Where is the CBT/FATCA Anti-Coercion Instrument of the EU?

On 2 August the European Commission announced a consultation regarding amendment of the Blocking Statute [*], that is supposed to provide protection against unlawful extra-territorial sanctions. When the U.S. adopts extraterritorial working legislation that is harmful for European companies, the Commission proposes legislation.

The European Commission is doing nothing about the extraterritorial U.S. legislation that harms European residents (read the introduction in Dutch on Citizenship Based Taxation and FATCA). Amazing.

 

 

[*] Unlawful extra-territorial sanctions – a stronger EU response (amendment of the Blocking Statute)

 


Amendment 16 December 2021
In the title ‘blocking statute’ was replaced by ‘Anti-Coercion Instrument’

Geplaatst in Belastingrecht, English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

De kopie-ID-ziekte van de overheid | kopie-ID van de ubo | Wwft, ubo-register, handelsregisterwet

De nationale en internationale wetgevers tonen geen enkele interesse voor de privacy en veiligheid van uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s). De criminaliteitsbestrijdingsregels (onder meer witwasbestrijding) hebben excessieve gegevensverzameling door overheidsorganisatie en private partijen tot gevolg, welke verzameling leidt tot grote risico’s voor ubo’s en andere bij organisaties betrokken personen. Een van de ziektes waaraan overheden lijden, is de kopie-ID-ziekte. Te pas en te onpas wordt het kopie-identiteitsbewijs van jan en alleman gevraagd, wat in verhoogde mate geldt voor de ubo.

In oktober vorige jaar schreef ik een artikel over de kopie-ID van de uiteindelijk belanghebbende, die deze volgens de Kamer van Koophandel verplicht moet afgeven terwijl een wettelijke grondslag ontbreekt. In juni publiceerde ik dit artikel over de onbeheersbare datastromen rondom de ubo’s, die het voor hen onmogelijk maken hun databescherming en veiligheid te managen.

Op de artikelen zijn diverse reacties binnen gekomen, onder meer recent deze.

Boze ubo’s: laat het weten!
Degenen onder de ubo’s die interesse hebben om samen op te trekken tegen de Kamer van Koophandel en de Nederlandse overheid inzake de kopie-ID-ziekte, kunnen zich bij mij melden, dan breng ik hen met elkaar in contact. En uiteraard ben ik bereid rechtsbijstand te verlenen.

 


Aanvulling 2 februari 2023
Van een van mijn relaties hoorde ik onlangs dat een buitenlandse ubo van een Nederlandse bv weigerde een kopie-ID af te geven, terwijl de KvK dat wel eist voor de inschrijving door de bv van de eigen ubo. De relatie heeft de KvK daar over gebeld, die hem mee deelde dat er weliswaar een verplichting in de Nederlandse wet staat dat ubo’s moeten meewerken aan de ubo-registratie, maar dat dit niet afdwingbaar is in het buitenland.
Intrigerend. Het enige wat de directie van de bv kan doen is bewijsstukken verzamelen dat er alles aan is gedaan om de door de KvK gevraagde gegevens en documenten te verzamelen.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Handelsregister, ICT, privacy, e-commerce, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

JASTA-procedure against European banks

One of the specialisms of the U.S. is to create extraterritorial legislation that enable procedures against non-U.S. parties by non-U.S. plaintiffs. In 2016 the Justice Against Sponsors of Terrorism Act (JASTA) was adopted (read introductory blogs in Dutch 1, 2).

According to an article in the NYT relatives of people killed and wounded in Afghanistan have started procedures against major banks, including European banks. The accusation is that these banks provided accounts and other banking functions to entities and individuals who they knew were aiding terrorist networks. According to the article there were no services provided directly to known terrorists; the claims are based on indirect relationships.

If the procedures succeed, it will probably cause banks to become even more frightened than they already are to provide services to foreign customers; de-risking and exclusion will increase and international trade will be hampered.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , , , , , | 1 reactie

Wie is aansprakelijk voor schade door coronavaccinatie? Mogen artsen toestemming vragen en hun diensten weigeren?

De lange termijn effecten van coronavaccinatie zijn onbekend en er kunnen nog onbekende bijwerkingen zijn, zo schrijft fabrikant Pfizer in zijn overeenkomsten met overheden [1]:

Het is denkbaar dat mensen in de toekomst schade ondervinden, zodat de vraag is wie aansprakelijk kan worden gesteld.

Aansprakelijkheid
Op de site van artsenorganisatie KNMG is te lezen [2] dat als coronavaccins onvoorziene bijwerkingen hebben, normaliter de rijksoverheid aansprakelijk kan worden gesteld. De organisatie verwijst ook naar een blog van een juriste over aansprakelijkheid van artsen voor bijwerkingen van deze vaccins.

Jurist Frank Stadermann, voorheen werkzaam in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht, denkt over de aansprakelijkheid anders, lees het artikel in het Advocatenblad van 16 maart 2021. Hij is van mening dat artsen hun patiënten over het risico op bijwerkingen moeten informeren en dat goed mogelijk is dat zij aansprakelijk zijn. Mij lijkt dat veel te ver gaan, aangezien artsen onder grote druk worden gezet door de rijksoverheid om aan de vaccinatiecampagne mee te werken.

Het onderwerp aansprakelijkheid komt uitgebreid aan de orde in een Duitstalig artikel van U.P. Gasche op een Zwitserse site, waarin hij signaleert dat de vaccinfabrikanten contracten met de overheden hebben gesloten waarin alle aansprakelijkheid is uitgesloten. Volgens het Zwitserse ministerie van volksgezondheid zouden de fabrikanten aansprakelijk kunnen worden gesteld op grond van het Zwitserse productenaansprakelijkheidsrecht, zo schrijft Gasche. Hij vraagt zich af of dat wel juist is.

Het laatste woord is hier ongetwijfeld nog niet over gesproken.

Weigeren patiënten
Op de site van KNMG is duidelijk vermeld [3] dat artsen patiënten niet mogen weigeren als ze niet gevaccineerd zijn. Er wordt aangegeven dat ook gevaccineerde mensen besmettelijk kunnen zijn.

Toestemming vragen is verboden
Opvallend is dat artsen geen toestemming mogen vragen voor corona-vaccinatie. Uit het antwoord [4] van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) blijkt dat het ten strengste verboden is dat een arts een verklaring laat ondertekenen voorafgaand aan vaccinatie. Patiënten kunnen handelen in strijd met dit voorschrift melden bij het Landelijk Meldpunt Zorg. KNMG schrijft iets soortgelijks, maar noemt enige uitzonderingen [5].

 

[1] Tekst uit de conceptovereenkomst van Pfizer met Albanië. Hoewel dit een overeenkomst is op een vakgebied waarin ik niet thuis ben, komen de teksten mij plausibel voor. VRT schreef over de status van het document. Het gelekte document wordt genoemd in deze vragen door een lid van de Tweede Kamer, die onder meer vraagt:

Vraag 23
Hoe rijmt u uw stellige uitspraak «over langetermijneffecten kan ik duidelijk zijn, die zijn er niet»6, met de door Pfizer van Albanië en Brazilië geëiste erkenning dat de langetermijneffecten onbekend zijn, zoals in beide contracten onder artikel 5.5 duidelijk wordt? (…)

Vraag 28
Kunt u per «coronavaccin» aangeven in hoeverre de Nederlandse staat aansprakelijk is voor schade en/of letsel als gevolg van de toediening ervan?

De vragen zijn nog niet beantwoord.

[2] De tekst:

Ben je als je het vaccin toedient aansprakelijk voor eventuele bijwerkingen, of allergische reacties?
Over het algemeen zijn de bijwerkingen en mogelijke reacties van de coronavaccins bekend. Als onverhoopt blijkt dat een vaccin onvoorziene bijwerkingen heeft, dan zal normaal gesproken de Rijksoverheid aansprakelijk worden gesteld. De Rijksoverheid heeft namelijk voorgeschreven dat het vaccin werd toegediend. Een arts of verpleegkundige kan wel aansprakelijk zijn als er sprake is van medisch onzorgvuldig handelen en de patiënt of cliënt overlijdt, of letselschade oploopt. Medisch onzorgvuldig handelen is bijvoorbeeld het gebruiken van een naald die niet is gesteriliseerd, of het negeren van een melding van allergie voor een bestanddeel. Er moet dan nog wel worden beoordeeld of de toediener een medische fout heeft gemaakt. Die medische fout moet de toediener bovendien zijn toe te rekenen. Daarnaast moet het slachtoffer, of diens nabestaanden aantonen dat er een fout is gemaakt en dat daardoor de schade is ontstaan. Bij een arts, of verpleegkundige die het coronavaccin volgens de geldende Uitvoeringsrichtlijn COVID-19-vaccinatie heeft toegediend, is aansprakelijkheid niet aannemelijk.

Zie ook
COVID-19-vaccinatie | LCI richtlijnen (rivm.nl)
Blog Laura-Jean van de Ven: aansprakelijkheid voor een vaccin tegen COVID-19 | Beer advocaten

[3] Zelfde bron als [2]:

Mag ik als arts een patiënt weigeren zorg te leveren, als de patiënt niet is gevaccineerd?
Nee, dat is niet toegestaan. Dat iemand niet gevaccineerd is, wil niet zeggen dat iemand besmettelijk is. Bovendien moet de arts in alle gevallen zo goed mogelijk zorg blijven aanbieden. De zorgplicht van de arts brengt dat met zich mee. Als een patiënt een vaccinatie weigert, moet de arts dat dus respecteren en zich blijven inspannen om de kans op verspreiding en besmetting te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door beschermingsmiddelen te (laten) gebruiken, of door het (laten) testen van de patiënt.

Zie ook
Kan ik personeel of klanten zonder vaccinatiebewijs weigeren? | Rijksoverheid.nl

[4] Tekst op de IGJ-site:

Mijn arts wil dat ik een verklaring onderteken voor ik mij laat vaccineren. Mag dat?
Patiënten hoeven niet te tekenen voor een COVID-19 vaccinatie. De enige schriftelijke toestemming die een patiënt gevraagd kan worden is of hij/zij akkoord gaat met het doorgeven van de vaccinatiegegevens aan het RIVM. De huisarts kan eventueel ook zelf extra informatie geven om de patiënt te informeren. Dit mag er niet toe leiden dat een patiënt voor deze informatie of toestemmingsverlening moet tekenen en dat hij/zij bij niet-tekenen geen vaccinatie krijgt. Dit kan tot ongewenste situaties leiden, zoals verwarring bij patiënten waardoor ze zich mogelijk niet laten vaccineren. Vaccinatie is belangrijk om uit de pandemie te komen.
Wanneer een huisarts om deze toestemming vraagt, kan de IGJ deze arts aanspreken. Patiënten die willen melden dat zij voor hun COVID-19 vaccinatie schriftelijke toestemming (hebben) moeten geven, kunnen dit doen bij het Landelijk Meldpunt Zorg.

Opvallend is dat IGJ schrijft dat nepnieuws wordt bestreden in samenwerking met Facebook.

[5] Zelfde bron als [2]:

Moet ik schriftelijk toestemming vragen voor de vaccinatie?
Het verschilt per sector of schriftelijke toestemming van de patiënt verplicht is. Over het algemeen is er geen schriftelijke toestemming nodig en mag een arts een patiënt ook niet verplichten deze te ondertekenen. Een uitzondering hierop is de toestemming van bewoners van zorginstellingen en kleinschalige woonvormen. Van hen, of hun wettelijke vertegenwoordiger, is wel schriftelijke toestemming nodig. Het RIVM heeft hier toestemmingsformulieren voor ontwikkeld, die beschikbaar zijn op de RIVM-webpagina’s over vaccinatie in zorginstellingen en kleinschalige woonvormen.
Wel moet u als uitvoerder van de vaccinatie in het patiëntdossier vastleggen dat u de vaccinatie heeft toegediend. Ook moet u aan de patiënt toestemming vragen voor het doorgeven van de vaccinatiegegevens aan het RIVM. De toestemming kan worden verleend in een schriftelijk ingevuld toestemmingformulier (bijvoorbeeld zoals het hier bovengenoemde toestemmingsformulier van het RIVM) of bij de beantwoording van een mondelinge vraag (bij vaccinatie door de GGD bijvoorbeeld). Deze toestemming moet wel altijd schriftelijk worden vastgelegd.

Zie ook
Vaccinatie tegen corona | Autoriteit Persoonsgegevens
Veelgestelde vragen over vaccineren | Publicatie | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (igj.nl)

 


Aanvulling 2 september 2021
Op 31 augustus is in het Europese Parlement de volgende vraag gesteld:

Parliamentary questions
31 August 2021
P-004007/2021

Priority question for written answer  P-004007/2021
to the Commission
Rule 138
Ivan Vilibor Sinčić (NI)

Subject: Liability for vaccine side effects – citizens’ rights under the Product Liability Directive and the precedent set by the no-fault compensation programme

In response to my earlier parliamentary question E-000344/2021 (1) to the Commission, I was informed that manufacturers or pharmaceutical companies would be held liable for the side effects of the COVID-19 vaccines in accordance with the Product Liability Directive.

1. Have the Member States or the Commission concluded additional legal provisions regarding liability for side effects – safeguards that favour manufacturers?
2. Have the Member States or the Commission entered into any guarantees or agreements with pharmaceutical companies concerning compensation for damages paid out by pharmaceutical companies following any successful lawsuits brought by citizens in respect of side effects from their products (2)?
3. Was the incorporation of safeguards concerning compensation for damages paid out by producers a condition for concluding the vaccine supply contracts with these producers?

(1) https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/E-9-2021-000344_EN.html
(2) https://www.gavi.org/vaccineswork/covax-no-fault-compensation-programme-explained

Original language of question: HR
Last updated: 1 September 2021
Legal notice – Privacy policy

 

Aanvulling 19 november 2021
Lees over aansprakelijkheid ook: Staat iemand die vaccinatieschade oploopt er alleen voor? (Artsencollectief, 19 november 2021). Men concludeert dat het lastig zal zijn om de schade te verhalen. Overigens zal het ook moeilijk zijn om de relatie tussen vaccinatie en de schade aan te tonen.
In theorie zou het onderzoek naar bijwerkingen er voor moeten zorgen dat degenen die risico op bijwerkingen lopen daarvan tijdig op de hoogte raken. De vraag is of dat onderzoek goed gebeurt.

 

Aanvulling 1 december 2021
VWS gaf antwoord op vragen over het Pfizer vaccin.

 

Aanvulling 25 januari 2022
De door Ivan Vilibor Sinčić in het Europees Parlement gestelde vragen zijn als volgt beantwoord:

22 November 2021
P-004007/2021(ASW)
Answer given by Ms Kyriakides
on behalf of the European Commission
Question reference: P-004007/2021

The Commission has made clear throughout the implementation of the vaccines strategy that it will not make any compromises on the application of the existing rules that apply to bringing a pharmaceutical product into the market.

The Commission ensures that any agreement made to secure vaccines under the vaccines strategy is fully compliant with EC law. They respect and protect citizens’ rights, in line with the Product Liability Directive (1). In accordance with this directive, liability remains with the manufacturer.

Communication about compensation procedures for side effects should take place at national level. The Commission is not aware of agreements between Member States and the companies concerning compensation for damages paid out by pharmaceutical companies.

In case of damages, which are claimed to be caused by the vaccine administration, patients have the right to seek compensation from the manufacturer. As defined by the Product Liability Directive, any defect has to be established before the competent court with a proof of the damage, the defect and the causal relationship between defect and damage.

The annex to the Commission Decision (2020)4192 (2) on the Agreement between the Commission and Member States on procuring COVID-19 vaccines provides in Article 6, that ‘Participating Member States acquiring a vaccine shall be responsible for the deployment and use of the vaccines under their national vaccination strategies, and shall bear any liability associated with such use and deployment. This shall extend to and include any indemnification of vaccine manufacturers under the terms and conditions of the relevant APA for liability related to the use and deployment of vaccines normally borne by such manufacturer’.

(1) Council Directive 85/374/EEC of 25 July 1985 on the approximation of the laws, regulations and administrative provisions of the Member States concerning liability for defective products.
(2) https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/annex_to_the_commission_decision_on_approving_the_agreement_with_member_states_on_procuring_covid-19_vaccines_on_behalf_of_the_member_states_and_related_procedures_.pdf

Geplaatst in Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Grondrechten | Tags: , , , | 3 reacties

Ook politiemensen moeten zich aan de AVG houden | boete voor agent

Het voorschrift dat persoonsgegevens alleen door bevoegde personen mogen worden ingezien, geldt ook voor politiemensen, die zich daar niet altijd aan houden. In Nederland kennen we diverse gevallen van agenten die neuzen in privégegevens zonder reden.

In Duitsland komt dit eveneens voor en heeft dit geleid tot een boete, die aan de politieman zelf werd opgelegd. Lees dit Duitstalige artikel waarin wordt beschreven dat de privacy toezichthouder van Baden-Württemberg, Stefan Brink, een AVG-boete [1] van 1400 euro heeft opgelegd aan een agent. Deze had zonder geldige (opsporings)reden het Duitse RDW [2] geraadpleegd om via een andere database aan de telefoonnummers van betrokkene te kunnen komen, om vervolgens contact met haar te kunnen opnemen.

De privacy toezichthouder benadrukte dat ook ambtenaren zich aan de privacyregels moeten houden.

[1] Een en ander is gebaseerd op de AVG, in Duitsland als EU-Da­ten­schutz­grund­ver­ord­nung (DS-GVO) aangeduid en op het nieuwe Lan­des­da­ten­schutz­ge­set­z (LDSG).
[2] Zentrale Verkehrsinformationssystem (ZEVIS) des Kraftfahrbundesamtes.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | 1 reactie

Geen automatische bestuurdersaansprakelijkheid als stichting factuur niet betaalt

Over bestuurdersaansprakelijkheid wordt veel geprocedeerd en vaak komt de vraag aan de orde of het niet betalen van een factuur door een rechtspersoon die op een later moment insolvent blijkt te zijn, betekent dat de statutair bestuurder iets te verwijten valt. Dat aansprakelijkheid geen automatisme is, zet het hof ‘s-Hertogenbosch op een rij in een uitspraak die eind mei is gewezen.

Selectieve betaling

5.10. Selectieve betaling van schuldeisers is op zichzelf niet onrechtmatig tegenover de schuldeiser die geen betaling heeft ontvangen, anders dan de rechtbank lijkt te hebben aangenomen. Er bestaat immers geen algemene regel op grond waarvan een schuldenaar die niet in staat is al zijn schuldeisers volledig te betalen, steeds onrechtmatig handelt wanneer hij een schuldeiser voldoet vóór andere schuldeisers, ook als hij daarbij niet rekening houdt met eventuele preferenties. Het staat (een bestuurder van) een vennootschap – dan ook – in beginsel vrij op grond van een eigen afweging te bepalen welke schuldeisers van de vennootschap in de gegeven omstandigheden zullen worden voldaan (vgl. HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9654, rechtsoverweging 4.1.2). Dit uitgangspunt is bevestigd in het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:576, rov. 3.5.1). Het uitgangspunt wordt wel aangeduid als de betaalautonomie van het bestuur.

5.11. De betaalautonomie houdt beleidsvrijheid in, maar wel binnen de grenzen van een behoorlijk bestuur. Een eigen afweging die een redelijk oordelende bestuurder met de voor het bestuur van de desbetreffende rechtspersoon vereiste bekwaamheden in de gegeven omstandigheden nimmer zou hebben gemaakt, overschrijdt deze grenzen. De eigen afweging van de bestuurder om te bepalen welke schuldeisers wel en niet worden voldaan, is dus niet aan elke toets is onttrokken. Welke eisen in dat verband aan de eigen afweging van de bestuurder en het verantwoorden daarvan kunnen worden gesteld, hangt af van de omstandigheden van het geval.

5.12. In het zicht van het beëindigen van de activiteiten van een onderneming, met name bij insolventie, kan deze vrijheid van de rechtspersoon en de bestuurder beperkter zijn.
Dit geldt dan met name voor de keuze om wel betalingen te doen aan schuldeisers die aan de rechtspersoon zijn gelieerd of waarbij de bestuurder een persoonlijk belang heeft, maar niet aan andere schuldeisers, indien deze keuze niet door bijzondere omstandigheden wordt gerechtvaardigd (HR 12 juni 1998, ECLI: NL: HR: 1998: ZC2669, rov. 3.4.3; HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:576, rov. 3.5.2).

Het hof concludeert dat in de omstandigheden van de zaak geen sprake is van verwijtbaar gedrag door de statutair bestuurder en dat het uitbesteden van activiteiten aan een medewerker (een arts/medisch directeur) niet tot gevolg heeft dat de bestuurder iets is te verwijten.

Het geeft aan dat dit soort aansprakelijkheidszaken goed voorbereid moeten worden, om kans van slagen te hebben.

Geplaatst in Bestuurdersaansprakelijkheid, Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Plaats een reactie

De ‘vermogende’ pseudo-ubo | Wwft, ubo-register

Gevolg van de merkwaardige keuze om statutair bestuurders als ‘pseudo-ubo’ in het ubo-register te registreren (een keuze waarvoor ik in Europese en Nederlandse bronnen nog nooit enige onderbouwing heb gevonden), leidt er toe dat de indruk bij het publiek kan ontstaan dat deze ubo’s zeer vermogend zijn. Dit doet zich niet alleen voor bij pseudo-ubo’s van ANBI’s en andere not-for-profit instellingen. Ook elders kunnen pseudo-ubo’s voorkomen, bijvoorbeeld bij beleggingsinstellingen met veel deelnemers.

Alleen uit de hoek van de ANBI’s is hier aandacht voor gevraagd en zij hebben de toezegging gekregen dat er een onderscheid zal worden gemaakt. Lees daar het artikel van de KNB over, die schrijven: bij “raadpleging van het UBO-register kan binnenkort onderscheid worden gemaakt tussen bestuurders van ANBI’s en bestuurders van andere entiteiten“, met als reden “omdat anders de onjuiste indruk kan ontstaan dat zij persoonlijk (zeer) vermogend zijn“.

Het is bizar dat men zich niet realiseert dat het voor alle pseudo-ubo’s geldt.

Er schijnt nu een oplossing gevonden te zijn ten behoeve van de ANBI’s, lees het complete artikel van de KNB hierna.

Overigens neemt dat niet weg dat ik van mening ben dat de pseudo-ubo een monstrum is en moet worden afgeschaft.

 

Bericht KNB:

Onderscheid ANBI’s in het UBO-register
04-08-2021

Bij raadpleging van het UBO-register kan binnenkort onderscheid worden gemaakt tussen bestuurders van ANBI’s en bestuurders van andere entiteiten. Dat blijkt uit antwoorden van minister Wopke Hoekstra van Financiën op Kamervragen van Pieter Grinwis (ChristenUnie) en Chris Stoffer (SGP).

Beide Kamerleden willen graag een duidelijk onderscheid tussen statutair aangewezen personen van een ANBI (algemeen nut beogende instelling) en bestuurders van een vennootschap die minder dan 25 procent van de aandelen bezitten. Dat is nog niet zo makkelijk, blijkt uit het antwoord van Hoekstra. Juridisch is dat lastig, omdat het vermelden van de ANBI-status in het Handelsregister geen wettelijke functie heeft. Daarnaast is er een technisch probleem: vermelding van de ANBI-status vereist een permanente koppeling met de Belastingdienst. Daar wordt namelijk besloten over het toekennen en intrekken van de status.

Oplossing
Samen met de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) is het ministerie tot de volgende oplossing gekomen: een met SBF afgestemde toelichting wordt verstrekt bij het uittreksel UBO-register. Daarin staat dat bestuurders enkel vanwege hun functie staan ingeschreven in het register en niet vanwege een eigendomsbelang of zeggenschap in de entiteit. Ook worden raadplegers van het UBO-register verwezen naar het openbare ANBI-register, waarin zij kunnen zien of de betreffende entiteit een ANBI is. Deze oplossing wordt momenteel geïmplementeerd door de Kamer van Koophandel. Hiermee wordt het verschil tussen zogenoemde pseudo-UBO’s (bestuurders), vooral die van ANBI’s, en ‘echte’ UBO’s duidelijk gemaakt bij raadpleging van het UBO-register. Dit is voor veel bestuurders van ANBI’s belangrijk, omdat anders de onjuiste indruk kan ontstaan dat zij persoonlijk (zeer) vermogend zijn.

Privacy
Andere vragen van Grinwis en Stoffer gingen vooral over de privacy van bestuurders die in het UBO-register staan. Kwaadwillenden kunnen namelijk met gegevens uit verschillende bronnen, zoals het Kadaster en het Handelsregister, informatie verzamelen van bestuurders van ondernemingen, kerken en goede doelen. Het ministerie heeft daar verschillende maatregelen tegen genomen. Zo kan in het openbare deel van het UBO-register niet worden gezocht op persoonsgegevens en worden gegevens alleen verstrekt na registratie door de raadpleger.

 

Overigens is het twijfelachtig of de in het KNB-artikel genoemde privacy-maatregelen adequaat zijn en of het ubo-register überhaupt wel rechtmatig is. Lees het standpunt van Privacy First over het ubo-register in de hoger beroep dagvaarding. Eerder schreef ik hier al over de procedure door Privacy First.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Not-for-profit, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Overheidsinstantie vermeldde onrechte persoonsgegevens in rapport | AVG

De Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit heeft op 14 juni jl. uitspraak gedaan over een toezichtrapportage door een overheidsinstantie, dat ten onrechte persoonsgegevens inzake de directeur bevatte (onder meer salarisgegevens), momenteel is de uitspraak alleen in het Frans beschikbaar. Het onderzoek door de overheidsinstantie had betrekking op de interne organisatie van een zorginstelling die gehandicapten verzorgde en het rapport werd met derden, onder meer vakbondsvertegenwoordigers, gedeeld.

De Gegevensbeschermingsautoriteit oordeelde dat de persoonsgegevens van de directeur ten onrechte in het rapport waren opgenomen en vervolgens aan derden waren bekend gemaakt. Voor de gegevensverstrekking ontbrak een grondslag; er kon geen beroep worden gedaan op artikel 6(1)(d) AVG.
Voorts had de overheidsinstantie nagelaten haar verplichtingen op grond van 12(3), 13(1)(c) en 15(1) AVG na te komen (onder meer het informeren van de directeur).

De uitspraak geeft aan dat ook overheidsinstellingen alert dienen te zijn op correcte naleving van de AVG en alleen persoonsgegevens in rapportages mogen vermelden als daar een grondslag voor is.

Geplaatst in Bestuursrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , | Plaats een reactie

Gemeentelijke regels voor verhuurders ter bestrijding van discriminatie en criminaliteit | consultatie Wet goed verhuurderschap

Hoogst merkwaardig is dat de overheid steeds meer misdaadbestrijdingstaken bij gemeenten neerlegt, zonder dat er aandacht is voor verbetering van het civiele recht. Anders gezegd: er worden nieuwe wetten gemaakt in de sfeer van bestuursrecht en strafrecht, in plaats van te kijken naar aanpassing van het Burgerlijk Wetboek. Het lijkt er op of de regels gebaseerd zijn op wensen uit opsporing en handhaving, zonder goed te kijken naar de algemene wettelijke systematiek.

Dat fenomeen is zichtbaar in een consultatievoorstel inzake een nieuwe wet ‘Wet goed verhuurderschap‘ (einddatum 1 september a.s. dus wie mee wil doen moet snel zijn). Volgens het voorstel kan de gemeenteraad regels bedenken waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars moeten voldoen. Die regels hebben betrekking op “voorkoming van discriminatie, intimidatie en het bevorderen van goed verhuurderschap“. Verder moet het voorstel mogelijk maken dat voor bepaalde groepen verhuurders een verhuurvergunning nodig is en bevat het voorstel nog diverse andere vergaande bevoegdheden. Het is een gevaarlijk voorstel, alleen al via de lappendeken van maatregelen die er in de gemeenten zal ontstaan.

Verder is het onbegrijpelijk dat het huurrecht bedrijfs- en woonruimte in het Burgerlijk Wetboek niet wordt aangepakt zodat verhuurders meer bevoegdheden krijgen om malafide huurders aan te pakken (ook ter voorkoming van de Wet Damocles maatregelen door de gemeente) en waarin huurders betere mogelijkheden krijgen om tegen malafide verhuurders op te treden.

Er moet veel beter worden nagedacht over de rol van gemeenten in de misdaadbestrijding en over een goede inpassing van nieuwe verhuurdersverplichting in het civiele recht.

Hopelijk zijn er commentaren op het voorstel die daar aandacht aan besteden.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht, Contractenrecht, privaatrecht algemeen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Virtuele ava’s geen succes bij beursvennootschappen

Virtuele algemene vergaderingen zijn geen succes bij beursvennootschappen, zo blijkt uit een bericht van Eumedion onder de titel ‘Grote beleggers willen zo snel mogelijk af van puur virtuele aandeelhoudersvergaderingen‘. De grootste klacht is dat er geen goede discussie mogelijk is.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce, Kapitaalvennootschappen, Rechtspersonenrecht | Plaats een reactie