Damiaan Denys over de zieke westerse mens en over technologische controle illusies

Vandaag weer een podcast aanbeveling, dit keer het interview met Damiaan Denys (filosoof/psychiater) op BNR door Art Rooijakkers.

Op de vraag wat zijn eigen grootste angst is, antwoordt Denys: ‘angst voor ambtenaren’. Zodra hij een ambtelijke brief ontvangt maakt hij zich zorgen te worden vermalen in ambtelijke systemen. (Hij zal er als bestuurder in de zorg de nodige niet-prettige ervaringen mee hebben.)

Het is een horenswaardig interview.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: | Plaats een reactie

“Ook zelfcensuur vormt een bedreiging voor de democratie”

Onder de titel “Ook zelfcensuur vormt een bedreiging voor de democratie” sprak filosoof Ad Verbrugge met rechtsfilosoof Christiaan Alting von Geusau over de onderdrukking van wetenschappelijke tegenspraak in de coronaperiode en over de ‘Twitter Files’.

De podcasts zijn hier te vinden, er is onder meer een audiopodcast (Apple).

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Big Brother Awards kandideert overheidsfunctionarissen die zich met criminaliteitsbestrijding bezig houden | Bits of Freedom

Bits of Freedom heeft de kandidaten voor de Big Brother Awards 2022 bekend gemaakt, kijk hier (ook stemmen) of beluister de podcast, via deze pagina te vinden.

De criminaliteitsbestrijding speelt een hoofdrol bij de kandidaten, die opvallend genoeg allen vrouw zijn:

    • Grenzeloze datahonger geheime diensten en afbreken van het toezicht op de diensten – Bruins Slot, minister BZK
    • Bestrijding jeugdcriminaliteit: onzorgvuldige inmenging in de levens van kinderen en jongvolwassenen in Amsterdam (Top400) – Halsema, de burgemeester van Amsterdam.
    • Bestrijding kindermisbruik: voorstel Europese Commissie tot opheffing vertrouwelijke onderlinge communicatie (‘chatcontrol’ ) – waarvoor eurocommissaris Johansson verantwoordelijk is
    • Bestrijding radicalisering e.d.: voorstel om de illegale praktijken van de Nationale Coördinator Terrorisme­bestrijding en Veiligheid (NCTV) te legaliseren – minister van Veiligheid Yeşilgöz-Zegerius.

Een toelichting op deze kandidatuur is in het rapport van Bits of Freedom (pdf) te vinden. De uitreiking vindt plaats tijdens een evenement op 13 februari a.s.

Geplaatst in Europa, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Betaalvereniging doet mee aan Europese consultatie over instant payments

De Betaalvereniging laat weten te hebben mee gedaan aan een consultatie over Europese plannen inzake instant payments, iets wat in Nederland al bestaat (uitleg Betaalvereniging). Uit het het bericht blijkt dat de vereniging kritiek op de voorstellen heeft:

In de voorstellen van de EC staan onder meer complexe eisen voor het aanbieden van zogeheten ‘bevestiging van begunstigde’ (confirmation of payee) bij Instant Payments, als maatregel tegen vergissingen, fraude en witwassen. In Nederland kennen we dat als de IBAN-Naam Check (naam-nummercontrole). De meeste Nederlandse banken bieden dit sinds 2017 standaard aan bij enkelvoudige digitale overboekingen, al dan niet ‘instant’.

De voorstellen van de EC lijken onnodig veel ruimte te bieden voor het omzeilen of weigeren van deze controle door betalers en begunstigden, waardoor de effectiviteit in gevaar komt. Bovendien kunnen de voorstellen van de EC onnodige extra drempels opwerpen bij e-commerce en aan de toonbank. Dat kan leiden tot vertraging bij de brede uitrol van Instant Payments en bij het ontwikkelen van nieuwe betaaltoepassingen. Op grond van ruim vijf jaar grootschalige ervaring met de IBAN-Naam Check wijzen de Betaalvereniging en haar leden de EC op mogelijkheden om deze controle eenvoudig, laagdrempelig en veilig aan te bieden. Daarbij hoeft geen afbreuk te worden gedaan aan de privacy van consumenten en de zakelijke belangen van retail-ondernemers.

Lees de volledige reactie van de Betaalvereniging en haar leden op de voorstellen voor wet- en regelgeving van de EC rond Instant Payments…

 


Aanvulling 28 november 2023
Europa is druk bezig met de regels over instant payments. Zie bij het Expertisecentrum Europees Recht (ECER) Politiek akkoord bereikt over voorstel voor instantbetalingen, dat verwijst naar een mededeling van de Europese Commissie van 8 november, met onder meer Commission welcomes political agreement on euro instant payments.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , , , | Plaats een reactie

De Haagse beleidsmakers zijn het contact met de burger kwijt | scheidend president Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman

Het kabinet kreeg rond de jaarwisseling forse kritiek van mensen betrokken bij belangrijke overheidsadviseurs.

Arno Visser, die eind december afscheid nam als president van de Algemene Rekenkamer had niet alleen financiële kritiek, aldus een bericht op accountant.nl (dat verwijst naar een interview in EW):

Visser hekelt dan ook de vele “beleidsmakers” in Den Haag. “Je kunt helemaal geen beleid ‘maken’. Je maakt alleen papier. Iedereen die beleid maakt, gaat elke dag naar kantoor om papier te maken. En nog meer papier. Van die wereld moeten we ook af. Van die schijnwereld waarin we elkaar gevangen houden. In stukken, modellen, schema’s, stroomschema’s, financieringssystemen, bekostigingssystemen… in constructies. Beleidsconstructies.”

De Nationale Ombudsman, Reinier van Zutphen, liet in een interview met De Telegraaf (zie artikel Kassa) weten: “Overheid faalt en komt beloftes niet na” en:

Van Zutphen: zorgen over blijvend wantrouwen in de overheid
Voor het komende jaar maakt hij zich de meeste zorgen over dat mensen de overheid blijven wantrouwen. “Snap ik ook na alle ellende die ze heeft veroorzaakt. Ze ervaren dat de overheid echt tegenover hen zit in plaats van naast hen. Het is een slechte ontwikkeling.”

Technocratische utopieën
Lees in verband met het Nederlandse overheidsoptreden ook het artikel over psycholoog Desmet die zich zorgen maakt over het mechanistische en technische wereldbeeld van de westerse mens, die leidt tot een overheid die mechanistisch en technisch handelt. Hij vindt de technocratische utopieën van de westerse overheden gevaarlijk. (Ik moet dan meteen aan de witwasbestrijdingsconcepten denken.)

Desmet wordt ook geciteerd over het onderwerp nepnieuws, dat de Nederlandse en Europese overheid zo bezig houdt:

Het is wel belangrijk om het even over complotten te hebben, zegt Desmet. ‘Er zijn namelijk complotten in de wereld. Wie nog steeds denkt dat onze geheime diensten niets illegaals doen, moet zijn hoofd nodig in een bak koud water steken. Net als Noam Chomsky zeg ik: er worden zaken bedisseld achter de schermen, maar, let op: hun invloed op het wereldgebeuren is beperkt.’ Dit is alleen heel lastig voor veel mensen, en daarom gebeurt er in de groep die niet meegaat met het dominante narratief iets bijzonders: ‘Er gebeurt een vergelijkbaar proces als bij massavorming. Ze zien dat de grote groep heel zwart-wit gaat denken, en ze denken dat te kunnen verklaren met zwart-witschema’s die eveneens simplistisch zijn. Dat maakt het mentaal gemakkelijk en zorgt dat je alle kwaad netjes in één punt kunt situeren, in een kwaadaardige elite. Maar zo gemakkelijk is het niet.

Desinformatiebrief kabinet
Dat brengt me bij de desinformatiebrief die de minister van Binnenlandse Zaken op 23 december jl. aan de Tweede Kamer stuurde en waarin een reflectie op het eigen (overheids)optreden volledig ontbreekt.

In de brief wordt een bijzondere definitie van desinformatie gehanteerd, zie de eerste voetnoot, één van de kenmerken is volgens de minister “de intentie om te misleiden en te schaden” [1]. Voorts kent de brief het begrip ‘misinformatie’, waaraan dat kenmerk ontbreekt. Echter, misinformatie kan ook schadelijke effecten hebben, aldus de minister.

Het vervelende is echter, dat de overheid zelf ook onjuiste informatie verspreidt. Een pregnant buitenlands voorbeeld was de vorige Amerikaanse president. Maar ook de Nederlandse overheid heeft zich aan misinformatie schuldig aan gemaakt, waarbij aangenomen mag worden dat dit niet is gebeurd met de bedoeling schade toe te brengen.

Protest tegen corona = complotdenken
Zorgelijk is dat de minister in een alinea over complottheorieën komt met de protesten tegen corona als voorbeeld [2]:

Dat is onjuist, mensen die bezwaar hebben tegen de coronamaatregelen of tegen vaccinatie hoeven geen complotdenkers te zijn. Ze kunnen aarzelingen hebben over de juistheid van overheidsmaatregelen, waar alle aanleiding voor was en is. Het is gevaarlijk om deze gemengde groep critici als complotdenkers af te schilderen.

Anti-overheidssentiment
In de brief wordt gesproken over een anti-overheidssentiment, dat door extremisten wordt aangewakkerd. De minister zwijgt over het feit dat die anti-overheidsextremisten gebruik maken van het onbegrip en het wantrouwen dat de overheid zelf heeft veroorzaakt en waarover ik Arno Visser en Reinier van Zutphen hierboven citeerde.

Technologie als gevaar voor de mens
Voorts wordt gemeld dat desinformatie/misinformatie snel wordt verspreid via technologische middelen. Dat is natuurlijk zo [3]. Maar die technologische middelen zijn nog op veel meer manieren schadelijk. Bijvoorbeeld door de diefstal van persoonsgegevens die op dit moment plaats vindt, de malafide praktijken van advertentiebedrijven als Facebook/Meta en Google en de desastreuze invloed die digitale hulpmiddelen op de mentale gezondheid hebben. Intussen is het kabinet een techgelovige als het goed uitkomt (zoals in de witwasbestrijding en bij de steun voor handel in financiële persoonsgegevens via ‘open finance’).
Wat mij betreft zijn de problemen van des-/misinformatie beperkt als je het afzet tegen alle andere risico’s die nieuwe technologieën opleveren voor de burger.

Lerend vermogen
Het zou het kabinet sieren als werd erkend dat er door de overheid ernstige fouten zijn gemaakt die hebben geleid tot verlies aan vertrouwen. Dat betekent ook dat het kabinet er alert op moet zijn om mensen met inhoudelijke kritiek niet als complotdenkers weg te zetten.

 

NB In de brief speelt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) een prominente rol, deze organisatie heeft zich ernstig misdragen (artikel), maar in plaats van maatregelen te nemen tegen de misdragingen, wil men de foute gedragingen legaliseren…

 

Noten
[1] De definitie volgens de voetnoot: “Desinformatie is (onafhankelijk van de inhoud, producent/verspreider of wijze van verspreiding), het doelbewust, veelal heimelijk, verspreiden van misleidende informatie, met het doel om schade toe te brengen aan het publieke debat, democratische processen, de open en kenniseconomie of volksgezondheid. Daarmee kan het de nationale veiligheid raken. Het is een vorm van schadelijk, maar vaak legaal, gedrag. Desinformatie hoeft niet altijd onjuiste informatie te bevatten. Het kan een combinatie zijn van feitelijke, onjuiste of deels onjuiste informatie, maar altijd met de intentie om te misleiden en te schaden“.
[2] Zie pagina 3, tweede alinea.
[3] De overheid gebruikt het internet voor marketing doeleinden waarbij de politieke doelen soms belangrijker zijn dan juiste informatie voor burgers en organisaties.

 


Aanvulling 27 februari 2023
Als de overheid criminaliteitsbestrijdingsregels maakt, denkt de overheid dat er door overheidsdienaren geen fouten worden gemaakt. De werkelijkheid is anders.
Voorbeeld: Onterecht veroordeelde wacht al half jaar op excuses van instanties, 21 december 2022.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Nogmaals de navraagplicht | wetsvoorstel plan van aanpak witwassen | Wwft, grondrechten

Aan de ‘navraagplicht’ die het kabinet voorstelt in het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen [1] besteedde ik op dit blog al eerder aandacht, onder meer in een inleidend artikel waarin ik aangeef dat die navraagplicht onverstandig is (alle berichten over de navraagplicht staan hier).

 

Inleiding

Vanwege vermeend ‘shopgedrag’ van criminelen moeten alle Wwft-plichtigen (waarom allemaal?) bij hoog risico (zo ruim omschreven dat het bijna altijd moet) navraag doen bij ondernemingen uit dezelfde categorie die de toekomstige klant (prospect) bedienen of hebben bediend.

Degene bij wie navraag wordt gedaan moet antwoord geven als de relatie of transactie korter dan vijf gelegen is geëindigd of heeft plaats gevonden, wat bij langdurige relaties (zoals banken, belastingadviseurs en accountants die vaak hebben) kan betekenen dat informatie over gebeurtenissen van lang geleden moeten worden verstrekt [2]. De memorie van toelichting legt niet uit wat deze lange terugkijkperiode met ‘shoppen’ te maken heeft.

De navraagplicht is een inbreuk op de privacy en de veiligheid van de klant en de vertrouwelijkheidsverplichtingen ten opzichte van de klant, zonder dat in de toelichting op het voorstel een goede onderbouwing is opgenomen. De navraagplicht moet gaan gelden voor alle Wwft-plichtigen, waartoe ook vele soorten ondernemingen behoren die niet over diepgaande juridische kennis beschikken en die niet onder toezicht staan.

Gevreesd moet worden dat de navraagplicht een idee is van mensen van de opsporing, die helaas niet altijd goede kennis van de ondernemingen hebben die de Wwft moeten uitvoeren; dat is onder meer te zien aan de publicaties van het Anti Money Laundering Centre (AMLC) waarin ernstige fouten voorkomen (voorbeelden 1, 2, 3  [3]).

Mijn verwachting is dat deze verplichting onder meer leidt tot hoge kosten, tot risico’s op het gebied van vertrouwelijkheid en veiligheid en allerlei andere nadelen heeft, dat alles terwijl een rechtvaardiging op het gebied van betere misdaadbestrijding ontbreekt.

In mijn eerdere artikel gaf ik al aan dat een behoorlijke onderbouwing van dit voorstel ontbreekt en dat het praktisch onuitvoerbaar is. Daar ga ik hier niet verder op in. In dit artikel maak ik enige aanvullende juridische aantekeningen bij het voorstel.

 

Tekstvoorstel

De tekst van het voorstel (vindplaats) luidt als volgt (‘instelling’ = Wwft-plichtige):

Na artikel 3a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3b

1. Een instelling neemt redelijke maatregelen om te onderzoeken of een andere instelling van dezelfde categorie als bedoeld in artikel 1a diensten verleent, heeft verleend of heeft geweigerd aan de cliënt indien:
a. de zakelijke relatie of transactie naar haar aard indicaties van een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt;
b. de risicofactoren, bedoeld in bijlage III bij de vierde anti-witwasrichtlijn, van toepassing zijn; of
c. de instelling het cliëntenonderzoek als bedoeld in artikel 8 verricht.

2. Indien een andere instelling diensten verleent, heeft verleend of heeft geweigerd aan de cliënt, doet de instelling bij die andere instelling navraag naar geïdentificeerde risico’s op witwassen of het financieren van terrorisme.

3. Bij het doen van navraag als bedoeld in het tweede lid verstrekt de verzoekende instelling de documenten en gegevens ter identificatie van de cliënt:
a. als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, indien de cliënt van de verzoekende instelling een natuurlijke persoon is;
b. als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, onder 1°, 2° en 3°, indien de cliënt van de verzoekende instelling een vennootschap of andere juridische entiteit is.

4. Een instelling die een verzoek ontvangt als bedoeld in het tweede lid, informeert de verzoekende instelling onverwijld over de geïdentificeerde risico’s op witwassen of het financieren van terrorisme die hebben geleid tot het nemen van maatregelen om deze risico’s te beheersen, waaronder in ieder geval wordt begrepen het weigeren of beëindigen van dienstverlening.

5. Een instelling verstrekt, alvorens een zakelijke relatie aan te gaan, informatie aan een cliënt over de krachtens dit artikel op de instelling rustende verplichtingen met betrekking tot het verstrekken van informatie aan een andere instelling.

6. In aanvulling op het eerste lid kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, zich beperkt tot specifieke instellingen binnen een afzonderlijke categorie als bedoeld in artikel 1a, of dat de onderzoeksplicht zich tevens uitstrekt tot instellingen van verschillende categorieën als bedoeld in artikel 1a, met uitzondering van instellingen bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdelen c en d.

7. Ten behoeve van de naleving van de in dit artikel opgenomen verplichtingen, zijn de instellingen, bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel c, niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 11a van de Advocatenwet en zijn de instellingen, bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel d, niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht in artikel 22 van de Wet op het notarisambt.

 

Opmerkingen bij de tekst

 

Wanneer is er een verplichting en wat houdt het onderzoek in (lid 1)

Opvallend aan de tekst van lid 1 is dat van het onderzoek van de Wwft-plichtige niet het onmogelijke wordt verwacht (“neemt redelijke maatregelen om te onderzoeken“) maar dat de onderzoeksplicht zeer snel aanwezig is, ook in situaties die geen hoog risico zijn. Dat is een gevolg van onderdelen b. en c. van lid 1.

(Ad b.) Ten onrechte wordt hiermee voorgeschreven dat de risicofactoren van bijlage III AMLD4 [4] per definitie leiden tot hoog risico (terwijl de bedoeling van de bijlage alleen is de mee te nemen factoren te benoemen, zie ook artikel 8 lid 2 Wwft, “Een instelling houdt ten minste rekening met de risicofactoren”).

(Ad c.) De verwijzing naar artikel 8 Wwft heeft hetzelfde ongewenste gevolg, namelijk dat er navraag moet worden gedaan in situaties waarin feitelijk geen sprake is van hoog risico.
Voorbeeld: het feit dat de klant een PEP is (bijvoorbeeld de ouder van een lid van de Tweede Kamer) heeft wel tot gevolg dat die ouder tot ‘hoog risico’ wordt bestempeld, maar betekent nog niet dat dit in werkelijkheid het geval is (ik vermoed dat 99% van de ouders van leden van de Tweede Kamer nette burgers zijn). Ander voorbeeld: iemand die lid is van een bestuur waarvan een primaire PEP [5] deel uitmaakt, is een ‘naaste geassocieerde’ en daarmee zelf ook een PEP en dus per definitie hoog risico, terwijl dat helemaal niet het geval hoeft te zijn.

Naar mijn mening is het in strijd met fundamentele grondrechten (Handvest, AVG, EVRM) dat navraag moet worden gedaan in situaties die volgens de beoordeling van de Wwft-plichtige feitelijk geen hoog risico zijn. Het is al erg genoeg dat de Wwft-plichtige op formele gronden (zoals bij ouders van primaire PEPs) verscherpt cliëntenonderzoek moet doen.

Als de navraagplicht zou worden gehandhaafd (maar ik ben er een tegenstander van), dan moet in lid 1 een eigen hoog risico criterium worden opgenomen, die de mogelijkheid van beoordeling door de Wwft-plichtige biedt.

‘een andere instelling van dezelfde categorie’

Aan de vraag wanneer een instelling van dezelfde categorie is, moet ook aandacht worden gegeven, aangezien er ondernemingen van verschillend pluimage kunnen behoren tot één categorie.

Voorbeeld: behoren de ondernemingen van artikel 1a lid 4 sub e Wwft (juridisch adviseurs) [6] tot dezelfde categorie als artikel 1a lid 4 sub c Wwft (advocaten) en artikel 1a lid 4 sub d Wwft (notarissen)? Het lijkt me niet gewenst dat advocaten en notarissen informatie uitwisselen met  niet-gereguleerde beroepsbeoefenaren.

Als het laatste voorstel voor de Europese antiwitwasverordening (7 december 2022) tot wet zou worden, zitten alle juridische beroepsbeoefenaren in één categorie [7]:

(b) notaries, lawyers and other independent legal professionals, where they participate, whether by acting on behalf of and for their client in any financial or real estate transaction, or by assisting in the planning or carrying out of transactions for their client concerning any of the following:
(i) buying and selling of real property or business entities;
(ii) managing of client money, securities or other assets;
(iii) opening or management of bank, savings or securities accounts;
(iv) organisation of contributions necessary for the creation, operation or management of companies;
(v) creation, operation or management of trusts, companies, foundations, or similar structures;

Dat zal bij een navraagplicht tot het ongewenste gevolg leiden dat advocaten navraag moeten doen bij notarissen en vice versa en dat gereguleerde beroepsbeoefenaren navraag moeten doen bij niet gereguleerde beroepsbeoefenaren.

Dit soort problemen kunnen ook bij andere soorten Wwft-plichtigen spelen. Verder kan het tot beperking van de mededinging in bepaalde sectoren leiden. Zo bedienen vier Nederlandse banken bijna alle Nederlandse rekeninghouders.

 

Identificatiegegevens van de cliënt of diens vertegenwoordiger (lid 2)

Opvallend aan deze bepaling is dat de Wwft-plichtige aan degene bij wie navraag wordt gedaan allerlei vertrouwelijke gegevens moet verstrekken, zonder dat blijkt waarom dat in dat stadium nodig zou zijn. Bij prospects die natuurlijke personen zijn moet verstrekt worden [8]:

1°. de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum, het adres en de woonplaats, dan wel de plaats van vestiging van de cliënt alsmede van degene die namens die natuurlijke persoon optreedt, of een afschrift van het document dat een persoonidentificerend nummer bevat en aan de hand waarvan de verificatie van de identiteit heeft plaatsgevonden;
2°. de aard, het nummer en de datum en plaats van uitgifte van het document met behulp waarvan de identiteit is geverifieerd;

en bij cliënten die geen natuurlijke persoon zijn moeten niet alleen de juridische basisgegevens worden verstrekt (zoals statutaire naam, de handelsnaam, het adres met huisnummer, de postcode, de plaats van vestiging) maar ook:

van degenen die voor de vennootschap of juridische entiteit bij de instelling optreden: de geslachtsnaam, de voornamen en de geboortedatum

Deze bepaling leidt tot onnodige uitwisseling van persoonsgegevens, immers bij natuurlijke personen die prospect zijn de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum, het adres en de woonplaats voldoende en bij overige prospects zijn de details van vertegenwoordigers niet nodig aangezien deze [a] in openbare registers te vinden kunnen zijn [b] gewijzigd kunnen zijn.

 

Verschaffing van gegevens door de ‘andere instelling’ (lid 4)

De vraag is wat het informeren over “geïdentificeerde risico’s op witwassen of het financieren van terrorisme” exact inhoudt. Kennelijk wordt in deze bepaling niet gevraagd mee te delen welke maatregelen genomen zijn (dat kunnen allerlei soorten maatregelen zijn, niet alleen diensten weigeren of de relatie beëindigen).

Om te voorkomen dat een schimmenspel buiten de toekomstige klant om ontstaat, lijkt me niet meer dan logisch dat de prospect wordt geïnformeerd over de “geïdentificeerde risico’s” en ook in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze te geven. Dat element ontbreekt niet alleen in deze bepaling; het komt niet voor in de witwasbestrijdingsregelgeving, waarbij nog komt er sprake is van inadequate rechtsbescherming (zie daar over uitvoerig het memo van Privacy First) [9].

In de huidige vorm is dit een maatschappelijk onbetamelijke bepaling.

Dit probleem wordt niet opgelost door middel van lid 5 van het voorgestelde artikel 3b, zie ook hierna.

 

Informatie aan cliënt (lid 5)

Lid 5 wekt de indruk dat de Wwft-plichtige klaar is als hij zijn toekomstige cliënt over de navraag heeft geïnformeerd. Dat is onjuist. Als op grond van artikel 3b persoonsgegevens van anderen dan de cliënt-natuurlijke persoon aan de andere Wwft-plichtige moeten worden verstrekt, is de navrager op grond van de AVG verplicht de betrokkenen te informeren over de voorgenomen navraag. Degene die de informatie aan de navrager verschaft is verplicht om de betrokkene te informeren als hij persoonsgegevens verschaft. Maar dat is niet voldoende.
Hier zou (als de navraagplicht doorgaat) aan moeten worden toegevoegd dat de zowel de prospect als de betrokkenen worden geïnformeerd over de redenen waarom de Wwft-plichtige meent dat navraag moet worden gedaan (dus de redenen dat sprake is van hoog risico als bedoeld in lid 1 van artikel 3b) en dat de informatieverschaffer eveneens mededeling doet aan de prospect en de betrokkenen. Dat zal de kwaliteit van de gegevensuitwisseling ten goede komen en voorkomt slordig onderzoek.

 

Bij amvb aanpassen van de navraagplicht (lid 6)

In lid 6 van het voorstel is niet alleen een beperkingsmogelijkheid opgenomen, waartegen ik geen bezwaar heb (al zal de minister van Financiën er waarschijnlijk niets mee doen).

Zeer ongewenst is dat lid 6 mogelijk maakt dat er buiten de wetgever om ingrijpende beslissingen worden genomen over het cross-sectoraal uitwisselen van gegevens, waarbij het risico aanwezig is dat fundamentele beroepsregels moeten worden geschonden, bijvoorbeeld door advocaten en notarissen. Dit soort beslissingen horen bij de wetgever thuis.

 

Slotopmerking

Het voorstel voor een navraagplicht is ondoordacht en onverstandig, om meerdere redenen. Allereerst is de noodzaak niet aangetoond en zijn geen alternatieven onderzocht. Voorts is niet gebleken dat het nodig of nuttig is voor alle soorten Wwft-plichtigen. Ook op detailniveau zijn er de nodige bezwaren, zoals hierboven aangegeven.

Het is zeer zorgelijk dat het ministerie van Financiën blind is voor de fundamentele rechten van burgers, geen belangstelling heeft voor de geldvretende bureaucratie die de navraagplicht zal veroorzaken en dat men geen oog heeft voor de beperkingen in de mogelijkheden van private ondernemingen om misdaad te bestrijden.

 

Noten

[1] Vindplaatsen zijn op deze pagina te vinden.

[2] Zowel de bewaarplicht op grond van de Wwft als de voorgestelde navraagplicht worden gekoppeld aan het eindigen van de zakelijke relatie. Na het eindigen van een zakelijke relatie moet de Wwft-plichtige de op grond van de Wwft verzamelde gegevens nog vijf jaar bewaren.
Voorbeeld: een belastingadviseur heeft een klant bij gestaan van 1990 tot en met 2022. Hij moet de Wwft-gegevens (over de periode van 1990 tot en met 2022) bewaren tot 2027. Als een andere belastingadviseur bij hem navraag doet, zal hij geïdentificeerde risico’s uit 1995 moeten melden.

[3] Voor een betere analyse van wat AMLC publiceert, ontbreekt  me de tijd. De artikelen geven alleen een indicatie.

[4] Annex III bij de vierde Europese anti-witwasrichtlijn (laatste geconsolideerde versie) spreekt over:

ANNEX III

The following is a non-exhaustive list of factors and types of evidence of potentially higher risk referred to in Article 18(3):

(1) Customer risk factors:
(a) the business relationship is conducted in unusual circumstances;
(b) customers that are resident in geographical areas of higher risk as set out in point (3);
(c) legal persons or arrangements that are personal asset-holding vehicles;
(d) companies that have nominee shareholders or shares in bearer form;
(e) businesses that are cash-intensive;
(f) the ownership structure of the company appears unusual or excessively complex given the nature of the company’s business;
(g) customer is a third country national who applies for residence rights or citizenship in the Member State in exchange of capital transfers, purchase of property or government bonds, or investment in corporate entities in that Member State.

(2) Product, service, transaction or delivery channel risk factors:
(a) private banking;
(b) products or transactions that might favour anonymity;
(c) non-face-to-face business relationships or transactions, without certain safeguards, such as electronic identification means, relevant trust services as defined in Regulation (EU) No 910/2014 or any other secure, remote or electronic, identification process regulated, recognised, approved or accepted by the relevant national authorities;
(d) payment received from unknown or unassociated third parties;
(e) new products and new business practices, including new delivery mechanism, and the use of new or developing technologies for both new and pre-existing products;
(f) transactions related to oil, arms, precious metals, tobacco products, cultural artefacts and other items of archaeological, historical, cultural and religious importance, or of rare scientific value, as well as ivory and protected species.

(3) Geographical risk factors:
(a) without prejudice to Article 9, countries identified by credible sources, such as mutual evaluations, detailed assessment reports or published follow-up reports, as not having effective AML/CFT systems;
(b) countries identified by credible sources as having significant levels of corruption or other criminal activity;
(c) countries subject to sanctions, embargos or similar measures issued by, for example, the Union or the United Nations;
(d) countries providing funding or support for terrorist activities, or that have designated terrorist organisations operating within their country.

[5] Met een primaire PEP doel ik op degene die de publieke functie heeft, bijvoorbeeld het lid van de Tweede Kamer. Een secundaire PEP is het familielid (ouders, kinderen, de partner van de primaire PEP e.d.) en de ‘naast geassocieerde’  (ook een ruime groep). Lees dit artikel over de naast geassocieerde.

[6] Dit zijn: “natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die in de uitoefening van een aan dat van advocaat, notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf de in onderdeel c of d genoemde werkzaamheden verrichten“.

[7] Zie ontwerp AMLR, versie 7 december 2022.

[8] Dit is een gevolg van de verwijzing naar (natuurlijke personen) artikel 33, tweede lid, onderdeel a, onder 1° en 2° Wwft respectievelijk (overigen) artikel 33, tweede lid, onderdeel c, onder 1°, 2° en 3°.

[9] Memo van Privacy First, paragraaf 2.5.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Algemene informatie over het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen | bancair sleepnet, navraagplicht, Wwft

Op mijn pagina Wwft-voornemens, wetsvoorstellen en historie heb ik het item over het plan van aanpak witwassen bijgewerkt met vindplaatsen en enige artikelen en berichten

De tekst luidt nu:

Wet plan van aanpak witwassen
Officiële naam: Wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme in verband met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf 3.000 euro en het uitbreiden van de mogelijkheden voor informatie-uitwisseling ten behoeve van de poortwachtersfunctie (Wet plan van aanpak witwassen)

Korte inhoud: meerdere elementen, waarvan de belangrijkste zijn,
[1] banken worden in staat gesteld om alle rekeninghouders gezamenlijk te monitoren op vermoedens van criminele voordelen (‘witwassen’), het ‘bancair sleepnet’;
[2] alle Wwft-plichtigen moeten in (ruim gedefinieerde) hoog risico situaties navraag doen bij collega’s naar ‘geïdentificeerde’ risico’s;
[3] verruiming mogelijkheden om strafrechtelijke gegevens en andere bijzondere persoonsgegevens (zoals medische) te verwerken in het kader van de criminaliteitsbestrijding;
[4] beperking contante betaling.

Consultatie: er is een consultatie  gehouden, waarin ik heb deelgenomen. Er zijn vele reacties van brancheorganisaties geweest, onder meer van de NOvA.

Status: in behandeling bij de Tweede Kamer. Zie ook het bericht met procedure-informatie.
Naar aanleiding van het wetsvoorstel heeft Privacy First kritiek geleverd, lees hun brief en memorandum.

Artikelen, berichten en andere bekendmakingen over het voorstel (niet compleet):

Wetgevingsdossier: Tweede Kamer, Eerste Kamer, overheid.nl.
Berichten op dit blog: plan van aanpak witwassen, bancair sleepnet (TMNL), navraagplicht.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Uitvoering van overheidstaken zonder verantwoording aan de burger (de klant) | witwasbestrijding banken, Wwft

Op 27 december hoorde ik op de radio een bericht dat de ondernemersbrancheorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland bezwaar maken tegen de wijze waarop banken de kosten van hun criminaliteitsbestrijdingstaken [1] uitvoeren. Inmiddels is bij de media doorgedrongen dat klanten tegenwoordig een moderne vorm van belasting betalen, nl. de Wwft-heffing aan banken. Op 27 december schreef de NOS ‘Bedrijven, stichtingen en kerken moeten van banken meebetalen aan witwasonderzoek‘. Daarin wordt een woordvoerder van de voornoemde brancheorganisaties geciteerd met:

“Ondernemers hebben al veel last van de witwasmaatregelen van banken omdat ze strenger zijn dan strikt genomen zou moeten. En nu wordt de rekening ook nog eens neergelegd bij ondernemers.”

Simplistische kostenverdeling
Storend is dat banken bij het doorberekenen van kosten een hoogst merkwaardig systeem van toedeling toepassen, waarbij organisaties en entiteiten waarvan helder is dat zij geen hoog criminaliteitsrisico vormen (zoals pensioenbv’s en kerkgenootschappen) in dezelfde risicocategorie worden ingedeeld als ondernemingen met grote geldstromen en internationale activiteiten. Zie bijvoorbeeld het schema van ING waarin bv’s, coöperaties, kerkgenootschappen, buitenlandse rechtsvormen en ‘overige’ rechtsvormen allen het zelfde tarief, EUR 7,50 per maand, in rekening krijgen gebracht, terwijl er grote verschillen zijn tussen deze organisaties als het om criminaliteitsrisico’s gaat. ING schrijft dat de rechtsvorm voor een belangrijk deel de complexiteit en dus de mate van klantonderzoek bepaalt, hetgeen een mededeling is die niet strookt met de Wwft.

Het maakt een vreemde indruk, als in aanmerking wordt genomen dat banken zeer hoge boetes van de overheid hebben gekregen wegens vermeende nalatigheid op criminaliteitsbestrijdingsgebied [2], boetes die de kosten die klanten doorberekend krijgen sterk overtreffen.

Verificatie van de identiteit heeft niets met de Wwft te maken
Bankiers houden er soms een aparte onderbouwing van de hoogte van de kosten op na, waarbij onder meer identificeren en verifiëren van de identiteit als een ‘tijdrovend’ en kostbaar onderdeel van de Wwft-verplichtingen wordt genoemd. Dat is natuurlijk niet juist, het behoort tot de contractenrechtelijke basics dat je je cliënt en diens vertegenwoordigers identificeert/verifieert.

Geen verantwoording
Hoogst merkwaardig is dat banken een overheidstaak uitvoeren maar aan de burger geen verantwoording hoeven af te leggen over de manier waarop zij hun taken uitvoeren, over de kosten die zij maken en over de wijze waarop die kosten in de tarieven worden verwerkt.

Geld over de balk gooien
Han de Jong legt in zijn artikel 13.000 poortwachters – rijkelijk veel, dunkt mij de situatie nog een keer uit: van banken wordt iets verwacht waarin de overheid niet slaagt (criminelen opsporen), terwijl de banken dat doen met veel meer personeel dan de overheid. Bij de banken werken 13.000 mensen die invulling aan de criminaliteitsopsporingstaak moeten geven, terwijl een veel kleiner team bij FIU-Nederland meldingen moet analyseren en politie 40.000 agenten op straat heeft waarvan maar een beperkt deel iets aan bestrijding van financieel-economische criminaliteit doet. Het ‘poortwachters’ systeem is een kostbare geschiedenis, waarvan niet is aangetoond dat het bijdraagt aan de misdaadbestrijding, constateert De Jong. Hij besluit met:

Stelt iemand zich nog wel eens de vraag of het hebben van 13.000 poortwachters maatschappelijk en economisch wel verantwoord is? Nee, natuurlijk niet. De politie wordt uit de algemene middelen betaald. Die zijn schaars en ondanks de roep om meer blauw op straat is er dus altijd druk om er niet te veel aan te besteden en zo efficiënt mogelijk te werken. De poortwachters staan bij de banken op de loonlijst. Dat de hoge eisen die aan het witwasonderzoek worden gesteld hoge kosten met zich meebrengen is niet het probleem van de politiek, de overheid of de toezichthouder maar van de banken. De gewone man/vrouw vindt het misschien zelfs wel mooi dat banken worden ‘aangepakt’ en realiseert zich kennelijk niet dat hij/zij de rekening betaalt.

Kritiek is verboden
Het maakt duidelijk hoe ongewenst het is dat overheidstaken bij private bedrijven worden belegd, bedrijven die allereerst niet geschikt zijn voor hun taak en die vervolgens geen verantwoording aan de  burger afleggen over de wijze waarop zij de overheidsactiviteiten uitvoeren en doorberekenen.

Overigens mogen banken geen kritiek op de witwasbestrijdingsconcepten uitoefenen want dan gaat hun kop er figuurlijk af, dan worden ze als luiwammesen en maffiamaatjes aangemerkt (een effectieve manier om inhoudelijke kritiek verdacht te maken en de discussie dood te slaan) [3].

Europa is intussen bezig om het door middel van het AML Package nog erger te maken.

 

Meer informatie:

Enige andere artikelen over de kosten die banken doorberekenen:

Aan het onderwerp besteed ik al enige tijd aandacht, zie de berichten op dit blog met de tag kosten witwasbestrijding.

 

Noten
[1] Bekend onder de naam ‘witwasbestrijding’, gebaseerd op de Wwft, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
[2] Wat mij betreft zijn de verwachtingen van de overheden van banken zwaar overdreven, banken kennen hun klanten helemaal niet, zeker nu zij zich hebben ontwikkeld tot digitale dienstverleners die nauwelijks meer kantoren hebben. Het FD schreef op 29 december jl.: ‘Drie grootste banken sloten dit jaar meer dan 100 kantoren’.
[3] Ook bij bankiers kritiek is er op het systeem, zie onder meer een artikel bij SEH, “Het Financiële Dagblad (link alleen voor abonnees) tekent uit de mond van hooggeplaatste bankiers op dat ze al 10 jaar vinden dat de Wwft niet uitvoerbaar is, op de wijze zoals nu van ze verwacht wordt. Maar als ze kritiek uiten, leidt dat tot meer controles en reprimandes. Daarom hielden veel banken zich in het openbaar stil, zo stelt een anonieme bron van het FD.”.
Han de Jong schrijft: “En de banken? Die zien het wellicht met lede ogen aan, maar zij kunnen op weinig maatschappelijke sympathie rekenen en moeten zich gedeisd houden. Misschien proberen banken de aandacht juist wel te vestigen op de hoge kosten door een deel daarvan nu zichtbaar te maken voor klanten“.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | 1 reactie

Uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets inzake wetsvoorstel DOR + DOL (bestrijding heling) | witwasbestrijding

Al eerder besteedde ik hier aandacht aan de regels inzake DOR en DOL, het Digitale Opkopersregister (DOL) en het Digitale Opkopersloket (DOL). In het kader van het wetgevingstraject is recent een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets bekend gemaakt, die hier (pdf) is te vinden.

De doelgroep van de regelgeving:

  • opkopers;
  • handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen;
  • handelaren in metalen, edelstenen, uurwerken, kunstvoorwerpen, auto’s, motorfietsen, bromfietsen, fietsen, foto-, film-, radio-, audio- en videoapparatuur en apparatuur voor automatische registratie.

Zie ook het schema op pagina 7:

In de beschrijving mochten de ‘facilitators’ niet ontbreken en wordt geconstateerd dat er samenloop is tussen de DOR/DOL-regels en de Wwft:

Een deel van de branches die vallen onder de reikwijdte van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), is tevens onderworpen aan de registratieplicht. Dit geldt voor de pandhuizen (artikel 1a, vierde lid, onder p, Wwft), de aan- en verkopers van kunstvoorwerpen (artikel 1a, vierde lid, onder k, Wwft), alsmede de aan- en verkopers van overige roerende goederen en bemiddelaars in de aan- en verkoop van voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen (artikel 1a, vierde lid, onder i en j, Wwft). Die goederen zijn ook in het ontwerp-Besluit Digitaal opkopersregister en Digitaal opkopersloket aangewezen.

De gegevens van gestolen voorwerpen zijn in de database Stop Heling te vinden, die door kopers kan worden gecheckt.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Luistert Europa in het financiële domein nog naar de burger? | Interview met Mahir Alkaya over de toekomst van ons geld

In een veranderende wereld moet met gemengde gevoelens naar de Europese instituties worden gekeken. Aan de ene kant is onvermijdelijk dat Europees wordt samengewerkt, omdat we anders worden platgewalst door de Amerikanen en de Chinezen. Aan de andere kant zijn die Europese instituties in het financiële domein met een machtsgreep bezig, zonder acht te slaan op nationale belangen.

AML Package: nationale invloed is nihil
Op het terrein van de witwasbestrijding is zichtbaar dat men in Europa aan het bedisselen is dat de Europese invloed wordt vergroot, waarbij de nationale parlementen vrijwel geen invloed hebben en de nationale beroepsorganisaties geen enkele rol spelen, daar schreef ik over naar aanleiding van een eerdere versie van het AML Package [*].
Dit is een logisch vervolg op de Europeanisering van het bancaire systeem. Het zijn ook de banken die hebben aangedrongen op harmonisering van het witwasbestrijdingsrecht en die een motor zijn achter het AML Package. Dat package gaat echter veel verder en zal ook grote gevolgen hebben voor de vele witwasbestrijdingsplichtigen in het MKB, zoals de advocatuur.

Overigens is er in Europa wel een democratiseringsproject gaande, maar ik zie niet dat het effect heeft op vergaande regelgeving zoals in de financiële sector.

Alkaya en de digitale euro
De gang van zaken rondom de digitale euro geeft hetzelfde beeld als de witwasbestrijding: het Nederlandse parlement heeft alleen een soort van ‘inspraak’. Bekijk in dat verband het goede interview met Mahir Alkaya op blckbx en laat je niet afschrikken door de suggestieve titel die de blckbx redactie heeft gekozen. Alkaya legt op een heldere manier uit dat de digitale euro nuttig kan zijn om ons aan de macht van de commerciële banken te ontworstelen (zodat in de banksector weer een markt kan ontstaan), maar dat Europa een heel andere kant uitgaat.

Alkaya laat blijken een echte democraat te zijn, die het van belang acht dat er een hoogwaardige inhoudelijke discussie plaats vindt over onderwerpen die iedere burger raken.

 

 

[*] De nieuwste versie van begin december jl. moet ik nog bestuderen.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie