Rapport over taakscheiding FIU-Nederland | Wwft

Gisteren is een onderzoeksrapport over de taakscheiding van FIU-Nederland bekend gemaakt door de Minister van Veiligheid, die verhullend spreekt over ‘Capaciteit en uitkomsten verkenning positionering‘. Het rapport is opgesteld door de Auditdienst Rijk (Ministerie van Financiën). Die taakscheiding was eerder ook onderwerp van een Wob-verzoek, waar ik over schreef, onder meer zouden FIU-medewerkers onrechtmatige toegang tot politiegegevens hebben gehad.

De samenvatting van het rapport van de Auditdienst luidt:

Op verzoek van de dgRR heeft de Auditdienst Rijk (ADR) onderzoek gedaan naar de In Control Verklaring (ICV) die de Financial Intelligence Unit (FIU) heeft opgesteld met betrekking tot het stelsel van maatregelen voor het beheersen van risico’s op het gebied van het functioneel combineren van de politie en FIU-rol in één persoon. Het betreft de ICV d.d. 12 augustus 2020 die is ondertekend door het plaatsvervangend Hoofd FIU Nederland. Het onderzoek heeft zich met name gericht op de volledigheid van de ICV en de onderbouwing van de inhoudelijke uitspraken middels bijlagen/dossier. FIU verklaart in haar ICV dat ‘.. de FIU-Nederland heeft maatregelen getroffen waarmee geborgd is dat zij in voldoende mate blijvend in staat is om de vermenging van taken en oneigenlijk gebruik van bevoegdheden te voorkomen en dat hierop een deugdelijk toezicht is georganiseerd ..’. Ter onderbouwing van deze verklaring doet de FIU enkele uitspraken in de ICV die wij hebben onderzocht.

Voor wat betreft de volledigheid van de ICV zijn de belangrijkste bevindingen:
• Het ontwerp, de realisatie, de controle en eventuele bijstelling van het stelsel van maatregelen is op hoofdlijnen inzichtelijk beschreven in de ICV. De kernpunten van het stelsel zijn de aanstelling van FIU-medewerkers als politieambtenaar met een detachering van 75 of 100% naar FIU (afhankelijk van de rol), het toezichtsmodel inclusief de rol van de FG Politie en diverse technische en procesgerichte maatregelen.
• Een belangrijke procesgerichte beheersingsmaatregel betreft de verplichte registratie van geraadpleegde politiesystemen in het centrale FIU-systeem. Op basis hiervan wordt op verzoek van de FG Politie een overzicht van geraadpleegde politiesystemen opgeleverd. Het betreft in essentie een handmatige registratie. Onder restrisico’s licht FIU in de ICV toe dat deze handmatige manier van registreren van toegang tot politiesystemen inherent beperkingen kent op het gebied van juistheid en volledigheid, bijvoorbeeld vanwege de kans op menselijke fouten, ondanks aanvullende controlemaatregelen.
• Het uitoefenen van toezicht door de FG Politie is in de praktijk nog niet beproefd. Hierdoor is het stelsel van beheersingsmaatregelen nog niet volledig in samenhang doorlopen en bestaat de kans dat eventuele tekortkomingen nog niet zijn ontdekt.

In het kader van de onderbouwing van de ICV heeft de ADR beperkt onderzoek (een zogenaamde quick scan) uitgevoerd naar het proces en de organisatie van de totstandkoming van de ICV. Algemeen beeld is dat de beschikbare capaciteit binnen FIU voor het uitvoeren van governance en compliance werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld het opstellen van een ICV, is beperkt tot een deel van de arbeidstijd van twee werknemers van FIU. In verhouding tot bijvoorbeeld de complexe juridische context van FIU en het ambitieniveau op het gebied van verantwoording is deze beschikbare capaciteit op dit gebied naar inschatting van ADR beperkt. Verder is het beeld dat uitspraken met betrekking tot de opzet van het stelsel van maatregelen beter zijn onderbouwd in de ICV dan uitspraken over het functioneren van deze maatregelen in de praktijk.

Als onderdeel van de quick scan zijn aanbevelingen geformuleerd:
1. Waarborg dat de actie met de privacyfunctionaris van de Politie (Landelijke Eenheid) om het toezichtproces ten aanzien van FIU een eerste keer volledig te doorlopen wordt doorgezet. Belangrijk is hierbij om in de praktijk een eerste beeld te vormen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het ingerichte stelsel van maatregelen. De uitkomsten hiervan kunnen worden gebruikt door het management van FIU om het stelsel van maatregelen te verbeteren en om een eventuele volgende editie van de ICV te versterken.
2. Neem ten aanzien van maatregelen die in de praktijk nog niet (volledig) zijn beproefd een restrisico op in de ICV.
3. Onderzoek op welke wijze een structurele jaarlijkse verantwoording over waarborgen voor de taakscheiding FIU op doelmatige en doeltreffende wijze kan worden ingericht. Hiervoor dient ook te worden vastgesteld óf het noodzakelijk is dat FIU zich hier periodiek over verantwoordt.
4. Onderzoek vervolgens – als periodieke verantwoording noodzakelijk is – of inrichting van een kwaliteitssysteem en versterking van de governance en compliance functie binnen FIU kan bijdragen aan verbetering van (het totstandkomingsproces van) de verantwoording over de waarborgen op het gebied van taakscheiding FIU en de onderbouwing hiervan.
5. Draag bij het opstellen van een ICV er zorg voor dat iedere uitspraak hierin is onderbouwd middels documentatie, kwaliteitsonderzoek, etc. die in het bijbehorende dossier wordt opgenomen.
6. Draag zorg voor de structurele borging van volledige ondertekening van de detacheringsovereenkomsten voor personeel bij FIU en voer hier ook periodiek controles op uit. Draag in de aanstellingsprocedure voor nieuwe medewerkers ook zorg dat de detacheringsovereenkomst altijd wordt opgesteld en in het dossier wordt opgenomen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Financiële inclusiviteit voor Nederlanders

Aanstaande vrijdag spreekt Koningin Máxima over inclusieve financiering tijdens een besloten webinar. Dat is te prijzen. Blijkens een nieuwsbericht zet de koningin zich in voor een wereldwijd goede toegang tot en veilig gebruik van bank- en spaarrekening en andere financiële producten, zodat alle burgers kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven.

Het zou echter fijn zijn als de koningin ook aandacht gaat geven aan de Nederlandse burgers en organisaties die slachtoffer zijn van de de-risking praktijken van de Nederlandse banken.
Niet voor niets wordt een initiatiefwetsvoorstel geconsulteerd dat er voor moet zorgen dat Nederlanders die buiten de EU wonen recht krijgen op een bankrekening. De problemen van Accidental Americans en andere US Persons om financiële producten af te nemen bij Nederlandse financiële instellingen, zijn ook nog steeds niet opgelost, al is er wel enige parlementaire aandacht voor. Bedrijven en organisaties ondervinden in toenemende mate problemen met banken, wat door Europese bankentoezichthouder EBA is gesignaleerd.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

The EBA takes steps to address ‘de-risking’ practices by European banks | AML

On 22 March the European Banking Authority (EBA) informed the public that it is taking steps to address inappropriate de-risking practices by banks. These harmful practices already have had detrimental consequences for many companies, organisations and persons in the Netherlands, including not-for-profit organisations and licensed trust offices (trustkantoren).

Banks and their supervisor DNB are nontransparent on their risk assessment systems. Banks do not inform their clients on their risk profile and are often not able to provide a solid basis for their decisions.  Because of anti money-laundering legislation (AML) banks are developing into shadow governmental authorities. This makes it very urgent that democratic supervision on banks is improved and that the legal rights of clients of banks are strengthened. Even better is to take away the payments role from banks and to establish a democratically supervised entity.

The EBA-announcement.

The EBA takes steps to address ‘de-risking’ practices
22 March 2021

The European Banking Authority (EBA) published this month three regulatory instruments to address de-risking practices based on evidence gathered in its call for input. The instruments clarify that compliance with anti-money and countering terrorist financing (AML/CTF) obligations in EU law does not require financial institutions to refuse, or terminate, business relationships with entire categories of customers that they consider to present a higher ML/TF risk. In these documents the EBA also set out steps that financial institutions and competent authorities should take to manage risks associated with individual business relationships in an effective manner.

De-risking refers to decisions taken by financial institutions not to provide services to customers in certain risk categories. This can leave customers without access to the financial system. De-risking can be a legitimate risk management tool in some cases but it can also be a sign of ineffective ML/TF risk management, with severe consequences.

The EBA referred to particular aspects of de-risking in its previous work, such as in the Opinion in 2016 to mitigate risks of financial exclusion of asylum seekers in situations where they were unable to provide the standard Customer Due Diligence documentation. However, it has become apparent that more comprehensive action is needed to address unwarranted de-risking, given its impact on consumers and competition in the single market. In May 2020, the EBA therefore launched a Call for Input to the wider public so as to better understand the drivers, scale and the impact of de-risking across the EU. The EBA subsequently assessed the extensive feedback received and, issued three legal instruments this month to address this issue.

First, the EBA published its 2021 Opinion on ML/TF risks in the EU financial sector, in which it observes that de-risking is a continuing trend that has implications from an ML/TF risk, consumer protection and financial stability point of view and sets out a number of actions the competent authorities should take to understand the drivers, scale and impact of de-risking in their sectors.

Secondly, the EBA issued its revised ML/TF Risk Factors Guidelines, which clarify that the application of a risk-based approach to AML/CFT does not require financial institutions to refuse, or terminate, business relationships with entire categories of customers that are considered to present higher ML/TF risk. Instead, the Guidelines provide guidance on the steps financial institutions should take effectively to manage ML/TF risks associated with individual business relationships.

Finally, the EBA launched a public consultation on changes to its existing Guidelines on risk-based AML/CFT supervision. The proposed Guidelines require competent authorities to take stock of the extent of de-risking in their jurisdiction and address de-risking in their ML/TF risk assessments. The proposed Guidelines also require competent authorities to pay particular attention to the way financial institutions manage ML/TF risks and encourage them to engage with their sectors to ensure that financial institutions have a good understanding of the regulatory expectations of how ML/TF risks should be managed.

Throughout the remainder of this year, the EBA will continue to monitor and assess the scale and impact of, as well as the reasons for, de-risking, and consider the extent to which the current legal and regulatory framework is sufficient to address the issues associated with de-risking.

Legal basis

The EBA is carrying out its work on de-risking to fulfil its mandates to lead, coordinate and monitor the EU financial sector’s fight against ML/TF, to contribute to the protection of consumers across the EU, and to bring about supervisory convergence in the implementation of the competition enhancing objective of PSD2.

 

Links

 

Posts on this blog on: de-risking, AML by banks.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Not-for-profit | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

WNT op deze site

Berichten over de WNT hadden voorheen de tag WNT. Deze berichten zijn verplaatst naar de categorie Wet Normering Topinkomens.

Geplaatst in Wet Normering Topinkomens | Tags: | Plaats een reactie

Geen WNT voor directeur DNB | oproep aan de heer Maijoor

Het Ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor de privatisering van de misdaadbestrijding naar ondernemingen (onder meer door middel van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, Wwft) en promoot via toezichthouder De Nederlandsche Bank dat ondernemingen zich integer moeten gedragen.

Diezelfde toezichthouder claimt nu een uitzondering op de Nederlandse voorschriften inzake topinkomens. Uit het nieuwsbericht van 19 maart jl. blijkt dat de nieuwe directeur van DNB, de heer Maijoor, per 1 april a.s. is benoemd voor de duur van zeven jaar. Uit het bericht blijkt voorts dat de Wet Normering Topinkomens (WNT) niet voor Maijoor gaat gelden:

De raad van commissarissen van DNB heeft verzocht om een uitzondering op de WNT. De ministers van Financiën en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben, na behandeling in de ministerraad, besloten dit verzoek te honoreren vanwege de benodigde kennis en ervaring waarover Maijoor beschikt.

Dat is een merkwaardige redenering, nu er meer topfunctionarissen zijn die over bijzondere kennis en ervaring beschikken en toch maximaal de WNT-norm krijgen.

Mijn oproep aan de heer Maijoor:
laat zien dat u financiële integriteit serieus neemt door af te zien van het deel van de bezoldiging die hoger is dan de WNT-norm.

 

De WNT bepaalt dat topfunctionarissen van publieke organisaties en publiek gefinancierde instellingen niet meer mogen verdienen dan de WNT-norm. Meer informatie op de site topinkomens.nl. Op dit blog zijn artikelen over de WNT hier te vinden.

 


Aanvulling 24 maart 2021

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Wet Normering Topinkomens | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Strict requirements for law enforcement access to electronic communications metadata | ECJ

On 2 March the Court of Justice of the European Union (ECJ or CJEU) delivered a judgment [1] in a new Estonian case on data retention obligations for electronic communications services.

From the press release:

Access, for purposes in the criminal field, to a set of traffic or location data in respect of electronic communications, allowing precise conclusions to be drawn concerning a person’s private life, is permitted only in order to combat serious crime or prevent serious threats to public security
In addition, EU law precludes national legislation that confers upon the public prosecutor’s office the power to authorise access of a public authority to such data for the purpose of conducting a criminal investigation

In an article [2] on this judgment on the site of EDRi [3] Jesper Lund observes that in the new judgment CJEU provides clarity:

For traffic and location data that allows precise conclusions to be drawn, law enforcement access must always be confined to cases of serious crime, even for access to small subsets of the data.

The judgment according to Lund highlights “the increasing tension between CJEU case law and Member States’ national data retention laws“.

The general trend is in the opposite direction. EU and member states create laws that make it possible to analyze all sorts of private data of people and organisations, without any suspicions. Analysis is done both by authorities and by private organisations.

One of the most important examples is the privatization of crime detection under anti money-laundering laws, in which banks play an important rule. Banks are supposed to analyze all financial transactions, small and large, to find criminals. For banks every client is a suspect. It is questionable whether banks and their systems / employees have the competence to fulfill this task adequately. Adequate democratic supervision lacks here.

It looks as if the surveillance society is definitely coming. It is not sure that the European fundamental rights legislation is going to prevent that.

 

Notes
[1] ECLI:EU:C:2021:152, C‑746/18, press release, general information, abstract, English version of the judgment.
[2] CJEU upholds strict requirements for law enforcement access to electronic communications metadata, by IT-Pol Denmark, 10 March 2021.
[3] EDRi is a European human rights organisation involved with dataprotection and privacy.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Algemene Rekenkamer onderzoekt Nederlandse uitvoering Europese regelgeving

De Algemene Rekenkamer heeft aangekondigd dat de naleving door de Nederlandse overheid van Europese regels zal worden onderzocht:

Uitvoering EU-regelgeving in Nederland
Nederland moet EU-regels, zoals verordeningen en richtlijnen, correct toepassen en uitvoeren. Wat zijn de gevolgen als Nederland dat niet doet?

Als Nederland EU-regels niet goed toepast en/of uitvoert, bestaat het risico dat de (rechts)positie van burgers en bedrijven wordt aangetast, en dat Nederland geconfronteerd wordt met hoge maatschappelijke kosten, en met financiële gevolgen.

Zo kunnen bijvoorbeeld extra publieke uitgaven nodig zijn voor (gedwongen) aanpassing van nationaal beleid of voor schadevergoeding aan burgers en bedrijven. Ook kan het Hof van Justitie van de Europese Unie boetes of dwangsommen opleggen aan Nederland.

Zo moest Nederland recent het beleid aanpassen toen bleek dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in strijd was met de Europese Habitatrichtlijn. Dit had grote financiële gevolgen en leidde tot maatschappelijke onrust.

Waarom onderzoeken we dit?
Afgezien van een aantal sprekende voorbeelden en informatie uit openbare bronnen, bijvoorbeeld van de Europese Commissie, is nog niet veel bekend over de mate waarin Nederland EU-regels correct toepast en uitvoert, en wat de gevolgen zijn als het niet goed gaat. In een onderzoek willen we hierover duidelijkheid verschaffen.

Op grond van Europese verdragen moet Nederland EU-regels goed uitvoeren. De Algemene Rekenkamer is de aangewezen instantie om onderzoek te doen naar eventuele gebrekkige toepassing en uitvoering van EU-regels in Nederland, en wat de kosten daarvan zijn. Veel informatie over dit onderwerp is niet openbaar beschikbaar. Wij kunnen deze informatie met de inzet van onze unieke bevoegdheden verkrijgen bij de betreffende ministeries. Zo kunnen we helderheid geven over de omvang van de problematiek, de kosten ervan, en de mogelijke oorzaken. We onderzoeken ook wat de ministers doen om de situatie te verbeteren.

Wat zijn de onderzoeksvragen?
De voorlopige onderzoeksvragen zijn als volgt geformuleerd:

  • Met welke problemen worden burgers en bedrijven (en andere belanghebbenden) geconfronteerd door gebrekkige toepassing en uitvoering van EU-regels door de rijksoverheid?
  • Welke oplossingen worden voor deze problemen gevonden, en tot welke kosten leidt dit voor de rijksoverheid?
  • Welke verklaringen zijn er voor gebrekkige toepassing en uitvoering van EU-regels, welke verbeteringen zijn binnen de rijksoverheid sinds 2009 geïntroduceerd om gebrekkige toepassing en uitvoering van EU-regels aan te pakken, en in welke mate waren deze effectief?

De Rekenkamer wil de bevindingen in het derde kwartaal van 2022 publiceren. Lees over de implementatie van Europese regelgeving de pagina bij ECER (maar de Rekenkamer onderzoekt meer dan alleen de implementatie).

Geplaatst in Europa, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

VOG bij Radar [2]

Het artikel over de Radar-uitzending over de VOG is aangevuld met nadere informatie. De belangrijkste vraag is hoe het proces verloopt als Dienst Justis van plan is het VOG te weigeren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Vaccination, immunity certificates, and the permanent pandemic | Privacy International

Privacy International has published the article “Anytime and anywhere”: Vaccination, immunity certificates, and the permanent pandemic on the site of EDRi [*].

Their key findings:

  • Until everyone has access to an effective vaccine, any system requiring a passport for entry or service will be unfair.
  • Governments must find alternatives to delivering vaccination schemes which do not perpetuate and reinforce exclusionary and discriminatory practices.
  • Covid Immunity cannot be a justification for expanding or instating digital identity schemes.

They warn that public health and identity systems are a potentially toxic mix and worry about function creep:

PI have also expressed their deep concern with the “function creep” aspect of “immunity certificates”: how it becomes a segue to the more general rollout of digital ID, or for new applications such as in sectors of “law enforcement”, counter-terrorism and immigration enforcement.

Read their article.

 

[*] EDRi is the European network of NGOs, experts, advocates and academics working to defend and advance digital rights across the continent.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Gegevensdelen via Wet Bibob | nieuwste wijziging van de wet

In een nieuwsbericht kondigen de ministers van het ministerie van veiligheid aan dat de Wet Bibob opnieuw zal worden gewijzigd. Dat bood meteen gelegenheid voor het marketen van het gegevensdelen ten behoeve van de criminaliteitsbestrijding. Ook het bekende ondermijningsmantra (“vermenging van de boven- en onderwereld“) wordt ten tonele gevoerd.

Van oudsher wordt de Wet Bibob al ingezet voor het verifiëren van antecedenten van bepaalde vergunningaanvragers. In de loop van de tijd is de reikwijdte van de wet verder verruimd. Doel van dit voorstel is een nieuwe verruiming.

Terminologie
In het wetsvoorstel wordt nieuwe terminologie geïntroduceerd, onder meer de “leidinggevende van betrokkene” en de “zeggenschaphebbende over betrokkene“. Het begrip ‘betrokkene‘ heeft in de Wet Bibob een heel specifieke betekenis, volgens de huidige wettekst:

betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidie-ontvanger, de vergunninghouder, de gegadigde, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie wordt onderhandeld over een dergelijke transactie, en de beoogd verkrijger van de erfpacht waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling «vastgoedtransactie», onder 5°;

Een betrokkene kan ook een rechtspersoon zijn, wat het begrip ‘leidinggevende van betrokkene’ lastig maakt. De begrippen zijn wonderbaarlijk, zoals “degene die redelijkerwijs met betrokkene gelijk kan worden gesteld op grond van zijn feitelijke invloed op de betrokkene” van artikel 7c. Het blijft apart dat iedere wet de eigen terminologie inzake leiding geven en verwante thema’s heeft, het zijn parallelle werelden.

Reikwijdte
De Wet Bibob zal vaker worden toegepast, doordat alle begunstigden van beschikkingen onder de wet worden gebracht (beschikking omvat ook de wijziging van een omgevingsplan op aanvraag als bedoeld in artikel 4.19b Omgevingwet) en doordat ook verkrijgers van opstalrecht worden getoetst. De definitie van subsidie wordt in het kader van de Wet Bibob verbreed naar bekostiging van onderwijs en onderzoek. Intrekking van een subsidie gaat in dit kader ook wijziging van de subsidie ten nadele van de subsidie-ontvanger en vaststelling van de subsidie op een lager bedrag dan bij verlening is bepaald omvatten.

Antecedenten
Relevante antecedenten zijn niet alleen feiten die tot strafbaarheid in het strafrecht leiden. Ook overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, zullen relevant worden voor de Bibob-beoordeling. Wat ik niet overzie is hoe ruim het begrip ‘strafbare feiten‘ hier is; vallen verkeersovertredingen en boetes wegens te late betaling van belasting er ook onder?

Het criterium voor de overheid (het bestuursorgaan) om een beschikking te weigeren of een beschikking in te trekken luidt volgens de huidige wet (artikel 3 lid 1):

indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om:
a. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of
b. strafbare feiten te plegen.

Vervolgens wordt het begrip ‘ernstig gevaar’ verder uitgewerkt, waarbij wordt gesproken over een ‘betrokkene‘ die ‘in relatie staat tot strafbare feiten‘, wat aangeeft dat de betrokkene de feiten niet zelf hoeft te hebben gepleegd. Het kan echter wel het geval zijn, als betrokkene feiten zelf heeft gepleegd. Voorts staat betrokkene in relatie tot strafbare feiten indien (artikel 3 lid 4):

b. hij direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over of vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan een rechtspersoon in de zin van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht die deze strafbare feiten heeft begaan, of
c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat of heeft gestaan.

Het criterium onder c. moet volgens het wetsvoorstel als volgt gaan luiden:

c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon leidinggevende van betrokkene is, dan wel zeggenschaphebbende over betrokkene, vermogensverschaffer van betrokkene of een persoon die in een zakelijk samenwerkingsverband tot betrokkene staat of heeft gestaan.

Antecedenten van de vermogensverschaffer en deelnemer samenwerkingsverband
Dit betekent dat als een bank financiering heeft verschaft aan een rechtspersoon die strafbare feiten heeft begaan, de bank ‘in relatie staat tot strafbare feiten’. Immers, voor de ‘relatie’ als financier is niet vereist dat de financier op de hoogte is van de strafbare feiten. Het wordt extra opletten voor financiers die een Wet Bibob-toetsing moeten ondergaan. Hetzelfde geldt voor aandeelhouders. Dit is een voorbeeld van kleurloos opzet bij de vermogensverschaffer. Ook deelname aan een ‘zakelijk samenwerkingsverband’ (in de wet kon ik niet vinden wat dit betekent) heeft tot gevolg dat de deelnemer in Bibob-betekenis besmet raakt, ook is er geen enkele betrokkenheid bij de strafbare feiten. (Voor leidinggevenden en personen met zeggenschap is dit anders, daarvan mag worden verondersteld dat zij op de hoogte waren van de strafbare feiten, hoewel dat niet altijd het geval hoeft te zijn.)

Informatiebronnen en gegevensuitwisseling
Het landelijke bureau dat de onderzoeken doet, heeft al ruime toegang tot informatiebronnen. Daartoe behoren volgens het huidige artikel 27 van de wet onder meer FIOD, belastingdienst, FIU-Nederland (‘het Meldpunt ongebruikelijke transacties’), het Openbaar Ministerie, de politieregisters en de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen.

Nieuw in het voorstel is dat het bestuursorgaan de belastingdienst kan vragen om gegevens over vergrijpboetes opgelegd aan:

  • betrokkene,
  • diens leidinggevende,
  • diens zeggenschaphebbende,
  • diens vermogensverschaffer,
  • degene die zal worden vermeld op de beschikking als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager en
  • degene die redelijkerwijs met betrokkene gelijk kan worden gesteld op grond van zijn feitelijke invloed op de betrokkene” (artikel 7c).

Volgens de toelichting zou dit een verduidelijking zijn van de eigen onderzoeksbevoegdheden van het bestuursorgaan. Hopelijk hebben de mensen van de bestuursorganen ook voldoende fiscale kennis om de ontvangen informatie te kunnen duiden.

Het voorstel moet ook meer informatieuitwisseling (inclusief tipbevoegdheden) tussen de bestuursorganen en het landelijk bureau en tussen de bestuursorganen onderling mogelijk maken. Voorts wordt beoogd het eigen onderzoek door het bestuursorgaan te verbeteren.

Tot slot
Aan de misdaadbestrijdingsmandarijnenwetenschap wordt wederom een belangrijk hoofdstuk toegevoegd dat aan iedereen die met de Wet Bibob te maken heeft veel werk zal bezorgen. Hopelijk levert het een bijdrage aan de misdaadbestrijding en is de wet geen bron van discriminatie en onbetamelijk overheidsoptreden.

 

Meer informatie:

  • Nieuwsbericht rijksoverheid.nl: Crimineel misbruik via legale structuren voorkomen door meer informatiedeling overheden, 15 maart 2021.
  • Officiële naam van het wetsvoorstel: Wijziging van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in verband met informatiedeling tussen bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak en enige overige wijzigingen. Op rijksoverheid.nl wordt het voorstel aangeduid als ‘wijziging wet Bibob 2e tranche‘.
  • Het dossier van het wetsvoorstel staat op de site van de Tweede Kamer. Daar zijn documenten over het voorstel te vinden, niet alleen het wetsvoorstel, de memorie van toelichting en het advies van de Raad van State met nader rapport maar ook een hele serie adviezen, te weten van NVvR, VNG, RIEC-LIEC, Uitvoeringstoets Belastingdienst, Uitvoeringstoets Landelijk Bureau Bibob, Provincie Flevoland, Van Ardenne & Crince le Roy Advocaten N.V., G4/B5, VAN Kansspelen Brancheorganisatie, Regioburgemeesters, Hekkelman Advocaten, Autoriteit Persoonsgegevens en de Unie van Waterschappen.
  • Aan dit voorstel is een internetconsultatie vooraf gegaan, vindplaatsen via mijn blog.
  • Over de wijziging van de Wet Bibob in 2020: lees dit artikel.

 

Alle berichten over de Wet Bibob op dit blog zijn hier te vinden.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie