De toekomstige jurist bij de Nederlandse Juristenvereniging

Op 8 oktober a.s. vergadert de Nederlandse Juristenvereniging (NJV) over de toekomst van de jurist, onder het motto “De toekomst van de jurist, de jurist van de toekomst”, ik schreef er al eerder over.

Inmiddels zijn de preadviezen bekend.

Anna Berlee schreef een interessant preadvies over digitalisering in het recht, met onder meer aandacht voor ‘legaltech’.

Helaas kom ik in de preadviezen nergens iets tegen over de misdaadbestrijdende rol (op grond van de witwasbestrijdingsregels) van advocaten, notarissen en juridisch adviseurs [*] en het vermeende ‘faciliteren’ van criminaliteit door deze beroepsgroep. Natuurlijk zijn de preadviezen breder dan alleen advocatuur, notariaat en andere juridische dienstverleners, maar het zou goed zijn geweest als preadviseur Anne Ruth Mackor, die schreef over juridische beroepsethiek, hier aandacht aan had besteed.

Het neemt niet weg dat het interessant is van de preadviezen kennis te nemen.

 

Meer informatie:

 

[*] Deze taak hebben juristen alleen bij specifieke in de Wwft aangewezen diensten, zoals bij fusie en overname van ondernemingen.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] | Tags: , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Privacy myths

Jaap-Henk Hoepman writes interesting articles on the privacy myths, the first three are:

# Privacy Myth 1 – We Are Not Collecting Personal Data – “Is the company responsible for maintaining the car park correct when it claims it is not collecting personal data?”
# Privacy Myth 2 – You Have Zero Privacy Anyway—Get Over It – “Has a century of progress, especially in the area of information and communication technology, really killed privacy?”
# Privacy Myth 3 – I’ve Got Nothing To Hide – “Nothing is more pervasive than the “If you’ve got nothing to hide, then what do you have to fear?” myth.”

More on his blog.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: | Plaats een reactie

A statute for European cross-border associations and non-profit organisations | JURI-meeting, AML/CFT in the non-profit

Tomorrow the Committee on Legal Affairs (JURI) of the European Parliament (EP) will amongst others discuss a draft EP-resolution regarding a statute for European cross-border associations and non-profit organisations and opinions by two other committees (LIBE and EMPL) on the same matter.

In the draft resolution it is considered that cross-border associations and non-profit organisations are important for society. The Commission in the draft resolution is requested:

  • to submit a proposal for a Directive on common measures for NPOs in the EU, creating a level playing field for associations and NPOs by establishing minimum standards,
  • to submit a Regulation establishing a statute for a European Association,

following the recommendations set out in the resolution and in Annex I (in regard of the Directive) and in Annex II (in regard of the Regulation).

AML and CFT in the draft Regulation
In the draft Regulation attention is paid to the negative effects of anti-money laundering measures, e.g. in the preamble:

(8) According to the judgment of the Court of Justice [1], Article 63 of the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU) and Articles 7, 8 and 12 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union (the ‘Charter’) protect non-profit organisations against discriminatory, unnecessary and unjustified restrictions to access to resources and the free movement of capital within the Union. This also concerns the ability to seek, secure and use resources of both domestic and foreign origin, which is essential to the existence and operation of any legal entity. Restrictions can be imposed for legitimate aims, such as in the interests of national security, public safety or public order, but should be proportionate to the objective of protecting such interests, and the least intrusive means of achieving the desired objective. This concerns, among others, restrictions deriving from rules on combating money laundering and terrorist financing, which are applied in accordance with the principles of necessity and proportionality, having regard in particular to risk-assessment obligations under international and Union law. Therefore, Member States cannot apply unreasonable, overly intrusive or disruptive measures, including reporting requirements placing an excessive or costly burden on organisations.

[1] Judgment of the Court of Justice of 18 June 2020, European Commission v Hungary, C-78/18, ECLI:EU:C:2020:476.

 

According to Article 22 of the draft Regulation provisions of Union and national law concerning money laundering and terrorist financing will apply, apparently including the provisions regarding the ‘beneficial owner’ (that associations do not have).

Minimum standards for non-profit organisations
In Annex II minimum standards for non-profit organisations are proposed. It includes non-discrimination (Article 5), simplification of administrative rules (Article 6), principle of good administration (Article 7) and right to an effective remedy (Article 8). The draft introduces a ‘public benefit status’ (Article 14).

Regarding AML and CFT Article 25, paragraph 2 says:

2. For the purpose of paragraph 1, Member States shall take the measures necessary to ensure that reporting and transparency obligations applicable to non-profit organisations pursuant to national laws, regulations and administrative practices on countering money laundering and terrorist financing, including those implementing Union and international obligations, are based on a targeted and up-to-date risk-based assessment of the sector and of the organisations concerned and do not result in disproportionate requirements or in the undue limitation of non-profit organisations’ access to financial services.

 

It is interesting to see if this will improve the position of non-profit organisations in the EU.

 

More information:

EU:

  • Draft agenda of the JURI meeting of 30 September 2021, webstreamed during the meeting, agendapunt JURI/9/02511.
  • JURI draft report of 15 September 2021, regarding a resolution on a statute for European cross-border associations and non-profit organisations (2020/2026(INL)).
  • Draft opinion Committee on Civil Liberties, Justice and Home Affairs (LIBE) for JURI, 28 September 2021.
  • Draft opinion Committee on Employment and Social Affairs (EMPL) for JURI, 1 August 2021.
  • Procedure file European Parliament.
  • The study ‘A statute for European cross-border associations and non-profit organisations – European added value assessment‘, prepared by Klaus Müller and Meenakshi Fernandes for the European Parliamentary Research Service (EPRS).
  • My article on the study by the European Parliament Think Tank.

European Center for Not-for-profit Law (ECNL) on the problems faced by non-profit organisations :

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Not-for-profit, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Medische voorlichting door de overheid in strijd met farma-regels? | corona-vaccinatie

In mijn eerdere artikel over aansprakelijkheid voor vaccinatieschade constateerde ik dat artsenorganisatie KNMG er van uitgaat dat artsen geen medische voorlichting hoeven te geven omdat de overheid vaccinatie heeft voorgeschreven (zie deze pagina) [*]. Wel schrijft de KNMG dat de arts moet nagaan of er contra-indicaties zijn (zie onder het kopje ‘Welke verantwoordelijkheden heb ik als arts voor COVID-19 vaccinaties?‘).

Een specialist op het gebied van van medisch-juridische zaken en medische ethiek, mevrouw Mittemeijer Ooteman, had de moed om zich te laten interviewen over de regels waaraan de farmaceutische sector zich moet houden op het gebied van aanprijzing van geneesmiddelen, bekijk deze video. Op heldere wijze geeft zij aan dat de rijksoverheid alle regels aan de laars lapt.

Overigens komt in de video niet aan de orde of de ongenuanceerde bevordering door de rijksoverheid van corona-vaccinatie van gezonde mensen zou kunnen worden gerechtvaardigd door een vorm van noodrecht.

 

[*] Elders kwam ik bij KNMG tegen dat de rijksoverheid die voorlichting moet geven, maar die bron kon ik zo snel niet vinden.

 


Aanvulling 7 oktober 2021
Inmiddels kwam ik een publicatie van Nivel uit 2019 tegen over vaccinatie van kinderen, ‘Maatregelen om de vaccinatiegraad in Nederland te verhogen‘, waaruit blijkt dat de zorgverlener wel degelijk een informatieplicht heeft. Zie pagina’s 47/48:

Als de Wgbo niet is gewijzigd, zou ik zeggen dat dit nog steeds relevant is.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Overheden en nutsbedrijven horen voor hun communicatie geen gebruik te maken van advertentiebedrijven (‘social media’) | AVG

Overheden en nutsbedrijven maken voor communicatie met de burger respectievelijk de klanten soms gebruik van advertentiebedrijven zoals Facebook en Twitter. Dit kan natuurlijk niet door de privacy-beugel van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Logisch dat de Duite privacytoezichthouder aan de overheid heeft opgedragen de Facebook pagina’s te sluiten. Het NRC schreef er op 30 juni jl. over (betaalmuur). Dit leidde tot vragen uit de Tweede Kamer die door de Minister van Binnenlandse Zaken op 15 september jl. werden beantwoord:

In de NRC van 30 juni jl. stond het artikel ‘Duitse privacywaakhond: regering moet Facebookpagina’s sluiten’. Het artikel vermeldt dat de Duitse regering en andere overheidsinstellingen door de Federale commissaris voor Gegevensbescherming en Vrijheid van informatie (BfDI) worden aangeschreven om hun Facebookpagina’s voor het eind van het jaar te sluiten. Daarbij wordt geschreven dat sluiting afgewend kan worden als Facebook voor het eind van dit jaar zorgt voor betere bescherming van persoonsgegevens. Op uw verzoek van 2 juli jl. geef ik u hierbij mijn eerste reactie op dat artikel.

Net als de Duitse overheid maakt ook de Nederlandse overheid gebruik van Facebookpagina’s. Dat moet vanzelfsprekend gebeuren binnen de regels voor het beschermen van persoonsgegevens, zoals die onder meer zijn vastgelegd in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De overheidsinstelling kan als beheerder van een Facebookpagina in sommige gevallen worden aangemerkt als gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijke, in dit geval samen met Facebook, in de zin van artikel 26 van de AVG. In een uitspraak heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie [1] namelijk geoordeeld dat een beheerder van een Facebookpagina niet van de verplichting tot bescherming van persoonsgegevens wordt ontslagen door het feit dat de beheerder gebruik maakt van het door Facebook beschikbaar gestelde platform. Als gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken moeten Facebook en de overheid beide voldoen aan de regels van de AVG en dit ook kunnen aantonen. [2]

Ik vind het belangrijk dat de Nederlandse overheid op rechtmatige en zorgvuldige wijze omgaat met (de bescherming van) persoonsgegevens. Daarom laat ik op dit moment uitzoeken op welke manier de Rijksoverheid gebruik maakt van Facebookpagina’s, welke AVG-rol daarin wordt aangenomen en welke afspraken met Facebook hierover mogelijk al bestaan. Met deze informatie zal ik bezien of een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) moet worden opgesteld om te bekijken of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Zo nodig leg ik een DPIA voor aan de Autoriteit Persoonsgegevens.

Mijn streven is om u voor het einde van het jaar verder te informeren.

[1] Hof van Justitie van de Europese Unie, 5 juni 2018, ECLI:EU:C:2018:388.
[2] Artikel 5, tweede lid, AVG.

 

Het is de vraag of een DPIA wel gaat helpen tegen de praktijken van Facebook. Ik ben van mening dat overheden en bedrijven met een nutsfunctie (zoals banken) niet op Facebook thuis horen.

De Noorse privacy toezichthouder is er al uit:

 

 

Zij concluderen dat Facebook niet gebruikt kan worden.

 

Meer informatie:

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | 1 reactie

Zitting in ubo-register rechtszaak Privacy First

Vandaag was de zitting in hoger beroep in de door Privacy First aanhangig gemaakte procedure over het ubo-register. In dit artikel van Privacy First wordt de achtergrond toegelicht.

Het zal interessant zijn om te zien of in hoger beroep het advies van EDPS wordt mee genomen. In dat advies wordt uitgebreid op het ubo-register ingegaan en wordt onder meer opgemerkt dat EDPS niet overtuigd is van het nut en de proportionaliteit van de publieke toegang tot het register. Over de publieke toegang wordt onder meer het volgende opgemerkt:

Over de Privacy First-procedure:

 

Berichten op dit blog over de procedure zijn via deze tag te vinden.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , | 1 reactie

EDPS opinion on European anti-money laundering proposals | AML, CFT

The EDPS last week published his opinion on the European Commission’s proposed Anti-Money Laundering (AML) legislative package and in the press release writes:

EDPS welcomes AML package but suggests improvements to protect individuals’ personal data

On 22 September 2021, the EDPS published his Opinion on the European Commission’s proposed Anti-Money Laundering legislative package (AML).

The EDPS welcomes the AML package and supports the general interest to fight money laundering and the financing of terrorism effectively. He welcomes the envisaged harmonisation of the AML/CFT framework through the enactment of a Regulation, as this will result in a more consistent application of the main rules by EU Member States. Moreover, he sees the harmonisation of the supervisory activities at EU level under the same European authority as a positive step, but calls for a clear definition of the roles, from a data protection perspective, of all stakeholders involved in the supervision model.

The EDPS notes that the proposed AML package takes a risk-based approach to the screening of banks’ clients in order to assess whether they may represent a money-laundering risk. While the EDPS appreciates the value of the risk-based approach underpinning the proposed legislative package, he considers that further clarifications are needed to minimise intrusion into individuals’ privacy and to ensure full compliance with data protection rules.

Wojciech Wiewiórowski, EDPS, said:“I recognise the importance of combatting money laundering and the financing of terrorism. At the same time, it is also important that the measures envisaged to achieve this goal are fully in line with the EU’s data protection laws and principles. In particular, the processing of individuals’ personal data must remain limited to what is necessary and proportionate in light of the specific purpose(s) set out in the proposals.”

In relation to the proposal for the coordination mechanism of Financial Intelligence Units (FIUs), the EDPS emphasises in his opinion that access to information related to criminal offences in particular, and access to administrative information and financial information about individuals should be limited to what is necessary in light of specific purposes. In this regard, he invites the legislator to reassess the necessity and proportionality of the proposed access rights.

Finally, the EDPS advises that the categories of personal data that may be processed are set out in the proposed AML legislative package. In addition, he considers that the processing of personal data relating to individuals’ sexual orientation or ethnic origin should not be allowed. Furthermore, the proposal should indicate the specific and strict conditions under which the processing of data about individuals’ criminal offences and/or convictions are allowed.

Background information

About the European Commission’s AML package: The package of legislative proposals aiming to strengthen the EU’s anti-money laundering and countering the financing of terrorism (AML/CFT) rules consists of: a Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council on the prevention of the use of the financial system for the purposes of money laundering or terrorist financing; a Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on the mechanisms for the prevention of the use of the financial system for the purposes of money laundering or terrorist financing and repealing Directive (EU) 2015/849; a Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council establishing the European Authority for Countering Money Laundering and Financing of Terrorism, amending Regulations (EU) No 1093/2010,  (EU) 1094/2010 and (EU) 1095/2010; and a Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council on information accompanying transfers of funds and certain crypto-assets.

The legislative consultation powers of the EDPS are laid down in Article 42 of Regulation (EU) 2018/1725, which obliges the European Commission to consult the EDPS on all legislative proposals and international agreements that might have an impact on the processing of personal data. Such an obligation also applies to draft implementing and delegated acts. The statutory deadline for issuing an EDPS opinion is 8 weeks.

Wojciech Wiewiórowski (EDPS) was appointed by a joint decision of the European Parliament and the Council to serve a five-year term, beginning on 6 December 2019.

Press release: as pdf

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Mitchell’s article “FATCA to Expats: You’ll Never Have Paris or Anywhere Else”

Rick Mitchell wrote an article on the impossible position of persons with a American nationality in the EU (including Accidental Americans): FATCA to Expats: You’ll Never Have Paris or Anywhere Else.

 

More on FATCA and Citizenship Based Taxation on this blog: posts on FATCA (in Dutch and English), introduction (in Dutch).

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

Onderzoek naar de Wet Damocles besteedt geen aandacht aan door sluiting getroffenen die geen criminelen zijn

De ‘Wet Damocles’, de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet, is een mooi voorbeeld van een overheidsbevoegdheid die officieel geen straf is maar praktisch wel zo uitwerkt.

Nog erger is dat ook mensen die geen criminele handelingen hebben verricht, zoals verhuurders van woon- en bedrijfsruimten waarin huurders in drugs handelen en ouders van in drugs handelend kinderen, door de burgemeester gestraft kunnen worden met sluiting van het pand. Bij woningen kunnen huurders op een zwarte lijst worden geplaatst.

Wet Damocles in de Tweede Kamer
Op 7 oktober aanstaande staat de Wet Damocles op de agenda van een commissie van de Tweede Kamer, mede naar aanleiding van een rapport dat over de wet is uitgebracht. Dat rapport heb ik doorgelezen en dan valt op dat de schade voor niet betrokken derden (zoals woningcorporaties en andere verhuurders) wel wordt gesignaleerd, maar dat er niet systematisch iets mee wordt gedaan. Dat is vreemd, want uit het oogpunt van fundamentele rechten hoort de overheid heel terughoudend te zijn met het toebrengen van schade aan burgers die zich niet misdragen hebben.

Voorbeeld van straf voor mensen die geen dader zijn – uitspraak Rechtbank Rotterdam 10 september 2021
Illustratief voor de schade die de Wet Damocles toebrengt is de zaak van ouders die geconfronteerd worden met een burgemeester die hun woning heeft gesloten vanwege  cocaïne die bij hun zoon is aangetroffen. De Rechtbank Rotterdam steekt er een stokje voor. Samenvatting:

Woningsluiting Opiumwet. In de woning en bijbehorende schuur zijn 49 ponypacks aangetroffen met in totaal 20,8 gram cocaïne. De cocaïne zou van de zoon van eisers zijn. Daarnaast is in de slaapkamer van de zoon een geldbedrag van € 800,- aangetroffen. De rechtbank twijfelt aan de noodzaak van de sluiting. De hoeveelheid cocaïne is op zichzelf niet voldoende om een sluiting te rechtvaardigen. Er zijn geen drugsgerelateerde zaken in de woning aangetroffen, er waren geen overlastmeldingen en er is niet gebleken van een ‘loop’ naar de woning. Daarbij is de zoon van eisers naar Turkije vertrokken, hebben sindsdien geen incidenten plaatsgevonden en zijn tussen de doorzoeking en het primaire besluit bijna vier maanden verstreken. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom sluiting van de woning noodzakelijk is. In het kader van de evenredigheid vindt de rechtbank dat eisers enig verwijt kan worden gemaakt van wat er is aangetroffen. Er lijkt echter geen sprake te zijn van een ‘ernstig geval’. Verweerder moet daarom beter motiveren waarom de sluiting niet onevenredig is. Vooral nu eisers hun huurwoning zijn kwijtgeraakt en zij op een zwarte lijst zijn geplaatst, de zoon op enig moment naar het buitenland is vertrokken en eisers en hun minderjarige dochter sinds de sluiting op verschillende adressen verblijven. Beroep gegrond.

 

Wet Damocles is een uiting van een onbarmhartige overheid, dezelfde overheid die verantwoordelijk is voor de Toeslagenaffaire. Het is hoog tijd dat dit soort regelgeving wordt aangepast.

 


Aanvulling 7 oktober 2021
Een andere Damocles uitspraak is te vinden bij de Raad van State, lees het bericht Rot­ter­dam­se bur­ge­mees­ter mag huur­wo­ning in Delf­sha­ven niet slui­ten na drugs­vondst, 6 oktober 2021. Uit de samenvatting:

De burgemeester van Rotterdam mag een huurwoning in Delfshaven niet sluiten nadat daar drugs waren gevonden. De sluiting van de woning heeft voor de bewoners zulke onevenredige gevolgen dat de burgemeester van zijn besluit had moeten afzien. Dat staat in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (6 oktober 2021). De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het besluit van de burgemeester om de woning te sluiten nu zelf ‘herroepen’, waarmee een definitief einde komt aan deze zaak.

Achtergrond
De burgemeester besloot in 2019 om de woning voor zes maanden te sluiten nadat in de slaapkamer van een meerderjarige zoon harddrugs, geld en spullen zijn gevonden die wijzen op drugshandel. De ouders die ook in het huis wonen, waren tegen de sluiting in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vinden dat het besluit van de burgemeester te ver gaat en dat hij het bij een waarschuwing had moeten houden.

De burgemeester is weliswaar bevoegd om de woning te sluiten…
De burgemeester is op grond van de wet en zijn beleid bevoegd om de woning te sluiten. Bovendien was sluiting ook noodzakelijk vanwege de grote hoeveelheid harddrugs en geld die werden aangetroffen en omdat de woning in een zogenoemd veiligheidsrisicogebied ligt. Daarbij is sluiting van een woning een zichtbaar signaal naar drugscriminelen en buurtbewoners dat drugscriminaliteit niet wordt getolereerd.

…maar had vanwege de onevenredige gevolgen daar vanaf moeten zien
Toch vindt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de burgemeester van zijn besluit had moeten afzien, omdat de gevolgen daarvan voor de bewoners onevenredig groot zouden zijn. Zo hebben de ouders niets met de drugsvondst te maken en hebben zij duidelijk gemaakt dat het heel moeilijk is om voor een half jaar vervangende woonruimte te vinden op de sociale of particuliere woningmarkt. Daarbij hebben zij twee minderjarige kinderen en is de vader van het gezin ernstig ziek. Ten slotte is van belang dat de woningverhuurder heeft aangegeven dat de huurovereenkomst mogelijk ontbonden zal worden en plaatsing op de zogenoemde zwarte lijst dreigt als het sluitingsbevel van de burgemeester in stand blijft. Deze specifieke samenloop van omstandigheden hadden in samenhang bezien aanleiding voor de burgemeester moeten zijn om van zijn besluit af te zien. Een waarschuwing zou passender zijn geweest, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , | Plaats een reactie

Wolfie Christl over digitale surveillance en controle op de arbeidsplaats | AVG

In toenemende mate worden mensen tijdens hun werk digitaal gevolgd en beïnvloed, dit wordt in het Engels wel als ‘workplace surveillance‘ aangeduid. Wolfie Christl deed naar het onderwerp onderzoek en bracht er een uitgebreid verslag over uit, dat alleen in het Duits beschikbaar is. In de lezenswaardige studie worden ook algemeen bekende producten zoals Teams en Office 365 van Microsoft besproken.

Studie: Digitale Überwachung und Kontrolle am Arbeitsplatz. Von der Ausweitung betrieblicher Datenerfassung zum algorithmischen Management? Eine Studie von Cracked Labs, September 2021. Lees verder: aankondiging; de studie (pdf).

 

 


Aanvulling 24 november 2024
Lees ook Cory Doctorow over workplace surveillance, bijvoorbeeld zijn artikel Reverse engineers bust sleazy gig work platform van 23 november. Het gaat over de opkomst van algoritmische managementtools, waarbij je baas een app is en over de pogingen om tegenwicht te bieden. Hij blijft optimistisch [*]:

Digitale technologie is oneindig flexibel: het programma dat je bespioneert kan verslagen worden door een ander programma dat spionage verslaat. Elke keer dat je algoritmische baas jou hackt, kun jij je baas terug hacken.

 

[*] Machinevertaling van: “Digital technology is infinitely flexible: the program that spies on you can be defeated by another program that defeats spying. Every time your algorithmic boss hacks you, you can hack your boss back“.

Geplaatst in Arbeidsrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | 1 reactie