“FIU-melding over ongebruikelijke transactie leidt tot val kabinet Aruba” | Wwft

In Accountancy Vanmorgen stond het bericht met deze opmerkelijke titel: FIU-melding over ongebruikelijke transactie leidt tot val kabinet Aruba.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | Plaats een reactie

Beleggingsoplichting neemt toe | oproep AFM

Het klinkt merkwaardig in tijden van corona: in 2020 ontving toezichthouder AFM een enorm aantal signalen over beleggingsoplichting. Dat blijkt uit een bericht van de AFM waarin wordt opgeroepen om incidenten te melden.

De AFM schrijft onder meer:

Veel signalen over mogelijke beleggingsoplichting
De AFM ontving opnieuw veel signalen over mogelijke beleggingsoplichting. Het aantal meldingen door particuliere beleggers over mogelijke misleiding of oplichting door buitenlandse beleggingspartijen is sinds 2019 enorm gegroeid. Daar waar de AFM tot 2018 ruim een handvol meldingen kreeg, zijn dat inmiddels honderden signalen over dubieuze praktijken. In de signalenmonitor geeft de AFM tips om de werkwijze en trucs van zulke partijen te herkennen en financiële schade te voorkomen.

De signalenmonitor van voorjaar 2021 staat hier.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: | Plaats een reactie

Vastleggingsonderwijs

Op LinkedIn las ik dat aan politiemensen ‘vastleggingsonderwijs’ wordt gegeven. Misschien is het ook nuttig voor Wwft-plichtigen aangezien ‘vastleggen’ een van de kernactiviteiten in de witwasbestrijding is.

Natuurlijk zit er wel een verschil in het vastleggen. De politie legt vast om een misdrijf te kunnen bewijzen, terwijl Wwft-plichtigen vastleggen om te bewijzen dat zij zelf onschuldig zijn (nl. aan het niet-naleven van de Wwft).

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , | 1 reactie

Verkocht Nederland atoomgeheimen in opdracht van de VS? | NPO documentaire over Veerman

De zaak van klokkenluider Veerman, die de Pakistaanse atoomspionage aan het licht bracht, is zo interessant omdat Nederland als hulpje van de VS optrad, ik schreef er eerder over naar aanleiding van de Nieuwsweekend aflevering die ik hoorde [*].

Geïnteresseerden kunnen op op 6 april a.s. op NPO 2 een documentaire bekijken over Veerman onder de naam “In de ban van de bom”. In de aankondiging op NPO 2 staat:

De Nederlandse overheid zou hebben meegewerkt aan het gecontroleerd laten lekken van de geheime gegevens. Wat volgt is een duizelingwekkend rookgordijn dat tot op de dag van vandaag is opgetrokken.

 

[*] (Op 25 april 2023 aangevuld) Het fragment van de uitzending wordt nog wel op de NPO site aangekondigd:

maar het fragment zelf is helaas verdwenen.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , | Plaats een reactie

Nederlandse banken bieden geen bankrekeningen meer op de BES-eilanden | betaaldiensten

Op 30 maart jl. werden antwoorden van het Ministerie van Financiën op vragen van de Tweede Kamer bekend gemaakt op vragen over terugtrekking van banken van de BES-eilanden. Uit de vragen en antwoorden blijkt dat ABN AMRO voornemens is om bankrekeningen van particulieren en bedrijven op de BES-eilanden te sluiten. Het Ministerie zegt dat het aanbod van bancaire diensten op de eilanden wordt ‘gemonitord’ maar dat niet zal worden ingegrepen omdat er voldoende lokaal aanbod zou zijn.

Of ABN Amro stopt met de dienstverlening vanwege de hoge kosten verbonden aan haar criminaliteitsbestrijdingstaken op grond van de Wwft (witwasbestrijding), blijkt niet uit de beantwoording. Nu de Wwft-naleving veel geld kost, zou het me niet verbazen.

In ieder geval past het in het beeld dat banken bezig zijn zich terug te trekken uit het betalingsverkeer.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Raad van State wil leren van toeslagenaffaire | oproep melden knellende regelgeving

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bekend gemaakt dat de rechtsprekende instantie naar aanleiding van de kindertoeslagaffaire wil reflecteren op de bestuursrechtspraak, zie onderstaand bericht op de site van de Raad van State en ook het artikel op de site van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Er kunnen meldingen worden gedaan op de terreinen waar de Afdeling actief is, te weten het omgevingsrecht, het vreemdelingenrecht en het algemene bestuursrecht. Degenen die gedupeerd worden door het optreden van burgemeester op grond van de Wet Damocles bevoegdheden, kunnen dit melden.

Helaas houdt de afdeling zich niet bezig met witwasbestrijding of FATCA-perikelen van burgers, terwijl risicoprofilering bij de witwasbestrijding een kernactiviteit is en FATCA-slachtoffers tegen een juridische muur aanlopen.

Bericht op de site van de Raad van State:

Programma van reflectie van de Afdeling bestuursrechtspraak

De Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) velde in haar rapport ‘Ongekend onrecht’ in december 2020 een hard oordeel, ook over de bestuursrechtspraak. De commissie roept alle betrokken staatsmachten op te reflecteren op de eigen rol. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt die oproep zeer serieus. Hoe geeft ze invulling aan het reflectieprogramma?

player.vimeo

Bart Jan van Ettekoven, voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak, licht het programma van reflectie toe.

Wat is het doel van de reflectie?

Het doel van het programma van reflectie van de Afdeling bestuursrechtspraak is te leren van het verleden, daaruit lessen te trekken en aanbevelingen te doen voor de toekomst. Dit alles om bij te dragen aan betere bestuursrechtspraak.
Wat zijn de onderdelen van de reflectie?

De reflectie bestaat uit verschillende onderdelen: juridische reflectie en reflectie op organisatie van en werkwijzen bij de rechterlijke oordeelsvorming. Hiervoor worden tal van gesprekken gevoerd, intern en met externen.

Juridische reflectie

Belangrijk onderdeel van de reflectie is terugkijken om de vraag te kunnen beantwoorden hoe de Afdeling bestuursrechtspraak haar werk als hoogste bestuursrechter heeft vervuld in de kinderopvangtoeslagzaken. Daarbij wordt gekeken naar de gemaakte keuzen bij de toepassing en duiding van de relevante wetten en de redenen waarom die keuzen zijn gemaakt. Pasten die keuzen destijds in het stelsel van de wet? Wat wordt hierover gezegd in het rapport van de ondervragingscommissie en in de literatuur? Zouden nu dezelfde keuzen worden gemaakt? Verder de vraag waarom de Afdeling bestuursrechtspraak is omgegaan en waarom pas in oktober 2019. Wat zegt de motivering van de uitspraken uit oktober 2019 over de gemaakte keuzen bij de duiding van de wetgeving in de periode 2008-2011? Welke lessen trekt de Afdeling bestuursrechtspraak hieruit?

Andere zaken bij de Afdeling bestuursrechtspraak

De reflectie gaat ook over andere zaken bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Gekeken wordt naar andere soorten zaken binnen de competentie van de Afdeling bestuursrechtspraak waar burgers in knel kunnen komen tussen de wielen van strenge wetgeving en strenge uitvoering. Hierbij is speciale aandacht voor wetten zonder ‘drukventielen’, zoals hardheidsclausules. Er wordt gebruikgemaakt van suggesties van advocaten, ombudsmannen, rechtbanken, wetenschappers en anderen. Daarnaast wordt voor sommige soorten zaken – ook aan de hand van te nemen conclusies door de staatsraad advocaat-generaal – bekeken hoe indringend de bestuursrechter bestuurlijke maatregelen moet toetsen. En wat daarbij de betekenis is van het evenredigheidsbeginsel. De lijnen in de rechtspraak van de afgelopen jaren worden bij de bevindingen betrokken.

Rechterlijke oordeelsvorming

Dit deel van de reflectie bestaat uit gesprekken over de wijze waarop de Afdeling bestuursrechtspraak de kinderopvangtoeslagzaken heeft behandeld en hoe de rechterlijke oordeelsvorming zich heeft ontwikkeld over de jaren. Wat is goed gegaan? Wat ging mogelijk verkeerd? Wat kan worden geleerd van de kritiek op de Afdeling bestuursrechtspraak? Dit gebeurt door gesprekken met personen binnen de organisatie (staatsraden en juristen) en met personen buiten de organisatie.

Rechtszekerheid en individuele rechtvaardigheid

Deel van de reflectie is ook het professionele gesprek over de spanning tussen rechtszekerheid (vaste lijnen in de rechtspraak) en individuele rechtvaardigheid, over de vraag of er voldoende mogelijkheden zijn om vaste lijnen ter discussie te stellen, over de cultuur van tegenspraak en hoe die tegenspraak te organiseren is tussen staatsraden en juristen, die werken aan duizenden zaken per jaar. Ook bij dit onderdeel wordt gebruikgemaakt van de kennis die hierover is bij andere organisaties en bij externe deskundigen.

In gesprek met anderen

Dit onderdeel van het programma bevat gesprekken met verschillende groepen personen, om te beginnen met de betrokken ouders. De Afdeling bestuursrechtspraak zou het zeer op prijs stellen als ouders hun ervaringen met de beroepsprocedure bij rechtbank en Afdeling bestuursrechtspraak zouden willen delen. Hierbij staat goed luisteren centraal. Ook zal worden gesproken met de gemachtigden van de ouders in kinderopvangtoeslagzaken. Daarbij staat de procedure centraal. Daarnaast vinden gesprekken plaats met rechtbanken, andere hoogste rechtscolleges en met andere organisaties, met procesgemachtigden, en met rechts- en andere wetenschappers.

Externe begeleidingscommissie

Het programma is omvangrijk en wordt uitgevoerd door een projectorganisatie. Er is een onafhankelijke, externe begeleidingscommissie ingesteld. Deze commissie bestaat uit prof. dr. H. Kummeling (voorzitter; rector magnificus Universiteit van Utrecht) en de leden prof. mr. dr. A.R. Mackor (hoogleraar professie-ethiek, in het bijzonder van de juridische professies, Rijksuniversiteit Groningen), prof. mr. Y.E. Schuurmans (hoogleraar staats- en bestuursrecht Universiteit Leiden en co-acteur van het rapport ‘Bestuursrecht op maat’), mr. drs. R.R. Crince le Roy (advocaat in Rotterdam, voormalig deken in Rotterdam, lid van de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten) en mr. A. Stehouwer (gemeentelijk ombudsman Den Haag, voorheen senior raadsheer in de CRvB). De begeleidingscommissie adviseert over de inhoud van het reflectieprogramma (wat?), de reflectiemethoden (hoe?) en de daarbij te betrekken personen of groepen (wie?). Na vaststelling van het programma heeft de begeleidingscommissie tot taak het programma te begeleiden met raad en advies, zowel procedureel als inhoudelijk.

Opbrengst van de reflectie

Aan het eind van het programma wordt verslag gedaan van het proces van reflectie en van de slotbevindingen, aanbevelingen en eventuele voorstellen tot implementatie van maatregelen. De begeleidingscommissie zal in de gelegenheid worden gesteld hierop te reageren. De eindrapportage en de reactie van de commissie worden openbaar gemaakt.

Duur

Het programma start in februari 2021 en kent een doorlooptijd van acht tot (maximaal) twaalf maanden. Het streven is een concept-eindrapportage op te leveren in oktober 2021 en het project af te ronden in november 2021.
Afbakening

Het programma van reflectie gaat over de taak, handelwijze en rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Het gaat om zaken waarin de Afdeling bestuursrechtspraak bevoegd is te oordelen als hoogste algemene bestuursrechter, dus niet om zaken waarin andere rechters bevoegd zijn. De reflectie gaat niet over individuele dossiers in zaken die de Afdeling bestuursrechtspraak al heeft afgedaan. Zaken waarin de Afdeling bestuursrechtspraak al uitspraak heeft gedaan, worden niet heropend. De Afdeling bestuursrechtspraak wordt benaderd door personen en organisaties die wijzen op door hen ervaren onrecht op tal van terreinen, zoals het familie- en jeugdrecht, de jeugdzorg, de strafrechtspraak, het sociale zekerheidsrecht en de rechtspraak van rechtbanken en andere hoogste rechtscolleges. Dat zijn terreinen die buiten de competentie van de Afdeling bestuursrechtspraak liggen. Omdat het programma alleen betrekking heeft op de Afdeling bestuursrechtspraak kunnen deze signalen niet worden betrokken bij de reflectie.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Het ondermijningsproza van het Bureau Financieel Toezicht | jaarverslag 2020 | Wwft

Het lijkt er op dat het Bureau Financieel Toezicht (BFT), een van de vele witwasbestrijdingstoezichthouders die Nederland kent [1], zich het ondermijningsproza van het Ministerie van Veiligheid grondig heeft eigen gemaakt. In het jaarverslag 2020 dat het BFT onlangs bekend maakte [2] schrijft BFT onder meer:

Zowel bij het toezicht op notarissen als bij het toezicht inzake de Wwft voerde het BFT onderzoeken uit gericht op ondermijning en werden samenwerkingsverbanden en voorlichtingsactiviteiten georganiseerd. Om zo gezamenlijk te zorgen voor een veiliger Nederland, in lijn met het brede offensief dat door het kabinet is ingezet tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Deze vermenging van de boven- en onderwereld ontwricht de samenleving en ondermijnt de rechtsstaat.

 

NB Dit fraaie proza moest ik helaas overtypen omdat BFT de lezer van het jaarverslag heeft verboden teksten te kopiëren:

 

Teksten als hierboven geciteerd roepen vele vragen op, zoals:

  • Is ‘ondermijning‘ niet gewoon crimineel gedrag en als dat zo is, waarom hebben we het dan niet gewoon daar over?
  • Kan georganiseerde criminaliteit ook niet-ondermijnend zijn (zoals wordt gesuggereerd door te spreken over ‘georganiseerde ondermijnende criminaliteit’).
  • Sinds wanneer zijn boven- en onderwereld niet vermengd? En als boven- en onderwereld al sinds Adam en Eva vermengd zijn, waarom dat gedoe over ‘ontwrichting‘ en ‘ondermijning‘?
  • Is dit moderne overheidsmarketing die tot doel heeft het eigen nut te bewijzen en de burger om centjes te vragen?

Toezichthoudende rol BFT
Als ik de ondermijning even laat voor wat het is, is het nuttig om kennis te nemen van de activiteiten van het BFT in 2020. Het BFT vervult de volgende toezichtrollen:

  • Toezicht op het notariaat (kwaliteitstoezicht, financieel toezicht, toezicht Wwft)
  • Toezicht op de gerechtsdeurwaarders (kwaliteitstoezicht, financieel toezicht)
  • Wwft-toezicht op accountants, administratiekantoren, belastingadviseurs; juridisch adviseurs voor bepaalde diensten.

Jammer genoeg ontbreekt een korte algemene inleiding over het takenpakket (eventueel in een apart kader) ten behoeve van de minder ingevoerde lezer. Het verslag lijkt zich te richten op vrienden en bekenden (de ‘ketenpartners’) en niet op een breder publiek.

Opmerkelijk is dat BFT het Ministerie van Veiligheid en het Ministerie van Financiën als ‘opdrachtgevers‘ aanmerkt.

Volgens BFT ziet het leven van de toezichtsubjecten er eenvoudig uit, je bent ‘normconform‘ of je bent het niet [3]. Was het maar zo eenvoudig. Het opsporen van criminaliteit, waartoe Wwft-plichtigen verplicht zijn, is geen eenvoudige taak.

Uiteraard zijn er ook simpele verplichtingen, zoals afblijven van andermans geld. Daartoe was een notaris van een groot kantoor niet in staat, nog erger, toen het aan het licht kwam was hij zo laf om zelfmoord te plegen.

BFT heeft te maken met heel verschillende typen onder toezicht staande ondernemingen. Notarissen zijn een heel specifieke beroepsgroep, juridisch geschoold, met eigen wetgeving en met een belangrijke rol in het betalingsverkeer (overdracht onroerende zaken en aandelen), het betreft in 2020 een aantal van 785 kantoren. Gerechtsdeurwaarders kennen eveneens specifieke wetgeving voor hun beroepsactiviteiten en hebben eveneens veel met betalingsverkeer te maken, onder meer bij het incasseren van vorderingen, in 2020 waren er 150 kantoren.

Wwft-toezicht
De overige ondernemingen die onder Wwft-toezicht van het BFT staan (rond 48.000) [4] kennen deels kenmerkende beroepsregels (accountants) en zijn voor het overige ongereguleerd (boekhoudkantoren, belastingadviseurs en juridisch adviseurs). Het betreft een flinke variëteit aan ondernemingen, waartoe vele kleine bedrijven behoren. BFT signaleert dat kleine boekhoudkantoren nog steeds weinig benul van de Wwft hebben, wat nog steeds reden is voor extra voorlichtingsactiviteiten door BFT.

Opvallend is dat BFT spreekt over ‘normconform’ gedrag van Wwft-plichtigen maar niet over de vraag of de Wwft-inspanningen van de ondernemingen leiden tot een verbeterde bestrijding van criminaliteit. Het lastige van de witwasbestrijding is dat uniforme verplichtingen worden opgelegd aan een grote variëteit aan ondernemingen, met verschillend kennisniveau, verschillende informatiepositie en grote verschillen in omvang. Voor mij is de vraag of de verplichtingen wel praktisch uitvoerbaar zijn voor de Wwft-plichtigen. Dat is iets waarmee het BFT zich niet bezig lijkt te houden, terwijl daar alle aanleiding voor is. Mogelijk komt dat omdat BFT zich ziet als uitvoerder van opdrachten van de ministeries en geen vraagtekens wil plaatsen bij de regelgeving die zij uitvoert. Dat is jammer, want ik denk dat een slimme toezichthouder ook kritiek op de regels moet kunnen leveren.

Voorbeelden uit de Wwft-praktijk:
# Uit hoofde van het werk is een notaris zelf betrokken bij transacties (bijvoorbeeld tussen een verkoper en koper van een woning). Die notaris zal de identiteit van verkoper en koper verifiëren, maar kan die notaris ook achterhalen wat de herkomst van het vermogen van verkoper en koper is, nu dat op grond van de Wwft van belang is voor de transactie? Is het zinvol dat de notaris daar mee bezig is, terwijl tegelijkertijd de banken (waar het betalingsverkeer over heen loopt) hetzelfde doet? Is dat efficiënte inzet van geld en tijd? Notarissen doen heel veel ad hoc opdrachten en kunnen daardoor niet makkelijk kennis over de partijen opbouwen.
# Een boekhoudkantoor is anders dan een notaris niet zelf betrokken bij de transacties van derden. Het kantoor ziet de transacties van de eigen klanten achteraf, namelijk nadat zij de boekhouding hebben ingeleverd en het kantoor de financiële verantwoording samenstelt en de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting voorbereidt. Het BFT verwacht van het boekhoudkantoor dat het in de boekhouding criminaliteit kan ontdekken. Ook al is voor het actief zijn als boekhoudkantoor geen gespecialiseerde juridische kennis nodig, toch verwacht de wetgever dat het boekhoudkantoor zich de gecompliceerde Wwft met alles wat daarmee samenhangt eigen maakt. De vraag is hoe reëel dat is.

Themagerichte onderzoeken
In het verslag worden themagerichte onderzoeken besproken. De thema’s maken een willekeurige indruk.

Het onderzoek naar de ‘poortwachtersrol‘ gaat eigenlijk alleen over de Wwft en de vraag rijst waarom dit een thema zou moeten zijn. Het onderscheid met het thema ‘misbruik rechtspersonen’ is er lijkt me niet, wat ook blijkt uit de voorbeelden die bij het thema worden gegeven. De kern van de Wwft is juist dat bij vastgoedtransacties en aandelentransacties sprake kan zijn van het inzetten van criminele opbrengsten. De uitdaging is hoe een Wwft-plichtige dat gaat ontdekken, waarbij het niet gaat om mooie procedures of om mooi opgeschreven verslagen van wat de Wwft-plichtige heeft gedaan. Het gaat om de inhoudelijke kant: wat zijn de kenmerken / feiten die aanleiding zijn voor nader onderzoek en eventueel melding van een ongebruikelijke transacie.

De derdengeldenrekeningen zijn specifiek voor notarissen en deurwaarders en houden verband met het financiële toezicht op deze beroepsgroepen. Vanzelfsprekend is alertheid bij derdengelden geboden, zeker bij notarissen aangezien daar grote bedragen omgaan. De recente affaire zal reden zijn de organisatorische gang van zaken onder de loep te nemen.
Merkwaardig is dat onder het kopje onroerend goed niet de witwasbestrijding in het vastgoed schuil gaat, maar de vraag of notarissen in vastgoed mogen beleggen.

Financiën
Accountants en boekhoudkantoren zijn onderwerp van een thema dat ‘zorginstellingen’ heet. Het lijkt er op neer te komen (al schrijft het BFT dat niet) dat de berichten in de media over hoge winsten bij zorginstellingen aanleiding behoorden te zijn voor accountants en boekhoudkantoren om na te gaan of mogelijk van criminaliteit sprake is. Uit het onderzoek blijkt, zo schrijft BFT, dat veel afwijkingen van de gemiddelde gegevens (ratio’s van het CBS, door BFT ook ‘gehanteerde normen’ genoemd) verklaarbaar zijn.

BFT is de mening toegedaan dat Wwft-plichtigen voldoende kennis van de branche van de cliënten moet hebben, omdat alleen dan de witwas- en terrorismefinancieringsrisico’s goed onderkend kunnen worden [5].
Mij lijkt dat die eis niet gesteld kan worden. Een Wwft-plichtige behoort de kennis en vaardigheden te hebben die relevant zijn voor zijn primaire taak (zoals kennis van boekhouden).

BFT noemt ‘onterechte of niet-inzichtelijke kosten’ als thema, zonder te vermelden voor wie dat thema relevant is. Voor de notaris? Lijkt me niet. Voor de deurwaarder? Het staat er niet maar mogelijk heeft het E-Court voorbeeld betrekking op deurwaarders. Helderheid ontbreekt hier.

Opdrachtgeversafhankelijkheid
Een heel ander onderwerp dat BFT tot de thema’s rekent, is dat van de opdrachtgeversafhankelijkheid, dat wordt gepresenteerd onder het kopje ‘inrichting contracten’ [6].

Dat onderwerp zou ook bij notarissen kunnen spelen, maar daar rept BFT niet over.

Onderzoek & analyse

Onder het kopje onderzoek & analyse bespreekt BFT niet alleen de eigen organisatie maar ook ontwikkelingen bij de toezichtsubjecten [7].

BFT schrijft risicobeleid en -management te hebben opgevraagd bij twintig belastingadvieskantoren, die allen daar over bleken te beschikken, naar tevredenheid van BFT. Wel merkt BFT op dat aandachtspunt het actueel houden van het risicobeleid is, “mede naar aanleiding van wetswijzigingen” [8]. Dat is merkwaardig, want het risicobeleid is geen Wwft-handleiding.

De aantallen meldingen van ongebruikelijke transacties worden besproken, zonder dat de kwaliteit van de meldingen aan de orde komt. Ook hier geldt: het gaat niet om de aantallen meldingen, maar om de vraag of de meldingen hebben bijgedragen aan criminaliteitsbestrijding.

Datalekken
BFT heeft in 2020 te maken gehad met enkele datalekken die aan de Autoriteit Persoonsgegevens zijn gemeld [9]. Over melding aan betrokkenen rept BFT niet.
Raadselachtig is de opmerking “Dit heeft er mede toe geleid dat het persbeleid is geactualiseerd teneinde dergelijke incidenten te voorkomen“. Wat hebben datalekken met het persbeleid te maken?

Inkomensontwikkeling
In het verslag wordt gesproken over de financiën van notariskantoren, waarbij allerlei begrippen worden gebruikt, zoals bruto honorarium, netto honorarium en praktijkinkomen. Zou ‘praktijkinkomen’ het resultaat zijn (vóór aftrek arbeidsbeloning)? Het jaar 2020 is voor het notariaat een goed jaar geweest. Het vak gerechtsdeurwaarder lijkt minder lucratief.

Tot slot
In het kader van een goede communicatie met het publiek en de toezichtsubjecten doet BFT er goed aan het jaarverslag meer systematisch in te richten, rekening te houden met een brede lezersgroep en aandacht te besteden aan de effectiviteit van de maatregelen.

 

Noten
[1] In Nederland wordt criminaliteit bestreden door middel van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Op grond van deze wet moeten bedrijven zoals banken en accountants criminaliteit opsporen en melden bij FIU-Nederland. Er zijn op dit moment rond de zeven verschillende toezichthouders op de verschillende soorten bedrijven die de Wwft moeten naleven. Zo houdt De Nederlandsche Bank toezicht op banken.
[2] De aankondiging staat hier en het jaarverslag is als pdf te downloaden.
[3] Hoofdstuk II, pagina 4, eerste alinea jaarverslag.
[4] Ook notarissen staan onder Wwft toezicht van BFT. Op pagina 17 wordt over 48.000 Wwft-plichtigen gesproken, waartoe de notarissen ook behoren.
[5] Pagina 11, paragraaf e., laatste alinea.
[6] Pagina 11, paragraaf g.
[7] BFT veronderstelt dat minder klantcontacten van accountants, boekhouders en belastingadviseurs tot gevolg zou hebben dat witwassen minder makkelijk kan worden gesignaleerd, pagina 12. Waarop is dat gebaseerd?
[8] Pagina 13, kopje Wwft, laatste alinea.
[9] Pagina 15, eerste alinea.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Leesvoer voor juristen, accountants en administratiekantoren | de facilitator uitgelegd, Wwft

Een jurist, accountant of administratiekantoor die zich afvraagt waar het facilitator-denken [*] in de witwasbestrijding vandaan komt, doet er goed aan het door het AMLC aangekondigde artikel over witwasnetwerken te lezen. Het is een artikel uit het Tijdschrift voor Criminologie, waar juristen en financials normaliter geen kennis van nemen omdat zij er niet op geabonneerd zijn. Nu het open access is, kan dat wel, het staat hier.

Lees pagina 3 en 4 van het artikel over het begrip ‘facilitator’ dat zowel degenen omvat die welbewust meewerken aan het ontwerpen van structuren ten behoeve van criminelen, als degenen die zorgen voor de belastingaangifte of de overdracht van aandelen, zonder dat zij weten met een crimineel te maken hebben. Nu criminelen net als iedere burger belastingaangifte moeten doen en dan een belastingadviseur nodig hebben, is die belastingadviseur een facilitator. Citaat:

Opzet of bewustzijn van het assisteren van criminelen is niet nodig. Het is voldoende om “in contact te hebben gestaan met criminele subjecten” (pagina 8).

Er wordt verslag gedaan van een onderzoek naar ‘professionele witwassers’ waarbij het wel lijkt te gaan om personen die zich bewust zijn van hun rol, want het zijn er volgens pagina 6 bovenaan maar 302. Uit het plaatje boven aan pagina 7 blijkt een prominente rol van juristen en financials:

 

Zij worden allen ‘witwasser’ genoemd, terwijl het bij de meeste juristen en financials niet voor de hand ligt dat zij betalingsverkeer verrichten (anders dan bij banken die zorgen voor het betalingsverkeer). Dat betekent dat het begrip ‘witwassen’ hier kennelijk ook omvat dat een belastingaangifte voor een crimineel wordt voorbereid. Witwassen is gedefinieerd in het Wetboek van Strafrecht; ik ging van de veronderstelling uit dat je om wit te wassen een betalingsrol moet hebben, maar kennelijk is dat niet het geval.

Opvallend is dat heel gemakkelijk wordt verondersteld dat contacten met criminelen betekenen dat er welbewuste ondersteuning plaats vindt. Een grondige wetenschappelijke analyse van dit artikel lijkt op zijn plaats, nu de conclusies voor de hand lijken te liggen en in de lijn van de FATF-veronderstellingen zijn. De teksten lijken te veel op het proza dat ik eerder over het onderwerp las. [**]

Het is interessant om kennis te nemen van de denkwereld van opsporing, dus beste jurist, notaris, accountant en administrateur, kijk over de schutting en lees het artikel (en huiver).

 

Noten
[*] Mijn facilitator artikelen zijn hier te vinden.
[**] Helaas ontbreekt mij de tijd om alles diepgaand te analyseren en de literatuur waar naar wordt verwezen te bestuderen.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , , | 1 reactie

Openbaar Ministerie gewobt over ING en kans op koppensnellen

Liefhebbers van boevenvangen vanuit de leunstoel kunnen hun hart ophalen aan de ING-zaak. Onlangs zijn via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bij het Openbaar Ministerie (OM) stukken opgevraagd, die hier (pdf van 447 pagina’s via deze pagina) te vinden zijn.

De pdf is niet machine-leesbaar, dus wie op tekst wil zoeken zal zelf met een OCR-programma aan de slag moeten; vanwege OCR-fouten valt te verwachten dat op tekst zoeken lastig zal zijn. De eerste veertien pagina’s gaan over wat wel en niet zwart is gemaakt. Vervolgens beginnen op pagina 15 de ING-documenten met een e-mail van 11 oktober 2017. Er zit ook strafadvocatencorrespondentie in, zoals op pagina 27 van Biemond. Pas na pagina 56 komt er iets inhoudelijks: algemene sheets, waarna weer allerlei correspondentie volgt en nog enkele sheets. Een gedetailleerde analyse van de verplichtingen op grond van de witwasbestrijdingsregelgeving en de praktische uitvoerbaarheid daarvan bij een grootbank met een zeer groot volume aan transacties, kom ik al scrollend niet tegen (maar misschien heb ik het gemist).

De informatie ziet er niet interessant uit en beantwoordt niet de vragen die ik over de ING-casus heb.

Criminele nalatigheid

Het Openbaar Ministerie legt op de site uit wat ING verweten wordt. Dat is niet dat ING welbewust crimineel gehandeld heeft, maar “dat de bank onvoldoende maatregelen heeft genomen om witwassen door cliënten te voorkomen“, zo schrijft OM. Dus ‘onvoldoende maatregelen‘ leiden er toe dat de bank zelf crimineel is, wat in het bericht met het mooie woord ‘schuldwitwassen‘ wordt aangeduid. Dat is een makkelijke manier om iedere ondernemer, organisatie en burger tot ‘witwasser‘ te maken. Journalisten noemen het ‘wegkijken‘. Dus schuldwitwassen is ‘wegkijkaansprakelijkheid‘.

KYC
De vraag is natuurlijk wel hoe ver dit soort nalatigheidsdelicten kunnen gaan en of de wereld er beter van wordt. De wijze waarop banken invulling geven aan hun Know Your Customer (KYC)-verplichtingen leidt er inmiddels toe dat bepaalde groepen klanten geen bankrekening meer kunnen openen respectievelijk niet kunnen behouden omdat de banken het KYC-gebeuren te duur vinden (ook wel ‘de-risking’ genoemd).

Ik vrees dat we afgaan op een Cover Your Ass (CYA)-samenleving, waarin alle burgers en organisaties voortdurend bezig zijn om compliance-straatjes door middel van IT schoon te vegen en risico’s te mijden. Voor de menselijke maat is dan geen plaats meer.

Mij lijkt de beste oplossing om het betalingsverkeer weg te halen bij banken en onder te brengen bij een aparte overheidsbank, zoals ik al eerder schreef. Dan zijn we in één klap af van een ongecontroleerde pseudo-overheid.

 

Meer informatie:
In 2019 werden documenten over de schikking van het Openbaar Ministerie met ING bekend gemaakt:

In 2019 besliste het Gerechtshof Den Haag (1, 2) dat er aanleiding is om topman Hamers te vervolgen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Corona-uitspraken van de Nederlandse rechter

Inmiddels heeft de Nederlandse rechter zich al vele malen in procedures tegen de Nederlandse Staat over corona-maatregelen uitgesproken. Onderstaand een overzicht.

Detailhandel
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 12 maart 2021
Partijen: vereniging INretail tegen de Staat
Onderwerp: openstellen niet-essentiële detailhandel
Uitkomst: afgewezen.

Vaccinatie
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 5 maart 2021
Partijen: Stichting Viruswaarheid.nl en anderen tegen de Staat
Onderwerp: vaccinatiecampagne
Uitkomst: afgewezen

Avondklok (hoger beroep)
Gerechtshof Den Haag 26 februari 2021 (er ging een wrakingsuitspraak aan vooraf)
Partijen: Stichting Viruswaarheid.nl en anderen tegen de Staat
Onderwerp: avondklok
Uitkomst: verloren

Avondklok (eerste instantie)
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 16 februari 2021: vonnis met toewijzing, daarna uitspraak Gerechtshof Den Haag inzake incident schorsing tenuitvoerlegging (verloren)
Partijen: Stichting Viruswaarheid.nl en anderen tegen de Staat
Onderwerp: avondklok
Uitkomst: gewonnen (maar later in hoger beroep weer verloren), zie ook dit artikel

Onderwijs
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 11 februari 2021
Partijen: Stichting Ik wil gewoon naar school tegen de Staat
Onderwerp: onverbindendverklaren mondkapjesplicht in het onderwijs
Uitkomst: afgewezen

PCR-test in de luchtvaart
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 28 januari 2021
Partijen: Stichting Viruswaarheid.nl en anderen tegen de Staat
Onderwerp: PCR-test in de luchtvaart
Uitkomst: afgewezen

Onderwijs (vervolg)
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 15 januari 2021, vervolg op de uitspraak van 14 december 2020
Partijen: Stichting Protect Everybody en anderen tegen de Staat
Onderwerp: corona-maatregelen in het onderwijs
Uitkomst: alle vorderingen afgewezen

PCR-test in de luchtvaart
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 8 januari 2021, zaak 1, zaak 2
Partijen: particulieren tegen de Staat
Onderwerp: PCR-test in de luchtvaart
Uitkomst: verloren

PCR-test in de luchtvaart
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 31 december 2020
Partijen: drie particulieren tegen de Staat
Onderwerp: eis van PCR-test aan per vliegtuig naar Nederland terugkerende Nederlanders
Uitkomst: gewonnen door eisers, heeft geleid tot nieuwe wetgeving

Onderwijs
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 14 december 2020
Partijen: Stichting Protect Everybody en anderen tegen de Staat
Onderwerp: corona-maatregelen in het onderwijs
Uitkomst: met betrekking tot één onderdeel – informatie over mondkapjes op middelbare scholen – nodigt de rechter de Staat uit zich nader uit te laten, de overige vorderingen worden afgewezen

PCR-test
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 9 december 2020
Partijen: Stichting Viruswaarheid.nl en anderen tegen de Staat
Onderwerp: eisers verzoeken de Staat het gebruik van de PCR-test te staken, subsidiair de overheidscommunicatie aan te passen
Uitkomst: afgewezen

Corona-maatregelen
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 24 juli 2020
Partijen: Stichting Viruswaarheid.nl en anderen tegen de Staat
Onderwerp: verbod vrijheidsbeperkende maatregelen
Uitkomst: afgewezen

Wrakingsgeschil
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 7 juli 2020
Partijen: Stichting Viruswaarheid.nl en anderen tegen de Staat
Onderwerp: wraking
Uitkomst: afgewezen

Sluiting klimmuur
Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam 9 juni 2020
Partijen: Klimmuur Amsterdam tegen Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland en de Staat
Onderwerp: ongedaanmaking sluiting klimmuur
Uitkomst: afgewezen

Corona-maatregelen
Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 3 april 2020
Partijen: Stichting de Vijfde Macht en anderen tegen de Staat
Onderwerp: kort geding over coronamaatregelen. Eisers willen een volledige lockdown
Uitkomst: afgewezen

 


Aanvulling 21 mei 2021
Ook in Duitsland gaan de meeste corona-rechtzaken mis, zie bijvoorbeeld Verfassungsgericht lehnt Eilanträge gegen Bundesnotbremse ab, SZ 20 mei 2021.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie