Uitkeringenregister voor de rechtspersoon met uitkeringsverbod | stichting

Vandaag leverde ik bij WPNR een conceptartikel in over het uitkeringenregister voor de rechtspersoon met uitkeringsverbod, te weten de stichting. Toen ik het voorstel deed voor het onderwerp, verkeerde ik in de veronderstelling dat het wetsvoorstel waar het voorstel voor het uitkeringenregister deel van uitmaakt, al door Tweede en Eerste Kamer zou zijn aangenomen.

Dat blijkt niet het geval te zijn, het Wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten staat volgende week op de agenda van de Tweede Kamer. Om die reden publiceer ik alvast de tekst van het conceptartikel, dat als pdf-bestand gedownload kan worden. De html-versie volgt hier onder. 


Uitkeringenregister voor de rechtspersoon met uitkeringsverbod

Wetsvoorstel inzake het uitkeringenregister van de stichting

 

In het op 4 april 2019 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel inzake het ubo-register [1] (‘de Implementatiewet’) wordt een opmerkelijke wijziging van het stichtingenrecht voorgesteld. Voorgesteld wordt dat stichtingen een ‘uitkeringenregister’ moeten aanhouden. Eerder werd over de Implementatiewet een internetconsultatie [2] gehouden. In het consultatievoorstel kwam het betreffende artikel, een nieuw artikel 290 boek 2 Burgerlijk Wetboek, nog niet voor.

In dit artikel bespreek ik de achtergrond van dit wetsvoorstel, mede in het licht van het voor stichtingen geldenden uitkeringsverbod [3], constateer ik dat het voorstel op gespannen voet staat met het Nederlandse stichtingenrecht en doe ik de aanbeveling het artikel uit het wetsvoorstel te verwijderen.

Fiscale achtergrond

Uit de memorie van toelichting bij de Implementatiewet blijkt dat met de voorgestelde bepaling uitvoering wordt gegeven aan aanbevelingen door het OESO Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes (Global Forum). Het Global Forum heeft in 2011 een peer review van Nederland uitgevoerd, dat betrekking heeft op fiscale transparantie [4]. Volgens het Global Forum zou er onvoldoende informatie beschikbaar zijn over de uitkeringen die stichtingen aan begunstigden zouden doen. Uit het rapport kan worden afgeleid dat de rapporteurs onvoldoende op de hoogte zijn van het rechtskarakter van de Nederlandse stichting, zoals ik hierna zal toelichten.

Het uitkeringsverbod voor stichtingen

In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel wordt de indruk gewekt dat alle stichtingen uitkeringen doen aan begunstigden. Dat is een te beperkte invalshoek, nu de stichting een specifieke regeling in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW2’) kent. De stichting is een rechtspersoon die geen leden kent en beoogt met behulp van een daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken [5].

De mogelijkheden voor stichtingen om uitkeringen te doen zijn wettelijk beperkt. Het doel van de stichting mag niet inhouden het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen [6]. Het uitkeringsverbod geldt eveneens voor uitkeringen aan anderen, tenzij de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben [7]. Het begrip uitkering omvat zowel uitkeringen in geld als uitkeringen in natura. Op het gebied van uitkeringen verkeert de stichting in een geheel andere positie dan kapitaalvennootschappen. Een stichting mag commerciële activiteiten hebben en zal dan fiscaal als ondernemer worden behandeld, maar het mag geen verkapte kapitaalvennootschap zijn [8].

Vanwege het uitkeringsverbod zijn er slechts specifieke groepen stichtingen die zich bezig houden met het doen van uitkeringen in geld. Een belangrijkse categorie is die van de pensioenfondsen, die op grond van de Pensioenwet verplicht de rechtsvorm stichting hebben [9]. Voorts valt te denken aan stichtingen die beurzen verschaffen aan studenten en aan goededoelenstichtingen [10]. Veel stichtingen doen geen uitkeringen in geld. Vanwege het onderhavige voorstel zal de vraag gaan rijzen of en wanneer er uitkeringen in natura worden gedaan. Zo kan men zich de vraag stellen of een stichting die scholen exploiteert uitkeringen in natura doet aan de leerliingen. Bij een stichting die een ziekenhuis exploiteert rijst de vraag of van uitkeringen in natura aan de patiënten sprake is. Doet een stichting die culturele subsidie ontvangt en culturele evenementen organiseert tegen een lagere prijs dan de werkelijke kosten, uitkeringen aan de bezoekers van het evenement? Uit de memorie van toelichting op het voorgestelde artikel 290 BW2 blijkt niet dat reflectie op dit onderwerp heeft plaats gevonden.

De stichting wordt voor vele doelen gebruikt. Zo zijjn er de nodige overheidsstichtingen waarin overheidsactiviteiten zijn verzelfstandigd of publieke taken worden uitgevoerd [11], ook daar zal moeten worden beoordeeld wie de begunstigden zijn. Zo kent Nederland de Stichting Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) in Utrecht. Deze stichting heeft onder meer tot doel criminaliteitspreventie te bevorderen, te streven naar systematische, doelgerichte en planmatige benaderingen van veiligheidsproblemen en het veiligheidsbesef te verhogen. CCV zal moeten nagaan of zij uitkeringen doen, waarschijnlijk is van uitkeringen in geld geen sprake, maar worden er uitkeringen in natura gedaan? Dit lijkt een weinig zinvolle exercitie, die fiscaal al helemaal niet relevant is.

Een geval apart is de stichting administratiekantoor, die aandelen in een besloten of naamloze vennootschap ten titel van beheer houdt. Kenmerkend voor een dergelijke stichting is dat het een ‘doorgeefluik’ is. Deze stichting dient uitkeringen door de kapitaalvennootschap door te geven aan de certificaathouders. Juridisch is hier geen sprake van uitkeringen in de zin van artikel 285 lid 3 BW2, zodat het uitkeringsverbod hier niet wordt geschonden [12]. Dientengevolge zal het nieuwe artikel 290 niet op de stichting administratiekantoor van toepassing zijn.

Voorstel voor artikel 290

In het wetsvoorstel [13] is een nieuw artikel 290 van boek 2 Burgerlijk Wetboek (‘BW2’) opgenomen met de volgende tekst:

1. Het bestuur van de stichting houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle personen worden opgenomen aan wie een uitkering is gedaan die niet meer bedraagt dan 25 procent van het voor uitkering vatbare bedrag in een bepaald boekjaar, alsmede het bedrag van de uitkering en de datum waarop deze uitkering is gedaan.
2. Het register wordt regelmatig bijgehouden.

In lid 1 is sprake van namen en adressen van ‘personen’, waaruit kan worden afgeleid dat het gaat om zowel natuurlijke personen als rechtspersonen.

Het begrip ‘uitkering’ wordt in de memorie van toelichting niet nader toegelicht. Er zal van moeten worden uitgegaan dat dit hetzelfde betekent als in de twee artikelen in Boek 2 waarin dit begrip nu voorkomt, nl. in artikel 285 lid 3 inzake het uitkeringsverbod en in artikel 304, waarin een uitzondering op dat verbod is vermeld [14]. Uit de literatuur blijkt dat uitkeringen prestaties zijn waar geen of een ongelijkwaardige tegenprestaties tegenover staan. Uitkeringen in natura vallen daarom onder het uitkeringenbegrip van artikel 285 lid 3 BW2 [15]. Dat zal bij de praktische uitvoering van het nieuwe artikel de nodige complicaties kunnen gaan opleveren.

In het voorstel is een nieuw begrip opgenomen, nl. “het voor uitkering vatbare bedrag”. Het stichtingenrecht kent dat begrip op dit moment niet en de memorie van toelichting geeft hier ook geen toelichting op. De formulering heeft gelijkenis met een passage in artikel 105 BW2, waarin is vermeld dat de naamloze vennootschap aan aandeelhouders en andere “gerechtigden tot de voor uitkering vatbare winst” slechts uitkeringen kan doen voor zover het eigen vermogen een bepaalde omvang heeft [16]. Bij de stichting is geen sprake van gerechtigden tot het vermogen van de stichting, zodat dit begrip zinledig is.

In de memorie van toelichting bij het voorstel is geen aandacht besteed aan de vraag of het wel binnen het systeem van het stichtingenrecht past dat een uitkeringenregister wordt geïntroduceerd. Een analyse van de aanbevelingen van Global Forum ontbreekt. Verder is niet nagegaan welke fiscale belangen er zijn bij het administreren van uitkeringen en of een dergelijke registratie leidt tot hogere belastingopbrengsten. Tot slot is het de vraag waarom stichtingen in gereguleerde sectoren, zoals pensioenfondsen, onderwijs en zorg, niet zijn uitgezonderd van de registerverplichting.

Geconcludeerd kan worden dat de onderbouwing voor het voorgestelde artikel 290 BW2 ontbreekt.

Als de Tweede Kamer dit onderdeel van het wetsvoorstel ongewijzigd zou aannemen heeft dit grote praktische gevolgen. Allereerst zullen alle stichtingen moeten nagaan of zij uitkeringen in geld of in natura doen en zal een administratief systeem moeten worden opgezet. Vervolgens zullen de administratiekantoren en accountants die werkzaamheden in opdracht van stichtingen verlenen moeten nagaan of correct aan de verplichtingen inzake het uitkeringenregister is voldaan. Dat wordt helemaal prangend als de stichting verplicht is tot accountantscontrole, bijvoorbeeld op grond van subsidievoorwaarden. Een en ander heeft bureaucratische inspanningen tot gevolg, die gerechtvaardigd behoren te worden door meer belastingopbrengsten. Ik vraag me af of daarvan sprake zal zijn; de memorie van toelichting zegt er niets over.

Ondoordacht voorstel

Naar mijn mening is het voorstel voor artikel 290 BW2 ondoordacht en dienst het uit het voorstel voor de Implementatiewet te worden verwijderd. Het zou goed zijn als allereerst een grondige toetsing zou plaats vinden van de aanbevelingen van het Global Forum. Vervolgens kan worden bezien of voor bepaalde typen stichtingen een registratieplicht dient te worden geïntroduceerd, waarbij zorgvuldig moet worden nagegaan of er een fiscaal belang is. Als daar een wetsvoorstel zou uitrollen, is aan te bevelen een internetconsultatie te houden, zodat deskundigen, zoals de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van KNB en NOvA, zich over kunnen uitspreken.

Ellen Timmer

[Noten]

1 Wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten, kamerstukken 35 179, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/35179.
2 https://www.internetconsultatie.nl/implementatiewetregistratieuiteindelijkbelanghebbenden/details
3 B. Snijder-Kuipers besprak het voorgestelde artikel 290 al in het kort in het artikel (Nieuwe) verplichtingen voor stichtingen, WPNR december 2019.
4 Beschikbaar via deze link. Zie voorts het 2019 Peer Review Report.
5 Artikel 285 lid 1 BW2.
6 Artikel 285 lid 3 BW2. Een uitzondering voor onder andere pensioenuitkeringen is in artikel 304 lid 2 BW2 opgenomen.
7 Eveneens artikel 285 lid 3 BW2.
8 Aldus G.J.C. Rensen in Asser/Rensen 2-III 2017/323, aantekening b. Zie ook dezelfde auteur in Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 285 (Ondernemingsrecht), paragraaf C.5.
9 Artikel 1 Pensioenwet. Zie ook G.J.C. Rensen in Asser/Rensen 2-III 2017/305, aantekening b.
10 G.J.C. Rensen signaleert in Asser/Rensen 2-III 2017/305, aantekening d. dat de stichting op dit moment vanwege het uitkeringsverbod minder geschikt is voor familiestichtingen. Het uitkeringsverbod wordt door G.J.C. Rensen in algemene zin besproken in Asser/Rensen 2-III 2017/323.
11 G.J.C. Rensen bespreekt overheidsstichtingen en stichtingen in het financieel recht in Asser/Rensen 2-III 2017/307.
12 G.J.C. Rensen in Asser/Rensen 2-III 2017/308, aantekening c.
13 Artikel III van 35179, nr. 2, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35179-2.html.
14 Het verbod om uit te keren aan oprichters en aan hen die deel uitmaken van de organen van de stichting geldt niet voor uitkeringen die voortvloeien uit een recht op pensioen of uit een aanspraak krachtens een arbeidsovereenkomst waarin een beding als bedoeld in artikel 631, lid 3, onder c, van Boek 7 Burgerlijk Wetboek, is opgenomen.
15 Zie onder meer E. Schmieman in Tekst & Commentaar Ondernemingsrecht, commentaar op artikel 2:285 BW, paragraaf 4, G.J.C. Rensen in Asser/Rensen 2-III 2017/323 en C.A. Schwarz, ‘Het vermogen van de stichting en het uitkeringsverbod’, in: M.L. Lennarts, W.J.M. van Veen en D.F.M.M. Zaman, De Stichting, Kritische beschou-wingen over de wettelijke regeling voor een veelzijdige rechtsvorm (2011), p. 35-44.
16 Artikel 105 BW2: “De naamloze vennootschap kan aan de aandeelhouders en andere gerechtigden tot de voor uitkering vatbare winst slechts uitkeringen doen voor zover haar eigen vermogen groter is dan het bedrag van het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden.”

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Tags: , , | Plaats een reactie

The four EU commissioners responsible for AML | EPRS briefing

The briefing (pdf) of 22 November 2019 by EPRS on the proposed new European commissioners shows that four propesed commissioners will be responsible for AML:

  • One of the priorities of Valdis Dombrovskis will be strenghtening the anti-money laundering/counter-terrorism financing supervisory framework in the banking sector.
  • Margaritis Schinas is supposed to become responsible for internal security, including tackling money laundering and terrorist financing more efficiently, the briefing says.
  • Didier Reynders is the proposed Justice commissioner. In his domain new legislation was adopted in regard of serious cross-border crime, such as terrorism, money laundering, non-cash payment fraud and fraud against EU financial interests
  • On of the priorities and challenges of Ylva Johansson (Home Affairs) is to reinforce the authority of the European Public Prosecutor’s Office (EPPO) to allow investigation and prosecution of cross-border terrorism; and underlining the risks related to money laundering and terrorist financing

Regarding the latest developments in AML/CTF the briefing refers to this document of 12 April 2018 on the fifth anti-money laundering directive (pdf).

 

The European Parliamentary Research Service (EPRS) is the European Parliament Think Tank.

 


Addition 28 November 2019
The new commissioners have been appointed, read Meet the commissioners (Politico).

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Rabobank stelt buitenproportionele eisen aan cliënt | Wwft

Ondernemers ondervinden soms veel last van ondeskundige vragen en mededelingen van compliance-medewerkers van banken.
Banken moeten cliëntenonderzoek verrichten en permanent nagaan of hun klanten mogelijk criminele activiteiten hebben. Daartoe zijn banken verplicht op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Dat is op zich een goede zaak, maar hoort niet tot kostbare excessen te leiden zoals in de uitspraak die ik hierna bespreek.

Buitenproportionele eisen bank
De Rabobank ging veel te ver in de zaak die werd behandeld door de Rechtbank Amsterdam. Niet alleen accepteerde deze bank ten onrechte de antwoorden van de cliënt op de gestelde vragen niet. De Rabobank stelde buitenproportionele eisen aan de cliënt, die in paragraaf 2.7 van de uitspraak als volgt worden beschreven:

Bij brief van 15 november 2018 heeft Rabobank de volgende eisen gesteld voor een heroverweging van de opzegging:

“1. Door een in Nederland ingeschreven advocaat / Registeraccountant / notaris dienen de huidige afnemers/leveranciers/financiers (met een cumulatieve afnemer/lever/financieringswaarde van 15k euro per jaar) van de afgelopen 12 maanden te worden getoetst in een KYC-onderzoek conform de eisen van artikel 3 WWFT; waarbij het risico dat klant betrokken zou kunnen zijn bij (fiscale) fraude, witwassen en terrorismefinanciering redelijkerwijs, op basis van de beschikbare informatie, wordt uitgesloten. Deze rapportage zal ultimo 15 december 2018 aan de Rabobank worden aangeboden. Voor 1 december2018 dient de opdrachtbevestiging van de klant aan de bank te zijn overhandigd.

2. Voor nieuwe partijen (afnemers/leveranciers/financiers) geldt, alvorens cumulatieve transacties/omzet van 15k euro over de rekening mogen lopen, dat de Advocaat/accountant/notaris een KYC-onderzoek zal moeten afronden waarbij het risico dat klant via deze afnemers/leveranciers/financiers betrokken zou kunnen zijn bij (fiscale) fraude, witwassen en/of terrorismefinanciering redelijkerwijs wordt uitgesloten.

3. Bij elk KYC-onderzoek dient specifieke aandacht te worden besteed of de bij de afnemers/leverancier betrokken personen gerelateerd kunnen worden aan faillissementen en/of entiteiten die binnen 36 maanden na oprichting zijn geliquideerd/opgehouden zijn te bestaan.

4. Klant verbindt zich aan ons dat hij de output van de onderzoeken, halfjaarlijks ter beschikking zal stellen zodat de bank kennis heeft welke klanten zijn onderzocht zodat de bank kan checken of alle transacties die lopen via de bank een positieve KYC hebben.

5. Uit de geverifieerde verklaring moet verder blijken dat de zakelijke entiteiten hun administratieve Organisatie en activiteiten en betalingsverkeer zodanig hebben ingericht dat er geen enkel direct of indirect risico is voor de bank dat er enige betrokkenheid van deze entiteiten gesteld kan worden in het kader van (fiscale) fraude, witwassen en/of financiering terrorisme”.

Het komt er op neer dat de bank van zijn cliënt, hierna ‘X’, KYC-opinies eist met betrekking tot de afnemers, leveranciers en financiers van X. Die opinies moeten leiden tot de conclusie dat het risico van betrokkenheid van de afnemers c.s. van X bij criminaliteit “redelijkerwijs … wordt uitgesloten“. Ook de eisen van de bank aan de administratieve organisatie, de activiteiten en het betalingsverkeer van X zijn onmenselijk. Uit een ‘geverifieerde opinie’ moet blijken dat de inrichting zodanig is “dat er geen enkel direct of indirect risico is voor de bank dat er enige betrokkenheid van deze entiteiten gesteld kan worden in het kader van (fiscale) fraude, witwassen en/of financiering terrorisme“.

Bizar.

De Rechtbank maakt korte metten met de bank, door te overwegen (4.16) dat de hierboven beschreven eis van de bank niet op de Wwft is gebaseerd en buitenproportioneel is, zeker nu er geen concrete aanwijzingen zijn dat er met ook maar één leverancier, één afnemer of één transactie van X daadwerkelijk iets mis is.

Onmogelijke opinie
Overigens, maar dat zie ik in de uitspraak niet terug, denk ik dat geen advocaat, registeraccountant of notaris de in het citaat beschreven opinie kan afleggen inzake de afnemers, leveranciers en financiers van X; laat staan inzake X’s administratieve organisatie, activiteiten en betalingsverkeer.

Het is onbegrijpelijk dat de advocaat van de bank, M.H.W. Tilburgs van Rabobank Advocaten te Utrecht, de bank heeft geadviseerd door te zetten.

Aan Rabobank Advocaten te Utrecht zijn volgens informatie van de Orde van Advocaten momenteel 21 advocaten verbonden.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | 1 reactie

Leden van de Tweede Kamer weigeren zich in de Wwft te verdiepen

Op 21 november jl. is er een motie voorgesteld door twee leden van de Tweede Kamer, in het kader van een dossier van het Ministerie van Veiligheid. Voor zover van belang luidt de motie:

overwegende dat banken, verzekeraars, notarissen, makelaars, trustkantoren en belastingadviseurs zogenoemde poortwachters zijn van het financiële systeem en daarbij hun cliënten moeten screenen en ongebruikelijke transacties zouden moeten melden;
constaterende dat deze poortwachters er tot nu toe onvoldoende in slagen om te voldoen aan de verplichtingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft);
verzoekt de regering, de Wwft streng te handhaven en vergunningen direct in te trekken van rechtspersonen en natuurlijke personen die zich willens en wetens en structureel niet aan de Wwft houden,

De ongeïnteresseerdheid druipt af van bovenstaande tekst.

De tekst geeft aan dat betrokken leden van de Tweede Kamer weigeren na te denken over de inhoud en uitvoerbaarheid van de Wwft. Als de genoemde ondernemingen niet slagen in de uitvoering van de Wwft, zou dat aanleiding voor de leden van de Tweede Kamer moeten zijn om de uitvoerbaarheid van de wet tegen het licht te houden.

De motie zal volgens de agenda aanstaande dinsdag, woensdag of donderdag in de Tweede Kamer besproken worden.

De drie wetsvoorstellen inzake en in verband met de Wwft staan volgens deze agenda nog steeds op het programma van de vergadering van 3, 4 en 5 december.

 


Aanvulling 28 november 2019
Deze onverstandige motie is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Yeşilgöz-Zegerius (35300-VI, nr. 55).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: | Plaats een reactie

Dutch banking organisation promotes one-size-fits-all legislation in AML

The Dutch banking organisation (Nederlandse Vereniging van Banken, NVB) on 21 November 2019 has presented (press release in Dutch) a proposal for improving European anti-money laundering (AML) legislation. This proposal consists of a position paper, The case for further reform of the EU’s AML Framework, and an action plan, Financial crime cross border.

I am not impressed by the proposal, for one thing because they do not limit te proposal to the banking sector. Further NVB is not realistic on the practical possibilities of banks (and other obliged entities) to fulfill the demands of AML rules.

There is a lot to be said on the proposal, for instance:

  • The NVB promotes a harmonized EU AML-regulation, instead of the current national AML-rules. This might be good for banks; they already have a lot of European legislation to observe. It is not a good idea for the other obliged entities under AML-legislation. Currently one of the weaknesses of AML-legislation is that the system that originally was developed for banks was transplanted to a great variety of company types. The one-size-fits-all method of AML-legislation does not work.
  • Actually it is time to assess the concept of AML thoroughly and to differentiate better between the different types of companies that have to observe these rules. Main problems: too many changes, to complicated rules (especially for smaller companies) and rules that are not adequate for specific company types.
  • The NVB seems to think the register of beneficial owners (‘UBO-register’) is a useful tool. In reality it is completely useless, for several reasons. NVB asks to “ensure harmonised full access to data by obliged entities throughout the EU“: this practically means the UBO-register is public, with great dangers for the beneficial owners. The NVB does not seem to know that many obliged entities are unregulated companies.
  • It is remarkable that NVB proposes a European AML-supervisor for “the EU’s most risky obliged entities“. Who are that? Why are they not only speaking about themselves?
  • It is in fashion to urge for more sharing of information, between the banks but also between banks and governmental authorities. NVB writes that EU law should “explicitly allow certain forms of cooperation between gatekeepers“. It is peculiar that they write this in general form. Are there barriers for banks to cooperate? I have the impression this is not the case, banks are doing that already (like in the Netherlands iDEAL). Points of attention are careful data collection, data protection and observing competion law. It looks as if NVB thinks that all ‘obliged entities’ or ‘gatekeepers’ are the same. That is not the case. It is not a good idea if banks are going to share their information with all other obliged entities (including car sellers and  casinos).
  • The NVB seems to think that all EU countries are equal in the quality of the AML-systems and their organisation of AML. This is not the case and rule of law is weak in some countries.

Currently the clients of banks are increasingly having problems with the KYC-activities of banks. Often the KYC-employees lack knowledge of the customers and their activities and sometimes make grave mistakes. Already now a lot of harm is being done to customers that are annoyed by banks.

It is important that the system of AML-legislation is lifted up to a higher level and is adequately adjusted to the information position and the intellectual and practical possibilities of the obliged entities.

NVB in its proposal has taken the wrong direction. Tom Keatinge’s criticism in his recent article on FATF on overburdening countries and treating them as peers (when they are not) also applies to the obliged entities.

AML has to become realistic and reasonable.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Nederland schrijft de wereld de Magnitsky wet voor

Nederlandse parlementariërs zijn megalomaan, als het om buitenlands onrecht gaat. Recent werd een onzinnige en onuitvoerbare kinderarbeid-bestrijdingswet aangenomen (lees mijn artikel). Terwijl in ons land voor- en tegenstanders van Zwarte Piet met elkaar op de vuist gaan en leden van de Tweede Parlement de democratie ondergraven, nam de Tweede Kamer onlangs een Magnitsky-motie aan.

Magnitsky-motie
In deze motie staat:

overwegende dat de inspanningen van de regering om te komen tot een Europese Magnitsky-wet gewaardeerd worden;
overwegende dat de motie-Omtzigt c.s. over de Magnitsky-wet de regering verzoekt om wetgeving in Nederland voor te bereiden indien er in de EU onvoldoende draagvlak is;
verzoekt de regering, de inspanningen om te komen tot een Europese Magnitsky-wet te verdubbelen;
verzoekt de regering tevens, een nationale Magnitsky-wet opgesteld te hebben indien de Europese variant niet lukt voor 31 januari 2020,

 

Deze motie is ingediend door Sjoerdsma (D66), Van Helvert (CDA) en Voordewind (CU). De motie werd met 95 stemmen voor en 75 stemmen tegen aangenomen.

 

De NOS meldt de motie in een bericht en noemt daarin landen die al een ‘Magnitsky’ wet hebben, nl. VS, VK en de Baltische staten. Die landen, vooral de eerste twee, zijn geen lichtende voorbeelden als het om democratie en mensenrechten gaat. Het eerste land heeft een onwaardige president en in beide landen is de democratie volledig mislukt.

Het is treurig dat de Tweede Kamer niets beters te doen heeft. Goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte wetten.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

FATF evaluation of Russia with a surprising outcome | AML

According to the information on the FATF-site in regard of the plenary of 16-18 October 2019, the mutual evaluation report of Russia was discussed at the plenary, with a surprising outcome:

The Plenary discussed the joint FATF-EAG-MONEYVAL assessment of Russia and concluded that Russia has an in-depth understanding of the money laundering and terrorist financing risks it faces. It has established robust policies and laws to address these risks, and the country is particularly effective in its investigation and prosecution of terrorist financing. However, it should refine its approach to supervision and prioritise the investigation and prosecution of complex money laundering, especially concerning money being laundered abroad.

This is surely surprising.

Recently the German authorities in their NRA put Russia on the black list of high risk countries.

Reading the FATF text, I wonder what the value of these country evaluations is. Recently Tom Keatinge wrote the country assessment process has become increasingly politicised. He advises FATF to be more nimble and risk-based and apply greater focus to systemically important issues such as the continued failure to advance company registry transparency. He says that greater integrity is required across the country evaluation process.

 

More information:


Addition 6 January 2020
Official post of 17 December 2019 on the FATF site: “The Russian Federation’s measures to combat money laundering and terrorist financing

The Russian Federation’s measures to combat money laundering and terrorist financing
Mutual Evaluation Russian Federation 2019

Download pdf ( 4,872kb)
Executive Summary Mutual Evaluation Russian Federation-2019

Paris, 17 December 2019 – The Russian Federation (Russia) has an in-depth understanding of its money laundering and terrorist financing risks and has established policies and laws to address these risks, but it should enhance its approach to supervision and prioritise the investigation and prosecution of complex money laundering cases, especially concerning money being laundered abroad.

The Financial Action Task Force (FATF), the Eurasian Group and MONEYVAL, assessed Russia’s anti-money laundering and counter terrorist financing (AML/CFT) system. The assessment is a comprehensive review of the effectiveness of Russia’s measures and their compliance with the FATF Recommendations. This includes an assessment of its actions to address the risks emanating from UN and domestically designated terrorists and terrorist organisations. The report does not address the justification that led to the domestic designation of an entity as a terrorist or terrorist group or organisation.
Russia recognises that it faces significant money laundering risks as a result of the proceeds of crimes committed within the country, in particular those related to corruption and its role as both a transit and destination country for narcotics trafficking. A national risk assessment, complemented by in-depth knowledge of relevant law enforcement agencies, has allowed the country to identify and understand its risks, including terrorist financing risks. Russia’s legal framework appropriately addresses these risks and the country has formal policies in place, supported by strong domestic co-ordination and co-operation, to combat money laundering and terrorist financing. However, the country needs to address gaps in its ability to freeze, without delay, assets linked to terrorism, financing of terrorism and proliferation of weapons of mass destruction, and ensure that this freezing obligation extends to all natural and legal persons.
In general, Russia cooperates with foreign counterparts, including through more than 100 international co-operation agreements with its financial intelligence unit, Rosfmonitoring. Authorities make excellent use of financial intelligence, based on a wealth of collected data and analysed with sophisticated technologies to contribute to money laundering and terrorist financing investigations. While the country has prioritised getting money back for the victims of crimes – around EUR 816 million per year – it needs to focus more on the investigation and prosecution of complex money laundering cases, especially concerning money being laundered abroad.
Russia has strengthened its oversight of the banking sector and has now mitigated the risks of criminals being the owners or controllers of financial institutions. However, deficiencies in licensing remain and the sanctions for banks that do not comply with AML/CFT requirements are not effective or dissuasive.
In general, financial and certain non-financial entities such as accountants and auditors, have a good understanding of how their services could be used to launder the proceeds of criminal activity or terrorist financing, but given that Russia is a significant centre for mining precious metals and stones, this sector’s understanding of risk is not in line with the country’s risk assessment.
Since its last assessment in 2008, Russia has strengthened its understanding of the money laundering and terrorist financing risks it faces and has developed a robust legal framework to address them. The country has taken a number of actions that have delivered concrete results. But, the country needs to address the areas of weakness this report has identified.
The FATF adopted this report at its October 2019 Plenary meeting.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Sanctieregels | Tags: , , , , , | 2 reacties

Profilering van klanten door banken en andere financiële instellingen zal leiden tot nieuwe vormen van discriminatie en uitsluiting

Op 11 november jl. verscheen in The Guardian het artikel Banking tech could lead to discrimination, says ex-regulator. Daarin signaleert de auteur, Kalyeena Makortoff, dat het gebruik van IT door banken er toe kan leiden dat discriminatie toeneemt. Zij sprak daar over met een voormalige lid van de Engelse toezichthouder in de financiële sector, de Financial Conduct Authority (FCA).

Dat uitsluiting toeneemt is logisch, want banken (maar hetzelfde geldt voor betaaldienstverleners en verzekeraars) kunnen met IT makkelijker vaststellen aan welke groepen klanten zij weinig geld verdienen en welke klanten (anderszins) kostbaar zijn. In privacytermen wordt dat ‘profilering’ genoemd, het op individueel niveau digitaal opstellen van een klantenprofiel. Banken kunnen zo’n profiel heel nauwkeurig opstellen, omdat zij exact inzicht hebben in het betalingsverkeer van hun klanten.

Kostbare klanten
Dat klanten kostbaar zijn voor de bank, kan ook worden veroorzaakt door het cliëntenonderzoek op grond van de antiwitwaswetgeving.
Een ander voorbeeld is de Amerikaanse FATCA wet, gecombineerd met de verdragen die de VS met onder meer Nederland heeft gesloten. Op grond daarvan moeten financiële instellingen gegevens leveren aan de Amerikaanse belastingdienst. Bij FATCA werd al in 2014 zichtbaar dat banken geen zin hebben in ‘dure’ klanten, lees Mag een ondernemer klanten weigeren omdat hij vindt dat de wettelijke verplichtingen te bewerkelijk zijn?

 

Lees op dit blog over financiële mensenrechten, compliance-uitsluiting en profileren.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Mislukking witwasbestrijding door grootbanken | ondergang van de grootbanken in zicht?

Grote landelijke dagbladen kondigden de afgelopen dagen de mislukking van criminaliteitsbestrijding (in de volksmond als ‘witwasbestrijding‘ aangeduid) door banken aan. Het blijft bijzonder dat de overheid verkondigt dat de witwasbestrijdingsregels uitvoerbaar zouden zijn. De actualiteit (mogelijk achter betaalmuur):

De artikelen gaan over de kritiek van de overheid (DNB, Openbaar Ministerie) op de opsporingsactiviteiten [*] van banken en over de boetes en maatregelen die aan banken worden opgelegd.

Betalingsverkeer
De kritiek van de banktoezichthouders richt zich op het cliëntenonderzoek en transactiemonitoring door de banken. Dat houdt vooral verband met de kerntaak van banken, het verzorgen van het betalingsverkeer. Zoals algemeen bekend is, is het betalingsverkeer voor banken verliesgevend. In een door het Ministerie van Financiën opgesteld document met antwoorden op vragen inzake de toekomst van de financiële sector, schrijft de Minister:

De conclusie is dat het betalingsverkeer, afhankelijk van de rentestand, voor banken structureel verlieslatend of op zijn best break-even is. 

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat als er onevenredige inspanningen moeten worden verricht om criminaliteit (‘witwassen’) op te sporen, het betalingsverkeer zwaar verliesgevend is. Zelfs grootbanken kunnen daar aan ten onder gaan.

Ik verwacht dat het einde van de klassieke grootbanken in zicht komt. Naar ik aanneem is het Ministerie van Financiën al bezig een reddingsoperatie op kosten van de burger voor te bereiden.

Mislukking Wwft
Al eerder schreef ik op dit blog over de mislukking van criminaliteitsbestrijding door banken, onder meer:

Overigens blijf ik het boeiend vinden hoe onkritisch journalisten vaak met de misdaadbestrijdingstaak van ondernemingen omgaan en hoe zij de overheidsmarketing en -framing ondersteunen.

Intussen worden vele burgers, organisatie en ondernemingen geconfronteerd met de schaduwzijden van de opsporingstaak van banken. Steeds vaker worden zij met onjuiste beschuldigingen door banken en verzekeringsmaatschappijen geconfronteerd en moeten zij hoge kosten maken om deze financiële ondernemingen op het rechte spoor te brengen.

 

 

[*] Officieel heet het geen opsporing maar ‘cliëntenonderzoek‘, ‘monitoring‘ en ‘melden van ongebruikelijke transacties‘. Praktisch komt het daar wel op neer.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

In de penarie door de witwasbestrijding | AMLD5 in Duitsland

In de Duitse krant FAZ verscheen het artikel Warum die Geldwäscheregeln in die Zwickmühle führen, met een mooie foto van ABN Amro er bij.
Woordenboek Van Dale vertaalt Zwickmühle als “bepaalde positie in het molenspel waarbij de tegenstander hoe dan ook gevangen wordt“.
In het FAZ-artikel wordt vermeld dat de 5e Europese antiwitwasrichtlijn in Duitsland heeft geleid tot nieuwe witwasbestrijdingsregelgeving, die tot aanzienlijke extra lasten voor ondernemingen zal leiden.

Het Handelsblat, eveneens een Duits krant, publiceerde Immobilien: Gesetz gegen Geldwäsche wird verschärft, over nieuwe witwasbestrijdingsregels in het vastgoed.

Witwasbestrijdingspublicist Achim Diergarten meldt:

der Bundestag hat am 14.11.2019 mit den Stimmen der Koalition in 3. Lesung die Empfehlungen des Finanzausschusses vom 13.11.2019 zu einem Gesetz zur Umsetzung der Änderungsrichtlinie zur Vierten EU-Geldwäscherichtlinie angenommen. Die vom Finanzausschuss beschlossenen Empfehlungen finden als BT-DS 19/15163.“.

Hij constateert dat de wettekst moeilijk te lezen is,

Da der Gesetzestext nur sehr schwer zu lesen und verstehen ist, habe ich alle Änderungen in den aktuell noch gültigen Gesetzestext adaptiert und damit eine konsolidierte Fassung des beschlossenen Gesetzes geschaffen, die zum Download auf meiner Seite www.anti-geldwaesche.de bzw. www.anti-gw.de bereitsteht“.

Die geconsolideerde versie is hier (pdf) te vinden. Het wetgevend proces is daarmee nog niet geheel afgerond, schrijft hij.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie