Fake AI – unmasking the artificial intelligence hype

Something to read during the weekend:
the Fake AI book edited by Frederike Kaltheuner. The publication on the website of the book is introduced as:

From predicting criminality to sexual orientation, fake and deeply flawed Artificial Intelligence (AI) is rampant. Amidst this feverishly hyped atmosphere, this book interrogates the rise and fall of AI hype, pseudoscience and snake oil. Bringing together different perspectives and voices from across disciplines and countries, it draws connections between injustices inflicted by inappropriate AI. Each chapter unpacks lazy and harmful assumptions made by developers when designing AI tools and systems, and examines the existential underpinnings of the technology itself to ask: why are there so many useless, and even dangerously flawed, AI systems?

Contributors (alphabetically): Razvan Amironesei, Aparna Ashok, Abeba Birhane, Crofton Black, Favour Borokini, Corinne Cath, Emily Denton, Serena Dokuaa Oduro, Alex Hanna, Adam Harvey, Fieke Jansen, Frederike Kaltheuner, Gemma Milne, Arvind Narayanan, Hilary Nicole, Ridwan Oloyede, Tulsi Parida, Aidan Peppin, Deborah Raji, Alexander Reben, Andrew Smart, Andrew Strait, James Vincent.

More on the website of the book, including a downloadlink.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Objectieve indicator kunstvoorwerpen wijzigt | Wwft, witwasbestrijding

Ook in de kunsthandel krijgt men met witwasbestrijding te maken. De regels voor de branche wijzigen vanwege een in december bekend gemaakt wijzigingsbesluit [*] dat wijziging brengt in de bijlagen bij het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.

De voor verkopers en kopers van kunstvoorwerpen geldende objectieve indicator verandert als gevolg van het wijzigingsbesluit, deze wordt:

Een transactie waarbij tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling één of meer kunstvoorwerpen gekocht of verkocht worden, waarbij het contant te betalen bedrag € 20.000,– of meer bedraagt

Uit de toelichting:

Met de inwerkingtreding van de Implementatiewet wijziging vierde anti-witwasrichtlijn is, ter implementatie van artikel 2, derde lid, onderdeel i en j, van de gewijzigde vierde anti-witwasrichtlijn41, de reikwijdte van de Wwft uitgebreid voor wat betreft de handel in kunstvoorwerpen. Deze handelaren vielen reeds voor de inwerkingtreding van de Implementatiewet wijziging vierde anti-witwasrichtlijn onder de reikwijdte van de Wwft indien er een bedrag van € 10.000 of meer in contanten mee gemoeid was, maar met de inwerkingtreding van genoemde wet vallen dergelijke handelaren ook onder de reikwijdte van de Wwft wanneer er sprake is van girale betaling van € 10.000 of meer. Omdat tabel 2 van bijlage 1 van het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 kopers en verkopers van kunstvoorwerpen thans verplicht om elke transactie van € 20.000 of meer te melden bij de Financiële Inlichtingen Eenheid (FIU-Nederland), vallen hier zowel contante als girale betalingen onder. Deze objectieve indicator voor kopers en verkopers van kunstvoorwerpen wordt zodanig aangepast dat deze handelaren enkel transacties moeten melden bij de FIU-Nederland indien daarbij tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling één of meer kunstvoorwerpen gekocht of verkocht worden, waarbij het contant te betalen bedrag € 20.000 of meer bedraagt. Uiteraard blijft de subjectieve indicator gewoon gelden bij zowel contante betaling als girale betaling.

—

41 Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU (PbEU 2018, L 156).

Bij het afsluiten van deze tekst was de wijziging nog niet in werking getreden.

 

 

[*] Wijzigingsbesluit financiële markten 2021: ontwerp.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Rechter haalt standpunt Kamer van Koophandel over databankenrecht onder uit – bestrijding datahandel moet anders | AVG

Op 22 december jl. deed Rechtbank Midden-Nederland uitspraak in de zaak van een aantal datahandelaren, verenigd in de Vereniging voor zakelijke B2B informatie, tegen de Kamer van Koophandel. De veronderstelling van de Kamer van Koophandel dat zij zich kunnen baseren op het databankenrecht is door de rechter onder uit gehaald.

Het geeft aan dat er dringend regelgeving nodig is om de persoonsgegevens in het handelsregister beter te beschermen en misbruik en datahandel tegen te gaan.

Samenvatting op rechtspraak.nl:

Kan de KVK zich jegens gebruikers van het handelsregister beroepen op een haar toekomend databankenrecht? Nee.

Voor het ontstaan van een databankenrecht moet sprake zijn van voldoende substantiële investering in kwalitatieve of kwantitatieve zin, in de verkrijging, controle of presentatie van de inhoud van de databank. De eerste vraag is of daarvan in dit geval sprake is. De aanleg en het beheer van het handelsregister zijn de hoofdactiviteit van de KVK. Het handelsregister is als databank daarom geen bijproduct (spin-off). Gelet op de inspanningen en kosten die zien op het verzamelen en controleren van de gegevens en het ordenen, actualiseren en ontsluiten daarvan, neemt de rechtbank aan dat de KVK in kwantitatief opzicht voldoende substantieel investeert in het handelsregister.

De volgende vraag is of de KVK is aan te merken als producent in de zin van de Databankenwet. De ratio van databankrechtelijke bescherming is om degene die substantieel investeert in de inhoud van een databank en het risico van die investering draagt met een databankenrecht de zekerheid te geven dat hij daarvoor wordt vergoed, om zo te stimuleren dat die investering wordt gedaan. Die situatie doet zich hier niet voor. De KVK (1) draagt immers niet het financiële risico van de investeringen in het handelsregister, omdat wettelijk is geregeld dat de (goedgekeurde begrote) kosten van de KVK die niet uit haar inkomsten kunnen worden voldaan, worden gedekt door de Rijksoverheid en (2) behoeft geen stimulans om de investeringen te doen, omdat zij die stimulans al heeft vanwege de aan haar opgedragen wettelijke taak (ofwel: een economische rechtvaardigingsgrond ontbreekt bij de KVK). De KVK is daarom niet aan te merken als producent in de zin van de Databankenwet, zodat haar geen databankrechtelijke bescherming toekomt op het handelsregister.

 

Meer informatie:

Rechtspraak:

Eiseres:

  • De Vereniging voor zakelijke B2B informatie vertegenwoordigt de datahandelaren Dun & Bradstreet, Graydon, Company Info (zelfde groep als het FD), CreditSafe en CreditDevice. Op hun site stond een bericht over de uitspraak.

Er verschenen berichten in onder meer de volgende media:

 

Lees de artikelen op dit blog over bescherming van persoonsgegevens in het handelsregister.

Geplaatst in Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Kamer van Koophandel, Ubo-register | Tags: , , | Plaats een reactie

Wijziging Wet markt en overheid aangekondigd

Het kabinet heeft aangekondigd dat de Wet markt en overheid, een hoofdstuk van de Mededingingswet dat overheidsconcurrentie in de private sector moet tegengaan, gaat veranderen.

Meer informatie: artikel rijksoverheid.

Geplaatst in Handelsrecht | Tags: | Plaats een reactie

CCBE news regarding anti-money laundering | AML, CFT

In its latest newsletter the Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) warns that some of the elements of the European Anti-Money Laundering package violate fundamental rights:

Adoption of a position paper on the Anti Money Laundering (AML) package In its position paper on the AML package, presented by the Commission in July 2021, the CCBE stresses that whereas it supports the efforts of the Commission with regards to AML/CTF, some proposed measures have to be vigorously opposed. In particular, the CCBE is worried that the new provisions on the oversight by national authorities and by a supranational European body will erode the independence of lawyers and Bars from governments and other state actors. This independence is the key protection for the rule of law and the rights of citizens. Moreover, while professional criminal money launderers will always target AML-regulated sectors, the AML risk awareness in the legal sector is very high. Professional secrecy/legal professional privilege is a fundamental principle without which there would be no proper protection for clients and must be protected. Finally, several recommendations are addressed to the stakeholders. For example, European institutions must ensure that neither Member States nor the AMLA as the European supervisory body can directly or indirectly interfere with the independence of lawyers which is an integral component of the rule of law and the performance of legal services.

 

Other CCBE-articles concern a meeting at FATF, beneficial ownership regulations (R. 25 FATF) and public-private partnerships:

FATF meeting on Strategic Review
On 9 November, the CCBE was invited by the Financial Action Task Force (FATF) to participate in a Virtual High-Level Roundtable on the FATF Strategic Review: Consultation with Private Sector Stakeholders. The FATF is now conducting its fifth strategic review probably until February/March 2022. By March 2022, it should agree on core elements and documents for the upcoming 5th Mutual Evaluation round.

FATF meeting on Recommendation 25
On 15 November, the CCBE representatives participated in an FATF Private Sector consultation meeting. The aim of this project was for the FATF to improve Recommendation 25 (Transparency and beneficial ownership of legal arrangements) and its Interpretive Note to better meet its stated objective to prevent the misuse of legal arrangements for money laundering/terrorism financing.

Response to the public consultation on public-private partnerships
On 2 November, the CCBE submitted its response to the public consultation on “Preventing money laundering and terrorist financing – EU rules on public-private partnerships (PPPs)”. In this paper, the CCBE stresses that the PPPs should take place within a framework that guarantees the respect of fundamental rights.

Network of Experts on Beneficial Ownership Transparency (NEBOT)
As Chair of the AML Committee, Rupert Manhart participated in the first meeting of NEBOT on 9 and 10 October. By way of reminder, the CCBE was invited to participate in this project led by Transparency International – Civil Society Advancing Beneficial Ownership Transparency (CSABOT). One of the project’s key components is the creation of a network of academics, civil society organisations, journalists, experts, and other interested parties to follow the EU’s dedicated AML/CFT policy, mainly in respect to beneficial ownership transparency, as well as to support the development and improvement of tools to further the fight against money laundering and financial crimes.

Geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Europese witwasregels komen er aan | commissiedebat 2 december 2021

Degenen die zich interesseren voor de Europese besluitvorming rondom die nieuwe Europese antiwitwasregels, doen er goed aan het verslag van het commissiedebat (Financiën, Tweede Kamer) van 2 december jl. te lezen.

Staatssecretaris Vijlbrief: (…)
Ik had een aantal overige vragen. Ik hoop dat ik daarmee het geheel gehad heb. O nee, er komt nog meer. Laat ik beginnen met de vraag die ging over anti-money laundering, het witwassen. Wat is het verschil van inzicht over directe bevoegdheden? De heer Heinen vroeg: waar staan we nou eigenlijk op dat punt? Zitten we nou op het spoor van een soort supranationale toezichthouder die het gaat overnemen van de nationale lidstaten, of zitten we op het spoor van samenwerken? Bij dat witwassen gaat het natuurlijk per definitie om een grensoverschrijdend gebeuren, dus het is logisch dat je hier internationaal samenwerkt. Dan gaat het denk ik alleen maar om de volgende vraag, zoals ook aangegeven is in de voortgangsrapportage van het voorzitterschap. Er is een verschil van mening tussen de lidstaten over welke instellingen dan onder direct toezicht van de supranationale autoriteit worden geplaatst en welke instellingen gewoon onder nationaal toezicht blijven. Ik kan mij zomaar voorstellen dat de Nederlandse positie die wij daar innemen volgens het normale subsidiariteitsprincipe is. Wij proberen dingen zelf te doen, maar soms is het efficiënter en kan het niet anders dan het op supranationaal niveau te doen. Ik verwijs hier naar de bankenunie, waar we voor de grotere banken het toezicht naar Frankfurt hebben gehaald.

De heer Heinen (VVD):
Helder. Dat roept ook gelijk vragen op over de juridische vormgeving. Werken we hier aan een intergouvernementeel verdrag? Wat wordt nou precies de positie van die FIU? Ik kan me voorstellen dat er überhaupt nog niks over is besloten, of dat neem ik zelfs aan, want we hebben het er hier nog niet over gehad. Maar ik kan me voorstellen dat de gedachten daarover nog worden opgemaakt. Ik ben wel benieuwd. Ook de bankenunie had veel meer voeten in de aarde dan alleen een discussie over risicodeling.

Staatssecretaris Vijlbrief:
De heer Heinen heeft gelijk. Ik denk dat het verstandig is dat we even kijken wanneer we hier een voortgangsrapportage over geven. Zal ik dit in het verslag meenemen? Het klopt: er is daar natuurlijk geen beslissing genomen. Ik zal in het verslag even meenemen wat ik aan posities tegenkom in de Ecofin. Dat lijkt mij een goed punt. Dank u wel.

Later tijdens het debat:

De heer Heinen (VVD): (…)
Goed om in het verslag terug te komen op de Financial Intelligence Unit. Er zitten natuurlijk veel keuzes onder. Ga je supranationaal of ben je veel meer gericht op samenwerking, zoals de staatssecretaris zelf ook zei? Het roept ook weer vragen op. Ga je het intergouvernementeel doen of communautair, en hoe verhoudt zich dat tot het instemmingsrecht? Hebben landen veto’s? Ik vind dat we deze discussie echt even een keer uitvoeriger moeten voeren. Ik vind de richting op zich logisch. Die geldtransacties zijn allemaal grensoverschrijdend. Dus als je het wilt aanpakken, zul je echt veel meer moeten samenwerken. Maar er zitten ook wel echt een paar fundamentele discussies onder. Ik zou daar graag meer informatie over hebben. Dan kunnen we daar in een volgend debat verder op ingaan.

 


Aanvulling 31 december 2021
Lees ook de vragen te vinden in het Verslag van een commissiedebat, gehouden op Eurogroep/Ecofinraad dat 21 december 2021 bekend is gemaakt. De vertegenwoordiger van de VVD vraagt:

Voorzitter. Dan het wetgevend pakket ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering. In de stukken lees ik dat er een verschil van inzicht is tussen de lidstaten, bijvoorbeeld over direct toezicht door een Europese toezichthouder. Kan de staatssecretaris hier nader op ingaan? Ik krijg niet echt een goed beeld van hoe deze discussie nu loopt. Over welke directe bevoegdheden hebben wij het dan bijvoorbeeld? Ik lees ook dat het Europees Parlement zelfs nog veel verder wil gaan met de oprichting van een Europese Financial Intelligence Unit. Klopt dit? Wat stelt het Parlement precies voor en hoe kansrijk acht de staatssecretaris dit? Want ze kunnen wel van alles willen, maar misschien zijn daar helemaal geen meerderheden voor. Als die er wel zijn, dan zou ik daar graag over geïnformeerd worden, want dan vind ik dat wij daar hier een debat over moeten voeren. Voor het kabinetsstandpunt wordt in de stukken verwezen naar een eerdere standpuntbepaling in het zogenaamde BNC-fiche, maar daar staat vooral steun voor een wat meer coördinerend en ondersteunend mechanisme, dat vooral is gericht op samenwerking en informatiedeling. Dat lijkt me overigens zeer goed, maar daar haalde ik niet heel veel informatie uit over waar we nou precies aan werken. Dus graag meer duidelijkheid op dit punt. Wat speelt hier nou precies en wanneer ligt er besluitvorming voor?

De reactie van staatssecretaris Vijlbrief met een interruptie van Heinen:

Laat ik beginnen met de vraag die ging over anti-money laundering, het witwassen. Wat is het verschil van inzicht over directe bevoegdheden? De heer Heinen vroeg: waar staan we nou eigenlijk op dat punt? Zitten we nou op het spoor van een soort supranationale toezichthouder die het gaat overnemen van de nationale lidstaten, of zitten we op het spoor van samenwerken? Bij dat witwassen gaat het natuurlijk per definitie om een grensoverschrijdend gebeuren, dus het is logisch dat je hier internationaal samenwerkt. Dan gaat het denk ik alleen maar om de volgende vraag, zoals ook aangegeven is in de voortgangsrapportage van het voorzitterschap. Er is een verschil van mening tussen de lidstaten over welke instellingen dan onder direct toezicht van de supranationale autoriteit worden geplaatst en welke instellingen gewoon onder nationaal toezicht blijven. Ik kan mij zomaar voorstellen dat de Nederlandse positie die wij daar innemen volgens het normale subsidiariteitsprincipe is. Wij proberen dingen zelf te doen, maar soms is het efficiënter en kan het niet anders dan het op supranationaal niveau te doen. Ik verwijs hier naar de bankenunie, waar we voor de grotere banken het toezicht naar Frankfurt hebben gehaald.

De heer Heinen (VVD):
Helder. Dat roept ook gelijk vragen op over de juridische vormgeving. Werken we hier aan een intergouvernementeel verdrag? Wat wordt nou precies de positie van die FIU? Ik kan me voorstellen dat er überhaupt nog niks over is besloten, of dat neem ik zelfs aan, want we hebben het er hier nog niet over gehad. Maar ik kan me voorstellen dat de gedachten daarover nog worden opgemaakt. Ik ben wel benieuwd. Ook de bankenunie had veel meer voeten in de aarde dan alleen een discussie over risicodeling.

Staatssecretaris Vijlbrief:
De heer Heinen heeft gelijk. Ik denk dat het verstandig is dat we even kijken wanneer we hier een voortgangsrapportage over geven. Zal ik dit in het verslag meenemen? Het klopt: er is daar natuurlijk geen beslissing genomen. Ik zal in het verslag even meenemen wat ik aan posities tegenkom in de Ecofin.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , | 1 reactie

Voor de dichte deur van de Autoriteit Persoonsgegevens | rapport Nationale Ombudsman

De Nationale Ombudsman publiceerde gisteren de uitkomsten van het onderzoek naar het functioneren van de Autoriteit Persoonsgegevens. Lees het bericht Veel burgers voor een dichte deur bij Autoriteit Persoonsgegevens en het rapport ‘Voor een dichte deur’.

De Ombudsman vat de bevindingen in het artikel als volgt samen:

Conclusie onderzoek Nationale ombudsman
Veel burgers voor een dichte deur bij Autoriteit Persoonsgegevens
21 december 2021

De Nationale ombudsman vindt dat de Autoriteit Persoonsgegevens niet goed omgaat met burgers die ontevreden zijn over de behandeling van hun privacyklachten. Burgers die daarover klagen bij de Autoriteit, komen hier vaak niet verder mee. De afhandeling van klachten lijkt bij de Autoriteit vooral gericht op het afhouden ervan. Dat schrijft de ombudsman in zijn rapport ‘Voor een dichte deur’. De ombudsman licht in het rapport twee zaken toe, die exemplarisch zijn voor de problemen.

“De Autoriteit Persoonsgegevens staat onder druk. Dat zien we ook in de klachten die wij krijgen van burgers”, zegt Reinier van Zutphen. “Maar die capaciteitsproblemen mogen geen excuus zijn voor de manier waarop de Autoriteit nu omgaat met ontevreden burgers. Niet het belang van burgers, maar dat van de organisatie lijkt voorop te staan.”

Beleving van de burger
Bij de Autoriteit lagen eind 2020 9.800 privacyklachten van burgers ‘op de plank’. En burgers wachten nog altijd lang op de afhandeling van hun privacyklachten. Als de Autoriteit de privacyklacht vervolgens behandelt en er een beslissing over neemt, is het voor burgers niet duidelijk wat ze kunnen doen als ze het er niet mee eens zijn. Zij weten niet hoe ze moeten opkomen tegen een beslissing. En burgers die ervoor kiezen hun ongenoegen daarover te uiten, lijken daar vaak niet verder mee te komen.

Volgens de ombudsman denkt de Autoriteit met name vanuit regels en onmogelijkheden en te weinig vanuit oplossingen of het perspectief van de burger. Hierdoor stokt de klachtprocedure. Er lijkt veel tijd en energie verloren te gaan aan schriftelijke communicatie en verwijzingen naar – vaak ingewikkelde – regels en procedures. “Terwijl juist een praktische aanpak voor burgers een oplossing kan zijn en ook de Autoriteit zelf meer lucht kan geven. Want iemand die ontevreden is blijft doorgaans terugkomen, zolang het probleem niet is opgelost.”

Klachtafhandeling
De ombudsman ziet dat burgers bij de Autoriteit niet genoeg (op weg) worden geholpen en dat de relatie met burgers in een aantal situaties verslechtert of zelfs escaleert. Verder constateert hij dat er ook in klachten die de Autoriteit wél oppakt, dingen niet goed gaan. “De overheid moet op een behoorlijke manier omgaan met burgers. Door problemen met burgers waar mogelijk te voorkomen of anders professioneel op te lossen. De manier waarop de Autoriteit nu werkt, voldoet niet aan wat we van hen mogen verwachten.”

Aanbevelingen
De ombudsman geeft de Autoriteit in zijn rapport diverse aanbevelingen mee. Zoals het zorgen voor meer deskundigheid, tijd en ruimte voor klachtbehandeling. Verder vindt hij dat de Autoriteit elke uiting van ongenoegen moet oppakken als klacht, zodat burgers niet meer voor een dichte deur staan. Ook doet hij de aanbeveling om burgers meer duidelijkheid te geven over de status van een beslissing, waar zij terecht kunnen met vragen hierover én hoe zij ertegen kunnen opkomen. Verder moet de Autoriteit volgens de ombudsman vaker persoonlijk contact opnemen met burgers die een klacht hebben, en meer duidelijke en begrijpelijke taal gebruiken.

Het geeft aan hoe belangrijk het is dat de Autoriteit Persoonsgegevens meer budget krijgt en dat ook organisatorische aanpassingen gewenst zijn.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Brief over de toekomst van het handelsregister | Datavisie

Enige tijd geleden is een internetconsultatie gehouden over de toekomst van het handelsregister. Op deze consultatie zijn 46 reacties gekomen. Naar aanleiding van de reacties is in augustus jl. een rapport uitgebracht, dat hier is te vinden.

Onlangs heeft de minister van EZK een brief aan de Tweede Kamer gezonden, waarin hij de uitkomsten samenvat en aangeeft wat er verder gaat gebeuren. Punten uit de brief zijn onder meer:

  • Ingeschrevenen ergeren zich aan de overlast die een gevolg is van de inschrijving, enerzijds ongewenste commerciële benadering, anderzijds agressie tegen personen (doxing, intimidatie en bedreiging). Het is helder dat ingrijpende maatregelen nodig zijn.
  • Er dient rekening te worden gehouden met de huidige regelgeving, die onder meer in het belang van de rechtszekerheid is geschreven en soms door Europa is voorgeschreven (zoals het ubo-register). Het handelsregister vervult ook een functie in de criminaliteitsbestrijding.
  • Met name het woonadres levert veel problemen op. Van de 1.435.604 eenmanszaken zijn er 1.250.935 gevestigd op het woonadres. Een aanzienlijk aantal kapitaalvennootschappen (waarschijnlijk zal het vnl. om bv’s gaan) is op een woonadres gevestigd (iets meer dan een derde). Ook bij andere rechtsvormen komt vestiging op het woonadres vaak voor.
  • In de brief worden diverse opties en maatregelen besproken. Onder meer wordt de optie van een virtueel vestigingsadres aan de orde gesteld en de afscherming van bepaalde beroepsgroepen, zoals journalisten.
  • Nuttig is dat de minister vermeldt dat de ‘betaalmuur’ niet relevant is voor de databescherming (zoals ten onrechte in het kader van de parlementaire geschiedenis van het ubo-register door de Minister van Financiën werd beweerd):

Anderzijds wordt het inbouwen van een ‘betaalmuur’, zoals eveneens van toepassing voor de meer uitgebreide informatieproducten uit het HR, wel benoemd als instrument om privacy te beschermen. Ook dat is geen juiste conclusie. De gegevens van een geregistreerde persoon worden niet beschermd, of minder openbaar, doordat een afnemer er een vergoeding voor moet betalen. Het moeten doen van een betaling maakt wél dat de identiteit van de afnemer van gegevens indien nodig in ieder geval door bevoegde autoriteiten kan wordt teruggevonden en brengt zo een zekere, zij het beperkte, mate van wederkerigheid in de transparantie. Het vereisen van een betaling zou zodoende een ontmoedigend effect zou kunnen hebben op onrechtmatig gebruik van gegevens, maar dat lijkt niet een heel sterk effect.

  • Op degenen die ‘open data’ promoten en daar de bescherming van persoonsgegevens voor willen laten wijken wordt uitgebreid ingegaan, waarbij terecht wordt opgemerkt dat privacy en veiligheid niet kunnen worden afgewogen tegen geld:

Een tweede aandachtspunt is het maximaliseren van baten, eveneens los van de vraag waar deze baten neerslaan. Proponenten van ‘open data’ betogen dat hun benadering heel positief uitwerkt op bedrijvigheid en economische groei en voeren daarvoor veelal groeicijfers uit andere landen aan. Daarbij is niet altijd duidelijk of naast het ‘open’ maken van bepaalde gegevensverzamelingen nog andere factoren de gemeten groei hebben beïnvloed, en of men mag verwachten dat dit effect ook hier zou worden gereproduceerd als het HR wordt omgevormd tot ‘open data’. Ook moet de vraag worden gesteld of de maatschappelijke kosten van verminderde privacy en gevoelde of reële onveiligheid in die cijfers is meegenomen, nog los van de vraag of privacy en veiligheid mogen worden afgewogen tegen geld. Uit de uitgevoerde verkenning blijkt in ieder geval dat veel reacties zien op ervaren overlast door bepaalde vormen van gebruik van HR-data, waarbij ongewenste benadering voor direct marketing, her-publicatie van openbare HR-data door derden (o.a. bedrijvengidsen en kaart-applicaties) en diverse vormen van bedreiging specifiek en veelvuldig worden benoemd. Dit vormt minimaal een maatschappelijke kostenpost en mogelijk een fenomeen dat nagenoeg tot iedere prijs moet worden bestreden.

  • Het onderwerp datahandel door de Kamer van Koophandel komt aan de orde en de discussie met de huidige afnemers van handelsregisterinformatie, onder meer in:

Ook wordt daarmee een beweging gemaakt in een richting die steeds sterker ook  vanuit de EU wordt afgedwongen. Een belangrijk voordeel van een bekostiging uit  publieke middelen zou zijn dat daarmee zelfs de schijn van ‘datahandel’ [20] die KVK  op dit moment zo frequent tegengeworpen wordt, van tafel gaat. Ten opzichte van  marktpartijen die bedrijfsmatig HR-informatie verwerken, wordt de schijn van  belangenverstrengeling en (valse) concurrentie weggenomen. KVK beperkt zich  ten opzichte van hen tot de rol van het basisregister, de bron van informatie over  ondernemingen en rechtspersonen, en kan daarbij ook in het belang van privacy  en veiligheid strikte gebruiksregels stellen en handhaven. De commerciële afnemers met doelen en bedrijfsprocessen die toelaatbaar zijn onder de AVG  hebben er geen hinder meer van dat ze voor ieder gebruik opnieuw terug moeten  naar het HR als bron, wanneer de informatie daar gratis verkrijgbaar is. 

[20] De term is ook in de verkenning weer veel gebruikt. KVK wordt regelmatig verweten data ongebreideld te  verstrekken uit oogmerk van winstmaximalisatie. Dit is niet juist. KVK verstrekt gegevens waar de aanvrager een  wettelijk recht op heeft en heeft in die gevallen ook geen weigeringsgrond. KVK hanteert daarvoor de door de  minister van EZK vastgestelde tarieven, die slechts gedeeltelijk kostendekkend zijn om geen barrières op te  werpen voor de toegankelijkheid van HR-informatie.

Komend voorjaar zullen een nadere consultatie en een expertsessie worden georganiseerd om te komen tot een beleidsvoorstel met een juist evenwicht tussen transparantie en databescherming.

Het is verheugend dat de problematiek van het handelsregister in de volle breedte wordt bekeken en het is te hopen dat er verstandige voorstellen inzake de toekomst van het handelsregister worden gedaan.

 


Aanvulling 24 december 2021
De veronderstelling van de Kamer van Koophandel dat zij zich kunnen baseren op het databankenrecht is door de rechter onder uit gehaald. Het geeft aan dat er dringend regelgeving nodig is om de persoonsgegevens in het handelsregister beter te beschermen en misbruik en datahandel tegen te gaan.
Zie FD, Dataleveranciers winnen geding tegen KvK (betaalmuur).

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Prof. Unger begrijpt trustkantoren niet | Wwft, Wtt 2018

In het kader van het rapport door de Commissie Doorstroomvennootschappen (ik schreef er al over) zijn position papers van leden van de commissie openbaar gemaakt. Onder meer werd de paper van prof. dr. Brigitte Unger, een van de hofleveranciers van de overheid als het om witwasbestrijding gaat, gepubliceerd.

Vestigingsland
In haar paper bespreekt zij onder meer de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland voor rechtspersonen [1], zij schrijft onder meer:

Het is niet de dalende Vpb (die in bijna alle landen daalt), maar de vele mogelijkheden door dubbel belastingscontracten (double tax treatise), special tax rulings, niet vol openbare Ultimate Beneficial Owner registers om belasting te ontwijken en wit te wassen. Slimme grote bedrijven hebben weinig reden om belasting te ontduiken. Ze kunnen makkelijker legaal belasting ontwijken.

Haar laatste twee volzinnen klinken logisch.

Ubo-register
Hoe ze er bij komt dat openbare ubo-registers (“niet vol openbare Ultimate Beneficial Owner registers“) zouden bijdragen aan bestrijding van belastingontwijking en witwassen, is mij overigens een raadsel. Ze legt het ook niet uit. Vermoedelijk is dat gebaseerd op de veronderstelling dat niet-transparante door de overheid of private onbekende partijen gefinancierde not-for-profit organisaties beter dan overheden in staat zijn om misdaad op te sporen [2]. Zulke organisaties worden niet gehinderd door verplichtingen op het gebied van zorgvuldige omgang met persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens en de kwaliteit van hun werk wordt niet getoetst, laat staan dat de betrokken personen op integriteit worden gescreend. Datzelfde probleem geldt voor de ‘Leaks’, zoals Panama Papers, waarvan mevrouw Unger zegt dat het een belangrijke bron van informatie zou zijn, terwijl de integriteit en juistheid er van niet kan worden getoetst (bijvoorbeeld: wat is er weg gelaten omdat dit politiek niet uit kwam?).

Trustkantoren
Het lijkt er op dat mevrouw Unger het onderscheid tussen trustkantoren en doelvennootschappen niet kent, in haar paper spreekt ze op diverse plaatsen over trustkantoren, waar ze op doelvennootschappen doelt, zoals in de passages “Nederlandse trustkantoren in ontwikkelingslanden in de mijnbouw” en “Het gaat niet om de afschaffing van trustkantoren, maar om het identificeren van rotte appels – ook wanneer ze legale middelen (belastingontwijking) gebruiken“. Zie voorts paragraaf 13 waar ze een Oekraïner noemt die “in Nederland een trustkantoor heeft“, ook hier is doelvennootschap bedoeld, net als in paragraaf 21 “MNEs financieren zich niet via de bank – maar via trustkantoren“.

In paragraaf 9 over de doorstroomvennootschap maakt Unger het helemaal bont door te veronderstellen dat ‘trustkantoor’ hetzelfde is als een doorstroomvennootschap [3]:

maar wat is dan anders dan bij een trustkantoor? Of anders gevraagd: welke doorstroomvennootschappen zijn g e e n trustkantoren?
En wat zijn de functies van trustkantoren? Doen trustkantoren nog iets anders dan geld te laten doorstromen?

Het is schokkend om te constateren dat deze hoogleraar het juridische concept van de Wtt 2018 niet begrijpt [4]. De economische kwaliteiten van mevrouw Unger kan ik niet beoordelen, maar juridisch is ze niet goed op de hoogte.

 

Noten

[1] Zie bijvoorbeeld de tekst onder het kopje ‘3. Nederland moet ook zijn internationale reputatie beschermen’.
[2] Voor zover mij bekend is daar geen bewijs van. Zie ook haar paragraaf 4 waarin zij zich beroept op Transparency International en Tax Justice Network, organisaties die veronderstellen dat burgeropsporing door private organisaties als zijzelf zou bijdragen aan de misdaadbestrijding. In paragraaf 18 meent ze dat via een transparant ubo-register de georganiseerde misdaad kan worden getraceerd; hoe ze er bij komt dat dit mogelijk is, legt ze niet uit. Ik kan me niet voorstellen dat misdadigers als ubo geregistreerd gaan worden.
[3] Ze gaat er aan voorbij dat een doelvennootschap niet hetzelfde is als een ‘offshore vennootschap’ of een Bijzondere Financiële Instelling (BFI) en ze vergist zich in paragraaf 9 als ze denkt dat BFI alleen spraakgebruik is.
[4] Eveneens onjuist is de veronderstelling in paragraaf 9 onder c. dat de doelvennootschappen die door SEO in 2008 zijn onderzocht uitsluitend buitenlandse aandeelhouders zouden hebben. Onder d. in paragraaf 9 wordt het helemaal bizar. Paragraaf 10 spreekt op rommelige wijze over substance (niet altijd relevant voor doelvennootschappen), belastingontwijking als enige doel (er zijn ook andere redenen voor doelvennootschappen in Nederland) en opnieuw over doelvennootschappen die alleen buitenlandse aandeelhouders zouden hebben.

 

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Trustkantoren, Ubo-register | Tags: , , , , | 2 reacties

Mislukking van de wetenschap wordt getoond door ontbreken tegenspraak inzake het coronabeleid

In een mooie uitzending van De Nieuwe Wereld legt Ewald Engelen haarfijn uit dat de wetenschap is mislukt als tegenwicht tegen de farmaceutische industrie en de internetgiganten.

Andere thema’s:

  • Hoe zorgen we er voor dat de paniek-marketing stopt en er weer serieus wordt nagedacht over wat er werkelijk aan de hand is?
  • En hoe zorgen we er voor dat de ongezonde (vaak door digitalisering veroorzaakte) trends in het werk van mensen verdwijnen, zodat het aantal burn-outs vermindert?

 

 

NB Op LinkedIn een goed verhaal van Martin Krijgsman over het ongeloofwaardige overheidsbeleid zoals zaterdag verkondigd:

Ik heb een bizarre presentatie gezien waarin drie warrige heren vertelden dat het hele land weer een maand in lockdown gaat, omdat ze niet weten wat er gaat gebeuren, niet weten hoe ‘omikron’ zich ontwikkelt, bang zijn dat…, tijd willen kopen… etc. etc. Met als klapstuk de onbegrijpelijke redenering dat, omdat de huidige vaccins niet werken tegen omikron, eenieder wordt gevraagd nog een extra prik van de huidige vaccins te halen tegen… omikron!

 


Aanvulling 23 augustus 2022
Nog steeds wordt iedereen die het overheidsbeleid op coronagebied tegenspreekt keihard aangevallen door mensen die er hun missie van hebben gemaakt tegenspraak te ‘debunken’ en artsen en bezorgde wetenschappers belachelijk te maken. Zo wordt een volwassen discussie over zin en onzin van de coronamaatregelen onmogelijk gemaakt.
Dit gebeurt niet alleen door journalisten die zich tot taak hebben gesteld het overheidsbeleid te verdedigen (zoals Maarten Keulemans, lees Herman Steigstra over hun oversterfte discussie), maar ook door figuren zoals deze Daniël. Het geeft aan dat internet een open riool is (niet alleen de asociale media maar ook websites). En dat iemand toevallig gestudeerd heeft betekent niet dat hij/zij zich op het internet volwassen gedraagt.

PS Een nieuw blog hier over schrijven heeft geen zin.

Aanvulling 20 november 2022
Ook uit de VS komen de geluiden over het onderdrukken van wetenschappelijke tegenspraak, zie bijvoorbeeld Vinay Prasad in Why are Standards So Lax on Covid Drug Approvals? (mei 2022), die vraagt:

Why are the experts who say you can’t extrapolate aducanumab to all’s Alzheimer’s patients not saying you can’t extrapolate Paxlovid to all vaccinated people?
Why are those who say accelerated approval is abused not saying that EUA authority is abused when you move to children, who face thousandfold less times the risk?
Why are the same people who say we need large randomized trials for clinical outcomes for blood pressure pills dead silent on the question of boosting adolescents?

Hij komt met drie redenen waarom de overheden doen wat zij doen en kiest voor de derde optie:

Number three: They are scared to voice their opinion on COVID-19 issues because they are afraid of the mob. Quite possibly, this is it. And this is likely paired with the fact that it is to there career benefit to not comment on issues outside their perceived scope. And thus they can go to conferences for another 40 years saying the same thing they’ve always said without any progress or advancement. Or, as a friend of mine likes to say, no new ideas.

Op 1 november schreef hij: “We need accountability, not amnesty; We need to learn from our mistakes, so we don’t make them again“.

Geplaatst in Grondrechten | Tags: , , , | Plaats een reactie