Voorstel verbod op de trustsector

Leden van de Tweede Kamer Van der Lee en Nijboer dienden een initiatiefnota in over de aanpak van Nederland als belastingparadijs, want dat schijnt Nederland nog steeds te zijn. Een van de voorstellen is een verbod op de trustsector.

Dat is bijzonder, omdat dit betekent dat het optreden als statutair bestuurder wordt verboden, wat natuurlijk niet kan.

De auteurs schrijven:

3.1 Verbod op de trustsector

Wat geldt als trustdienstverlening, is wettelijk omschreven in de Wet toezicht trustkantoren 2018. Eenvoudig gezegd bestaat trustdienstverlening uit diensten als het leveren van bestuurders voor vennootschappen, beschikbaar stellen van een postadres, en het administratief bijstaan bij het creëren van vennootschappen en grensoverschrijdende constructies.

Het kabinet heeft reeds verschillende maatregelen genomen om de integriteitsrisico’s aan te pakken. Ook heeft ze onderzoeksbureau SEO laten onderzoeken of een verbod op de trustsector wenselijk is om deze integriteitsrisico’s aan te pakken. De conclusie is dat dit waarschijnlijk niet doeltreffend en doelmatig is.19

De initiatiefnemers onderschrijven deze conclusie van het SEO-onderzoek. Tegelijkertijd zijn de initiatiefnemers van mening dat de vraag of de trustsector verboden moet worden niet alleen gesteld moet worden met het oog op integriteitsrisico’s, maar ook met het oog op de manier waarop trustdienstverlening bijdraagt aan het verdienvermogen van Nederland en de aantrekkelijkheid van Nederland als doorstroomland. Aan deze vraag gaat het kabinet in haar reactie op het onderzoek op dit moment voorbij.

Het SEO-onderzoek onderscheidt zes redenen20 waarom partijen van trustdienstverlening gebruik maken:

  1. Het faciliteren van belastingontwijking (zogenaamde ‘fiscale redenen’).
  2. Het beschermen van vermogen, voor klanten die willen profiteren van de Nederlandse rechtspraak en advocatuur, en het uitgebreide Nederlandse netwerk van investeringsbeschermingsovereenkomsten (voor het aanspannen van rechtszaken).
  3. Het bieden van neutraal terrein voor investeringsfondsen of private equity investeerders met meerdere bv’s die in Nederland een administratie (zonder veel substance) willen voeren. Bijvoorbeeld omdat ze hierna willen uitbreiden naar de EU. SEO noemt BlackRock als voorbeeld.
  4. Het bieden van een springplank voor sommige bedrijven voor toegang tot de Europese markt.
  5. Een beperkte groep die hun identiteit wil afschermen (zij gaan waarschijnlijk niet naar Nederland vanwege de geldende UBO-verplichtingen).
  6. Witwasdoeleinden.

De initiatiefnemers concluderen dat zelfs als trustdienstverlening niet primair fiscaal gedreven is, trustdienstverlening op geen enkele wijze substantieel bijdraagt aan het Nederlandse verdienvermogen. Zelfs al gaat het immers om een eerste aanzet tot wat uiteindelijk echte investeringen moeten worden, dan is de Nederlandse trustsector vaak enkel een springplank voor investeringen elders in de EU.

Dit is in lijn met de bevindingen van het SEO-onderzoek, waaruit blijkt dat de financieel- economische toegevoegde waarde van de Nederlandse trustsector beperkt is. De maatschappelijke meerwaarde van de trustsector is vooral gelegen in de poortwachtersfunctie, en juist die is (hetgeen ook aanleiding tot het SEO-onderzoek was) jaar na jaar al niet goed op orde.

Dit sluit ook aan op de bevindingen van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies (2017), onder voorzitterschap en ondervoorzitterschap van de initiatiefnemers, die concludeerde dat actoren betrokken in het faciliteren van belastingontwijking, waaronder trustkantoren, enkel een papieren werkelijkheid creëren en nauwelijks economische waarde toevoegen.

Tegelijkertijd concluderen de initiatiefnemers dat er wel schadelijke kanten zitten aan het feit dat Nederland trustdienstverlening heeft. Trustdienstverlening levert een belangrijke facilitaire bijdrage aan brievenbusfirma’s die zich in Nederland willen vestigen. Mede dankzij de Commissie Doorstroomvennootschappen weten we dat bijna 65% van de brievenbusfirma’s in Nederland gebruik maakt van trustdienstverlening21. De trustdienstverlening is dus verantwoordelijk voor het gros van de spookinvesteringen die door Nederland stromen.

Onder aan de streep is er daarom maatschappelijk en moreel gezien geen reden waarom wij als Nederland trustkantoren zouden moeten willen hebben. Bedrijven hebben wat de initiatiefnemers betreft geen recht om in Nederland te profiteren van de goede voorzieningen zonder een substantiële positieve bijdrage te leveren aan de Nederlandse economie en zouden daar dan ook niet in gefaciliteerd moeten worden.

Door de trustsector te verbieden wordt deze illegaal. Dat kan leiden tot uitdagingen in de handhaving, zoals verscherpt toezicht op de trustsector nu ook al gezorgd heeft voor uitdagingen rondom de aanpak van illegale trustdienstverlening. De initiatiefnemers benadrukken dat dit echter betekent dat handhavingsuitdagingen rond illegaliteit ook al bestaan mét een legale trustsector in Nederland. De initiatiefnemers vinden vanuit dit oogpunt dat het verbieden van de trustsector niet disproportioneel is, omdat tegelijkertijd het bestaan van de trustsector een grote bijdrage levert aan Nederland als wereldwijde koploper in doorstroom.

De initiatiefnemers realiseren zich dat er juridische risico’s kleven aan een verbod op de trustsector. Het kan een inbreuk vormen op het recht op eigendom (art. 1 Eerste Protocol EVRM) en tot mogelijke schadevergoedingen vanuit de Staat leiden als gevolg van Europese regels. Desalniettemin spreken de initiatiefnemers de wens uit dat de trustsector verboden wordt. Daarom verzoeken de initiatiefnemers het kabinet hiertoe de mogelijkheden uit te werken.

Beslispunt: de initiatiefnemers spreken de wens uit dat de trustsector verboden wordt, en verzoeken de Kamer in te stemmen de regering te verzoeken de juridische mogelijkheden hiertoe uit te werken en de Kamer te informeren.

 

19 Zie SEO (2022). De toekomst van de trustsector. 20 Zie pp. 14-16.
20 Zie pp. 14-16.
21 Zie Op weg naar een acceptabele doorstroom, p. 31.

 

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: | Plaats een reactie

Gemeente als inbreker | ondermijnende ondermijningsbestrijding

Begin december kwam in het nieuws dat gemeenten inbreken in garageboxen om illegaal gebruik van die boxen op te sporen, alles onder het mom van bestrijding van ‘ondermijning’ (= misdaad).
In Trouw verscheen het artikel van Stefan Keukenkamp, ‘Garagebox (onschuldige) burger opengebroken in strijd tegen wapens, nepkleding en barretjes‘. Het is de vraag of er wel een goede juridische grondslag voor die inbraken is, Keukenkamp schrijft daar over:

Tijdens de controles gaan de gemeenteambtenaren naar binnen onder het mom van een controle van het bestemmingsplan. De plekken zijn willekeurig gekozen, concrete verdenkingen ontbreken vaak. In hun kielzog gaan medewerkers van de politie, douane en Belastingdienst mee. “De controle is onaangekondigd. Via de verhuurder krijgen we contactgegevens van huurders die een uur hebben om zelf de deur open te maken.” Daarna breken gemeenteambtenaren de boxen open met hulp van een slotenmaker, waarna ze een nieuw slot plaatsen.

Verder op wordt gezegd dat de strafrechter vond dat de vondsten in strafzaken gebruikt mochten worden. Maar dat betekent nog niet dat de gemeente zelf vrijuit gaat. Mij lijkt dat de gemeente hier zelf strafbaar is wegens inbraak, respectievelijk anderszins handelt in strijd met de wet.

Het Trouw artikel ontlokte privacy specialist Terstegge het navolgende:

 

 

Gemeenten zijn niet geschikt voor criminaliteitsbestrijding
De gang van zaken geeft aan dat criminaliteitsbestrijding niet bij gemeenten thuis hoort. Zij beschikken over onvoldoende kennis van zaken en rekken op illegale wijze hun bevoegdheden op.

Dat gemeenten niet goed kunnen omgaan met grondrechten en criminaliteitsbestrijding bleek al eerder bij gemeentelijke misdragingen op aanwijzing van het NCTV.

In oktober dit jaar kwam in het nieuws dat gemeenten interieurfoto’s van burgers willen, zogenaamd om de WOZ-waarde beter te bepalen (terwijl het interieur geen invloed heeft op de waarde in het economisch verkeer), al eerder werd bekend dat Woerden dit ook deed. Ook in Twente en Brabant maakten gemeenten zich aan deze praktijken schuldig, wat leidde tot kritiek uit de Tweede Kamer (security.nl, 1, 2, 3).

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , | 2 reacties

Raad van State beschermt accountants tegen binair denken van de Nederlandse wetgever | Wta, Wab

Begin december werd een interessant advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over een wetsvoorstel inzake accountants bekend gemaakt. In dat advies worden kritische noten geplaatst bij de kwaliteitsillusies van het kabinet en de Commissie toekomst accountancysector. Natuurlijk, zo schrijft ook de Afdeling, is het belang dat de kwaliteit van het accountswerk wordt verbeterd. Echter, het is twijfelachtig of de wetgevende voorstellen daar aan bij dragen.

De Afdeling twijfelt aan de effectiviteit van de ‘kwaliteitsindicatoren’ en acht het openbaar maken van persoonsgegevens van accountants ongewenst. Het is een lezenswaardig advies, ook vanwege het commentaar op de kwaliteitssystemen. De voorgestelde aanwijzingsplicht acht de Afdeling eveneens onverstandig, als het onderliggende structurele probleem (te weinig accountantsorganisaties) niet wordt opgelost.

Naming & shaming
Over het openbaar maken van persoonsgegevens schrijft de Afdeling:

b. Bescherming persoonsgegevens
In de te openbaren scores op de indicatoren, zal ook de naam van de externe accountant worden vermeld. (zie noot 21) Uit het wetsvoorstel en de toelichting valt niet op te maken of ook andere persoonsgegevens zullen worden geopenbaard en welke andere informatie tot bepaalde personen is te herleiden.

Dit heeft tot kritische opmerkingen geleid van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). (zie noot 22) De AP vraagt wat de noodzaak is om de naam van de accountant te verwerken en te openbaren en welk doel hiermee is gediend. Zij merkt op dat het openbaren van informatie op naam van de accountant een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer oplevert en een grote impact kan hebben op diens reputatie en loopbaan. Met de AP merkt de Afdeling op dat onvoldoende is gemotiveerd waarom het noodzakelijk is informatie op naam van de accountant te openbaren voor het doel om beter inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de sector. (zie noot 23) De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is vele malen groter dan bijvoorbeeld de wettelijke verplichting dat de accountantsverklaring wordt ondertekend met de naam van de externe accountant onder andere om roulatie inzichtelijk te maken. (zie noot 24) Bij kleine accountantsorganisaties en zelfstandig werkende accountants is het niet uitgesloten dat vrijwel alle indicatoren tot de persoon van de accountant herleidbaar zijn.

Verder merkt de Afdeling op dat de effectiviteit van de indicatoren vooralsnog niet duidelijk is (zie punt a). Daarmee rijst de vraag of de inbreuk op het recht op bescherming van de privacy te rechtvaardigen valt. Indien alsnog wordt gekozen om geen persoonsgegevens te verwerken, rijst bovendien de vraag of een wettelijke regeling nodig is, of dat volstaan kan worden met zelfregulering door de sector. De NBA kan hierin als publiekrechtelijke beroepsorganisatie met verordenende bevoegdheid het voortouw nemen. Mocht niettemin worden gekozen om met de indicatoren op naam verder te gaan, dan behoeft de gegevensbescherming nadrukkelijker aandacht en moeten in de wet zelf waarborgen worden opgenomen, waarin de noodzaak, evenredigheid en subsidiariteit van de maatregelen afgewogen worden.

Overigens vraag ik me af of er wel rekening mee wordt gehouden dat het accountantswerk teamwerk is, zodat het de vraag is of het wel juist is om scores aan individuele accountants te koppelen.

Het is een slechte gewoonte van de financiële wetgever om in situaties die zich daar niet voor lenen persoonsgegevens openbaar te maken.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Notariële criminaliteitsbestrijding in het wetsvoorstel grensoverschrijdende omzetting c.a.

Notarissen krijgen een centrale criminaliteitsbestrijdende rol in het wetsvoorstel dat grensoverschrijdende omzetting, fusie en splitsing van rechtspersonen mogelijk moet maken. Hij mag zijn medewerking omzetting niet verlenen als hij:

vaststelt dat de grensoverschrijdende omzetting is opgezet voor onrechtmatige of frauduleuze doeleinden die leiden tot of gericht zijn op ontduiking of omzeiling van Unie- of nationaal recht, of voor criminele doeleinden

Aldus artikel 333i leden 6 en 7. Een gelijksoortige tekst geldt bij fusie en splitsing van rechtspersonen. In de memorie van toelichting wordt dit de ‘fraudetoets’ genoemd.

Vaststelling door de notaris
Opvallend is dat de notaris dient vast te stellen dat sprake is van onrechtmatige doeleinden c.a. Dat betekent een hoge mate van zekerheid, waarvan het de vraag is of die is te verkrijgen. Ook zal interessant worden in hoeverre een notaris aansprakelijk is als achteraf blijkt dat er onrechtmatige doeleinden c.a. zijn die de notaris in het proces niet heeft onderkend en of de notariële beroepsaansprakelijkheidsverzekering de schade dekt.

Onderzoek door de notaris
Uit leden 7 en verder van artikel 333i volgt dat de notaris onderzoek dient te doen naar “relevante feiten en omstandigheden” en dat hij in voorkomend geval:

a) de fuserende vennootschap of de relevante instanties met bevoegdheid op de verschillende gebieden met betrekking tot de grensoverschrijdende fusie van een lidstaat of lidstaten van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte om informatie en documenten vragen; en
b) een beroep doen op één of meer onafhankelijke deskundigen.

De kosten daarvan worden gedragen door de aanvrager van de verklaring.

Merkwaardig is dat de notaris deze zware taak toebedeeld krijgt maar geen beroep kan doen op overheidsassistentie, bijvoorbeeld in Nederland van de Dienst Justis, het Bibob-bureau, de politie of het Openbaar Ministerie.

Aard en omvang van het onderzoek
Uit de memorie van toelichting is niet te halen waarop wordt gebaseerd dat notarissen dit kunnen. Er wordt vrolijk opgemerkt dat het aansluit bij de notariële poortwachtersrol op grond van artikel 21 lid 2 van de Wet op het notarisambt (Wna) [3.2.3]:

Voor deze wijze van implementatie is gekozen omdat de door de richtlijn vereiste fraudetoets aansluit bij de huidige rol van de notaris als poortwachter zoals voorzien in de Wet op het notarisambt (Wna). De notaris is op grond van artikel 21 van de Wna verplicht zijn dienst te weigeren, wanneer naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem verlangd wordt (bijvoorbeeld de afgifte van een pre-verrichting attest), leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft. Met andere woorden, de notaris weigert zijn dienst bij criminele, onrechtmatige of frauduleuze activiteiten. Aangezien de fraudetoets uit de richtlijn hetzelfde doel heeft als de notariële poortwachtersrol en de toets zich niet uitstrekt tot fiscale aspecten (de richtlijn betreft louter het vennootschapsrecht) ligt het in de rede de fraudetoetsing door de notaris te laten aansluiten bij zijn huidige taken op grond van de Wna.

Naar mijn indruk is de norm van de Wna (“zijn redelijke overtuiging of vermoeden“) een andere dan de norm van het wetsvoorstel (“vaststelt dat“), maar in het wetsvoorstel wordt daar anders over gedacht:

De fraudetoets zoals geïmplementeerd in de voorgestelde artikelen 2:333i en 2:334uu leden 7 tot en met 9 en artikel 2:335l lid 6 tot en met 8 BW heeft hetzelfde doel als de algemene plicht die de notaris onder het huidige recht heeft op grond van de Wna.

Dat is opmerkelijk, nu van de  notaris een inhoudelijke beoordeling wordt verwacht [aldus de toelichting bij P, artikel 2:333i lid 3].

Een onderzoek bij grensoverschrijdende handelingen lijkt me lastiger dan bij binnenlandse juridische gebeurtenissen. Volgens de memorie van toelichtingen achten de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) en de Wetgevingscommissie van de Vereniging Ondernemingsrechtspecialisten Notariaat (VON) de verplichting uitvoerbaar. Dat is hoopgevend voor het notariaat.

 

Meer informatie:

 

Artikel 21 Wet op het notarisambt luidt momenteel:

Artikel 21

1. De notaris is verplicht de hem bij of krachtens de wet opgedragen of de door een partij verlangde werkzaamheden te verrichten, behoudens het bepaalde in het tweede, derde, en vierde lid.
2. De notaris is verplicht zijn dienst te weigeren wanneer naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem verlangd wordt leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft.
3. De notaris kan een verzoek van een partij tot het verrichten van werkzaamheden doorverwijzen naar een andere notaris binnen dezelfde onderneming of binnen het samenwerkingsverband waarvan hij deel uitmaakt, mits die het verzoek aanvaardt.
4. De notaris kan een verzoek van een partij tot het verrichten van werkzaamheden doorverwijzen naar een andere notaris, mits die het verzoek aanvaardt en de werkzaamheden niet algemeen gebruikelijk en van een zodanige aard zijn dat het belang van de verzoekende partij met de doorverwijzing wordt gediend.
5. Bij verordening worden nadere regels gesteld betreffende de toepassing van het tweede tot en met het vierde lid.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Rechtspersonenrecht | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Surveillance with Artificial Intelligence and Machine Learning (AI/ML) is the core of fighting crime | Wolfsberg, AML, CFT

The financial world firmly believes in artificial intelligence and in surveillance of everyone, every minute of the day. The fight against crime justifies infringement of fundamental rights, organisations like the powerful group of banks, Wolfsberg Group [*], believe (even though they write that they abide by fundamental rights rules). Read their post:

Artificial Intelligence and Machine Learning (AI/ML) can have, and are already having, a significant impact on improving the effectiveness and efficiency of financial crime compliance and risk management programmes. The Wolfsberg Group supports the leveraging of AI/ML by Financial Institutions to detect, investigate, and manage the risk of financial crime, as long as appropriate data ethics principles inform the use of these technologies to ensure fair, effective, and explainable outcomes.

For this reason, today the Group is publishing its Principles for Using Artificial Intelligence and Machine Learning in Financial Crime Compliance. The document identifies five elements that support an ethical and responsible use of AI/ML: i. Legitimate Purpose; ii. Proportionate Use; iii. Design and Technical Expertise; iv. Accountability and Oversight; v. Openness and Transparency.

You can also access the Principles on our website.

Article on their site of 1 December 2022: Publication of the Wolfsberg Principles for Using Artificial Intelligence and Machine Learning in Financial Crime Compliance.

—

[*] On their site:

The Wolfsberg Group is an association of thirteen global banks which aims to develop frameworks and guidance for the management of financial crime risks, particularly with respect to Know Your Customer, Anti-Money Laundering and Counter Terrorist Financing policies.

Members are: Banco Santander, Bank of America, Barclays, Citigroup, Credit Suisse, Deutsche Bank, Goldman Sachs, HSBC, JPMorgan Chase, MUFG Bank, Société Général, Standard Chartered Bank and UBS.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | 1 reactie

SyRI-aanklagers opnieuw naar rechter om profilering inwoners

Onder de titel SyRI-aanklagers opnieuw naar rechter om profilering inwoners werd bekend gemaakt dat maatschappelijke organisaties [*] een rechtszaak starten tegen profileringspraktijken van de Belastingdienst, de Sociale Verzekeringsbank, gemeenten en het UWV. Lees ook de artikelen op de VPRO site en van security.nl.

Uit onderzoek is gebleken dat mensen door de overheid op willekeurige gronden als risico worden aangemerkt met voor betrokkenen zeer vervelende gevolgen. Het is ronduit schokkend te lezen dat de ongetoetste gegevens worden verspreid:

Onder het mom van het ‘verbeteren van de leefbaarheid’ worden signalen uit de onderzoeken bovendien gedeeld met een grote buitenschil van derde partijen. Variërend van politieagenten die ergens achter de voordeur wilden kijken tot wijk- en jeugdzorgteams, woningcorporaties en instanties die zich bezighouden met criminaliteit.

Dat de Nederlandse overheid geen lessen heeft geleerd uit de eerste SyRI-uitspraak is zorgelijk en doet vrezen dat men ook in andere domeinen, zoals de risicoprofilering in de witwas- en ondermijningsbestrijding gelijksoortige uitglijers zal maken.

 

[*] FNV, Platform Burgerrechten, Privacy First en Stichting KDVP.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Rechtsbijstand aan familieleden | NOvA, gedragsregels

Op de site van de Nederlandse Orde van Advocaten verscheen het bericht Rechtsbijstand aan familieleden: beter van niet. Natuurlijk is de zaak van de advocatenneef van de zware crimineel daar aanleiding voor. Jammer genoeg ontbreekt in het artikel de aandacht voor de zwaarte van de zaak en het type zaak.

Voorbeeld: in het strafrecht maakt het nogal uit of het gaat om een kleine verkeerszaak of om een grote fraudezaak. Mij lijkt dat de deken in de zaak van de advocatenneef al in veel eerder stadium had moeten ingrijpen omdat de onafhankelijkheid van de advocaat in het geding is bij een dergelijke misdadiger.

Die onafhankelijkheid speelt bovendien niet alleen een rol bij familiebetrekkingen. Ook persoonlijke relaties met mogelijke cliënten kunnen de onafhankelijkheid in gevaar brengen.

Wat mij betreft had het bericht wat breder gekund.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] | Tags: | Plaats een reactie

Door ‘sleepnet’ banken is iedere burger verdacht | opinie Vincent Böhre in het Brabants Dagblad

In het Brabants Dagblad van 17 december verscheen de opinie van Vincent Böhre van Privacy First: Door ‘sleepnet’ banken is iedere burger verdacht (betaalmuur), intro:

In de strijd tegen criminaliteit wil het kabinet banken de mogelijkheid geven om particuliere transacties boven de 100 euro te controleren. Maar misdaadbestrijding hoor je niet bij amateurs neer te leggen maar dient door de overheid zelf te worden uitgevoerd.

Het bancaire sleepnet is één van de onderwerpen op de conferentie over financiële privacy van 25 januari a.s., georganiseerd door Privacy First en ECP.

 

 

Artikelen op dit blog over het bancaire sleepnet zijn te vinden via deze tag en bekijk ook de berichten over witwasbestrijding door banken.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Hoe digitalisering zorgt voor ontmenselijking | artikel Armand Girbes

In het artikel Dehumanisering van dienstverlening vertelt Armand Girbes, hoogleraar en intensivist-klinisch farmacoloog en hoofd afdeling ICV VUmc, over zijn ervaringen met de gedigitaliseerde bank:

Voor deze dienstverlening heeft de digitale hulp de plaats ingenomen van jouw vertrouwens- of contactpersoon, een mens zeg maar. Het moet nu allemaal via de helpdesk met FAQ (frequently asked questions) – waar jouw vraag natuurlijk niet bij staat – en telefoonlijnen met eindeloze keuzemenu’s met chagrijnig makende rotmuziekjes tussendoor en ellenlange wachttijden.

Alles is in principe digitaal, dat wil zeggen: met zo weinig mogelijke menselijke inmenging van echte ter zake deskundigen. Wil je toch iemand spreken? Dan kom je na die duizend keuzemenu’s eindelijk bij een telefonische helpdesk. Je krijgt dan iemand aan de telefoon die precies volgens de geschreven protocollen werkt en jou door het protocol probeert te drukken. Achtergrondkennis of daadwerkelijke kennis van zaken is niet van belang.

Helaas geldt dit en wat Girbes verder schrijft niet alleen voor banken. Hij constateert terecht dat men ook in de zorg probeert mensen met digitale hulpmiddelen af te schepen.

Het is een mooi artikel dat aangeeft dat digitalisering zorgt voor ontmenselijking.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

ECJ: “the obligation for a lawyer to inform other intermediaries involved is not necessary and infringes the right to respect for communications with his or her client” | aggressive tax planning | Mandatory Disclosure for Intermediaries Directive

The Court of Justice of the European Union on 8 December 2022 decided that the obligation for a lawyer to inform other intermediaries in regard of combatting aggressive tax planning is not necessary and infringes the right to respect for communications with his or her client.

The judgment shows that the European legislature is increasingly legislating against fundamental EU rights.

From the press release:

Judgment of the Court in Case C-694/20 | Orde van Vlaamse Balies and Others

Combatting aggressive tax planning: the obligation for a lawyer to inform other intermediaries involved is not necessary and infringes the right to respect for communications with his or her client

All the other intermediaries involved in such planning, and the taxpayer him- or herself, are subject to that reporting obligation, which makes it possible to ensure that the tax authorities are informed

An EU Directive [1] provides that all intermediaries involved in potentially aggressive cross-border tax-planning  (arrangements which could lead to tax avoidance and evasion) are required to report them to the competent tax  authorities. That obligation concerns all those who participate in the design, marketing, organisation or  management of the implementation of that planning. All those who provide assistance or advice in relation to that  planning, or in the absence of such persons, the taxpayer him- or are also covered. However, each Member State  may grant intermediaries a waiver from that obligation where it would breach legal professional privilege protected  under its national law. In such circumstances, lawyer-intermediaries are however required to notify without delay  any other intermediary, or the relevant taxpayer, of their reporting obligations vis-à-vis the competent authorities. (…)

Two lawyers’ professional organisations brought actions before the Belgian Constitutional Court. In their  submission, it is impossible to provide information to other intermediaries without breaching the legal professional  privilege by which lawyers are bound. The Belgian Constitutional Court seeks an answer from the Court of Justice in  that regard. (…)

[1] Council Directive 2011/16/EU of 15 February 2011 on administrative cooperation in the field of taxation and repealing Directive 77/799/EEC (OJ 2011 L 64, p. 1), as amended by Council Directive (EU) 2018/822 of 25 May 2018 (OJ 2018 L 139, p. 1).

 

Articles on this blog on the Mandatory Disclosure for Intermediaries Directive are to be found here.

Geplaatst in Belastingrecht, Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie