Open overheidsproject gestrand

Op Binnenlands Bestuur is een artikel gepubliceerd waarin wordt gemeld dat het project inzake het het Platform Open Overheidsinformatie (Ploo) is gestrand.

Lees ook het nieuwsbericht van de rijksoverheid, Eerder een eenvoudiger platform met overheidsinformatie:

Eerder een eenvoudiger platform met overheidsinformatie
Nieuwsbericht | 23-12-2022 | 17:00

Vandaag heeft minister Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) haar reactie naar de Tweede Kamer gestuurd op het rapport van het adviescollege ICT-toetsing (AcICT) over het Platform Open Overheidsinformatie. Via dit Platform, onderdeel van de Wet open overheid, moet uiteindelijk alle openbare overheidsinformatie voor iedereen vindbaar en doorzoekbaar worden. In het rapport wordt geadviseerd om de huidige ontwikkeling van het Platform stop te zetten en een simpeler variant te maken. Zo kan er eerder een bruikbaar centraal platform gerealiseerd worden. Minister Bruins Slot neemt dit advies over. 

AcICT adviseert de minister van BZK om de ontwikkeling van het platform in zijn huidige vorm stop te zetten en eerst te investeren in een eenvoudige variant. Deze variant zou een verwijsindex en een zoekfunctie moeten bevatten. Het is dan op termijn de bedoeling dat alle bestuursorganen – dus ministeries, gemeenten, provincies en waterschappen, maar ook uitvoeringsorganisaties als RVO en Rijkswaterstaat – hun openbare informatie koppelen aan het platform, zodat iedere inwoner van Nederland alle overheidsinformatie via die plek kan vinden. Deze variant is sneller te implementeren, vermindert de aansluitlast voor bestuursorganen en is goedkoper. De functionele mogelijkheden voor de gebruikers zijn weliswaar beperkter dan waar aan gewerkt werd, maar als dit nodig blijkt kan de eenvoudige variant in een later stadium verder worden doorontwikkeld.

Omdat de infrastructuur impact heeft op de actieve openbaarmaking van meer dan duizend bestuursorganen, zal de deze oplossing begin 2023 worden besproken met vertegenwoordigers van deze bestuursorganen. Het voornemen is om de ontwikkeling van de verwijsindex in het tweede kwartaal te starten. Het is de bedoeling dat via het platform stap voor stap steeds meer informatie van bestuursorganen te vinden is. 

Documenten

Kamerbrief met reactie op advies over Platform Open Overheidsinformatie
Minister Bruins Slot (BZK) stuurt de Tweede Kamer het advies van het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) over het programma om te …
Kamerstuk: Kamerbrief | 23-12-2022

Antwoorden op vragen over documenten bij conceptadvies Adviescollege ICT-toetsing
Minister De Jonge ( Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) geeft antwoorden op vragen over een aantal documenten die …
Kamerstuk: Kamervragen | 23-12-2022

Geplaatst in Bestuursrecht, Grondrechten | Tags: , | Plaats een reactie

Bert Hubert over het bancaire sleepnet | Wwft, witwasbestrijding

Bert Hubert schreef kritisch over de kabinetsplannen inzake het bancair sleepnet in zijn artikel Vervang vergeten verontwaardiging over privacyschendingen door inhoudelijke analyse en constateert:

Oude normen voor privacy lijken geheel verdwenen. In de jaren tachtig zou niemand het in zijn hoofd hebben gehaald om met dit soort voorstellen te komen.

Hubert, die voormalig toezichthouder AIVD en MIVD is, maakt zich zorgen, want:

Ook een overheid met de beste bedoelingen kan door te grote bevoegdheden op het verkeerde pad raken

en daar kennen we in Nederland al diverse voorbeelden van. Hij vraagt zich af hoe het komt dat een inhoudelijke discussie over het bancaire sleepnet en over ingrijpende bevoegdheden van geheime diensten ontbreekt. Zijn oproep:

Nu we geen sterke instinctieve afkeer meer hebben van de datahonger van de overheid kan een gedegen en feitelijke analyse ons weer helpen te komen tot een juiste balans tussen privacy en veiligheid.
Ik roep Kamerleden én media op meer aandacht te geven aan de inhoud en daadwerkelijke wetsteksten, en minder te blijven hangen in oppervlakkige discussies waarbij de oproep tot daadkrachtig ingrijpen het steeds wint van algemene zorgen over privacy.

Lees de uitleg van Hubert over zijn vertrek bij de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (TIB), de commissie die vooraf bindend toetst of de voorgenomen inzet van de zwaarste bevoegdheden van de AIVD en MIVD rechtmatig is.

 

 

Op dit blog besteed ik aandacht aan het bancaire sleepnet (intro) en aan de privatisering van de criminaliteitsbestrijding, onder meer naar banken.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , | Plaats een reactie

Iets nieuws!

Dit jaar begin ik aan iets nieuws. Met ingang van vandaag ben ik geen advocaat meer en ben ik weg bij Pellicaan Advocaten. Als zelfstandig jurist en onderzoeker ga ik verder met onderwerpen die mij interesseren, zoals:

Mijn plan is om juridische artikelen voor tijdschriften te gaan schrijven, te gaan promoveren en nog veel meer.

Mijn contactgegevens, onder meer het nieuwe e-mail adres, zijn hier te vinden. Degenen die mijn mobiele nummer hebben, kunnen mij op dat nummer nog steeds bereiken (ook met signal).

Een van mijn eerste activiteiten is mijn optreden tijdens de door ECP en Privacy First georganiseerde Nationale Privacy Conferentie 2023, die dit jaar financiële privacy als thema heeft, lees de aankondiging.

Geplaatst in Diversen | 10 reacties

de beste wensen!

De lezers van dit blog wens ik
een plezierige jaarwisseling toe en
een gelukkig en voorspoedig 2023!

 

En steun organisaties die voor de grondrechten van burgers opkomen, zoals
in Nederland:

doneer!

doneer!

en in Europa:

doneer!

en de organisatie van Max Schrems:
doneer!

Geplaatst in Diversen | 2 reacties

Pappen en nat houden in plaats van de concepten van de criminaliteitsbestrijding aan te passen | Wwft, witwasbestrijding, de-risking

DNB maakte deze maand bekend dat het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) zich inzet om de schadelijke gevolgen van de misdaadbestrijding door banken (‘witwasbestrijding’), ook bekend als ‘de-risking’, te beperken.

De-risking houdt in dat banken bepaalde klantgroepen niet meer willen bedienen omdat de compliancekosten hoog zijn en/of er sprake is van vermeende hoge criminaliteitsrisico’s. Als gevolg daarvan is sprake van grootschalige discriminatie en uitsluiting.

Overheidstaken zijn bij banken belegd
Banken hebben op grond van wettelijke regels, bekend onder de naam ‘witwasbestrijding’ de verplichting om klantenonderzoek te doen en transacties te monitoren, op zoek naar transacties met crimineel verdiend geld. Die wettelijke regels zijn gebaseerd op Europese voorschriften en in Nederland vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Banken zijn ongeschikt voor misdaadbestrijding
De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat banken ongeschikt zijn voor de taken die aan hen zijn toebedeeld door de internationale wetgever (FATF), de Europese wetgever en de Nederlandse wetgever. Toch gaat de overheid onverdroten door op het verkeerde pad en weigert te erkennen dat de concepten inadequaat zijn en tot grote schade leiden. Een open foutencultuur ontbreekt. Dat betreft niet alleen financiële schade (zeer hoge kosten die banken aan hun klanten doorberekenen, terwijl de opbrengst disproportioneel gering is), maar ook schade voor de klanten van de banken (onder meer de-risking) en een gedaald vertrouwen in de financiële sector.

De activiteiten van DNB en MOB zijn rommelen in de marge.

Het roer moet om! Het is niet verkeerd dat banken een bijdrage leveren, maar de hele aanpak van de witwasbestrijding moet anders, met taken bij private ondernemingen die voor hen praktisch uitvoerbaar zijn en niet disproportioneel veel kosten.

Het bericht van DNB:

 

Het MOB zet zich in om ongewenste neveneffecten van de-risking aan te pakken

15 december 2022
Toezicht

De toegang tot zakelijke betaaldiensten staat onder druk. Dit vraagt aandacht van banken, brancheverenigingen en De Nederlandsche Bank (DNB). In het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) van 15 november jl. kwam duidelijk naar voren dat ondernemers niet tevreden zijn over diverse aspecten van de dienstverlening. Dit wordt deels veroorzaakt door ongewenste neveneffecten van klantonderzoeken in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme (Wwft). In de studie ‘Van herstel naar balans’ van DNB wordt geconcludeerd dat het tegengaan van financieel-economische criminaliteit efficiënter en effectiever kan.

Om de toegang tot het betalingsverkeer te borgen zijn verschillende brancheorganisaties, de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en DNB in gesprek onder de vlag van het MOB. Dit om de structurele verbetering van toegang tot betaaldiensten mogelijk te maken, met oog houdend op een effectieve witwasaanpak. Een belangrijk aandachtspunt is de communicatie naar de zakelijke klant, om te verduidelijken waarom bepaalde informatie gevraagd wordt.

Het effect van de-risking op de toegang tot betaaldiensten

De-risking houdt in dat banken er soms toe besluiten de dienstverlening van klanten te beperken, te stoppen of geen nieuwe klantrelatie aan te gaan. Dit doen banken wanneer er indicaties zijn van hogere risico’s op witwassen en terrorismefinanciering of wanneer de klant niet de juiste informatie verstrekt. Ongewenste neveneffecten treden op als de risico’s niet juist worden ingeschat. Het tegengaan van financieel-economische criminaliteit kan efficiënter en effectiever. In dat kader organiseert DNB verschillende rondetafelgesprekken om tot een gerichtere, meer risicogebaseerde aanpak te komen. Hier wordt deze maatschappelijke problematiek vanuit diverse perspectieven benaderd.  Zie hierover ook een eerder gepubliceerde nieuwsbericht.

Sectorkennis

Elke sector en branche is uniek en zij beschikken zelf over relevante kennis van wat gangbaar betaalgedrag is in deze branche. Deze kennis is van grote waarde en stelt banken in staat om sneller een adequate afweging te maken van de relevante risico’s bij het openen van een zakelijke rekening en bij periodiek cliëntenonderzoek onder bestaande klanten. Dit zal bijdragen aan de toegankelijkheid van het betalingsverkeer. Om de brug te slaan tussen banken en de diverse sectoren waar de meeste pijn ervaren wordt, lopen er op dit moment gesprekken met de horeca, non-profit organisaties, betaalinstellingen, autobranche en verschillende detail- en groothandel sub branches, zoals de juweliers. Met enkelen zijn al concrete eerste verbeteracties uitgezet.

Communicatie

Om deze kennis uit te wisselen is in het MOB afgesproken dat de NVB samen met brancheorganisaties een actieplan zal opstellen. Hier wordt onder andere gekeken naar hoe de communicatie tussen banken en ondernemers of instellingen verbeterd kan worden. Dit is belangrijk om meer begrip te creëren bij de partijen in de sector over het nut en noodzaak van bepaalde informatieverzoeken. Daarnaast spannen brancheorganisaties zich in, samen met de banken, om hun achterban beter te informeren over wat zij kunnen verwachten.

Eerste resultaten

Er zijn al een aantal acties in gang gezet. Verschillende non-profit organisaties, waaronder Goede Doelen Nederland en Human Security Collective, hebben samen met een van de banken een Informatieportal ontwikkeld.  Dit portaal helpt deze klantgroep op weg met bijvoorbeeld welke informatie  deze bank verwacht bij het openen van een bankrekening. Het portaal zal binnenkort gelanceerd worden. Ook heeft BOVAG samen met de NVB een actieplan opgesteld om kennis uit te wisselen over activiteiten, cultuur en karakteristieken van diverse sub sectoren van de autobranche. De eerste fase van dit actieplan (‘Know your Branche & Bank’) wordt op dit moment uitgewerkt. De komende maanden zullen er onder coördinatie van de NVB diverse initiatieven vanuit verschillende branches worden gestart. De uitkomsten zullen breed gedeeld worden zodat andere branches ook tot nieuwe inzichten voor hun achterban kunnen komen. DNB heeft frequent overleg met NVB om de voortgang op dit totale actieplan te bewaken en ook het MOB wordt elk kwartaal geïnformeerd over de ontwikkelingen. De toegang tot zakelijke betaaldiensten kan en moet beter, dat wordt door alle partijen in het MOB onderschreven.

Sector(en)

  • Banken
  • Betalingsverkeer
Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Afschaffing van contant geld

De Nederlandsche Bank liet in een nieuwsbericht van 20 december verheugd weten: ‘Gebruik contant geld in eurolanden gedaald‘. Hoewel contant geld een officieel betaalmiddel is, wordt contante betaling door banken actief ontmoedigd.

Een pakkend voorbeeld is de brief die de Rabobank in december naar klanten stuurde en die in een bericht op security.nl wordt weergegeven. Een scan van deze brief ontving ik zelf ook van één van mijn relaties. Opvallend is dat de bank in de brief schrijft dat is “opgevallen dat u regelmatig contant geld opneemt” van de rekening, zonder te zeggen of dit te veel zou zijn en waarom dat het geval zou zijn. Tenslotte is dat opgenomen geld eerlijk verdiend en mag het als betaalmiddel worden gebruikt.
Vreemd is dat de bank in dezelfde brief beweert dat iemand die contant geld opneemt de bank of zichzelf risico’s zou bezorgen op witwassen, terrorismefinanciering of andere criminele activiteiten. Weet de bank dan niet dat in Nederland veel digitaal betaald wordt maar dat dit bij de landsgrenzen ophoudt? Verstandige mensen zorgen er voor altijd wat contant geld bij zich te hebben, voor kleine betalingen of voor de momenten dat het betaalsysteem in Nederland of in het buitenland het niet zou doen.

Het is een onbegrijpelijke actie van een bank die pijn in zijn buik heeft van het onderzoek dat het Openbaar Ministerie is gestart.

Officieel hoort contant betalen te blijven, lees mijn artikel over het rapport van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB). Over contante betaling zijn afspraken gemaakt in het Convenant Contant Geld (bericht DNB). Banken willen het contante  betalingsverkeer graag afschaffen vanwege de kosten en om die reden wordt er ook een kosten-batenanalyse gemaakt door accountantskantoor PwC (bericht Betaalvereniging).

 

Lees de berichten op dit blog over contante betaling.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie

Open banking bij Betaalvereniging Nederland

De financiële sector loopt zich warm voor ‘open finance’, waarvan ‘open banking’ een onderdeel is. Een algemene inleiding van de Betaalvereniging over open banking is hier te vinden.

Kern van open finance is dat rekeninghouders hun financiële gegevens ter analyse aan nieuwe IT-bedrijven verschaffen die daarmee ‘nieuwe’ diensten kunnen verlenen. De Nederlandse en Europese wetgever hebben hier grote verwachtingen van.

Wederpartijen worden vergeten
Opvallend is dat wordt gesteld dat alleen gereguleerde derde partijen toegang tot de betaalrekening krijgen, als de rekeninghouder toestemming geeft. Daarbij wordt vergeten dat in de transactiegegevens van zo’n betaalrekening ook gegevens van wederpartijen zijn opgenomen, die een dergelijke toestemming niet hebben gegeven.

‘Gereguleerde partijen’
Verder is de vraag of het systeem met gereguleerde partijen wel goed werkt, als het voor rekeninghouders lastig is om na te gaan wie gereguleerd is. In de financiële sector is een ‘Europees paspoort’ systeem dat soms niet goed werkt. De vraag is of dat systeem bij open finance wel goed gaat werken. Verder is de vraag of mensen hun financiële hebben en houden wel aan vage fintech bedrijven willen verschaffen.

Open banking is geïntroduceerd door de Europese wetgever. Één van de onderdelen van het eerder door Europa ingevoerde ‘PSD2’, waren de zgn. rekeninginformatiediensten (ook wel als ‘Account Information Service Provider’, ‘AISP’ aangeduid). Die zijn in Nederland geen succes geworden.

Mijn zorg is dat persoonsgegevens nu al over de aardbol vliegen door toedoen van advertentiebedrijven (Meta/Facebook, Google en vele andere illegale datagraaiers) en als gevolg van de vele datalekken. De Europese burgers wordt daar onvoldoende tegen beschermd, onder meer door ondercapaciteit van de AVG-toezichthouders. Dit wordt alleen maar erger als er ook betaalrekening gegevens aan worden toegevoegd [*].

De ontwikkelingen gaan verder
Het neemt niet weg dat de overheden en financiële instellingen vrolijk verder gaan met hun plannen op het gebied van delen van financiële data. De Betaalvereniging organiseerde in november een seminar over open banking, lees dit artikel. Men heeft grote verwachtingen van het verschaffen van leningen op basis van de transactie-informatie. Verder gaat het artikel over nieuwe betaalmethoden, zoals de variabel terugkerende betaling (dynamic/variable recurring payment), die ook in iDEAL 2.0 mogelijk wordt.

 

[*] Overigens zijn er nu al gegevensbeschermingsrisico’s vanwege de persoonsgegevens die verplicht bij iedere transactie moeten worden mee gestuurd en door de verplichting van betaaldienstverleners om transactie-informatie aan de Europese overheden te verschaffen, zie de berichten inzake het Verwijzingsportaal Bankgegevens.

Geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , , , , | 4 reacties

Voorstel verbod op de trustsector

Leden van de Tweede Kamer Van der Lee en Nijboer dienden een initiatiefnota in over de aanpak van Nederland als belastingparadijs, want dat schijnt Nederland nog steeds te zijn. Een van de voorstellen is een verbod op de trustsector.

Dat is bijzonder, omdat dit betekent dat het optreden als statutair bestuurder wordt verboden, wat natuurlijk niet kan.

De auteurs schrijven:

3.1 Verbod op de trustsector

Wat geldt als trustdienstverlening, is wettelijk omschreven in de Wet toezicht trustkantoren 2018. Eenvoudig gezegd bestaat trustdienstverlening uit diensten als het leveren van bestuurders voor vennootschappen, beschikbaar stellen van een postadres, en het administratief bijstaan bij het creëren van vennootschappen en grensoverschrijdende constructies.

Het kabinet heeft reeds verschillende maatregelen genomen om de integriteitsrisico’s aan te pakken. Ook heeft ze onderzoeksbureau SEO laten onderzoeken of een verbod op de trustsector wenselijk is om deze integriteitsrisico’s aan te pakken. De conclusie is dat dit waarschijnlijk niet doeltreffend en doelmatig is.19

De initiatiefnemers onderschrijven deze conclusie van het SEO-onderzoek. Tegelijkertijd zijn de initiatiefnemers van mening dat de vraag of de trustsector verboden moet worden niet alleen gesteld moet worden met het oog op integriteitsrisico’s, maar ook met het oog op de manier waarop trustdienstverlening bijdraagt aan het verdienvermogen van Nederland en de aantrekkelijkheid van Nederland als doorstroomland. Aan deze vraag gaat het kabinet in haar reactie op het onderzoek op dit moment voorbij.

Het SEO-onderzoek onderscheidt zes redenen20 waarom partijen van trustdienstverlening gebruik maken:

  1. Het faciliteren van belastingontwijking (zogenaamde ‘fiscale redenen’).
  2. Het beschermen van vermogen, voor klanten die willen profiteren van de Nederlandse rechtspraak en advocatuur, en het uitgebreide Nederlandse netwerk van investeringsbeschermingsovereenkomsten (voor het aanspannen van rechtszaken).
  3. Het bieden van neutraal terrein voor investeringsfondsen of private equity investeerders met meerdere bv’s die in Nederland een administratie (zonder veel substance) willen voeren. Bijvoorbeeld omdat ze hierna willen uitbreiden naar de EU. SEO noemt BlackRock als voorbeeld.
  4. Het bieden van een springplank voor sommige bedrijven voor toegang tot de Europese markt.
  5. Een beperkte groep die hun identiteit wil afschermen (zij gaan waarschijnlijk niet naar Nederland vanwege de geldende UBO-verplichtingen).
  6. Witwasdoeleinden.

De initiatiefnemers concluderen dat zelfs als trustdienstverlening niet primair fiscaal gedreven is, trustdienstverlening op geen enkele wijze substantieel bijdraagt aan het Nederlandse verdienvermogen. Zelfs al gaat het immers om een eerste aanzet tot wat uiteindelijk echte investeringen moeten worden, dan is de Nederlandse trustsector vaak enkel een springplank voor investeringen elders in de EU.

Dit is in lijn met de bevindingen van het SEO-onderzoek, waaruit blijkt dat de financieel- economische toegevoegde waarde van de Nederlandse trustsector beperkt is. De maatschappelijke meerwaarde van de trustsector is vooral gelegen in de poortwachtersfunctie, en juist die is (hetgeen ook aanleiding tot het SEO-onderzoek was) jaar na jaar al niet goed op orde.

Dit sluit ook aan op de bevindingen van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies (2017), onder voorzitterschap en ondervoorzitterschap van de initiatiefnemers, die concludeerde dat actoren betrokken in het faciliteren van belastingontwijking, waaronder trustkantoren, enkel een papieren werkelijkheid creëren en nauwelijks economische waarde toevoegen.

Tegelijkertijd concluderen de initiatiefnemers dat er wel schadelijke kanten zitten aan het feit dat Nederland trustdienstverlening heeft. Trustdienstverlening levert een belangrijke facilitaire bijdrage aan brievenbusfirma’s die zich in Nederland willen vestigen. Mede dankzij de Commissie Doorstroomvennootschappen weten we dat bijna 65% van de brievenbusfirma’s in Nederland gebruik maakt van trustdienstverlening21. De trustdienstverlening is dus verantwoordelijk voor het gros van de spookinvesteringen die door Nederland stromen.

Onder aan de streep is er daarom maatschappelijk en moreel gezien geen reden waarom wij als Nederland trustkantoren zouden moeten willen hebben. Bedrijven hebben wat de initiatiefnemers betreft geen recht om in Nederland te profiteren van de goede voorzieningen zonder een substantiële positieve bijdrage te leveren aan de Nederlandse economie en zouden daar dan ook niet in gefaciliteerd moeten worden.

Door de trustsector te verbieden wordt deze illegaal. Dat kan leiden tot uitdagingen in de handhaving, zoals verscherpt toezicht op de trustsector nu ook al gezorgd heeft voor uitdagingen rondom de aanpak van illegale trustdienstverlening. De initiatiefnemers benadrukken dat dit echter betekent dat handhavingsuitdagingen rond illegaliteit ook al bestaan mét een legale trustsector in Nederland. De initiatiefnemers vinden vanuit dit oogpunt dat het verbieden van de trustsector niet disproportioneel is, omdat tegelijkertijd het bestaan van de trustsector een grote bijdrage levert aan Nederland als wereldwijde koploper in doorstroom.

De initiatiefnemers realiseren zich dat er juridische risico’s kleven aan een verbod op de trustsector. Het kan een inbreuk vormen op het recht op eigendom (art. 1 Eerste Protocol EVRM) en tot mogelijke schadevergoedingen vanuit de Staat leiden als gevolg van Europese regels. Desalniettemin spreken de initiatiefnemers de wens uit dat de trustsector verboden wordt. Daarom verzoeken de initiatiefnemers het kabinet hiertoe de mogelijkheden uit te werken.

Beslispunt: de initiatiefnemers spreken de wens uit dat de trustsector verboden wordt, en verzoeken de Kamer in te stemmen de regering te verzoeken de juridische mogelijkheden hiertoe uit te werken en de Kamer te informeren.

 

19 Zie SEO (2022). De toekomst van de trustsector. 20 Zie pp. 14-16.
20 Zie pp. 14-16.
21 Zie Op weg naar een acceptabele doorstroom, p. 31.

 

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren | Tags: | Plaats een reactie

Gemeente als inbreker | ondermijnende ondermijningsbestrijding

Begin december kwam in het nieuws dat gemeenten inbreken in garageboxen om illegaal gebruik van die boxen op te sporen, alles onder het mom van bestrijding van ‘ondermijning’ (= misdaad).
In Trouw verscheen het artikel van Stefan Keukenkamp, ‘Garagebox (onschuldige) burger opengebroken in strijd tegen wapens, nepkleding en barretjes‘. Het is de vraag of er wel een goede juridische grondslag voor die inbraken is, Keukenkamp schrijft daar over:

Tijdens de controles gaan de gemeenteambtenaren naar binnen onder het mom van een controle van het bestemmingsplan. De plekken zijn willekeurig gekozen, concrete verdenkingen ontbreken vaak. In hun kielzog gaan medewerkers van de politie, douane en Belastingdienst mee. “De controle is onaangekondigd. Via de verhuurder krijgen we contactgegevens van huurders die een uur hebben om zelf de deur open te maken.” Daarna breken gemeenteambtenaren de boxen open met hulp van een slotenmaker, waarna ze een nieuw slot plaatsen.

Verder op wordt gezegd dat de strafrechter vond dat de vondsten in strafzaken gebruikt mochten worden. Maar dat betekent nog niet dat de gemeente zelf vrijuit gaat. Mij lijkt dat de gemeente hier zelf strafbaar is wegens inbraak, respectievelijk anderszins handelt in strijd met de wet.

Het Trouw artikel ontlokte privacy specialist Terstegge het navolgende:

 

 

Gemeenten zijn niet geschikt voor criminaliteitsbestrijding
De gang van zaken geeft aan dat criminaliteitsbestrijding niet bij gemeenten thuis hoort. Zij beschikken over onvoldoende kennis van zaken en rekken op illegale wijze hun bevoegdheden op.

Dat gemeenten niet goed kunnen omgaan met grondrechten en criminaliteitsbestrijding bleek al eerder bij gemeentelijke misdragingen op aanwijzing van het NCTV.

In oktober dit jaar kwam in het nieuws dat gemeenten interieurfoto’s van burgers willen, zogenaamd om de WOZ-waarde beter te bepalen (terwijl het interieur geen invloed heeft op de waarde in het economisch verkeer), al eerder werd bekend dat Woerden dit ook deed. Ook in Twente en Brabant maakten gemeenten zich aan deze praktijken schuldig, wat leidde tot kritiek uit de Tweede Kamer (security.nl, 1, 2, 3).

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Strafrecht | Tags: , | 2 reacties

Raad van State beschermt accountants tegen binair denken van de Nederlandse wetgever | Wta, Wab

Begin december werd een interessant advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over een wetsvoorstel inzake accountants bekend gemaakt. In dat advies worden kritische noten geplaatst bij de kwaliteitsillusies van het kabinet en de Commissie toekomst accountancysector. Natuurlijk, zo schrijft ook de Afdeling, is het belang dat de kwaliteit van het accountswerk wordt verbeterd. Echter, het is twijfelachtig of de wetgevende voorstellen daar aan bij dragen.

De Afdeling twijfelt aan de effectiviteit van de ‘kwaliteitsindicatoren’ en acht het openbaar maken van persoonsgegevens van accountants ongewenst. Het is een lezenswaardig advies, ook vanwege het commentaar op de kwaliteitssystemen. De voorgestelde aanwijzingsplicht acht de Afdeling eveneens onverstandig, als het onderliggende structurele probleem (te weinig accountantsorganisaties) niet wordt opgelost.

Naming & shaming
Over het openbaar maken van persoonsgegevens schrijft de Afdeling:

b. Bescherming persoonsgegevens
In de te openbaren scores op de indicatoren, zal ook de naam van de externe accountant worden vermeld. (zie noot 21) Uit het wetsvoorstel en de toelichting valt niet op te maken of ook andere persoonsgegevens zullen worden geopenbaard en welke andere informatie tot bepaalde personen is te herleiden.

Dit heeft tot kritische opmerkingen geleid van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). (zie noot 22) De AP vraagt wat de noodzaak is om de naam van de accountant te verwerken en te openbaren en welk doel hiermee is gediend. Zij merkt op dat het openbaren van informatie op naam van de accountant een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer oplevert en een grote impact kan hebben op diens reputatie en loopbaan. Met de AP merkt de Afdeling op dat onvoldoende is gemotiveerd waarom het noodzakelijk is informatie op naam van de accountant te openbaren voor het doel om beter inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de sector. (zie noot 23) De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is vele malen groter dan bijvoorbeeld de wettelijke verplichting dat de accountantsverklaring wordt ondertekend met de naam van de externe accountant onder andere om roulatie inzichtelijk te maken. (zie noot 24) Bij kleine accountantsorganisaties en zelfstandig werkende accountants is het niet uitgesloten dat vrijwel alle indicatoren tot de persoon van de accountant herleidbaar zijn.

Verder merkt de Afdeling op dat de effectiviteit van de indicatoren vooralsnog niet duidelijk is (zie punt a). Daarmee rijst de vraag of de inbreuk op het recht op bescherming van de privacy te rechtvaardigen valt. Indien alsnog wordt gekozen om geen persoonsgegevens te verwerken, rijst bovendien de vraag of een wettelijke regeling nodig is, of dat volstaan kan worden met zelfregulering door de sector. De NBA kan hierin als publiekrechtelijke beroepsorganisatie met verordenende bevoegdheid het voortouw nemen. Mocht niettemin worden gekozen om met de indicatoren op naam verder te gaan, dan behoeft de gegevensbescherming nadrukkelijker aandacht en moeten in de wet zelf waarborgen worden opgenomen, waarin de noodzaak, evenredigheid en subsidiariteit van de maatregelen afgewogen worden.

Overigens vraag ik me af of er wel rekening mee wordt gehouden dat het accountantswerk teamwerk is, zodat het de vraag is of het wel juist is om scores aan individuele accountants te koppelen.

Het is een slechte gewoonte van de financiële wetgever om in situaties die zich daar niet voor lenen persoonsgegevens openbaar te maken.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , | 1 reactie