreft een voorbeeld van kleurloos onfatsoen van de wetgever.

 

Meer informatie:

De besproken uitspraken:

Eerdere artikelen over sancties bij onbekendheid met de Wwft:

Een ander voorbeeld van kleurloos opzet is te vinden in de regelgeving die ook wel als ‘Wet Damocles‘ wordt aangeduid, lees dit artikel. Praktisch komt het neer op een vorm van risicoaansprakelijkheid voor verhuurders van vastgoed.

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , , | Plaats een reactie

The new pariah: the US Person

Someone who read my SDN article wrote to me that it’s not only banks that are refusing US Persons (as client). The reader mentions that a European export advisor warned the European company where the reader works, that the company will have to comply with US sanctions law, because of an employee that is a US Person.

Will the new trend be that no one wants US Persons as a client, employee or service provider? Will US Persons become the pariahs of this decade?

The reader referred to Section 744.6. Restrictions on certain activities of U.S. persons, to be found in the Electronic Code of Federal Regulations.  The section imposes obligations on (amongst others) every person that is US citizen, all over the world (including Accidental Americans). It prohibits a broad range of activities and may include objects and services that you would not expect to be relevant. According to the reader it includes products that everyone can buy at the local Gamma (do-it-yourself store).

Text (color marking by me):

§ 744.6 Restrictions on certain activities of U.S. persons.

(a) General prohibitions

(1) Activities related to exports.
(i) No U.S. person as defined in paragraph (c) of this section may, without a license from BIS, export, reexport, or transfer (in-country) an item where that person knows that such item:
(A) Will be used in the design, development, production, or use of nuclear explosive devices in or by a country listed in Country Group D:2 (see supplement no. 1 to part 740 of the EAR).
(B) Will be used in the design, development, production, or use of missiles in or by a country listed in Country Group D:4 (see supplement no. 1 to part 740 of the EAR); or
(C) Will be used in the design, development, production, stockpiling, or use of chemical or biological weapons in or by any country or destination, worldwide.

(ii) No U.S. person shall, without a license from BIS, knowingly support an export, reexport, or transfer (in-country) that does not have a license as required by this section. Support means any action, including financing, transportation, and freight forwarding, by which a person facilitates an export, reexport, or transfer (in-country).

(2) Other activities unrelated to exports. No U.S. person shall, without a license from BIS:

(i) Perform any contract, service, or employment that the U.S. person knows will directly assist in the design, development, production, or use of missiles in or by a country listed in Country Group D:4 (see supplement no. 1 to part 740 of the EAR); or
(ii) Perform any contract, service, or employment that the U.S. person knows will directly assist in the design, development, production, stockpiling, or use of chemical or biological weapons in or by any country or destination, worldwide.

(3) Whole plant requirement. No U.S. person shall, without a license from BIS, participate in the design, construction, export, reexport, or transfer (in-country) of a whole plant to make chemical weapons precursors identified in ECCN 1C350, in countries other than those listed in Country Group A:3 (Australia Group) (See supplement no. 1 to part 740 of the EAR).

(b) Additional prohibitions on U.S. persons informed by BIS. BIS may inform U.S. persons, either individually by specific notice or through amendment to the EAR, that a license is required because an activity could involve the types of participation and support described in paragraph (a) of this section. Specific notice is to be given only by, or at the direction of, the Deputy Assistant Secretary for Export Administration. When such notice is provided orally, it will be followed by a written notice within two working days signed by the Deputy Assistant Secretary for Export Administration. However, the absence of any such notification does not excuse the U.S. person from compliance with the license requirements of paragraph (a) of this section.

(c) Definition of U.S. person. For purposes of this section, the term U.S. person includes:
(1) Any individual who is a citizen of the United States, a permanent resident alien of the United States, or a protected individual as defined by 8 U.S.C. 1324b(a)(3);
(2) Any juridical person organized under the laws of the United States or any jurisdiction within the United States, including foreign branches; and
(3) Any person in the United States.

(d) Exceptions. No License Exceptions apply to the prohibitions described in paragraphs (a) and (b) of this section.

(e) License review standards. Applications to engage in activities otherwise prohibited by this section will be denied if the activities would make a material contribution to the design, development, production, stockpiling, or use of nuclear explosive devices, chemical or biological weapons, or of missiles.
[61 FR 12802, Mar. 25, 1996, as amended at 62 FR 25459, May 9, 1997; 70 FR 19691, Apr. 14, 2005; 73 FR 68326, Nov. 18, 2008]

The Western world trembles with fear for the Americans. But when the US harms decent citizens or violates human rights, a line has to be drawn.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , , | Plaats een reactie

In de financiële sector moet de stichting derdengelden verdwijnen

Volgens het voorstel Wijzigingswet financiële markten 2022 moet de stichting derdengelden in de financiële sector worden vervangen door een rekening met afgescheiden vermogen. Het is een andere juridische vorm dan de wettelijke kwaliteitsrekeningen zoals we bij notarissen en gerechtsdeurwaarders kennen. Het voorstel maakt het voor afwikkelondernemingen, betaalinstellingen, elektronischgeldinstellingen en beleggingsondernemingen mogelijk om de aan hun cliënten of derden toebehorende geldmiddelen die zij onder zich houden, afgescheiden van hun vermogen aan te houden.

Als reden voor de wijziging wordt aangevoerd dat de stichting derdengelden – een veelgebruikte vorm van vermogensscheiding door Nederlandse financiële ondernemingen – in het buitenland een onbekend fenomeen is, waardoor de afwikkeling van grensoverschrijdende transacties wordt bemoeilijkt:

Constructies gericht op vermogensscheiding zoals de Nederlandse stichting derdengelden worden in het buitenland niet altijd begrepen, en buitenlandse partijen weigeren soms aan een stichting derdengelden te betalen omdat zij vrezen dat een betaling aan een ander dan de financiële onderneming niet bevrijdend zal zijn. Daarnaast bevordert de figuur van de rekening met afgescheiden vermogen cross-sectorale uniformiteit van financiële regelgeving met betrekking tot het zekerstellen van gelden van cliënten van financiële ondernemingen, hetgeen bijdraagt aan de transparantie van die regelgeving.

Het past in een ontwikkeling dat de Nederlandse stichting steeds minder gebruikt zal gaan worden, vanwege de (buitenlandse) veronderstelling dat deze rechtsvorm iets te maken heeft met de Angelsaksische foundation. Een ander voordeel is dat de bestuurders van de stichting derdengelden niet meer als ‘uiteindelijk belanghebbenden’ van het vermogen van de stichting zullen worden geregistreerd.

Andere wijzigingsvoorstellen in de consultatie hebben betrekking op:

  • de bekostiging van het financieel toezicht,
  • uitbreiding accountantscontrole op financiële staten,
  • grensoverschrijdend beheer beleggingsinstellingen en icbe’s en
  • rechtstreekse deponering vastgestelde jaarrekening bij handelsregister.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Jaarverslaggeving, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Tags: , , | Plaats een reactie

Uitwassen van de OFAC Specially Designated Nationals List | mensenrechten

Eerder schreef ik dat de Verenigde Staten het sanctieregime misbruikt door nette burgers met een andere politieke opvatting op hun zwarte lijst, de OFAC Specially Designated Nationals List (SDN), te zetten. Ik vroeg me toen af of Europese ondernemingen medewerking verlenen aan deze onrechtmatige Amerikaanse activiteiten.

Banken leven Amerikaans recht na
Dat lijkt zo te zijn: de Nederlandse Rabobank schrijft haar klanten voor dat zij geen medewerking mogen verlenen aan directe en/of indirecte transacties in relatie tot ‘entiteiten’ die voorkomen op de OFAC Specially Designated Nationals List (SDN), onafhankelijk van de valuta. Zou deze mededeling ook betrekking hebben op natuurlijke personen zoals de personen van mijn eerdere artikel en zo ja, hoe kan deze bank dat rijmen met haar mensenrechtenpretenties?

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) meldt dat banken zich aan Nederlandse en Europese sancties houden, maar ook aan de sancties van de Verenigde Staten. De NVB beantwoordt de vraag waarom Nederlandse banken dat doen als volgt:

Amerikaanse sancties gelden voor Amerikaanse personen en bedrijven, en voor alle personen en instellingen in de Verenigde Staten. Veel Nederlandse banken zijn ook actief in de VS. Dat betekent dat zij kunnen worden bestraft als zij de Amerikaanse sanctiewetgeving niet naleven. Tevens is van belang dat alle transacties in Amerikaanse dollars via de VS lopen en daarom onder de Amerikaanse wetgeving vallen.

Dus kennelijk mogen mensenrechten worden geschonden als de VS dat vraagt. De bancaire verhalen dat mensenrechten worden gerespecteerd, gaan er bij mij niet in.

SDN-perikelen
Overigens kan de Amerikaanse zwarte lijst gevolgen hebben voor personen die niet op de lijst staan. Lees dit Duitstalige verhaal over producten die niet geleverd werden vanwege een gesanctioneerde entiteit op hetzelfde adres. Een naam die lijkt op een gesanctioneerde entiteit, kan ook tot problemen leiden, lees het artikel over PayPal die betaling weigerde (al klinkt het apart dat het onderwerp een Amerikaanse bedrijfje is, je zou verwachten dat de namen snel worden aangepast).

Tot slot
Het is tijd dat banken maatschappelijk betamelijk gaan handelen, door geen medewerking te verlenen aan mensenrechtenschendingen door buitenlandse mogendheden.

 


Aanvulling 16 november 2020
Een lezer schreef dat de fouten die ik meldde onder ‘SDN-perikelen’ bij velen bekend zijn. De nodige betalingen zijn gestrand vanwege ‘gelijkende namen’ waardoor meerdere dagen vertraging is opgetreden (met mogelijk financieel voordeel voor de clearinghouses, aldus de lezer).

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , , , , , | Plaats een reactie