Wijziging wetsvoorstel Wet transparantie maatschappelijke organisaties aangekondigd

De overheid is al een tijd bezig om de not-for-profit sector het leven moeilijk te maken, niet alleen door hen in de hoog risicocategorie op witwassen en terrorismefinanciering te plaatsen (blog) en door de KYC-problemen met banken die de organisaties daardoor ondervinden.

Wetsvoorstel Wet transparantie maatschappelijke organisaties
Al geruime tijd is in het parlement een wetsvoorstel in behandeling die kan zorgen voor extra lasten voor de nette organisaties in de not-for-profit sector.
Het gaat om het voorstel voor de Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo), dat ik al een tijd volg. Het begon in 2019 met het onzalige plan om personalia van donateurs openbaar te maken (blog). Inmiddels is het voorstel aangepast, maar er komen nieuwe wijzigingen aan.

Op 14 april maakte de minister van Veiligheid bekend dat de ministerraad overeenstemming heeft bereikt over de wijziging van het al ingediende wetsvoorstel, dus de brancheorganisaties in de not-for-profit doen er goed aan de ontwikkelingen met aandacht in de gaten te houden.

Tot slot
Ik zal hier niet de bezwaren tegen het al ingediende voorstel bespreken, zoals de vreemde gedachte van het ministerie van Veiligheid dat alleen stichtingen en verenigingen de rechtsstaat zouden kunnen ondermijnen.
Als bekend is wat de wijzigingen zijn, hoop ik tijd te vinden om te kijken wat de juridische en praktische consequenties zijn.

 

Meer informatie:

Het nieuwsbericht van de rijksoverheid luidt:

Nieuwe maatregelen voor aanpak rechtsstaat ondermijnende organisaties
Nieuwsbericht | 14-04-2023 | 14:20

Het moet makkelijker worden om organisaties aan te pakken die de democratische rechtsstaat of het openbaar gezag ondermijnen. Daarom worden er nieuwe handhavingsinstrumenten toegevoegd aan de Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo). De ministerraad heeft ingestemd met het voorstel van minister van Justitie en Veiligheid Yeşilgöz-Zegerius. Het voorstel om de Wtmo te wijzigen wordt daarna naar de Tweede Kamer gestuurd.

Hiermee geeft de minister gehoor aan een brede oproep vanuit de Tweede Kamer om te komen met extra handhavingsinstrumenten wanneer sprake is van (dreigende) ondermijning van democratische waarden, fundamentele vrijheden of mensenrechten. Eerder heeft het kabinet het streven aangekondigd meer grip te krijgen op geldstromen die ongewenste beïnvloeding van in Nederland gevestigde organisaties faciliteren.

Minister Yeşilgöz-Zegerius: “Het is belangrijk dat er een stevigere aanpak komt van organisaties die via hun activiteiten onze rechtsstaat ondermijnen. Er is in ons land geen plek voor activiteiten van organisaties, zoals lezingen of activistische toespraken, die als doel hebben leden op te hitsen om de democratie af te schaffen, voor evenementen waarbij discriminatie van bepaalde groepen wordt uitgedragen of voor het uitbrengen van tijdschriften of pamfletten waarin minderheidsgroepen worden verketterd of weggezet. Met nieuwe handhavingsinstrumenten kunnen we de maatschappij hier beter tegen beschermen.”

Ondermijnen van de rechtsstaat
Tegen maatschappelijke organisaties die de democratische rechtsstaat of het openbaar gezag ondermijnen, moet effectief kunnen worden opgetreden. Dat wordt mogelijk gemaakt met de voorgestelde wijzigingen van de Wtmo. Het kabinet stelt onder andere voor dat een rechterlijk bevel kan worden opgelegd waardoor een organisatie zich gedurende een periode van maximaal twee jaar moet onthouden van bepaalde activiteiten. Daarnaast kan een organisatie worden veroordeeld bepaalde donaties of geldstromen te melden aan het OM, kan het OM inzicht krijgen in de financiële administratie van organisaties, kunnen tegoeden worden bevroren en kan er een verbod op bepaalde donaties worden opgelegd. De maatregelen kunnen apart, maar ook gezamenlijk worden opgelegd. De maatregelen komen in aanvulling op het strafrecht en andere al bestaande maatregelen, zoals de mogelijkheid om in uiterste gevallen rechtspersonen door de rechter te laten verbieden op verzoek van het OM.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Not-for-profit, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

AI kan auteurs van teksten herkennen

Terwijl mensen op opleidingsinstellingen zich er zorgen over maken dat hun leerlingen tekstopdrachten met hulp van kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, ‘AI’) schrijven, kan AI auteurs van teksten herkennen. Dus misschien moeten de opleidingsinstellingen dan maar de software aanschaffen waarmee dat kan.

Lees over auteursherkenning door middel van AI het artikel Stylometric Analysis and Machine Learning: a winning couple for Authorship Identification (Stylometrische analyse en machinaal leren: een winnend koppel voor auteursidentificatie), geschreven door iemand van een bedrijf die dergelijke software aanbiedt.

Het artikel werd geplaatst op de site van het Europese NOTIONES project, wat aangeeft dat er Europese belangstelling voor deze toepassing is, onder meer in het kader van de misdaadbestrijding.

 


Aanvulling 29 april 2024
Zie de aankondiging van het Nederlands Forensisch Instituut (ministerie van Veiligheid), die op 26 april 2024 aankondigde: Nieuw vakgebied kan identiteit van schrijvers onthullen in teksten die zij schrijven.

Geplaatst in Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

European TRACE project develops AI solutions to ‘disrupt illicit money flows’

The European Union is funding the project TRACE that aims to develop AI solutions to assist governments and companies with preventing and detecting crime [1].

On their homepage they suggest that their activities do not have consequences for decent citizens:

Developing AI solutions to disrupt illicit money flows
TRACE solutions enable Law Enforcement Agencies to detect and combat money-laundering operations and financing of organised crime and terrorism by increasing the efficiency of information sharing.

On another page they refer to themselves as:

TRACE is a three-year project that will perform intensive cross-disciplinary research to develop technological and socio-legal tools for tracking illicit money flows in Europe. By drawing information from the dark web and using machine learning and AI to make connections, TRACE will be able to visualise illicit money flows for use by LEAs. The €7 million project began in July 2021, has 16 partners from 8 countries and is co-ordinated by Coventry University (CU).

The words ‘socio-legal tools‘ make me curious. What would that mean?

Behind TRACE there is a consortium including Tax Justice Network, responsible for the SWIFT report I recently wrote about, and some governmental agencies. Further several providers of compliance services that have a commercial interest [2] in the tools developed by TRACE are partner of the project.

Recent news items of the project are:

LEA cluster
The TRACE project is one of many projects funded by the EU in the area of supporting law enforcement against organised crime and terrorism. In a newsletter the TRACE  management mentions they have formed a ‘LEA cluster’ together with other EU-funded projects with beautiful code names like CCDriver, COPKIT, CYCLOPES, DARLENE, INSPECTr, LOCARD, PREVISION, PROTAX, RAYUELA and ROXANNE.

On the TRACE site these associated projects are introduced,

CC-DRIVER “project investigating the drivers of cybercrime and, especially, how young people can be turned away from cybercrime to use their talents in more socially productive ways”

COPKIT “analysing, preventing and investigating the use of ICTs by organised crime and terrorist groups”

DARLENE “is a three-year project that will offer European law enforcement agencies an augmented reality ecosystem with powerful deep learning algorithms that will improve situational awareness and effectiveness in all security verticals”

INSPECTr “a shared intelligent platform and novel process for gathering, analysing, prioritising and presenting key data to help in the prediction, detection and management of crime in support of multiple agencies at the local, national and international level”

LOCARD “automate the collection of digital evidence in any electronic format and medium by providing a unique platform for exchanging this evidence”

PREVISION “tools and solutions to handle and capitalise on the massive heterogeneous data streams that must be processed during complex crime investigations and threat risk assessments”

PROTAX “project that aims to generate, in close co-operation with practitioners, policy guidelines and toolkits to harmonise the treatment of tax crime and enhance information sharing across different European jurisdictions”

RAYUELA “to develop an interactive story-like game that, on the one side, will allow minors to learn good practices on the use of the Internet and associated technology by playing, and, on the other side, will allow modelling, in a friendly and non-invasive manner, online habits and potential risk profiles related to cybersecurity and cybercriminality, providing Law Enforcement Agencies with scientifically sound foundations to define appropriate policies”

ROXANNE “a platform that will increase agencies’ capabilities via voice recognition, language and video technologies”

For more projects look at the cluster-page of CC-DRIVER.

Connection to the AML Package and AMLA
On the TRACE site I saw no connection to the AML Package (intro) that is discussed in Europe and that will introduce a authoritarian centralized system of crime prevention and crime control [3].

Building tools for a surveillance society?
Seeing these initiatives I am wondering if Europe is building the tools for a surveillance society. It is worrying that there is no public discussion about these projects that have good intentions but risk violating fundamental rights, as is already happening in the current systems against money laundering and terrorist financing (discrimination, de-risking, etcetera).

 

Notes

[1] Crime here means money laundering and terrorist financing, though some prefer to use ‘corruption’. Practically, these activities covers all types of crime that bring financial gain, so this project covers just about any crime.

[2] An example is Finopz that on it’s site says: “An award winning, real-time, risk driven lifecycle management platform with full ownership of policy automation – increasing operational efficiencies and redefining business relationship outreach“. It offers a KYC portal.

[3] Read EU’s Iron Fist – Europe authoritarianly steamrolls over national supervisors and obliged entities. Related: The torrents of AML-CFT guidance pouring down on ‘obliged entities’ and Violation of data protection principles and discrimination | part 1 of Horrors of European legislation against crime (AML/CFT).

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Europa neemt juristen onder vuur met ‘enabler’ wet

Misdaadbestrijders hebben hoge verwachtingen van juristen als het gaat om het opsporen en bestrijden van misdaad. Nog erger: ze denken dat juristen op grote schaal hulp verlenen aan criminelen, dus ‘maffiamaatjes’ zijn.

Facilitator & enabler
Voor het fenomeen van de assistentie van criminelen zijn de uitdrukkingen ‘facilitator’ en ‘enabler’ bedacht, waarbij het niet uitmaakt of de betrokken dienstverlener welbewust criminelen ondersteunt dan wel zonder het te weten wordt betrokken. Het is een onbehoorlijk concept waarmee complete beroepsgroepen door het slijk worden gehaald.
Uit de uitlatingen die over juristen worden gedaan spreekt een grenzeloze onkunde van de mensen aan de tekentafel van de criminaliteitsbestrijding, een voorbeeld (ook vol met vooroordelen) is te vinden in het vragenformulier van de Europese Commissie waar ik over schreef. Dat er wel eens een jurist criminelen ondersteunt betekent niet dat alle juristen maffiamaatjes zijn. (Dat er wel eens een accountant is die misdadigers helpt, betekent niet dat alle accountants maffiamaatjes zijn, enzovoorts.)

Belastingadviseurs
Mensen die fiscaal advies geven behoren tot de categorie facilitators waar de tekentafelmensen het op voorzien hebben. Deze overheidsdienaren kunnen de beroepsgroep niet afschaffen, want de overheid is zelf – met de veel te ingewikkelde en onlogische belastingwetgeving – een belangrijke veroorzaker van de noodzakelijkheid van dit beroep. In de VS bevordert de overheid zelfs deze beroepsgroep door de regels volledig onbegrijpelijk te maken [1].
In een Nederlandse initiatiefnota over belastingparadijzen [2] erkennen de opstellers dat niet alle belastingadviseurs crimineel zijn (“Veel belastingadviseurs doen integer hun werk, bijvoorbeeld door mkb’ers te ondersteunen om gebruik te maken van fiscale regelingen die de overheid ze biedt“) [3] om vervolgens de pijlen te richten op de adviseurs van ‘constructies’ waarmee “op agressieve wijze belasting ontweken kan worden“. In reactie op de opmerkingen schrijft de verantwoordelijke staatssecretaris [4]:

In de fiscale beleids- en uitvoeringsagenda heeft het kabinet aangegeven dat dit niet gaat om strafbaar gedrag, maar om de betrouwbaarheid en ethiek en daarmee hoe belastingadviseurs hun eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid zien, los van wat strikt toelaatbaar is en of wat wettelijk mogelijk is.

De staatssecretaris is realistisch over de omvang van de groep adviseurs die ‘slim’ adviseert:

Specifiek geven ze aan dat het onwenselijk is dat belastingadviseurs bijdragen aan agressieve fiscale constructies, aangezien dit de belastingmoraal en het vertrouwen in de beroepsgroep ondermijnt. Veel van de hier gesignaleerde vraagstukken bevindt zich vermoedelijk vooral in de sfeer van de belastingheffing van grote (multinationale) ondernemingen. Die ondernemingen zullen voor een belangrijk deel worden bijgestaan door grote advieskantoren, waar belastingadviseurs doorgaans lid zijn van een beroeps- of branchevereniging. Zoals ook hiervoor al aangegeven, zijn de branche- en beroepsorganisaties al actief bezig met dit onderwerp voor hun leden.

Overigens is er al meer regelgeving dan door de staatssecretaris genoemd, waarmee belastingadviseurs er toe worden bewogen om hun werk integer te doen. Niet alleen vallen ze onder de witwasbestrijdingsregels, maar ze kunnen ook heel snel sancties krijgen als hun klanten onjuiste aangiften doen. Verder hebben we op fiscaal gebied natuurlijk de vergaande meldplichten op grond van de Mandatory Disclosure for Intermediaries Directive (DAC6).

Europa: Securing the Activity Framework of Enablers, ‘SAFE’
De staatssecretaris schrijft dat de noodzaak voor aanvullende regelgeving ontbreekt omdat Europa bezig is met een ‘enabler’ richtlijn, die bekend staat onder de naam SAFE.
Over SAFE is in de zomer van 2022 een consultatie gehouden. Volgens een Europees overzicht [5] is de Europese Commissie voornemens om in juni a.s. het voorstel bekend te maken.

Op 13 september 2022 vond een vergadering plaats van het Europese platform voor fiscale good governance [6]. In de vergaderstukken is meer informatie te vinden. Uit de information note blijkt dat het doel van de nieuwe richtlijn is te voorkomen dat enablers zich bezig houden met het opzetten van complexe fiscale structuren in niet-EU landen zoals het VK en de VS die tot doel hebben de heffingsgrondslag van de lidstaten uit te hollen door belastingontduiking en agressieve belastingplanning. Merkwaardig genoeg is men er in Europa nog niet uit wat agressieve tax planning precies is [7], zodat er regels voor enablers (natuurlijke personen, niet hun kantoren) gemaakt gaan worden zonder dat duidelijk is wat onfatsoenlijk is (want die agressieve tax planning houdt zich aan de wettelijke regels). Men denkt toch dat het mogelijk is om duidelijke en objectieve criteria vast te stellen inzake verboden vormen van agressieve tax planning.
In het verslag van de vergadering komt tot uitdrukking dat de groep foute enablers niet groot is, aangezien er zeer hoogwaardige kennis nodig is om dergelijke structuren op te zetten. Toch wil men een enorm systeem gaan opzetten, met onder meer een register van enablers, waarvan de bedoeling is dat alleen zij bepaalde enabler diensten mogen verlenen. Het lijkt er op dat Europa met een kanon op de enabler mug gaat schieten [8], kennelijk kan het niet anders.
Er zal rekening worden gehouden met de vele regels die al voor enablers gelden [9]:

Dit initiatief zal in wisselwerking staan met en voortbouwen op bestaande initiatieven, die zijn ingevoerd om belastingontduiking en agressieve belastingplanning te bestrijden, met name Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad (“DAC6”), de antibelastingontwijkingsrichtlijn (“ATAD”), de antiwitwasrichtlijn (“AML”) en de klokkenluidersrichtlijn. Het is evenwel vermeldenswaard dat audit- en fiscale gevolgen van DAC6-informatie in beginsel gericht zijn tot de belastingplichtige en niet tot de enabler die betrokken is bij de te melden grensoverschrijdende regeling. Tegelijkertijd zijn mechanismen ter bestrijding van belastingontwijking zoals de “ATAD” gericht op de belastingplichtigen, maar niet op degenen die dergelijke structuren mogelijk maken.

Daar komen dan nog nationale regels bij, zoals strafrechtelijke voorschriften. Het is verbazingwekkend dat er nog mensen enabler willen worden [10].

Naamgeving: NOB > NOE en NOvA > NOvAE
Vooruitlopend op de nieuwe Europese regels lijkt het me verstandig om alle juristen in het vervolg als ‘enabler’ aan te duiden, zodat de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) haar naam kan wijzigen in ‘Nederlandse Orde van Belasting Enablers’ (NOBE) en de Nederlandse Orde van Advocaten door het leven kan gaan als de ‘Nederlandse Orde van Advocaat-Enablers’ (NOvAE).

 

Noten

[1] Lees het FD-artikel Voor Amerikanen is alleen het doen van belastingaangifte al duur. Als mensen van belastingaangifte site gebruik maken, worden hun gegevens naar Facebook doorgestuurd, lees The Markup: Tax Filing Websites Have Been Sending Users’ Financial Information to Facebook, 22 november 2022.
[2] Zie paragrafen 3.7 en 3.8 van deze nota.
[3] Hier ontbreekt dat het voor mkb’ers vrijwel ondoenlijk is om de zelfs de gewone aangifte en het samenstellen van de jaarrekening e.d. zelf te doen. Aan fiscale regelingen hoeven ze dan nog niet eens toe te komen.
[4] De reactie is hier te vinden.
[5] Zie dit document, waarin is vermeld dat de Europese Commissie naar verwachting in juni 2023 een voorstel zal doen. Over de status is het volgende vermeld (machinevertaling):

Met dit initiatief wordt beoogd de rol aan te pakken die enablers kunnen spelen bij het faciliteren van constructies die kunnen leiden tot belastingontduiking of agressieve belastingplanning in de EU. Dit voorstel moet voorkomen dat enablers dergelijke structuren in niet-EU-landen opzetten wanneer deze worden gebruikt om de belastinggrondslagen van de EU-lidstaten uit te hollen.

In juli 2022 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging geopend. De Europese Commissie komt naar verwachting in juni 2023 met een voorstel.

– Europese Commissie, Aanvangseffectbeoordeling, juli 2022
– Europese Commissie, Openbare raadpleging, juli 2022

[6] Het betreft het Platform for Tax Good Governance. De agenda van de vergadering van 13 september 2022 is hier te vinden. Lees de information note van de Europese Commissie (pdf) en bekijk de presentatie (pdf). Het verslag staat hier.
[7] Pagina 2 van de information note: “A key problem, which this initiative seeks to address, is the existing lack of clear and objective criteria for defining aggressive tax planning“. In het verslag staat: “The definition of aggressive tax planning is the biggest challenge ahead as addressing only tax evasion will not bring much added value (already a crime everywhere)“; een wetenschapper vindt dat er niet weer een nieuwe definitie van agressieve tax planning (ATP) moet komen: “Another representative from an academic association pointed out their concerns on the definition of ATP. Definitions exist under article 6 of the Anti-Tax Avoidance Directive or under the hallmarks of DAC6. It is key to arrive at a coherent system and not simply add a brand-new definition. It would also be important to draw some lessons on DAC6 implementation before implementing a new layer“.
[8] In het verslag staat: “The Chair clarified that the purpose of this Directive proposal is to tackle the 1% of tax advisors who promote aggressive tax planning and misbehave concerning tax evasion and tax avoidance. The aim is not to target an entire group of professionals who behave themselves ethically and abide by the rules.” Dus dit dure systeem wordt opgezet om 1% van de enablers te pakken? Elders in het verslag constateert een wetenschapper dat het lastig is voor individuele enablers om het hele speelveld te overzien: “Complex tax structures, for instance the use of incorporated entities and trusts, involve multiple enablers who do not have full oversight of the full tax planning structure. The enablers who do have oversight are maybe resident in a jurisdiction outside the EU” en staat er “On the definition of aggressive tax planning, it was acknowledged that this is a difficult endeavour and more information was requested on the indicators that the Commission is considering“.
[9] Machinevertaling van: “This initiative will interact and build upon existing initiatives, which have been introduced to combat tax evasion and aggressive tax planning, notably Council Directive (EU) 2018/822 (“DAC6”), the Anti-Tax Avoidance Directive (“ATAD”), the Anti-Money Laundering (“AML”) Directive and the Whistle-blowers Directive. That said it is noteworthy that audit and tax consequences arising from DAC6 information are in principle addressed to the taxpayer and not the enabler involved in the reportable cross-border arrangement. Simultaneously, anti-tax avoidance mechanisms such as the “ATAD” target the taxpayers but do not target those who enable such structures.“. Uit de presentatie blijkt dat men zeer ruime definitie van enablers wil hanteren, net als de ruime definitie van tussenpersoon in de Mandatory Disclosure for Intermediaries Directive en de ruime reikwijdte van de witwasbestrijdingsregels als het gaat om het ondersteunen van fiscale dienstverlening.
[10] In het verslag komt de nodige spraakverwarring naar voren. Is een enabler alleen de adviseur die agressieve grensoverschrijdende structuren adviseert of zijn alle adviseurs die fiscaal advies geven enablers? Lees bijvoorbeeld: “On the public consultation, questions where tax evasion and tax avoidance overlap makes it difficult to address them. The two elements should be kept separate. In order to set up an effective registry, it will be key to clearly define tax enablers and the material scope of the proposal (e.g. taxes in scope of this proposal). Another key aspect to bear in mind is the communication with tax enablers along the process and, especially, the consequences that they will face in case of non-compliance. (…) In relation to the use of the term “enablers”, the Commission seems to include under this label only tax advisors who actually breach the rules. Nonetheless, under the public consultation, one can infer a distinction between enablers and tax advisors. Under the Directive proposal, it should be clarified that tax enablers and tax advisers are not the same.“. Aan het slot deelt de voorzitter mee dat het begrip enabler alleen voor foute adviseurs zou gelden en hij spreekt vriendelijke worden over de nette  beroepsbeoefenaren, wat niet af doet aan alle documenten waarin voortdurend het begrip enabler voor de hele beroepsgroep wordt gebruikt.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

“Bancair sleepnet is nog niet van de baan” | Privacy First over het plan van aanpak witwassen

Privacy First publiceerde een artikel over de ontwikkelingen rondom de plannen voor financiële surveillance: Bancair sleepnet is nog niet van de baan.

Daarin wordt de stand van zaken van het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen besproken. Daarin is onder meer het voorstel opgenomen dat de banken alle transacties van alle Nederlandse burgers samen mogen gaan analyseren in het kader van de criminaliteitsbestrijding (‘bancair sleepnet’).

Verder wordt gesignaleerd dat er internationaal een trend is naar het creëren van financiële sleepnetten, zo is er een initiatief van de Bank for International Settlements (BIS) en schreef Tax Justice International een rapport waarin zij voorstellen alle transacties in de hele wereld te gaan analyseren via het SWIFT-berichtensysteem, waarvoor dan wel nodig is dat er meer informatie wordt mee gestuurd met alle gegevensbeschermingsrisico’s van dien.

Gelukkig hebben de Europese databeschermingstoezichthouders een duidelijk standpunt ingenomen (lees hun brief), wat niet wegneemt dat het gevaar nog lang niet is geweken.

Het complete artikel:

Bancair sleepnet is nog niet van de baan
19 april, 2023

In december 2022 stuurde Privacy First een kritische brief en memo aan de Tweede Kamer, over het wetsvoorstel dat het onder meer mogelijk moet maken dat banken de financiële transacties van hun klanten gezamenlijk gaan analyseren. Wij denken dat dit bancaire sleepnet een ongekende massasurveillance met zich mee zal brengen en dat de grondrechten van burgers onvoldoende zijn gewaarborgd.

Hoe het met het wetsvoorstel verder zal gaan, is op dit moment nog niet bekend. Leden van de Tweede Kamer hebben op 23 februari jongstleden een groot aantal vragen over het wetsvoorstel gesteld. Die vragen zijn nog niet door de verantwoordelijke ministers van Financiën en van Veiligheid beantwoord.

Internationale trend: meer datadelen en integrale analyse
Wij zijn niet gerust op een goede uitkomst van het Nederlandse wetgevende proces. De reden daarvoor is dat er internationaal allerlei groeperingen zijn – zowel uit de hoek van de overheid als daarbuiten – die gezamenlijke analyse van financiële transactiegegevens van iedere rekeninghouder bepleiten. Vaak wordt daarbij als argument gebruikt dat gegevens van iedereen nodig zijn om daarmee de computers ‘op te leiden’. Financiële instellingen willen graag gezamenlijk transacties analyseren om minder kosten te maken. In de praktijk komt het erop neer dat iedere rekeninghouder van een profiel wordt voorzien, zonder dat er zicht is op de manier waarop dat gebeurt en zonder adequate bescherming tegen fouten.

Eén van de organisaties die bezig is met een onderzoek naar gezamenlijke transactiemonitoring, is de Bank for International Settlements (BIS) door middel van het project ‘Aurora’. In de uitleg over het project stelt BIS dat het huidige systeem van criminaliteitsbestrijding is mislukt, onder meer door ‘overrapportage’. Banken rapporteren nu te veel transacties als ‘verdacht’, vanwege de hoge boetes die zij eerder opgelegd kregen.

Verder nemen banken snel afscheid van bepaalde groepen klanten, vanwege de hoge kosten van hun misdaadbestrijdingstaken (‘de-risking’). Ook sommige landen worden uitgesloten van het financiële systeem, als er een hoog risico op criminaliteit aanwezig wordt verondersteld. BIS meent de effectiviteit van criminaliteitsbestrijding door banken te kunnen verbeteren door middel van gezamenlijke data-analyse van transacties bij meerdere banken en in meerdere landen. De gedachte is dat men door middel van machine learning criminele patronen en typologieën kan detecteren, waarbij de grondrechten van burgers gerespecteerd zouden worden.

Een ander voorstel is om de SWIFT-transactiegegevens te analyseren. SWIFT is de internationale organisatie die verantwoordelijk is voor een groot deel van het wereldwijde betalingsverkeer. Dit idee komt van het door Europa gefinancierde project ‘TRACE’, waar ook private partijen aan deelnemen (zoals bedrijven die diensten voor criminaliteitsbestrijding leveren).

In maart van dit jaar publiceerde TRACE een rapport over SWIFT, geschreven door vier medewerkers van de lobbyorganisatie Tax Justice Network (in opdracht van TRACE). Daarin wordt bepleit om het SWIFT berichtensysteem – waarmee banken onderling gegevens uitwisselen – zodanig aan te passen dat integrale analyse van alle transacties mogelijk wordt. De auteurs bepleiten dat bij iedere betalingstransactie een veelheid van gegevens wordt vermeld in het SWIFT-bericht. Niet alleen de namen en rekeningnummers van betaler en ontvanger, maar ook hun geboortedatum en geboorteplaats, en bij niet-natuurlijke personen het identificatienummer van de entiteit (legal entity identifyer) en de namen van de uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s). Zo kan het betalingsverkeer van alle entiteiten en personen worden geanalyseerd, zowel om criminaliteit te kunnen voorspellen (predictive policing) als om strafbare feiten op te kunnen sporen. Daarbij zou meteen moeten worden nagegaan of rekeninghouders veroordeeld zijn, of van iets verdacht worden. Het rapport besteedt geen aandacht aan de problemen die de huidige systemen nu al opleveren voor burgers, en ook niet aan de risico’s van predictive policing.

Kritiek van databeschermingstoezichthouders
In het kader van ‘witwasbestrijding’ is de Europese wetgever bezig met een complete herziening van de regelgeving voor criminaliteitsbestrijdingstaken van private bedrijven, zoals banken. Er wordt met name voorgesteld om veel meer gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Op dat voorstel is kritiek gekomen van de databeschermingstoezichthouders in de EU-landen, die samenwerken in de European Data Protection Board (EDPB).

Op 28 maart zond EDPB een brief aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Daarin levert EDPB kritiek op het voorstel om gegevensuitwisseling tussen bedrijven over criminaliteitsbestrijding mogelijk te maken, terwijl de proportionaliteit en de noodzaak niet zijn aangetoond, en waarborgen ter bescherming van de grondrechten van burgers ontbreken. In de praktijk zal de verregaande gegevensuitwisseling vooral voor banken en andere financiële instellingen relevant zijn.

Geen financiële surveillance
Privacy First vindt dat misdaadbestrijding een overheidstaak is. Uitbesteden van dergelijke taken is alleen verstandig als de bedrijven er geschikt voor zijn, als het effectief is, en als de naleving geen disproportionele kosten met zich mee brengt. De effectiviteit van het huidige systeem is al niet aangetoond, terwijl de regels veel problemen opleveren, zoals discriminatie en uitsluiting.

Natuurlijk willen IT-bedrijven graag aan de slag met de goudmijn aan financiële transactiegegevens. Wij denken echter dat het zal leiden tot financiële massasurveillance en dat moeten we niet willen.

 

 

Op dit blog publiceerde ik twee artikelen over het SWIFT-rapport waarin wereldwijde financiële surveillance wordt voorgesteld:

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Worden trustkantoren afgeschaft?

Naar aanleiding van een initiatiefnota uit de Tweede Kamer waarin wordt voorgesteld trustkantoren af te schaffen, liet de minister van Financiën op 3 april jl. het volgende weten:

3.1 Verbod op de trustsector

De initiatiefnemers verzoeken de Kamer in te stemmen met een verzoek aan de regering tot het uitwerken van de juridische mogelijkheden van een verbod op de trustsector.

Allereerst wijst het kabinet de initiatiefnemers op bijlage A van het rapport ‘De toekomst van de trustsector’ dat op 7 oktober 2022 tezamen met een kabinetsreactie met uw Kamer is gedeeld. 35 Bijlage A is een juridische analyse van een verbod op trustdienstverlening. Het rapport De toekomst van de trustsector is één van de actiepunten uit de kabinetsreactie op het rapport uit 2021 over illegale trustdienstverlening. Expliciet onderdeel hiervan was het onderzoeken van een mogelijk verbod van de trustsector.36

De onderzoekers concludeerden in het rapport over de toekomst van de trustsector onder meer dat een verbod op trustdienstverlening niet efficiënt en doelmatig is ter beheersing van de integriteitsrisico’s. De Commissie doorstroomvennootschappen trok in haar rapport van 3 oktober 2021 reeds een vergelijkbare conclusie. 37 Onderdeel hiervan was dat trustkantoren een poortwachtersfunctie hebben die essentieel is ter voorkoming van witwassen of financieren van terrorisme. Bij het verbieden van trustdienstverlening zou – zo lang de vraag naar trustdiensten blijft bestaan – er een verschuiving kunnen ontstaan naar de illegaliteit. Bovendien gaat de poortwachtersfunctie verloren. Gelet op de conclusies van de onderzoekers heeft het kabinet in de kabinetsreactie op het rapport over de toekomst van de trustsector geen verbod voorgesteld. Wel zijn aanvullende maatregelen aangekondigd, gericht op het vergroten van transparantie van de trustsector en het tegengaan van ‘trustshoppen.’ Deze maatregelen komen bovenop de maatregelen aangekondigd na het rapport over illegale trustdienstverlening. 38 Daarbij is reeds in 2018 de Wet toezicht trustkantoren herzien. Nederland kent gelet op het voorgaande een uitzonderlijk streng wettelijk kader ten aanzien van de trustsector, ook in EUperspectief bezien.

De initiatiefnemers onderschrijven de conclusie van het SEO-onderzoek, maar stellen tegelijkertijd dat de trustsector verboden moet worden vanwege de geringe maatschappelijke en economische meerwaarde, alsmede de morele bezwaren tegen deze sector. Het is van belang op te merken dat de vraag naar doorstroom via Nederland hoofdzakelijk gelegen is in andere factoren, zoals de (historisch) fiscale aantrekkelijkheid van Nederland. Hierop zijn de afgelopen jaren al vele maatregelen genomen (zie deze Kamerbrief). Hoewel nog steeds fiscaal gedreven, constateren de onderzoekers daartegenover een verschuivende vraag naar trustdienstverlening door internationale bedrijven met operationele structuren. Dit zijn bedrijven die wel bedrijfsactiviteiten in Nederland ontplooien. Daarbij geldt in algemene zin dat er meer (financiële) dienstverleners zijn die in het opzetten van (al dan niet fiscaal gedreven) structuren een faciliterende rol spelen. Voorts is het kabinet van oordeel dat de (al dan niet betrekkelijke) maatschappelijke en economische meerwaarde van deze sector, alsmede de eventuele morele bezwaren, afgewogen moeten worden tegen negatieve gevolgen van een verbod, zoals deze hiervoor zijn geschetst.

Het kabinet ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding voor het overgaan tot de uitwerking van een algeheel verbod, maar blijft tegelijkertijd de sector tezamen met de toezichthouder – goed monitoren.


35 Kamerstukken II 2022/23, 32545 nr. 180.
36 Kamerstukken II 2021/22, 32545 nr. 144.
37 Kamerstukken II 2021/22, 25087, nr. 286, blg-1007733.
38 Kamerstukken II 2021/22, 32 545 nr. 144.

 

Dit bericht verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: , | Plaats een reactie

VAR vergadert 12 mei over zorgplichten in het bestuursrecht

De VAR | vereniging voor bestuursrecht vergadert op 12 mei a.s. over het thema ‘Zorgplichten in het bestuursrecht’. Voor deze vergadering werden preadviezen geschreven, onder meer door Rogier Stijnen die schreef over zorgplichten bij financiële dienstverlening en de bestrijding van witwassen.

In de nieuwsbrief die op 19 april werd verspreid worden de preadviezen aangekondigd:

De preadviezen zijn dit jaar geschreven door Maurits Ippel & Michiel Scheltema (‘De rechtsstatelijke zorgplicht’), Arre Zuurmond, Mariëtte Lokin & Trude Mulder (‘De informationele zorgplicht van de overheid’), Anna Collignon (‘Zorgplichten in het omgevingsrecht’) en Rogier Stijnen (‘Zorgplichten bij financiële dienstverlening, bij bestrijding van witwassen, bij marktregulering en bij het waarborgen van de volksgezondheid’).

Maurits Ippel en Michiel Scheltema betogen in hun preadvies dat de overheid een rechtsstatelijke zorgplicht heeft om burgers te informeren en te ondersteunen in hun verhouding met de overheid. Deze zorgplicht baseren zij op het rechtszekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van de dienende overheid. In een responsieve rechtsstaat gaat het erom dat de burger deze beginselen herkent in zijn verhouding met de overheid. In het huidige bestuursrecht is dit onvoldoende het geval. Zo wordt aangenomen dat de legaliteitseis tot rechtszekerheid leidt, maar in de praktijk kan de burger uit wetten en regels niet afleiden hoe het recht in zijn situatie uitwerkt en welke keuzes hij in de verhouding met de overheid kan maken, en ervaart hij dus geen rechtszekerheid. In het preadvies wordt ingegaan op de gevolgen van de zorgplicht voor bestuursorganen, burgers, de wetgever en de bestuursrechter.

Arre Zuurmond, Mariëtte Lokin en Trude Mulder gaan in op de zorgplicht van de overheid om informatie die nodig is voor uitvoering van haar taken, op orde te hebben en houden. Die zorgplicht is essentieel om een responsieve overheid te kunnen worden: een overheid die niet tegenover maar naast de burger staat en proactief is, van de fase van beleidsvorming tot aan concrete ondersteuning van burgers en bedrijven. De preadviseurs gaan in op de ontwikkelingen in de afgelopen decennia die invloed hebben (gehad) op de informatiehuishouding van de overheid en op de gevolgen die dat heeft gehad op de geschiktheid van de informatiehuishouding om de informationele zorgplicht goed te vervullen. Logisch vervolg daarop is een verkenning van de mogelijkheden om daarin verbetering te brengen, onder meer met een funderende algemene informatiewet.

Anna Collignon bespreekt in haar preadvies hoe zorgplichten worden gedefinieerd en of de toepassing van zorgplichten binnen het omgevingsrecht hiermee wel overeenkomt. Daarbij gaat zij ook in op de mogelijke functies van een zorgplicht. Aan de hand van een bespreking van wetsgeschiedenis en jurisprudentie laat zij zien dat de wetgever en het uitvoerend bestuursorgaan vaak een bredere toepassing van zorgplichten voor ogen heeft dan de Afdeling bestuursrechtspraak omwille van onder meer de rechtszekerheid toe laat. Zij gebruikt deze conclusies bij een analyse van de zorgplichten die per 1 januari 2024 met de Omgevingswet van kracht worden en sluit af met een beschouwing over een volgens haar noodzakelijke heroverweging van het gebruik van de zorgplichten.

Rogier Stijnen bespreekt in zijn preadvies een aantal publiekrechtelijke zorgplichten die financiële ondernemingen hebben richting hun klanten en de zorgplichten van banken bij het bestrijden van witwassen. Deze zorgplichten zet hij af tegen civielrechtelijke zorgplichten. Voorts werpt hij een blik op de verschillen in handhaving via het bestuurs- en het privaatrecht daarbij. Bij het onderzoek naar het daderschap van rechtspersonen, de aansprakelijkheid van feitelijke leidingevers en de eisen van rechtszekerheid worden voorts enkele zorgplichten in het kader van marktregulering en volksgezondheid besproken. Een belangrijk ankerpunt in het preadvies van Stijnen is het onderscheid tussen resultaats- en inspanningsverplichtingen.

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Huiveringwekkend: “In de komende twee jaar zal al het financiële in ons leven worden gedeeld” | open finance, AVG

Privacy specialist Ian Brown citeerde uit de Financial Times:

“In the next two years we will see everything financial in our lives shared. The UK is still vastly ahead of the rest of the world in the progress of this.”

Huiveringwekkend.
Binnenkort liggen al onze financiële gegevens op straat.

Een open deur voor ‘open bankieren’
Brown citeert uit een artikel van gisteren in de Financial Times onder de titel An open door for open banking, dat achter een betaalmuur zit.

In het artikel wordt beschreven wat Europa ook aan het doen is:

Just five years ago, it was tough to persuade your bank to give anyone except you access to your account data. The banks did not want to help their rivals, often fast-growing online banks and financial services companies. Security was seen as an insuperable barrier.
Not any more. The sector is marking the fifth anniversary of open banking, a government-backed initiative under which banks were reluctantly forced by the Competition and Markets Authority (CMA) — the watchdog — to share current account transaction data with other companies, called third-party providers (TPPs).

Zoals gebruikelijk wordt alleen aan één rekeninghouder toestemming gevraagd, niet aan de wederpartijen bij transacties (de ‘stille derden’). Wie profiteert? Men beweert de consument maar daar geloof ik helemaal niets van. Het verkoopverhaal is altijd gebruiksgemak.

Europa stevent af op het rondstrooien van financiële persoonsgegevens
Aangezien de Britten vaak voorop lopen met onverstandige plannen, zal de EU vast hetzelfde doen. De signalen zijn er al, zie mijn open finance berichten, onder meer Europe’s naivety on open finance | will the PSD2-successor be safe for citizens?

 

 

Over dit onderwerp heb ik al eerder geschreven, lees de berichten getagged met open finance en PSD2.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Het nieuwste ubo-document | Wwft, ubo-register

Ubo-kundigen kunnen aan de slag met het document dat vandaag is bekend gemaakt. Te weten het Verslag van een schriftelijk overleg over de analyse en opvolging uitspraak Hof van Justitie EU over het UBO-register, dat via deze pagina is te vinden. Daarin wordt ingegaan op de gevolgen van de uitspraak van het Europese hof van november vorig jaar.

Ik pik er een paar punten uit:

  • Het kabinet is voornemens ‘instellingen’ die “een taak hebben op grond van de Sanctiewet ter uitvoering van die taak toegang te geven tot informatie uit het UBO-register“. Aangezien de sanctieregels zich tot ‘een ieder’ richten (ook tot burgers), betekent dit dat het ubo-register alsnog openbaar wordt, tenzij het ministerie van Financiën met ‘instellingen’ alleen financiële instellingen bedoelt.
  • Er zijn nog veel leden van de Tweede Kamer die niets van de regels begrijpen en bepaalde vragen steeds opnieuw stellen. Zoals deze: “Overigens zijn de leden van de CDA-fractie benieuwd of het voor meldingsplichtige partijen in doorsnee gevallen voldoende kan zijn hun informatie over UBO’s uit het register te halen, in plaats van dezelfde informatie ook bij de klant op te moeten vragen“. Op deze vraag rolt het bekende antwoord uit de computer van het ministerie van Financiën, waarin wordt verhuld dat Wwft-plichtigen niets aan het register hebben en de juistheid van de registratie moeten verifiëren.
  • In het AML-package wordt ten aanzien van de toegankelijkheid van de ubo-registers uitgegaan van het systeem dat het gevolg is van de uitspraak van het Hof van Justitie (dus geen openbaarheid).
  • Er wordt naar een oplossing gezocht voor degenen die inschrijvingen in het register voor trusts en fondsen voor gemene rekening moeten doen (fondsbeheerders e.d.), aangezien het daar om grote aantallen ubo’s kan gaan.
  • Er wordt aan gedacht om de entiteiten zelf hun ubo-uittreksel aan te laten vragen en aan de Wwft-plichtigen te verschaffen, zodat toegang van Wwft-plichtigen tot het register niet nodig is.
  • Men is bezig om na te gaan hoe de toegang op basis van legitiem belang zal worden geregeld. Het zal onder meer om bepaalde onderzoeksjournalisten en maatschappelijke organisaties gaan. Dat zal nog even duren en ook de regelgeving moet worden aangepast. Een spoedwet wordt rond de zomer verwacht. De leden van de Tweede Kamer die vroegen of – nu de Europese regels een minimumharmonisatie vormen – het niet mogelijk is verder te gaan (= alsnog algemeen toegankelijk te maken), hebben de uitspraak van de Europese rechter niet begrepen.

Voor de liefhebbers een overzicht van de Nederlandse autoriteiten die toegang hebben tot het ubo-register, dat in het verslag is opgenomen:

Wwft-toezichthouders
De Nederlandsche Bank
Autoriteit Financiële Markten
Bureau Financieel Toezicht
Bureau Toezicht Wwft
Kansspelautoriteit
Dekens van de Orde van Advocaten

Financiële Inlichtingen Eenheid (FIU)

Belastingdienst

Opsporingsinstanties
Douane
Dienst Justis
Bureau Bibob
Nationale Politie
Openbaar Ministerie
Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst
Militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst
Koninklijke Marechaussee
Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst

Inspecties
Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW-DO)
Inlichtingen- en opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA-IOD)
Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT/IOD)
de Rijksrecherche

Bureau Economische Handhaving

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Kabinetsplannen met het ubo-register

In een reactie op een nota uit de Tweede Kamer over Nederland als belastingparadijs, geeft het ministerie van Financiën aan welke plannen er zijn met het ubo-register.

Zorgelijk is het gedoe rondom ‘hoger leidinggevend personeel’ (de statutair bestuurders) dat nu al tot pseudo-ubo kan worden gebombardeerd zonder dat er een onderbouwing van de noodzaak is, nu deze mensen al in het handelsregister zijn geregistreerd.

De tekst uit de reactie over het ubo-register:

3.11 Transparantie en aanscherping UBO-registers

De initiatiefnemers willen de regering verzoeken om zich ervoor in te zetten dat de transparantie van het UBO-register geborgd blijft, de zoekmogelijkheden verbeterd worden en dat de reikwijdte aangescherpt wordt. Bovendien roepen zij op tot het introduceren van een centraal aandeelhoudersregister (CAHR).

Ten aanzien van het UBO-register geven de initiatiefnemers aan dat het wenselijk is dat deze toegankelijk blijft voor bepaalde groepen, zoals onderzoeksjournalisten en non-gouvernementele organisaties (NGO’s). Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 20 januari 2023 kunnen in het licht van de uitspraak van het Hof van Justitie van 22 november 2022 [58] de volgende categorieën gebruikers worden onderscheiden die toegang dienen te hebben tot het UBO-register: i) bevoegde autoriteiten en Financial Intelligence Units (FIU’s); ii) meldingsplichtige instellingen in het kader van het cliëntenonderzoek; iii) personen en organisaties met een legitiem belang. In de uitspraak van het Hof worden onder deze laatste categorie ook onderzoeksjournalisten en NGO’s geschaard voor zover deze zich bezighouden met het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme. In dat kader is het kabinet ook voornemens erin te voorzien dat de toegang voor deze typen gebruikers te herstellen. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat de implementatie van de uitspraak van het Hof materiele technische en operationele wijzigingen vereist aan het UBO-register. Dat kost tijd. Met name bij gebruikers die toegang dienen te krijgen op de grond ‘legitiem belang’ vereist dit nader onderzoek en uitwerking hoe dit vorm kan krijgen. Te meer omdat deze groep niet wettelijk afgebakend is.

Voor wat betreft het verbeteren van de zoekmogelijkheden verwijzen wij naar de Kamerbrief van 8 februari 2023 en de beschrijving daarin van de stand van zaken op aanbeveling 8 van de Commissie doorstroomvennootschappen. [59] Kort samengevat geldt dat op dit moment primair wordt ingezet op het herstel van toegang tot het UBO-register in het licht van de Hof-uitspraak. Inmiddels is de toegang voor bevoegde autoriteiten reeds hersteld. Deze uitspraak zal echter ook een wetswijziging vereisen. De bredere evaluatie van de privacy-impact van het UBO-register naar aanleiding van de motie Ronnes en Bruins [60] zal in dit wetstraject worden betrokken, waaronder eventuele uitbreiding van de zoekmogelijkheden.

Voorts geven de initiatiefnemers aan dat de verplichtingen wie in aanmerking komt als UBO uitgebreid dienen te worden tot het hoger leidinggevend personeel. Van belang is dat juridische entiteiten reeds nu verplicht zijn om de UBO’s te registreren in het UBO-register, en indien zij geen UBO’s hebben op grond van eigendom of zeggenschap, over te gaan tot registratie van de leden van het hoger leidinggevend personeel. Daarbij geldt dat leden van het hoger leidinggevend personeel die op grond van eigendom of zeggenschap UBO zijn denk hierbij aan een directeur die 100% van de aandelen in een bv houdt – ook als zodanig dienen worden geregistreerd. Dit is ook onderdeel van het in 2021 gepubliceerde anti-witwaspakket van de Europese Commissie en de op 7 december 2022 vastgestelde ‘algemene oriëntatie’ van de Europese Raad waarin de onderhandelingsinzet voor de onderhandeling met het Europees Parlement is vastgelegd. Onderdeel hiervan is ook dat juridische entiteiten en meldingsplichtige instellingen (zoals banken, advocaten en notarissen) – indien zij geen UBO kunnen vaststellen – risicogebaseerd moeten onderbouwen waarom dit het geval is, en welke stappen hiertoe zijn gezet.

Het kabinet heeft eerder aanvaarding van het initiatiefwetsvoorstel voor een centraal aandeelhoudersregister ontraden en geadviseerd de behandeling aan te houden. [61] Daarbij heeft het kabinet aangegeven dat het niet het juiste moment is om een centraal aandeelhoudersregister in te stellen of besluiten te nemen die daarop vooruitlopen. De overwegingen die daaraan ten grondslag lagen gelden onverkort. Zo moet nog steeds meer kennis en ervaring worden opgedaan bij het gebruik van het UBO-register. Daarnaast moet meer duidelijkheid worden verkregen over de beoogde vormgeving en gebruiksmogelijkheden, waarop nieuwe ontwikkelingen van invloed kunnen zijn. Pas dan is ook zicht op de financiële gevolgen. Tot slot heeft het kabinet aangegeven dat het, in tegenstelling tot de keuze in het initiatiefwetsvoorstel, om verschillende redenen wenselijk is om een centraal aandeelhoudersregister onder beheer te brengen van de Kamer van Koophandel (KvK) in plaats van bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB).


58 Gevoegde zaken C-37/20 Luxembourg Business Registers en C-601/20 Sovim. HvJ EU 22 november 2022, ECLI:EU:C:2022:912.
59 Kamerstukken II 2022/23, 25087, nr. 305.
60 Kamerstukken II 2019/20, 35179, nr. 12.
61 Kamerstukken II 2018/19, 34661, nr. 13.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Overheidsregister van aandeelhouders, Ubo-register | Tags: , , , , | Plaats een reactie