Bank wil van klant af op basis van slordige berichtgeving van landelijke krant | Wwft, Rabobank

Artikelen in kranten kunnen voor banken reden zijn om nader onderzoek naar hun cliënten in te stellen. Maar klakkeloos op de krantenartikelen afgaan is niet verstandig aangezien de journalisten fouten kunnen hebben gemaakt, de berichtgeving onvolledig kan zijn geweest en onvoldoende relevante informatie voor de Wwft-beoordeling kan bevatten.

Sappig stuk in het NRC als basis voor opzegging
De Rabobank leerde op dit punt een dure les: op basis van een artikel van Jeroen Wester, Hoe Brabantse vleeshandelaren miljoenen cash uit Congo ontvingen, op 23 november 2021 in het NRC verschenen, probeerde de bank van een vleeshandelaar af te komen.
Het vervolg werd bekend door een artikel van 8 augustus jl. in dezelfde krant (door Carola Houtekamer en Jeroen Wester), Rabobank verliest kort geding van vleeshandelaar. Natuurlijk met een sappige start, met de vleeshandelaar en:

Tegenover hem zitten twee bankiers – beiden spijkerbroek, net jasje – van een grootbank, de Rabobank. Bankiers houden niet van risico’s. Bankiers zoeken naar zekerheden, in protocollen of documenten waarin bedrijven hun beleid vastleggen. In drievoud graag.

In het artikel herhalen de auteurs nog een keer de beschuldigingen aan het adres van de vleeshandelaar, zonder detailinformatie die relevant is voor de Wwft-beoordeling, kennelijk om het eigen straatje schoon te vegen (nl. dat het artikel van 23 november 2021 juist zou zijn). Wel blijkt uit het artikel dat de bank geen eigen onderzoek heeft gedaan naar de zaken die in het artikel uit november 2021 aan de orde zijn gekomen. De journalisten melden de bank haar huiswerk niet goed heeft gedaan en dat de bank haar huidige risk appetite niet mag toepassen op het verleden. Het artikel geeft geen serieuze weergave van de uitspraak.

De uitspraak geeft een ander beeld
De uitspraak is op rechtspraak.nl gepubliceerd. Daaruit blijkt hoe vergaand de gevolgen van het NRC-artikel zijn geweest, want het artikel dat op 23 november 2021 verscheen leidde al op 25 november 2021 tot een voorlopige beheersmaatregel (4.2).

De rechtbank overweegt (markering door mij):

4.6. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft Rabobank echter in het kader van dit kort geding onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij thans bij ongewijzigde en onbeperkte voortzetting van de klantrelatie met Meat Plus een onaanvaardbaar risico loopt.

Daarbij is om te beginnen van belang dat de beweerdelijke transacties van Meat Plus met partijen die ten tijde van de gewraakte transacties op de OFAC-sanctielijst zouden voorkomen dateren uit periode 2010-2013. Duidelijk is dat destijds door Rabobank kennelijk beduidend minder strenge normen werden gehanteerd waar het betreft het tegengaan van risicovolle transacties. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de “risk-appetite” van de Rabobank in de betreffende periode zich kennelijk niet verzette tegen het faciliteren van Meat Plus’ internationale handel in vleesproducten in Afrika, meer in het bijzonder [land 6]. Meat Plus heeft gedocumenteerd uiteengezet dat de Rabobank, zelfs nadat zij een melding ontving over een geblokkeerde betaling van Meat Plus in verband met een mogelijke overtreding van de sanctielijst, na ingewonnen inlichtingen bij Meat Plus kennelijk geen aanleiding heeft gezien om de transactie alsnog te blokkeren danwel anderszins (beheers-)maatregelen te nemen tegen Meat Plus of met betrekking tot de door laatstgenoemde verrichtte handelstransacties in de betreffende regio. Daar komt bij dat Meat Plus betwist dat zij – in ieder geval na 2009 – nog transacties heeft verricht met partijen die ten tijde van de transacties stonden vermeld op de OFACsanctielijst. Bovendien heeft zij onweersproken gesteld dat zij na 2013 (in ieder geval tot en met 2018) helemaal geen handel meer heeft gedreven met partijen uit de regio Afrika, hetgeen bevestigd wordt door de – op verzoek van Rabobank – aangeleverde debiteurenoverzichten over de periode 2010 – 2018, overgelegd als productie 10. Rabobank kan dan bezwaarlijk bijna 10 jaar later aan Meat Plus tegenwerpen dat de handelstransacties van Meat Plus in die periode naar de huidige normen van Rabobank onaanvaardbare risico’s in zich dragen.

4.7. Rabobank heeft ter zitting aangegeven dat niet alleen het beweerdelijke handelen met partijen op de sanctielijst, maar ook de kwalijke en moreel laakbare rol die Meat Plus zou hebben gespeeld in de internationale handel in vleesproducten in [land 6] (in het NRC-artikel met de enigszins pejoratieve term “voedselkartel” aangeduid) in diezelfde periode ervoor heeft gezorgd dat Rabobank het vertrouwen in Meat Plus heeft verloren. Meat Plus zou door de rol die zij zou hebben gespeeld binnen “het voedselkartel” maatschappelijk onbetamelijk hebben gehandeld.

Daarvoor geldt echter dat Rabobank dit verwijt niet als grond hebben opgevoerd in de e-mail van 26 april 2022 voor het opleggen van de beheersmaatregel, maar dit pas voor het eerst ter zitting naar voren heeft gebracht. In zoverre kan het dus ook geen rol spelen bij de vraag of Meat PlusRabobank op 26 april 2022 terecht de beheersmaatregel heeft opgelegd. Daar komt bij dat Rabobank de beweerdelijke betrokkenheid van Meat Plus bij het voedselkartel uitsluitend heeft gebaseerd op het NRC-artikel. In het artikel is de betrokkenheid van Meat Plus bij ‘het voedselkartel’ verder niet feitelijk ingekleurd, terwijl de Rabobank ook die inkleuring ook niet verschaft op basis van eigen onderzoeksbevindingen.

4.8. Rabobank heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in de toekomst zonder de voorgenomen beheersmaatregel een onaanvaardbaar risico loopt dat Meat Plus (opnieuw) betrokken zal raken bij ongeoorloofde c.q. laakbare handelspartijken. Meat Plus onderkent weliswaar dat de (beperkte) transacties die zij in 2021 heeft verricht enigszins uit de toon vallen, mede ook doordat zij geen betrekking hebben op de core-business van Meat Plus (internationale vleeshandel) maar zij betwist dat de partijen waarmee werd gehandeld allemaal afkomstig zijn uit wat de Rabobank thans aanmerkt als zogenaamde hoog-risicolanden. Het betreft bovendien slechts een zeer beperkt aantal handelstransacties in non-foodartikelen. Meat Plus heeft bovendien laten zien dat zij bereid is om te voldoen aan de strengere eisen die Rabobank thans aan haar internationaal opererende cliënten stelt om haar zo meer comfort te geven. Meat Plus heeft telkens zonder protest en op eerste verzoek de van haar verlangde informatie verschaft aan Rabobank en Meat Plus heeft zich op verzoek van Rabobank ook ingespannen om het artikel in het NRC van november 2021 gerectificeerd te krijgen. Dat dit laatste niet is gelukt kan bezwaarlijk aan Meat Plus worden tegengeworpen, nog daargelaten dat het primair op de weg ligt van Rabobank zelf om op te komen tegen uitlatingen in het artikel omtrent haar eigen rol waarvan zij meent dat deze bezijden de waarheid zijn en daarmee gerectificeerd dienen te worden. Waar Rabobank aanvankelijk nog van Meat Plus verlangde dat zij zich tot het uiterste zou inspannen voor een rectificatie, heeft zij later, toen duidelijk werd dat NRC niet zou rectificeren, ingestemd met een tweede interview van de heer [naam 1] door NRC. Dat interview heeft ook daadwerkelijk plaatsgevonden en is de basis geweest voor het tweede artikel in NRC. Rabobank erkent dat door dit tweede interview het initieel, in het eerste artikel geschetste beeld van Meat Plus (en Rabobank) is genuanceerd. Dat dit naar de mening van Rabobank onvoldoende is gebeurd, valt niet aan Meat Plus te verwijten. Het is aan NRC en niet aan Meat Plus om de inhoud van haar krantenartikel te bepalen. Rabobank heeft niet aannemelijk weten te maken dat [naam 1] c.q. Meat Plus in tekortgeschoten in de nakoming van de afspraak zich maximaal in te spannen voor rectificatie c.q. bijstelling van het initieel gepubliceerde artikel.

4.9. Daar komt bij dat Rabobank zich in juni 2022, na datumbepaling voor het onderhavige kort geding, alsnog bereid heeft verklaard om het opleggen van de beheersmaatregel te heroverwegen. Dit kan niet anders worden opgevat als een teken dat Rabobank op dat moment nog mogelijkheden zag voor Meat Plus om het vertrouwen van Rabobank terug te winnen door tegemoet te komen aan de strengere eisen van de bank en daarmee de bank het kennelijk verlangde comfort te bieden dat de in november 2021 door de bank benoemde risico’s tot voor de bank aanvaardbare proporties konden worden teruggebracht. Dat zo zijnde mag van Rabobank dan wel worden verlangd dat zij Meat Plus serieus de gelegenheid biedt om te laten zien dat zij bereid en in staat is om dat comfort te geven en te dien einde met Meat Plus het gesprek aan te gaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Rabobank dat niet, althans onvoldoende gedaan. Zij heeft bij Meat Plus in het kader van de heroverweging op 10 juni 2022 verzocht om nadere informatie te verstrekken. Meat Plus hééft die informatie ook verstrekt in de vorm van een concept-businessplan, een concept-compliance beleidsplan alsmede nadere informatie omtrent concrete klanten en transacties zoals benoemd in voornoemde brief van Rabobank. Meat Plus heeft voorts, naar aanleiding van daartoe strekkende verzoeken van de Rabobank, op 6 en 7 juli 2022 nog aanvullende stukken (opgesomd in de pleitnota van Meat Plus onder randnummer 4.3, 4e bullit) aan de Rabobank toegezonden. Rabobank heeft op al deze op haar verzoek aangedragen informatie niet meer gereageerd, anders dan bij pleidooi bij gelegenheid van de mondelinge behandeling op 14 juli 2022.

Rabobank heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij op basis van die informatie in redelijkheid heeft kunnen besluiten de beheersmaatregel te handhaven. Voor zover Rabobank stelt dat zij op de door Meat Plus aangeleverde informatie, waaronder met name het concept-businessplan en het compliance-beleid, het een en ander heeft aan te merken en deze wat Rabobank niet toereikend zijn, dan geldt dat Rabobank Meat Plus vóór de mondelinge behandeling op 14 juli 2022 met haar concrete bedenkingen en bezwaren had moeten confronteren.

Rabobank had Meat Plus de gelegenheid moeten geven om de ingediende stukken verder in overeenstemming te brengen met de wensen van de bank, waartoe Meat Plus zich ook steeds bereid heeft verklaard. In plaats daarvan heeft Rabobank haar commentaar op de door Meat Plus aangedragen stukken en informatie bewaard voor de mondelinge behandeling. Deze handelwijze doet ernstig vermoeden dat bij Rabobank nimmer de bedoeling heeft voorgezeten om de ingestelde beheersmaatregel serieus te heroverwegen.

4.10. Bij beoordeling van de vraag welke inspanningen in het kader van die heroverweging van Rabobank mogen worden verwacht is mede van belang het vaststaande feit dat partijen al gedurende een groot aantal jaren een relatie onderhouden waarin – tot de datum van het gewraakte NRC-artikel – nimmer serieuze problemen zijn gerezen (althans dat is gesteld noch gebleken). Meat Plus bankiert al sinds 2002 bij Rabobank en [naam 1] zelfs als sinds midden jaren 70, destijds (onder meer) vanuit zijn eenmanszaak in de vleeshandel. Vanwege die langdurige en bestendige relatie kan Rabobank dan niet (al) te lichtvaardig besluiten om een beheersmaatregel op te leggen en te handhaven waarmee de handelsactiviteiten van Meat Plus feitelijk worden stilgelegd. Voor zover Rabobank stelt dat zij in haar besluitvorming heeft meegewogen dat [naam 1] had aangekondigd met pension te willen gaan, geldt dat hij daar inmiddels kennelijk op is teruggekomen en dat die overweging (wat daar overigens ook van zij, de beheersmaatregel ziet op Meat Plus en niet op [naam 1] ) verder geen rol meer kan spelen in de afweging. Meat Plus geeft aan dat zij – na het wegvallen van een tweetal grote klanten in [land 7] en [land 1] in 2019 en de opheffing van de Covid-19 beperkingen – zich de komende jaren wil richten op de handel in (bij voorkeur) duurzame food- en vleesproducten en daartoe belang heeft bij handhaving van haar bancaire relatie met de Rabobank. Voor zover Rabobank stelt dat Meat Plus haar bankzaken bij een andere bank dan Rabobank kan onderbrengen geldt dat Meat Plus heeft aangegeven dat het voor haar om een principekwestie gaat en dat zij wil dat de beheersmaatregel van tafel gaat. In dat verband vraagt Meat Plus zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter op goede gronden af of en in hoeverre het voor Meat Plus op dit moment überhaupt wel mogelijk is om door een andere bank als klant te worden geaccepteerd voor een bankarrangement gelijk aan het huidige met de Rabobank. Terecht heeft Meat Plus immers gewezen op haar rechtsplicht om een opvolgende bank volledig te informeren omtrent de oorzaken van en achtergronden bij het staken van de langdurige relatie met de Rabobank. Dit betreft immers informatie die voor een opvolgende bank zonder meer van belang zal worden geacht bij haar beoordeling of zij met deze klant een relatie wenst aan te gaan en welke condities zij daar eventueel aan wenst te verbinden.

4.11. Het opleggen van de beheersmaatregel is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onder de gegeven omstandigheden bovendien ook in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Voor zover Rabobank al een redelijk en beschermwaardig belang heeft om beheersmaatregelen te nemen teneinde de banktransacties van Meat Plus meer in overeenstemming te brengen met haar huidige en – ten opzichte van de jaren 2010-2013 – meer behoudende risk-appetite, dan geldt dat Rabobank niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij voor dat geval niet kon volstaan met minder verstrekkende c.q. ingrijpende beheersmaatregelen die specifieker en concreter de door de Rabobank thans gepercipieerde risico’s adresseren, bijvoorbeeld door een verbod op handel met bepaalde landen of regio’s en/of financiële transacties met niet rechtstreeks bij de transacties betrokken partijen of met partijen gevestigd in bepaalde regio’s.

Aangenomen moet worden dat de risico’s geen verband houden met de persoon/moraliteit van de ondernemer an sich, omdat in dat geval zonder nadere toelichting de thans ingestelde beheersmaatregelen niet goed vallen te begrijpen (alsdan zou immers integrale opzegging van de relatie de enige logische remedie zijn).

Tot slot
Helaas moet geconstateerd worden dat het tendentieuze artikel in het NRC ten onrechte reden was voor de maatregelen die de Rabobank heeft genomen. Het geeft aan dat Wwft-plichtigen zeer voorzichtig met artikelen in de media moeten omgaan, hoe sappig en suggestief ze ook zijn.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s