FEC jaarverslag 2021 en jaarplan 2022 | Wwft

Onlangs maakte het Financieel Expertise Centrum (FEC), een samenwerkingsverband tussen verschillende autoriteiten binnen de financiële sector, het jaarverslag 2021 bekend.

Jaarverslag 2021
In het nieuwsbericht Toename effectiviteit van het FEC zet in 2021 door (5 april jl.) schrijft de organisatie:

In 2021 zijn de activiteiten van het Financieel Expertise Centrum (FEC) verder geïntensiveerd en is de werkwijze gestroomlijnd. De synergie van de FEC-samenwerking is toegenomen, bij alle kerntaken, zowel bij de informatie‑uitwisseling, in projecten als met het kenniscentrum. Hierdoor zijn er meer signalen behandeld, zijn doorlooptijden verkort en leiden uitkomsten tot meer kennisdeling om bijvoorbeeld fraude en witwassen beter te bestrijden. Lees meer in het FEC Jaarverslag 2021.

Onder meer blijkt uit het verslag dat het niet mogelijk is gebleken om specifieke ‘red flags’ te formuleren ten aanzien van witwassen via beleggingsondernemingen en -instellingen.

Publiek private samenwerking heeft een apart hoofdstuk gekregen. Ik blijf het apart vinden dat de suggestie wordt gewekt dat er ‘samenwerking’ is met alle Wwft-plichtigen, terwijl uit de informatie op pagina 19 en 23 blijkt dat het vrijwel alleen om banken gaat. Vreemd genoeg worden in het malafide stichtingen project de gemeente Amsterdam, de publiekrechtelijke organisatie Kamer van Koophandel en door de overheid gesubsidieerde CCV onder private partijen gerangschikt. Alleen in dit project is het KNB betrokken, zodat hopelijk enige kennis van de not-for-profit sector is ingebracht.

Het enige project waarbij een andere private partij dan een bank betrokken is (KNB)

 

Overigens is het vreemd dat stichtingen zoveel aandacht krijgen, terwijl besloten vennootschappen veel geschikter zijn voor witwassen en terrorismefinanciering.

Trustkantoren
Onder het kopje ‘trust’ (hoewel dat juridisch iets anders is dan een trustkantoor) wordt een onderzoek naar trustkantoren besproken. In een project is een model voor het beoordelen van trustkantoren getest, het Compliance Model Trustsector (‘CMT’), en is men tot de conclusie gekomen dat met het CMT geen definitieve beoordeling van het trustkantoor mogelijk is. FEC schrijft:

Een belangrijke bevinding is dat de uitkomst van de score van het CMT niet  beschouwd kan worden als een eindoordeel over een trustkantoor. De uitkomst moet  worden gezien als startsignaal voor meer onderzoek en/of informatie-uitwisseling.  Een belangrijke geleerde les uit dit project is onder andere dat er, kort gezegd, meer  en betere informatie beschikbaar is over welke trustkantoren welke  integriteitsrisico’s lopen, dan over hoe groot de kans is dat deze risico’s zich  manifesteren in de praktijk. Als vervolgactie vanuit het project is dan ook besloten  een tweetal geselecteerde kantoren nader te onderzoeken en hierover meer  informatie te verzamelen en te delen via het FEC Informatieplatform. Op basis  hiervan kunnen eventuele vervolgacties worden bepaald en kan gezamenlijk worden  besloten over eventueel op te starten interventie(s). Alle deelnemers aan het project  onderschrijven om vanuit de één overheidsgedachte, daar waar nodig en mogelijk,  gezamenlijk op te treden. Dit met als doel het versterken van de poortwachtersrol  van de trustkantoren en in het verlengde hiervan het versterken en bewaken van de  integriteit van de financiële sector. Het project is in het eerste kwartaal van 2021  afgesloten.

Ook illegale trustdiensten zijn onderzocht:

Illegale trustdienstverlening
In januari 2021 is het FEC-project ‘Thematische Aanpak Illegale trustdienstverleners’  van start gegaan. In dit project werken DNB, de Belastingdienst, de FIOD en het OM  samen om signalen van illegale trustdienstverlening aan te pakken.

Partijen die trustdiensten verzorgen zonder vergunning zijn in overtreding van artikel  3 Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018). Het project richt zich specifiek op  dienstverleners waarvan de trustvergunning is beëindigd en die (mogelijk) hun  diensten op illegale basis voortzetten. Beoogde doelstelling van het project is het  terugdringen van illegale trustdienstverlening, en daarmee het voorkomen van (het  faciliteren van) witwassen en overige criminaliteit in en via Nederland. Hiertoe zijn  een aantal vermoedelijk illegale trustdienstverleners in kaart gebracht en is kennis  over deze partijen (binnen wettelijke toegestane grenzen) gedeeld. De aanpak van de  geselecteerde partijen zal in 2022 worden voortgezet.

Jaarplan 2022
Op 18 januari schreef FEC over het jaarplan:

FEC jaarplan 2022 gepubliceerd
Met gepaste trots presenteren wij vandaag het FEC-jaarplan 2022. In dit plan leest u o.a. dat internationale samenwerking, gedigitaliseerde criminaliteit en een project met private partijen op crypto’s hoog op de agenda staan. Maar ook kennisdeling en informatieuitwisseling zijn in 2022 speerpunten van de samenwerking. Ook blijven we naast de lopende projecten, de uitkomsten van afgeronde projecten monitoren, om de effecten te maximaliseren en nieuwe inzichten te verkrijgen. Zo komen we samen ook in 2022 verder.
Graag nodigen we je uit om via onderstaande link het hele plan te lezen.

FEC jaarplan 2022 gepubliceerd

Uit het jaarplan blijkt dat speciale aandacht wordt besteed aan buitenlandse financiering van not-for-profit instellingen (pagina 12). Mij lijkt dat buitenlandse financiering ook via profit instellingen kan verlopen, dus ik ben benieuwd of daar aandacht voor is.

FEC gaat in 2022 verder met illegale trustdienstverlening en witwassen via beleggingsondernemingen en -instellingen en met payment service providers (PSD2). Nieuw is dat men doorstroomvennootschappen gaat verkennen en dat gedigitaliseerde criminaliteit wordt aangepakt. In de rubriek ‘monitoring’ worden dividendbelastingarbitrage, ‘vergunde trust’ (hiermee zullen de vergunninghoudende trustkantoren worden bedoeld), witwassen via beleggingsondernemingen en beleggingsinstellingen, contanten en illegale aanbieders van cryptodiensten vermeld.

Verder worden taskforces beschreven en de projecten samen met de banken, onder meer het stichtingenproject.

 


Aanvulling 2 mei 2022
Lees over de samenwerking tussen overheid en banken (ten onrechte als ‘publiek-private samenwerking’ aangeduid) ook het artikel Rondetafelgesprek Europees Parlement publiek-private informatiedeling bij bestrijding witwassen en terrorismefinanciering. Daarin wordt aangekondigd dat de banken hun gevaarlijke samenwerkingsplannen in Europa hebben gepresenteerd.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Not-for-profit, Strafrecht, Trustkantoren | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Antwoord op vragen over DNB en AFM | datagedreven toezicht en de AVG

Eerder berichtte ik over de kaderwetevaluaties inzake DNB en AFM (‘de toezichthouders’) en de door leden van de Tweede Kamer gestelde vragen.
Op de gestelde vragen is nu antwoord gegeven door de minister van Financiën.

De vragen zijn gegroepeerd in de volgende thema’s:

1. (Inzicht in) toezichtkosten
2. Doelmatigheid en doeltreffendheid
3. Aansprakelijkheidsbeperking
4. Draagvlak toezicht
5. Benoemingen
6. Interne governance DNB
7. Innovatie sector
8. Digitalisering
9. Vormgeving en uitvoering toezicht
10. Informatie-uitwisseling met de minister
11. Institutionele aspecten van het SSM
12. Accountancysector en rentederivaten
13. Informele toezichtinstrumenten
14. Overige vragen

De witwasbestrijding komt aan de orde. Zo meent de minister van Financiën (onderdeel 4.) dat DNB een bijdrage levert “om de maatschappelijke kosten van witwassen beperkt te houden“, maar verzuimt de minister te vermelden dat de maatschappelijke kosten van de witwasbestrijding gigantisch zijn.

Databescherming / AVG
In onderdeel 8, digitalisering, komt databescherming aan de orde. Onder meer is gevraagd naar dataminimalisatie door de toezichthouders. Onder meer is in dit onderdeel een passage over het verzamelen van persoonsgegevens in het kader van het Wwft-cliëntenonderzoek opgenomen:

De verplichting om een cliëntonderzoek te verrichten geldt voor elke Wwft-instelling en dient ertoe om te voorkomen dat de dienstverlening van een instelling wordt gebruikt voor witwassen of terrorismefinanciering. Het beleggen van het cliëntonderzoek bij Wwft- instellingen moet dan ook worden bezien in het licht van hun functie als poortwachter. Deze poortwachtersfunctie is een essentieel onderdeel van het totale systeem aan maatregelen om misbruik van het financiële stelsel voor witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen. Financiële dienstverleners, zoals banken, maar ook bepaalde beroepsbeoefenaars zoals advocaten en notarissen, kunnen misbruikt worden voor financieel-economische criminaliteit. Om dit te voorkomen dienen zij onderzoek te doen naar hun cliënten en moeten zij ongebruikelijke transacties melden bij de FIU-Nederland. De resultaten van dit cliëntonderzoek en de documentatie die daarbij gebruikt wordt, moeten worden vastgelegd en de transacties van cliënten dienen (doorlopend) te worden gemonitord. Hierbij is relevant dat het cliëntonderzoek moet zijn afgestemd op het risico op witwassen en terrorismefinanciering. Dit risico is onder meer afhankelijk van de te leveren dienst of het gevraagde product. Het cliëntonderzoek kan daarom van instelling tot instelling verschillen.

Het beleggen van het cliëntonderzoek bij Wwft-instellingen zelf wordt om verschillende redenen beschouwd als het meest effectief om witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen. Allereerst omdat een onderzoek voorafgaand aan het accepteren van de klant, een bijdrage levert aan het voorkomen van misbruik van de dienstverlening voor financieel- economische criminaliteit. Ook vergroot het cliëntonderzoek de detectie van witwassen en terrorismefinanciering voor opsporingsinstanties. Gedurende hun dienstverlening zijn Wwft- instellingen bij uitstek in staat om signalen op te pakken dat hun cliënten betrokken zijn bij financieel handelen dat is gerelateerd aan witwassen of financieren van terrorisme. Omdat Wwft-instellingen het eerste contact hebben met potentiële afnemers van hun producten en diensten en in dat verband al informatie over de cliënt vergaren, zijn zij bij uitstek geschikt om cliëntonderzoek te doen en een oordeel te vellen over het wel of niet accepteren van de klant. Het feit dat Wwft-instellingen hun cliënten om uitgebreide informatie moeten vragen, heeft een preventief effect. Aan cliënten die bepaalde informatie niet willen of kunnen verstrekken, worden geen diensten verleend of deze cliënten zien af van dienstverlening door de Wwft-instelling. Maar ook gedurende een zakelijke relatie kunnen Wwft-instellingen het beste signalen oppikken van witwassen of financieren van terrorisme. Zij dienen in dit kader verschillende maatregelen te treffen en documentatie bij te houden.

Bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de Wwft moeten financiële instellingen zich houden aan de AVG en de daarop gebaseerde regelgeving. De AVG heeft als verordening directe werking in onze Nederlandse rechtsorde en is zodoende direct van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door instellingen uit hoofde van de Wwft en vormt daarbij het algemene kader voor de verwerking van persoonsgegevens. De Europese anti-witwasrichtlijn voorziet voorts in enkele bepalingen die specifiek zien op het verwerken van persoonsgegevens in het kader van het voorkomen van witwassen of financieren van terrorisme. Deze bepalingen zijn geïmplementeerd in artikel 34a Wwft. Door middel van het cliëntenonderzoek verwerven Wwft-instellingen onder andere kennis en informatie over de identiteit van de cliënt, diens uiteindelijk belanghebbende (ubo) alsmede het doel en de aard van een zakelijke relatie of incidentele transactie. Die kennis en informatie zijn noodzakelijk om signalen van witwassen, daaraan ten grondslag liggende basisdelicten, of terrorismefinanciering vroegtijdig te kunnen herkennen.

Op grond van artikel 34a Wwft mogen instellingen de persoonsgegevens die zij op grond van de Wwft hebben verzameld, alleen verwerken met het oog op het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering en niet voor commerciële doeleinden of andere doeleinden die niet verenigbaar zijn met dat zwaarwegend belang. Persoonsgegevens die uit hoofde van de Wwft zijn verzameld, kunnen dan ook alleen voor een ander doel worden verwerkt indien dat doel verenigbaar is met het doel waarvoor de persoonsgegevens aanvankelijk werden verzameld, te weten het voorkomen van witwassen of financieren van terrorisme. Ook dienen instellingen op grond van artikel 34a Wwft, voordat zij een zakelijke relatie aangaan of een incidentele transactie verrichten, informatie aan de cliënt te verstrekken over de wettelijke verplichtingen inzake de verwerking van persoonsgegevens met het oog op het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering. De Wwft-toezichthouders – waaronder DNB en de AFM – houden toezicht op de naleving van de verplichtingen met betrekking tot de verwerking van gegevens, waaronder persoonsgegevens, die voortvloeien uit de naleving van de verplichtingen in Wwft, en de AP houdt in algemene zin toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door private instellingen en overheidsorganisaties. DNB en AFM mogen informatie over individuele cliënten ontvangen van instellingen voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor hun toezichthoudende taak. Op de Wwft-toezichthouders rust op grond van artikel 22 Wwft een wettelijke geheimhoudingsplicht ten aanzien van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen die zij in het kader van hun Wwft-toezicht verkrijgen.

Bij de huidige inzet van capaciteit van financiële instellingen om te voldoen aan de Wwft, dient in aanmerking te worden genomen dat een groot deel van de financiële instellingen werkt aan hersteltrajecten op dit punt. Deze trajecten vereisen de nodige capaciteit om in het verleden opgelopen achterstand in te halen. Na afronding van deze trajecten verwacht DNB dat het aantal fte bij instellingen dat zich bezighoudt met het beheersen van deze specifieke risico’s, zal afnemen.

Opvallend is dat in de tekst een aantal onjuistheden voorkomen,

  • Ten onrechte is vermeld dat de Wwft tot doel heeft te voorkomen dat de diensten van de Wwft-plichtigen voor witwassen of terrorismefinanciering worden misbruikt. Dat kan aan de orde zijn (bijvoorbeeld bij banken die crimineel geld onder zich hebben) maar meestal gaat het er om dat Wwft-plichtigen vermoedelijk witwassen of terrorismefinanciering detecteren zonder dat er een verband is met de verleende diensten. Daartoe is de definitie van ‘ongebruikelijke transactie’ in het verleden aangepast.
  • De minister schrijft dat het cliëntenonderzoek door Wwft-plichtigen “als effectief wordt beschouwd” om witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen, terwijl onderbouwing van deze stelling volledig ontbreekt, ook op Europees en internationaal niveau. De praktijk is dat de compliancemensen van banken te weinig kennis van ondernemingen en not-for-profit organisaties hebben om dat cliëntenonderzoek goed te kunnen uitvoeren. Andersoortige Wwft-plichtigen hebben veelal een zeer beperkte informatiepositie en onvoldoende kennis van criminele methoden en kunnen daardoor niet het theoretisch gewenste cliëntenonderzoek uitvoeren. Zowel de niet-democratische regelgever FATF als Europese instanties gaan uit van onjuiste veronderstellingen over de mogelijkheden van private bedrijven om criminaliteit op te sporen. Zelden zal de uitspraak “Gedurende hun dienstverlening zijn Wwft- instellingen bij uitstek in staat om signalen op te pakken dat hun cliënten betrokken zijn bij financieel handelen dat is gerelateerd aan witwassen of financieren van terrorisme” juist zijn. Het is een mantra dat ik al vele malen gelezen in officiële publicaties. Het wordt niet juist door het te herhalen.
  • De minister heeft er geen bezwaar tegen dat Wwft-plichtigen informatie aan hun cliënten vragen die zij niet kunnen geven, want de minister schrijft (onderstreping door mij): “Aan cliënten die bepaalde informatie niet (…) kunnen verstrekken, worden geen diensten verleend of deze cliënten zien af van dienstverlening door de Wwft-instelling“. Hiermee worden niet-proportionele vragen van Wwft-plichtigen aan hun cliënten goedgepraat.
  • In de passage over de toepassing van de AVG ontbreken verwijzingen naar voor Wwft-plichtigen belangrijke bepalingen, onder meer dat [a] er passende waarborgen vereist zijn bij verwerking van strafrechtelijke gegevens (artikel 10), [b] de Wwft-plichtigen alle betrokkenen over de verwerking van persoonsgegevens moeten informeren (artikelen 12 tot en met 14), [c] betrokkenen inzagerecht hebben (artikel 15), [d] betrokkenen recht op rectificatie en wissing van gegevens hebben als de Wwft-plichtige ten onrechte teveel persoonsgegevens verwerkt (artikelen 16 en 17). Mijn indruk is dat veel Wwft-plichtigen de betrokkenen (in de zin van de AVG) niet informeren. De informatieverschaffing aan de cliënt op grond van artikel 34a Wwft waarover de minister spreekt, is onvoldoende als de cliënt geen natuurlijke persoon is.

Dubbele uitvraag
In antwoord op vragen over de klachten over dubbele uitvragen, antwoordt de minister dat de toezichthouders een inventarisatie zijn gestart, waarin ze vaststellen waar dubbele uitvragen van toepassing zijn en bekijken ze maatregelen om dat te voorkomen. De proportionaliteit van de uitvragen zou door DNB en AFM beoordeeld worden, aldus de minister.

Kritiek
Op het functioneren van DNB en AFM is het nodige aan te merken. Of alle kritiek in de kaderwetevaluaties aan bod is gekomen, is de vraag. Zo werd onlangs bekend dat Bunq met DNB ruziet over de naleving van de witwasregels (zie onder meer Accountancy Vanmorgen, banken.nl, Quotenet, FD 1, FD 2).

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

De kwetsbare rekeninghouder | artikel Februari over digitaal betalen

Maxim Februari schreef voor het NRC van 9 april een mooi artikel (betaalmuur) naar aanleiding van een bericht van DNB over digitaal betalen en het verdwijnen van cash (zie ook dit). Februari schrijft fraaie teksten als:

Nu tegenwoordig zelfs bedelaars rondlopen met kaartlezers en nergens meer geldautomaten te vinden zijn, is het voor De Nederlandsche Bank blijkbaar hoog tijd om te pleiten voor cash.

en

Ouderen kwetsbaar? Wij zijn allen kwetsbaar. De wereld is kwetsbaar. Het kan geen kwaad een beetje op jezelf te passen, want je bent laaggeletterder en digibeter dan je denkt.

Zouden de mensen van DNB en het ministerie van Financiën het artikel lezen. Lijkt me verstandig.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , | Plaats een reactie

KYC-boete voor Robeco | Wwft

Terwijl klanten van Robeco zich mateloos ergeren aan de bizarre KYC-vragen die deze financiële instelling tegenwoordig stelt, krijgt dit bedrijf van de AFM een witwasboete. Waarom worden er geen boetes uitgedeeld voor onfatsoenlijk behandelen van klanten? Is de AFM daar niet in geïnteresseerd?

Bij de Consumentenbond wordt veel geklaagd over Robeco en af en toe schrijven lezers mij er ook over (zie dit bericht).

Geplaatst in Bestuurlijke boete, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

“Het meest bizarre begrip dat ik deze week hoorde is ‘pseudo-UBO’. Je valt van je stoel als je ontdekt welke angsthazerij en geïnstitutionaliseerd wantrouwen daar achter zit”

Mooie tweet van Simon Hania:

 

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Onboarding is niet leuk meer | Wwft, KYC

De KYC activiteiten van financiële instellingen leiden tot onbegrip bij klanten.

Zie bijvoorbeeld het Emerce artikel ‘Recordaantal Nederlandse consumenten breekt aanvraag financieel product af‘ door Signicat. Het artikel gaat over een onderzoek ‘Battle to Onboard’ door Signicat, waaruit onder meer blijkt dat Nederlanders afhaken omdat ze te veel persoonlijke gegevens moeten verschaffen bij onboarding. Het percentage afhakers is nog nooit zo hoog geweest.
Merkwaardig genoeg wordt in het artikel verondersteld dat het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft alleen verificatie van de identiteit omvat. Het is te hopen dat dit op een vergissing berust.

Een ander ongenoegen blijkt uit het EW artikel ‘PEP: op hol geslagen strijd tegen fraude‘ (betaalmuur) met als intro:

Geen bankrekening kunnen openen. Het overkomt (oud-)politici geregeld. Strenge anticorruptieregels maken hun het leven zuur. Maar niemand durft erover te praten.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Podcast over regeldruk in de not-for-profit | Donateursbelangen

Vandaag heb ik op verzoek van de Stichting Donateursbelangen meegewerkt aan een audiopodcast over regeldruk in de not-for-profit, waarbij onder meer witwasbestrijding en terrorismefinancieringsbestrijding aan bod komen. De podcast is te vinden op de podcastpagina van Donateursbelangen als aflevering #2.

De podcast is te beluisteren op RSS.com en op Spotify, zie ook onder.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Not-for-profit, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging, Ubo-register | Tags: , | Plaats een reactie

FEC en de trustkantoren

Onlangs maakte het Financieel Expertise Centrum (FEC), een samenwerkingsverband tussen verschillende autoriteiten binnen de financiële sector, het FEC Jaarverslag 2021 bekend.

Jaarverslag 2021
Onder het kopje ‘trust’ (hoewel dat juridisch iets anders is dan een trustkantoor) wordt een onderzoek naar trustkantoren besproken. In een project is een model voor het beoordelen van trustkantoren getest, het Compliance Model Trustsector (‘CMT’), en is men tot de conclusie gekomen dat met het CMT geen definitieve beoordeling van het trustkantoor mogelijk is. FEC schrijft:

Een belangrijke bevinding is dat de uitkomst van de score van het CMT niet  beschouwd kan worden als een eindoordeel over een trustkantoor. De uitkomst moet  worden gezien als startsignaal voor meer onderzoek en/of informatie-uitwisseling.  Een belangrijke geleerde les uit dit project is onder andere dat er, kort gezegd, meer  en betere informatie beschikbaar is over welke trustkantoren welke  integriteitsrisico’s lopen, dan over hoe groot de kans is dat deze risico’s zich  manifesteren in de praktijk. Als vervolgactie vanuit het project is dan ook besloten  een tweetal geselecteerde kantoren nader te onderzoeken en hierover meer  informatie te verzamelen en te delen via het FEC Informatieplatform. Op basis  hiervan kunnen eventuele vervolgacties worden bepaald en kan gezamenlijk worden  besloten over eventueel op te starten interventie(s). Alle deelnemers aan het project  onderschrijven om vanuit de één overheidsgedachte, daar waar nodig en mogelijk,  gezamenlijk op te treden. Dit met als doel het versterken van de poortwachtersrol  van de trustkantoren en in het verlengde hiervan het versterken en bewaken van de  integriteit van de financiële sector. Het project is in het eerste kwartaal van 2021 afgesloten.

Ook illegale trustdiensten zijn onderzocht:

Illegale trustdienstverlening
In januari 2021 is het FEC-project ‘Thematische Aanpak Illegale trustdienstverleners’  van start gegaan. In dit project werken DNB, de Belastingdienst, de FIOD en het OM  samen om signalen van illegale trustdienstverlening aan te pakken.

Partijen die trustdiensten verzorgen zonder vergunning zijn in overtreding van artikel  3 Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018). Het project richt zich specifiek op  dienstverleners waarvan de trustvergunning is beëindigd en die (mogelijk) hun  diensten op illegale basis voortzetten. Beoogde doelstelling van het project is het  terugdringen van illegale trustdienstverlening, en daarmee het voorkomen van (het  faciliteren van) witwassen en overige criminaliteit in en via Nederland. Hiertoe zijn  een aantal vermoedelijk illegale trustdienstverleners in kaart gebracht en is kennis  over deze partijen (binnen wettelijke toegestane grenzen) gedeeld. De aanpak van de  geselecteerde partijen zal in 2022 worden voortgezet.

Jaarplan 2022
Trustkantoren komen ook in het FEC jaarplan 2022 voor. FEC gaat in 2022 verder met projecten over illegale trustdienstverlening. Nieuw is dat men doorstroomvennootschappen gaat verkennen, waarbij mogelijk ook naar trustkantoren wordt gekeken (hoewel doorstroomvennootschappen in de zin van Wtt 2018 weinig meer voorkomen). In de rubriek ‘monitoring’ wordt de ‘vergunde trust’ (hiermee zullen de vergunninghoudende trustkantoren worden bedoeld) vermeld.

 

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Plaats een reactie

Wob wordt Woo

Het heeft even geduurd, maar nu gaat de nieuwe openbaarheidswet van de overheid toch in werking treden, zo valt te lezen in een nieuwsbericht van de rijksoverheid. Op 1 mei aanstaande treedt de nieuwe Wet open overheid (Woo) in werking, die de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangt. Volgens het bericht zijn de belangrijkste wijzigingen:

De belangrijkste veranderingen

De Woo verandert een aantal dingen. De belangrijkste veranderingen zijn:

  • Er komt een onafhankelijk adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding;
  • Elk bestuursorgaan dat onder de Woo valt moet een contactpersoon aanwijzen waarbij iedereen terecht kan met vragen over de beschikbaarheid van overheidsinformatie;
  • Bestuursorganen gaan werk maken van het op orde krijgen van de informatiehuishouding, daartoe is de Regeringscommissaris aangesteld;
  • Op termijn verplicht de Woo tot het actief openbaar maken van aangewezen informatie;
  • De termijn voor het afhandelen van een verzoek wordt maximaal vier weken, met een mogelijke verlenging van twee weken;
  • Mede gelet op de verkorte termijn is het zaak om snel de informatievraag in beeld te krijgen en daarvoor in contact te treden met de verzoeker;
  • Onder de Wob werden persoonlijke beleidsopvattingen al vaker openbaar gemaakt, die lijn wordt onder de Woo voortgezet;
  • Ook van informatie ouder dan vijf jaar is het uitgangspunt dat deze openbaar wordt gemaakt.

 

NB Het bericht is op 1 april gepubliceerd maar naar ik aanneem geen grap.

 


Aanvulling 31 mei 2022
Open State Foundation laat weten dat zij een tool ter beschikking stellen om Woo-documenten te doorzoeken. In hun nieuwsbrief van 4 mei 2022 schreven ze:

Zoek door Wob-documenten met Aleph
Vanaf nu plaatsen we datasets op onze eigen versie van dataplatform Aleph. Deze tool is ontwikkeld door Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP) en is vooral geschikt voor het doorzoeken en onderzoeken van grote hoeveelheden tekstdocumenten.
Wij ontsluiten hier de tot nu toe gepubliceerde Covid19-Wob-documenten van de Rijksoverheid. Dit doen we omdat de grote PDF-bestanden van de Rijksoverheid niet toegankelijk zijn als open data en moeilijk doorzoekbaar. Via Aleph gaat dit een stuk gemakkelijker! Met een Jodal-account krijg je nu ook meteen toegang tot Aleph.

Zo te zien zat er op 31 mei maar één dataset in, nl. de covid-19 wob-documenten.

NB Met Open State Foundation moet worden opgelet aangezien zij lak hebben aan de AVG en aan de privacyrechten van burgers. Maar hun werk aan openheid van overheidsinformatie (dus niet de informatie van anderen dan overheden) is nuttig.

Aanvulling 12 juli 2022
Op 8 juli verscheen het nieuwsbericht ‘Voortgang implementatie Wet open overheid’.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

Wat gaat er gebeuren met de Wet transparantie maatschappelijke organisaties? | not-for-profit, ongewenste geldstromen

In januari schreef ik over de Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo), die grote gevolgen kan hebben voor zowel not-for-profit organisaties als voor degenen die hen steunen (donateurs en vrijwilligers). In het wetgevingsdossier van dit wetsvoorstel zijn er sinds december 2020 geen ontwikkelingen.

In andere parlementaire stukken worden na december 2020 ingrijpende wijzigingen aangekondigd, onder meer in een brief van 8 juni 2021, in een brief van 19 november 2021 en in het verslag van een wetgevingsoverleg van 22 november 2021 waar ik eerder over schreef.

Op dit moment is er nog niets gebeurd in het wetgevingsdossier, al werd in het verslag van een commissiedebat met de minister van OCW op 9 februari jl. wel het een en ander aangekondigd:

Daarnaast zet het kabinet in op de Wet transparantie maatschappelijke organisaties, die binnenkort in aangescherpte vorm wordt aangeboden aan de Kamer. Die Wtmo verplicht alle maatschappelijke organisaties om transparant te zijn over geldstromen en maakt het ook mogelijk maatregelen tegen deze geldstromen te nemen na uitspraken van een rechter. Dus ik denk dat dat uiteindelijk een grondslag biedt om op te treden, zowel tegen financierende als tegen ontvangende stichtingen en verenigingen. Zowel reguliere als informele onderwijsinstellingen kunnen onder die werking van de Wtmo gaan vallen. De mogelijkheid voor een verregaande aanpak van financiering evenals de reikwijdte van dit voorstel voor het onderwijs worden op dit moment nog door het Ministerie van Justitie en Veiligheid onderzocht. Dus dat komt eraan.

Zo te zien zal de Wtmo er ingrijpend anders uit komen te zien. Not-for-profit organisaties doen er goed aan de ontwikkelingen goed in de gaten te houden.

 

Meer informatie:

 

 


Aanvullingen

Aanvulling 24 mei 2022
Op 26 april 2022 stuurden de ministers van Veiligheid en Rechtsbescherming een brief aan de Tweede Kamer (overheid.nl) over “ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen”, iets wat in de parlementaire beleving alleen de not-for-profit zou raken. In de brief worden vragen beantwoord over een centrale toezichthouder naar het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk, de Charity Commission (het blijft vreemd dat het VK door zo velen als voorbeeld wordt gezien). De ministers zijn van mening dat in Nederland al op een andere manier in toezicht is voorzien en beschrijven de Nederlandse situatie:

  • regelgeving voor en toezicht op ANBI’s;
  • andere regelgeving: Wet controle op rechtspersonen, Wet bestuur en toezicht rechtspersonen II, Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), een wet die anders dan de ministers schrijven, niet op 1 juli 2021 in werking is getreden;
  • zelfregulering in de goede doelen sector.

en wordt ingegaan op de vermeende rol van stichtingen bij terrorismefinanciering (waaruit ministeriële onkunde blijkt). Men meent dat het wetsvoorstel Transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo) zal zorgen voor verbeteringen.

 

Aanvulling 29 december 2022
Het wijzigingsvoorstel is nog steeds niet ingediend.

In andere parlementaire dossiers wordt wel van het voorstel melding gemaakt, zie onder meer:

Brief aan de Tweede Kamer van 4 oktober 2022:

Het kabinet neemt overeenkomstig het coalitieakoord maatregelen om ongewenste beïnvloeding tegen te gaan. Zo wil het kabinet geldstromen naar maatschappelijke organisaties zichtbaar maken, door middel van de Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo). Daarnaast wordt gewerkt aan een nota van wijziging, waarmee het openbaar ministerie meer mogelijkheden krijgt om in te grijpen bij maatschappelijke organisaties die de Nederlandse democratische rechtsstaat ondermijnen. Streven is om deze nota van wijziging voor het einde van het jaar bij de Tweede Kamer in te dienen.

Uit de brief aan de Tweede Kamer van 9 oktober 2022 (Kabinetsappreciatie Rechtsstaatsrapport 2022 van de Europese Commissie) blijken zorgen van de Europese Commissie over de Wtmo:

De Commissie stelt dat Nederland een open landschap biedt voor maatschappelijke organisaties, maar dat zorgen blijven bestaan over de Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo) en de Wet tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen.

In de brief schrijft de regering dat acht wordt geslagen op de commentaren van maatschappelijke organisaties op de voorstellen:

In de toelichting van het wetsvoorstel en in de uiteindelijke nota van wijziging wordt ingegaan op de consultatiereacties die onder meer vanuit verschillende maatschappelijke organisaties afkomstig zijn. De nota van wijziging is na consultatie aan de Raad van State voor advies aangeboden. Het nader rapport en de bijgewerkte nota van wijziging worden naar verwachting voor het einde van het jaar samen met de nota naar aanleiding van het verslag aan uw Kamer aangeboden.

In de brief van 26 april 2022 aan de Tweede Kamer kwam de thematiek aan de orde, in het kader van de vraag of het Engelse model met de Charity  Commission iets voor Nederland zou kunnen zijn, dit besprak ik hierboven al.
De gedachten inzake Wtmo worden in deze brief als volgt samengevat:

Op 20 november 2020 is het wetsvoorstel Transparantie maatschappelijke organisaties (Kamerstuk 35 646) aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit wetsvoorstel regelt onder meer een verplichting tot het publiceren/ inzichtelijk maken van de balans en de staat van baten en lasten door stichtingen in een afgesloten deel van het Handelsregister. Vanwege de wens om geldstromen niet alleen transparant te maken maar ook, waar nodig, te kunnen aanpakken, is begin juni 2021 een nota van wijziging bij de Wtmo in voorbereiding. De bevoegdheden van het Openbaar Ministerie op grond van de Wtmo worden uitgebreid waardoor, na tussenkomst van de rechter, bepaalde organisaties die de democratische rechtsstaat ondermijnen, kunnen worden aanpakt. Daarmee wordt de motie van het lid Becker c.s. uitgevoerd [8]. De wijziging voorziet tevens in uitbreiding van de reikwijdte van de regeling naar alle giften uit binnen- en buitenland in plaats van uitsluitend giften vanuit landen van buiten de EU/EER.

De Raad van State heeft advies uitgebracht op de nota van wijziging [9]. Dit advies wordt momenteel bestudeerd. Een reactie hierop zal samen met de beantwoording van de vragen van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel aan uw Kamer worden aangeboden.

[8] Kamerstuk 35 228, nr. 7.
[9] No. W16.21.0261/II

Het advies 18 november 2021 van de Afdeling advisering van de Raad van State bevat een uitvoerige beschrijving van de ingrijpende veranderingen die worden voorgesteld. Niet alleen is sprake van ingrijpende bevoegdheden waarmee ondermijnende not-for-profit organisaties kunnen worden aangepakt. Ook wordt de reikwijdte van de wet uitgebreid naar alle door de maatschappelijke organisatie ontvangen donaties uit binnen- en buitenland, in plaats van uitsluitend donaties afkomstig van buiten de EU/EER. De Afdeling plaatst kritische noten bij de grondslag voor het optreden:

Het voorgestelde artikel 4a omvat een open norm, te weten ‘activiteiten […] die er op gericht zijn de Nederlandse democratische rechtsstaat of het openbaar gezag te ondermijnen of klaarblijkelijk dreigen te ondermijnen’. Blijkens de toelichting is daar bewust voor gekozen, omdat ondermijning zich in vele vormen kan voordoen. (zie noot 35) (…)

De Afdeling merkt evenwel op dat de invulling die de toelichting aan de genoemde open norm geeft, bestaat uit uiteenlopende voorbeelden en maatstaven die eveneens een weinig eenduidige interpretatie kennen. Zo noemt de toelichting bijvoorbeeld ‘het oproepen tot onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden’, maar ook ‘het aantasten van de samenleving en de rechtsstaat aan de hand van eigen normen, waarden, regels en wetten die haaks staan op de uitgangspunten van onze open democratische rechtsorde’ en ‘het creëren van een klimaat van angst en intimidatie’. (zie noot 38)

Daarnaast blijft onduidelijk wat onder ‘ondermijning van het openbaar gezag’ moet worden verstaan en in welke situaties zich dat voordoet. Voor maatschappelijke organisaties is daardoor weinig transparant welk handelen precies tot het opleggen van een vervallenverklaring kan leiden.

Hetzelfde geldt ten aanzien van de (voorlopige) maatregelen uit het tweede lid van artikel 4a, die vooruitlopend op dan wel ondersteunend aan het verzoek tot een vervallenverklaring kunnen worden opgelegd. In dat verband valt tevens op dat een wettelijk toetsingskader voor het toekennen, aanpassen of opheffen van die maatregelen ontbreekt (zie hierover punt 5a van dit advies). Als zodanig heeft de Afdeling twijfels over de voorzienbaarheid van de inmenging in het eigendomsrecht.

Zorgelijk blijft dat het voorstel in deze vorm er toe zal leiden dat alle not-for-profit organisaties worden belast met meer bureaucratische verplichtingen, die geld kosten en donateurs zullen afschrikken. Er zal veel meer informatie van de donateurs moeten gevraagd en er zal moeten worden geadministreerd welke natura-prestaties worden geleverd en wat de waarde daarvan is. Nu de not-for-profit nu al klaagt over de huidige bureaucratie (zoals de eisen die banken aan hen stellen), kan deze wet er toe leiden dat de steun voor de not-for-profit verder afkalft.

Vindplaatsen
Documenten:
(van nieuw naar oud):

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Not-for-profit | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie