Voorzieningenrechter wil geen prejudiciële vragen stellen | ubo-register vonnis

In dit artikel ga ik nader in op het ubo-register vonnis.

Interessant aan het kort geding vonnis over het ubo-register is dat de rechter oordeelt dat er alle aanleiding is om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU over de verenigbaarheid van AMLD4 en AMLD5 met de artikelen 7, 8, 16 en 52 lid 1 van het Handvest, artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de AVG. Het is niet vereist dat de Nederlandse wetgeving onmiskenbaar onverbindend is.

De rechter overweegt in paragraaf 4.4:

Naar de voorzieningenrechter begrijpt, betoogt de Staat dat voor het stellen van prejudiciële vragen geen grond bestaat, nu niet is gebleken dat de Nederlandse UBO-wetgeving onmiskenbaar onverbindend is. De voorzieningenrechter volgt de Staat in dat betoog niet. Het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJEU is juist een van de instrumenten die door de rechter kan worden ingezet bij de beantwoording van de vraag of nationale wetgeving onmiskenbaar onverbindend is. De omstandigheid dat het HvJEU een aan nationale wetgeving ten grondslag liggende Europese richtlijn onverbindend verklaart, is immers een factor van groot gewicht bij de beantwoording van die vraag (vgl. de hiervoor genoemde zaak over de Wet Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens). Tot het stellen van prejudiciële vragen kan in dit geval door de voorzieningenrechter worden overgegaan bij twijfel over de rechtsgeldigheid van (onderdelen van) de aan de Nederlandse UBO-wetgeving ten grondslag liggende AMLD4 en AMLD5. Beoordeeld moet dus worden of er ten aanzien van de uit deze richtlijnen voortvloeiende verplichting tot het inrichten van een (deels) openbaar UBO-register aanleiding bestaat voor dergelijke twijfel.

Openbaarheid
Vervolgens oordeelt de voorzieningenrechter dat het (deels) openbare karakter van het register aanleiding geeft voor het stellen van prejudiciële vragen:

4.5. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag voor wat betreft het door AMLD5 verplicht voorgeschreven (deels) openbare karakter van het UBO-register bevestigend. Daarbij kent de voorzieningenrechter een groot gewicht toe aan het ter zake kritische advies van de EDPS van 18 maart 2017 (Publicatieblad van de Europese Unie, 2017/ C 85/04) met betrekking tot de destijds voorgenomen wijzigingen van AMLD4. In (de Nederlandse vertaling van) dit advies valt immers onder meer het volgende te lezen:

“Het laatste en belangrijkste punt is echter dat de wijzigingen de toegang tot informatie over uiteindelijk begunstigden zowel voor de bevoegde autoriteiten als voor het publiek aanzienlijk uitbreiden, als een beleidsinstrument om de handhaving van de fiscale verplichtingen te vergemakkelijken en te optimaliseren. We zien in de manier waarop een dergelijke oplossing ten uitvoer wordt gelegd een gebrek aan evenredigheid, met aanzienlijke en onnodige risico’s voor de individuele rechten op privacy en gegevensbescherming.
(…)
66. We hebben het voorstel beoordeeld en zijn van mening dat het ervoor had moeten zorgen:
(…)
– dat elke beperking van de uitoefening van het fundamentele recht op privacy en gegevensbescherming wordt voorzien door de wet, de essentie van dat recht respecteert en, onder voorbehoud van het evenredigheidsbeginsel, alleen wordt voorgeschreven indien nodig om door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang te bereiken of de rechten en vrijheden van anderen te beschermen.
(…)
– voor speciaal ontworpen toegang tot informatie over uiteindelijk begunstigden met naleving van het evenredigheidsbeginsel, onder meer om te garanderen dat alleen toegang wordt verkregen door entiteiten die belast zijn met de handhaving van de wet.”

4.6. Op voorhand valt niet uit te sluiten dat het HvJEU mede aan hand van dit advies van de EDPS tot de conclusie zal komen dat het (deels) openbare karakter van het UBO-register zich in het licht van de doelstelling van het UBO-register niet verhoudt met het door de Europese wetgever te respecteren evenredigheidsbeginsel. Dit brengt met zich dat hierover in beginsel door de Nederlandse rechter prejudiciële vragen aan het HvJEU kunnen worden gesteld.

Echter, nu de Luxemburgse rechter gelijksoortige prejudiciële vragen heeft gesteld aan het HvJEU, ontbreekt bij Privacy First het belang om dezelfde vragen te stellen (4.6):

De voorzieningenrechter zal echter niet tot het stellen van vragen hieromtrent overgaan. Daartoe is redengevend dat het Tribunal d’arrondissement te Luxemburg reeds op 13 november 2020 vragen op dit punt aan het HvJEU heeft gesteld. Deze vragen komen grotendeels overeen met de vragen die Privacy First in haar dagvaarding ten aanzien van het (deels) openbare karakter van het UBO-register heeft geformuleerd. Privacy First heeft niet inzichtelijk gemaakt dat en zo ja hoe haar belangen ermee zijn gediend als de voorzieningenrechter in essentie dezelfde vragen ook aan het HvJEU voorlegt. De beantwoording van die vragen door het HvJEU zal hierdoor immers niet op andere wijze plaatsvinden. Daarmee ontbreekt het Privacy First aan voldoende belang bij haar vordering tot het stellen van prejudiciële vragen, voor zover deze betrekking hebben op het (deels) openbare karakter van het UBO-register. Het aanhouden van dit kortgeding in afwachting van de beantwoording van die prejudiciële vragen door het HvJEU verhoudt zich onder meer vanwege de duur van de prejudiciële procedure niet met de aard en het karakter van de kortgedingprocedure.

Registratieplicht
Een ander thema dat Privacy First heeft aangesneden was de verplichting tot registreren van ubo-gegevens  in het ubo-register. Daar wil de voorzieningenrechter geen prejudiciële vragen over gaan stellen:

4.7. De vordering tot het stellen van prejudiciële vragen over de verplichting tot het registreren van UBO-gegevens in het UBO-register is evenmin toewijsbaar. Privacy First heeft naar het voorlopig oordeel onvoldoende onderbouwd dat met het in het leven roepen van een UBO-register en de daaraan gekoppelde registratieplicht een inbreuk wordt gemaakt op de Europeesrechtelijk gewaarborgde grondrechten van UBO’s dan wel dat in dat verband niet wordt voldaan aan de te respecteren beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Er bestaat anders dan Privacy First lijkt te betogen voorshands onvoldoende aanleiding voor twijfel aan de effectiviteit van het UBO-register bij het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering middels het financiële stelsel (ook als ervan uit moet worden gegaan dat de daarin opgenomen informatie niet (deels) openbaar toegankelijk mag zijn). Evenmin geeft aanleiding tot twijfel de onvoldoende onderbouwde en daarmee niet aannemelijke stelling van Privacy First dat er een aanzienlijke kans bestaat dat de thans afgeschermde aanvullende gegevens door datalekken en/of de op handen zijnde koppeling van Europese UBO-registers op straat zullen komen te liggen.

Dat is teleurstellend. De ubo-register bureaucratie brengt hoge kosten met zich mee zonder dat het aantoonbaar bijdraagt aan de misdaadbestrijding. De definitie van ‘uiteindelijk belanghebbende’ is niet proportioneel.

Het register past in de moderne registratiezucht en naïef geloof in digitale hulpmiddelen. Het is onderdeel van de ontwikkeling die wij doormaken naar een surveillance samenleving.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

Een interessant wereldwijd experiment | corona-medicatie

Experimentele geneesmiddelen worden normaliter alleen ingezet bij ernstig zieke mensen die de risico’s van dergelijke medicijnen accepteren.
Bij de corona-geneesmiddelen (ook wel vaccins genoemd) is dat anders. Voor zover ik weet is nieuw dat wereldwijd een zeer grote groep mensen (zowel gezonde mensen als kwetsbare personen) er toe wordt bewogen om vaccins te nemen die niet langdurig zijn getest en nog in de toelatingsfase verkeren.

Experimenteel karakter
De informatie bij de RIVM is helder over het experimentele karakter. Ook in de nadere informatie van de Europese geneesmiddelenautoriteit EMA wordt dat aangegeven:

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.

Op dit moment zijn er alleen aanwijzingen dat de vaccins corona voorkomen bij degenen die zich hebben laten vaccineren.

RIVM schrijft over de beschermingsduur na vaccinatie:

Hierover zijn nog weinig gegevens bekend omdat het nieuwe vaccins zijn.

Ook gevaccineerde mensen moeten zich aan de coronaregels houden, want, zo zegt RIVM:

Kan ik na vaccinatie anderen nog besmetten met corona?
Vaccinatie beschermt tegen ziekte door corona. We weten nog niet of iemand die gevaccineerd is het virus toch kan verspreiden. Daarom nemen we het zekere voor het onzekere: voor gevaccineerde personen gelden voorlopig dezelfde maatregelen als voor mensen die niet gevaccineerd zijn.

Dus anders dan de rijksoverheid doet voorkomen, vaccineer je jezelf niet voor de ander, want iemand die gevaccineerd is kan nog steeds besmettelijk zijn. Vaccinatie doe je voor jezelf. Verder is onbekend hoe lang de vaccinatie effect heeft.

Er schijnen al meer dan twee miljoen Nederlanders antistoffen tegen corona te hebben, las ik. RIVM zegt niet hoe hun bescherming zich verhoudt tot de bescherming door vaccinatie.

Op de site van RIVM wordt niet gerept over lange termijn effecten van het vaccin. Hoe weten de gezondheidsinstanties dat die lange termijn effecten er niet zijn?

Er zijn veel vragen.

EMA-informatie
Via de site van RIVM is nadere informatie over de vaccins te vinden. Bijvoorbeeld over het vaccin van AstraZeneca. Daarin wordt beschreven dat een dosis van het vaccin het volgende bevat:

Chimpansee-adenovirus coderend voor de spike-glycoproteïne (ChAdOx1-S) van SARS-CoV-2*, niet minder dan 2,5 × 108 infectieuze eenheden (Inf.U).
* Geproduceerd in genetisch gemodificeerde menselijke embryonale 293-niercellen (human embryonic kidney, HEK) en door recombinant-DNA-technologie.

Uit de bijsluiter blijkt dat er van alles onderzocht moet worden. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen en jongeren (jonger dan 18 jaar) is nog niet onderzocht. Evenmin is onderzocht hoe het vaccin werkt bij immuungecompromitteerde personen en is onvoldoende onderzoek bij mensen ouder dan 55 jaar gedaan. Er is geen onderzoek naar interacties met andere geneesmiddelen uitgevoerd. Over de werking bij zwangerschap is onvoldoende bekend. Er is geen onderzoek naar genotoxiciteit of carcinogeniciteit uitgevoerd. Het onderzoek naar potentiële reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit loopt nog.

Er wordt verslag gedaan van de bijwerkingen. Er kan een heftige allergische reactie (‘anafylaxie‘, zie ook dit) optreden.

Uit de beschrijving inzake de klinische werkzaamheid blijkt dat mensen met bepaalde aandoeningen niet in het onderzoek zijn meegenomen. Degenen die wel mee deden, worden twaalf maanden opgevolgd voor beoordeling van veiligheid en werkzaamheid tegen corona. Interessant is waarom een dergelijke opvolging niet ook bij alle ‘gewoon’ gevaccineerden wordt uitgevoerd, dat kan bijdragen aan het de beoordeling.

Over de toelating:

Dit geneesmiddel is voorwaardelijk toegelaten. Dit betekent dat er in de toekomst meer definitieve gegevens worden verwacht over dit geneesmiddel. Het Europees Geneesmiddelenbureau zal ieder jaar nieuwe informatie over het geneesmiddel beoordelen. Als dat nodig is, zal deze bijsluiter worden aangepast.

Er is over de andere vaccins eveneens informatie, bijvoorbeeld over het Pfizer/BioNTech middel. Beschrijving:

1 dosis (0,3 ml) bevat 30 microgram COVID-19-mRNA-vaccin (ingebed in lipidenanodeeltjes).

Enkelstrengs, 5’-capped boodschapper-RNA (mRNA), geproduceerd met behulp van een celvrije in-vitro transcriptie van de overeenkomende DNA-sjablonen, die voor het virale spike-eiwit (S-eiwit) van SARS-CoV-2 coderen.

Hier wordt eveneens vermeld dat veel onbekend is en worden bijwerkingen beschreven, onder meer anafylaxie. Er kan een acute perifere gelaatsparalyse (‘tijdelijk afhangend gezicht aan één zijde’) optreden (blijkens de noot bij een van de deelnemers pas op dag 37 na de eerste dosis), wat zelden voorkwam.

Over de lange termijn effecten kom ik in de bekeken documenten niets tegen.

Aansprakelijkheid?
Stel dat de experimentele vaccins toch tot schade leiden, misschien pas over een aantal maanden of jaren. Wat dan? Kan de benadeelde dan schadevergoeding claimen bij de fabrikant? Of bij de overheid? Of bij de arts?

Over de aansprakelijkheid van artsen schreef Frank Stadermann het artikel Arts mogelijk aansprakelijk voor schade door vaccin (Advocatenblad). Hij is van mening dat artsen hun patiënten vooraf moeten waarschuwen voor mogelijke schadelijke bijwerkingen. Hij veronderstelt dat gezien de bijzondere omstandigheden waaronder en de snelheid waarmee het Covid-19 vaccin is ontwikkeld, de informed consent-plicht van de arts zich kan uitstrekken tot bijwerkingen van dat specifieke vaccin, die níét in de bijsluiter staan vermeld [*].

Tot slot
Als medische leek hoop ik dat gezondheidsinstanties zoals RIVM, Gezondheidsraad en EMA hun werk goed doen. Of dat het geval is, kan ik niet beoordelen, in ieder geval roept de communicatie van de rijksoverheid en RIVM rondom corona bij mij veel vragen op.

 

[*] In noot 8 wordt melding gemaakt van een huisarts die geen vaccin geeft als de patiënt geen verklaring tekent dat hij de gevaren van het vaccin accepteert. Hier is later een tuchtuitspraak over gewezen waarin hij gedeeltelijk gelijk heeft gekregen.
Verschillende van de in de noten van het artikel genoemde bronnen zijn door aanhangers van de officiële coronamaatregelen in de ban gedaan, zoals de in noot 12 genoemde Borger.

 

Als Big Pharma bedrijven tovenaarsleerlingen zijn, is er nog hoop. Want de tovenaarsleerling, die in de problemen raakt door experimentele tovenarij wordt volgens de overlevering gered door de Oude Tovenaar, die de betovering verbreekt.

Bron plaatje.

Berichten op dit blog over corona.

 


Aanvulling 24 maart 2021
Goed stuk in De Groene, Het draait niet om vertrouwen, maar om betrouwbaarheid, door Jop de Vrieze. Hij schrijft dat de overheid eerlijk moet zijn over de risico’s die aan vaccinatie zijn verbonden. De doden en zieken als gevolg van vaccinatie zijn net zo belangrijk als de doden & zieken door corona.

Aanvulling 13 april 2021
Inmiddels is gebleken dat de anti-corona middelen niet zo onschuldig zijn. Bij zowel Astra-Zeneca als het Janssen-middel zijn er bijwerkingen, wat de vraag oproept waarom niet iedereen die geprikt is wordt gevolgd. De anafylaxie schijnt heel weinig voor te komen en treedt meteen na het prikken op. De andere bijwerkingen, zoals trombose, worden pas veel later zichtbaar.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Nationale Ombudsman: ‘Een burger is geen dataset’ | de datagedreven overheid

De digitalisering is niet te stuiten en het is de vraag of de wereld er beter van wordt. De Nationale Ombudsman is een van de instanties die aandringt op verstandige inzet van data en algoritmen. In een bericht van begin van deze maand schrijft de Ombudsman:

Ombudsvisie op gebruik van data en algoritmen door de overheid: stel burgers centraal

Voor burgers moet duidelijk zijn wat zij van de overheid mogen verwachten als deze gebruikmaakt van data en algoritmen. Dit is niet altijd zichtbaar en herkenbaar. En dit heeft invloed op het vertrouwen dat burgers in de overheid hebben. De Nationale ombudsman heeft daarom een ombudsvisie ontwikkeld op het behoorlijk gebruik van data en algoritmen door de overheid. Hij roept de overheid op om bij het gebruik van data en algoritmen het perspectief van burgers centraal te stellen.

Duidelijk, toegankelijk en oplossingsgericht
De ombudsvisie op behoorlijk gebruik van data en algoritmen door de overheid biedt drie uitgangspunten die de overheid daarbij helpen:

1.     Wees duidelijk
2.     Wees toegankelijk
3.     Wees oplossingsgericht

De overheid gebruikt in processen en systemen steeds vaker data en algoritmen. Hierbij houden overheden rekening met het belang van juridische en ethische kaders. Maar de ombudsman ziet ook het gevaar: wanneer de overheid door het gebruik van data en algoritmen verandert in een ‘black box’ en de burger niet meer weet wie hij voor zich heeft. Overheden vinden het belangrijk om het belang van de burger voorop te stellen. Maar in de praktijk blijkt dat dit onvoldoende gebeurt. Daarom heeft ombudsman deze ombudsvisie ontwikkeld.

Vertrouwen in de overheid
Nationale ombudsman Reinier van Zutphen: “Niemand wil dat burgers slachtoffer worden van een systeem waarin de overheid gebruikmaakt van data en algoritmen. Of dat zij worden geconfronteerd met ongewenste resultaten. Toch worden burgers nog nauwelijks betrokken bij het gebruik van data en algoritmen door de overheid. Daar kun je als overheid verandering in brengen door de drie uitgangspunten uit deze ombudsvisie te hanteren.”

In de ombudsvisie stipt de ombudsman ook aan dat hij het belangrijk vindt dat de overheid vooraf nadenkt over het gebruik van data. En dat burgers altijd uit het systeem kunnen worden gehaald als het misgaat. Bovendien moet persoonlijk contact en maatwerk altijd mogelijk blijven. Dit draagt bij aan het vertrouwen dat de burger in de overheid heeft.

Ontwikkelingen blijven volgen
In een brief aan demissionair staatssecretaris Knops roept de ombudsman de overheid op om burgers centraal te stellen wanneer zij gebruikmaakt van data en algoritmen. De Nationale ombudsman blijft actief de ontwikkelingen rondom het gebruik van data en algoritmen door de overheid volgen. Waar nodig zal hij zijn ombudsvisie uitdragen. Daarnaast zal de ombudsman deze visie als toetsingskader gebruiken wanneer hij klachten ontvangt over het gebruik van data en algoritmen door de overheid.

Bijlagen
Een burger is geen dataset (pdf)
Aanbiedingsbrief aan staatssecretaris BZK (pdf.

 

Lees de berichten van de Nationale Ombudsman over de digitale overheid. Op dit blog schrijf ik regelmatig over de digitale overheid.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Het Openbaar Ministerie en de advocaat ‘facilitator’

Door de opsporing wordt regelmatig gezegd dat advocaten belangrijke ‘facilitators’ van criminelen zijn. Inmiddels zijn een aantal zaken bekend waarin door diezelfde opsporing flinke scheve schaatsen zijn gereden door aan advocaten een onjuiste rol toe te dichten. Dat levert flinke schade voor  betrokkenen op.

Advies kansspelen
Een van de scheve schaatsen betrof een advocate die haar klanten had geadviseerd over online gokspelen en die door het Openbaar Ministerie in het openbaar werd beschuldigd. In 2018 werd zij vrijgesproken door de rechtbank. Inmiddels is zij bezig met een procedure tegen de de Staat der Nederlanden en wil schadevergoeding claimen. In dat kader wil zij een voorlopig getuigenverhoor houden om onder meer officieren van justitie te horen. De rechtbank stond in januari het voorlopig getuigenverhoor toe, zij het niet in de omvang als door haar verzocht. In de inhoudsindicatie van de uitspraak staat over de zaak:

Verzoekster heeft in haar hoedanigheid als advocaat enkele personen c.q. vennootschappen geadviseerd die actief waren op het gebied van online gokspelen. Het Openbaar Ministerie heeft een omvangrijk onderzoek gedaan naar deze gokactiviteiten. Verzoekster is daarbij ook als verdachte aangemerkt. Het Openbaar Ministerie heeft verzoekster ten laste gelegd dat zij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, dat zij de Wet op de kansspelen heeft overtreden en dat zij als feitelijk leidinggever een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van grote geldbedragen. Voorts is haar verweten dat zij meermalen valsheid in geschrift heeft gepleegd. De rechtbank heeft verzoekster in 2018 vrijgesproken. Het Openbaar Ministerie is van deze uitspraak in hoger beroep gekomen.

Naar aanleiding van de arrestatie van verzoekster in 2014 heeft het OM een persbericht doen uitgaan. Ook is aan haar betrokkenheid bij het aanbieden van online gokspelen aandacht besteed in Opportuun, een relatiemagazine van het Openbaar Ministerie. Dat is ook gebeurd in (een onderdeel van) het rapport Verantwoording aanpak georganiseerde misdaad. Dit rapport is door het College van procureurs-generaal verstrekt aan de minister van Veiligheid en Justitie. De minister heeft vervolgens de Tweede Kamer van dit rapport in kennis gesteld. De pers (o.a. De Telegraaf, het FD en Quote) heeft bericht over de arrestatie van verzoekster, haar vrijlating en pogingen om te voorkomen dat het OM inzage zou krijgen in geheimhoudersstukken.

Verzoekster verwijt het Openbaar Ministerie – kort gezegd – dat zij haar opzettelijk en uit eigen belang identificeerbaar heeft gemaakt. Zij is onschuldig. Verzoekster stelt als gevolg hiervan (im)materiële schade te hebben geleden, waaronder reputatie- en inkomensschade. Zij overweegt een gerechtelijke procedure te starten om deze schade te verhalen op de Staat der Nederlanden, maar mogelijk ook op de twee betrokken officieren van justitie. Verzoekster vindt dat de twee betrokken officieren van justitie hun bevoegdheden ernstig te buiten zijn gegaan en niet hebben gehandeld zoals een goed officier van justitie betaamt.

In verband met haar voornemen heeft verzoekster de rechtbank verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Zij wil als getuigen de twee betrokken officieren van justitie horen maar ook een oud-voorzitter van het College van procureurs-generaal, een persvoorlichter van het Openbaar Ministerie en de haar niet bekende auteur van het artikel in Opportuun.

De Staat en de officieren vinden dat het getuigenverhoor niet nodig. Dat verweer wordt niet door de rechtbank gehonoreerd. Het gestelde onrechtmatige handelen is voldoende onderbouwd en er is belang bij het getuigenverhoor om aan nadere informatie te komen. Onder meer overweegt de rechtbank:

4.9. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verzoeksters in dat licht een (voldoende) belang bij het houden van een voorlopig getuigenverhoor dat ziet op de stelling van verzoeksters dat het OM voor het uitbrengen van het persbericht de identiteit van [verzoekster 1] heeft doorgegeven dan wel bevestigd aan De Telegraaf, dat het OM [verzoekster 1] in dat persbericht met opzet identificeerbaar heeft gemaakt, dat het OM geen enkel te respecteren belang had bij het persbericht en het te woord staan van de pers en dat er opzettelijk geen rekening is gehouden met de belangen van [verzoekster 1] en dat het OM buiten het persbericht om informatie over [verzoekster 1] aan de pers heeft verstrekt. Tevens ziet dat voorlopig getuigenverhoor op de vraag wie het artikel in Opportuun, met daarin de vermelding ‘consigliere’, heeft geschreven en op de stelling van [verzoekster 1] dat het is geschreven en gepubliceerd om berichtgeving in de pers over [verzoekster 1] te stimuleren en om haar verder te schaden. Het verzoek zal in zoverre worden toegewezen.

 

Andere voorbeelden
Enkele andere voorbeelden van onrechtmatig handelen van de opsporing:

  • De grond werd onder mijn voeten weggeslagen. Mijn telefoon explodeerde, maar ik nam niemand meer op. Alles wat ik had opgebouwd in al die jaren was in één keer weg“, aldus wordt een strafadvocaat in het Advocatenblad (2021-02) geciteerd die publiekelijk werd beschuldigd. Uit onderzoek bleek dat hem niets te verwijten was (Advocatenblad 19 februari 2021).
  • Over een andere strafadvocaat: Ook deken Midden-Nederland pleit Marengo-advocaat vrij, Advocatenblad 12 maart 2021.

Al enige tijd wordt door advocaten van Stibbe geprocedeerd tegen het Openbaar Ministerie (OM) over onrechtmatige kennisneming door het OM van advocatencorrespondentie, zie onder meer berichten van 13 september 2020, 14 september 2020 (betaalmuur), 17 september 2020, 12 augustus 2020. Het einde van deze zaak lijkt nog niet in zicht.

Tot slot
Het is niet gezond als opsporing en advocatuur in onderlinge vetes verwikkeld raken en geen begrip voor elkaars verschillende posities meer hebben. Hopelijk wordt er gewerkt aan verbetering van de verhoudingen.

 


Aanvulling 10 september 2024
De in bovenstaand artikel genoemde Stibbe zaak heeft geleid tot een tuchtrechtelijke maatregel tegen landsadvocaat Veldhuis, zie de berichten over de tuchtklacht.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie

Uitspraak kort geding ubo-register door Privacy First

Op 25 februari jl. was de zitting van het kort geding van Privacy First tegen de staat der Nederlanden inzake het ubo-register. Op de site van Privacy First staat dat de uitspraak gepland is op donderdag 18 maart aanstaande. Belangstellenden kunnen daar ook de pleitnota downloaden.

Eerder op dit blog over het kort geding tegen het ubo-register:

Lees de berichten in de rubriek ubo-register op dit blog, dit is een subrubriek van fraude, witwasbestrijding en Wwft.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

De benoeming van rechters in Nederland is niet onafhankelijker dan in Polen of Hongarije

Marc Chavannes schreef voor De Correspondent: De benoeming van rechters in Nederland is niet onafhankelijker dan in Polen of Hongarije. Ook in Nederland is werk aan de winkel.

Geplaatst in Grondrechten, Procesrecht, rechtspraak | Tags: | Plaats een reactie

VOG vanavond bij Radar

Een van de criminaliteitsbestrijdingsfenomen die ik volg is de ‘VOG’, de verklaring omtrent gedrag.

Consumentenprogramma Radar kondigt aan dat zij vanavond (start programma 20:30 uur) aan het onderwerp aandacht besteden. Hun intro:

Als je in contact met geweest met de politie krijg je een notitie in je dossier. Het is heel moeilijk, zo niet onmogelijk, om die notitie uit je dossier te krijgen. Zelfs als je kunt aantonen dat je niet schuldig bent.

Er ligt nu een wetswijziging ter beoordeling bij de Eerste Kamer om deze gegevens te laten meewegen voor het wel of niet geven van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor banen bij de overheid. Dat kan heeft grote gevolgen hebben voor het vinden van werk of zelfs het behouden van je baan. Maar gegevens uit je politiedossier zijn niet getoetst bij de rechter, het is een oordeel van een politieagent. Wie controleert dat? En ligt etnisch profileren op de loer?

Al eerder schreef ik over de VOG op basis van politiegegevens.

 


Aanvulling 18 maart 2021
De uitzending van Radar wordt hier besproken en kan op deze pagina ook worden teruggekeken. Op deze pagina bij Radar wordt door het Ministerie van Veiligheid uitgelegd hoe met de politiegegevens wordt omgegaan. De grote vraag is of het interne vooronderzoek door de politie en Dienst Justis wel de vereiste kwaliteit zal hebben. Vervelend voor betrokkene kan zijn dat met het onderzoek veel tijd gemoeid zal zijn. Ook de beschreven wederhoor kan pijnlijk zijn en lang duren, daarover schrijft het Ministerie:

Als Justis van plan is de afgifte van een VOG politiegegevens te weigeren, dan wordt (net als bij de reguliere VOG) aan de aanvrager eerst een ‘voornemen tot afwijzen’ gestuurd, waarin de redenen voor de voorgenomen weigering van de VOG staan vermeld. Indien de aanvrager het hier niet mee eens is, kan hij een zienswijze indienen. In het geval dat de afgifte van een VOG toch wordt geweigerd en de aanvrager van de VOG nog steeds meent dat dat niet terecht is, kan hij bezwaar maken tegen dit besluit. De aanvraag wordt dan door Justis opnieuw beoordeeld. Dit kan ertoe leiden dat de VOG alsnog wordt afgegeven. Wanneer de afgifte van de VOG geweigerd blijft, volgt daarna voor de aanvrager altijd de mogelijkheid van beroep bij de sector bestuursrecht van een van de rechtbanken en uiteindelijk van hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechter beoordeelt dan of de weigering van de VOG terecht is.

Dit kan het karakter van een pseudo-strafzaak gaan krijgen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

EDPS-opinion on the proposed amendments to the Europol Regulation

The European Data Protection Supervisor (EDPS) published an opinion on the proposed amendments to the Europol Regulation which aim, in part, to broaden the scope of Europol’s mandate in response to changes in the security landscape and increasingly complex threats. In their press release they write:

In particular, the proposed exemptions related to the processing of large and complex datasets require further safeguards, so that the exemptions do not become the rule in practice. Effective protection of personal data requires the situations and conditions in which Europol may rely on the proposed exemptions to be clearly defined in the Europol Regulation. 

Read the press release and the opinion (pdf).

In the past EDPS has inspected Europol, read these posts on this blog:

 

All posts on this blog on EDPS, Europol.

 

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , | 1 reactie

De ondermijningsluchtbel van Tops & Tromp | Wwft, ondermijning

Ondanks de ontmaskering door Bart de Koning blijven Tops & Tromp leuke betaalde overheidsopdrachten binnen slepen. Hun stellingen gaan hoogleraar accountancy Marcel Pheijffer te ver, die in het artikel ‘Pak ondermijning aan met feiten, niet met retoriek’ (FD 3 maart, betaalmuur) korte metten maakt met de beweringen van beide heren tijdens een interview. Hij besluit met:

Als politie en justitie achter de feiten aanlopen en er een potje van maken, moet dat worden gesignaleerd en aangepakt. Dat geldt ook voor foute accountants, notarissen, makelaars en taxateurs. Maar het geldt evenzeer voor retoriek op basis van onderzoek met wankele basis.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Internetconsultatie over de maatschappelijke bv

Op 9 maart is de internetconsultatie over de besloten vennootschap met een maatschappelijk doel van start gegaan, gelukkig met niet zo’n  korte termijn als bij de corona-consultaties, de consultatie loopt tot en met 30 april aanstaande.

Vreemd genoeg wordt hier geen ontwerp voor een wetsvoorstel en een ontwerp-memorie van toelichting geconsulteerd, maar alleen iets wat ‘aanzet’ wordt genoemd en een een beschrijving van een mogelijke regeling bevat.

Opvallend is dat het begrip ‘maatschappelijk belang’ in de nota wordt beperkt tot specifieke sectoren uit de not-for-profit. Dat zou betekenen dat een producent van milieu-vriendelijke telefoons (zoals Fairphone) geen gebruik kan maken van deze rechtsvorm. Ik ben benieuwd waarom not-for-profit-partijen zouden moeten overstappen van de stichting naar de maatschappelijke bv. Omdat dit type bv winst mag uitkeren aan aandeelhouders (wat bij de stichting niet mogelijk is)?

De vraag is of een aparte wettelijke status van dit nieuwe type bv meer dan symboolwaarde zal hebben.

Gelukkig heb ik nog even tijd om er over na te denken of ik aan de consultatie zal mee doen.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Kapitaalvennootschappen, Not-for-profit, Rechtspersonenrecht | Tags: | Plaats een reactie