Banken zijn doodsbang voor de VS | FATCA en de nieuwe discriminatie

Tekenend voor de angst van banken voor de Amerikaanse overheid is dat zij alle klanten die ‘US person’ zijn (ook als het ‘accidental Americans’ [*] zijn) weigeren, uit vrees voor sancties door de Amerikaanse overheid.

Onderstaand een voorbeeld van een tekst uit een brief aan een accidental American (iemand die in de VS is geboren en pas in 2014 door FATCA ontdekte dat betrokkene US person is) waarin een bank uitlegt waarom zij zo bang zijn:

De Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA) is een Amerikaanse wet die financiële instellingen wereldwijd verplicht jaarlijks te rapporteren aan de Amerikaanse belastingdienst (IRS) over rekeningen die personen die belastingplichtig kunnen zijn in de VS. Dergelijke US-persons zijn volgens Amerikaanse wet verplicht belastingaangifte te doen ongeacht waar ter wereld zij ook wonen.

De Nederlandse overheid heeft om dit mogelijk te maken een verdrag met de VS gesloten, de NL IGA (Intergovernmental Agreement). Op basis hiervan is ASN Bank verplicht US- persons te rapporteren. Dit gaat op basis van een TIN (of ITIN – Individual Taxpayer Identification Number) of SSN (Social Security Number). In de NL IGA is afgesproken dat er tussen 1-1-2015 en 1-1-2020 een overgangsperiode geldt. Per 2020 moeten financiële instellingen dus op de juiste wijze rapporteren over hun mogelijke US-persons.

Over vier maanden is 2020. Op basis van de NL IGA kan de IRS dan gaan beoordelen of individuele financiële instellingen voldoen aan de FATCA. Als een instelling daar niet volledig aan zou voldoen loopt zij het risico door de IRS op een zwarte lijst geplaatst te worden. Die bank is immers niet betrouwbaar omdat de belastinggegevens van US-person klanten niet melden aan de IRS. Deze bank kan hierdoor toegang tot de Amerikaanse financiële markten ontzegd worden. En dus bijvoorbeeld niet meer in de VS beleggen of betalingsverkeer met de VS voeren.

Hoe dit in praktijk zal uitpakken is de vraag, maar een bank die op zo’n zwarte lijst staat komt in een moeilijke positie. Het is nog niet duidelijk op welke gronden de IRS exact zal oordelen, maar er zijn signalen dat sprake zal zijn van ‘zero-tolerance’. Het in de boeken houden van US-person klanten zonder TIN of SSN is daarmee een reëel bedrijfsrisico.

U bent geboren in de Verenigde Staten, en daardoor bent u Amerikaans staatsburger. In feite bent u hierdoor al uw hele leven belastingplichtig in de VS. Door de FATCA en het verdrag dat Nederland en de VS gesloten hebben is [bank] genoodzaakt uw tegoeden via de Nederlandse belastingdienst te rapporteren aan de IRS. Vanaf komend jaar moeten we dat doen op basis van een TIN of SSN. (…)

Uiterlijk eind dit jaar moeten wij beschikken over de volledige rapportagegegevens van onze rekeninghouders die US-person zijn. In uw brief citeert u de staatssecretaris, die stelt dat het kabinet de angst voor forse Amerikaanse sancties op grond van de FATCA worden opgelegd niet deelt. Vooralsnog ervaren wij dit anders. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris in september zijn gesprekken met de Amerikaanse overheid hierover zal hervatten. Wij hopen dat hier een concreet resultaat uit voort zal komen.

De staatssecretaris geeft in de Tweede Kamer ook aan dat banken vanuit de Europese regelgeving verplicht zijn een basisbetaalrekening aan te bieden, en dat het ontbreken van een US-TIN of SSN geen weigeringsgrond is. Dat laatste is echter niet evident. De overheid heeft door het implementeren van de Europese richtlijn en het verdrag met de VS mogelijk een praktische tegenstrijdigheid gecreëerd. Het is aan de rechterlijke macht om te oordelen welke maatregel prevaleert.

Ik wil u er in dat kader op wijzen dat u de rekeningen die u bij ons aanhoudt (…) geen basisbetaalrekeningen zijn (…) De Europese richtlijn waar u aan refereert is in dit kader dan ook niet van toepassing. Ik wil u gezien uw verwijt van onwettige sluiting van uw rekening graag wijzen op twee bepalingen in de Algemene Bankvoorwaarden:

U werkt eraan mee dat wij onze dienstverlening correct kunnen uitvoeren en aan onze verplichtingen kunnen voldoen. Hiermee bedoelen wij niet alleen onze verplichtingen tegenover u, maar bijvoorbeeld ook verplichtingen die wij in verband met onze dienstverlening aan u hebben tegenover toezichthouders of fiscale of andere (nationale, internationale of supranationale) autoriteiten. U geeft ons, als wij daarom vragen, de informatie en documentatie die wij daarvoor nodig hebben. (Artikel …, lid ….) (…)

Ik vind het oprecht heel vervelend om u vanwege de FATCA te moeten confronteren met de mogelijkheid dat wij de relatie kunnen opzeggen. Uit hoofde van de bedrijfsvoering kan ik het risico niet nemen dat ASN Bank als onderdeel van de Volksbank kwetsbaar is voor maatregelen van de IRS. Ik hoop dat u daar begrip voor heeft.

Uiteraard heb ik begrip voor de situatie waarin u zich nu bevindt, en de onzekerheid over de duur van de aanvraag van een SSN. Ik wil u dan ook vragen om contact te houden over de voortgang met de (…) klantenservice (…)

 

Het is bizar dat onder het mom van fraudebestrijding Europese burgers in de knel komen. Het is net zo vreemd als de weigering om aan Nederlandse staatsburgers buiten de EU financiële diensten te verlenen, waar ik eerder over schreef.

Ik denk dat dit nog maar het begin is. Financiële discriminatie zal gewoon worden.

[*] Een ‘accidental American’ is iemand die ‘US Person’ (belastingplichtige in de VS) is, zonder enige relatie met de VS. Bijvoorbeeld iemand die tijdens een verblijf van zijn of haar Nederlandse ouders in de VS geboren. Lees hier meer over in dit artikel.

 

Er staan meer berichten op dit blog over FATCA en over hoe banken en andere ondernemingen hun diensten weigeren aan burgers en ondernemingen, omdat zij de naleving van de misdaadbestrijdingsregels te kostbaar vinden.


Aanvulling 4 oktober 2019
Over de accidental Americans zijn nieuwe kamervragen gesteld.

Geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Overheid moet burgers nog beter betrekken bij ontwikkelen digitale formulieren | Nationale Ombudsman

De Nationale Ombudsman maakte op 25 augustus jl. bekend dat de overheid bij digitalisering van de processen beter naar de burgers moet luisteren. In een bericht schrijft de Ombudsman:

Overheid moet burgers nog beter betrekken bij ontwikkelen digitale formulieren

Overheden kunnen de gebruiksvriendelijkheid van hun digitale formulieren vergroten, door nog beter naar de wensen van burgers te luisteren. Ondanks dat gebruiksvriendelijkheid de aandacht van de overheid heeft, valt er nog winst te behalen. Dit schrijft Nationale ombudsman Reinier van Zutphen vandaag in zijn rapport ‘Houd het simpel’. Daarin noemt hij uitgangspunten die ervoor moeten zorgen dat burgers het werken met digitale formulieren als gebruiksvriendelijk ervaren en zo optimaal gebruik kunnen maken van deze vorm van digitale dienstverlening. Hij roept overheden op deze ter harte te nemen.
Reinier van Zutphen: “Overheden moeten digitalisering in het belang van de burger inzetten. Voor digitale formulieren staat gebruiksvriendelijkheid voorop. Houd dus bij de ontwikkeling ervan rekening met de wensen van burgers. Die zijn niet onredelijk. Ze willen bijvoorbeeld eenvoudige taal, overzichtelijke formulieren en makkelijk bijlagen kunnen uploaden. Dit lijkt zo voor de hand liggend maar gezien de klachten die we krijgen, blijkt het nodig hier toch op te hameren bij de overheid.”

Uitgangspunten
Met de uitgangspunten uit zijn onderzoek roept de ombudsman overheden op burgers in een vroeg stadium te betrekken bij de ontwikkeling van digitale formulieren, zodat de overheid hun perspectief voor ogen heeft. En staan formulieren al online? Vraag burgers dan naar hun ervaringen hiermee, neem deze feedback serieus en ga ermee aan de slag. Ook zijn er al goede initiatieven voor het ontwikkelen en verbeteren van digitale formulieren. Overheden kunnen zo van elkaar leren.

Wat vooraf ging
Burgers gebruiken digitale formulieren steeds vaker om zaken met de overheid te regelen. Bijvoorbeeld het doorgeven van een verhuizing, het aanvragen van een uitkering en het maken van een afspraak. De Nationale ombudsman ontvangt geregeld klachten over de werking van digitale formulieren. Daarom onderzocht hij hoe gebruiksvriendelijk burgers de digitale formulieren van de overheid vinden en in hoeverre de overheid met de wensen van burgers rekening houdt. De ombudsman vindt het belangrijk dat iedereen, die online zaken wil doen met de overheid, dit op een prettige en laagdrempelige manier kan doen. Dat houdt in dat overheden hun digitale formulieren en bijbehorende werkprocessen daarop inrichten.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Consultatie Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure | rechtspersonenrecht

Op 22 augustus jl. is de wetgevingsconsultatie inzake het ontwerp voor de Consultatie Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure van start gegaan.

Uit de aankondiging:

  • Het voorontwerp beoogt de geschillenregelingprocedure effectiever te maken en de voorwaarden die gelden voor de toegang tot de enquêteprocedure voor aandeelhouders en certificaathouders te verduidelijken.
  • De regeling behelst een aanpassing van de geschillenregeling op onderdelen. Zij voorziet erin de gronden waarop de vorderingen tot uitstoting en uittreding van een aandeelhouder uit de vennootschap kunnen worden toegewezen te verruimen. Daarnaast beoogt de regeling een bekorting van de doorlooptijd van geschillenregelingprocedures te bewerkstelligen met de introductie van een vereenvoudigde geschillenregelingprocedure, die kan worden gestart nadat de Ondernemingskamer een oordeel over wanbeleid heeft uitgesproken. Tevens voorziet de regeling erin dat ter verduidelijking van de huidige ontvankelijkheidseisen voor toegang tot de enquêteprocedure een aparte ontvankelijkheidseis wordt ingevoerd voor aandeelhouders en certificaathouders van beursvennootschappen.

De consultatie loopt tot 22 november a.s.

Meer informatie:

Dit bericht verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Rechtspersonenrecht | Plaats een reactie

Handel in persoonsgegevens door energieverkopers

Eerder kwamen energiebedrijven al in het nieuws wegens een enorm datalek. In oktober 2016 schreef ik er over. Deze bedrijven hebben hun zaken nog steeds niet op orde, zo blijkt uit berichten op 17 augustus jl.

En als je gegevens eenmaal gelekt zijn, kom je nooit meer uit de bestanden.

Maatregelen
Het is tijd voor maatregelen, waarbij gedacht kan worden aan:

  • Wettelijk verbod op colportage en telefonische verkoop, algemeen, of in ieder geval voor nutsvoorzieningen als energie.
  • Beschermingsmaatregelen inzake de gestolen gegevens: het wordt tijd dat bij dit soort datalekken het mogelijk wordt om gegevens te vervangen, het BSN, het bankrekeningnummer en om ten aanzien van andere gegevens te laten signaleren bij de overheid en banken dat deze gestolen zijn, zodat ze niet meer voor identificatie of authenticatie kunnen worden gebruikt (niet wijzigbare gegevens zoals vingerafdruk, geboortedatum, adres).
  • Afschaffing van de slimme meter, nu de energiesector niet is te vertrouwen.
  • Wettelijk verbod op gebruik voor identificatie / authenticatie van het type gegevens dat vaak wordt gestolen (mobiel nummer, geboortedatum, bankrekeningnummers, woonadres).
  • Renationaliseren van de consumentenenergiebedrijven, zodat we van die verkoopflauwekul af zijn.

 


Aanvulling 18 november 2020
Netbeheer Nederland schrijft op 12 november: Netbeheerders succesvol over op één applicatie voor verwerken energieverbruik, C-ARM. Op de privacy pagina schrijven ze dat ze hebben geleerd over fouten uit het verleden. Dat hoop ik dan maar. Over een PIA inzake C-ARM kon ik in een kort internetonderzoek niets vinden. Het zal me benieuwen of C-ARM een nieuwe hotspot is.

Geplaatst in ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

EU sanctions legislation extended to cyberattacks

According to a press release of 15 May 2019 the European Council has agreed on extention of the sanctions regime to cyber-attacks. Just like in the existing sanctions, measures include asset freezing and travelling bans.

The press release:

Cyber-attacks: Council is now able to impose sanctions
The EU and its member states are getting ready to be more resistant and to respond to cyber-attacks.
On 17 May 2019, the Council established a framework which allows the EU to impose targeted restrictive measures to deter and respond to cyber-attacks which constitute an external threat to the EU or its member states, including cyber-attacks against third States or international organisations where restricted measures are considered necessary to achieve the objectives of the Common Foreign and Security Policy (CFSP).

Cyber-attacks falling within the scope of this new sanctions regime are those which have significant impact and which:
• originate or are carried out from outside the EU or
• use infrastructure outside the EU or
• are carried out by persons or entities established or operating outside the EU or
• are carried out with the support of person or entities operating outside the EU.

Attempted cyber-attacks with a potentially significant effect are also covered by this sanctions regime.
More specifically, this framework allows the EU for the first time to impose sanctions on persons or entities that are responsible for cyber-attacks or attempted cyber-attacks, who provide financial, technical or material support for such attacks or who are involved in other ways. Sanctions may also be imposed on persons or entities associated with them.
Restrictive measures include a ban on persons travelling to the EU, and an asset freeze on persons and entities. In addition, EU persons and entities are forbidden from making funds available to those listed.

Background
The EU recognises that cyberspace offers significant opportunities, but also presents continuously evolving challenges. It is concerned at the rise of malicious behaviour in cyberspace that aims at undermining the EU’s integrity, security and economic competitiveness, with the eventual risk of conflict.
On 19 June 2017 the Council adopted a framework, the cyber diplomacy toolbox, which helps improve cooperation, prevent conflict, mitigate potential cyber threats as well as deter and influence the behaviour of potential aggressors. This was in response to growing concern at the increased ability and willingness of state and non-state actors to undertake malicious cyber activities.
On 16 April 2018, the Council adopted conclusions on malicious cyber activities which underlined the importance of a global, open, free, stable and secure cyberspace, and expressed concern about the activity of malicious actors.
On 28 June 2018 and 18 October 2018 the European Council called for work on the capacity to respond to and deter cyber-attacks to be taken forward.
On 12 April 2019, the High Representative issued a declaration on behalf of the EU stressing the need to respect the rules-based order in cyberspace, urging actors to stop undertaking malicious cyber activities including the theft of intellectual property, and calling on all partners to strengthen international cooperation to promote security and stability in cyberspace.
The EU remains committed to keeping cyberspace open, stable and secure and reiterates its attachment to the settlement of international disputes in cyberspace by peaceful means. In this context, all of the EU’s diplomatic efforts should aim as a matter of priority to promote security and stability in cyberspace through increased international cooperation, and reduce the risk of misperception, escalation and conflict that may stem from Information and Communications Technologies (ICT) incidents.

 

Council Regulation (EU) 2019/796 of 17 May 2019
Later the Council Regulation of 17 May 2019 was finalized, it can be found on EUR-Lex. Look here for the English version.

Read also the discussion paper of 18 March 2019, “Responding to cyberattacks” (pdf).

Geplaatst in English - posts in English on this blog, Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Sanctieregels | Tags: | Plaats een reactie

Bestuursverbod in het handelsregister

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen, waarin de registratie van het bestuursverbod in het handelsregister wordt geregeld. Het nieuwe artikel 29 Handelsregisterwet 2007 luidt als volgt:

Artikel 29

1. De Kamer registreert bij het handelsregister:
a. de bij onherroepelijke uitspraak uitgesproken ontzetting uit het beroep van een bestuurder dan wel commissaris van een rechtspersoon, bedoeld in artikel 28, eerste lid, sub 5°, van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur waarvoor het is opgelegd;
b. het bij onherroepelijke uitspraak uitgesproken ontslag van een bestuurder, alsmede de termijn van vijf jaar na het ontslag dat de ontslagen bestuurder geen bestuurder van een stichting kan worden, bedoeld in artikel 298, eerste lid, respectievelijk derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2. Daartoe doet de griffier van de rechtbank of, in geval van hoger beroep, het gerechtshof, de betreffende uitspraak met bekwame spoed aan de Kamer toekomen, die overeenkomstig de uitspraak terstond overgaat tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het handelsregister.

3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens in verband met de in het eerste lid, respectievelijk artikel 106b, derde lid, van de Faillissementswet bedoelde uitspraak bij het handelsregister worden geregistreerd en welke daarvan door een ieder kunnen worden ingezien.

4. De op grond van het derde lid bij het handelsregister geregistreerde gegevens blijven gedurende acht jaar na het verstrijken van een bestuursverbod beschikbaar voor een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in het kader van de uitoefening van zijn wettelijke taak of bevoegdheid.

5. De betrokken bestuurder of commissaris kan bij de Kamer een opgave doen om ervoor te zorgen dat de gegevens, bedoeld in het derde lid, juist en volledig bij het handelsregister zijn geregistreerd.

Een nadere uitwerking van de te registreren gegevens en het inzagerecht, vindt plaats door middel van een amvb.

De gegevens inzake het bestuursverbod zijn te raadplegen in het handelsregister gedurende het bestaan van het bestuursverbod en acht jaar na het verstrijken van het verbod. Doordat de gegevens in allerlei databases zullen terecht komen, zal een en ander voor de eeuwigheid bekend blijven.

 

Meer informatie:

Dit artikel verscheen eerder op het ondernemingsrechtweblog.

Geplaatst in Bestuur en toezicht bij rechtspersonen, Bestuurdersaansprakelijkheid, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Handelsregister, Kamer van Koophandel, Rechtspersonenrecht, Strafrecht | Tags: | Plaats een reactie

Toekomst van het loterijwezen | brief van 5 juli 2019

Met loterijen kun je miljonair worden, zoals is gebleken uit het succes van de ondernemers achter de ‘Goede Doelen Loterijen’ (Nationale Postcode Loterij, BankGiro Loterij, VriendenLoterij).

Verlaging afdracht
Die ondernemers zullen in de toekomst minder hoeven af te dragen, zo blijkt uit de brief van de Minister voor Rechtsbescherming van 5 juli jl., want het afdrachtpercentage gaat van 50% naar 40%.

De Minister schrijft:

Zoals eerder aangekondigd wordt het verplichte afdrachtpercentage van de goededoelenloterijen verlaagd van 50% naar 40%. [15]

[15] Kamerstuk 24 557, nr. 134. Tegelijkertijd verlaag ik het afdrachtpercentage van 75 naar 65% indien de vergunninghouder tot het organiseren van een goededoelenloterij niet minimaal 80% van de afdracht afdraagt aan een of meer begunstigden met ANBI-status (artikel 5, derde lid, sub a beleidsregels niet-incidentele artikel 3 loterijvergunningen).

Daar is wel een voorwaarde aan verbonden:

Randvoorwaarde hiervoor is de toezegging van de Goede Doelen Loterijen (Nationale Postcode Loterij, BankGiro Loterij, VriendenLoterij) dat de nominale afdracht aan bestaande begunstigden niet zal afnemen als gevolg van aanpassing van het afdrachtpercentage. Verlaging van het afdrachtpercentage maakt innovatie mogelijk in de loterijsector. Zo ontstaat ruimte om het loterijproduct meer attractief te maken voor spelers, zonder afbreuk te doen aan het lage verslavingsrisico van deze kansspelen. Het Goede Doelen Platform staat achter de voorgenomen aanpassing van het Kansspelenbesluit. Het streven is om deze verlaging per 1 januari 2020 in te laten gaan.

Bestemming van de afdracht
Over de bestemming van de afdracht wordt gezegd dat:

  • deze moet kunnen rekenen op steun van de consument,
  • (potentiële) begunstigden voldoende toegang dienen te hebben tot het loterijstelsel en
  • begunstigden afdrachten vrij van last ontvangen.

Aangekondigd wordt dat nader onderzoek en besluitvorming zal plaatsvinden naar de vormgeving en eventuele verschillen in hoogte van de afdrachten.

Het zal me benieuwen of er iets wordt gedaan aan de het type bestedingen dat wordt beschreven in het artikel Loterijbaas Poelmann dirigeerde goededoelengeld naar ‘zijn’ Feyenoord (Parcival Weijnen en Bram Logger, 23 februari 2019, Follow the Money).

Eerder schreef ik over loterijen op 25 februari 2019 en 29 december 2018.

Geplaatst in Bestuursrecht | Tags: | Plaats een reactie

Worden voetbalondernemingen Wwft-plichtig?

Een belangrijk deel van het bedrijfsleven moet zich aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) houden en criminaliteit opsporen [*].
Uit een artikel op riskscreen valt op te maken dat voetbalondernemingen ook aan de categorie Wwft-plichtigen zal worden toegevoegd. Het zou dan gaan om zowel agenten, als clubs, federaties, ondernemingen als ‘individuen’.

Naleefkundig onderzoek ontbreekt
Het blijft apart dat onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar de onderbouwing van dit soort ingrijpende politieke plannen ontbreekt. Ook de private partijen die een politieke rol spelen, zoals Transparency International, worden niet onderzocht en beoordeeld.

Anders gezegd: criminaliteit moet worden bestreden, maar of de antiwitwasbureaucratie wel verstandig is, heeft geen aandacht. In eerdere berichten heb ik al aangegeven welke onverstandige elementen de antiwitwasregelgeving bevat, onder meer het vele dubbele werk, taken opdragen aan ondernemingen die voor die taak niet toegerust zijn (zoals banken fiscale structuren laten beoordelen) en het niet nemen van maatregelen die veel geschikter zijn.

[*] Juridisch wordt het ‘monitoring’ genoemd en moeten ‘ongebruikelijke transacties’ bij FIU-Nederland worden gemeld.

 

Meer informatie:

Transparency International heeft in 2016 over sport geschreven. Het is te hopen dat dit rapport enige kwaliteit heeft.

 


Aanvulling 17 januari 2024
Voetbalclubs als witwasbestrijdingsplichtingen hangen volgens Koos Couvee nog steeds in de lucht, terwijl niemand weet wie hun ‘cliënten’ zijn. Hij schrijft (machinevertaling):

De partijen liggen ook overhoop over voorstellen om de AML-regels uit te breiden naar voetbalclubs en nieuwe regels voor klantenonderzoek voor vermogende klanten.

Zijn tekst:

Parties also at loggerheads over proposals to extend AML rules to soccer clubs and new customer due diligence rules for wealthy customers.

Aanvulling 18 januari 2024
Zie onder dit bericht ook de eerste reactie en de tweede reactie.

Geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft | Tags: , , | 3 reacties

Nederlanders buiten de EU kunnen geen bankrekening meer bij een Nederlandse bank aanhouden

Onlangs kreeg ik een e-mail van een buiten Europa wonende Nederlander, die geconfronteerd werd met opzegging door de bank van zijn bankrekening. Dat is een goede reden om in dit artikel de stand van zaken op een rijtje te zetten.

Banken nemen afscheid
Het is een algemene trend dat Nederlandse banken afscheid nemen van rekeninghouders in het buitenland, ondanks het feit dat op die rekeninghouders qua integriteit niets is aan te merken. Het komt er praktisch op neer dat de bank buitenlandse rekeninghouders ‘te moeilijk’ vindt. Heel veel particulieren en kleine ondernemers en organisaties ondervinden daar nadeel van. Welke omvang deze ‘dienstweigering’ heeft is nog nooit in kaart gebracht. Over dit fenomeen schreef ik diverse artikelen [1].

Kabinet ontkent
Het Nederlandse kabinet ontkent dat er een probleem is (lees dit bericht), waarin ik schreef:

De minister meent dat de particulieren elders terecht kunnen: “Er zijn mij geen signalen bekend dat Nederlanders die permanent buiten de Europese Unie wonen bij geen enkele Nederlandse grootbank terecht kunnen“. Ik ben benieuwd of dat waar is.

Overigens kan het overstappen naar een andere bank voor bejaarde Nederlanders in het buitenland de nodige praktische problemen opleveren. Zo had ik onlangs e-mail correspondentie met een bejaarde Nederlander ver weg, die vertelde dat hij door zijn gezondheid niet in staat was om naar Nederland te komen in verband met zijn meningsverschil met een grootbank.

Kifid onderschrijft beleid banken
De door de banken gefinancierde geschilleninstantie Kifid heeft een aantal uitspraken gedaan, waarin de buitenlandse rekeninghouder verloor [2]. In een uitspraak uit 2018 [3] wordt een en ander door Kifid als volgt samengevat:

De Bank heeft de bancaire relatie met Consument opgezegd omdat hij niet langer in de Europese Unie woonachtig is. De Commissie heeft de vordering van Consument afgewezen en geoordeeld dat de Bank de bancaire relatie mocht beëindigen nu van de Bank niet kan worden verwacht dat zij de door haar aangegeven risico’s moet nemen of onevenredige kosten moet maken om diensten aan Consument te blijven aanbieden. De Bank is ook niet verplicht een basisbetaalrekening aan te bieden nu Consument niet in de Europese Unie verblijft.

Dat is weinig hoopgevend.

Of de civiele rechter er hetzelfde over denkt weet ik niet, daar zou ik nader onderzoek voor moeten doen. Ik vrees dat de buiten Europa wonende Nederlanders grote problemen zullen ondervinden om deze discussie aan de Nederlandse rechter voor te leggen, alleen al vanwege de kosten.

Nieuwe discriminatie
Deze problematiek geeft aan dat het gewenst is dat onafhankelijk onderzoek wordt gedaan naar de ongewenste neveneffecten van de witwasbestrijding.

 


Noten

[1] Onder meer in mei 2018 over het afscheid nemen van in het buitenland wonende Nederlanders en in aansluiting daarop een bericht uit augustus 2018. In oktober 2018 schreef ik opnieuw over de opzegging van buitenlandse klanten en in februari 2019 over de weigering om aan Nederlandse expats hypotheek (op objecten in Nederland) te verstrekken.
[2] Onder meer uitspraken uit 2019 en 2018. Voorpagina Kifid website is hier te vinden.
[3] Zie noot [2].

Geplaatst in Bankrekening krijgen en behouden, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten | Tags: , , , , , , , , , | 5 reacties

Datalekken kentekenregister | ontvangers van persoonsgegevens, AVG

Eerder schreef ik over datalekken bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en over de vragen die leden van de Tweede Kamer stelden. Op 14 augustus jl. zijn die vragen door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat beantwoord. Er blijkt niet veel meer uit dan dat de RDW allerlei maatregelen heeft genomen en het onderzoek naar de datalekken nog gaande is.

Ontvangers van persoonsgegevens
Het RDW verstrekt persoonsgegevens van kentekenhouders aan een groot aantal partijen, zowel bij de overheid als privaat. Voor de verstrekking is, aldus de Minister, een wettelijke grondslag. Als ontvangers worden genoemd:

  • de politie
  • het Centraal Justitieel Incasso Bureau
  • de Belastingdienst
  • gemeenten
  • curatoren en bewindvoerders
  • verzekeraars
  • advocaten
  • auto-importeurs
  • buitenlandse autoriteiten en internationale organisaties

Bij een dergelijk groot aantal ontvangers, zijn de cybersecurity risico’s groot en zal de oorzaak van de datalekken moeilijk te achterhalen zijn.

Zie over de ontvangers van persoonsgegevens uit het kentekenregister onder meer het antwoord op vraag 3 van Stoffer:

De RDW verstrekt gegevens uit het kentekenregister aan overheidsorganen voor de uitvoering van hun publieke taken. Het register is een basisregistratie en moet daarom door overheden voor wat betreft de authentieke gegevens verplicht geraadpleegd worden. De kaders voor de gegevensverstrekking en het gebruik liggen vast in de wegenverkeerswetgeving en in algemene wetgeving zoals de Algemene wet bestuursrecht, de Wet openbaarheid van bestuur en de Algemene verordening gegevensbescherming. Voor de verstrekking moet onderscheid worden gemaakt tussen overheidsorganen en aangewezen personen of organisaties met een publieke taak enerzijds en beroepsbeoefenaren anderzijds.

Voor wat betreft overheidsorganen als bedoeld in artikel 41a, eerste lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals de politie, het Centraal Justitieel Incasso Bureau, de Belastingdienst en gemeenten respectievelijk aangewezen personen of instanties die publieke taken uitvoeren als bedoeld in artikel 41a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals curatoren en bewindvoerders gaat de RDW voorafgaande aan de verstrekking na of er inderdaad sprake is van een overheidsorgaan of een aangewezen persoon of instantie. Na de gegevensverstrekking houdt de RDW geen toezicht op het gebruik van de gegevens. Het overheidsorgaan of de aangewezen persoon of instantie met een publieke taak is zelf verantwoordelijk voor het juiste gebruik.

Ten aanzien van verstrekkingen aan beroepsbeoefenaren is in de Wegenverkeerswet 1994 vastgelegd aan welke beroepsbeoefenaren en voor welk doel de RDW persoonsgegevens mag verstrekken. Het gaat dan om door de Minister van IenW aangewezen beroepsbeoefenaren, zoals verzekeraars voor schadeafwikkeling, advocaten voor het voeren van gerechtelijke procedures en auto-importeurs alleen voor de uitvoering van terugroepacties. De RDW houdt toezicht op deze doelbinding. Deze organisaties moeten zelf in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming passende technische en organisatorische maatregelen treffen om de verkregen persoonsgegevens te beschermen. In het jaarverslag van de RDW is de lijst opgenomen van het aantal informatieverstrekkingen onderverdeeld naar categorie. Verstrekking kan daarnaast ook onder bepaalde voorwaarden plaatsvinden aan buitenlandse autoriteiten en internationale organisaties. Dan gaat het onder meer om met de registratie van voertuigen belaste autoriteiten en autoriteiten die zijn belast met de handhaving van verkeersregels en de opsporing van verkeersovertredingen.

 

Meer informatie:

Geplaatst in Bestuursrecht, ICT, privacy, e-commerce | Tags: , , , , , , | Plaats een reactie