Covid certificate discrimination

The ‘Digital Green Certificate‘ (COVID certificate) that the European Commission introduced was supposed to make travelling in the EU easier for European citizens [*].

Currently this pass and national covid-passes in many countries are obligatory to enter certain areas that differ from country to country, excluding in practice non-vaccinated people (as it is not worth it to have yourself tested all the time). It is a peculiar measure, as vaccinated people are reported to just as likely pass on the virus to people in their environment as unvaccinated people (e.g. in this article).

Politico reported on 28 October that the European Parliament will require a COVID certificate from everyone entering it’s buildings. The official press release was published today and says:

As of 3 November, all people entering Parliament’s buildings in its three places will be requested to present a valid EU Digital COVID Certificate, including journalists. The EU Digital COVID certificate proves that a person is either fully vaccinated, has immunity after having recovered from COVID-19 or can show a recent negative PCR test result.

Opposition
There are MEPs from different parties that don’t agree. It was already known on 20 October, as on that date a group of MEPs held a press conference.

Press conference of 28 October: “MEP’s stand up for our right to freedom after imposing Digital Green Certificate to enter Parliament“, published on the youtube channel of the European Parliament.

 

 

Press conference of 20 October, “MEPs press conference on the abusive use of Green Certificate“, with a press release on Facebook, published on the youtube channel of MEP Cristian Terheş.

 

The measures taken by the European Parliament show that fundamental rights are in danger in the EU.

—

[*] Read e.g. this page:

The European Commission is creating EU Digital Covid Certificates (Digital Green Certificates) to facilitate safe free movement inside the EU during the COVID-19 pandemic. Digital Green Certificates or EU COVID-19 Certificates or EU Digital Covid Certificates will be valid in all EU Member States. Digital Green Certificates will be a digital proof that a person
* has been vaccinated against COVID-19, or
* received a negative test result, or
* has recovered from COVID-19.

 

 

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Ministerie van veiligheid presenteert nieuwe plannen voor toezicht op de advocatuur

Vandaag maakte het ministerie van veiligheid bekend dat de integriteit van de advocatuur versterkt moet worden, lees het onderstaande nieuwsbericht. Opvallend is dat het ministerie dit kennelijk nodig acht vanwege de rol die de advocatuur speelt in de georganiseerde misdaad, zo kan uit de laatste alinea van het nieuwsbericht worden afgeleid. Voorts wordt gesuggereerd dat advocaten ‘ de regels’ niet goed zouden naleven, zodat meer controle nodig is. Waar dit alles op gebaseerd is, is mij niet bekend. De recente incidenten met een strafadvocaat en een notaris werkzaam op een kantoor waar ook advocaten actief zijn, kunnen niet de reden zijn.

Financiële sector
Het ministerie van veiligheid heeft zich bij de vorige reorganisatie laten inspireren door de organisatiemodellen uit het financiële toezicht, zonder zich af te vragen of die modellen wel voor deze beroepsgroep geschikt zijn, die zowel bestaat uit eenmanskantoren als grote internationaal werkende kantoren. Opmerkelijk in dat verband is de positie van de College van Toezicht (CvT), waar ik al eerder over schreef, waarin binnenkort twee mensen uit de financiële sector zitting zullen hebben naast de algemeen deken.

Nog ingewikkelder
Opvallend aan het voorstel, dat in een brief wordt beschreven, is dat het aantal rollen  binnen de Nederlandse Orde van Advocaten zal toenemen met een nieuwe landelijke toezichthouder, het dekenberaad, op wie weer ‘systeemtoezicht’ zal worden uitgeoefend door het eerder genoemde CvT. Opvallend is verder dat de algemene raad en het college van afgevaardigden geen rol hebben bij de vaststelling van beleidsregels door het dekenberaad. Het risico van een CvT met twee mensen uit de financiële sector die de advocatuur niet van binnen uit kennen en een dekenberaad ‘op afstand’ is dat men het gevoel voor de werkvloer kwijt raakt [*]. Een sterke rol van de algemene raad en het college van afgevaardigden kan dat voorkomen.

Kengetallen
Een versterking van de juridische kennis bij de dekens en het CvT zou ook goed zijn, want het opvragen van financiële kengetallen, waarover in de brief wordt gesproken, heeft geen juridische grondslag in de Advocatenwet en de verordening [**]. Over dit onderwerp wordt overigens geprocedeerd, zie deze uitspraak, waarvan hoger beroep is ingesteld. Ik vraag me af wat de waarde van financiële kengetallen is, nu het grootste deel van de advocatenkantoren tot het midden- en kleinbedrijf behoort.

Afbraak sociale advcocatuur
Het is bijzonder dat de Minister van Rechtsbescherming, die druk bezig is met de afbraak van de sociale advocatuur, nu deze plannen presenteert, die ongetwijfeld kostbaar zijn en de advocatuur nog onbereikbaarder zullen maken voor consumenten en mkb. Ik vraag me af of het wel passend is dat een demissionaire minister dergelijke plannen presenteert.

 

[*] Dit is de afgelopen jaren al op een aantal manieren zichtbaar geworden. Ook uit de brief wordt het duidelijk, al in het spraakgebruik met ‘ Wwft-toezichtinstrumenten’.

[**] Ten onrechte veronderstelt de minister dat dit op artikel 5:11, 5:16 en 5:17 Awb kan worden gebaseerd. Dat zijn bepalingen die benut kunnen worden als de Advocatenwet daar een grondslag voor geeft en die grondslag ontbreekt.

 

Nieuwsbericht rijksoverheid:

Verbeterd toezicht versterkt integriteit advocatuur
Nieuwsbericht | 29-10-2021 | 14:42

Om de onafhankelijkheid en de kwaliteit van het toezicht op de advocatuur te versterken, vervangt het kabinet het huidige systeem – waarbij elf lokale dekens in hun eigen regio toezicht houden – door één landelijke toezichthouder die verantwoordelijk is voor het toezicht op alle advocaten. Dat maakt het toezicht op de advocatuur onafhankelijker, uniformer en effectiever, zo schrijft minister Dekker (Rechtsbescherming) aan de Tweede Kamer.

Minister Dekker:

“Wie een advocaat in de arm neemt, moet erop kunnen vertrouwen dat er goed werk wordt geleverd. We moeten erop kunnen vertrouwen dat advocaten betrouwbaar en integer zijn. Om dit vertrouwen ook in de toekomst waar te kunnen maken, versterken we het toezicht op de advocatuur.”

Versterkt toezicht
Door het huidige systeem van regionaal toezicht door elf lokale dekens te vervangen door één landelijke toezichthouder – die verantwoordelijk is voor het toezicht op alle advocaten – maken we het toezicht onafhankelijker, uniformer en effectiever. Deze landelijke toezichthouder mag extra toezichthouders aannemen. Door de inzet van extra mensen en deskundigheid verbetert de controle op naleving van regels. De toezichthouder kan ook boetes opleggen in die gevallen waar advocaten zich niet aan de regels houden of tuchtrechtelijk handhaven.

Georganiseerde misdaad bestrijden
De strijd tegen georganiseerde misdaad is topprioriteit, zowel in geld als met nieuwe wet- en regelgeving. Die strijd moeten we voeren binnen de principes van onze rechtsstaat. Ook de advocatuur moet worden beschermd tegen ondermijning. In dat kader zal ook gekeken worden wat dit betekent voor de verdere ontwikkeling van het toezicht. Daarover gaat het kabinet in gesprek met de Nederlandse Orde van Advocaten.
Documenten

Kamerbrief Versterking toezicht advocatuur
Kamerstuk: Kamerbrief | 29-10-2021

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , | 1 reactie

DNB deelde ten onrechte boetes uit aan bestuurders van een pensioenfonds wegens vermeende overtreding van het verbod van nevenactiviteiten | lex certa

In hoger beroep oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 26 oktober jl. dat De Nederlandsche Bank (DNB) handelde in strijd met het lex certa-beginsel door boetes aan bestuurders van een pensioenfonds op te leggen wegens overtreding van artikel 116 van de Pensioenwet (Pw). Uit het artikel 116 Pw en de parlementaire geschiedenis kan niet worden opgemaakt dat de (beleggings)activiteiten van het pensioenfonds een overtreding opleveren van het verbod van nevenactiviteiten zoals bepaald in artikel 116 Pw, aldus het College.

Hierbij speelt een rol dat DNB afwist van de activiteiten er geen duidelijke informatie van DNB was over de grens tussen wel en niet toegestane nevenactiviteiten. Zie onder meer overweging 5.7.3 (markering door mij):

Ook al was, zoals DNB herhaaldelijk naar voren bracht, haar beoordeling toen een toets op hoofdlijnen, vooral gericht op de statuten en het pensioenreglement, uit haar brief van 3 november 2009 blijkt dat DNB kennis heeft genomen van het beleggingsbeleid van [het pensioenfonds] en zich daarover ook een oordeel heeft gevormd. Ook al ontneemt dat [het pensioenfonds] niet haar eigen verantwoordelijkheid om zich aan de wet te houden, het relativeert wel in betekende mate de door DNB bepleite destijds bestaande evidentie dat de arbitrage- en beleggingsactiviteiten van [het pensioenfonds] niet tot de kernactiviteiten van een pensioenfonds behoren. In dat verband wijzen appellanten terecht er op dat de website van DNB indertijd vermeldde dat in de Pw geen harde grens is opgenomen voor pensionfondsen voor het verrichten van andere activiteiten in verband met pensioen en pensioenfondsen zelf kunnen bepalen wat zij wel en niet doen in verband met pensioen, mits de toezichthouder daar geen bezwaren tegen heeft. Niet in geschil is dat [het pensioenfonds] van DNB – ondanks dat DNB op de hoogte was van haar beleggingsbeleid – noch in het kader van de inschrijvingsprocedure, noch tijdens een nadere integrale toetsing in 2011 een signaal heeft ontvangen dat zij niet slechts activiteiten verricht in verband met pensioen en werkzaamheden die daarmee verband houden.

Het betrof boetes van EUR 25.000 per statutair bestuurder. Eerder vond de Rechtbank Rotterdam dat de boetes wel terecht waren opgelegd.

Geplaatst in Bestuurlijke boete, Bestuurlijke sancties, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Algemene Rekenkamer: “Voorkom dat uitvoering rijksbeleid burgers en democratie klem zet”

Ook de Algemene Rekenkamer waarschuwt de politiek voor de gevaren van onvoldoende doordachte maatregelen. Het geeft aan dat de kwaliteit om hoog moet, zowel bij de Tweede Kamer als in kabinet en ministeries.

Op 26 oktober jl. verscheen onderstaand nieuwsbericht:

Voorkom dat uitvoering rijksbeleid burgers en democratie klem zet
Nieuwsbericht | 26-10-2021 | 10:00

Parlement en kabinet moeten goed in beeld brengen wat de gevolgen zijn voor burgers en bedrijven, maar ook voor de democratische controle, voordat zij besluiten uitvoering van rijksbeleid buiten het Rijk te plaatsen. Deze oproep doet de Algemene Rekenkamer in een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer.

Problemen in de uitvoering kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor burgers en bedrijven. Naast de toeslagenaffaire wijst de Algemene Rekenkamer op de gang van zaken in het aardbevingsgebied in Groningen en het persoonsgebonden budget, dat in 2015 via de Sociale Verzekeringsbank ging lopen.
De Rekenkamer heeft in de afgelopen 20 jaar veel onderzoek gedaan naar de uitvoering van overheidsbeleid. Zij trekt daar enkele lessen uit, die zij parlement en kabinet wil meegeven. Allereerst herhaalt zij haar pleidooi om vooraf te toetsen of nieuw beleid uitvoerbaar is en wat de gevolgen, ook de onbedoelde, zijn voor individuele burgers en de samenleving als geheel.

Organisatie van uitvoering vraagt aandacht
Daarnaast vraagt de Algemene Rekenkamer aandacht voor de organisatie van de uitvoering. Want als kabinet en parlement besluiten om uitvoering op afstand van het Rijk te plaatsen, staat de minister niet meer zelf aan het roer. Wat is de zeggenschap van de minister dan nog? En hoe zijn de verantwoordelijkheden verdeeld? Is er nog zicht op de besteding van de publieke gelden? Op de resultaten? Wie legt daarover verantwoording af? En wie kan ingrijpen als het mis gaat in de uitvoering? Sta daar bij stil, vindt de Algemene Rekenkamer, want ‘een goed begin is het halve werk, maar half werk is geen goed begin.’

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Stand van zaken procedure Privacy First tegen het ubo-register

In de meest recente nieuwsbrief laat Privacy First het navolgende weten inzake de procedure tegen het ubo-register:

Rechtszaak Privacy First tegen openbaar UBO-register

Sinds augustus 2020 heeft Privacy First een grootschalige rechtszaak voorbereid tegen het nieuwe UBO-register. In dit openbare register bij de KvK komt informatie te staan over alle uiteindelijk belanghebbenden (‘ultimate beneficial owners’, UBO’s) van alle in Nederland opgerichte vennootschappen en andere rechtspersonen (waaronder familiebedrijven, stichtingen, verenigingen, kerken, maatschappelijke organisaties en goede doelen), met alle privacy- en veiligheidsrisico’s van dien. Het voor iedereen toegankelijk maken van de persoonsgegevens van alle UBO’s is een massale schending van de privacy die in de optiek van Privacy First (en eerder ook de European Data Protection Supervisor, EDPS) volstrekt disproportioneel is. Privacy First beoogt daarom met deze rechtszaak het UBO-register buiten werking te stellen en prejudiciële vragen over het register te laten stellen aan het EU Hof in Luxemburg. Daartoe diende in februari 2021 bij de rechtbank Den Haag een kort geding (zonder publiek) van Privacy First tegen de Staat. Op 18 maart 2021 deed de rechter uitspraak: ondanks twijfel bij de rechter over de rechtmatigheid van het UBO-register en de onderliggende wetgeving werden de vorderingen van Privacy First helaas afgewezen. Privacy First heeft hier vervolgens spoedappel tegen ingesteld bij het Hof Den Haag. De rechtszitting bij het Hof vond op 27 september jl. (wederom helaas zonder publiek) plaats en de uitspraak staat vooralsnog gepland op 16 november as.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Fiscale hoogleraren op de verkeerde weg met hun ethische pleidooi | cultuur en gedrag, ethiek, FATCA

Eerder schreef ik over fiscaal hoogleraar Van der Streek die een slordig stuk publiceerde in het FD.
Deze hoogleraar figureert ook in het Advocatie-artikel Hoogleraren pleiten voor meer ethiek in de opleidingen voor fiscalisten, samen met ‘dubbele petten’ hoogleraar Jan Vleggeert, die over dat onderwerp zijn oratie schreef. In het Advocatie-artikel wordt terecht geconstateerd dat fiscalisten weinig aandacht hebben besteed aan de toeslagenaffaire. Datzelfde geldt voor de positie van de FATCA-slachtoffers: in de fiscale literatuur is daar weinig over te vinden, het meeste gaat over de financiële instellingen die met dat onderwerp te maken  hebben.

In veel rechtsgebieden worden publicaties geschreven door mensen die ‘rijke’ klanten hebben en wordt in die publicaties de meeste aandacht besteed aan onderwerpen die interessant zijn voor potentiële opdrachtgevers of werkgevers (inclusief overheidsorganisaties). Dat zal ook komen omdat juridische auteurs die zich bezig houden met de fiscale of financieel-rechtelijke problemen van de gewone burgers, bedrijven en organisaties, hun handen al vol hebben met het financieel het hoofd boven water houden. Immers, zij zijn voor hun klanten een dure dienstverlener (en voor niets gaat de zon op). [1]

In het makkelijke verhaal van de hoogleraren van het Advocatie-artikel dat ethiek alles zal oplossen [2], geloof ik niet. Het zou beter zijn als er overheidsgeld beschikbaar kwam, om bijvoorbeeld sociaal advocaten in de gelegenheid te stellen falende regelgeving te analyseren en verbeteringsvoorstellen te doen. Er zijn ook andere methoden denkbaar om te stimuleren dat juristen en andere professionals opkomen voor rechtsstatelijke belangen, zoals het toekennen van opleidingspunten aan juristen die aan wetgevingsconsultaties deelnemen.

Loze ethische oproepen helpen niet.

 

Noten
[1] Anders gezegd: juristen die rijke klanten bedienen hebben meer tijd voor het schrijven van juridische artikelen, het deelnemen aan commissies en dergelijke. Zij kunnen de studies voor de klant makkelijker combineren met het schrijven van een artikel over een deelonderwerp.
[2] In het artikel wordt gevraagd of studenten onderwijs krijgen in de ‘mazen van de wet’, een typische journalistenvraag. Wetten hebben geen mazen. In wetten wordt de werkelijkheid vereenvoudigd, wat betekent dat slimmerikken altijd mogelijkheden kunnen vinden om voordeel te behalen.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie

Belastingadviseurs moeten hun mond houden; tegenspraak wordt niet geduld

Zoals de banken zich stil moesten houden nu zij geschoren worden, geldt dat nu ook voor de belastingadviseurs. Het FD roept op niet meer naar ze te luisteren in twee artikelen die gisteren werden gepubliceerd:

Het artikel van Van de Streek is opmerkelijk, omdat een onderbouwing van de stelling dat de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en de Register Belastingadviseurs (RB) in hun adviezen alleen aan zichzelf / hun klanten denken ontbreekt. Op zijn minst zou je een analyse verwachten van de in de afgelopen jaren ingenomen standpunten.

Nog meer bijzonder is het artikel omdat – zo begreep ik – Van de Streek lid is van de NOB-commissie die zich bezig houdt met wetgevingsadviezen.

Het Ministerie van Financiën lijkt er anders over te denken dan Van der Streek. In het antwoord op vragen uit de Tweede Kamer die onlangs bekend zijn gemaakt, schrijft het ministerie dat de input van brancheorganisaties op de wetgeving nuttig wordt geacht en dat dit ook voor de commentaren en vragen van NOB en RB geldt.

 

PS Het aardige van alle maatregelen ter bestrijding van belastingontduiking en -ontwijking is dat zij het belastingrecht zo ingewikkeld maken, zodat er steeds meer belastingadviseurs nodig zijn. Het is een gevaarlijk beroep vanwege alle sancties die steeds dreigen, maar de werkgelegenheid is in orde, met dank aan de Nederlandse en Europese overheid en met dank aan de politieke journalisten van het FD.

 


Aanvulling 27 oktober 2021
Beantwoording vragen door de Tweede Kamer in deze brief.

Van der Streek figureert ook in het Advocatie artikel Hoogleraren pleiten voor meer ethiek in de opleidingen, samen met ‘dubbele petten’ hoogleraar Jan Vleggeert.
Overigens wordt terecht geconstateerd dat fiscalisten weinig aandacht hebben besteed aan de toeslagenaffaire. Overigens geldt dat ook voor de positie van de FATCA-slachtoffers. In veel rechtsgebieden wordt in publicaties de meeste aandacht besteed aan onderwerpen die interessant zijn voor potentiële opdrachtgevers of werkgevers.

Geplaatst in Belastingrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] | Tags: , , , | 1 reactie

Venice Commission: the legal protection of citizens in the Netherlands is inadequate; the Netherlands should reform its legal systems

On 18 October 2021 the Venice Commission of the Council of Europe (‘European Commission for Democracy through Law’) has pubished an interesting opinon on the legal protection of citizens in the Netherlands.

Questions
In the opinion the commission summarizes the questions of the Tweede Kamer (the House of Representatives of the States-General of the Netherlands) in regard of the Childcare Allowance Case (Toeslagenaffaire) as follows:

1) What laws, what implementation or what practices have contributed to the fact that power and countervailing power worked insufficiently in this case and that the citizen was crushed in the middle? What possible solutions are there to repair this and to prevent its occurrence in the future?

2) Is administrative law in the Netherlands, including the Council of State, sufficient, and what checks and balances should be added to the law or the implementation of administrative justice (and possibly adjoining branches of the law), to give citizens adequate protection, including effective access to justice and to legal aid?

General remarks
The commission is very critical in regard of the Dutch legal system. Their general remarks (page 10) are the following:

41. The Netherlands has an elaborate and comprehensive system for evaluating draft laws. But in this case this system did not work well. Certain risks in the law were not seen or when seen they were discounted. The Advisory Division of the Council of State had identified the need for a way to exercise discretion to alleviate hardship, but the proponents of the law discounted that risk, preferring efficiency in the fight against fraud.

42. It was known that the payment of the allowance up-front to people with limited resources, before proper checking for eligibility, meant that cases of repayment would arise and some of those cases would involve hardship.

43. Perhaps there was also a problem of structural design in separating the policy role of the ministries to promote the social advantages of the benefit, from the implementation role of the Tax and Customs Administration which brought experience of efficiency in the collection rather than disbursement of funds.

44. The rule of law must be applied at all levels of public power, starting with Parliament as the legislative power in the state. Indeed, Parliament as the legislative power has a primary responsibility in safeguarding the rule of law. Parliament’s responsibility in this respect is three- fold. Firstly, Parliament is responsible for enacting legislation and providing sufficient funding to courts and other bodies designated by the Constitution and the law to safeguard the rule of law, so that they can fulfil their functions efficiently.23 Secondly, Parliament should in its law-making capacity also ensure that material laws respect rule of law requirements in terms of foreseeability24 for those affected, precision and scope in the executive’s discretion,25 and respect for human rights. Thirdly, Parliament has a scrutiny function vis-à-vis the executive and to hold it accountable. Parliamentary control goes hand in hand with judicial control.


23 Venice Commission, CDL-AD(2016)007, Rule of Law Checklist, II.E.1.a.x., para 75.
24 Venice Commission, CDL-AD(2016)007, Rule of Law Checklist, II.B.3.
25 Venice Commission, CDL-AD(2016)007, Rule of Law Checklist, II.C.ii.

Recommendations
In its conclusion (pages 27/28), the committee comes up with a large number of far reaching measures:

37. In view of the complexity of the matter, this process of reforms needs to be undertaken in various sectors, the legislative, the executive and the judicial branches. The Venice Commission makes the following proposals, which are far-reaching and are meant as food for thought in the reflection to be carried out by the Dutch authorities:

A. Legislative power:

  • the inclusion of hardship or proportionality clauses should be considered for future legislation where this is appropriate to the specific objectives and design of the policy at issue;
  • in appropriate parts, new legislation could include provisions that recall or restate general basic principles of good administration;
  • the Rules of Procedure of Parliament could be changed to facilitate scrutiny of the executive, this could be done, for instance, by extending the rights of 30 MPs also to initiate hearings and parliamentary investigations or ensuring that a standing committee has specific responsibility for effective scrutiny of laws and their application for compliance with general principles of good administration and the rule of law;
  • the right of Members of Parliament to full information without delay under Article 68 of the Constitution should be made be practical and effective;
  • both committees and individual MPs should benefit from sufficient staff and resources that are earmarked for scrutiny of the government and laws;
  • as concerns attitudes, while this cannot be imposed through legislation, it should be seen as acceptable and even normal that MPs from government parties also represent Parliament as an institution and that participation in parliamentary scrutiny of the government is not an act of disloyalty.

B. Executive power:

  • The information flow within civil service and up to the ministerial level, notably on issues that go against current policy, should be improved;
  • for individuals, access to relevant information should be made easier, complaint procedures should be made simple and informal and help should be offered on how to complain under a duty of neutrality; the executive should review its Instructions on legislation and amend them as necessary to ensure that its internal assessment of the quality of legislation includes effective monitoring for compliance with basic principles of good administration and the rule of law, such as legal certainty, legitimate expectations, non-discrimination, individual assessment and proportionality;
  • the executive should assess and ensure the quality of the law, both when preparing legislation to be submitted to Parliament and when it applies new legal provisions, taking into account possible scenarios and risks; such assessments should be reviewed when appropriate;
  • the executive, the Data Protection Commissioner and other relevant bodies should follow the developments in Artificial Intelligence closely and new developments should be taken into account in the design of future AI systems and when existing ones are reviewed;
  • sectoral information should be shared widely within the administration to enable relevant input also from other sectors of the administration.

C. Judicial power:

  • Channels could be established for the judiciary to draw the other branches attention to legislation which is giving rise to systemic problems in practice;
  • based on a profound analysis, it could be considered whether Article 120 of the Constitution should be amended, or whether other mechanisms of constitutional review should be introduced.

Change in the air?
It is interesting to see if the Dutch government and parliament are able to bring about these fundamental changes.

Member of Parliament Pieter Omzigt (homepage, youtube) is serious about the reforms:

 

 

More information:

Venice Commission

Raad van State

Council of Europe (COE)

The Council of Europe (COE), or Conseil de l’Europe (CdE) is a European organisation in Strasbourg, site: coe.int, read their general introduction.
It should not be mixed up with the Council of the European Union (Raad van de Europese Unie), site: consilium.europa.eu, that is an institution of the European Union (wikipedia).

Articles
Some of the articles:

 


Addition 20 December 2021
Further publications:

Official publications:

 

Geplaatst in Bestuursrecht, English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Fundamentele rechten en fiscale gegevensuitwisseling | Kosovo, Irak

Leo Neve schreef in september 2020 voor het Weekblad fiscaal recht een artikel [1] over het gebrek aan aandacht voor bescherming van fundamentele rechten bij uitwisseling van inlichtingen op basis van belastingverdragen.
Neve bespreekt in zijn artikel de in mei 2020 verschenen notitie van het Ministerie van Financiën over fiscaal verdragsbeleid [2] en signaleert dat aandacht voor gegevensbescherming ontbreekt, terwijl Nederland ook fiscale verdragen sluit met landen buiten de EU (‘derde landen’) die geen rechtsstaat kennen. De aandacht van de wetgever gaat uit naar bestrijding van belastingontduiking en -vermijding. Met burgers en organisaties die door derde landen benadeeld kunnen worden, wordt geen rekening gehouden.

Neve is de mening toegedaan dat een gegevensbeschermingseffectbeoordeling dient plaats te vinden bij het aangaan van fiscale verdragen met landen buiten de EU en meent voorts dat in verdragen met derde landen bindende afspraken over het respecteren van fundamentele rechten moeten worden gemaakt.

Verdrag met Kosovo
Recent heeft Nederland belastingverdragen afgesloten met onder andere Kosovo [3] en Irak [4]. De Raad van State heeft naar aanleiding van het ontwerp voor de goedkeuringswet van het verdrag met Kosovo opmerkingen gemaakt over de gegevensbescherming [5]:

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over het waarborgen van de bescherming van persoonsgegevens. In verband daarmee adviseert de Afdeling, voor zover nodig, aanvullende afspraken te maken met de regering van Kosovo over de doorgifte van persoonsgegevens en de toelichtende nota aan te passen.

en vervolgens:

Doorgifte van persoonsgegevens
In het kader van dit verdrag kunnen persoonsgegevens worden doorgegeven aan Kosovo, een staat die geen lid is van de Europese Unie en waar de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) niet geldt.2 Ingevolge de AVG is doorgifte naar een land buiten de EU toegestaan als de Europese Commissie een adequaatheidsbesluit heeft genomen. Daarvoor is noodzakelijk dat de Europese Commissie besluit dat een derde land, of een nader bepaalde sector, een passend beschermingsniveau waarborgt voor de verwerking van persoonsgegevens.3 Een dergelijk besluit is voor Kosovo niet genomen.4

Doorgifte van persoonsgegevens is echter ook toegestaan als er geen adequaatheidsbesluit voor het land genomen is, mits het desbetreffende land passende waarborgen biedt en betrokkenen over afdwingbare rechten en doeltreffende rechtsmiddelen beschikken.5 De AVG noemt een aantal instrumenten waarmee die passende waarborgen kunnen worden geboden.6

Met betrekking tot overheidsinstanties springen twee instrumenten het meest in het oog.7 Dit betreffen enerzijds juridisch bindende en afdwingbare instrumenten tussen overheidsinstanties of -organen,8 en anderzijds bepalingen in administratieve regelingen tussen overheidsinstanties of -organen, mits toestemming van de Autoriteit Persoonsgegevens is verkregen.9 Hieronder kan onder andere een memorandum van overeenstemming worden begrepen, waarin beide landen afspraken maken over passende waarborgen, afdwingbare rechten voor betrokkenen en voldoende rechtsbescherming.10
De Afdeling merkt op dat daaraan in de toelichtende nota geen aandacht wordt besteed en dat daaruit dus niet blijkt of dergelijke afspraken tussen Nederland en Kosovo zijn gemaakt.

De Afdeling wijst er verder op dat het verdrag mogelijkheden biedt om aanvullende regelingen te treffen ter uitvoering van het verdrag.11 Op grond van dit artikel zouden afspraken tussen Nederland en Kosovo, zoals hierboven beschreven, kunnen worden gemaakt over de waarborgen voor de verwerking van persoonsgegevens, afdwingbare rechten en doeltreffende rechtsmiddelen.
De Afdeling adviseert, voor zover dit nog niet is gedaan, aanvullende afspraken te maken met de regering van Kosovo over de doorgifte van persoonsgegevens en de toelichtende nota aan te passen.
—
2 Zie artikel 24 en 25 van het verdrag.
3 Artikel 45, eerste lid, AVG.
4 Zie https://ec.europa.eu/info/law/law-topic/data-protection/international-dimension-data-protection/adequacy-decisions_en
5 Artikel 46, eerste lid, AVG. Incidenteel kan doorgifte eveneens plaatsvinden om gewichtige  redenen van algemeen belang (artikel 49, eerste lid, AVG), mits het door de AVG gewaarborgde   beschermingsniveau niet wordt ondermijnd (artikel 44 AVG). Vgl. EDPB, Guidelines 2/2018 on   derogations of Article 49 under Regulation 2016/679, 25 mei 2018, p. 11.
6 Artikel 46, tweede en derde lid, AVG.
7 Zie ook EDPB, Guidelines 2/2020 on articles 46 (2) (a) and 46 (3) (b) of Regulation 2016/679 for   transfers of personal data between EEA and non-EEA public authorities and bodies, 18 januari   2020.
8 Artikel 46, tweede lid, onder a, AVG.
9 Artikel 46, derde lid, onder b, AVG.
10 Overweging 108 AVG.
11 Artikel XIII van het protocol bij het verdrag.

De Minister van Buitenlandse Zaken schrijft naar aanleiding van dit advies in het nader rapport:

Aan het advies en de opmerking is gevolg gegeven door in de toelichting op artikel 24 van het verdrag aandacht te besteden aan de regels in Kosovo met betrekking tot de uitwisseling en verwerking van persoonsgegevens. Daarbij wordt geconcludeerd dat in Kosovo betrokkenen over afdwingbare rechten en doeltreffende rechtsmiddelen beschikken, zodat een passend beschermingsniveau is gewaarborgd. Aanvullende afspraken met Kosovo over de doorgifte van persoonsgegevens zijn derhalve niet nodig.

Een nadere toelichting is te vinden in de nota bij de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 1 oktober jl. aan de Tweede Kamer [6].

Verdrag met Irak
De relatie met Irak zou anders kunnen liggen. Dat land heeft voor zover bekend geen gegevensbeschermingswet gelijkwaardig aan de AVG, dus het is de vraag of fiscale gegevensuitwisseling dan wel is toegestaan. Bij de totstandkoming van het goedkeuringsverdrag lijkt geen aandacht voor fundamentele rechten te zijn geweest [7]. Als ik het goed zie is het verdrag nog niet in werking getreden, dus wellicht dat de problematiek van de gegevensbescherming nog kan worden opgelost.

Tot slot

Het is een goede zaak dat er thans aandacht is voor fundamentele rechten als Nederland verdragen sluit met landen buiten de EU.

Het is jammer dat dit is nagelaten toen het verdrag met de VS naar aanleiding van FATCA werd gesloten, waarmee het internationale afwijkende systeem van Citizenship-Based Taxation in Nederland wordt geïmporteerd.

 

Noten

[1] Notitie fiscaal verdragsbeleid 2020. Gebrek aan aandacht voor bescherming van fundamentele rechten bij uitwisseling van inlichtingen op basis van belastingverdragen. L.E.C. Neve, WFR 7349, 17 september 2021. Kluwer Navigator (betaalmuur).
[2] Vindplaats.
[3] Trb. 2020,77.
[4] Trb. 2019, 103.
[5] K. 35938, nr. 2.
[6] K. 35938, nr. 1, pagina 26 en verder.
[7] Algemene informatie over het verdrag: hier. Het advies van de Raad van State zegt niets over gegevensbescherming. Ook de toelichtende nota zwijgt.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Opvragen bankgegevens moet makkelijker worden voor de opsporing | verwijzingsportaal bankgegevens, Wwft

Op 18 oktober ging een wetgevingsconsultatie van start die het voor de opsporing makkelijker moet maken om aan bankgegevens te komen. Het verwijzingsportaal bankgegevens bestaat momenteel al en ik schreef er al over. De belangrijkste wijziging staat in het navolgende nieuwe artikel in de Wft:

In de toelichting wordt uitgelegd wat de veranderingen inhouden. De belangrijkste verandering is dat saldo- en transactiegegevens door de vier grootbanken (ING, ABN Amro, Rabobank en de Volksbank) automatisch aan de overheid kunnen worden geleverd. In de toelichting staat onder meer:

Het snel ter beschikking krijgen van saldo- en transactiegegevens van bankrekeninghouders die bijvoorbeeld verdacht worden van het witwassen van crimineel geld of van frauderen bij verkooptransacties (o.a. WhatsApp fraude) verkleint de kans dat criminelen nog tijdens het onderzoek geld wegsluizen. Om succesvol crimineel geld af te kunnen pakken en beslag te kunnen leggen op tegoeden moet bekend zijn wat het saldo op een rekening van een verdachte persoon is. Tevens moet bekend zijn van en naar welke rekeningen geldbedragen zijn overgemaakt om zo geldstromen te volgen en vervolgens beslag op financiële producten te leggen.

Gezondheidsgegevens bij de bank?
Opvallend is dat in de toelichting bij artikelen 126nf Sv, 126uf Sv en 126zn Sv wordt verondersteld dat uit de bankgegevens de volgende persoonsgegevens zouden zijn af te leiden betreffende iemands

  • godsdienst of levensovertuiging,
  • ras,
  • politieke gezindheid,
  • gezondheid,
  • seksuele leven of
  • lidmaatschap van een vakvereniging.

Het is verrassend dat deze informatie uit bankgegevens zouden kunnen kunnen worden afgeleid, misschien uit lidmaatschappen (maar dat lijkt bij ras onwaarschijnlijk). Het betekent verder dat deze gegevens kennelijk relevant zijn voor de opsporing van misdaad, wat riekt naar discriminatie. Ik ben benieuwd wat mensenrechtenorganisaties hier van vinden.

Andere instanties
Voorts kunnen gegevens worden geleverd aan Europese instanties (het Europees Openbaar Ministerie [EOM] en het Europees Bureau voor Fraudebestrijding OLAF) en aan andere buitenlandse opsporingsinstanties (internationale rechtshulpverzoeken). Het portaal kan worden gebruikt door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en door de Belastingdienst.

Onderzoek bij derden en verschoningsrecht
Het onderzoek naar rekeningen kan kennelijk betrekking hebben op anderen dan verdachten of veroordeelden. Ook bankgegevens van derden kunnen worden opgevraagd, zo kan uit een verwijzing naar onder meer artikel 6:4:12 en artikel 6:4:14 Sv worden afgeleid, al wordt mij niet duidelijk waarom het verwijzingsportaal hier relevant zou zijn. In deze artikelen staat nl. dat derden gegevens inzake de veroordeelde moeten verstrekken. Neuzen op de bankrekeningen van die derden lijkt daar niet mee in overeenstemming. Ook in de passage over de AVG wordt melding gemaakt van inzage van bankrekeninggegevens van derden:

De toelichting die wordt gegeven begrijp ik niet. Strafrechtspecialisten moeten hier nog maar eens goed naar kijken.

Bij de bevoegdheden in verband met het onderzoek naar het vermogen van een veroordeelde wordt melding gemaakt van het verschoningsrecht van onder meer familieleden, professionele verschoningsgerechtigden, journalisten en bepaalde getuigen.

IMEI en mobiel nummer
Nieuw is dat bij personen ook het e-mail adres, het mobiele telefoonnummer en het IMEI nummer van de mobiele telefoon zullen worden geregistreerd, voor zover de betaaldienstverlener of bank er over beschikt.

 

NB Het bovenstaande geeft een aanduiding van de nieuwe regels maar is niet compleet.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Verwijzingsportaal Bankgegevens | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie