Het spiegelpaleis van de ‘deepfakes’ en de bescherming van het recht

Digitalisering is niet alleen positief, het heeft grote schaduwzijden. Een van die schaduwzijden wordt gevormd door de ‘deepfakes’.

Over dat onderwerp stuurde de Minister van Rechtsbescherming het onderzoeksrapport ‘Deepfakes: De juridische uitdagingen van een synthetische samenleving‘ aan de Tweede Kamer. De minister verwacht in het voorjaar van 2022 een kabinetsreactie op dit onderzoek aan de Tweede Kamer te zenden met daarin een appreciatie van de aanbevelingen uit het onderzoek. Hij verwacht dan tevens een kabinetsreactie te kunnen geven op het onderzoek ’Regulering van Immersieve Technologie’ dat op 29 juli 2021 aan de Tweede Kamer is aangeboden.

Rapport
Het deepfakes-rapport is geschreven door Bart van der Sloot, Yvette Wagensveld en Bert-Jaap Koops. Zij zien naast positieve mogelijkheden ook grote risico’s door gebruik van deepfakes en biometrische gegevens in het algemeen. Zij signaleren:

Het belangrijkste probleem ten aanzien van deepfakes in horizontale verhoudingen en meer in het algemeen van privacyschendingen in horizontale verhoudingen is gelegen in het toezicht op en de naleving van het vigerende recht. De meeste problematische toepassingen van deepfakes zijn al verboden of juridisch ingekaderd: het kernprobleem is daarom niet de wetgeving zelf, maar de handhaving daarvan.

en komen vervolgens met voorstellen.

 

Meer informatie:

  • Brief minister, 7 januari 2022.
  • Rapport ‘Deepfakes: De juridische uitdagingen van een synthetische samenleving’.
Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Private criminaliteitsbestrijding leidt tot discussies tussen banken en notarissen | Wwft

Vanwege hun misdaadbestrijdingstaak (‘witwasbestrijding’) stellen banken allerlei vragen aan notarissen, waarop notarissen weigeren te antwoorden op grond van de beroepsregels. Uit een bericht op de site van de KNB blijkt dat deze twee branches er onderling niet uitkomen:

Onderzoek naar conflicterende plichten banken en notarissen
30-11-2021

Cliëntenonderzoek door banken en de geheimhoudingsplicht van notarissen botsen soms met elkaar. Daarom onderzoeken verschillende ministeries, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en toezichthouders deze problematiek, evenals mogelijke oplossingen.

De KNB heeft de minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming een brief (pdf, 1 MB) gestuurd over de spanning die kan ontstaan tussen beide wettelijke vereisten. Daarvan heeft de minister van Financiën, Wopke Hoekstra, een afschrift ontvangen. Dat laat hij weten via de beantwoording van schriftelijke vragen van Pieter Grinwis (ChristenUnie) over spanningen bij toepassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Analyse
Hoekstra laat in de antwoorden weten dat hij samen met de 2 andere betrokken ministers, de KNB, de NVB en toezichthouders De Nederlandsche Bank (DNB) en Bureau Financieel Toezicht (BFT) de aard en omvang van de problematiek analyseert. ‘Dit vergt onder meer een gedegen juridische analyse, omdat de verplichting tot het doen van adequaat cliëntenonderzoek door banken en de geheimhoudingsplicht van notarissen conflicterende juridische normen met zich meebrengen,’ schrijft hij. Wanneer de analyse tot conclusies heeft geleid, laat hij dit aan de Tweede Kamer weten.

 

Ook de Nederlandse Orde van Advocaten heeft gesprekken met de banken, bijvoorbeeld naar aanleiding van opzegging van boedelrekeningen. Lees daarover de reactie (pdf) die curatorenorganisatie INSOLAD bij de internetconsultatie over de nieuwe algemene leidraad Wwft heeft ingediend.

Het bericht van KNB geeft wederom aan hoe ondoordacht de witwasbestrijdingsregelgeving is en welke ernstige problemen en hoge kosten het gevolg zijn van de regels. Het is hoog tijd dat het systeem – dat tot hoge kosten en veel dubbel werk leidt – op de schop gaat.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Nederlandse conflicten door Amerikaanse sanctieregelgeving | Ryngaert

De lange arm van de Verenigde Staten komt tot uitdrukking in hun systeem van belastingheffing, dat nette burgers buiten de VS ernstig kan benadelen (Citizenship-Based Taxation/FATCA). Dat komt doordat Amerikaans recht buiten de VS geldt, er is sprake van ‘extraterritoriaal werkende regelgeving’.

Een andere soort van extraterritoriaal werkend Amerikaans recht trekt veel aandacht: de sanctieregels. Die regels gaan heel ver en kunnen Nederlandse organisaties en burgers treffen, doordat de Amerikanen al snel vinden dat zij rechtsmacht over Nederlanders hebben. Zo heeft de VS financiële sancties tegen Cuba ingesteld, waar de EU het niet mee eens is (er is zelfs een ‘blocking statute’, dat echter weinig effect heeft).

Met regelmaat ontstaan er conflicten tussen Nederlanders onderling naar aanleiding van de Amerikaanse sanctieregels. Een bekend voorbeeld is de bank die de rekening van een handelsbedrijf wilde opzeggen wegens vermeende banden met Cuba (waardoor de bank in strijd met de Amerikaanse sanctieregels zou handelen). De regels kunnen ook leiden tot conflicten tussen partijen die producten aan elkaar leveren.

Over de consequenties voor Nederlanders van Amerikaans sanctierecht schreef Cedric Ryngaert (hoogleraar internationaal recht) het artikel Is blootstelling aan Amerikaanse sanctiewetgeving overmacht? Een empirische toetsing van opvattingen, waarin hij vertelt over het onderzoeksproject dat hij heeft uitgevoerd. Onderwerp van het project was in hoeverre contracterende partijen zich kunnen beroepen op mogelijke blootstelling aan Amerikaanse sanctiewetgeving om met een beroep op overmacht onder hun contractuele verplichtingen uit te komen. Voorbeelden uit de rechtspraak:

Ryngaert bespreekt in het artikel de uitkomsten van het project, waarin ook een gestileerde casus aan een aantal respondenten werd voorgelegd.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, Sanctieregels | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

EuReCA | official launch of EBA’s black list of financial institutions that do not comply with AML/CFT rules well enough | EuReCA

EBA’s database with financial institutions that do not properly comply with AML/CFT rules, ‘EuReCA’, officially has been launched by the European AML/CFT supervisor of banks, the European Banking Authority (EBA), that writes:

EuReCA will contain information on material weaknesses in individual financial institutions in the EU that competent authorities have identified. Competent authorities will also be reporting the measures they have imposed on financial institutions to rectify those material weaknesses.

EuReCA will also collect personal data, read article 15 of the draft RTS, after the RTS has been approved.

 

More information:

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Data protection in law enforcement – report on the Law Enforcement Directive | Europe

The European Commission has published a ‘call for evidence’ [*] regarding the assessment of the Law Enforcement Directive, read the announcement and the document. It is possible to provide feedback until 21 February 2022.

 

[*] Background.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: | Plaats een reactie

Onbevredigende antwoorden minister van Financiën op vragen over witwasbestrijdingsschade in de not-for-profit | Wwft

Organisaties uit de not-for-profit ondervinden toenemende problemen rondom het verkrijgen en behouden van een bankrekening, wat recent leidde tot een brandbrief van een aantal brancheorganisaties uit de not-for-profit aan de minister van Financiën [1].

Eergisteren beantwoorde de minister [2] vragen uit de Tweede Kamer over de problemen die deze sector ondervindt.

Niet-proportionele eisen van banken
Helaas erkent de minister niet dat banken in het kader van hun witwasbestrijdingstaken soms niet-proportionele eisen aan hun cliënten stellen. De minister schrijft niet meer dan:

Door de toenemende aandacht voor de uitvoering van de Wwft door poortwachters, in het bijzonder door financiële instellingen, zie ik dat burgers en bedrijven vaker worden geconfronteerd met de gevolgen van de uitvoering van de Wwft en bijvoorbeeld gevraagd worden meer informatie en documentatie aan te leveren dan zij eerder gewend waren. Ik kan mij voorstellen dat het ingrijpend kan zijn wanneer een bank, na een reeds lange zakelijke relatie, om uitvoerige documentatie verzoekt.

Belangrijk is dat de Wwft niet voorschrijft dat een Wwft-plichtige – zoals een bank – maar zo maar alles mag vragen waar ze zin in hebben. Deze verzoeken dienen proportioneel te zijn en van de bank mag worden verwacht de eigen klant ook uit het betalingsverkeer te kennen.

Ongewenste effecten witwasbestrijding
Het neemt niet weg dat verheugend is dat de minister onderkent dat de witwasbestrijding onwenselijke gevolgen heeft en dat knelpunten worden onderzocht. De minister schrijft onder meer:

Tot slot neem ik waar dat er op Europees en mondiaal niveau in toenemende mate aandacht is voor de ongewenste effecten van regelgeving op het gebied van witwassen, aangezien dit onderwerp niet alleen aan Nederland is voorbehouden. In het huidige voorstel van de Europese Commissie voor een anti-witwasverordening wordt een documentatieplicht geïntroduceerd die banken verplicht bij te houden indien zij een klant accepteren of weigeren. Ik zet mij tijdens de onderhandelingen van de verordening in voor het wegnemen van onevenredige lasten en het verminderen van negatieve effecten van de anti-witwasverplichtingen.

Problemen not-for-profit
Over de not-for-profit worden ook specifieke vragen gesteld, onder meer naar aanleiding van het Volkskrant artikel ‘Strenge bank zit goede doelen dwars’ [3]. Er werden vanuit de Tweede Kamer de volgende vragen gesteld:

5. Herkent u de toenemende onmogelijkheid voor goede doelen en kerken om een bankrekening te openen, en wat zijn hiervan de oorzaken?
8. In hoeverre werkt het financieringsbeleid van banken, waarbij (nieuwe) klanten ingedeeld worden in risicoschalen, ongewenste effecten in de hand, zoals de onmogelijkheid voor goede doelen en kerken om een bankrekening te openen?

Deze vragen werden als volgt beantwoord:

Vooralsnog heb ik geen signalen dat het voor goede doelen of kerken op dit moment onmogelijk is om een bankrekening te openen. Ik herken wel dat dit bewerkelijker is dan voorheen en dat het bij sommige banken op dit moment niet mogelijk is voor specifieke rechtsvormen om direct een rekening te openen. Zoals ik in het antwoord op vragen 1, 2 en 3 aangaf verplicht de Wwft adequaat onderzoek te doen naar cliënten en de toenemende aandacht hiervoor betekent dat burgers en bedrijven geconfronteerd worden met meer informatieverzoeken dan voorheen. Ik zie in het bijzonder dat onder andere goede doelen en kerken vaker geconfronteerd worden met de gevolgen van de Wwft en bijvoorbeeld gevraagd worden meer informatie en documentatie aan te leveren dan eerder het geval was. Een mogelijke achterliggende oorzaak hiervan is dat uit de laatste Nationale Risico Analyse witwassen bleek dat stichtingen, vanwege hun ondoorzichtige eigendomsstructuur, een verhoogd risico vormen op witwassen of het financieren van terrorisme. Dit kan betekenen dat goede doelen onderworpen worden aan grondige procedures om ervoor te zorgen dat goede doelen niet worden misbruikt om crimineel geld het financiële systeem in brengen. Banken zijn daarbij genoodzaakt aanvullende informatie op te vragen bij deze rechtsvormen, hetgeen een arbeidsintensief en langdurig proces kan zijn, zoals sommige banken in het artikel uit vraag 4 opmerken.

Voorts heeft DNB in 2021 aangegeven dat er nog onvoldoende naleving is in een deel van de bancaire sector en dat de problemen omvangrijk en persistent zijn. Banken hebben de zelfstandige verantwoordelijkheid om deze achterstanden in te lopen en ik verwacht dat deze op termijn zullen zijn weggewerkt. DNB noemt dat bij 28 banken (ongeveer een derde van alle banken die onder Wwft-toezicht van DNB vallen) herstel- en verbetertrajecten lopen. [1] Dit is, samen met de teruglopende risicobereidheid van banken voor Wwft-gerelateerde risico’s maar ook andere integriteitsrisico’s, een mogelijke verklaring voor het feit dat sommige rechtsvormen niet direct een rekening kunnen openen bij bepaalde banken. De omvang van een klant is niet van doorslaggevende betekenis voor de mate van risico. Kleine organisaties komen dan ook niet per se in aanmerking voor een lichtere beoordeling. Ik zal in overleg treden met de NVB en DNB – en ook de branchevertegenwoordiging – om te bezien of er mogelijkheden zijn om voor kleinschalige lokale liefdadigheidsorganisaties de Wwft-procedures beter toegankelijk te maken door betere informatieverstrekking naar deze organisaties en duidelijker onderscheid aan te brengen tussen rechtsvormen met een hoger en lager risico.

[1] Kamerstuk 31789, nr. 102.

Hoogst merkwaardig is de passage in bovenstaand citaat over de NRA waaruit zou blijken dat stichtingen per definitie een ondoorzichtige eigendomsstructuur zouden hebben. Dat is in algemene zin juridische lariekoek (er zijn uiteraard uitzonderingen). Verder valt op dat gedaan wordt als of de not-for-profit alleen uit goede doelen bestaat, terwijl het maar een deel van de not-for-profit is.

Mijn indruk is dat bij het ministerie van Financiën onvoldoende kennis over de not-for-profit sector aanwezig is.

Weigeren stichtingen; wachttijd
Voorts wordt gevraagd naar de wachttijd om een rekening te kunnen openen en of bepaalde banken stichtingen weigeren, de vragen:

6. Wat is de gemiddelde wachttijd voor het openen van een zakelijke bankrekening voor stichtingen en verenigingen?
7. Bij welke banken is het voor een stichting op dit moment niet mogelijk om een bankrekening te openen?

Het antwoord:

Het is niet mogelijk om aan te geven wat de gemiddelde wachttijd is voor het openen van een zakelijke bankrekening voor stichtingen en verenigingen. De wachttijd of de doorlooptijd bij opening van een zakelijke bankrekening hangt namelijk af van diverse factoren. Aan de kant van de klant kan gedacht worden aan factoren zoals de responstijd van de klant, de complexiteit van de klant/situatie, en de kwaliteit van de informatie die wordt geleverd, maar ook de sector waarin de klant actief is en de eventuele betrokkenheid van het buitenland/hoogrisicogebieden. Aan de kant van de bank kan een factor zijn de tijd die nodig is om een inschatting te maken van het risico van de klant en eventueel daaraan gepaarde maatregelen om een risico te beperken. De NVB geeft aan dat als er sprake is van een heldere structuur, geen buitenlandse elementen en een laag risico de rekening over het algemeen snel zou kunnen worden geopend.

Ik heb geen signalen dat het geheel onmogelijk is voor stichtingen of verenigingen om een bankrekening te openen. Wel begrijp ik – zoals het artikel vermeldt – dat sommige banken beperkt deze rechtsvormen accepteren of een wachtlijst hanteren. Het beleid met betrekking tot acceptatie van rechtspersonen, waaronder ook stichtingen en verenigingen, wordt door iedere bank individueel bepaald. Dit gebeurt onder andere op basis van risicoafwegingen en afwegingen op basis van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Aanvragen van (rechts)personen worden in de regel individueel beoordeeld. Van de NVB begrijp ik dat een bank bij voorbaat hierover communiceert, bijvoorbeeld op diens website, of daarover in gesprek gaat met de aanvragende partij.

Minister wil geen basisbankrekening voor organisaties meer
Er wordt gevraagd naar het recht op een bankrekening,

9. Bent u van mening dat het wettelijk verplicht moet zijn dat verenigingen en stichtingen, waaronder veel goede doelen en kerken, de mogelijkheid hebben een bankrekening te openen bij elke bank (tenzij er evident sprake is van terrorismefinanciering, fraude en dergelijke)?

waarop als antwoord komt dat er geen reden is voor een basisbankrekening, zie de door mij aangebrachte markering:

In principe zijn banken vrij om zelf hun ondernemingsstrategie te vast te stellen en mogen zij zelf bepalen aan wie zij hun producten aanbieden. Op dit moment bestaat alleen voor particulieren het recht op een basisbetaalrekening omdat het beschikken over een betaalrekening essentieel is om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Bovendien mag een basisbetaalrekening geweigerd worden indien er sprake is van aantoonbare risico’s op witwassen of terrorismefinanciering. Daarbij zij opgemerkt dat rechtsvormen zoals verenigingen en stichtingen divers van aard zijn en uiteenlopende activiteiten kunnen ontplooien anders dan liefdadigheidswerk. Zoals in antwoord op vragen 5 en 8 is aangegeven zijn er bovendien bepaalde hoge risico’s geïdentificeerd die samenhangen met deze rechtsvormen, dan wel de activiteiten die zij ontplooien. Een generieke verplichting tot het aanbieden van een basisbetaalrekening sluit mijns inziens daarom niet aan op de specifieke problematiek van de genoemde rechtsvormen. Wel zal Nederland zich in internationaal en EU-verband inzetten om de verhouding tussen de toegang tot het betalingsverkeer en anti-witwasregelgeving te verduidelijken. Dit zal ik onder andere doen bij de evaluatie van de richtlijn betaalrekeningen.

Dat gaat niet ver genoeg en is ook juridisch onjuist. Stichtingen en verenigingen zijn niet ‘gevaarlijker’ dan besloten vennootschappen, naamloze vennootschappen en coöperaties.

De vorige minister van Financiën deelde op 19 november 2021 [4] nog mee te zullen aandringen op uitbreiding van de basisbetaalrekening:

Ook zet ik mij in internationaal en EU-verband in voor de verduidelijking van de verhouding tussen de toegang tot het betalingsverkeer en anti-witwasregelgeving. Specifiek breng ik problemen die bedrijven ervaren onder de aandacht bij de Europese Commissie, met het verzoek om een verdere uitbreiding van de basisbetaalrekening naar zakelijke rekeningen in een eventuele herziening van de richtlijn mee te nemen.

Alle organisaties horen een basisbankrekening te kunnen aanhouden, net als particulieren, waarbij uiteraard weigeringsgronden kunnen worden toegepast bij criminaliteit (eveneens net als bij particulieren).

Brancheorganisaties uit de not-for-profit doen er goed aan het ministerie van Financiën te wijzen op de onjuistheden in hun veronderstellingen.

 

Noten

[1] Zie onder meer Hoe de overheid schade toebrengt aan de not-for-profit via de geprivatiseerde misdaadbestrijding | opzegging bankrekening, toegang bancaire systeem.
[2] Te vinden via deze pagina.
[3] De Volkskrant, ‘Strenge bank zit goede doelen dwars’, 30 november 2021.
[4] Vindplaats.
[5] Over uitlatingen door de vorige minister van Financiën: Banken mogen geen klantgroepen categoraal uitsluiten | Wwft; De schade door de witwasbestrijdingsregels en bancaire uitsluiting in antwoorden op kamervragen | Wwft.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Not-for-profit, Stichting en vereniging | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Tegenspraak ter verhoging van de kwaliteit van de overheid

Theodor Kockelkoren, tegenwoordig inspecteur-generaal der Mijnen, publiceerde een column voor het Tijdschrift voor Toezicht, dat ook op de site van het Staatstoezicht op de Mijnen te vinden is: De kracht van tegenspraak.
Naar aanleiding van de recente overheidsmissers, zoals de toeslagenaffaire, bespreekt Kockelkoren de Code goed openbaar bestuur uit 2009, die er in theorie goed uitziet. De praktijk laat een minder goed beeld zien:

Zowel de toeslagenaffaire als het overheidshandelen met betrekking tot de gaswinning in Groningen toont dat ons systeem van checks and balances onvoldoende goed functioneert. Dat er fouten gemaakt worden begrijpt namelijk iedereen. Dat we echter moeite hebben om deze te zien, vinden we ingewikkelder om te begrijpen. En dat we niet ingrijpen terwijl deze fouten gestaag pijnlijker en dramatischer worden, vinden we onbegrijpelijk. Daar ligt een pijngrens.

De toezichthouders moeten verder gaan dan uitvoeren van de wetten en bijdragen aan de politieke doelen van de eigen ministers:

We mogen van toezichthouders verwachten dat ze niet slechts de letter van de wet beoordelen, maar dat ze toetsen of de publieke belangen die de wetgever beoogde te borgen ook daadwerkelijk geborgd worden. En als dat onvoldoende het geval is, dat ze heldere en zo nodig krachtige signalen aan de wetgever afgeven dat bijsturing noodzakelijk is.

We gaan zien of er iets terecht komt van alle goede bedoelingen en of ook anderen dan consumenten (= kiezers) er profijt van hebben.
Bijvoorbeeld in de witwasbestrijding is hier grote behoefte aan, aangezien daar onuitvoerbare taken worden neergelegd bij een grote waaier van verschillende soorten ondernemingen waarvan een belangrijk deel de regels nauwelijks begrijpt.

 

Meer informatie:

Kockelkoren verwijst naar de Nederlandse code voor goed openbaar bestuur uit 2009 en naar een blog van Bernard ter Haar.

 

Dit artikel is ook gepubliceerd op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Plaats een reactie

De Wet Normering Topinkomens geldt niet voor DNB

Op 22 maart 2021 deed ik via dit blog een oproep aan de heer Maijoor om af te zien van een hogere bezoldiging dan het maximum van de Wet Normering Topinkomens (WNT). Het is een hoogst merkwaardige zaak dat deze functionaris, die in het kader van zijn functie verantwoordelijk is voor de beloningsregels in de financiële sector, zich niet aan de WNT houdt.

Nog erger is dat ik een onderzoekje deed naar de gehonoreerde uitzonderingsverzoeken WNT, zoals in de Staatscourant gepubliceerd, en dat daaruit blijkt dat DNB zich structureel aan de WNT onttrekt:

  1. 2021 de heer Maijoor
  2. 2018 de heer Knot, ook deze
  3. 2018 de heer Swank
  4. 2018 mevrouw Stolk-Luyten
  5. 2018 de heer Elderson
  6. 2017 mevrouw Gorter-Bos

Bij de AFM gebeurt hetzelfde, Van Vroonhoven (2018) en De Vries (2015) mochten eveneens meer dan het WNT-maximum verdienen. [*]

In de Staatscourant vond ik verder alleen uitzonderingen inzake de Luchtverkeersleiding (2021) en de Referendumcommissie (2015) [**].

Het lijkt er op dat de uitzondering in de WNT speciaal voor DNB in het leven is geroepen…

Maatschappelijk onbetamelijk
Het is hoog tijd dat zowel het Ministerie van Financiën als DNB onder handen worden genomen over deze maatschappelijk onbetamelijke praktijk. Want de prachtige beschrijving over de zwaarte van de functie, zoals bijvoorbeeld bij de heer Maijoor [***] wordt gegeven, kan ook worden gemaakt voor vele andere topfunctionarissen.

 

 

Noten

[*] Er zijn geen vermeldingen ouder dan 2015, wat er mee te maken zal hebben dat de WNT op 1 januari 2013 in werking is getreden. Waarschijnlijk verdienden eerdere DNB- en AFM-bestuurders ook meer dan het WNT-maximum maar vielen zij onder het overgangsrecht.

[**] Het kan natuurlijk zijn dat ik iets gemist heb. Het is overigens raadselachtig dat een functie bij de Referendumcommissie een overschrijding van de WNT-norm bij toekenning van een schadeloosstelling rechtvaardigt.

[***] Zie de toelichting:

De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) valt onder de Wet normering topinkomens (WNT). Topfunctionarissen bij DNB zijn onderworpen aan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3 WNT. Op grond van artikel 2.4 WNT is een hogere bezoldiging op individuele basis mogelijk. De Minister van Financiën en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben conform artikel 2.4, eerste lid, WNT, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, besloten dat de heer dr. S.J. Maijoor, in verband met de vervulling van de functie van directeur van DNB, op individuele basis in aanmerking komt voor een hogere bezoldiging dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3 WNT.

DNB is de onafhankelijke centrale bank van Nederland en als zelfstandig bestuursorgaan tevens prudentieel toezichthouder en nationale resolutieautoriteit van Nederland. Haar nationale taken bestaan onder meer uit het uitoefenen van het prudentieel toezicht op financiële ondernemingen, het beslissen over toelating van financiële ondernemingen tot de financiële markten alsmede het – zo nodig – afwikkelen van bepaalde financiële ondernemingen. Ook bevordert DNB de goede werking van het betalingsverkeer en de stabiliteit van het financiële stelsel.

Naast deze nationale taken heeft DNB ook monetaire taken. DNB neemt als centrale bank deel aan het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB). Ter uitvoering van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Verdrag) heeft DNB als doelstelling het handhaven van prijsstabiliteit en in dat kader ondersteunt zij het algemene economische beleid in de Europese Unie. De onafhankelijkheid van DNB voor deze taken is Europeesrechtelijk verankerd.

De directie van DNB dient op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) te bestaan uit personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat en die geschikt zijn voor de uitoefening van hun functies. Overeenkomstig artikel 12, derde lid, van de Bankwet 1998 stelt de raad van commissarissen van DNB, de directie gehoord, een functieprofiel op ten behoeve van een vacature in de directie van DNB. Dit functieprofiel dient te passen in de profielschets van de directie als geheel (verplicht op grond van artikel 1:27a, derde lid, van de Wft) en bevat onder andere de benodigde deskundigheid, ervaring en vaardigheden. Gezien de bijzondere complexiteit van taken die bij DNB zijn belegd (centrale bank, toezichthouder, resolutieautoriteit) en de supranationale dimensie daarvan (Europees o.a. ESCB, Single Supervisory Mechanism, Single Resolution Mechanism, en mondiaal o.a. Bank for International Settlement en Internationaal Monetair Fonds), is het van belang dat de directie van DNB uit personen bestaat met kennis, gezag en ervaring in de sector.

De functie van de directeur Toezicht banken vereist onder andere actuele en aantoonbare kennis van de bancaire sector, alsmede op het gebied van prudentieel toezicht op financiële instellingen en het toezicht op de bestrijding van financiële criminaliteit. Tevens behoort de directeur Toezicht banken te beschikken over kennis van de verzekerings- en pensioensector en/of van financiële stabiliteit, de (internationale) financiële markten en van betalingsverkeer. Voorts is voor deze functie een brede oriëntatie en ervaring en een relevant nationaal en internationaal netwerk op de voor DNB relevante aandachtsvelden vereist. Hierbij behoort de directeur Toezicht banken inzicht te hebben in bestuurlijke en juridische vraagstukken, alsmede affiniteit met de publieke sector. Ook verwacht de raad van commissarissen management- en leidinggevende ervaring binnen een complexe organisatie. Bij dit alles dient de directeur Toezicht banken onafhankelijk en integer te zijn.

In het kader van de onderhavige vacature voor de functie directeur Toezicht banken heeft de raad van commissarissen van DNB gezocht naar personen met een zeer specifiek functieprofiel waarin specialistische, inhoudelijke kennis (over de sector) gepaard dient te gaan met een zeer ruime leidinggevende en/of bestuurlijke ervaring. Door deze hoge geschiktheids- en betrouwbaarheidseisen die aan het functieprofiel toezicht banken worden gesteld, zijn kandidaten die hieraan voldoen uiterst schaars. DNB concurreert voor deze functie voornamelijk met internationale marktpartijen, zoals banken, verzekeraars, pensioenfondsen alsook Europese financiële instellingen, waarbij de bezoldiging veelal veel hoger is dan de maximale bezoldiging onder de WNT.

De heer dr. S.J. Maijoor beheerst deze verscheidenheid aan kennisgebieden en eigenschappen, en is daarom bij uitstek geschikt voor de vervulling van de functie. Hij heeft een academische achtergrond als doctor in de bedrijfseconomie, waarbij hij promoveerde op regelgeving inzake accountancy. Betrokkene doceerde meer dan tien jaar accounting, control and audit als hoogleraar, onder meer aan de Universiteit Maastricht. De kandidaat beschikt over relevante bestuurlijke en inhoudelijke ervaring. Zo heeft hij als voorzitter van de European Securities and Markets Authority (ESMA) en als lid van het bestuur van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de afgelopen jaren zeer relevante en specifieke bestuurlijke en inhoudelijke kennis opgedaan. Als voorzitter van ESMA beschikt de heer dr. S.J. Maijoor over actuele en relevante kennis van de werking en regulering van de (Europese) financiële markten en het geïnternationaliseerde speelveld waarin toezichthouders opereren. Betrokkene begeleidde vanaf 2011 de succesvolle overgang van het Committee of European Securities Regulators tot ESMA. Als lid van het bestuur van de AFM heeft hij zich gericht op het toezicht op de financiële markten, toezicht op financiële verslaglegging en auditing, en integriteitstoezicht, wat ook in het bankentoezicht van DNB een speerpunt is. De ervaring die hij opdeed bij de versterking van de internationale coördinatie van het toezicht en bevordering van een gelijk speelveld, maakt hem een gerenommeerd speler op het sterk geïnternationaliseerde speelveld van DNB. Het toezicht op banken kent sinds 2014 in sterk toegenomen mate een internationale dimensie. Als beoogd vertegenwoordiger van DNB in de Supervisory Board van de ECB, zal de heer dr. S.J. Maijoor de gezaghebbende positie van DNB binnen het Single Supervisory Mechanism verder kunnen versterken. De voorgestelde bezoldiging is netto ruim lager dan de honorering die de kandidaat voor zijn huidige betrekking als voorzitter ESMA ontvangt.

De kennis en expertise en de mate van gezag, onbesproken gedrag en ervaring van de heer dr. S.J. Maijoor zijn voor DNB in haar verschillende hoedanigheden van groot belang. Gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, in het bijzonder de unieke combinatie van hoogwaardige kennis, expertise, gezag en ervaring waarover betrokkene beschikt, gepaard met de netto terugval in bezoldiging ten opzichte van zijn huidige functie, is een uitzondering op basis van artikel 2.4, eerste lid, WNT gerechtvaardigd.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Wet Normering Topinkomens | Tags: , , , , , | 1 reactie

Europol scandal? EDRi and surveilance in the EU

According to dataprotection organisation EDRi the efforts of the European data protection watchdog to hold Europol accountable for its illegal data practices are torpedoed by European Parliament and the Council of Member States, read EDRi’s article of 31 January, that starts with:

On 3 January 2022, the European Data Protection Supervisor (EDPS), responsible for overseeing the compliance of European Union (EU) institutions and agencies with data protection law, notified Europol, the EU agency for police cooperation, of an order to delete data it has illegally retained and processed for years. The decision aimed at bringing back Europol’s data practices in line with its mandate currently in force. It revealed “the EU’s very own ‘Snowden Scandal’, in which Europol plays an increasingly important role in the mass collection of personal data and the use of data mining techniques to analyse these huge amounts of data. Unfortunately, EU policymakers want to remove any remaining legal barriers to this mass surveillance complex.

In recent years, Europol has received large datasets (literallymillions of messages”), from several Member States, that were collected in the course of bulk hacking operations, such as Encrochat. Europol’s role was to cross-check and analyse these datasets with its tools and share the results with the concerned Member States. However, these data transfers from national police forces or third countries’ authorities often contained data of individuals who have no link to any criminal activity – a category of data currently prohibited to be processed by Europol’s current mandate. Under the existing regulation, it is the responsibility of the data providers to extract all data from their datasets that Europol is not allowed to process and only provide data relevant to Europol’s missions. The EDPS therefore gave Europol twelve months to delete all datasets that did not undergo this extraction process, and had set a 6-month deadline for the new incoming data. 

EDRi has not yet commented on the press release of the European Parliament of today, “Europol reform: agreement between EP and Council to boost data analysis and safeguards“. According to EP’s press release Europol has to respect fundamental rights:

Fundamental Rights Officer, EDPS to monitor compliance

During the negotiations, the Parliament’s team ensured that, before engaging in the use of data for research projects, Europol will have to consult a Fundamental Rights Officer and a Data Protection Officer. MEPs also pushed to limit the data provided by private parties to the least sensitive types.

EP negotiators also secured the right for Europol to ask member states to start investigations into crimes related to EU common interests, even if the crimes only concern one member state. Such investigations would be initiated by the Executive Director.

To balance the police agency’s new powers with appropriate oversight, the co-legislators agreed that the EDPS will have oversight over Europol’s personal data processing operations, and work together with the agency’s Data Protection Officer. Citizens will be able to consult personal data related to them by contacting authorities in member states, or Europol directly.

In parallel, technical discussions continue on a proposal that would allow Europol to introduce alerts to the Schengen Information System (SIS). The negotiators agreed in principle that Europol can propose information alerts to be added to the SIS.

EDRi, European Center For Not-for-Profit Law ECNL and other human rights organisations on 26 January published their letter regarding Europol, with the title “Civil society urges European policy-makers to seriously reconsider the expansion of Europol’s data processing capacities“.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Strafrecht | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Leerzame boetes van een toezichthouder met vele petten | trustkantoren, Wwft

Er zijn Wwft-plichtige ondernemingen die pas achter de Wwft komen als zij van de toezichthouder een boete krijgen, ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de boekhoudkantoren die in het verleden door sancties achter hun Wwft-verplichtingen kwamen [1] en tegenwoordig worden voorgelicht [2].

Trustkantoren, accountants, banken en andere financiële instellingen weten uiteraard al lang van de Wwft af maar zitten meer met de vraag op welke manier zij de wet moeten naleven.

Leerzame boete
Sinds enige jaren [3] kunnen door de toezichthouder opgelegde boetes vanwege de niet-naleving van de Wwft openbaar worden gemaakt. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel staat dat in beginsel alle besluiten openbaar worden gemaakt. Als reden voor openbaarmaking wordt onder meer genoemd (‘instellingen’ = Wwft-plichtigen; markering door mij):

Daarnaast leidt het openbaar maken van sanctiebesluiten ertoe dat andere instellingen kennis nemen van de gedragingen die kunnen leiden tot handhaving en de invulling die de toezichthoudende autoriteit aan wettelijke normen geeft.

Het is onverkwikkelijk als Wwft-plichtigen er pas achter komen hoe wettelijke normen moeten worden geïnterpreteerd door oplegging van een boete.

Vele petten
Ik vind dat bekendmaking van interpretatie van regels via boetebesluiten niet hoort te kunnen, zeker niet in de financiële sector, omdat de toezichthouder in de financiële sector zeer vele petten heeft (meer dan ‘dubbel’). Zo heeft DNB in de financiële sector en bij trustkantoren een meervoudige rol: DNB mag wensenlijstjes bij het ministerie van financiën indienen, DNB maakt uitvoeringsregelgeving, DNB legt toezichtbezoeken af en als klapper op de vuurpijl mag DNB ook nog sancties opleggen en openbaar maken.

Hier is sprake van ernstige belangenverstrengeling bij DNB. Terwijl financiële instellingen bij het minste of geringste wegens belangenverstrengeling allerlei maatregelen moeten nemen, kan DNB zijn goddelijke gang gaan.

Mijn standpunt:

  1. Alleen sanctieoplegging als de Wwft-plichtige ondernemer redelijkerwijs op de hoogte kan zijn van de invulling die aan de wettelijke norm moet worden gegeven.
  2. DNB en AFM horen niet langer sancties te kunnen opleggen. Zij dienen een rol te krijgen die vergelijkbaar is met het Openbaar Ministerie.

Als een ondernemer redelijkerwijs niet op de hoogte kan zijn van een interpretatie, is op zijn hoogst een waarschuwing passend. Nog beter is dat het voorval aanleiding is voor de toezichthouder om bekendheid te geven aan de interpretatie, zodat de belanghebbenden op de hoogte zijn.

Transparantie van het toezicht hoort een van de kernwaarden in het financiële toezicht te zijn.

 

NB Niet alleen onherroepelijke boetes kunnen openbaar worden gemaakt. De gewijzigde Wwft maakt het ook mogelijk boetes waartegen bezwaar is gemaakt of waartegen beroep is ingesteld openbaar te maken. Als het standpunt van de toezicht later onjuist blijkt te zijn geweest, is de publicitaire schade al opgetreden.

 

 

Noten

[1] Een voorbeeld bespreek ik in dit artikel.

[2] Zie het jaarverslag 2019 en het jaarverslag 2020 van het Bureau Financieel Toezicht, waarin werd aangegeven dat men druk is met voorlichting omdat veel boekhouders nog niet van de Wwft afweten. In het verslag 2020 staat:

[3] Dit is geïntroduceerd in de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn, dossier overheid.nl.

 

Een versie van dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Trustkantoren | Tags: , , , , | Plaats een reactie