Nieuw ‘beoordelingskader’ bevoegdheid burgemeesters om panden te sluiten (Wet Damocles)

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) heeft een nieuw ‘beoordelingskader’ bekend gemaakt inzake de bevoegdheid van burgemeesters om panden te sluiten op grond van artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles). De aankondiging van CCV is hier te vinden, het is een vaag verhaal over geschiktheid en noodzakelijkheid van de sluiting.

Het beoordelingskader is hier (pdf) te vinden. Ook dat blinkt uit door vaagheid en houdt geen rekening met de werkelijkheid:

In het beoordelingskader wordt terecht geconstateerd dat er verband moet zijn tussen criminaliteit en het pand (zie pagina 5, ‘Verband tussen overtreding en pand‘). De verwijzing naar rechtspraak is wel nuttig.

Wat mij betreft horen de volgende elementen in een beslissingsschema over de Wet Damocles thuis:

  1. Is de crimineel de eigenaar of de gebruiker (huurder en dergelijke) van het pand?
  2. Is het criminele gebruik van het pand ‘hoofdgebruik‘ van het pand (bijvoorbeeld wietplantage) of betreft het een beperkt gebruik (bijvoorbeeld: de zoon des huizes heeft een handelsvoorraad drugs liggen, waar zijn familieleden buiten staan).
  3. Wordt de criminele activiteit beëindigd naar aanleiding van de ontdekking (bijvoorbeeld: de verhuurder zegt de huur op en verhuurt aan een ander)?
  4. Was degene die getroffen wordt door de sluiting op de hoogte van de criminaliteit in kon hij/zij maatregelen nemen? (Ik vind het bizar dat iemand die niet op de hoogte is was geconfronteerd kan worden met een sluiting en alleen via de evenredigheidstoetsing [zie pagina 8] niet gestraft wordt. Kleurloze opzet is een malafide concept van een onmenselijke overheid.)

Dit zijn elementen die relevant zijn voor de beoordeling van evenredigheid, geschiktheid en noodzakelijkheid van de sluiting.

Voorbeeld naar aanleiding van punt 3: er is geen reden om een woning te sluiten, als de criminele huurder is vertrekken en de woningcorporatie een nieuwe nette huurder heeft aangetrokken.

 

Op dit blog volg ik de ontwikkelingen rond de Wet Damocles, een wet die tekenend is voor een overheid die het zichzelf makkelijk wil maken en geen rekening houdt met feiten en omstandigheden.

Geplaatst in Bestuursrecht, Strafrecht | Tags: , , , | Plaats een reactie

Data protection of tax payers in the US: “Cloud Services Were Implemented Without Key Security Controls, Placing Taxpayer Data at Risk” | data protection, FATCA

Relevant for the victims of inappropriate US legislation (FATCA and Citizenship-Based Taxation): on 27 September 2022 the Treasury Inspector General For Tax Administration reported:

Cloud Services Were Implemented Without Key Security Controls, Placing Taxpayer Data at Risk’

The full report is to be found here.
It shows that the U.S. is a developing country in terms of fundamental rights, such as data protection.

noyb, the data protection NGO led by Max Schrems wrote on the new New Transatlantic Data Agreement:

“It seems that there is still an attitude in the US that non-Americans don’t deserve basic rights”

read noyb’s twitter post in German:

 

 

The Dutch Accidental Americans Group (Nederlandse Accidental Americans groep) on 30 September 2022 has informed the Dutch Data Protection Authority (Autoriteit Persoonsgegevens) regarding the report.

 

 

 


Background CBT/FATCA: US law causing problems for its citizens
The US has a different system of taxation from all other countries in the world, ‘Citizenship-Based Taxation’ (CBT), read my introduction in Dutch on FATCA and several articles in English, e.g.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Belastingrecht, English - posts in English on this blog, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt | Tags: , , , , , , , , | Plaats een reactie

Sleepwet en de verzameldrang van de wantrouwende overheid

Het lijkt een natuurlijke neiging van overheidsbestrijders van misdaad en andere ondeugden te zijn dat zij de hele bevolking willen monitoren en van alle burgers gegevens verzamelen. Dat zien we bij Europol [*] en ook bij de inlichtingendiensten. Het onderwerp is vandaag weer helemaal actueel nu het kabinet de sleepwet [**] wil aanpassen.

Lees de uitvoerige uitleg van Bert Hubert op zijn blog: De Tijdelijke Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2022, 16 september 2022.

VPRO Argos schreef er over: Komt er een sleepwet 2.0? 24 september 2022.

 

Bijeenkomst De Rode Hoed over de verzameldrang van de wantrouwende overheid
Vanavond organiseert de Rode Hoed een avond over de verzameldrang van de wantrouwende overheid:

 

 

[*] De Europese privacy toezichthouders zijn een procedure gestart tegen de uitbreiding van de bevoegdheden.
[**] Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , | Plaats een reactie

Digitale sleutels en digitale vaardigheden | DigiD uitspraak 7 september 2022

Het Digid is een digitale sleutel (‘inlogmiddel’), waarmee mensen toegang verkrijgen tot sites van de overheid, zoals de Belastingdienst en MijnOverheid.

In een recente uitspraak oordeelde de Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat misbruik door derden van het Digid voor risico van de houder van het Digid komt, lees de uitspraak, waarover Accountancy Vanmorgen een artikel schreef. In die zaak stelde belanghebbende, een vrouw, dat haar ex-echtgenoot “de herziene aangifte IB/PVV 2018 van 21 april 2019 zonder haar toestemming en medeweten heeft ingediend“:

3.4. Belanghebbende stelt dat zij recht heeft op een hypotheekrenteaftrek van € 5.688, daar is nog geen rekening mee gehouden. Belanghebbende betoogt dat haar ex-echtgenoot de herziene aangifte IB/PVV 2018 van 21 april 2019 zonder haar toestemming en medeweten heeft ingediend en dat zij niet heeft ingestemd met de verdeling van de hypotheekrenteaftrek zoals deze is aangegeven in deze herziene aangifte en is gevolgd door de inspecteur. De inspecteur heeft de stellingen gemotiveerd betwist.

De rechtbank verwerpt het standpunt (blauwe markering door mij):

3.6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur terecht geweigerd om de aanslag ambtshalve te verminderen. De rechtbank hecht daarbij belang aan het feit dat de herziene aangifte inkomensbelasting is ingediend, overeenkomstig de daarvoor gestelde voorwaarden, met digitale handtekeningen van beide fiscale partners en dat aan de ex-echtgenoot op die basis een aanslag is opgelegd. De stelling van belanghebbende dat haar ondertekening middels DigiD niet geldig zou zijn, treft geen doel. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van belanghebbende om ervoor te zorgen dat er geen onbevoegd gebruik kan worden gemaakt van haar DigiD. De gevolgen van de gebruikmaking van de DigiD van belanghebbende behoren dan ook in beginsel voor haar rekening en risico te komen. Voorts is de gestelde uitzonderlijke situatie waardoor hiervan zou moeten worden afgeweken en de gevolgen voor de Belastingdienst zouden moeten komen, niet aannemelijk gemaakt.

Misschien dat het rechterlijk standpunt in deze zaak juist is.

Helaas moet ik constateren dat allerlei digitale omgevingen worden ontwikkeld op een zodanige wijze dat alleen digitale gevorderden in staat zijn om te onderkennen wat er gebeurt en om te onderkennen of er iets mis gaat. Daar helpt opleiding niet tegen. Dat betekent dat mensen steeds vaker hulp moeten inroepen bij de omgang van de aan hen aangeboden digitale omgevingen, met als gevolg dat de veiligheidsrisico’s toenemen.

Mijn zorg is dat problemen met Digid en andere digitale sleutels (‘inlogmiddelen’) steeds vaker zullen voorkomen nu de meerderheid van de bevolking onvoldoende digitaal vaardig is. De vraag is hoe die groep wordt beschermd.

 

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | 1 reactie

Berlee bepleit integrale datavisie op openbare registers | AVG, gegevensbescherming

Op 22 september jl. hield Anna Berlee haar oratie, daar schreef ik al over. Haar lezenswaardige oratie is hier (pdf) te vinden.

Daarin bepleit ze dat zorgvuldiger wordt omgegaan met openbaarmaking van persoonsgegevens via registers als het kadaster, handelsregister en ubo-register. Het is wat haar betreft tijd voor een integrale datavisie op openbare registers.

Zij sluit af met het navolgende:

Wat brengt ons dit nu allemaal? Ik begon met de vraag of de openbare registers nog wel van deze tijd zijn, waarmee ik bedoel een tijd waarin meer aandacht is voor de wijze waarop gegevensverzameling en verwerking plaatsvindt en plaats zou moeten vinden. Is een overheidsregister dat persoonsgegevens ter beschikking stelt aan het algemeen publiek wel mogelijk op een wijze die recht doet aan de bescherming van persoonsge- gevens? Het antwoord daarop is dus ja, mits de openbaarmaking met voldoende waar- borgen is omkleed. Om dat te beoordelen kijken we naar de normen in de AVG en het Handvest en de interpretaties daarvan door het Hof van Justitie.

Het kader zoals neergezet door het Hof van Justitie, is een mooi startpunt, maar in mijn ogen zou bij de vraag naar de openbaarheid en inrichting van een register ook gekeken moeten worden naar de stapeling die ontstaat van openbare persoonsgegevens in (onder andere) openbare registers. Er is te weinig zicht op het grotere geheel. Kortom, wat gaat dit (nieuwe) openbare register toevoegen aan de al bestaande informatie die over een natuurlijk persoon openbaar beschikbaar is? Wat kan dit beetje extra nog toevoegen aan een bestaand profiel van iemand dat kan worden gegenereerd op basis van het koppelen van gegevens uit verschillende openbare registers? Natuurlijk is het wel zo dat wat men doet met de persoonsgegevens eenmaal (rechtmatig) verkregen uit het openbare register niet voor het conto komt van de overheidsinstantie die het register openbaar maakte.

Omdat het probleem de individuele registers en uitvoeringsinstanties overstijgt, vergt dat ook een sectoroverstijgende aanpak. Het lijkt me daarom tijd voor een integrale datavisie op openbare registers.

Zij doet vervolgens drie suggesties, nl. om met een ‘blanco canvas’ te beginnen, te denken aan gedifferentieerde openbaarheid en het het bijhouden van de inzage in de registers.

 

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce, Overheidsregister van aandeelhouders, Ubo-register | Tags: , , , , | Plaats een reactie

How to read CJEU judgments | article by Krommendijk and Zuiderveen Borgesius

Jasper Krommendijk and Frederik Zuiderveen Borgesius for EU Law Analysis wrote the useful article ‘How to read CJEU judgments: deciphering the Kirchberg oracle‘. The article is introduced with:

How to read judgments of the Court of Justice of the European Union (CJEU)? We often get that question from our students, especially those without a legal background. In this blog post, we give some tips to read and interpret such judgments. The blog post is mainly aimed at students who encounter CJEU judgments for the first time. But perhaps the blogs post could also be useful for other readers, such as lawyers from outside the EU, and non-lawyers.

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Procesrecht, rechtspraak | Tags: , , | Plaats een reactie

NCSR: ‘Zet persoonsgegevens slachtoffers niet onnodig in het strafdossier’ | rechtspraak

Op de site van de Rechtspraak werd bekend gemaakt dat uit een onderzoek (pdf) van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) blijkt dat persoonsgegevens van slachtoffers niet onnodig in een strafdossier moeten worden opgenomen.

Het bericht op de site van de rechtspraak:

Onderzoek: ‘Zet persoonsgegevens slachtoffers niet onnodig in het strafdossier’
Den Haag, 06 september 2022

Als persoonsgegevens van slachtoffers niet juridisch relevant zijn, is het ook niet noodzakelijk ze in een strafdossier te vermelden. Rechters hebben deze gegevens namelijk niet nodig om een beslissing te nemen. Dat is een van de conclusies uit het vandaag gepubliceerde onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). In opdracht van de Raad voor de rechtspraak deed het NSCR onderzoek naar het gebruik van persoonsgegevens van slachtoffers in strafdossiers.

Voor het onderzoek zijn verschillende strafdossiers geanalyseerd op het gebruik van persoonsgegevens. Er werd gekeken wélke persoonsgegevens van slachtoffers voorkomen in een dossier, waar precies in het dossier en of deze persoonsgegevens altijd strafvorderlijk relevant zijn. Hieruit blijkt dat naast de strafvorderlijke, juridisch-inhoudelijk relevante, persoonsgegevens ook persoonsgegevens van slachtoffers worden genoteerd die geen praktische relevantie dienen.

Deze gegevens worden gebruikt om een slachtoffer gedurende het strafproces te kunnen bereiken, informeren of oproepen. Rechters waren er unaniem over dat ze in principe niet direct nodig zijn voor de rechter om een beslissing te nemen. Zij denken echter wel verschillend over het vervolgens onvermeld laten van deze gegevens in het dossier.

Weglaten
Een deel van de geïnterviewde rechters in dit onderzoek vindt dat deze niet-juridisch inhoudelijk relevante gegevens structureel uit het dossier weggelaten zouden moeten worden. Praktisch relevante persoonsgegevens die voor administratieve doeleinden worden gebruikt, zouden elders opgeslagen kunnen worden.
Een ander deel van de rechters is het hier niet mee eens omdat er al mogelijkheden ter bescherming van slachtoffers zijn. Zij verwachten dat een wijziging van beleid in de praktijk niet veel toevoegt, maar wel voor extra werk zorgt.
Het is echter niet bekend of slachtoffers altijd op de hoogte zijn van de mogelijkheden tot bescherming. Mogelijk worden hierdoor maatregelen om hun persoonsgegevens onvermeld te laten niet altijd ingezet, terwijl deze wel gewenst zijn.

Aanbevelingen
In het onderzoek worden een aantal aanbevelingen gedaan. Zo zou het beter zijn juridisch inhoudelijk relevante persoonsgegevens van slachtoffers waar mogelijk op een hoger abstractieniveau weer te geven. Ook wordt aanbevolen het Burgerservicenummer (BSN) van het slachtoffer structureel onvermeld te laten, omdat dit nooit strafvorderlijk relevant blijkt maar wel genoteerd wordt in het dossier.
Tot slot wordt aangeraden het gestandaardiseerde invulveld voor persoonsgegevens in processen-verbaal te verwijderen en om standaard aan slachtoffers te vragen of zij akkoord zijn met het noemen van hun volledige naam tijdens de zitting.

Lees het hele onderzoek hier:
Research memorandum NSCR-onderzoek Strafvorderlijke relevantie persoonsgegevens slachtoffers

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce, Procesrecht, rechtspraak, Strafrecht | Tags: , | Plaats een reactie

Is ‘gerechtvaardigd belang’ dé mogelijkheid voor marketeers om onder de AVG uit te komen? | AVG

De vraag of ‘gerechtvaardigd belang’ de mogelijkheid voor marketeers is om onder de AVG uit te komen zal mogelijk worden beantwoord door het Europese Hof van Justitie naar aanleiding van een verzoek van de Amsterdamse rechtbank (uitspraak). De rechtbank stelt de volgende vragen:

6. De rechtbank vindt zich daarom genoodzaakt om de volgende prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen:
1. Hoe dient de rechtbank de term ‘gerechtvaardigd belang’ uit te leggen?
2. Dient die term te worden uitgelegd zoals verweerder dat uitlegt? Zijn dat uitsluitend tot de wet behorende, wet zijnd, in een wet vastgestelde belangen? Of;
3. Kan elk belang een gerechtvaardigd belang zijn, mits dat belang niet in strijd is met de wet? Meer specifiek gesteld: is een zuiver commercieel belang en het belang zoals hier aan orde, het verstrekken van persoonsgegevens tegen betaling zonder toestemming van de betreffende persoon, onder omstandigheden aan te merken als een gerechtvaardigd belang? Zo ja, welke omstandigheden bepalen of een zuiver commercieel belang een gerechtvaardigd belang is?

Aangezien het gebruik van ‘gerechtvaardigd belang’ voor marketing zeer veel hinder veroorzaakt (die partijen voeren uiteraard niet de complete drie-stappen toets uit), ben ik benieuwd wat hier uit gaat komen.

Autoriteit Persoonsgegevens:

 

Anna Berlee:

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , | Plaats een reactie

Vraag & antwoord Wwft: “Wij ontvingen van ING een brief waarin het identiteitsbewijs wordt gevraagd van de ondernemer en om dat toe te sturen naar een in onze ogen obscuur e-mailadres”

Van een relatie ontving ik een vraag over het cliëntenonderzoek door een grootbank, die begint met “Wij ontvingen van ING een brief waarin het identiteitsbewijs wordt gevraagd van de ondernemer en om dat toe te sturen naar een in onze ogen obscuur e-mailadres“.

Dat is een goede aanleiding voor een blogbericht.

Vraag

Geachte mevrouw Timmer,
Wij hebben met grote belangstelling uw site bezocht en vragen graag uw advies.

Wij ontvingen van ING een brief waarin het identiteitsbewijs wordt gevraagd van de ondernemer en om dat toe te sturen naar een in onze ogen obscuur e-mailadres.

Zie bijgaande brief.

Het probleem is dat wij de brief niet vertrouwen, omdat
1. wij niet kunnen verifiëren of die officieel van ING afkomstig is,
2. wij de handtekening niet kunnen controleren,
3. het emailadres obscuur oogt,
4. het saldo op de bank te hoog is om onzorgvuldig te zijn,
5. de overheid schrijft: “Banken en financiële dienstverleners zijn niet verplicht om een kopie of een scan van uw identiteitsbewijs te maken. Wel zijn ze verplicht de gegevens van uw identiteitsbewijs te controleren en vast te leggen. Dit staat in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT).”,
6. uzelf schrijft: “DNB schrijft in de leidraad Wwft in paragraaf 4.2.5 dat de verificatie in beginsel moet zijn afgerond voordat een zakelijke relatie ontstaat en de dienstverlening aanvangt

Bovendien wenst de bank een gecertificeerde kopie en schrijft ING dat de certificering bij hen op kantoor plaats zou moeten vinden. Maar dan is het toesturen per e-mail nergens meer voor nodig!
Wij vinden dat de brief rammelt. En wij vinden er noch op de website van de bank info over, noch op Internet.
Graag horen wat van u hoe u hier tegenaan kijkt en hoe wij veilig kunnen stellen dat wij geen onveilige dingen doen.

 

De brief van de bank
Bij dit bericht zit een kopie van een brief, die geanonimiseerd als volgt luidt:

 

In een bijlage wordt dit gevraagd:

 

Opvallend aan dit soort berichten: er staat geen mens als ondertekenaar vermeld, de bank roept op om vertrouwelijke (persoons)gegevens per onveilige e-mail te verstrekken en zegt niet eerlijk dat ze criminaliteit moeten opsporen.

Antwoord
Ik heb de vragensteller als volgt geantwoord:

Dank voor uw bericht.

Het is van algemene bekendheid dat e-mail ongeschikt is voor vertrouwelijke correspondentie.
Recent heb ik daar aandacht aan besteed in https://ellentimmer.com/2022/09/19/onveilige-mail-4/, naar aanleiding van het advies van de NOvA:

Wat voor advocaten geldt, geldt ook voor banken.

Helaas is mijn ervaring dat banken de communicatie met cliënten over het klantenonderzoek op onveilige manier uitvoeren, aangezien ze van klanten vragen om vertrouwelijke gegevens (zowel persoonsgegevens als andere vertrouwelijke gegevens) per e-mail te versturen.

Of de brief die u als pdf toestuurde echt is, kan ik niet beoordelen. Het genoemde e-mail adres zou goed van ING kunnen zijn, nu het eindigt op ing.com.

De tekst van de brief komt mij bekend voor, het is een versluierde wijze om te vertellen dat zij op grond van Nederlandse en Europese wetgeving moeten onderzoeken of de klant er criminele activiteiten op na houdt. Als daarvan blijkt moeten ze ongebruikelijke transacties melden bij FIU-Nederland (onderdeel van de politie) en moeten zij de relatie beëindigen. Hiermee zijn banken een soort van pseudo-overheid geworden, zonder dat burgers de bank verantwoordelijk kunnen stellen voor de wijze van optreden.

De bank hoort voor de communicatie (zeker op grond van de persoonsgegevensbeschermingswet AVG) een beveiligd alternatief te bieden. U doet er goed aan de bank te vragen om de vragen via een beveiligd kanaal (bijvoorbeeld de bank app) te stellen en u in de gelegenheid te stellen de antwoorden via een beveiligd kanaal te geven.

Samenvattend: in een tijd van toenemende cybercrime is het essentieel dat ondernemingen waarvan burgers afhankelijk zijn, zoals banken, professioneel en cybersecure handelen. Daar hoort bij:

1. Dat banken op een cybersecure en bewijsbare wijze hun klantenonderzoeksvragen stellen. Het beste is dat dit via een beveiligde omgeving gebeurt, bijvoorbeeld door inloggen op een internetomgeving met een computer of via een app.
2. Dat banken aan hun klanten een veilige wijze van verschaffing van vertrouwelijke gegevens bieden, bijvoorbeeld doordat er een veilige internetomgeving wordt geboden of kan worden geüpload via een veilige app. E-mail is voor vertrouwelijke correspondentie volledig ongeschikt.

Voor het overige dient de bank bij het cliëntenonderzoek reële vragen te stellen die niet verder gaan dan nodig om hun criminaliteitsopsporingstaken uit te voeren. Zo is het niet nodig de cliënt opnieuw te identificeren als dat eerder al op de juiste manier is gebeurd. Op grond van de wet is heridentificatie alleen nodig als er twijfel is aan de identiteit.

Praktisch:
• u doet er goed aan om de bank om toezending van de vragen via beveiligde weg te verzoeken,
• én hen te verzoeken om een veilig kanaal voor het verzenden van persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens.

 

Als lezers van dit blog eigen ervaringen hebben die voor anderen nuttig kunnen zijn, zijn hun reacties op dit artikel van harte welkom.

 

Aanvulling 29 september 2022
Overigens is het per e-mail opsturen van een kopie identiteitsbewijs geen geldige verificatie van de identiteit (want er kan andermans kopie-ID worden opgestuurd). ING wil dat kennelijk oplossen door middel van de certificering op kantoor. Lees over online verifiëren van de identiteit dit artikel.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Persconferentie bancair samenwerkingsverband TMNL | Wwft, Toeslagenaffaire

Hoewel ik de berichtgeving rond bancair samenwerkingsverband Transactiemonitoring Nederland (TMNL) probeer te volgen, had ik deze gemist: de persconferentie van TMNL voor journalisten.
Een Wwft-geïnteresseerde lezer van mijn blog die kennelijk goed op de hoogte is informeerde me over de persconferentie via een doorgestuurde e-mail aan de leden van de commissie van de Tweede Kamer die zich bezig houdt met de Toeslagenaffaire:

Vorige week donderdag stond een artikel in de Telegraaf met de titel “Banken op jacht naar crimineel geld”. Dit artikel is het gevolg van een lobbycampagne die is gestart door de Nederlandse banken in samenwerking met overheidsinstanties (DNB en de FIU). In het kader van deze campagne zijn journalisten van diverse nieuwsmedia uitgenodigd om een bijeenkomst bij te wonen waar zij geïnformeerd werden over de “successen” van Transactie Monitoring Nederland (TMNL). De Telegraaf lijkt tot op heden de enige krant die het TMNL-verhaal klakkeloos heeft overgenomen. Andere media lijken wat terughoudender om dit verhaal te publiceren. Wellicht roept het succesverhaal toch wat vragen bij hen op.

Het krantenartikel is interessant voor u omdat u als lid van de Tweede Kamer de doelgroep bent van deze lobbycampagne. De Nederlandse Poortwachterssector heeft uw stem als Kamerlid hard nodig. Er is een probleem dat alleen u kan oplossen. In 2020 zijn vijf banken begonnen met een gezamenlijk monitoringsysteem om witwassen en terrorisme op te sporen, TMNL. Zij zijn met deze werkzaamheden gestart terwijl dit wettelijk niet is toegestaan. Het is verboden op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, maar misschien nog belangrijker het ontbreekt aan een wettelijke grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens voor dit doel.

Ondanks dat bekend was dat deze monitoringactiviteiten illegaal zijn, is er gestart in de veronderstelling dat u als wetgever er later mee in zou stemmen. Een vreemde gang van zaken in een democratische rechtstaat, bovendien bleek deze keuze uiterst ongelukkig uit te pakken. De Raad van State heeft al op 13 januari 2021 een negatief advies uitgebracht. Hierin stelde de Raad dat een dergelijk monitoringsysteem een disproportionele verregaande inbreuk op de grondrechten van Nederlandse burgers is. Zelfs na het advies van de Raad van State zijn de illegale monitoringactiviteiten onverminderd anderhalf jaar voortgezet tot op de dag vandaag en heeft men het moment afgewacht om de Wet plan van aanpak witwassen door het parlement te loodsen. Dat moment is nu gekomen, vandaar de lobby.

Er is een rotsvaste overtuiging bij de beleidsverantwoordelijken dat door middel van massasurveillance systemen criminaliteit bestreden kan worden terwijl er tot op heden geen enkele indicatie is dat een dergelijk systeem ook maar enig positief effect heeft. Alle initiatieven die bij overheidsinstanties zijn gestart zijn op niets uitgelopen, met als tragisch dieptepunt de massasurveillance bij de belastingdienst die heeft geleidt tot de toeslagenaffaire. Ook initiatieven van de individuele banken hebben niets opgeleverd. Er kan geen enkel significant effect op de criminaliteitscijfers worden aangetoond in de meer dan 15 jaar dat de poortwachters actief zijn. Er is wel sprake van schadelijke gevolgen. Het is daarom een redelijke veronderstelling dat deze proactieve opsporingssystemen maatschappelijk gezien meer schade veroorzaken dan er positieve effecten zijn.

U bent gaat naar aanleiding van de Toeslagenaffaire het beleid van de overheid onderzoeken. Daar horen ook de activiteiten van de Poortwachtersfunctie bij. Graag hoor ik van u of u deze gaat onderzoeken?

 

Op dit blog besteed ik aandacht aan TMNL. Lees onder meer Raad van State kraakt samenwerking banken in criminaliteitsbestrijding | Wwft, TMNL.

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie