Fiscale ubo-verwarring | Wwft, FATCA

De definities van ‘uiteindelijk belanghebbende’ (ubo) in het fiscale recht en het witwasbestrijdingsrecht zijn verschillend, wat ongetwijfeld tot grote verwarring zal gaan leiden, waarbij ook speelt dat het veel te ingewikkeld is gemaakt.

Lees bijvoorbeeld de door het Ministerie van Financiën opgestelde Leidraad FATCA/CRS met technische toelichting bij de NL IGA en de CRS-regelgeving. Paragraaf 1.31 gaat over de stichting administratiekantoor ( ‘stak’) en luidt:

1.51. Stichting administratiekantoor (STAK)

Voor de NL IGA is in het MoU opgenomen dat een Stichting Administratiekantoor (STAK) gevestigd in Nederland wordt behandeld als een passieve NFE. Alleen als de certificaten van de STAK regelmatig verhandeld worden op een erkende effectenbeurs is sprake van een actieve NFE. Hetzelfde geldt voor de toepassing van de CRS.

FI’s dienen ingeval gebruik gemaakt wordt van een STAK en de klant claimt dat er daardoor een wijziging in UBO’s optreedt, vast te stellen dat deze wijziging zich ook in materiële zin voordoet. Zo moet worden voorkomen dat – door het plaatsen van een STAK tussen BV/NV en aandeelhouders – de uiteindelijk belanghebbende niet als begunstigde wordt aangemerkt omdat hij als houder van bijvoorbeeld 50% van de certificaten niet 25% van de zeggenschap in de stichting heeft. De basis voor deze verplichting ligt in artikel 3, eerste lid, onder c, Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. In deze bepaling is geregeld welke categorieën van natuurlijke personen in elk geval moeten worden aangemerkt als UBO. In het geval van een rechtspersoon zijn dat de natuurlijke personen die op basis van het bezitspercentage als UBO kwalificeren of zeggenschap hebben over de rechtspersoon (bijvoorbeeld via het direct of indirect houden van meer dan 25% van het eigendomsbelang in de rechtspersoon). In het UBO-register zijn zowel de ‘bezits-UBO’ (certificaathouders) als ‘zeggenschaps-UBO’s’ (de bestuurders van de STAK) opgenomen. Een certificaathouder met maar 10% van de certificaten, maar wel met meer dan 25% zeggenschap in het STAK-bestuur zal dus als zodanig in het UBO-register staan.

Een certificaathouder van een STAK is indirect aandeelhouder van de onderliggende entiteit(en) en dus mogelijk ook UBO van deze entiteit(en). Wanneer bijvoorbeeld een STAK alle aandelen houdt van een BV is een UBO van de STAK automatisch ook UBO van de onderliggende B.V.

(Sectie VIII.D.8 CRS en paragraaf 1.2 MoU bij de NL IGA)

Deze passage bevat ernstige fouten:

  • Er wordt gezegd dat het gebruik maken van een stak zou kunnen leiden tot wijziging van de ubo’s. Dat is meestal onjuist: in het algemeen zijn natuurlijke personen die via de stak certificaten houden, ubo van de onderliggende kapitaalvennootschap (bv of nv), niet van de stak. Lees de parlementaire geschiedenis van het wetsvoorstel ubo-register.
  • Het ministerie heeft het over zeggenschap van certificaathouders in de stichting. Normaliter hebben certificaathouders geen zeggenschap in een stak. De tekst is te kort door de bocht.
  • Ten onrechte wordt in deze fiscale tekst verwezen naar de witwasbestrijdingsdefinitie van de ubo in het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Ik kan me niet voorstellen dat iedereen die witwasbestrijdings-ubo is, fiscaal relevant is.
  • Het ministerie noemt de statutair bestuurder van de stak een ‘zeggenschaps-ubo’. Dat is in algemene zin onjuist: iemand die uitsluitend ubo is omdat er geen ‘echte’ ubo is te vinden (bijvoorbeeld met een kapitaalbelang), wordt wel ‘pseudo-ubo’ genoemd en moet goed worden onderscheiden van degenen met ‘zeggenschap’ in de zin van de Wwft. Dat zeggenschapscriterium houdt iets anders in (bijvoorbeeld bijzondere statutaire rechten of een certificaathouder de op grond van een overeenkomst bijzondere rechten heeft). Van een zeggenschaps-ubo kan bij een statutair bestuurder sprake zijn als er bijzonder omstandigheden zijn, bijvoorbeeld als deze persoon ook certificaten houdt en in de statuten van de stak een  bijzondere rol heeft.
  • Ten onrechte staat er “Een certificaathouder van een STAK is indirect aandeelhouder van de onderliggende entiteit(en) en dus mogelijk ook UBO van deze entiteit(en). Wanneer bijvoorbeeld een STAK alle aandelen houdt van een BV is een UBO van de STAK automatisch ook UBO van de onderliggende B.V.“, zie hiervoor. Niet alle ubo’s van een stak zijn in fiscale zin ubo van de onderliggende entiteit. Het kan zijn dat de STAK alleen pseudo-ubo’s heeft, deze zijn niet automatisch witwasbestrijdings-ubo van de kapitaalvennootschap waarvan de stak de aandelen houdt. Als de pseudo-ubo geen certificaten houdt is hij in fiscale zin geen ubo van de onderliggende bv.

Deze tekst over de stak in de toelichting van het ministerie heeft tot gevolg dat persoonsgegevens van mensen die geen financieel belang hebben in de onderliggende kapitaalvennootschap worden doorgegeven aan de Amerikaanse belastingautoriteit (IRS). Als persoonsgegevens van fiscaal niet relevante burgers aan de IRS worden verstrekt, lijkt me dat in strijd met AVG en met de grondrechten.

Het geeft aan hoe gevaarlijk de uitwisseling van persoonsgegevens ten behoeve van de belastingheffing is.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Mag een bank om heridentificatie vragen? | vraag & antwoord Wwft

Aangezien er op dit moment op internet vele onjuiste en onvolledige berichten zijn inzake ‘heridentificatie’ van natuurlijke personen als cliënten van financiële instellingen [1], leek het me goed alles op een rijtje te zetten.

[A] Wat is de achtergrond van de identificatieplicht?
Financiële instellingen moeten de identiteit van hun cliënten identificeren op grond van het privaatrecht en op grond van de Nederlandse criminaliteitsbestrijdingswet, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
Die identificatie is een onderdeel van het cliëntenonderzoek dat de instellingen op grond van de Wwft moeten uitvoeren. Op grond van de Wwft moeten financiële instelling nagaan of hun cliënten zich met criminele activiteiten bezig houden, als dat het geval lijkt te zijn moeten zij een ‘ongebruikelijke transactie’ (transactie die wijst op criminaliteit) melden bij FIU-Nederland. Om die reden stellen financiële instellingen vragen over de herkomst van het vermogen van hun cliënten.

[B] Wanneer moet een financiële instelling zijn cliënten identificeren (de identiteit verifiëren)?
Op grond van het privaatrecht moet een financiële instelling als er een overeenkomst wordt gesloten, bijvoorbeeld inzake het bieden van een bankrekening, nagaan of de persoon degene is die hij/zij zegt te zijn. Dat kan gebeuren aan de hand van een geldig identiteitsbewijs zoals rijbewijs, identiteitskaart of paspoort. De identificatie vindt plaats bij aanvang van de relatie om er zeker van te zijn dat de overeenkomst met de juiste persoon wordt aangegaan.

Aanvullend daarop vereist Wwft dat een cliënt wordt geïdentificeerd (in de Wwft heet dit ‘verificatie’) vóór de aanvang van de dienstverlening. DNB schrijft in de leidraad Wwft in paragraaf 4.2.5 dat de verificatie in beginsel moet zijn afgerond voordat een zakelijke relatie ontstaat en de dienstverlening aanvangt. Bij het openen van een rekening kan de verificatie later plaats vinden op voorwaarde dat de rekening niet gebruikt kan worden. Ook hier vindt identificatie plaats door middel van een geldig identiteitsbewijs. Uitgangspunt is dat de financiële instelling het originele identiteitsbewijs inziet en daarvan een kopie maakt (dat mag op grond van de Wwft). Dit kan worden vervangen door een digitaal zekere identificatie-/verificatievorm.

Nadat een geldige identificatie heeft plaats gevonden, hoeft de financiële instelling niet meer opnieuw te identificeren op grond van de Wwft (er kunnen wel andere redenen zijn). De Wwft verplicht niet tot heridentificatie, behalve in bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld als de bank twijfelt aan de juistheid of volledigheid van eerder van de cliënt verkregen gegevens) [2].

[C] Welke identititeitsdocumenten mogen gebruik worden?
In Nederland wonende natuurlijke personen mogen zich identificeren met onder meer een Nederlands rijbewijs, Nederlands identiteitsbewijs en Nederlands paspoort [3].
Niet is vereist dat het identiteitsdocument een chip bevat die met een NFC-lezer kan worden uitgelezen, zie daarover hierna.

[D] Mag gevraagd worden om een kopie identiteitsbewijs per e-mail of per post?
De Wwft staat niet toe dat wordt geïdentificeerd door middel van verzending van een kopie van een identiteitsbewijs per e-mail. Ten eerste omdat dan voor de financiële instelling niet zeker is dat de kopie echt van de persoon afkomstig is, en ten tweede omdat e-mail zeer onveilig is en onderweg kan worden gelezen & veranderd. Lees dit over de onveiligheid van e-mail.
Bij verzending per post is evenmin zeker dat de kopie echt van de persoon afkomstig is.

[E] Welke identiteitsgegevens moeten financiële instellingen vastleggen?
Van natuurlijke personen die een bankrekening aanhouden moet het volgende worden geregistreerd [4]:

# de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum en het adres en de woonplaats;
# een afschrift van het document dat een persoonidentificerend nummer bevat en aan de hand waarvan de verificatie van de identiteit heeft plaatsgevonden; dan wel de aard, het nummer en de datum en plaats van uitgifte van het document met behulp waarvan de identiteit is geverifieerd.

[F] Moet een bank heridentificeren als voorheen van ‘afgeleide identificatie’ gebruik werd gemaakt?
Voorheen was er een speciale bepaling in de Wwft [5] die het mogelijk maakte dat dat een niet fysiek aanwezige cliënt wordt geïdentificeerd aan de hand van een eerste betaling die met de zakelijke relatie of transactie verband houdt, die wordt gedaan ten gunste of ten laste van een rekening van die cliënt bij een bank met zetel in een EU-lidstaat of in een door de Minister van Financiën aangewezen staat, die beschikt over een vergunning om in die lidstaat onderscheidenlijk die staat haar bedrijf te mogen uitoefenen. Van deze mogelijkheid werd veelvuldig door banken gebruik gemaakt.

Tegenwoordig staat dit niet meer in de Wwft. DNB bespreekt de wijziging in paragraaf 4.9.1 van de leidraad, “Niet fysieke aanwezigheid cliënt“. Daarin wordt gezegd dat banken vrij zijn in de wijze waarop zij de identiteit van de niet-fysiek aanwezige cliënt verifiëren. Daar kunnen bepaalde extra maatregelen voor nodig zijn.

DNB verplicht de banken niet dat cliënten die in het verleden ‘afgeleid’ geïdentificeerd zijn, opnieuw worden geïdentificeerd. Daar zal ook meestal geen reden zijn gelet op wat de bank van de desbetreffende cliënt weet vanwege bijvoorbeeld het betalingsverkeer. Er is alleen reden voor heridentificatie als de bank twijfelt aan de juistheid of volledigheid van eerder van de cliënt verkregen gegevens of bij andere bijzondere omstandigheden (zie ook hiervoor onder [B], laatste alinea).

Voor zover ik heb kunnen nagaan is er geen sprake van een verplichting om via afgeleide identificatie geverifieerde cliënten opnieuw te verifiëren (anders dan Knab in deze pdf zegt op pagina 3, punt 4, tweede alinea). Wat er in de derde alinea door Knab wordt geschreven heeft niets met verificatie van de identiteit te maken, maar met het overige cliëntenonderzoek dat Knab moet uitvoeren. Het citaat dat Knab aan het slot van punt 4 vermeldt, heeft geen betrekking op heridentificatie, maar op de verificatie van de identiteit bij het aangaan van de relatie.

[G] Mag een bank de rekening sluiten als niet aan heridentificatie wordt meegewerkt?
Banken dreigen hun klanten met sluiting van de rekening als niet aan heridentificatie wordt meegewerkt en verstrekken onvolledige informatie. Zo veegt Knab in een informatie-pdf de identificatie bij aanvang van de relatie en de heridentificatie op één hoop. Verder wordt door Knab de rest van het cliëntenonderzoek er ook nog bij gehaald. Ten onrechte stelt Knab dat de wet tot heridentificatie verplicht.

NB Het niet meewerken aan het overige cliëntenonderzoek (dat de bank periodiek moet verrichten) hoort er toe te leiden dat de bank afscheid neemt van een cliënt. Die opmerking van Knab is juist.

Het gaat veel te ver om de rekening van een bestaande cliënt te blokkeren en te sluiten, als de cliënt al eerder is geïdentificeerd en de bank geen reden heeft om te veronderstellen dat er iets niet klopt met de identiteit.

Het vervelende in dit soort situaties is dat er geen laagdrempelige methode is om de bank ter verantwoording te roepen en dat het belang vaak niet groot genoeg is. In de praktijk heeft dit tot gevolg dat banken hun gang kunnen gaan. Het zou goed zijn als consumentenorganisaties zich zouden inspannen voor klanten van banken die geen geavanceerde apparatuur hebben en als de organisaties de uitlatingen van de banken over hun juridische verplichtingen goed zouden verifiëren.

[G] Mag de bank eisen dat wordt geïdentificeerd door middel van een smartphone of tablet met een NFC-lezer?
Er zijn banken die eisen van hun klanten dat zij zich met een apparaat met een NFC-lezer identificeren.

Lees bijvoorbeeld de pdf van Knab. Zij zeggen dat identificatie in persoon niet mogelijk is omdat zij geen fysieke banklocaties hebben. Daar komt bij dat Knab het rijbewijs als identificatiemiddel weigert, terwijl de Wwft dat identificatiemiddel gewoon toestaat. Het klopt dat Knab bepaalde gegevens nodig heeft die niet op het rijbewijs staan (bijvoorbeeld de volledige voornamen, op een rijbewijs staat alleen de eerste voornaam en daarna de eerste letters van de achternaam), maar voor andere identiteitsbewijzen geldt ook dat niet alle vereiste gegevens op het identiteitsbewijs staan. Zo staat er op een identiteitskaart geen adres.

Door identificatie met een apparaat met een NFC-lezer te eisen en geen rijbewijs te accepteren, stelt de Knab eisen die verder gaan dan wat de Wwft eist, want op grond van de Wwft is ook fysieke verificatie van de identiteit toegestaan. Bij niet-fysieke identificatie is meer nodig, zie onder [F], de vraag is dan of een bank eisen mag stellen die voor een deel van de burgers niet haalbaar zijn.

Op dit moment is een veilige elektronische identificatie alleen mogelijk met iOS-apparaten en android-apparaten met een NFC-lezer. Bij VNG [6] las ik dat android-apparaten met de versie 6.0 of hoger en iphones model 7 of hoger (met ten minste iOS versie 13.2) een NFC-lezer hebben. Met een NFC-lezer kunnen Nederlandse rijbewijzen uitgegeven na 14 november 2014 en Nederlandse identiteitskaarten en paspoorten worden uitgelezen. De NFC-lezers kan gegevens uitlezen van de chip in het identiteitsbewijs.

Gevolg van de door Knab andere banken gestelde eis is dat alleen mensen die over een nieuwe smartphone of tablet met het juiste besturingssysteem en een identiteitsbewijs met uitleesbare chip zich elektronisch kunnen identificeren bij deze bank. Dat levert klachten  op [7]. Opvallend is dat in de Knab-pdf niet wordt gerept over alternatieve manieren van verificatie van de identiteit. Volgens omroep MAX [8] biedt Knab alternatieven, zij schrijven dat mensen naar het kantoor in Amsterdam kunnen komen om daar met een telefoon met NFC-lezer zich te identificeren. Maar dat lijkt uitstel van executie omdat blijkens het artikel de klanten van Knab gebruik moeten maken van de app met NFC-functie.

Het lijkt er op dat een aantal banken hun klanten er toe dwingen een apparaat met NFC-lezer en een identiteitsbewijs met afleesbare chip te gebruiken. Dat roept bij mij vragen op. Is hier een ontwikkeling gaande waarbij banken om kostenbesparing te bereiken kiezen voor bankrekeningen met digitale methoden die alleen voor gevorderde gebruikers bereikbaar zijn? Is dat wel wenselijk voor een basisbehoefte (als een bankrekening is), ook al wordt dat geleverd door private ondernemingen?

Tegenwicht gewenst
Tot nu toe lijkt er geen overheidstoezichthouder of consumentenorganisatie te zijn, die zich bezig houdt met de vraag of banken wel correct omgaan met hun maatschappelijke taak, het bieden van bankrekeningen aan iedere burger en de toegankelijkheid van het financiële systeem. Daartoe kan ook worden gerekend dat bankrekeningen technisch bereikbaar moeten zijn voor alle burgers en dat banken hun Wwft-taken op zorgvuldige en proportionele wijze uitvoeren.

De Nederlandsche Bank houdt toezicht op financiële instellingen als het om de witwasbestrijding gaat, maar een behoorlijke bejegening van de klanten hoort niet bij hun takenpakket. Hoewel de Autoriteit Financiële Markten (AFM) gedragstoezicht op banken houdt [9], heb ik nog niet kunnen ontdekken dat de AFM zich met de toegankelijkheid van het banksysteem bezig houdt en met een zorgvuldige bejegening van cliënten als het om de witwasbestrijdingsverplichtingen gaat.

Het is tijd dat er kritisch tegenwicht voor de banken komt, zeker als het bankrekeningen betreft.

Noten

[1] Diverse berichten uit onafhankelijke bron zitten er naast, zoals de Consumentenbond, die schrijft dat banken voor het einde van het jaar alle klanten geheridentificeerd zouden moeten hebben. Geen idee waar dat op gebaseerd is.
Ook het artikel bij omroep MAX is niet correct, het lijkt gebaseerd te zijn op de informatie van Knab en lijkt niet door een Wwft-specialist gecheckt. Zo is vraag 1 niet juist als het om heridentificatie gaat (het klopt wel als het om het openen van een bankrekening gaat). Het verifiëren van de identiteit en het overige cliëntenonderzoek worden door elkaar gehaald. Ook Radar begrijpt niet veel van de Wwft, als ze in een artikel van 7 september jl. schrijven dat banken ‘sinds kort’ verplicht zouden zijn hun klanten te identificeren, op grond van de Wwft “die geldt sinds juli 2020“.

[2] Zie over het tijdstip van de verificatie artikel 4 lid 1 Wwft. Het is overigens niet de eerste keer dat banken ‘heridentificeren’. Lees dit bericht van Vrijbit, IBAN aanleiding voor nieuwe problemen met identificatieplicht banken, 3 januari 2013. Onder meer:

Tussen 2005 en 2008 voerden de grote banken in Nederland, zonder wettelijke basis, een grootscheepse her-identificatieactie waarbij miljoenen klanten een oproep kregen om zich opnieuw te identificeren bij de bank en daar een kopie of scan van hun geldige identiteitsbewijs te laten maken.

Vanaf april 2011 begon de Rabobank opnieuw duizenden klanten aan te schrijven en telefonisch op te roepen dat men verplicht zou zijn om zich aan de balie opnieuw te komen laten identificeren met een geldig paspoort of ID-bewijs. Hierbij bleek het te gaan om een interne Rabo actie om de eigen administratie op orde te brengen.

Vanaf zomer 2012 zijn de banken gestart met de uitgifte van betaalpassen met daarop het nieuw in te voeren internationale IBAN rekeningnummer. En met de uitgifte van deze nieuwe betaalpassen ontstaan opnieuw problemen betreffende de identificatieplicht. (…)

Opnieuw worden Stichting Meldpunt Misbruik ID-plicht en Burgerrechtenvereniging Vrijbit geconfronteerd met vragen over de rechtmatigheid hiervan en advies gevraagd door mensen die geen geldig identiteitsbewijs willen of kunnen tonen. Bijvoorbeeld omdat de overheid hen al jaren een paspoort of ID-kaart weigert te verstrekken omdat ze bezwaar maken tegen het moeten afgeven van hun biometrische kenmerken (vingerafdruk en scan van gezichtsopname).

In dit geval betekent het dat enerzijds de banken het wettelijk recht hebben om bij de afgifte of activering van een bankpas aan de hand van een geldig identiteitsbewijs te verifiëren of ze de dienst wel aan de juiste persoon verlenen. Maar dat laat onverlet dat de bank, in geval het niet om nieuwe klanten gaat geen wettelijke plicht hebben om een verlopen identiteitsbewijs als legitimatie te weigeren. Iedere bank heeft volgens de toezichthouder de Nederlandse Bank een eigen beoordelingsruimte, mits maar duidelijk is dat men ervoor zorgt dat er geen falsificaties plaatsvinden waarbij mensen zich voor een ander uitgeven.

Dat betekent dus, net als in eerdere kwesties, dat het een bank, of een semi-zelfstandig bankrayon, vrij staat om te bepalen dat in individuele gevallen van een klant ook met een verlopen of alternatief identificatiebewijs onomstotelijk de juiste identiteit kan worden vastgesteld.

DNB was niet bereid mijn vragen over heridentificatie te beantwoorden.

[3] De AFM geeft bij de vraag “Welke verificatiemiddelen zijn toegestaan?een overzicht dat van toepassing is op alle financiële instellingen. Of lees het artikel van de Uitvoeringsregeling Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

[4] Zie het overzicht bij de AFM, dat ook andere situaties bespreekt.

Overigens lijkt de tekst van artikel 33 lid 2 Wwft waarop is gebaseerd welke gegevens inzake natuurlijke personen (niet zijnde uiteindelijk belanghebbenden) een fout te bevatten. Onder 1° wordt gesproken over “de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum, het adres en de woonplaats, dan wel de plaats van vestiging van de cliënt alsmede van degene die namens die natuurlijke persoon optreedt, of een afschrift van het document dat een persoonidentificerend nummer bevat en aan de hand waarvan de verificatie van de identiteit heeft plaatsgevonden” en dan volgt onder 2°: “de aard, het nummer en de datum en plaats van uitgifte van het document met behulp waarvan de identiteit is geverifieerd“. Het onder 2° is niet nodig als aan 1° wordt voldaan. Logischer is dat de Wwft-plichtige de gegevens noteert (de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum, het adres en de woonplaats) en een kopie van het identiteitsbewijs maakt, of – in plaats van de kopie ID – de gegevens van het ID noteert.

[5] Artikel 8, tweede lid Wwft, zie met name onderdeel c.:

2. Onverminderd het eerste lid neemt een instelling, indien een cliënt niet fysiek aanwezig is voor identificatie, maatregelen om het hogere risico te compenseren. De instelling kan aan de vorige volzin voldoen indien zij:

a. de identiteit van de cliënt verifieert aan de hand van aanvullende documenten, gegevens of informatie;
b. de overgelegde documenten beoordeelt op echtheid; of
c. waarborgt dat de eerste betaling die met de zakelijke relatie of transactie verband houdt, wordt gedaan ten gunste of ten laste van een rekening van de cliënt bij een bank met zetel in een lidstaat of in een door Onze Minister van Financiën aangewezen staat die beschikt over een vergunning om in die lidstaat onderscheidenlijk die staat haar bedrijf te mogen uitoefenen.

Dit levert een geldige verificatie van de identiteit op, waarvan de geldigheid niet is vervallen door wijziging in de Wwft. Overigens zitten er wel risico’s aan deze verificatie, lees een rapport uit 2015. Over afgeleide identificatie wordt het volgende opgemerkt:

Ook (kleine) online banken die werken met afgeleide identificatie – waarbij een klein bedrag wordt overgemaakt vanaf een bestaande rekening bij een grote Nederlandse bank – lopen een verhoogd risico op identiteitsfraude en hun klanten evenzeer. 

[6] Zie deze link. Het gaat over DigiD maar het deel inzake NFC is hier ook van belang.

[7] Bij Trustpilot wordt veel over Knab geklaagd. Iemand van Knab schrijft dat niet de bedoeling is dat mensen gedwongen worden een nieuw duur toestel te kopen (lekker dat dit niet in de informatie-pdf van Knab staat):

Het is zeker niet onze bedoeling om je te verplichten een nieuwe telefoon te kopen om deze her-identificatie te doorlopen. De Knab app werkt voor telefoons met iOS 11.0 en hoger, of Android 5.0 en hoger. Het is ook niet noodzakelijk om NFC-functionaliteit te hebben, al maakt dit het proces wel eenvoudiger. Zonder NFC, of na drie mislukte pogingen om met NFC de chip in je document te scannen, krijg je een alternatief aangeboden. Op die manier kun je de her-identificatie ook afronden zonder dat je het allernieuwste toestel hebt.

Mosterd na de maaltijd, zou ik zeggen.

Enkele andere vindplaatsen. Over Knab: klachtenkompas. Over ICS: Consumentenbond. Over Aegon: klachtenkompas, Radar, Kassa.

[8] Lees dit bericht, vraag 4.

[9] Op grond van artikel 1:25 lid 1 Wet op het financieel toezicht.

 

Lees op dit blog: alle artikelen over heridentificatie en over witwasbestrijding door banken.

 


Aanvulling 18 september 2020
Noot 1 heb ik aangevuld met een artikel van Radar.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , , | 12 reacties

Terugmeldplicht ubo-register in de overgangsperiode | Wwft, ubo-register

Op het ondernemingsrechtweblog publiceerde ik onderstaand ubo-register vraagstuk van Dirk de Lange.

Door:
Dirk de Lange, Praktijkgenerator

 

Op 27 september aanstaande is registratie van de ubo(s) in het ubo-register verplicht. Dat betekent dat de Wwft-plichtige ondernemer (notaris, makelaar, accountant, bank etc) het ubo-register moet raadplegen bij zijn cliëntenonderzoek.

De bedrijven hebben anderhalf jaar de tijd gekregen om het ubo-register (aan) te vullen.

De Wwft-plichtige ondernemer moet op grond van het bepaalde in artikel 10c Wwft iedere discrepantie die zij aantreft tussen een gegeven omtrent een ubo dat zij verstrekt heeft gekregen uit het handelsregister en de informatie over die ubo waarover zij uit anderen hoofde beschikt terugmelden aan het handelsregister.

Betekent dit nu dat als je geen ubo-gegevens aantreft omdat het bedrijf nog niet heeft voldaan aan opgave van de ubo(s), je als Wwft-plichtige ondernemer (i) het ubo-register moet melden dat er discrepantie is , of (ii) zelfs de ubo-gegevens uit eigen onderzoek moet aanleveren aan het handelsregister?

Ik ben geneigd te concluderen dat je in dit geval geen terugmelding hoef te doen. Maar het zou heel vervelend zijn als achteraf komt vast te staan dat dit de verkeerde lezing is.

Wie durft zich hier aan te wagen?

Dirk de Lange


Reacties zijn van harte welkom, zowel op dit blog (via het reactieformulier) als in de LinkedIn groep modernisering ondernemingsrecht.

 


Aanvulling 15 september 2020, 11:40 uur
Inmiddels zijn er een groot aantal reacties binnen gekomen, waarvoor dank! Lees de reacties op het ondernemingsrechtblog (Wessel Bosse) en op dit blog (met Marrit Verveld en Anja van Meurs.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register | Tags: , , , | 3 reacties

Opinie: poortwachters en DNB moeten samen optrekken tegen witwaspraktijken | Wwft

Op 4 september verscheen in het FD de opinie van Michiel Dill van Clavis onder de titel “Poortwachters en DNB moeten samen optrekken tegen witwaspraktijken“. Dill toont begrip voor de positie van banken en bekritiseert het ontbreken van samenwerking tussen poortwachters onderling. Hij wil niet wachten op de uitkomsten van het EBA-onderzoek:

Dat de EBA nu zaken onderzoekt is goed, maar het duurt lang voordat er langs die weg een andere aanpak is geformuleerd. Het is gewenst dat de banken inclusief De Nederlandsche Bank als toezichthouder een aanpak formuleren die het hoofddoel realiseert, de economische schade stopt en het voor banken aantrekkelijker maakt om het risico te beheersen in plaats van uit te sluiten.

Helder moet zijn dat er geen enkele ruimte is voor witwassen, belastingontduiking of terrorismefinanciering. Maar daar begint het pas. Ook schadelijke activiteiten als agressieve belastingplanning moeten worden bestreden. Dat lukt alleen als poortwachters en toezichthouders samen optrekken.

Op dit artikel kwam een reactie van samenwerkingsverband FEC op LinkedIn:

Binnen FEC-PPS, waar zowel DNB als de grootbanken en de NVB onderdeel van uit maken, zoeken we al langer de samenwerking op met als doel de integriteit van de financiële sector te versterken.

FEC is het exclusieve samenwerkingsverband waaraan de grootbanken als private partij deelnemen. Ik denk dat Dill breder wil kijken.

 

Dit artikel verscheen in een iets andere versie eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Trustkantoren | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

De multinational die de compliance wil uitbesteden aan een mkb-onderneming | Wwft

Onlangs publiceerde ik het bericht Mag een bank het cliëntenonderzoek naar een accountant, belastingadviseur of notaris verleggen? (ook op het ondernemingsrechtweblog). Er kwamen verstandige reacties binnen:

Gert van den Brink over de accountancy:

Ook accountants zou ik niet adviseren om deze handtekening zo maar te zetten.
Blijkbaar vindt de bank een verklaring van de directie niet voldoende en is een handtekening van een accountant nodig. Daarmee lijkt deze bankvraag te voldoen aan de vijf criteria van een assurance-opdracht (er wordt zekerheid gevraagd). De accountant zal zich moeten realiseren dat er door zetten van de handtekening zekerheid wordt verstrekt met alle gevolgen van dien (toepassen standaarden en zoeken naar een deugdelijke grondslag).

Iemand anders signaleert de onevenwichtigheid van de witwasbestrijdingsregels en de verhouding bank-notaris:

De gemiddelde notaris is een MKB’er die op lokaal/nationaal niveau opereert. Menig financiële instelling is een multinational die klanten over de hele wereld bedient.

De gemiddelde notaris is minder goed toegerust om een oordeel te vormen over de (uiteindelijke) eigendom en zeggenschap van internationale vennootschapsstructuren dan een grote internationaal opererende financiële instelling. Toegang tot data, capaciteit en middelen, het verschil tussen een MKB’er en een multinational, een muis en een olifant.

De-risken is al erg genoeg, op het moment dat het cliëntonderzoek wordt uitbesteed aan partijen die daarvoor minder goed zijn toegerust dan is de illusie van compliance compleet. Lang leve de papieren werkelijkheid.

Laten we het begrip poortwachter afschaffen. Het wekt verwachtingen die niet waargemaakt kunnen worden. Het is tijd voor meer realisme in de aanpak van fraude, witwassen en terrorismefinanciering.

Als beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar zou ik duidelijk uitdragen dat het opstellen van dergelijke legal opinions op geen enkele wijze gedekt wordt door de polis.

 

Aanvulling 19:40 uur
Er verscheen een uitvoerige reactie van Dirk de Lange die mogelijkheden ziet voor de notaris als compliance-dienstverlener maar wel waarschuwt voor de ingewikkeldheid van de Wwft. Wat mij betreft is het onderstaande wel heel optimistisch:

Dat neemt niet weg dat het notariaat zich als business opportunity professioneel kan inlaten met het doen van cliëntenonderzoek. De KNB maakt zich hier sterk voor. Andere wwft-plichtige instellingen, bijvoorbeeld de makelaars zullen daar graag in meegaan. De notaris deelt de uitslag van dat onderzoek (op instructie van de onderzochte persoon) (en natuurlijk tegen betaling) met de andere WWFT-plichtige instellingen, als zij ten aanzien van dezelfde persoon het zelfde onderzoek moeten uitvoeren. Dit ter voorkoming van het knelpunt dat Ellen Timmer al zo vaak heeft gesignaleerd: WWFT= de Wet-van-het-dubbele-werk. Bij een overdracht van een woonhuis en hypotheek is de WWFT al snel de wet van het drie of vier dubbele werk (makelaar, bank, notaris, hypotheek adviseur).

Het notariaat moet zich wel realiseren dat het volledig compliant zijn met WWFT, sanctieregelgeving etc geen sinecure is. Na het cliëntenonderzoek kan het zo zijn de aard van de transactie met zich brengt dat je een cliëntenonderzoek moet opschalen van vereenvoudigd naar normaal of van normaal naar verscherpt. En dat moet je allemaal kunnen laten zien.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | Plaats een reactie

Het nieuwe uitkeringenregister van de stichting

Op 8 juli jl. is een nieuwe wettelijke bepaling in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in werking getreden, die voorschrijft dat stichtingen een uitkeringenregister moeten aanhouden. Deze bepaling zou een fiscale noodzaak hebben, al blijkt uit de parlementaire geschiedenis niet welke lacune hier wordt gedicht.

25%-drempel

Op grond van de nieuwe bepaling moet het bestuur van een stichting een register bijhouden waarin de namen en adressen worden opgenomen van alle personen aan wie de stichting uitkeringen heeft gedaan die niet meer bedragen dan een kwart van “het voor uitkering vatbare bedrag” (25%-drempel) in een bepaald boekjaar, alsmede het bedrag van de uitkering en de datum waarop de uitkering is gedaan. Het begrip ‘uitkering’ omvat hier alleen uitkeringen in geld.
De 25%-drempel is opgenomen, omdat mensen die een uitkering van meer dan 25% ontvangen ‘uiteindelijk belanghebbende’ (ubo) van de stichting zijn en in het ubo-register moeten worden opgenomen. Het is de vraag of dit in de praktijk vaak zal voorkomen, omdat certificaathouders van de in Nederland veel voorkomende stichting administratiekantoor (stak), geen ubo van de stak zijn, maar van de onderliggende kapitaalvennootschap.

Not-for-profit-sector

Het is de vraag of er in Nederland veel stichtingen zijn die uitkeringen doen, aangezien stichtingen in de not-for-profit-sector voor vele andere activiteiten worden ingezet, zoals ziekenhuizen, musea en scholen. Deze not-for-profit-organisaties doen geen uitkeringen.
Bij een deel van de stichtingen die uitkeringen doen zullen deze gegevens al uit de administratie blijken, zoals bij pensioenfondsen. Tijdens de parlementaire geschiedenis is door de Minister van Financiën opgemerkt dat stichtingen niet meer hoeven te registreren, dan waarover zij reeds beschikken. Specifiek is gezegd dat zij geen extra gegevens bij begunstigden hoeven op te vragen.

 

Alle artikelen op dit blog over het uitkeringenregister zijn hier te vinden.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht, Stichting en vereniging | Tags: , , | Plaats een reactie

We slaapwandelen richting de surveillancestaat

Onder de pakkende titel “We slaapwandelen richting de surveillancestaat” schreef Axel Arnbak een mooi artikel voor het FD (betaalmuur), dat ook op zijn eigen site is te vinden. Intro:

De regering intensiveert systematisch het digitaal volgen van burgers. Hierdoor staat de vrije samenleving steeds meer op het spel. Dat vereist een rotsvaste rechtsstaat én waakzame burgers

Jammer dat er zo velen bij de overheid zijn die deze boodschap, die ook door andere verstandige mensen wordt gebracht, niet begrijpen.

 

Lees de berichten over surveillance op dit blog.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | 2 reacties

Mag een bank het cliëntenonderzoek naar een accountant, belastingadviseur of notaris verleggen? | Wwft

In het verleden waarschuwde notarissen-organisatie KNB al dat het niet wenselijk is dat notarissen juridische opinies (legal opinions) afleggen over de vraag wie de ‘uiteindelijke belanghebbende’ van een rechtspersoon is.

Desondanks zijn er nog steeds banken die proberen het cliëntenonderzoek af te wentelen op andere ‘poortwachters’. Zo zag ik bij een relatie dat een bank inzake besloten vennootschappen die deel uitmaken van een internationale structuur de statutaire directeuren vraagt om een organogram waaruit blijkt wat de positie van de bv’s in de structuur is. De bank zegt dat in het organogram het navolgende moet zijn opgenomen:

  • alle entiteiten die een rekening bij deze bank hebben (rekeninghouders);
  • alle bovenliggende entiteiten (boven de rekeninghouders);
  • alle uiteindelijk aandeelhouders (natuurlijke personen).

Opvallend is dat niet om uiteindelijk belanghebbenden wordt gevraagd, maar om uiteindelijk aandeelhouders. Voorts wil de bank dat het organogram wordt getekend door een “geregistreerd notaris, accountant of belastingadviseur“.

Ik vraag me af of er wel notarissen, accountants of belastingadviseurs zijn die een verklaring kunnen afleggen over een internationale structuur. Dit vergt een diepgaand onderzoek en daarvoor is nodig dat gegevens afkomstig uit andere jurisdicties worden beoordeeld.

Mij lijkt dat Nederlandse notarissen hier geen medewerking aan kunnen verlenen. Of Nederlandse belastingadviseurs en accountants een dergelijke verklaring af kunnen leggen, zal afhangen van de vraag of het betreffende kantoor een groot deel van de internationale groep bedient.

Ik ben benieuwd wat de lezers van dit blog hier van denken.

 

Dit artikel verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , | 4 reacties

Criminaliteitsbestrijding door banken is mislukt | “Toezichthouders zoeken uitweg doorgeslagen witwascontrole” (FD)

In het nieuwste artikel van het FD over de witwasbestrijding (eigenlijk: criminaliteitsbestrijding), “Toezichthouders zoeken uitweg doorgeslagen witwascontrole“, citeren de auteurs de Europese bankentoezichthouder:

‘We willen begrijpen waarom banken op grote schaal klanten afstoten en ervoor kiezen om hun maatschappelijke rol niet te vervullen.’ De als diplomatiek bekendstaande Europese Bankenautoriteit (EBA) doet in een recent interview met het FD niet eens meer haar best om te verhullen dat een deel van de ondernemers steeds moeilijker aan een bankrekening kan komen. De EBA heeft een onderzoek ingesteld naar de oorzaken.

Het artikel beschrijft hoe vele soorten organisaties en ondernemingen tegen blokkades van de banken aanlopen. Het geeft aan hoe ernstig de situatie is geworden. Een betaalprovider met vergunning en overheidstoezicht zegt “We worden als hoogrisicoklant bestempeld, maar krijgen nooit te horen waarom“. Een fonds dat in Afrika en Azië actief is wordt geciteerd met “Als je een beetje vreemd ruikt, wil de bank je niet meer als klant“.

Voor banken is transactiemonitoring een kostbare affaire en banken tobben met de onduidelijkheid en ondoorzichtigheid van de verlangens van hun toezichthouder DNB.

Tot rechtszaken komt het zelden vanwege de hoge kosten en vanwege het feit dat zowel de bank als de klant niet zitten te wachten op openbaarmaking van de uitspraak via rechtspraak.nl.

Het roer moet om!
Geconcludeerd kan worden dat het roer van de witwasbestrijding (= privatisering van de criminaliteitsbestrijding) volledig om moet.
En overigens: het moet er niet toe leiden dat criminaliteitsbestrijdingsverplichtingen bij nog meer ondernemingen worden neergelegd (zoals een advocaat van een groot kantoor in het geciteerde artikel bepleit).

Tip voor de wettenmakers:
leg aan ondernemingen haalbare verplichtingen op, die passen binnen hun type bedrijfsactiviteit. Dus vraag niet van een notaris om hetzelfde te kunnen als een bank en val ondernemingen met onvoldoende kennis op het gebied van regelgeving en criminaliteitsbestrijding niet lastig met ingewikkelde regels. Verwacht niet van een bank dat ze verstand heeft van fiscaal recht of van rechtspersonenstructuren.

 

Eerder schreef ik over de FD-artikelen: FD: Europese Bankenautoriteit vreest dat witwasregels doel voorbij schieten, FD: Over de grens raakt Nederlandse mkb’er zijn vertrouwde bank kwijt | Wwft, Wft. Bekijk alle berichten op dit blog over witwasbestrijding door banken.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Kamervragen over de witwasbestrijding, uitwisseling tussen banken van gegevens | Wwft, de-risking

Onlangs zijn door een lid van de Tweede Kamer vragen gesteld over de witwasbestrijding. De vragen betreffen onder meer het de-risken door banken (weigeren van vermeend risicovolle klantgroepen, zoals Nederlanders die buiten de EU wonen), waar het FD onlangs over schreef, zie ook het latere artikel over de problemen die het mkb in het buitenland ondervindt.

Verder wil het kamerlid weten hoe het staat met de informatie-uitwisseling tussen banken en over de dienstverlening aan politiek prominente personen, zoals het kamerlid zelf.

Informatie-uitwisseling tussen banken
Die informatie uitwisseling tussen banken is een punt van zorg.

Zo hoorde ik onlangs van iemand bij wie ten onrechte bij een grootbank was geregistreerd dat hij in de Verenigde Staten geboren zou zijn. Toen hij er achter kwam doordat hij werd aangemaand (op bevel van de Amerikaanse overheid, FATCA) is hij bij de bank langs gegaan en heeft hij dit laten corrigeren. Maar wat gebeurde er een week later: hij kreeg een dreigbrief dat zijn rekeningen bevroren en gesloten zouden worden.

De linkerhand weet niet wat de rechterhand doet. Bij alle gegevensuitwisseling – dit geldt zowel binnen de overheid als voor de hulpjes van de overheid (de banken) – worden ook foute gegevens uitgewisseld en is het vrijwel onmogelijk om de fouten te corrigeren. Het is hoog tijd dat er een ombudsman voor de financiële sector komt, die banken en andere financiële ondernemingen op de vingers tikt als het corrigeren van fouten niet goed geregeld is.

De vragen (zonder antwoord):

Vragen van het lid Van der Linde (VVD) aan de Minister van Financiën over het artikel «Bankenautoriteit vreest dat witwasregels doel voorbij schieten» (ingezonden 4 september 2020).

Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van het artikel «Bankenautoriteit vreest dat witwasregels doel voorbij schieten»? [1]

Vraag 2
Herkent u het geschetste probleem? Welke categorieën ondernemingen en instellingen in Nederland worden meer dan gemiddeld geweigerd als klant door financiële instellingen? Hoe lang moet een startende onderneming in Nederland gemiddeld wachten bij het openen van een bankrekening? Wat betekent dit voor het Nederlandse vestigingsklimaat?

Vraag 3
Herinnert u zich de waarschuwingen uit de Tweede Kamer voor de continuïteit van de bancaire dienstverlening, geuit bij het debat over de wijziging vierde anti-witwasrichtlijn op 3 december 2019, en uw toezegging dit punt mee te nemen in een evaluatie? Wanneer bent u van plan die evaluatie uit te voeren? [2]

Vraag 4
Welke stappen hebt u na het rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens gezet om de uitvoering van de Wwft te vergemakkelijken en informatie-uitwisseling tussen banken mogelijk te maken? Tot welke resultaten heeft dit geleid?

Vraag 5
Kunt u instaan voor een ongestoorde financiële dienstverlening aan medewerkers van internationale organisaties, ambassades en buitenlandse bedrijven in Nederland?

Vraag 6
Kunt u instaan voor een ongestoorde financiële dienstverlening aan «politically exposed persons»in Nederland?

Vraag 7
Wat gaat u doen om het proces van «onboarding» voor klant én bank te vergemakkelijken? Wat gaat u doen om te voorkomen dat klanten worden geweigerd omdat financiële dienstverleners opzien tegen de administratieve rompslomp?

[1] FD, 3 september 2020, «Bankenautoriteit vreest dat witwasregels doel voorbij schieten».
[2] Handelingen II, vergaderjaar 2019–2020, nr. 31 item 5859.

 

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , | Plaats een reactie