Digitale inclusie in Nederland | BZK brief 21 december 2021

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is in Nederland verantwoordelijk voor het thema digitalisering. Een van de deelonderwerpen waarmee men zich bezig houdt is (in lelijk Nederlands) ‘digitale inclusie’. Op 21 december jl. stuurde BZK een brief met bijlagen aan het parlement over de voortgang.

Een deel van de bijlagen gaat over het eigen optreden van de overheid (is ook leerzaam voor andere grote organisaties want iedereen maakt dezelfde fouten). In de bijlagen is het nodige te vinden over digitalisering in het algemeen, zoals het rapport over het onderzoek over de impact van digitalisering op het cognitief functioneren en mentaal welzijn van mensen, en de onderzoeks- en beleidsagenda digitale vaardigheden.

Cognitief functioneren en mentaal welzijn
Uit de samenvatting van het rapport over de impact van digitalisering op het cognitief functioneren c.a. is te halen dat digitale middelen negatieve effecten kunnen hebben op het menselijk functioneren. Voorbeelden zijn concentratieverlies, problematisch smartphonegebruik, technostress en telepressure. Of burnoutklachten aan digitale middelen zijn te relateren, durven de onderzoekers niet te zeggen.

Zorgwekkend is dat bij een groot deel van de jongeren en jonge werknemers sprake is van problematisch smartphonegebruik, aldus de onderzoekers. Mij lijkt dat voor bestrijding daarvan meer nodig is dan verbetering van cognitieve vaardigheden (als voorgesteld door de onderzoekers). Ik erger me al een hele tijd aan de foute functionaliteit die alle soorten smartphones en tablets bieden, die naar mijn mening ziekmakend is (zoals de ongebreidelde notificaties). Het is hoog nodig dat de functionaliteit van apparaten en software wordt ingeperkt, zodat de ziekmakende effecten afnemen.

In de samenvatting van het rapport worden de conclusies van de onderzoekers als volgt weergegeven:

Conclusies vragenlijstonderzoek
Uit dit onderzoek blijkt dat de digitalisering van de samenleving gevolgen heeft voor ons cognitief functioneren en mentaal welzijn. Digitale apparaten kunnen de manier waarop we werken, leren en contact met elkaar hebben zowel op een positieve als negatieve manier beïnvloeden. Om optimaal te kunnen participeren in de digitale samenleving zijn nieuwe vaardigheden nodig. De focus in onze digitale samenleving ligt grotendeels op de technische en inhoudelijke vaardigheden. Voor executieve vaardigheden is nog veel te weinig aandacht.

De onderzochte doelgroepen beschikken gemiddeld in voldoende mate over de meeste technische en inhoudelijke vaardigheden, maar van een aanzienlijk deel is het vaardigheidsniveau onvoldoende. Jongeren beschikken onvoldoende over informatie- navigatievaardigheden. In deze informatierijke samenleving is het noodzakelijk om informatie te kunnen zoeken, selecteren, verwerken en kritisch te kunnen beoordelen en daarom moet de ontwikkeling van informatie-navigatievaardigheden gestimuleerd worden.

Een zorgwekkende ontwikkeling is dat bij een groot deel van de jongeren en jonge werknemers sprake is van problematisch smartphonegebruik. Dit lijkt samen te hangen met het niveau van executieve vaardigheden. Goed ontwikkelde executieve vaardigheden zijn nodig om het eigen gedrag, dus ook het smartphonegedrag, te reguleren. Uit dit onderzoek blijkt dat executieve vaardigheden een belangrijke rol spelen in de relatie tussen smartphonegebruik en mentaal welzijn. Een continue versnippering van de aandacht heeft niet alleen een nadelige invloed op de werk- en leerprestati es en de kwaliteit van sociale relaties, maar kan ook leiden tot overprikkeling, stress en mentale klachten.

Er bestaat een kloof tussen mensen die wél in staat zijn om hun focus te behouden in een omgeving die overspoeld wordt met informatie en digitale prikkels, en mensen die dat níet kunnen. Onze vaardigheden zijn nog niet voldoende aangepast op de digitale samenleving, en dat maakt iedereen kwetsbaar voor de negatieve gevolgen van digitalisering. Die kwetsbaarheid blijkt ook uit de psychologische belemmeringen die mensen ervaren bij het gebruik van digitale apparaten.

Om ervoor te zorgen dat mensen optimaal kunnen participeren in de digitale samenleving en minder (psychologische) belemmeringen ervaren is het noodzakelijk om hen meer bewust te maken van hun smartphonegewoontes en ervoor te zorgen dat zij naast technische en inhoudelijke vaardigheden ook zo goed mogelijk hun executieve vaardigheden kunnen ontwikkelen. Het is aan te bevelen om de ontwikkeling van executieve vaardigheden beter te verankeren in het onderwijs. Daarnaast is het aan te bevelen om ouders voor te lichten over het belang van executieve vaardigheden, zodat zij hun kinderen beter kunnen ondersteunen bij de ontwikkeling van deze vaardigheden, maar ook zelf deze vaardigheden beter kunnen ontwikkelen. Ook op de werkvloer is het van belang dat werknemers (door hun werkgever) beter ondersteund worden in hun vaardigheden en dat zij de ruimte krijgen om een verscheidenheid aan digitale vaardigheden te ontwikkelen. De verschillen in vaardigheden en uitdagingen in de verschillende doelgroepen vragen om interventies op maat.

Om de kansen die de digitale transitie biedt te kunnen benutten moeten mensen worden toegerust met een totaalpakket aan digitale vaardigheden. Mensen zijn pas écht digitaal vaardig als ze niet alleen de benodigde technische en inhoudelijke vaardigheden beheersen, maar ook de benodigde cognitieve vaardigheden.

Digitale vaardigheden
De toekomstagenda is eveneens interessant, waarbij de vraag rijst of de in hoofdstuk 4 beschreven toekomst wel wenselijk is:

Een ‘digitale vakantie’ nemen of ervoor kiezen bepaalde digitale diensten niet te gebruiken zal steeds lastiger worden.

Ik denk dat het belangrijk is dat niet wordt toegegeven aan de digitale wensen van grote bedrijven en overheidsinstanties. Het is hoog tijd dat tegenwicht wordt geboden aan de digitaliseringsdrang, daarbij dient de overheid een rol te spelen, bijvoorbeeld door fabrikanten te verbieden apparaten te maken die alleen functioneren of kunnen worden ingesteld als ze aan het internet worden verbonden. Het moet mogelijk blijven een niet-digitale koelkast en een niet-digitale luidspreker te kopen.

Wat uiteraard niet wegneemt dat het nuttig is mensen vertrouwd te maken met digitale mogelijkheden maar ook met digitale risico’s.

Men spreekt over AI en IoT en gaat niet in op de risico’s die digitalisering opleveren voor het functioneren van mensen. Ik denk nog steeds dat menselijke vaardigheden achteruit zullen gaan door het excessief uitbesteden van taken aan apparaten. We weten al veel over de schadelijkheid van ‘personaliseren’, toch wordt in de agenda daar te optimistisch over gesproken. Gelukkig worden de cybersecurity risico’s wel gesignaleerd.

In de conclusie wordt gesproken over het ontwikkelen van vaardigheden. Daar is op zich niets op tegen. Hier ontbreekt dat iedere mens beperkt is in de vaardigheden die hij of zij kan ontwikkelen. Naar mijn indruk is daar te weinig aandacht voor.

Tot slot
Het is interessant om over digitalisering na te denken. Ik hoop dat de beleidsmakers begrijpen dat de techniek zich aan de mens moet aanpassen in plaats van de mens aan de techniek. Dat lijkt nog onvoldoende te zijn doorgedrongen.

 

Meer informatie:

Bijlagen:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Digitale inclusie in Nederland | BZK brief 21 december 2021

  1. r grootveld zegt:

    Wat verstaan we nou precies onder digitalisering? Daarin lijkt toch een grote rol weggelegd voor AI. Ofwel de totale screening door algoritmen. Dat moet je dus niet willen. Digitaal vaardig betekent afzien van alle gadgets die ons leven een boost zouden geven maar ons steeds verder afhankelijk maken van de bigtechs? Gezien de manier waarop social media worden gebruikt lijkt dat me niet erg waarschijnlijk. Men dient 24/7 bereikbaar te zijn. Daar doet men zelf aan mee. Een nieuwtje, hoe onbeduidend ook, dient onmiddellijk wereldkundig gemaakt te worden. Zo wordt iedereen buitenproportioneel belangrijk. Saaie mensen bestaan niet meer.
    AI is gevaarlijk, IoT is ronduit onzinnig. Welke meerwaarde heeft een koelkast die waarschuwt als de melk opraakt? Erg is als we aan een mobiel worden gekoppeld om onze levensstijl te bewaken. Dat kan allerlei ongewenste bijwerkingen hebben. Denk aan werkgevers die willen weten of je wel genoeg let op je gezondheid. Immers, een zieke werknemer kost geld. De aanzetten zijn er al. Een discussie of het mogelijk moet zijn voor de werkgever om de corona-app te controleren. Is het straks de griep die in de ban gaat? Als je rookt vind je geen baan. Psychische problemen maken asociaal en dus onbruikbaar. De standaardmens is in aantocht.
    Een digitale vakantie. Men moet zo wijs zijn al die ellende zo weinig mogelijk te gebruiken. Helemaal zonder gaat niet meer lukken. Helaas is er al de nodige dwang, waar maar weinigen mee lijken te zitten. Dit rapport komt toch niet verder dan algemeenheden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s