“Bancair sleepnet is nog niet van de baan” | Privacy First over het plan van aanpak witwassen

Privacy First publiceerde een artikel over de ontwikkelingen rondom de plannen voor financiële surveillance: Bancair sleepnet is nog niet van de baan.

Daarin wordt de stand van zaken van het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen besproken. Daarin is onder meer het voorstel opgenomen dat de banken alle transacties van alle Nederlandse burgers samen mogen gaan analyseren in het kader van de criminaliteitsbestrijding (‘bancair sleepnet’).

Verder wordt gesignaleerd dat er internationaal een trend is naar het creëren van financiële sleepnetten, zo is er een initiatief van de Bank for International Settlements (BIS) en schreef Tax Justice International een rapport waarin zij voorstellen alle transacties in de hele wereld te gaan analyseren via het SWIFT-berichtensysteem, waarvoor dan wel nodig is dat er meer informatie wordt mee gestuurd met alle gegevensbeschermingsrisico’s van dien.

Gelukkig hebben de Europese databeschermingstoezichthouders een duidelijk standpunt ingenomen (lees hun brief), wat niet wegneemt dat het gevaar nog lang niet is geweken.

Het complete artikel:

Bancair sleepnet is nog niet van de baan
19 april, 2023

In december 2022 stuurde Privacy First een kritische brief en memo aan de Tweede Kamer, over het wetsvoorstel dat het onder meer mogelijk moet maken dat banken de financiële transacties van hun klanten gezamenlijk gaan analyseren. Wij denken dat dit bancaire sleepnet een ongekende massasurveillance met zich mee zal brengen en dat de grondrechten van burgers onvoldoende zijn gewaarborgd.

Hoe het met het wetsvoorstel verder zal gaan, is op dit moment nog niet bekend. Leden van de Tweede Kamer hebben op 23 februari jongstleden een groot aantal vragen over het wetsvoorstel gesteld. Die vragen zijn nog niet door de verantwoordelijke ministers van Financiën en van Veiligheid beantwoord.

Internationale trend: meer datadelen en integrale analyse
Wij zijn niet gerust op een goede uitkomst van het Nederlandse wetgevende proces. De reden daarvoor is dat er internationaal allerlei groeperingen zijn – zowel uit de hoek van de overheid als daarbuiten – die gezamenlijke analyse van financiële transactiegegevens van iedere rekeninghouder bepleiten. Vaak wordt daarbij als argument gebruikt dat gegevens van iedereen nodig zijn om daarmee de computers ‘op te leiden’. Financiële instellingen willen graag gezamenlijk transacties analyseren om minder kosten te maken. In de praktijk komt het erop neer dat iedere rekeninghouder van een profiel wordt voorzien, zonder dat er zicht is op de manier waarop dat gebeurt en zonder adequate bescherming tegen fouten.

Eén van de organisaties die bezig is met een onderzoek naar gezamenlijke transactiemonitoring, is de Bank for International Settlements (BIS) door middel van het project ‘Aurora’. In de uitleg over het project stelt BIS dat het huidige systeem van criminaliteitsbestrijding is mislukt, onder meer door ‘overrapportage’. Banken rapporteren nu te veel transacties als ‘verdacht’, vanwege de hoge boetes die zij eerder opgelegd kregen.

Verder nemen banken snel afscheid van bepaalde groepen klanten, vanwege de hoge kosten van hun misdaadbestrijdingstaken (‘de-risking’). Ook sommige landen worden uitgesloten van het financiële systeem, als er een hoog risico op criminaliteit aanwezig wordt verondersteld. BIS meent de effectiviteit van criminaliteitsbestrijding door banken te kunnen verbeteren door middel van gezamenlijke data-analyse van transacties bij meerdere banken en in meerdere landen. De gedachte is dat men door middel van machine learning criminele patronen en typologieën kan detecteren, waarbij de grondrechten van burgers gerespecteerd zouden worden.

Een ander voorstel is om de SWIFT-transactiegegevens te analyseren. SWIFT is de internationale organisatie die verantwoordelijk is voor een groot deel van het wereldwijde betalingsverkeer. Dit idee komt van het door Europa gefinancierde project ‘TRACE’, waar ook private partijen aan deelnemen (zoals bedrijven die diensten voor criminaliteitsbestrijding leveren).

In maart van dit jaar publiceerde TRACE een rapport over SWIFT, geschreven door vier medewerkers van de lobbyorganisatie Tax Justice Network (in opdracht van TRACE). Daarin wordt bepleit om het SWIFT berichtensysteem – waarmee banken onderling gegevens uitwisselen – zodanig aan te passen dat integrale analyse van alle transacties mogelijk wordt. De auteurs bepleiten dat bij iedere betalingstransactie een veelheid van gegevens wordt vermeld in het SWIFT-bericht. Niet alleen de namen en rekeningnummers van betaler en ontvanger, maar ook hun geboortedatum en geboorteplaats, en bij niet-natuurlijke personen het identificatienummer van de entiteit (legal entity identifyer) en de namen van de uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s). Zo kan het betalingsverkeer van alle entiteiten en personen worden geanalyseerd, zowel om criminaliteit te kunnen voorspellen (predictive policing) als om strafbare feiten op te kunnen sporen. Daarbij zou meteen moeten worden nagegaan of rekeninghouders veroordeeld zijn, of van iets verdacht worden. Het rapport besteedt geen aandacht aan de problemen die de huidige systemen nu al opleveren voor burgers, en ook niet aan de risico’s van predictive policing.

Kritiek van databeschermingstoezichthouders
In het kader van ‘witwasbestrijding’ is de Europese wetgever bezig met een complete herziening van de regelgeving voor criminaliteitsbestrijdingstaken van private bedrijven, zoals banken. Er wordt met name voorgesteld om veel meer gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Op dat voorstel is kritiek gekomen van de databeschermingstoezichthouders in de EU-landen, die samenwerken in de European Data Protection Board (EDPB).

Op 28 maart zond EDPB een brief aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Daarin levert EDPB kritiek op het voorstel om gegevensuitwisseling tussen bedrijven over criminaliteitsbestrijding mogelijk te maken, terwijl de proportionaliteit en de noodzaak niet zijn aangetoond, en waarborgen ter bescherming van de grondrechten van burgers ontbreken. In de praktijk zal de verregaande gegevensuitwisseling vooral voor banken en andere financiële instellingen relevant zijn.

Geen financiële surveillance
Privacy First vindt dat misdaadbestrijding een overheidstaak is. Uitbesteden van dergelijke taken is alleen verstandig als de bedrijven er geschikt voor zijn, als het effectief is, en als de naleving geen disproportionele kosten met zich mee brengt. De effectiviteit van het huidige systeem is al niet aangetoond, terwijl de regels veel problemen opleveren, zoals discriminatie en uitsluiting.

Natuurlijk willen IT-bedrijven graag aan de slag met de goudmijn aan financiële transactiegegevens. Wij denken echter dat het zal leiden tot financiële massasurveillance en dat moeten we niet willen.

 

 

Op dit blog publiceerde ik twee artikelen over het SWIFT-rapport waarin wereldwijde financiële surveillance wordt voorgesteld:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Worden trustkantoren afgeschaft?

Naar aanleiding van een initiatiefnota uit de Tweede Kamer waarin wordt voorgesteld trustkantoren af te schaffen, liet de minister van Financiën op 3 april jl. het volgende weten:

3.1 Verbod op de trustsector

De initiatiefnemers verzoeken de Kamer in te stemmen met een verzoek aan de regering tot het uitwerken van de juridische mogelijkheden van een verbod op de trustsector.

Allereerst wijst het kabinet de initiatiefnemers op bijlage A van het rapport ‘De toekomst van de trustsector’ dat op 7 oktober 2022 tezamen met een kabinetsreactie met uw Kamer is gedeeld. 35 Bijlage A is een juridische analyse van een verbod op trustdienstverlening. Het rapport De toekomst van de trustsector is één van de actiepunten uit de kabinetsreactie op het rapport uit 2021 over illegale trustdienstverlening. Expliciet onderdeel hiervan was het onderzoeken van een mogelijk verbod van de trustsector.36

De onderzoekers concludeerden in het rapport over de toekomst van de trustsector onder meer dat een verbod op trustdienstverlening niet efficiënt en doelmatig is ter beheersing van de integriteitsrisico’s. De Commissie doorstroomvennootschappen trok in haar rapport van 3 oktober 2021 reeds een vergelijkbare conclusie. 37 Onderdeel hiervan was dat trustkantoren een poortwachtersfunctie hebben die essentieel is ter voorkoming van witwassen of financieren van terrorisme. Bij het verbieden van trustdienstverlening zou – zo lang de vraag naar trustdiensten blijft bestaan – er een verschuiving kunnen ontstaan naar de illegaliteit. Bovendien gaat de poortwachtersfunctie verloren. Gelet op de conclusies van de onderzoekers heeft het kabinet in de kabinetsreactie op het rapport over de toekomst van de trustsector geen verbod voorgesteld. Wel zijn aanvullende maatregelen aangekondigd, gericht op het vergroten van transparantie van de trustsector en het tegengaan van ‘trustshoppen.’ Deze maatregelen komen bovenop de maatregelen aangekondigd na het rapport over illegale trustdienstverlening. 38 Daarbij is reeds in 2018 de Wet toezicht trustkantoren herzien. Nederland kent gelet op het voorgaande een uitzonderlijk streng wettelijk kader ten aanzien van de trustsector, ook in EUperspectief bezien.

De initiatiefnemers onderschrijven de conclusie van het SEO-onderzoek, maar stellen tegelijkertijd dat de trustsector verboden moet worden vanwege de geringe maatschappelijke en economische meerwaarde, alsmede de morele bezwaren tegen deze sector. Het is van belang op te merken dat de vraag naar doorstroom via Nederland hoofdzakelijk gelegen is in andere factoren, zoals de (historisch) fiscale aantrekkelijkheid van Nederland. Hierop zijn de afgelopen jaren al vele maatregelen genomen (zie deze Kamerbrief). Hoewel nog steeds fiscaal gedreven, constateren de onderzoekers daartegenover een verschuivende vraag naar trustdienstverlening door internationale bedrijven met operationele structuren. Dit zijn bedrijven die wel bedrijfsactiviteiten in Nederland ontplooien. Daarbij geldt in algemene zin dat er meer (financiële) dienstverleners zijn die in het opzetten van (al dan niet fiscaal gedreven) structuren een faciliterende rol spelen. Voorts is het kabinet van oordeel dat de (al dan niet betrekkelijke) maatschappelijke en economische meerwaarde van deze sector, alsmede de eventuele morele bezwaren, afgewogen moeten worden tegen negatieve gevolgen van een verbod, zoals deze hiervoor zijn geschetst.

Het kabinet ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding voor het overgaan tot de uitwerking van een algeheel verbod, maar blijft tegelijkertijd de sector tezamen met de toezichthouder – goed monitoren.


35 Kamerstukken II 2022/23, 32545 nr. 180.
36 Kamerstukken II 2021/22, 32545 nr. 144.
37 Kamerstukken II 2021/22, 25087, nr. 286, blg-1007733.
38 Kamerstukken II 2021/22, 32 545 nr. 144.

 

Dit bericht verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , | Plaats een reactie

VAR vergadert 12 mei over zorgplichten in het bestuursrecht

De VAR | vereniging voor bestuursrecht vergadert op 12 mei a.s. over het thema ‘Zorgplichten in het bestuursrecht’. Voor deze vergadering werden preadviezen geschreven, onder meer door Rogier Stijnen die schreef over zorgplichten bij financiële dienstverlening en de bestrijding van witwassen.

In de nieuwsbrief die op 19 april werd verspreid worden de preadviezen aangekondigd:

De preadviezen zijn dit jaar geschreven door Maurits Ippel & Michiel Scheltema (‘De rechtsstatelijke zorgplicht’), Arre Zuurmond, Mariëtte Lokin & Trude Mulder (‘De informationele zorgplicht van de overheid’), Anna Collignon (‘Zorgplichten in het omgevingsrecht’) en Rogier Stijnen (‘Zorgplichten bij financiële dienstverlening, bij bestrijding van witwassen, bij marktregulering en bij het waarborgen van de volksgezondheid’).

Maurits Ippel en Michiel Scheltema betogen in hun preadvies dat de overheid een rechtsstatelijke zorgplicht heeft om burgers te informeren en te ondersteunen in hun verhouding met de overheid. Deze zorgplicht baseren zij op het rechtszekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van de dienende overheid. In een responsieve rechtsstaat gaat het erom dat de burger deze beginselen herkent in zijn verhouding met de overheid. In het huidige bestuursrecht is dit onvoldoende het geval. Zo wordt aangenomen dat de legaliteitseis tot rechtszekerheid leidt, maar in de praktijk kan de burger uit wetten en regels niet afleiden hoe het recht in zijn situatie uitwerkt en welke keuzes hij in de verhouding met de overheid kan maken, en ervaart hij dus geen rechtszekerheid. In het preadvies wordt ingegaan op de gevolgen van de zorgplicht voor bestuursorganen, burgers, de wetgever en de bestuursrechter.

Arre Zuurmond, Mariëtte Lokin en Trude Mulder gaan in op de zorgplicht van de overheid om informatie die nodig is voor uitvoering van haar taken, op orde te hebben en houden. Die zorgplicht is essentieel om een responsieve overheid te kunnen worden: een overheid die niet tegenover maar naast de burger staat en proactief is, van de fase van beleidsvorming tot aan concrete ondersteuning van burgers en bedrijven. De preadviseurs gaan in op de ontwikkelingen in de afgelopen decennia die invloed hebben (gehad) op de informatiehuishouding van de overheid en op de gevolgen die dat heeft gehad op de geschiktheid van de informatiehuishouding om de informationele zorgplicht goed te vervullen. Logisch vervolg daarop is een verkenning van de mogelijkheden om daarin verbetering te brengen, onder meer met een funderende algemene informatiewet.

Anna Collignon bespreekt in haar preadvies hoe zorgplichten worden gedefinieerd en of de toepassing van zorgplichten binnen het omgevingsrecht hiermee wel overeenkomt. Daarbij gaat zij ook in op de mogelijke functies van een zorgplicht. Aan de hand van een bespreking van wetsgeschiedenis en jurisprudentie laat zij zien dat de wetgever en het uitvoerend bestuursorgaan vaak een bredere toepassing van zorgplichten voor ogen heeft dan de Afdeling bestuursrechtspraak omwille van onder meer de rechtszekerheid toe laat. Zij gebruikt deze conclusies bij een analyse van de zorgplichten die per 1 januari 2024 met de Omgevingswet van kracht worden en sluit af met een beschouwing over een volgens haar noodzakelijke heroverweging van het gebruik van de zorgplichten.

Rogier Stijnen bespreekt in zijn preadvies een aantal publiekrechtelijke zorgplichten die financiële ondernemingen hebben richting hun klanten en de zorgplichten van banken bij het bestrijden van witwassen. Deze zorgplichten zet hij af tegen civielrechtelijke zorgplichten. Voorts werpt hij een blik op de verschillen in handhaving via het bestuurs- en het privaatrecht daarbij. Bij het onderzoek naar het daderschap van rechtspersonen, de aansprakelijkheid van feitelijke leidingevers en de eisen van rechtszekerheid worden voorts enkele zorgplichten in het kader van marktregulering en volksgezondheid besproken. Een belangrijk ankerpunt in het preadvies van Stijnen is het onderscheid tussen resultaats- en inspanningsverplichtingen.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Huiveringwekkend: “In de komende twee jaar zal al het financiële in ons leven worden gedeeld” | open finance, AVG

Privacy specialist Ian Brown citeerde uit de Financial Times:

“In the next two years we will see everything financial in our lives shared. The UK is still vastly ahead of the rest of the world in the progress of this.”

Huiveringwekkend.
Binnenkort liggen al onze financiële gegevens op straat.

Een open deur voor ‘open bankieren’
Brown citeert uit een artikel van gisteren in de Financial Times onder de titel An open door for open banking, dat achter een betaalmuur zit.

In het artikel wordt beschreven wat Europa ook aan het doen is:

Just five years ago, it was tough to persuade your bank to give anyone except you access to your account data. The banks did not want to help their rivals, often fast-growing online banks and financial services companies. Security was seen as an insuperable barrier.
Not any more. The sector is marking the fifth anniversary of open banking, a government-backed initiative under which banks were reluctantly forced by the Competition and Markets Authority (CMA) — the watchdog — to share current account transaction data with other companies, called third-party providers (TPPs).

Zoals gebruikelijk wordt alleen aan één rekeninghouder toestemming gevraagd, niet aan de wederpartijen bij transacties (de ‘stille derden’). Wie profiteert? Men beweert de consument maar daar geloof ik helemaal niets van. Het verkoopverhaal is altijd gebruiksgemak.

Europa stevent af op het rondstrooien van financiële persoonsgegevens
Aangezien de Britten vaak voorop lopen met onverstandige plannen, zal de EU vast hetzelfde doen. De signalen zijn er al, zie mijn open finance berichten, onder meer Europe’s naivety on open finance | will the PSD2-successor be safe for citizens?

 

 

Over dit onderwerp heb ik al eerder geschreven, lees de berichten getagged met open finance en PSD2.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Het nieuwste ubo-document | Wwft, ubo-register

Ubo-kundigen kunnen aan de slag met het document dat vandaag is bekend gemaakt. Te weten het Verslag van een schriftelijk overleg over de analyse en opvolging uitspraak Hof van Justitie EU over het UBO-register, dat via deze pagina is te vinden. Daarin wordt ingegaan op de gevolgen van de uitspraak van het Europese hof van november vorig jaar.

Ik pik er een paar punten uit:

  • Het kabinet is voornemens ‘instellingen’ die “een taak hebben op grond van de Sanctiewet ter uitvoering van die taak toegang te geven tot informatie uit het UBO-register“. Aangezien de sanctieregels zich tot ‘een ieder’ richten (ook tot burgers), betekent dit dat het ubo-register alsnog openbaar wordt, tenzij het ministerie van Financiën met ‘instellingen’ alleen financiële instellingen bedoelt.
  • Er zijn nog veel leden van de Tweede Kamer die niets van de regels begrijpen en bepaalde vragen steeds opnieuw stellen. Zoals deze: “Overigens zijn de leden van de CDA-fractie benieuwd of het voor meldingsplichtige partijen in doorsnee gevallen voldoende kan zijn hun informatie over UBO’s uit het register te halen, in plaats van dezelfde informatie ook bij de klant op te moeten vragen“. Op deze vraag rolt het bekende antwoord uit de computer van het ministerie van Financiën, waarin wordt verhuld dat Wwft-plichtigen niets aan het register hebben en de juistheid van de registratie moeten verifiëren.
  • In het AML-package wordt ten aanzien van de toegankelijkheid van de ubo-registers uitgegaan van het systeem dat het gevolg is van de uitspraak van het Hof van Justitie (dus geen openbaarheid).
  • Er wordt naar een oplossing gezocht voor degenen die inschrijvingen in het register voor trusts en fondsen voor gemene rekening moeten doen (fondsbeheerders e.d.), aangezien het daar om grote aantallen ubo’s kan gaan.
  • Er wordt aan gedacht om de entiteiten zelf hun ubo-uittreksel aan te laten vragen en aan de Wwft-plichtigen te verschaffen, zodat toegang van Wwft-plichtigen tot het register niet nodig is.
  • Men is bezig om na te gaan hoe de toegang op basis van legitiem belang zal worden geregeld. Het zal onder meer om bepaalde onderzoeksjournalisten en maatschappelijke organisaties gaan. Dat zal nog even duren en ook de regelgeving moet worden aangepast. Een spoedwet wordt rond de zomer verwacht. De leden van de Tweede Kamer die vroegen of – nu de Europese regels een minimumharmonisatie vormen – het niet mogelijk is verder te gaan (= alsnog algemeen toegankelijk te maken), hebben de uitspraak van de Europese rechter niet begrepen.

Voor de liefhebbers een overzicht van de Nederlandse autoriteiten die toegang hebben tot het ubo-register, dat in het verslag is opgenomen:

Wwft-toezichthouders
De Nederlandsche Bank
Autoriteit Financiële Markten
Bureau Financieel Toezicht
Bureau Toezicht Wwft
Kansspelautoriteit
Dekens van de Orde van Advocaten

Financiële Inlichtingen Eenheid (FIU)

Belastingdienst

Opsporingsinstanties
Douane
Dienst Justis
Bureau Bibob
Nationale Politie
Openbaar Ministerie
Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst
Militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst
Koninklijke Marechaussee
Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst

Inspecties
Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW-DO)
Inlichtingen- en opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA-IOD)
Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT/IOD)
de Rijksrecherche

Bureau Economische Handhaving

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Kabinetsplannen met het ubo-register

In een reactie op een nota uit de Tweede Kamer over Nederland als belastingparadijs, geeft het ministerie van Financiën aan welke plannen er zijn met het ubo-register.

Zorgelijk is het gedoe rondom ‘hoger leidinggevend personeel’ (de statutair bestuurders) dat nu al tot pseudo-ubo kan worden gebombardeerd zonder dat er een onderbouwing van de noodzaak is, nu deze mensen al in het handelsregister zijn geregistreerd.

De tekst uit de reactie over het ubo-register:

3.11 Transparantie en aanscherping UBO-registers

De initiatiefnemers willen de regering verzoeken om zich ervoor in te zetten dat de transparantie van het UBO-register geborgd blijft, de zoekmogelijkheden verbeterd worden en dat de reikwijdte aangescherpt wordt. Bovendien roepen zij op tot het introduceren van een centraal aandeelhoudersregister (CAHR).

Ten aanzien van het UBO-register geven de initiatiefnemers aan dat het wenselijk is dat deze toegankelijk blijft voor bepaalde groepen, zoals onderzoeksjournalisten en non-gouvernementele organisaties (NGO’s). Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 20 januari 2023 kunnen in het licht van de uitspraak van het Hof van Justitie van 22 november 2022 [58] de volgende categorieën gebruikers worden onderscheiden die toegang dienen te hebben tot het UBO-register: i) bevoegde autoriteiten en Financial Intelligence Units (FIU’s); ii) meldingsplichtige instellingen in het kader van het cliëntenonderzoek; iii) personen en organisaties met een legitiem belang. In de uitspraak van het Hof worden onder deze laatste categorie ook onderzoeksjournalisten en NGO’s geschaard voor zover deze zich bezighouden met het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme. In dat kader is het kabinet ook voornemens erin te voorzien dat de toegang voor deze typen gebruikers te herstellen. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat de implementatie van de uitspraak van het Hof materiele technische en operationele wijzigingen vereist aan het UBO-register. Dat kost tijd. Met name bij gebruikers die toegang dienen te krijgen op de grond ‘legitiem belang’ vereist dit nader onderzoek en uitwerking hoe dit vorm kan krijgen. Te meer omdat deze groep niet wettelijk afgebakend is.

Voor wat betreft het verbeteren van de zoekmogelijkheden verwijzen wij naar de Kamerbrief van 8 februari 2023 en de beschrijving daarin van de stand van zaken op aanbeveling 8 van de Commissie doorstroomvennootschappen. [59] Kort samengevat geldt dat op dit moment primair wordt ingezet op het herstel van toegang tot het UBO-register in het licht van de Hof-uitspraak. Inmiddels is de toegang voor bevoegde autoriteiten reeds hersteld. Deze uitspraak zal echter ook een wetswijziging vereisen. De bredere evaluatie van de privacy-impact van het UBO-register naar aanleiding van de motie Ronnes en Bruins [60] zal in dit wetstraject worden betrokken, waaronder eventuele uitbreiding van de zoekmogelijkheden.

Voorts geven de initiatiefnemers aan dat de verplichtingen wie in aanmerking komt als UBO uitgebreid dienen te worden tot het hoger leidinggevend personeel. Van belang is dat juridische entiteiten reeds nu verplicht zijn om de UBO’s te registreren in het UBO-register, en indien zij geen UBO’s hebben op grond van eigendom of zeggenschap, over te gaan tot registratie van de leden van het hoger leidinggevend personeel. Daarbij geldt dat leden van het hoger leidinggevend personeel die op grond van eigendom of zeggenschap UBO zijn denk hierbij aan een directeur die 100% van de aandelen in een bv houdt – ook als zodanig dienen worden geregistreerd. Dit is ook onderdeel van het in 2021 gepubliceerde anti-witwaspakket van de Europese Commissie en de op 7 december 2022 vastgestelde ‘algemene oriëntatie’ van de Europese Raad waarin de onderhandelingsinzet voor de onderhandeling met het Europees Parlement is vastgelegd. Onderdeel hiervan is ook dat juridische entiteiten en meldingsplichtige instellingen (zoals banken, advocaten en notarissen) – indien zij geen UBO kunnen vaststellen – risicogebaseerd moeten onderbouwen waarom dit het geval is, en welke stappen hiertoe zijn gezet.

Het kabinet heeft eerder aanvaarding van het initiatiefwetsvoorstel voor een centraal aandeelhoudersregister ontraden en geadviseerd de behandeling aan te houden. [61] Daarbij heeft het kabinet aangegeven dat het niet het juiste moment is om een centraal aandeelhoudersregister in te stellen of besluiten te nemen die daarop vooruitlopen. De overwegingen die daaraan ten grondslag lagen gelden onverkort. Zo moet nog steeds meer kennis en ervaring worden opgedaan bij het gebruik van het UBO-register. Daarnaast moet meer duidelijkheid worden verkregen over de beoogde vormgeving en gebruiksmogelijkheden, waarop nieuwe ontwikkelingen van invloed kunnen zijn. Pas dan is ook zicht op de financiële gevolgen. Tot slot heeft het kabinet aangegeven dat het, in tegenstelling tot de keuze in het initiatiefwetsvoorstel, om verschillende redenen wenselijk is om een centraal aandeelhoudersregister onder beheer te brengen van de Kamer van Koophandel (KvK) in plaats van bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB).


58 Gevoegde zaken C-37/20 Luxembourg Business Registers en C-601/20 Sovim. HvJ EU 22 november 2022, ECLI:EU:C:2022:912.
59 Kamerstukken II 2022/23, 25087, nr. 305.
60 Kamerstukken II 2019/20, 35179, nr. 12.
61 Kamerstukken II 2018/19, 34661, nr. 13.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Overheidsregister van aandeelhouders, Ubo-register | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Transactiemonitoring via het SWIFT-berichtensysteem | rapport van Tax Justice Network – AML, CFT, transactiemonitoring

Gisteren schreef ik over het rapport van Tax Justice Network (TJN) met de titel ‘Comparative report on SWIFT data in the EU27‘, waarin wordt aanbevolen van het internationale SWIFT-berichtensysteem een transactiemonitoringsysteem te maken, al heeft men geen idee of het wel zinvol is [1]. Het rapport werd door de EU gefinancierd.

NB Europese regelgeving schrijft al voor dat bepaalde gegevens bij iedere transactie worden gevoegd en is er een wijzigingsvoorstel aanhangig [2].

In het rapport van TJN staan veronderstellingen over feiten en omstandigheden die volgens TJN verdacht zijn, respectievelijk relevant zijn voor misdaadbestrijding, die ik hierna zal bespreken.

 

Verwerking persoonsgegevens

Verwerkingsdoel persoonsgegevens
Opvallend is dat TJN noemt dat het opnemen in de SWIFT-berichten van de persoonsgegevens van rekeninghouders en ‘uiteindelijk belanghebbenden’ (ubo’s) nodig zou zijn voor het detecteren van de kleine groep personen die op Europese sanctielijsten staan, terwijl die taak ook al bij betaaldienstverleners is belegd.
Doel van de verwerking is verder na te gaan of de persoon anderszins verdacht is, te weten als de betrokkene genoemd wordt als betrokken bij witwassen of financiële misdaad in een strafonderzoek of rechtszaak, of in een bericht van de media. Van ‘betrokkenheid’ is zeer snel sprake (zonder dat de persoon het hoeft te weten). Ook die taak ligt op grond van witwasbestrijdingsregels al bij financiële instellingen.
TJN wil de gegevens van ubo’s gebruiken om het betalingsverkeer van alle entiteiten waarbij ubo’s zijn betrokken te analyseren. Een zeer klein deel van de ubo’s is crimineel, zodat de analyse grotendeels zal gaan over gewone burgers en de entiteiten waarbij ze (soms voor een beperkt economisch belang) betrokken zijn. Met andere woorden: dit is een financieel sleepnet over ubo’s en de entiteiten waarbij ze betrokken zijn, om een kleine groep criminelen te pakken. Het is onbegrijpelijk dat dit nodig is.

Persoonsgegevens betaler en ontvanger
TJN vindt dat bij iedere betalingstransactie de geboortedatum en geboorteplaats van zowel betaler als ontvanger moeten worden gevoegd, wat grote cybersecurityrisico’s voor betrokkenen kan opleveren. Immers, financiële instellingen zijn een belangrijk doelwit van criminelen die bij die instelling persoonsgegevens kunnen oogsten en het oogsten van persoonsgegevens door geheime diensten is evenmin zonder risico.

In de Europese verordening staat overigens als hoofdregel dat er diverse persoonsgegevens moeten worden vermeld, soms ook geboortedatum en -plaats [3].

Persoonsgegevens uiteindelijk belanghebbende
TJN meent dat de personalia van de ‘uiteindelijk belanghebbende’ (ubo) relevant zijn voor iedere betalingstransactie van een entiteit. Opvallend is dat entiteiten met tien of meer ubo’s per definitie crimineel zijn (pagina 39), geen idee waar dat op gebaseerd is nu er de nodige entiteiten zijn met veel ubo’s (zoals trusts en fondsen voor gemene rekening).
Dat de ubo relevant is voor alle transacties is een merkwaardige veronderstelling nu het begrip ‘ubo’ zeer ruim is gedefinieerd en niet alleen mensen met een economisch belang omvat. In 2019 schreef ik twee artikelen (deel 1, deel 2) over de veel te ruime definitie van dat begrip, met onder meer statutair bestuurders die tot ubo worden gebombardeerd als er geen economische ubo is.
Voor de grondrechten van de ubo heeft TJN geen enkele interesse, terwijl het excessief verspreiden van persoonsgegevens enorme risico’s met zich mee brengt. In het rapport is geen onderbouwing te vinden waarom bij betalingen van entiteiten altijd de gegevens van de ubo’s moeten worden mee gestuurd.

Aandachtspunt: datalekken hoeven door financiële instellingen niet gemeld te worden aan betrokkenen
Aandachtspunt in dit verband is dat financiële instellingen geen datalekken aan hun klanten hoeven te melden. Zo werd vorig jaar een flink datalek bij ING Bank bekend (blog) waarover de betrokkenen niet zijn geïnformeerd.
Het is de vraag of het wel wenselijk is als andere persoonsgegevens van natuurlijke personen bij een transactie moeten worden vermeld dan naam en rekeningnummer. Voor geboortedatum en -plaats en adres geldt al dat het niet verstandig is als die gegevens in handen van criminelen of andere figuren of organisaties met slechte bedoelingen komen.

 

Verdachte omstandigheden

De rapporteurs denken dat het mogelijk is om alle financiële transacties in de hele wereld te voorzien van een risicoscore op basis van de transactiegegevens die in het SWIFT-berichtensysteem zijn opgenomen. Deze door TJN ontworpen risicoscore zou geschikt zijn voor het selecteren van transacties die nader onderzocht moeten worden en zou zorgen voor een beter beeld van de onderliggende risico’s verbonden aan transacties en belanghebbenden (pagina 34 onderaan). Men hoopt predictive policing mogelijk te maken [4].

Voorgesteld wordt dat een nationale entiteit alle financiële transacties zal gaan analyseren (machinevertaling van een passage op pagina 40):

Centraliseren van gegevens over alle transacties in een rechtsgebied via een binnenlandse instelling. Op dit moment worden de gegevens over het financiële SWIFT-berichtenverkeer van alle banken van een land door geen enkele toezichthoudende instelling gecentraliseerd of verzameld. Gezien de dreiging die uitgaat van ernstige financiële criminaliteit, waaronder georganiseerde misdaad, grootschalige corruptie en witwasnetwerken, en de centrale rol die analyses op transactieniveau spelen bij het opsporen van deze misdrijven, moet een nationale instantie, zoals een FIU of een centrale bank, toegang krijgen tot alle transactieberichten voor het voorkomen en onderzoeken van specifieke ernstige misdrijven, teneinde geavanceerde analyses en risicoalertering mogelijk te maken.

Als er volgens de systemen van TJN een verdenking (‘rode vlag’) is, betekent dit overlast voor de  betrokkenen bij de transactie: de transactie kan worden geblokkeerd en betrokkenen kunnen vragen krijgen, bewijs van onschuld moeten leveren en kosten moeten maken.

Geheimhouding is verdacht
TJN laat in het rapport blijken geheimhouding per definitie verdacht te vinden, terwijl er legitieme gegevensbeschermings- en cybersecurity-redenen kunnen zijn om niet alle persoonsgegevens of andere vertrouwelijke gegevens bij iedereen over de schutting te gooien. Zo wordt op pagina 34 gesproken over “Ranking the riskiest transactions and stakeholders by weighted secrecy risk“. Voor TJN is ‘geheimhouding’ een vies woord.

Genoemd worden in de media als ‘betrokken’ bij misdaad
Hoewel de media niet gecontroleerd worden op integriteit en juistheid van hun berichtgeving, wordt er door TJN veel waarde gehecht aan de media-berichtgeving en is een negatief bericht in de media een ‘rode vlag’, een reden voor nader onderzoek naar de transactie, met de nodige overlast voor de rekeninghouder tot gevolg (die vaak bewijs van onschuld moet leveren).

Verdachte financiële instellingen
Onderdeel van de SWIFT-berichten zal volgens TJN moeten zijn welke financiële instellingen bij iedere transactie betrokken zijn, om te kunnen nagaan of sprake is van verdachte instellingen. Van zo’n verdenking is sprake als de instelling op een sanctielijst staat, genoemd wordt in een strafonderzoek of rechtszaak of in een bericht van de media wordt genoemd als betrokken bij witwassen of financiële misdaad. Van ‘betrokkenheid’ kan zeer snel sprake zijn, wat betekent dat instellingen al snel verdacht zijn. Verder is een instelling verdacht als men is gevestigd in een een land op de zwarte lijst van witwaszondaren of in een land met bankgeheim [5].
Welke financiële instellingen op deze manier verdacht zijn, wordt niet bekend gemaakt, zodat rekeninghouders hier niet van weten en niet in de gelegenheid zijn maatregelen te nemen (zoals het sluiten van de rekening en het openen van een rekening elders).

Afwijkende transactiepatronen (pagina 35)
Incidentele grote transacties en transacties met een hoge frequentie en een lage of verdachte waarde (bijvoorbeeld rond de meldingsdrempels) zijn volgens TJN per definitie verdacht. Iedere grote transactie die plaats vindt kort na het openen van een rekening wijst op criminaliteit. Het SWIFT-berichtensysteem biedt de mogelijkheid om alle transacties van alle rekeninghouders permanent te analyseren.
Als je eigen transactiepatroon lijkt op dat wat de overheid in het verleden is tegen gekomen bij criminelen, heb je vette pech.

Verdachte landen van betaler en begunstigde
Ook de betaler en begunstigde kunnen wonen of gevestigd zijn in een verdacht land, door mij ook ‘schurkenstaat’ genoemd. TJN spreekt in dat verband over landen met een hoog niveau van financiële geheimhouding, wat aangeeft dat geheimhouding en voorzichtigheid van hen niet meer is toegestaan, een vreemde opvatting. Mij lijkt relevanter of een land een volwassen rechtssysteem heeft waarin criminelen niet worden gefaciliteerd en waarin de overheid als er aanleiding voor is de gegevens inzake de betrokkenen bij entiteiten kan verkrijgen.
Onder het kopje ‘The country of the ordering and beneficiary customer‘ maakt TJN ook melding van specifieke rechtsvormen en situaties, genoemd worden “account holding legal structures like shell companies, trustees or foundations“, transparantie van bedrijfseigendom en verder vastgoed en vrijhavens (freeports). Bij al deze fenomenen en begrippen is de vraag wat er precies bedoeld wordt en of de hele categorie verdacht is. Voorbeeld: mij lijkt dat de aanwezigheid van stichtingen als rechtsvorm in een land niet betekent dat het land als zodanig verdacht is. Hier worden landenkwalificaties door elkaar gehusseld met iets anders.

Ongezonde gevolgen van het op zwarte lijsten plaatsen
Het aanwijzen van schurkenstaten is een hoogst merkwaardig fenomeen in de misdaadbestrijding, die er toe leidt dat niet meer wordt gekeken naar de betaler en begunstigde maar naar een omstandigheid waar zij geen invloed op hebben (het etiket dat de misdaadbestrijders geven aan het land waarin zij gevestigd zijn dan wel waarin betrokken financiële instellingen gevestigd zijn). Het leidt ook tot criminalisering van landen en verslechtering van het banksysteem in dergelijke landen. Het effect is precies tegenovergesteld aan wat beoogd is.

Rekening in een ander land dan de vestigings- of woonstaat van de rekeninghouder
TJN veronderstelt dat iedereen die een rekening heeft in een ander land dan de woon- of vestigingsstaat verdacht is. Dit fenomeen kwam ik ook al tegen bij de Duitse vastgoedmeldplicht (blog).

Alle transacties van entiteiten met dezelfde ubo’s zijn verdacht
TJN acht het nodig dat alle transacties door entiteiten met dezelfde ubo’s worden geanalyseerd om op die manier criminelen op te sporen (pagina 35).

 

Tot slot

Het rapport van TJN maakt duidelijk dat Europa afstevent op financiële surveillance. Hopelijk zijn de gegevensbeschermingstoezichthouders en burgerrechtenorganisaties op hun hoede. In ieder geval is Fair Trials bezig met een campagne om predictive policing te verbannen [6].

 

Noten

[1] In het rapport wordt erkend dat men het niet weet, zie bijvoorbeeld pagina 21 van het rapport, waar men schrijft “The answers indicate that there is still limited to no experience in using bulk transaction data to conduct preventive and reactive money laundering investigations.“.

[2] Het betreft de ‘travel rule’ die Europa in 2015 heeft vastgelegd in verordening (EU) 2015/847, ook wel de EU Wire Transfer Regulation (WTR) genoemd. Sinds juli 2021 is een wijziging van de WTR in behandeling bij de Europese instanties, waarbij ook crypto transacties onder de reikwijdte worden gebracht, zie het concept van de Europese Commissie COM/2021/422 voor de ‘Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende bij geldovermakingen van geld en van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1781/2006 (herschikking)‘. Inmiddels is er een compromisversie van oktober 2022, die deze maand in het Europese parlement is/wordt behandeld. In dit artikel laat ik de gevolgen voor crypto transacties buiten beschouwing.

[3] Volgens het voorstel COM/2021/422 dat in noot [1] wordt genoemd gaat het om de volgende gegevens die de betalingsdienstaanbieder van de betaler toevoegt (artikel 4 leden 1 en 2 voorstel oktober 2022):

a) de naam van de betaler,
b) het betaalrekeningnummer van de begunstigde, en
c) het adres van de betaler, het nummer van zijn officieel persoonlijk document, zijn cliëntenidentificatienummer of plaats en datum van zijn geboorte
d) op voorwaarde dat het benodigde veld bestaat in het formaat voor betalingsberichten, en in de gevallen waarin de betaler deze informatie aan zijn betalingsdienstaanbieder verstrekt, de huidige LEI van de betaler. (…)

a) de naam van de begunstigde, en
b) het betaalrekeningnummer van de begunstigde;
c) op voorwaarde dat het benodigde veld bestaat in het formaat voor betalingsberichten, en in de gevallen waarin de betaler deze informatie aan zijn betalingsdienstaanbieder verstrekt, de huidige LEI van de begunstige.

Binnen de EU mag dit bij betalingen tot 1000 euro worden beperkt tot de namen van betaler en begunstigde en de nummers van hun betaalrekeningen (artikel 5 voorstel oktober 2022). Ook de tussenschakels in het betalingsverkeer (de zgn. ‘intermediaire betalingsdienstaanbieders’, gedefinieerd als “een betalingsdienstaanbieder die niet de betalingsdienstaanbieder van de betaler of van de begunstigde is en die een geldovermaking ontvangt en overmaakt namens de betalingsdienstaanbieder van de betaler of van de begunstigde of namens een andere intermediaire betalingsdienstaanbieder“) heeft verplichtingen, zie artikel 10 en verder van het voorstel van oktober 2022. Dat betekent dat een grote groep betalingsdienstverleners persoonsgegevens opslaat. Uiteraard rusten op de dienstverleners allerlei zorgplichten, ook op het gebied van gegevensbescherming. Maar papier is geduldig als men schrijft in overweging (17):

De aanbieders van cryptoactivadiensten van de initiator en van de begunstigde, de betalingsdienstaanbieders van de betaler en van de begunstigde en de intermediaire betalingsdienstaanbieders moeten daarnaast beschikken over passende technische en organisatorische maatregelen voor de bescherming van persoonsgegevens tegen incidenteel verlies, wijziging, ongeoorloofde verspreiding of toegang.

[4] Over predictive policing schrijft TJN (pagina 10):

The million-dollar question would be how to use financial data not just to trace the money of suspected or accused persons, but to identify red flags regarding unusual transactions before a suspicion about any natural person had even arisen and no natural person was targeted.

Intussen is er internationaal kritiek op de gedachte dat je met IT-systemen criminaliteit kunt voorspellen en opsporen. Zie noot [6].

[5] TJN spreekt op pagina 24 over ‘banking secrecy’, terwijl  het bankgeheim een gezond beginsel is ter bescherming van de rekeninghouder.

[6] Fair Trials riep deze maand op ‘Tell your MEP: Ban predictive policing in the AI Act‘, bekijk deze pagina. Scroll op deze pagina naar beneden naar:

en vul je land in. Je krijgt dan een lijst van europarlementariërs en een concepttekst om aan hen te schrijven.
Op 1 maart 2022 schreef Fair Trials AI Act: EU must ban predictive AI systems in policing and criminal justice. In september 2021 publiceerden zij het rapport ‘Automating Injustice’.

 


Aanvulling 21 juni 2023
Zie over SWIFT dit artikel, waarin wordt gemeld dat er een nieuwe ISO-standaard voor financiële messaging is, ISO 20022, die in de plaats komt voor de huidige norm, ISO 15022. Ook hier wordt gesproken over de data analyse mogelijkheden die het SWIFT-messaging systeem biedt:

Using the network approach, AI and machine learning could be applied to identify suspicious activity. (…)
ISO 20022 could enhance capabilities
BIS highlighted that global adoption of the ISO 20022 financial messaging standard could be opportune for deploying such systems. (…)
ISO 20022 allows for a much higher level of transaction data than the previous standard (ISO 15022). More data could drive financial institutions’ ability to target issues and create new products based on data analysis.

al wordt geconstateerd: “Privacy caught in the crossfire“.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Tax Justice Network stelt voor gegevens van uiteindelijk belanghebbenden en andere persoonsgegevens mee te sturen met iedere betalingstransactie | SWIFT-messaging, AML, CFT, witwasbestrijding

In het internationale betalingsverkeer wordt een belangrijke rol gespeeld door SWIFT, de Society of Worldwide Interbank Financial Telecommunications [1]. SWIFT verzorgt onder meer een berichtensysteem tussen banken en kwam tien jaar geleden in het nieuws toen bleek dat de Amerikaanse geheime dienst onbelemmerde toegang heeft tot betalingsgegevens van Europeanen [2]. Hoewel het Europees parlement zich er tegen keerde [3] lijkt de VS nog steeds toegang te hebben tot het SWIFT-berichtenverkeer [4].

Tax Justice Network stelt wereldwijde financiële surveillance voor
Tax Justice Network (TJN) is een lobby organisatie op het gebied van belastingheffing. Deze organisatie heeft geen belangstelling voor de schade die internationale samenwerking op het gebied van belastingheffing nu al oplevert voor burgers. Zo heeft de organisatie nog nooit interesse getoond voor de slachtoffers van de Amerikaanse FATCA wet (lees mijn FATCA-inleiding).

TJN maakte eind maart bekend dat zij een wereldwijde financiële surveillance via een aangepaste versie van het SWIFT-berichtensysteem voorstaan:

SWIFT data can be useful in financial investigations and supervision in two ways. First, law enforcement agencies could access batches of SWIFT transactions for specific cases they are investigating, to trace specific transactions. Second, broad access to SWIFT data could enable advanced analytics to identify suspicious transaction patterns, develop risk algorithms, and guide policy analyses. This could be done through financial intelligence units or anti-money laundering supervisory bodies in the financial sector. 

Volgens TJN is gewenst dat bij iedere transactie verplichte gegevens wordt meegestuurd inzake de betaler en de ontvanger van de betaling:

  • natuurlijke personen: naam, geboortedatum, geboorteplaats en adres;
  • rechtspersonen en overige entiteiten: naam, identificatienummer juridische identiteit, personalia uiteindelijk belanghebbenden;

en voorts gegevens inzake de bij de betrokken financiële instellingen. Over dit onderwerp is door vier auteurs van TJN met subsidie van de EU [6] een rapport geschreven [7] waarin aanbevelingen aan de EU worden gedaan.

Het artikel en rapport laten zien dat TJN een ongegrond geloof heeft in technische middelen om misdaad te detecteren en bestrijden en de ogen sluit voor de risico’s die aan het excessieve dataverkeer verbonden zijn.

 

Noten

[1] Lees de inleiding op de Engelstalige wikipedia.
[2] Onder meer te vinden via de wikipedia inleiding. Der Spiegel schreef op 15 september 2013: NSA Spies on International Payments; Reuters: Hackers release files indicating NSA monitored global bank transfers; Engadget: Shadow Brokers release also suggests NSA spied on bank transactions, 14 april 2017.
[3] Op 11 februari 2010 verscheen een artikel op de site van Bits of Freedom over het SWIFT-akkoord dat door het Europees parlement werd verworpen: Europees Parlement schrijft geschiedenis na torpederen Swift, Axel Arnbak, 11 februari 2010. Aanvang van het artikel: “Met een overweldigende meerderheid heeft het Europees Parlement het SWIFT-akkoord verworpen. Dit akkoord zou de financiële gegevens van alle Europese burgers doorsluizen naar de Verenigde Staten.“.
[4] Zie het bericht van Tax Justice Network onder [5], waarin staat: “The interest in accessing SWIFT data for detecting and combatting risks of illicit financial flows is not new. The Financial Action Task Force has sought access to SWIFT data since the 1990s, but SWIFT resisted. Despite this, authorities around the world have gained some access to SWIFT data. The US used SWIFT data in its Terrorist Finance Tracking Program to map out terrorist networks, and the US, EU, and UK expelled some Russian banks from the SWIFT network in 2022 to enforce economic sanctions against Russia. Researchers have also used SWIFT data to estimate capital fleeing Ecuador, and to study the impact of anti-money laundering regulation on payment flows“.
[5] Zie het bericht van Tax Justice Network, SWIFT: The next frontier in countering dirty money, 28 maart 2023.
[6] Het rapport is gemaakt in het kader van het Europese TRACE project, meer informatie op de site van TRACE. Doel van het project is om artificial intelligence oplossingen te ontwikkelen waarmee illegale geldstromen kunnen worden verstoord. Met de TRACE-oplossingen kunnen overheden witwassen en terrorismefinanciering bestrijden en gegevens efficiënter uitwisselen.
[7] Rapport: Comparative Report on SWIFT Data in the EU27, geschreven door Markus Meinzer, Moran Harari, Florencia Lorenzo en Andres Knobel (allen van Tax Justice Network), gepubliceerd op 6 maart 2023 op SSRN.

Geplaatst in Belastingrecht, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Fair Trials | “Vertel uw europarlementariër: verbied ‘predictive policing’ in de AI Act”

Fair Trials roept deze maand op ‘vertel uw europarlementariër: verbied ‘predictive policing’ in de AI Act’ [*], bekijk deze pagina (de Nederlandstalige versie lijkt het niet te doen). Als je een bericht aan Nederlandse europarlementariërs wil sturen, scroll dan op deze pagina naar beneden naar:

 

en vul Nederland in. Je krijgt dan een lijst van Nederlandse europarlementariërs en een concepttekst om aan hen te schrijven.

Achtergrond:
op 1 maart 2022 schreef Fair Trials AI Act: EU must ban predictive AI systems in policing and criminal justice. In september 2021 publiceerden zij het rapport ‘Automating Injustice’.

 

[*] Mijn vertaling van ‘Tell your MEP: Ban predictive policing in the AI Act‘.

Geplaatst in Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Openbare registers uit de vorige eeuw kunnen niet ongewijzigd verder | waarschuwing Autoriteit Persoonsgegevens over kadaster, handelsregister e.d.

Op 28 maart jl. stuurde de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een brief aan de staatssecretaris van digitalisering, mevrouw Van Huffelen. Daarin waarschuwt de Autoriteit Persoonsgegevens dat de Nederlandse openbare registers, die dateren uit de vorige eeuw of eerder, niet meer ongewijzigd kunnen worden gehandhaafd in de huidige digitale tijd.

Toegang op basis van belang
De AP laat weten dat openbaarheid van de registers niet betekent dat iedereen toegang kan verkrijgen. Toegang is alleen toegestaan als degene die toegang vraagt daarbij een specifiek belang heeft. Verder dient de toegang te worden gelogd om vast te leggen aan wie inzage is gegeven en/of aan wie gegevens zijn verstrekt. Alleen zo kan misbruik worden voorkomen en kan er handhavend worden opgetreden:

Inventarisatie gewenst
Voorts refereert de AP aan de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU van 22 november 2022 over het ubo-register. Naar aanleiding daarvan merkt de AP op dat het onnodig digitaal verspreiden van persoonsgegevens kan leiden tot schade voor betrokkenen, zoals fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie. Dat betekent dat ten aanzien van alle openbare registers moet worden bezien of de huidige regelgeving nog wel passend is:

De AP verzoekt om een inventarisatie en toetsing of de openbare registers voldoen aan de eisen van de Europese regelgeving en het overige relevante recht en verwacht de inventarisatie uiterlijk op 31 mei a.s. Verder laat de AP weten dat indien nodig de Autoriteit kan overgaan tot het instellen van een nader onderzoek dat leiden tot handhaving als zou blijken dat de Nederlandse praktijk niet voldoet aan de normen die volgen uit het recht op gegevensbescherming.

De staatssecretaris van digitalisering zal aan het werk moeten.

 


Aanvulling 21 april 2023
Een aanverwant onderwerp is het advies van de AP over het bestuursverbod. De AP is daartegen omdat na openbaarmaking de gegevens nooit meer verdwijnen, waardoor het een disproportionele straf is voor betrokkenen, zie ook het blog.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Overheidsregister van aandeelhouders, Ubo-register | Tags: , , , , , , | 1 reactie