Lie-detection for the world leaders and managers of large companies? 2022

The developments in facial recognition are going fast, including lie-detection: read TAU researchers are catching ‘liars’ at an unprecedented accuracy of 73% by measuring facial muscles’ movements.

It is an interesting development, it would be nice if the leaders of the world, like Zuckerberg, Biden and Xi Jinping, were subjected to these lie detection techniques. However, I would not be surprised if this does not happen and it is used for something else, read the TAU article:

Prof. Levy predicts: “In the bank, in police interrogations, at the airport, or in online job interviews, high-resolution cameras trained to identify movements of facial muscles will be able to tell truthful statements from lies. Right now, our team’s task is to complete the experimental stage, train our algorithms and do away with the electrodes. Once the technology has been perfected, we expect it to have numerous, highly diverse applications.”

Another example: anyone who wants to open a bank account is screened for lying by the bank’s digital assistant, a screening that is repeated every year as part of the mandatory update of the client’s risk profile under anti-money laundering legislation all over the world. This is a new world in which a lot of psychologists and psychiatrists will be needed to make sure that not everyone goes crazy.

By the way…
It is to be hoped that this new world will not yet become a reality in 2022.

Happy 2022!

 

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

De laatste dag van het tweede corona-jaar…

Iedereen een vrolijke vuurwerkloze laatste dag van het jaar toegewenst!

 

(Vuurwerkloos lukt helaas niet.)

Geplaatst in Diversen | Plaats een reactie

De naaste geassocieerde als PEP | Wwft

FATF en Europa hebben de wonderbaarlijke ubo-regelgeving [1] tot stand gebracht, waarbij de ubo ook ‘PEP’ kan zijn, een ‘politiek prominente persoon’. Daarnaast kunnen cliënten ‘PEP’ zijn. Iedereen die PEP is wordt geacht een hoog crimineel risico op te leveren, ook al weten we dat een groot deel van genoemde functionarissen eerzame burgers zijn. Het past in de wantrouwende surveillance samenleving die dankzij IT kan worden gecreëerd.

Men meent dat met de ubo-(register)-regels boeven kunnen worden gepakt. Daar geloof ik niets van, ondanks de mooie woorden van de heer Vlaanderen van Transparency International. Zeker is dat nette burgers veel tijd kwijt zijn met het naleven van de onbegrijpelijke regels en het nooit goed kunnen doen. Een bijzonderheid is dat niet alleen bepaalde politieke functionarissen [2] als PEP worden bestempeld. Daarnaast zijn bepaalde familieleden dat [3].

Naaste geassocieerden
Eveneens worden ‘de naaste geassocieerden’ van een PEP hetzelfde behandeld als de ‘echte’ PEP, die naaste geassocieerden worden in de wet (Wwft) als volgt gedefinieerd:

persoon bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon: natuurlijke persoon die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie personen

Europese richtlijn
Een geniale definitie voor iets wat in de Europese richtlijn, waarop het is gebaseerd, gewoon in de tekst van de richtlijn [4] staat, nl.:

11. „personen bekend als naaste geassocieerden”:
a) natuurlijke personen van wie bekend is dat deze met een politiek prominente persoon de gezamenlijke uiteindelijk begunstigden zijn van juridische entiteiten of juridische constructies, of met een politiek prominente persoon andere nauwe zakelijke relaties heeft;
b) natuurlijke personen die als enige de uiteindelijk begunstigden zijn van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van een prominent politieke persoon.

Nederlandse wet
De Nederlandse wetgever heeft er voor gekozen om het lekker ingewikkeld te maken, waarom zou jij het makkelijk maken als het moeilijk kan. In de algemene maatregel van bestuur [5] staat namelijk niet meer dan:

4. Personen bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon in de zin van artikel 1, eerste lid, van de wet zijn:
a. een natuurlijke persoon van wie bekend is dat deze met een politiek prominente persoon de gezamenlijke uiteindelijk belanghebbende is van een juridische entiteit of een juridische constructie, of die met een politiek prominente persoon andere nauwe zakelijke relaties heeft;
b. een natuurlijke persoon die de enige uiteindelijk belanghebbende is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van een politiek prominente persoon.

Dat had natuurlijk makkelijk in de wet kunnen worden opgenomen. Waarna je nog steeds niet weet wat het betekent. Want de toelichting op dit fenomeen is uiterst summier, zodat de overheid er alle kanten mee uit kan.

Mogelijk dat de onder b. genoemde persoon de nominee shareholder uit het Angelsaksische recht is.

Één groep die onder a. valt is wel bekend: het doet zich voor als een PEP statutair bestuurder is van een rechtspersoon en bij die rechtspersoon geen ‘echte’  ubo is te vinden (bijvoorbeeld iemand die winstrechten heeft die kwalificeren voor ‘ubo’ schap). Bij zo’n rechtspersoon zijn alle statutair bestuurders van rechtswege ubo (ook wel ‘pseudo-ubo’ genoemd). Als één van die pseudo-ubo’s PEP is, heeft dat tot gevolg dat alle mede-bestuurders ook PEP worden in bovenstaande definitie onder a. Een boeiende juridische kronkel, die leidt tot de volgende tip:

Tip: stel bij rechtspersonen die geen echte ubo hebben, nooit een PEP als statutair bestuurder aan.

Wat de onder a. bedoelde ‘nauwe zakelijke relaties‘ zijn weet niemand. Het is een mooie aanleiding voor integriteitsdienstverleners om het complete doopceel te lichten van PEP’s, zoals bijvoorbeeld ministers en leden van de Eerste en Tweede Kamer en te kijken van wie zij woon- en bedrijfsruimte huren, van wie zij geld lenen, met wie zij lid van een golf club zijn, enzovoorts. De lijst van mensen die daar uit komt, kan dan mooi aan alle Wwft-plichtigen worden verkocht. Nu maar  hopen dat al die PEP’s niet te veel zakelijke relaties hebben, anders is straks heel Nederland ‘naaste geassocieerde’ geworden.

 

PS Die integriteitsdienstverleners dienen de AVG na te leven. Is iemand bekend of ze dat doen? In ieder geval heb ik nog nooit gehoord dat zij betrokkenen informeren.

 

Noten

[1] Ubo = uiteindelijk belanghebbende, ubo-register = register van uiteindelijk belanghebbenden. In Nederland verplicht op grond van de Wwft, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

[2] De ‘echte’ PEP is volgens het uitvoeringsbesluit:

1. Prominente publieke functies als bedoeld in de definitie van politiek prominente persoon in de zin van artikel 1, eerste lid, van de wet zijn in elk geval:
a. staatshoofd, regeringsleider, minister, onderminister of staatssecretaris;
b. parlementslid of lid van een soortgelijk wetgevend orgaan;
c. lid van het bestuur van een politieke partij;
d. lid van een hooggerechtshof, constitutioneel hof of van een andere hoge rechterlijke instantie die arresten wijst waartegen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, geen beroep openstaat;
e. lid van een rekenkamer of van een raad van bestuur van een centrale bank;
f. ambassadeur, zaakgelastigde of hoge officier van de strijdkrachten;
g. lid van het leidinggevend lichaam, toezichthoudend lichaam of bestuurslichaam van een staatsbedrijf;
h. bestuurder, plaatsvervangend bestuurder, lid van de raad van bestuur of bekleder van een gelijkwaardige functie bij een internationale organisatie.

2. Middelbare of lagere functionarissen vallen niet onder de in het eerste lid bedoelde prominente publieke functies.

[3] Familieleden volgens het uitvoeringsbesluit:

3. Familierelaties als bedoeld in de definitie van familielid van een politiek prominente persoon in de zin van artikel 1, eerste lid, van de wet zijn:
a. de echtgenoot van een politiek prominente persoon of een persoon die als gelijkwaardig met de echtgenoot van een politiek prominente persoon wordt aangemerkt;
b. een kind van een politiek prominente persoon, de echtgenoot van dat kind of een persoon die als gelijkwaardig met de echtgenoot van dat kind wordt aangemerkt;
c. de ouder van een politiek prominente persoon.

[4] In de geconsolideerde versie van de 4e antiwitwasrichtlijn in artikel 3 te vinden.

[5] Zelfde vindplaats als in [2] vermeld.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

Slecht nieuws van Kifid | bank mag spaarrekening sluiten vanwege FATCA

Terwijl de Rechtbank Midden-Nederland gisteren een voor de rekeninghouder van de bank gunstige uitspraak deed, werd een – helaas bindende – uitspraak van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening van het Kifid bekend, waarin werd beslist dat Aegon Bank de spaarrekening van iemand met de Amerikaanse nationaliteit mocht sluiten.

De geschillencommissie is weliswaar van mening dat niet naar nationaliteit gediscrimineerd mag worden, maar oordeelt dat Aegon Bank hier een rechtvaardigingsgrond zou hebben, zo blijkt uit overwegingen 3.5 en verder, waarbij de commissie spreekt over ‘FACTA’  in plaats van ‘FATCA’:

Beëindiging van de spaarrekening

3.5 De vraag is of de bank discriminerend en onrechtmatig heeft gehandeld door de spaarrekening van de consument te beëindigen. De commissie oordeelt als volgt.

3.6 De commissie sluit aan bij de uitspraak van de commissie met nummer 2017-326. In deze zaak weigerde de bank een Amerikaans belastingplichtige het openen van een spaarrekening. In deze uitspraak is, kortgezegd, geoordeeld dat de bank een indirect onderscheid naar nationaliteit in de zin van de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) maakt. Na een belangenafweging concludeert de commissie in die uitspraak dat voor het indirecte onderscheid in dit geval een rechtvaardiging bestaat waardoor het niet verboden moet worden geacht.

3.7 Met inachtneming van bovengenoemde uitspraak concludeert de commissie ook in de onderhavige klacht dat de bank met het beëindigen van de spaarrekening, omdat de consument Amerikaans belastingplichtig, een indirect onderscheid heeft gemaakt naar nationaliteit in de zin van artikel 1 sub c van de Algemene Wet Gelijke Behandeling (hierna: AWGB).

3.8 De vraag die vervolgens voorligt of het beroep van de bank op artikel 2 lid 1 AWGB slaagt. In dit artikel staat dat het verbod van onderscheid niet geldt ten aanzien van indirect onderscheid, indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

3.9 De bank heeft aangevoerd dat het voor haar onredelijk bezwarend is om maatregelen te moeten nemen om te voldoen aan de FACTA. De bank moet een zeer kostbare en tijdrovende aanpassing in haar werkproces doorvoeren die van haar in redelijkheid niet kan worden verlangd. Bovendien kan de bank te maken krijgen met hoge boetes als zij niet voldoet aan de strenge eisen van de rapportageverplichting uit de FACTA. Tot slot heeft de bank onweersproken aangevoerd dat de consument via andere financiële dienstverleners reeds toegang heeft tot het betalingsverkeer.

3.10 De commissie acht het doel om onder alle omstandigheden te voldoen aan de uit het tussen de Verenigde Staten en Nederland gesloten belastingverdrag voortvloeiende verplichtingen voor financiële dienstverleners legitiem en de door de bank genoemde aanpassingen in haar werkprocessen noodzakelijk. Daarmee dient zich in het kader van de beoordeling van de passendheid een belangenafweging aan tussen enerzijds het belang dat de consument heeft bij het toegang verkrijgen tot de bancaire dienstverlening als verleend door de bank en anderzijds het belang dat de bank heeft bij vrijheid bij de inrichting van haar bedrijfsmodel.

3.11 Hoewel de commissie begrijpt dat de opzegging ingrijpende en onaangename gevolgen voor de consument heeft, weegt het belang van de consument bij voortzetting van dit spaar- product of het verkrijgen van een ander passend spaarproduct van de bank niet zo zwaar als het belang van de bank in deze bij de beëindiging van het spaarproduct.

3.12 De commissie concludeert dat de bank een rechtvaardiging heeft waardoor het indirecte onderscheid naar nationaliteit niet verboden moet worden geacht. Op basis hiervan is er dan ook geen grond voor een eventuele schadevergoeding en zullen de overige vorderingen van de consument onbesproken blijven.

 

Opvallend is dat de belangen van de bank hier zwaarder wegen dan van de klant, die in dit geval wel (kennelijk elders) bankrekeningen heeft. Het is een hoogst merkwaardige belangenafweging.

Aegon Bank en de tot dezelfde groep behorende Knab bank weigeren iedereen met de Amerikaanse nationaliteit (niet alleen ‘onbedoelde Amerikanen’).

 

Meer informatie:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Bank mag rekeningen ‘onbedoelde Amerikaan’ niet sluiten | FATCA, Citizenship-Based Taxation

Gisteren heeft de Rechtbank Midden-Nederland een voor de slachtoffers van de Amerikaanse FATCA-wet belangrijke uitspraak gewezen.

Zie deze pagina voor een inleiding over FATCA en Citizenship-Based Taxation.

Opzegging op grond van de Wwft
In de uitspraak komt onder meer aan de orde of de bank op grond van de antiwitwaswet Wwft [1] de relatie met de rekeninghouder mag verbreken. De Rechtbank overweegt onder meer dat er op zijn minst een reële kans op belastingheffing moet bestaan, wil sprake zijn van een zodanig risico op witwassen dat bank haar opzegging daarop kan baseren. Ook de stelling van de bank dat zij vanwege het ontbreken van een US TIN het in de Wwft voorgeschreven cliëntenonderzoek niet met goed gevolg heeft kunnen afronden wordt verworpen [2].

Nieuwsbericht Nederlandse Accidental Americans groep
De Nederlandse Accidental Americans groep gaf gisteren naar aanleiding van de uitspraak dit nieuwsbericht uit:

Eindelijk gerechtigheid voor grote groep Accidental Americans
Vandaag heeft de rechtbank van Midden-Nederland een belangrijke uitspraak gedaan in de al jaren slepende problematiek van de Accidental Americans.

De Volksbank en dus ook andere banken, mogen de betaalrekening van een Accidental American NIET zomaar sluiten.
Het niet aan de bank willen aanleveren van een SSN (Social Security Number) of een CLN (Certificate of Loss of US Nationality) is volgens de rechter onvoldoende reden om de klant te betichten van belastingontduiking en is dus geen Wwft argument voor de bank om rekeningen te sluiten.
Bankrekeningen met een saldo van minder dan $50.000 vallen buiten de FATCA-IGA rapportage verplichting en mogen sowieso niet worden gesloten.
Met deze uitspraak is een eerste stap gezet naar gerechtigheid voor de Accidental Americans die door onze overheid geslachtofferd zijn voor de handelsbelangen van banken met Amerika.
Het probleem van de Accidental Americans is hiermee echter niet volledig uit de wereld. De politiek zal nog aanpassingen in de overeenkomst met de VS moeten gaan doen om het onrecht dat deze grote groep Nederlandse Staatsburgers wordt aangedaan te herstellen.
ECLI:NL:RBMNE:2021:6267, Rechtbank Midden-Nederland, C/16/523147 / HA ZA 21-412 (rechtspraak.nl)

 

Tot slot
Het is te hopen dat deze uitspraak een begin is van verbetering van de positie van alle inwoners van Europa met de Amerikaanse nationaliteit, al dan niet onbedoeld.

Aan deze zaak ging een uitspraak van de geschillencommissie van Kifid vooraf, die eerst gedeeltelijk onjuist bleek door middel van een uitspraak van de kort geding rechter. De nieuwste uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland maakt duidelijk dat de Kifid uitspraak van destijds ook voor het overige onjuist was en geeft aan dat dit soort belangrijke geschillen niet bij een private geschillenbeslechtingsinstantie thuis horen

De eiser in de zaak bij Rechtbank Midden-Nederland werd door mij bijgestaan.

 

Noten
[1] Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
[2] Zie overwegingen 4.5 en 4.6.

 

Meer informatie:

Rechtspraak.nl:

Berichtgeving in de media,
onder meer door Niels Heithuis, Pointer, Opluchting bij ‘onbedoelde Amerikaan’: Volksbank mocht rekening niet sluiten. Heithuis volgt de problematiek al een tijd.

Verder:

 


Aanvullingen 30 december 2021
12:38 uur: aan het slot nog de historie van de zaak toegevoegd, met de Kifid uitspraak en het kort geding.
18:15 uur: artikel Heithuis toegevoegd.

Aanvulling 31 december 2021
Waardering voor het doorzettingsvermogen van de eiser:

 

Aanvulling 5 januari 2022
Artikel AXFNJ Podcast: Retired Dutch pilot Ariës discusses his recent court victory with John Richardson, American Expat Finance 5 januari 2022. Er is een podcast (alleen audio) die ook is te vinden op YouTube:

 

Andere berichten over de uitspraak zijn in de berichtenrubriek te vinden.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Digitale inclusie in Nederland | BZK brief 21 december 2021

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is in Nederland verantwoordelijk voor het thema digitalisering. Een van de deelonderwerpen waarmee men zich bezig houdt is (in lelijk Nederlands) ‘digitale inclusie’. Op 21 december jl. stuurde BZK een brief met bijlagen aan het parlement over de voortgang.

Een deel van de bijlagen gaat over het eigen optreden van de overheid (is ook leerzaam voor andere grote organisaties want iedereen maakt dezelfde fouten). In de bijlagen is het nodige te vinden over digitalisering in het algemeen, zoals het rapport over het onderzoek over de impact van digitalisering op het cognitief functioneren en mentaal welzijn van mensen, en de onderzoeks- en beleidsagenda digitale vaardigheden.

Cognitief functioneren en mentaal welzijn
Uit de samenvatting van het rapport over de impact van digitalisering op het cognitief functioneren c.a. is te halen dat digitale middelen negatieve effecten kunnen hebben op het menselijk functioneren. Voorbeelden zijn concentratieverlies, problematisch smartphonegebruik, technostress en telepressure. Of burnoutklachten aan digitale middelen zijn te relateren, durven de onderzoekers niet te zeggen.

Zorgwekkend is dat bij een groot deel van de jongeren en jonge werknemers sprake is van problematisch smartphonegebruik, aldus de onderzoekers. Mij lijkt dat voor bestrijding daarvan meer nodig is dan verbetering van cognitieve vaardigheden (als voorgesteld door de onderzoekers). Ik erger me al een hele tijd aan de foute functionaliteit die alle soorten smartphones en tablets bieden, die naar mijn mening ziekmakend is (zoals de ongebreidelde notificaties). Het is hoog nodig dat de functionaliteit van apparaten en software wordt ingeperkt, zodat de ziekmakende effecten afnemen.

In de samenvatting van het rapport worden de conclusies van de onderzoekers als volgt weergegeven:

Conclusies vragenlijstonderzoek
Uit dit onderzoek blijkt dat de digitalisering van de samenleving gevolgen heeft voor ons cognitief functioneren en mentaal welzijn. Digitale apparaten kunnen de manier waarop we werken, leren en contact met elkaar hebben zowel op een positieve als negatieve manier beïnvloeden. Om optimaal te kunnen participeren in de digitale samenleving zijn nieuwe vaardigheden nodig. De focus in onze digitale samenleving ligt grotendeels op de technische en inhoudelijke vaardigheden. Voor executieve vaardigheden is nog veel te weinig aandacht.

De onderzochte doelgroepen beschikken gemiddeld in voldoende mate over de meeste technische en inhoudelijke vaardigheden, maar van een aanzienlijk deel is het vaardigheidsniveau onvoldoende. Jongeren beschikken onvoldoende over informatie- navigatievaardigheden. In deze informatierijke samenleving is het noodzakelijk om informatie te kunnen zoeken, selecteren, verwerken en kritisch te kunnen beoordelen en daarom moet de ontwikkeling van informatie-navigatievaardigheden gestimuleerd worden.

Een zorgwekkende ontwikkeling is dat bij een groot deel van de jongeren en jonge werknemers sprake is van problematisch smartphonegebruik. Dit lijkt samen te hangen met het niveau van executieve vaardigheden. Goed ontwikkelde executieve vaardigheden zijn nodig om het eigen gedrag, dus ook het smartphonegedrag, te reguleren. Uit dit onderzoek blijkt dat executieve vaardigheden een belangrijke rol spelen in de relatie tussen smartphonegebruik en mentaal welzijn. Een continue versnippering van de aandacht heeft niet alleen een nadelige invloed op de werk- en leerprestati es en de kwaliteit van sociale relaties, maar kan ook leiden tot overprikkeling, stress en mentale klachten.

Er bestaat een kloof tussen mensen die wél in staat zijn om hun focus te behouden in een omgeving die overspoeld wordt met informatie en digitale prikkels, en mensen die dat níet kunnen. Onze vaardigheden zijn nog niet voldoende aangepast op de digitale samenleving, en dat maakt iedereen kwetsbaar voor de negatieve gevolgen van digitalisering. Die kwetsbaarheid blijkt ook uit de psychologische belemmeringen die mensen ervaren bij het gebruik van digitale apparaten.

Om ervoor te zorgen dat mensen optimaal kunnen participeren in de digitale samenleving en minder (psychologische) belemmeringen ervaren is het noodzakelijk om hen meer bewust te maken van hun smartphonegewoontes en ervoor te zorgen dat zij naast technische en inhoudelijke vaardigheden ook zo goed mogelijk hun executieve vaardigheden kunnen ontwikkelen. Het is aan te bevelen om de ontwikkeling van executieve vaardigheden beter te verankeren in het onderwijs. Daarnaast is het aan te bevelen om ouders voor te lichten over het belang van executieve vaardigheden, zodat zij hun kinderen beter kunnen ondersteunen bij de ontwikkeling van deze vaardigheden, maar ook zelf deze vaardigheden beter kunnen ontwikkelen. Ook op de werkvloer is het van belang dat werknemers (door hun werkgever) beter ondersteund worden in hun vaardigheden en dat zij de ruimte krijgen om een verscheidenheid aan digitale vaardigheden te ontwikkelen. De verschillen in vaardigheden en uitdagingen in de verschillende doelgroepen vragen om interventies op maat.

Om de kansen die de digitale transitie biedt te kunnen benutten moeten mensen worden toegerust met een totaalpakket aan digitale vaardigheden. Mensen zijn pas écht digitaal vaardig als ze niet alleen de benodigde technische en inhoudelijke vaardigheden beheersen, maar ook de benodigde cognitieve vaardigheden.

Digitale vaardigheden
De toekomstagenda is eveneens interessant, waarbij de vraag rijst of de in hoofdstuk 4 beschreven toekomst wel wenselijk is:

Een ‘digitale vakantie’ nemen of ervoor kiezen bepaalde digitale diensten niet te gebruiken zal steeds lastiger worden.

Ik denk dat het belangrijk is dat niet wordt toegegeven aan de digitale wensen van grote bedrijven en overheidsinstanties. Het is hoog tijd dat tegenwicht wordt geboden aan de digitaliseringsdrang, daarbij dient de overheid een rol te spelen, bijvoorbeeld door fabrikanten te verbieden apparaten te maken die alleen functioneren of kunnen worden ingesteld als ze aan het internet worden verbonden. Het moet mogelijk blijven een niet-digitale koelkast en een niet-digitale luidspreker te kopen.

Wat uiteraard niet wegneemt dat het nuttig is mensen vertrouwd te maken met digitale mogelijkheden maar ook met digitale risico’s.

Men spreekt over AI en IoT en gaat niet in op de risico’s die digitalisering opleveren voor het functioneren van mensen. Ik denk nog steeds dat menselijke vaardigheden achteruit zullen gaan door het excessief uitbesteden van taken aan apparaten. We weten al veel over de schadelijkheid van ‘personaliseren’, toch wordt in de agenda daar te optimistisch over gesproken. Gelukkig worden de cybersecurity risico’s wel gesignaleerd.

In de conclusie wordt gesproken over het ontwikkelen van vaardigheden. Daar is op zich niets op tegen. Hier ontbreekt dat iedere mens beperkt is in de vaardigheden die hij of zij kan ontwikkelen. Naar mijn indruk is daar te weinig aandacht voor.

Tot slot
Het is interessant om over digitalisering na te denken. Ik hoop dat de beleidsmakers begrijpen dat de techniek zich aan de mens moet aanpassen in plaats van de mens aan de techniek. Dat lijkt nog onvoldoende te zijn doorgedrongen.

 

Meer informatie:

Bijlagen:

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

De uitvraagziekte van DNB en AFM in de evaluatierapporten | Wft, Wwft

Het ‘uitvragen’ lijkt in de financiële sector te zijn uitgevonden. Toezichthouders zoals DNB en AFM denken dat zij door veel gegevens te verzamelen het toezicht beter kunnen uitvoeren. Nieuwe digitale mogelijkheden maken de gegevenshonger nog groter. Het liefst zouden die toezichthouders real time de complete administraties van financiële instellingen analyseren, maar zo ver is het nog niet.

Ik noem dit de ‘uitvraag-ziekte’. Het is een kwaal die niet alleen in de financiële sector is waar te nemen: ook andere sectoren zoals de zorg en het onderwijs lijden er aan.

Evaluatie

Gelukkig is er af en toe onderzoek door derden naar het optreden van DNB en AFM. Over een dergelijk onderzoek is onlangs gerapporteerd en de zucht naar gegevens komt in het onderzoek naar voren. In het rapport over DNB staat op pagina 22:

DNB heeft de indruk dat de digitalisering zelf in goede aarde valt bij de buitenwereld, maar het datagedreven toezicht is in de buitenwereld niet onomstreden:
• DNB geeft zelf aan dat zij als bestuursorgaan gebonden is aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en deze beginselen als uitgangspunt neemt bij haar handelen; ook bij het uitvragen van informatie. Tegelijkertijd geeft een aantal brancheorganisaties aan dat (grote hoeveelheden) informatie wordt opgevraagd zonder dat voor hen vooraf altijd duidelijk is wat het doel is.
• Het is tijdrovend en dus kostbaar om deze grote hoeveelheid gevraagde data aan te leveren. Gesprekspartners twijfelen of doel en inspanning wel met elkaar in verhouding zijn (proportionaliteit).

De rapporteurs doen de volgende aanbeveling:

De keuze voor een datagedreven benadering is logisch, maar bij de verdere ontwikkeling ervan zijn er wel drie  aandachtspunten. Ten eerste het doel en de proportionaliteit van data-uitvragen: vooraf dient duidelijk te zijn met welk doel data wordt opgevraagd, waarbij ook een proportionaliteitstoets nodig is (voor zover het DNB is  die data op eigen initiatief uitvraagt).

In het rapport over de AFM worden gelijksoortige opmerkingen gemaakt. Het zou goed zijn als de toezichthouders deze aanbeveling opvolgen.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Melding ongebruikelijke transacties door accountants | Wwft

Accountants vallen met hun hele dienstverlening onder de antiwitwaswet, de Wwft [*]. In een online medium voor accountants begon een artikel met de volgende tekst:

Het melden van een ongebruikelijke transactie is ook in het belang van de klant. Dat zegt Annemieke Stokvis … “Als een ondernemer tegen de lamp loopt omdat hij de Wwft niet naleeft kijkt hij het eerst naar zijn accountant: ‘Waarom heb je mij daar nooit op gewezen?’ Je bewijst hem geen dienst als je hem uit de wind houdt.”

Het is een raadselachtige introductie: staat hier dat een accountant een ongebruikelijke transactie moet melden als zijn klant ‘tegen de lamp loopt‘ omdat hij de Wwft niet naleeft? Hopelijk is dat niet bedoeld en was de bedoeling van deze passage dat de accountant een klant die Wwft-plichtig is (dat zijn ze niet allemaal) daar op wijst. Dat klinkt sympathiek. Probleempje: moet die accountant van alle wetten alles afweten om de klant te kunnen wijzen op zijn nalevingsplicht. Dat lijkt me lastig voor iemand die geen jurist is, want voor juristen is dat al lastig.

Ook bijzonder:

“Ik heb net weer een rondje gemaakt langs de kantoren. Dat doe ik ieder jaar. We meten het aantal meldingen per vestiging per partner per industrie. Als iemand opvallend weinig ongebruikelijke transacties meldt, ga ik met zo’n partner het gesprek aan.”

Hieruit spreekt de merkwaardige gedachte dat weinig ongebruikelijke transacties melden iets zou zeggen. Dat is een gedachte die sommigen bij de overheid ook huldigen, in de veronderstelling dat alle Wwft-plichtigen evenveel kunnen zien (wat niet juist is).

Een ‘ongebruikelijke transactie’ melden betekent dat de accountant serieuze aanwijzingen heeft voor crimineel handelen door zijn klant. Dat zijn klanten die een dienstverlener normaal gesproken niet wil want je hebt er alleen maar last van. Verder zal het type klantenbestand ook een invloed hebben op de kans dat er criminelen tussen zitten. De hierboven geciteerde tekst is daarom veel te kort door de bocht.

Overigens neemt dat niet weg dat accountants een veel betere informatiepositie hebben om crimineel handelen te signaleren dan vele andere Wwft-plichtigen, aangezien accountants toegang hebben tot de administratie van klanten en ook onderliggende gegevens kunnen inzien. Dus alertheid is geboden voor deze beroepsgroep, al mag ook van hen het onmogelijke niet worden verwacht.

 

[*] Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Digitale overheidsmarketing met psy-ops en de post-humane wereld

Voor wie van overheidsmarketing houdt is er in deze donkere dagen veel te beleven.
De corona-marketing is bijvoorbeeld indrukwekkend knap. Een mooi stuk over die marketing staat in Grayzone met boeiende ingrediënten, zoals spionnen en ‘psy-ops’ (dat woord kende ik nog niet) [1]:

 

Een ander fraai verhaal over digitale marketing en beïnvloeding werd door Kingsnorth geschreven. Hij legt ‘the Great Reset’ uit [2] en vertelt dat er interessante digitale experimenten plaats vinden:

 

Laten we hopen dat het goed afloopt.

 

Noten

[1] Ik heb een grote neiging om er ‘spy-ops’ van te maken. Volgens wikipedia (1, 2) betekent ‘psy-ops’ ‘psychological operations’, oftewel psychologische oorlogsvoering. Dat is dus oorlogsmarketing.
[2] “I read dozens of books and papers like this … They were – and are – always the same: a hymn to the saving grace of global capitalism, dressed up in social justice clichés and aspirational NGO-speak“.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Dure marketing, uitspraak Belgische privacy toezichthouder | AVG

Een Belgische ondernemer die van een marketing onderneming een adressenbestand kocht, moest een boete van 10.000 euro betalen wegens overtreding van de AVG. Die boete zal ongetwijfeld het met de overtreding behaalde voordeel te niet doen.

De Belgische AVG-toezichthouder, de Gegevensbeschermingsautoriteit, was van mening dat een boete op zijn plaats was, omdat de ondernemer, in de uitspraak ‘Y’ genoemd, niet op eerste verzoek van de klager (‘X’ in de uitspraak) had gereageerd. Dat deed Y pas nadat de klager een privacyprocedure was gestart.

Y werd het volgende verweten:

  • De persoonsgegevens van X werden verkregen van een derde, zonder medeweten van X en zonder dat hij werd geïnformeerd (30).
  • X heeft artikel 14 AVG niet nageleefd, onder meer heeft X niet op juiste manier geïnformeerd (31-35).
  • X dient na te gaan of de gegevens die hij van derden verkrijgt, legaal zijn verkregen (37).
  • Aan X komt een recht van verzet toe inzake verwerking van gegevens voor direct marketing en heeft niet alleen recht op inzage maar ook recht op het wissen van zijn gegevens, als bezwaar is gemaakt moeten de gegevens binnen een maand worden verwijderd (39-44).
  • Y heeft tot twee maal toe geen enkel gevolg heeft gegeven aan een verzoek van X, hetgeen de Gegevensbeschermingsautoriteit in casu als een verzwarende omstandigheid beschouwt (48).

De Gegevensbeschermingsautoriteit was van mening dat een sanctie op zijn plaats was:

51. Naast de corrigerende maatregel om de verwerking in overeenstemming te brengen, met name door overeenkomstig artikel 14 AVG toereikende informatie te verstrekken aan alle betrokkenen van wie de persoonsgegevens onrechtstreeks verkregen werden bij Z, beslist de Geschillenkamer wegens het nalaten enig gevolg te geven aan de verzoeken van klager binnen de opgelegde termijnen ook tot het opleggen van een administratieve geldboete, die er niet toe strekt om een gemaakte overtreding te beëindigen, maar wel met het oog op een krachtige handhaving van de regels van de AVG. Zoals duidelijk blijkt uit overweging 148 AVG, stelt de AVG immers voorop dat bij elke ernstige inbreuk – dus ook bij een eerste vaststelling van een inbreuk – straffen, met inbegrip van administratieve geldboeten, naast of in plaats van passende maatregelen worden opgelegd. [11] Hierna toont de Geschillenkamer aan dat de inbreuken die de verweerster heeft begaan op de artikelen 14.1, 14.2, 14.3, 15, 17.1.c, en 21.2 AVG in combinatie met artikel 12.3 AVG geenszins kleine inbreuken betreft, noch dat de geldboete onevenredige last zou berokkenen aan een natuurlijk persoon zoals bedoeld in overweging 148 AVG, waarbij in elk van beide gevallen kan worden afgezien van een geldboete. Het feit dat het een eerste vaststelling van een door de verweerster gepleegde inbreuk op de AVG betreft, doet aldus op generlei wijze afbreuk aan de mogelijkheid voor de Geschillenkamer om een administratieve geldboete op te leggen. De Geschillenkamer legt de administratieve geldboete op in toepassing van artikel 58.2.i AVG. Het instrument van administratieve boete heeft geenszins enkel tot doel inbreuken te beëindigen. Daartoe voorzien de AVG en de WOG in een aantal corrigerende maatregelen, waaronder de bevelen genoemd in artikel 100, § 1, 8° en 9° WOG.

[11] Overweging 148 bepaalt: “Met het oog op een krachtiger handhaving van de regels van deze verordening dienen straffen, met inbegrip van administratieve geldboeten, te worden opgelegd voor elke inbreuk op de verordening, naast of in plaats van passende maatregelen die door de toezichthoudende autoriteiten ingevolge deze verordening worden opgelegd. Indien het gaat om een kleineinbreuk of indien de te verwachten geldboete een onevenredige last zou berokkenen aan een natuurlijk persoon, kan in plaats van een geldboete worden gekozen voor een berisping. Er dient evenwel rekening te worden gehouden met de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, met het opzettelijke karakter van de inbreuk, met schadebeperkende maatregelen, met de mate van verantwoordelijkheid, of met eerdere relevante inbreuken, met de wijze waarop de inbreuk ter kennis van de toezichthoudende autoriteit is gekomen, met de naleving van de maatregelen die werden genomen tegen de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker, met de aansluiting bij een gedragscode en met alle andere verzwarende of verzachtende factoren. Het opleggen van straffen, met inbegrip van administratieve geldboeten, moet onderworpen zijn aan passende procedurele waarborgen overeenkomstig de algemene beginselen van het Unierecht en het Handvest, waaronder een doeltreffende voorziening in rechte en een eerlijke rechtsbedeling. [eigenonderlijning]

Vervolgens constateert de Gegevensbeschermingsautoriteit dat er goede redenen zijn voor sanctionering (52-53), maar dat de personalia van de overtreder niet openbaar hoeven te worden gemaakt (54).

 

Meer informatie:
uitspraak van 8 december 2021 van de Gegevensbeschermingsautoriteit (België).

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | 1 reactie